CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Terschelling Aandachtspunten woonvisie - 21 januari 2024

Raadscommissie 27 maart 2024, gemeente TerschellingBij agendapunt: Rekenkamerrapport Woonvisie12.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook zit er een behoorlijke tijd tussen de formele periode van het voorgaande Woonplan dat liep tot 2016 en de Woonvisie (oktober 2017). Inhoud Woonvisie 2017 met doelen, doelgroepen en instrumenten ● De doelen zijn deels kwantitatief vastgesteld, met name waar het gaat om bouwopgaven. Tegelijkertijd zijn de doelen in eerste instantie met enige onzekerheidsmarges vastgesteld. Later zijn de kwantitatieve doelen nader gespecificeerd met name aan de onderkant van de bandbreedte. Andere doelen dan de concrete bouwopgaven zijn meestal in kwalitatieve termen en daardoor niet goed te monitoren. ● Ten aanzien van de grootte van de woningen binnen de bouwopgave en de duurzaamheidsopgaven zijn de doelen gewijzigd. Wat betreft het toelaten van grotere woningen (tot 130 m2) is dat opmerkelijk omdat het niet aansluit bij de wens om vooral kleinere woningen voor starters te bouwen. De duurzaamheidsdoelen die WoonFriesland hanteert, zijn niet geheel consistent met de doelen zoals ze in de Woonvisie zijn geformuleerd. ● De hoogte van de grenswaarden van de koopprijs en de huur in de Huisvestingsverordering zijn in een aantal stappen fors verhoogd, mede op basis een amendement van de raad. De onderbouwing en het doel van de specifieke verhogingen is niet altijd goed in de betreffende beleidsdocumenten terug te vinden.

● Op Terschelling is gekozen voor een belangrijk aandeel van particuliere initiatieven om de doelen te bereiken. Dat is op voorhand lastiger te realiseren vanwege de afhankelijkheid van de marktvraag, en vraagt veel inzet van de gemeentelijke organisatie. In de Woonvisie is daarover weinig te vinden. Wel staat in de Woonvisie dat het “noodzakelijk” is om het toepassen van de regels, monitoring van de effecten en goed samenspel tussen gemeente, woningcorporatie, ontwikkelaars en bewoners goed te organiseren. 71 De oplossing hiervoor is vooral gezocht in het ambtelijke Woonteam dat zich bezig moest houden met de vele vragen van initiatiefnemers en de knelpunten die men tegenkwam. ● In de prestatieafspraken is vertraging van de realisatie geconstateerd, ondanks dat de gemeente de woningcorporatie “hier in diverse gesprekken voortdurend aan” houdt. 72 Het nakomen van de prestatieafspraken is een belangrijk deel van de uitvoering van woonbeleid, en vraagt zeker aandacht en

71 KAW, Woonvisie Terschelling. Naar meer balans op de woningