Verzamelbestand 31 oktober 2023
Tekst van het document
Agenda De voorzitter van de commissie van de gemeente Terschelling roept de leden van de commissie op tot het houden van een openbare vergadering op: Dinsdag 31 oktober 2023 om 19.30 uur in de raadszaal van het gemeentehuis te West-Terschelling. De publieke tribune is open. Deze vergadering is online, zowel live als naderhand, te volgen via https://terschelling.raadsinformatie.nl/ of via TerschellingTV. Het college wordt uitgenodigd bij deze vergadering aanwezig te zijn. 1. Agendapunt: Korte inhoud:
2. Agendapunt: Korte inhoud:
Opening en afwezigheidsmeldingen Belangstellenden zijn van harte welkom de vergadering bij te wonen. Vaststellen agenda dinsdag 31 oktober 2023 Onderwerpen kunnen aan de agenda worden toegevoegd of verwijderd.
Bespreekstukken Elke burger/persoon, instelling of bedrijf heeft het recht om bij de behandeling van een agendapunt dat aan de orde is, in te spreken. Het inspreken vindt plaats voorafgaande aan de behandeling van het betreffende agendapunt.
3.
Agendapunt: Doel: Samenvatting:
Gevraagd raadsbesluit Procedure:
Afzender: Portefeuillehouder
Bestemmingsplan Duinweg Lies 57 Opiniërend Het ontwerpbestemmingsplan Duinweg Lies 57 heeft zes weken ter inzage gelegen. Tegen het ontwerp zijn geen reacties en/of zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan kan nu ongewijzigd worden vastgesteld. het bestemmingsplan Duinweg Lies 57 ongewijzigd vast te stellen. Het onderwerp wordt in ten hoogste twee termijnen behandeld waarna definitieve besluitvorming in de raad van plaatsvindt. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad betreffende deze besluitvorming. College Wethouder Van Essen
2 4.
Agendapunt: Doel: Samenvatting:
Gevraagd raadsbesluit
Procedure:
Afzender: Portefeuillehouder
5.
Agendapunt: Doel: Samenvatting:
Gevraagd raadsbesluit
Procedure:
Afzender: Portefeuillehouder
Beleidsnotitie participatie onder de omgevingswet Opiniërend De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Onder de Omgevingswet is participatie een belangrijke pijler. Doormiddel van participatie kunnen belangen, meningen, expertise en creativiteit tijdig op tafel komen. Met de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet maakt de gemeente onze uitgangspunten over participatie kenbaar. Daarnaast worden gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen waarin participatie verplicht is. 1. Vast te stellen de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet 2. Vast te stellen de categorieën buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht is Het onderwerp wordt in ten hoogste twee termijnen behandeld waarna definitieve besluitvorming in de raad van plaatsvindt. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad betreffende deze besluitvorming. College Wethouder Van Essen Bindend adviesrecht buitenplanse omgevingsplan activiteiten Opiniërend De Omgevingswet heeft gevolgen voor de bevoegdheden van de raad. In de huidige situatie kan de raad toestemming verlenen aan activiteiten die in strijd zijn met de regels uit het bestemmingsplan door hiervoor een ‘verklaring van geen bedenkingen’ af te geven. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor in de plaats komt een bindend adviesrecht.
Voor dit adviesrecht is het noodzakelijk dat de raad een lijst van activiteiten vastlegt waarvoor de raad gebruik wil maken van het bindend adviesrecht. Als de raad over de activiteit op de lijst in voorkomend geval negatief adviseert, mag het college de omgevings-vergunning voor de activiteit niet verlenen. Het vastleggen van de lijst met activiteiten, waarover de raad advies wenst te geven, moet gebeuren voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 inwerking treedt. In dit voorstel wordt deze lijst ter besluitvorming voorgelegd. Verschillende activiteiten aan te wijzen als activiteit waarvoor het bindend adviesrecht geldt op grond van artikel 16.15 Omgevingswet van toepassing is, voor zover de gemeente bevoegd orgaan is. Het onderwerp wordt in ten hoogste twee termijnen behandeld waarna definitieve besluitvorming in de raad van plaatsvindt. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad betreffende deze besluitvorming. College Wethouder Van Essen
3 6.
Agendapunt: Doel: Samenvatting:
Gevraagd raadsbesluit Procedure:
Afzender: Portefeuillehouder
7.
Erfgoedverordening Opiniërend De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Erfgoedverordening moet aansluiten op de Omgevingswet. Er is om deze reden een ontwerp Erfgoedverordening opgesteld, welke 4 weken ter inzage heeft gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend, maar er is wel een ambtshalve aanpassing aangebracht. Het voorstel is om de Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2023 vast te stellen. De Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2023 gewijzigd vast te stellen. Het onderwerp wordt in ten hoogste twee termijnen behandeld waarna definitieve besluitvorming in de raad van plaatsvindt. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad betreffende deze besluitvorming. College Wethouder Van Essen
Agendapunt:
Hervaststelling Paraplubestemmingsplan Standplaatsen Terschelling Doel: Opiniërend Samenvatting: Op 13 juli 2022 is het Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling vastgesteld. Tegen het besluit is één beroepschrift ingediend gericht op de twee standplaatsen nabij de terminal op het Veerhaventerrein. Het beroep geeft aanleiding het bestemmingsplan lopende de beroepsprocedure aan te passen. Het college heeft met deze aanpassing ingestemd en vraagt de gemeenteraad om het bestemmingsplan voor de aangepaste delen opnieuw vast te stellen. Gevraagd raadsbesluit 1. Het herziene bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling, met identificatienummer NL.IMRO.0093.PH2021STANDPLTSN-VA02, vast te stellen. Procedure: De raad heeft op 4 oktober besloten het besluit te verdagen, om het opnieuw te kunnen agenderen voor de commissie. Er zijn verschillende vragen aan het college gesteld betreffende het onderwerp. Het onderwerp wordt in ten hoogste twee termijnen behandeld waarna definitieve besluitvorming in de raad van plaatsvindt. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad betreffende deze besluitvorming. Afzender: College Portefeuillehouder Wethouder Van Essen Terschelling, 20 oktober 2023 Namens de voorzitter van de raadscommissie, R.
van Zwol, Locogiffier De documenten zijn digitaal te raadplegen via: www.terschelling.nl of met de gratis App Ibabs, zowel voor IPad als Android tablet. Ook kunt u de stukken inzien in de informatieruimte van het gemeentehuis op West-Terschelling. Tijdens openbare vergaderingen van de raadscommissie worden geluids- en beeldopnames van zowel deelnemers als toehoorders gemaakt, die openbaar gemaakt kunnen worden.
Raadsvoorstel Onderwerp: Jaar/nummer: In behandeling bij:
Vaststellen bestemmingsplan Duinweg Lies 57 2023/ Wethouder Van Essen
Voorstel Het bestemmingsplan Duinweg Lies 57 ongewijzigd vast te stellen.
Samenvatting Het ontwerpbestemmingsplan Duinweg Lies 57 heeft zes weken ter inzage gelegen. Tegen het ontwerp zijn geen reacties en/of zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan kan nu ongewijzigd worden vastgesteld.
Toelichting Het ontwerpbestemmingsplan Duinweg Lies 57 heeft van vrijdag 7 juli 2022 tot en met donderdag 17 augustus 2023 zes weken ter inzage gelegen. Tegen het bestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend. Er zijn ook geen reacties ontvangen. Er is voorts ambtshalve geen aanleiding om aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan te doen. Het bestemmingsplan ziet op de sloop- nieuwbouw van een recreatieverblijf dat momenteel onder het overgangsrecht is toegestaan. Bij sloop vervalt het overgangsrecht. De eigenaar wil het gebruik als recreatieverblijf nu laten vastleggen in het bestemmingsplan. Daarvoor is deze bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voor een volledige beschrijving van het initiatief en de relatie met de omgevingsaspecten wordt verwezen naar bijgaand ontwerpbestemmingsplan. Wij stellen uw gemeenteraad voor het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen.
Historie N.v.t.
Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving Tegen het bestemmingsplan staat beroep open.
Belang voor toerisme/samenleving/economie Hiermee wordt een recreatieverblijf in stand gehouden en wordt het kwalitatief verbeterd door de sloop en nieuwbouw.
Financiële/personele/organisatorische gevolgen Het bestemmingsplan wordt betaald door initiatiefnemer.
2
Communicatie/interactiviteit Het vastgestelde bestemmingsplan wordt gepubliceerd.
Advies van de raadscommissie …
Ter inzage liggende stukken Het ontwerpbestemmingsplan.
Datum behandeling in B&W + ondertekening Terschelling, 26 september 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling, H.M. de Jong, secretaris/directeur
C.M. van de Pol, burgemeester
Raadsbesluit Onderwerp: Jaar:
Vaststelling bestemmingsplan Duinweg Lies 57 2023/
De raad van de gemeente Terschelling; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 26 september 2023; Overwegende dat: Het ontwerpbestemmingsplan van vrijdag 7 juli 2022 tot en met donderdag 17 augustus 2023 zes weken ter inzage heeft gelegen; Dat er tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen zijn ingediend.
Besluit: het bestemmingsplan Duinweg Lies 57 ongewijzigd vast te stellen.
Terschelling, 8 november 2023 De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,
T.D. de Jong, griffier
C.M. van de Pol, voorzitter
Raadsvoorstel Onderwerp: Jaar/nummer: In behandeling bij:
Participatie onder de Omgevingswet 2023 Wethouder Van Essen
Voorstel Voorgesteld wordt om de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet vast te stellen en de categorieën buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht is vast te stellen.
Samenvatting De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Onder de Omgevingswet is participatie een belangrijke pijler. Doormiddel van participatie kunnen belangen, meningen, expertise en creativiteit tijdig op tafel komen. Met de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet maakt de gemeente onze uitgangspunten over participatie kenbaar. Daarnaast worden gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen waarin participatie verplicht is.
Toelichting Dit voorstel wordt, vanwege de onderlinge samenhang, tegelijkertijd met het raadsvoorstel over het bindend adviesrecht aan de raad voorgelegd. Beide voorstellen hebben betrekking op nieuwe bevoegdheden van de raad (en het college). De voorstellen gaan over de te volgen procedures en de bijbehorende verantwoordelijkheden bij participatie en activiteiten onder de Omgevingswet. 1 1. In het voorliggende voorstel wordt de raad gevraagd te besluiten over de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet en over de participatieverplichting bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 2. In het voorstel over het bindend adviesrecht wordt de raad gevraagd te besluiten over het aanwijzen van activiteiten waarbij het college de raad om bindend adviesrecht moet vragen. Activiteiten in de leefomgeving kunnen impact hebben op inwoners, ondernemers en andere gebruikers van die leefomgeving. Deze impact kan beperkt, gemiddeld of groot zijn. Naarmate de gevolgen van een activiteit voor de leefomgeving groter zijn, wordt participatie met de belanghebbenden en bindende advisering van de raad belangrijker. We stellen daarom in de besluiten het volgende voor: 1. Bij binnenplanse omgevingsplanactiviteiten stimuleert de gemeente de initiatiefnemer om een vorm participatie te kiezen die past bij de impact van het activiteit. Dus hoe groter de impact, des te steviger de participatie.
1 In de Omgevingswet wordt gesproken over activiteiten. Initiatieven van ondernemers en
burgers bestaan uit één of meer activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld de activiteit slopen, bouwen, gebruiken etc.
2
2. Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht de gemeente de initiatiefnemer om aan participatie te doen. Bij voorkeur is dit een vorm van participatie die past bij de impact van de activiteit. 3. Bij activiteiten die sterk afwijken van het bestaande beleid, vraagt het college de raad een bindend advies voor een zorgvuldige afweging tussen enerzijds de wenselijkheid van de activiteit en anderzijds de impact van de activiteit op de fysieke leefomgeving. Het college onderzoekt en motiveert bij deze activiteiten steeds of het college de uitgebreide procedure van toepassing verklaart2. Zo werkt de gemeente Terschelling zoals de Omgevingswet beoogt: sneller waar het kan, en met veel aandacht voor belanghebbenden en de fysieke leefomgeving waar het moet. Het voorliggende voorstel, bestaat uit twee delen. Allereerst wordt er een toelichting gegeven op de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet. Ten tweede wordt de participatieverplichting bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten toegelicht. Deel 1: Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet Op Terschelling is samenwerking met de omgeving is van groot belang om de uitdagingen waar we voor staan, aan te pakken. Neem bijvoorbeeld de parkeeropgave, waarbij de belangen van verschillende partijen worden geraakt. Of het opstellen van de omgevingsvisie, die gaat over de toekomst van het gehele eiland.
In een participatietraject kunnen belangen, meningen, expertise, kennis en creativiteit door belanghebbenden worden gedeeld en opgehaald. Wanneer dit zorgvuldig wordt gedaan, kan dit bijdragen aan de inhoudelijke kwaliteit van beleid, een goed ruimtelijk initiatief en de uitvoering daarvan en betere onderlinge verhoudingen. Met de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet geven we invulling aan onze verplichting om als gemeente een participatiebeleid op te stellen. Met deze beleidsnotitie maken we onze uitgangspunten op het gebied van participatie kenbaar. We beschrijven welke verplichtingen er gelden, en wat er van verschillende partijen wordt verwacht. Tevens is de beleidsnotitie een handreiking aan inwoners, ondernemers en de gemeente over de wijze waarop participatie ingevuld kan worden. Deel 2: Participatieverplichting bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, is participatie een aanvraagvereiste. Als een initiatiefnemer een aanvraag voor een omgevingsvergunning doet en deze past binnen de regels van het omgevingsplan, moet de initiatiefnemer aangeven óf er aan participatie is gedaan en zo ja, hoe belanghebbenden zijn betrokken en wat het resultaat daarvan is. De participatie is in deze gevallen vrijwillig en vormvrij. Het ontbreken van participatie in deze gevallen is géén reden om een vergunningaanvraag te weigeren.
De activiteit past immers binnen het omgevingsplan. Sommige activiteiten passen echter niet binnen het omgevingsplan. Er wordt in zulke gevallen gesproken over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Ondanks dat de activiteit of het initiatief niet past binnen de regels, kan het alsnog waardevol zijn om hier, passend binnen de gegeven afwegingsruimte, toch aan 2 Zie artikel 10.24 Omgevingsbesluit en 16.65 lid 1 en lid 4 Omgevingswet.
3
mee te werken (ja, mits principe). Er kan in zo’n geval een omgevingsvergunning worden verleend. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad voor deze gevallen de ruimte om te bepalen of participatie verplicht wordt gesteld. De gemeenteraad stelt een lijst op van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht is. Het vrijwillige karakter van participatie vervalt dan. Dit betekent dat de aanvrager van een omgevingsvergunning bij de aanvraag moet aantonen dat hij of zij voldoende aan participatie heeft gedaan. Bij de aangewezen activiteiten is de initiatiefnemer dus verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat er met de resultaten is gedaan. Ook in deze gevallen blijft participatie overigens vormvrij: de initiatiefnemer mag zelf weten hoe hij het participatietraject inricht. De gemeente kan een initiatiefnemer daar wel bij helpen, en aangeven wat er in ieder geval passend wordt geacht. De beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet biedt hiervoor een handreiking. Omdat de contouren van het definitieve omgevingsplan nog niet bekend zijn, kan er niet worden aangegeven voor welke concrete activiteiten participatie verplicht wordt gesteld. De gemeenteraad moet daar in het kader van het omgevingsplan nog over beslissen.
De gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld, zijn daarom vooralsnog gebaseerd op het tijdelijke omgevingsplan, dat bestaat uit de regels (de bestemmingsplannen en beheerverordeningen) zoals die golden vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er zijn drie categorieën te onderscheiden: Categorie 1 (gebaseerd op de wijzigingsbevoegdheid) Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, kon het college van burgemeester en wethouders een bestemmingsplan of beheersverordening, voor nader aangegeven gevallen, wijzigen. Deze binnenplanse wijzigingsbevoegdheid is onder de Omgevingswet komen te vervallen. Onder de Omgevingswet kunnen ontwikkelingen die voorheen mogelijk werden gemaakt met de wijzigingsbevoegdheid, worden bewerkstelligd middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Categorie 2 (gebaseerd op de kruimellijst/beleidsregels) In de beleidsregels afwijken bestemmingsplan en beheersverordening 2019 is bepaald onder welke voorwaarden het college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan haar bevoegdheid om af te wijken van de regels in een bestemmingsplan of beheersverordening. Het gaat hier om gevallen bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 2° Wabo. In dat artikel wordt verwezen naar artikel 4 van Bijlage II uit het Besluit omgevingsrecht. Deze zogenoemde kruimellijst bestaat niet onder de Omgevingswet.
De activiteiten die hierin waren opgenomen, zijn straks buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Categorie 3 (overige gevallen) De laatste categorie omvat overige activiteiten die in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan. Om deze activiteiten mogelijk te maken werd onder de Wet ruimtelijke ordening gebruik gemaakt van de bestemmingsplanprocedure (postzegelbestemmingplan) of de uitgebreide procedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het voorstel is om voor de bovengenoemde categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, participatie verplicht te stellen.
Historie
4
De gemeente Terschelling heeft momenteel geen participatiebeleid.
Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving Uit de motie Nooren (11 februari 2020) vloeit voort dat gemeenten, liefst voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, participatiebeleid moeten vaststellen. Indien de gemeenteraad besluit om de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet niet vast te stellen, dan voldoen wij als gemeente niet aan onze verplichting om een participatiebeleid te hebben. Verder is participatie niet verplicht bij omgevingsvergunningen (behoudens de door de raad aan te wijzen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) en kent geen vormvereisten. Besluit de gemeenteraad om geen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie verplicht is, dan hoeft een initiatiefnemer ook hierbij niet verplicht aan participatie te doen.
Belang voor toerisme/samenleving/economie Samenwerking met de omgeving is van groot belang om de uitdagingen waar we voor staan, aan te pakken. Participatie kan onderlinge verhoudingen verbeteren, en daardoor een positief effect hebben op de samenleving. Ook kan het bijdragen aan de inhoudelijke kwaliteit van beleid, een goed ruimtelijk initiatief en de uitvoering daarvan. Participatie kan leiden tot een vergroot draagvlak, en daarmee tot minder bezwaar- en beroepsprocedures.
Financiële/personele/organisatorische gevolgen Het participatiebeleid is onderdeel van de werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van (voorbereiding op) de Omgevingswet. Deze zijn opgenomen in de begroting. Werkzaamheden die voortvloeien uit de inwerkingtreding van de Omgevingswet op het gebied van participatie, zijn de vereiste inzet om invulling te geven aan de motiveringsplicht en kennisgevingsplicht. Daarnaast vraagt ook de beoordeling van participatie(verslagen) en eventuele betrokkenheid van de gemeente bij participatietrajecten om personele inzet.
Communicatie/interactiviteit Dit besluit is van belang voor de raad, het college en aanvragers van omgevingsvergunningen. Maar ook andere belanghebbenden, zoals inwoners, ondernemers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, kunnen te maken krijgen met participatie onder de Omgevingswet. Dit besluit wordt daarom openbaar gemaakt, evenals de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet.
Advies van de raadscommissie PM
Ter inzage liggende stukken De volgende stukken zijn gekoppeld aan dit raadsvoorstel: 2. Raadsbesluit - participatie onder de Omgevingswet 3. Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet
Datum behandeling in B&W + ondertekening Terschelling, 19 september 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,
5
H.M. de Jong, secretaris/directeur
C.M. van de Pol, burgemeester
Raadsbesluit Onderwerp: Jaar/nummer:
Participatie onder de Omgevingswet 2023
De raad van de gemeente Terschelling; Gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 19 september 2023; Overwegende dat: uit de motie Nooren (11 februari 2020) voortvloeit dat gemeenten, liefst voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, participatiebeleid moeten vaststellen; de Omgevingswet mogelijkheden biedt voor het aanwijzen van gevallen die zien op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht is; gelet op artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet Besluit: 1. Vast te stellen de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet 2. Vast te stellen de categorieën buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht is, zijnde: Categorie 1 (gebaseerd op de wijzigingsbevoegdheid) Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, kon het college van burgemeester en wethouders een bestemmingsplan of beheersverordening, voor nader aangegeven gevallen, wijzigen. Deze binnenplanse wijzigingsbevoegdheid is onder de Omgevingswet komen te vervallen. Onder de Omgevingswet kunnen ontwikkelingen die voorheen mogelijk werden gemaakt met de wijzigingsbevoegdheid, worden bewerkstelligd middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Categorie 2 (gebaseerd op de kruimellijst/beleidsregels) In de beleidsregels afwijken bestemmingsplan en beheersverordening 2019 is bepaald onder welke voorwaarden het college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan haar bevoegdheid om af te wijken van de regels in een bestemmingsplan of beheersverordening. Het gaat hier om gevallen bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 2° Wabo. In dat artikel wordt verwezen naar artikel 4 van Bijlage II uit het Besluit omgevingsrecht. Deze zogenoemde kruimellijst bestaat niet onder de Omgevingswet. De activiteiten die hierin waren opgenomen, zijn straks buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Categorie 3 (overige gevallen)
2
De laatste categorie omvat overige activiteiten die in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan. Om deze activiteiten mogelijk te maken werd onder de Wet ruimtelijke ordening gebruik gemaakt van de bestemmingsplanprocedure (postzegelbestemmingplan) of de uitgebreide procedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit besluit treedt in werking vanaf het moment waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Terschelling, 9 november 2023 De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,
T.D. de Jong, griffier
C.M. van de Pol, voorzitter
Raadsvoorstel Onderwerp: Jaar/nummer: In behandeling bij:
Bindend adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten onder de Omgevingswet 2023 Wethouder Van Essen
Voorstel Het besluit ‘bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ vast te stellen.
Samenvatting De Omgevingswet heeft gevolgen voor de bevoegdheden van de raad. In de huidige situatie kan de raad toestemming verlenen aan activiteiten die in strijd zijn met de regels uit het bestemmingsplan door hiervoor een ‘verklaring van geen bedenkingen’ af te geven. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor in de plaats komt een bindend adviesrecht. Voor dit adviesrecht is het noodzakelijk dat de raad een lijst van activiteiten vastlegt waarvoor de raad gebruik wil maken van het bindend adviesrecht. Als de raad over de activiteit op de lijst in voorkomend geval negatief adviseert, mag het college de omgevings-vergunning voor de activiteit niet verlenen. Het vastleggen van de lijst met activiteiten, waarover de raad advies wenst te geven, moet gebeuren voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 inwerking treedt. In dit voorstel wordt deze lijst ter besluitvorming voorgelegd.
Inleiding Dit voorstel wordt, vanwege de onderlinge samenhang, tegelijkertijd met het raadsvoorstel “Participatie onder de Omgevingswet” aan de raad voorgelegd. Beide voorstellen hebben betrekking op nieuwe bevoegdheden van de raad (en het college). De voorstellen gaan over de te volgen procedures en de bijbehorende verantwoordelijkheden bij participatie over en bij activiteiten1 van initiatiefnemers. 1. In het voorstel “Participatie onder de Omgevingswet” wordt de raad gevraagd te besluiten over de Beleidsnotitie participatie onder de Omgevingswet en over de participatieverplichting bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 2. In het voorliggende voorstel wordt de raad gevraagd te besluiten over het aanwijzen van activiteiten waarbij het college de raad om bindend adviesrecht moet vragen. Activiteiten in de leefomgeving kunnen impact hebben op inwoners, ondernemers en andere gebruikers van die leefomgeving. Deze impact kan beperkt, gemiddeld 1 In de Omgevingswet wordt gesproken over activiteiten. Initiatieven van ondernemers en
burgers bestaan uit één of meer activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld de activiteit slopen, bouwen, gebruiken etc.
2
of groot zijn. Naarmate de gevolgen van een activiteit voor de leefomgeving groter zijn, wordt participatie met de belanghebbenden en bindende advisering van de raad belangrijker. We stellen daarom in de besluiten het volgende voor: 1. Bij binnenplanse omgevingsplanactiviteiten stimuleert de gemeente de initiatiefnemer om een vorm participatie te kiezen die past bij de impact van het activiteit. Dus hoe groter de impact, des te steviger de participatie. 2. Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht de gemeente de initiatiefnemer om aan participatie te doen. Daarbij is de mate van impact van de activiteit op de omgeving bepalen voor de vorm van participatie. 3. Bij activiteiten die sterk afwijken van het bestaande beleid, vraagt het college de raad een bindend advies voor een zorgvuldige afweging tussen enerzijds de wenselijkheid van de activiteit en anderzijds de impact van de activiteit op de fysieke leefomgeving. Het college onderzoekt en motiveert bij deze activiteiten steeds of het college de uitgebreide procedure van toepassing verklaart2. Zo werkt de gemeente Terschelling zoals de Omgevingswet beoogt: sneller waar het kan, en met veel aandacht voor belanghebbenden en de fysieke leefomgeving waar het moet.
Leeswijzer 1. Het eerste hoofdstuk start met een korte introductie op de Omgevingswet en rol van de raad en het college. 2. In hoofdstuk 2 lichten we de werking van het adviesrecht toe. Dit hoofdstuk bevat een concrete lijst met activiteiten waarvoor het college bindend advies vraagt aan de raad. 3. In de bijlage is een begrippenlijst opgenomen.
1. Rol van raad en college onder de Omgevingswet In essentie blijft de rolverdeling tussen raad en het college onder de Omgevingswet onveranderd. De raad stelt de kaders vast. Het college geeft uitvoering aan deze kaders en toetst of activiteiten passen binnen de door de raad vastgestelde kaders. Het college blijft het bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Daarnaast houdt de raad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen die in het beleid zijn vastgelegd. Dat is dus onder de Omgevingswet niet anders. Maar de Omgevingswet brengt ook veranderingen voor raad en college: 1. Het college krijgt meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid. 2. De raad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. 3. Met de omgevingsvisie en het omgevingsplan legt de raad de doelen vast en stuurt op de realisatie hiervan. 4. Over activiteiten die passen binnen het omgevingsplan, maar waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, geeft het college eenvoudig en snel uitsluitsel. 5. In de huidige situatie kan het college een omgevingsvergunning verlenen voor een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan. Dit kan uitsluitend met
2 Zie artikel 10.24 Omgevingsbesluit en 16.65 lid 1 en lid 4 Omgevingswet.
3
toestemming van de raad met de ‘verklaring van geen bedenkingen’3. Onder de Omgevingswet komt hiervoor in de plaats het bindend adviesrecht voor de raad. Het college mag van het advies van de raad niet afwijken. In de onderstaande afbeelding staan de nieuwe beleidsinstrumenten en de bestuurlijke rollen in beeld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van de raad op de ontwikkeling, het beheer en de bescherming van de fysieke leefomgeving. In programma’s kan het college aangeven hoe de doelen die uit de omgevingsvisie gerealiseerd worden. Eén van de instrumenten om de doelen voor de fysieke leefomgeving te realiseren is het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan de regels voor de fysieke leefomgeving waaraan activiteiten worden getoetst. Het omgevingsplan wordt vastgesteld door de raad. Het college is verantwoordelijk voor de toetsing en de vergunningverlening op grond van het omgevingsplan.
Bindend Adviesrecht bij de raad
2.
2.1 Afwijken van het omgevingsplan Het kan voorkomen dat activiteiten wel wenselijk zijn, maar toch niet passen binnen het vastgestelde omgevingsplan. Bijvoorbeeld als ze bijdragen aan de woningbouwopgave. Dan kan hiervoor het omgevingsplan gewijzigd worden. Dit is echter een langdurige procedure. Onder de Omgevingswet bestaat hiervoor een nieuwe en kortere procedure waarmee kan worden afgeweken van het omgevingsplan met een BOPA, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit kan met een reguliere vergunningsaanvraag in 8 weken afgehandeld worden of in uitzonderlijke gevallen met een uitgebreide procedure in 26 weken. Bij een BOPA is het college bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen. Met deze procedure kunnen dus buiten de raad om grote projecten vergund worden. Als een activiteit past binnen door de raad vastgesteld beleid, bijvoorbeeld de woonvisie, dan is dat in lijn met de gedachte dat de raad stuurt op 3 Met de komst van de Omgevingswet komt de kruimellijst uit artikel 4 bijlage II bij het
Besluit omgevingsrecht te vervallen. De reden hiervoor is dat onder de Omgevingswet voor alle afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere procedure standaard wordt.
4
hoofdlijnen. Als een activiteit in strijd is met het door de raad vastgestelde beleid, dan is het wenselijk dat de raad zich daarover uitspreekt. Daar heeft de wetgever in voorzien met het zogenoemde Bindend Adviesrecht.
2.2 Wanneer kiest de gemeente voor Bindend Adviesrecht? In de huidige situatie kan de raad voor activiteiten die in strijd zijn met de regels van het bestemmingsplan een ‘verklaring van geen bedenkingen’ afgeven, zodat het college voor deze activiteiten toch een omgevingsvergunning kan verlenen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor in de plaats komt een bindend adviesrecht voor de raad. Voor dit adviesrecht is het noodzakelijk dat de raad in een lijst van categorieën vastlegt bij welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de raad gebruik wil maken van het bindend adviesrecht. Alle andere gevallen kunnen door het college worden afgedaan. In paragraaf 2.3 is deze lijst opgenomen. Als de raad een negatief advies geeft, dan moet het college de omgevingsvergunning weigeren.
2.3 Lijst van de categorieën met Bindend Adviesrecht De raad wijst hieronder activiteiten aan, waarbij de raad niet of juist wel gebruik wil maken van het bindend adviesrecht.
Geen bindend adviesrecht Bij de volgende activiteiten zal het college geen advies vragen aan de raad: 1. Als een activiteit past binnen het door de raad vastgesteld beleid en/of kaders voor de fysieke leefomgeving 2. Als een activiteit op inhoudelijke gronden moeten worden geweigerd wegens onoverkomelijke strijdigheden met wet- en regelgeving, bijvoorbeeld als een activiteit gezien de regelgeving voor natuur niet mogelijk is.
Wel bindend adviesrecht Het college legt activiteiten wel om advies aan de raad voor als een activiteit niet past binnen het door de raad vastgesteld beleid en/of kaders én het activiteit is opgenomen in de volgende lijst, voor zover de gemeente bevoegd orgaan is: 1. Activiteiten die niet passen binnen de Woonvisie 2. Activiteiten die een ingrijpende wijziging betreffen in de stedenbouwkundige structuur 3. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere milieucategorie dan het Omgevingsplan toestaat 4. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied 5. Vestiging van nieuwe agrarische bedrijven 6. Uitbreiding van bestaande stedelijke functies (met uitzondering van wonen) of agrarische bedrijven met meer dan 20% van de bestaande toegestane oppervlakte van de functie 7. Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals sporthallen, scholen of multifunctionele accomodaties 8. Uitbreiding van verblijfsrecreatie niet passend binnen het bestaand beleid
5
9. Alle aanvragen binnen Natura 2000 met een ruimte beslag van meer dan 250 m2 10. Zonneparken en windmolens die buiten het vastgestelde beleid vallen 11. Het opwekken van energie (zoals biomassa-installaties en waterstof) 12. Het uitvoeren van proefboringen naar delfstoffen (olie, gas) en geothermie; 13. Het winnen van delfstoffen en aardwarmte; 14. Het winnen van delfstoffen aan de oppervlakte; 15. Het plaatsen van antennemasten die buiten het vastgestelde beleid vallen 16. Het aanleggen of veranderen van infrastructuur tenzij het gaat om een ondergeschikte aanpassing 17. Als er naar het oordeel van het college sprake is van grote maatschappelijke impact of onrust en/of anderszins politiek gevoelige activiteiten
2.4 Uitgebreide procedure bij activiteiten met Bindend Adviesrecht Impact Omgevingswet In de huidige situatie is voor afwijkingen van het bestemmingsplan in veel gevallen een uitgebreide procedure van toepassing. De beslistermijn daarvan bedraagt 26 weken. De Omgevingswet streeft naar versnelling van de besluitvorming. In lijn daarmee is de reguliere procedure (8 weken) straks het uitgangspunt. Dat geldt ook voor vergunningen waarmee van het Omgevingsplan wordt afgeweken (de ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’). De Omgevingswet staat het college toe om de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op een vergunningaanvraag. In die gevallen geldt dan een beslistermijn van 26 weken en kunnen belanghebbenden formele zienswijzen op het ontwerpplan inbrengen. Om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren gelden wettelijke randvoorwaarden: dit is alleen mogelijk bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving; en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Aan beide voorwaarden moet zijn voldaan. Het college moet dit per individueel geval beoordelen en kan dus niet al vooraf een categorie van gevallen aanwijzen waarvoor dit geldt. Het college moet de aanvrager horen voordat het college besluit om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren.
Het bevoegd gezag mag dus niet van tevoren beslissen op welke gevallen de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard. Die beslissing moet per aanvraag worden genomen. Het bevoegd gezag kan wel activiteiten benoemen die in ieder geval aanzienlijke gevolgen zullen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Die beleidsregel kan dan als gedragslijn voor het college worden ingezet. Als deze gedragslijn van tevoren is bepaald, moet het college nog steeds per geval gemotiveerd beslissen over het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure. Werkwijze Terschelling In deze notitie stemt het college met de raad de gedragslijn af dat het college bij elke individuele omgevingsvergunningaanvraag waarvoor de raad bindend adviesrecht heeft, te onderzoeken en te motiveren of de uitgebreide procedure van toepassing is, en de aanvrager wordt hierbij gehoord. De lijst van activiteiten met bindend adviesrecht betreft immers aanvragen die aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen hebben en waartegen naar verwachting
6
verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Een steviger planprocedure kan in die gevallen op zijn plaats zijn. Bovendien geeft de uitgebreide procedure meer tijd om het adviesrecht van de raad goed in te kunnen vullen.
Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving Er staan tegen het besluit geen rechtsmiddelen open. Het besluit moet zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Belang voor toerisme/samenleving/economie N.v.t.
Financiële/personele/organisatorische gevolgen Ten opzichte van de huidige situatie zijn er in werkzaamheden enkele verschillen te verwachten. Vergunningverleners zullen straks meer tijd besteden aan het beoordelen van participatie(verslagen). En moet er mogelijk iemand worden aangesteld die participatietrajecten kan inrichten, begeleiden en bijwonen.
Communicatie/interactiviteit Het besluit ‘bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ wordt bekendgemaakt in de Terschellinger, in het Gemeenteblad en op de website.
Advies van de raadscommissie …
Ter inzage liggende stukken Geen
Datum behandeling in B&W + ondertekening Terschelling, 19 september 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,
H.M. de Jong, secretaris/directeur
C.M. van de Pol, burgemeester
7
Bijlage begrippenlijst Omgevingswet Bron: Informatiepunt Leefomgeving
Activiteiten De Omgevingswet regelt activiteiten, maar een juridische definitie voor het woord activiteit is er niet. De Omgevingswet onderscheidt verschillende soorten activiteiten. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor activiteiten, zoals: • • •
milieubelastende activiteiten bouwactiviteiten de rijksmonumentenactiviteit
Decentrale overheden kunnen ook regels stellen aan activiteiten: • • •
waterschapsactiviteiten provinciale activiteiten gemeentelijke activiteiten
Binnenplanse omgevingsplanactiviteit De binnenplanse omgevingsplanactiviteit omvat alle activiteiten waarvoor de gemeente in het omgevingsplan bepaalt dat het uitvoeren ervan zonder omgevingsvergunning verboden is.
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit De buitenplanse omgevingsplanactiviteit omvat alle activiteiten die in strijd zijn met de regels van het omgevingsplan.
'Ja, mits'-principe De Omgevingswet beoogt niet alleen het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het wil ook ruimte maken voor ontwikkelingen. Dit betekent voor overheden een andere houding naar burgers en bedrijven met initiatieven. Het 'ja, mits'-principe, in plaats van het 'nee, tenzij'-principe. "Ja" denken betekent niet gelijk ook "ja" zeggen. "Ja" denken vraagt overheden om na te denken over de noodzakelijke kaders en waar mogelijkheden zijn voor het stellen van algemene regels of juist helemaal geen regels.
Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de
8
gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er 1 omgevingsplan.
Omgevingsplan, nieuw deel Het nieuwe deel van het omgevingsplan is het deel dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld 'met het oog op de doelen van de wet' (artikel 2.1 lid 1 Omgevingswet). Dit deel van het omgevingsplan voldoet aan de instructieregels en digitale standaarden.
Omgevingsplan, tijdelijk deel Het tijdelijk deel van het omgevingsplan is het omgevingsplan dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet aanwezig is op grond van het overgangsrecht. Het betreft hier de bestaande planologische regels, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen. Daarnaast gaat het om de regels uit de bruidsschat.
Omgevingsplanactiviteit De omgevingsplanactiviteit (OPA) kent 2 vormen: 1.
2.
Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: dit is een activiteit waarvoor de gemeente in het omgevingsplan bepaalt dat het uitvoeren zonder omgevingsvergunning verboden is. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit: dit is een activiteit die in strijd is met de regels van het omgevingsplan.
Omgevingsvergunning Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk activiteiten te regelen met algemene regels. In sommige gevallen moet een initiatiefnemer (burger, bedrijf, overheid) een melding doen voordat de activiteit mag worden uitgevoerd. Daarnaast is een beperkt aantal activiteiten vergunningplichtig. In die gevallen moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvragen.
Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Deze wordt opgesteld door het Rijk, de provincie en de gemeente. Een omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed.
9
Programma Het programma is een veelzijdig instrument. In een programma geven overheden uitwerking aan het te voeren beleid. Of nemen ze maatregelen op om te voldoen aan een omgevingswaarde. Ook kunnen ze maatregelen opnemen om te voldoen aan een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving. Het is (multi)sectoraal of gebiedsgericht te gebruiken en kan samen met andere bestuursorganen worden vastgesteld.
Raadsbesluit Onderwerp: Jaar/nummer:
Bindend adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten onder de Omgevingswet 2023
De raad van de gemeente Terschelling;
De raad van de gemeente Terschelling voornoemd, gelezen: het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 september 2023, overwegende dat: de Omgevingswet mogelijkheden biedt voor het aanwijzen van gevallen die zien op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarover de gemeenteraad bindend advies wenst af te geven; door middel van dit besluit de gemeenteraad invulling geeft aan haar rol om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; gelet op artikel 16.15 Omgevingswet en artikel 4.21 Omgevingsbesluit; gelet op artikel 156 Gemeentewet;
B E S L U I T: Om de volgende activiteiten aan te wijzen als activiteit waarvoor het bindend adviesrecht geldt op grond van artikel 16.15 Omgevingswet van toepassing is, voor zover de gemeente bevoegd orgaan is: 1. Activiteiten die niet passen binnen de Woonvisie 2. Activiteiten die een ingrijpende wijziging betreffen in de stedenbouwkundige structuur 3. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere milieucategorie dan het Omgevingsplan toestaat 4. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied 5. Vestiging van nieuwe agrarische bedrijven 6. Uitbreiding van bestaande stedelijke functies (met uitzondering van wonen) of agrarische bedrijven met meer dan 20% van de bestaande toegestane oppervlakte van de functie 7. Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals sporthallen, scholen of multifunctionele accommodaties 8. Uitbreiding van verblijfsrecreatie niet passend binnen het bestaand beleid
2
9. Alle aanvragen binnen Natura 2000 gebieden met een ruimtebeslag van meer dan 250 m2 10. Oprichten van zonneparken en windmolens die buiten het vastgestelde beleid vallen 11. Het opwekken van energie (zoals biomassa-installaties en waterstof) 12. Het uitvoeren van proefboringen naar delfstoffen (olie, gas) en geothermie; 13. Het winnen van delfstoffen en aardwarmte; 14. Het winnen van delfstoffen aan de oppervlakte; 15. Het plaatsen van antennemasten die buiten het vastgestelde beleid vallen 16. Het aanleggen of veranderen van infrastructuur tenzij het gaat om een ondergeschikte aanpassing 17. Als er naar het oordeel van het college sprake is van grote maatschappelijke impact of onrust en/of anderszins politiek gevoelige activiteiten Bindend adviesrecht is niet van toepassing: 1. Als een activiteit past binnen het door de raad vastgesteld beleid en/of kaders voor de fysieke leefomgeving 2. Als een activiteit op inhoudelijke gronden moeten worden geweigerd wegens onoverkomelijke strijdigheden met wet- en regelgeving, bijvoorbeeld als een activiteit gezien de regelgeving voor natuur niet mogelijk is. Dit besluit treedt in werking vanaf het moment waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Terschelling, 9 november 2023, De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,
T.D. de Jong, griffier
C.M. van de Pol, voorzitter
Raadsvoorstel Onderwerp:
Erfgoedverordening 2023
Jaar/nummer: In behandeling bij:
Wethouder Van Essen
Voorstel De Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2023 gewijzigd vast te stellen.
Samenvatting De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Erfgoedverordening moet aansluiten op de Omgevingswet. Er is om deze reden een ontwerp Erfgoedverordening opgesteld, welke 4 weken ter inzage heeft gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend, maar er is wel een ambtshalve aanpassing aangebracht. Het voorstel is om de Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2023 vast te stellen.
Toelichting Voor de opbouw van de verordening en de toelichting is aangesloten bij de modelverordening van de VNG. De VNG maakt modelverordeningen met een hoge juridische kwaliteit, welke op lokaal niveau goed toepasbaar zijn. Gemeenten kunnen deze modelverordening (deels) overnemen. De modelverordening van de VNG zorgt voor een juiste aansluiting van de Erfgoedverordening op de Omgevingswet. De definities en verwijzingen uit de verordening uit 2019 wijken dusdanig af van formuleringen zoals vereist voor een juiste aansluiting op de Omgevingswet, dat ervoor is gekozen om de huidige Erfgoedverordening in te trekken, en een nieuwe verordening op te stellen waarbij de modelverordening van de VNG als leidraad dient. Met het slechts doorvoeren van technische wijzigingen kon geen juiste aansluiting op de Omgevingswet worden gebord. De modelverordening van de VNG als leidraad nemen heeft een aantal voordelen. Ten eerste wordt de verordening eenvoudiger, helderder, leesbaarder en toegankelijker. Ten tweede wordt een aansluiting op de Omgevingswet beter geborgd. Mocht de VNG in de loop van de tijd constateren dat de verordening een aanpassing behoeft, dan kan deze gemakkelijker worden overgenomen. Hoofdzakelijk zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2019: Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn aangepast.
Definities zijn, waar nodig, aangepast of aangevuld. De grondslagen zijn aangepast. Het aantal artikelen is verminderd, dit komt o.a. doordat bijvoorbeeld de wijziging en intrekking van een aanwijzing in losse artikelen waren opgenomen en dit nu is samengevoegd. Voor de actualisatie van deze verordening is geen reguliere was-wordt tabel beschikbaar, aangezien de oude en nieuwe verordening hiervoor qua opbouw te veel van elkaar afwijken. Een reguliere was-wordt tabel zou de leesbaarheid niet
2
ten goede komen. Wel is er een was-wordt tabel op hoofdlijnen bijgevoegd, welke een toelichting op de gedane aanpassingen verschaft. Ambtshalve wijziging Na de inzagetermijn is er een ambtshalve wijziging doorgevoerd. Het betreft een wijziging in artikel 23, lid 1, sub b ter verduidelijking van de bedoeling van dit artikel. In de ontwerpverordening stond het volgende: Artikel 23. Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: […] b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; […] Dit artikel is als volgt gewijzigd: Artikel 23. Vangnet archeologie 1.
Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: […] b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met de op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) aangegeven toegestane mate van verstoring; […] De ambtshalve wijziging is aangebracht omdat niet alle advieszones van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) zijn overgenomen in de huidige bestemmingsplannen. De wijziging wordt aangebracht als een vangnet, om archeologische monumenten, waarden of verwachtingen in deze gebieden te beschermen.
Historie De ontwerp Erfgoedverordening is reeds behandeld in de commissievergadering van 6 juli 2023 en in de raadsvergadering van 20 juli 2023. Op grond van de Inspraakverordening is inspraak verleend aan ingezetenen van de gemeente
3
Terschelling en anderen die belanghebbende zijn in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht. De inspraakperiode bedroeg 4 weken, en liep van 28 juli tot 25 augustus 2023.
Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Om de werking van de Erfgoedverordening te behouden na inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan moet er voor 1 januari 2024 een nieuwe verordening zijn vastgesteld en bekendgemaakt.
Belang voor toerisme/samenleving/economie Zorgvuldige omgang met het erfgoed en de cultuurhistorische waarden van Terschelling is van essentieel belang voor het toerisme, de samenleving en daarmee ook voor de economie.
Financiële/personele/organisatorische gevolgen Vooralsnog zijn er geen financiële, personele of organisatorische gevolgen. Afgezien van de reguliere werkzaamheden om de verordening te laten aansluiten op de Omgevingswet.
Communicatie/interactiviteit Er is reeds inspraak verleend aan ingezetenen van de gemeente Terschelling en anderen die belanghebbende zijn in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.
Advies van de raadscommissie P.M.
Ter inzage liggende stukken 1. Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2023 2. Was-wordt tabel erfgoedverordening
Datum behandeling in B&W + ondertekening Terschelling, 19 september 2023, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,
H.M. de Jong, secretaris/directeur
C.M. van de Pol, burgemeester
Raadsbesluit Onderwerp: Jaar:
Erfgoedverordening 2023 2023
De raad van de gemeente Terschelling; Gelezen het raadsvoorstel van 19 september 2023; Besluit De Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2023 gewijzigd vast te stellen.
Terschelling, 9 november 2023 De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,
T.D. de Jong, griffier
C.M. van de Pol, voorzitter
Raadsvoorstel Onderwerp: Jaar/nummer: In behandeling bij:
Hervaststelling Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling 2023 Wethouder Van Essen
Voorstel Het herziene Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling vast te stellen.
Samenvatting Op 13 juli 2022 is het Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling vastgesteld. Tegen het besluit is één beroepschrift ingediend gericht op de twee standplaatsen nabij de terminal op het Veerhaventerrein. Het beroep geeft aanleiding het bestemmingsplan lopende de beroepsprocedure aan te passen. Het college heeft met deze aanpassing ingestemd en vraagt de gemeenteraad om het bestemmingsplan voor de aangepaste delen opnieuw vast te stellen.
Toelichting Tegen het op 13 juli 2022 vastgestelde Paraplubestemmingsplan is één beroepschrift bij de Raad van State ingediend. In dat beroepschrift wordt onder meer gewezen op enkele onvolkomenheden in het plan met betrekking tot de standplaatsen bij de terminal op het Veerhaventerrein. Dat geeft aanleiding om lopende de beroepsprocedure het bestemmingsplan alvast te repareren. De Raad van State is hiervan op de hoogte gesteld. De reparatie betreft enkele ondergeschikte aanpassingen die rekening houden met de bestaande situatie. De beroepszaak blijft wel in stand, omdat reclamanten nog een andere beroepsgrond aanvoeren, namelijk het jaarrond benutten van de standplaats, waarmee de gemeente niet in kan stemmen. Hierover zal de Afdeling een uitspraak moeten doen. In het beroepschrift is aangegeven dat de bestaande en vergunde maatvoeringen van de standplaatsen niet overeenkomen met de in de regels opgenomen standaardmaatvoeringen voor de standplaatsen. Daarmee zijn de kramen qua omvang vanaf 2023 niet meer toegelaten, wat niet de bedoeling van de regeling is. De gemeente is niet van plan om actief de kramen qua omvang aan te laten passen. In dat geval rest alleen een positief bestemmen. De beroepsgronden gericht op de maatvoeringen zijn daarmee gegrond.
Om te voorkomen dat dit nog onderwerp ter zitting wordt, is het raadzaam deze aanpassingen nu alvast lopende de procedure door te voeren. In bijgaand aangepaste bestemmingsplan zijn de maatvoeringen specifiek afgestemd op de verleende vergunningen. Zolang de betreffende bouwwerken door de huidige exploitanten worden gebruikt om de standplaats in te richten gelden deze maatvoeringen. Het is uiteindelijk, vanuit het gelijkheidsbeginsel, gewenst dat voor iedere standplaats dezelfde maatvoeringen gelden. Vandaar dat de specifieke regeling persoonsgebonden is gemaakt. Zodra de standplaats aan een andere exploitant wordt toegekend, zal deze de standplaats in moeten richten conform de uniform geldende regels voor de standplaatsen.
2
Het betreft hier een ondergeschikte aanpassing van het bestemmingsplan overeenkomstig verleende omgevingsvergunningen. Daarom wordt voorgesteld het bestemmingsplan niet als ontwerp ter inzage te leggen. Tegen de verleende omgevingsvergunningen hebben ook al rechtsgangen open gestaan. Wij stellen uw raad dan ook voor in te stemmen met de aanpassingen en het aangepaste bestemmingsplan vast te stellen. Met deze hervaststelling wordt dan deels tegemoet gekomen aan de beroepsgronden. De Raad van State wordt van de hervaststelling op de hoogte gebracht. De hervaststelling gaat daarmee deel van de beroepsprocedure worden.
Historie Op 13 juli 2022 heeft uw gemeenteraad het bestemmingsplan vastgesteld.
Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving Er wordt gekozen voor de reparatie naar aanleiding van het beroepschrift voordat het tot zitting komt, omdat de gemeente anders tijdens de zitting in het ongelijk gesteld en door de Raad van State alsnog verzocht om het bestemmingsplan aan te passen. Met de reparatie staan de beroepsgronden niet meer ter discussie en zal de zitting alleen nog gaan over de beroepsgrond waarover we van mening verschillen. De vergunningen worden ieder jaar aan exploitanten verstrekt. De situatie is denkbaar dat andere personen in aanmerking willen komen voor de standplaatsen. Daarmee is in het bestemmingsplan rekening gehouden. Als de huidige exploitanten de vergunning behouden, mogen zij de huidige bouwwerken met de afwijkende maatvoeringen daarvoor gebruiken. Worden de vergunningen aan andere personen verleend, dan moeten die exploitanten aan de algemene regels voor standplaatsen voldoen. Het zou kunnen dat dit nog lopende de beroepsprocedure gebeurt, omdat die procedures vaak veel tijd in beslag nemen. In dat geval hebben de huidige exploitanten die het beroep hebben ingediend in beginsel geen belang meer bij de zaak. Het kan in theorie ook zijn dat dit nog gebeurt voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. In dat geval kan de vaststelling achterwege blijven.
Van die situatie is op dit moment echter nog geen sprake, vandaar dat eerst vanuit de huidige situatie wordt voorgesteld tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Belang voor toerisme/samenleving/economie N.v.t.
Financiële/personele/organisatorische gevolgen De aanpassing van het bestemmingsplan kan worden betaald uit de algemene middelen die voor bestemmingsplannen beschikbaar is.
Communicatie/interactiviteit De communicatie verloopt op de gebruikelijke wijze en via de Raad van State.
Advies van de raadscommissie …
Ter inzage liggende stukken
3
Het vast te stellen bestemmingsplan.
Datum behandeling in B&W + ondertekening Terschelling, 20 december 2022 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling, H.M. de Jong, secretaris/directeur
C.M. van de Pol, burgemeester
Raadsbesluit Onderwerp: Jaar:
Hervaststelling Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling 2023
De raad van de gemeente Terschelling; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 december 2022; Besluit: 1. Het herziene bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling, met identificatienummer NL.IMRO.0093.PH2021STANDPLTSNVA02, vast te stellen. Aldus vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering van 4 oktober 2023
Terschelling, 8 november 2023 De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,
T.D. de Jong, griffier
C.M. van de Pol, voorzitter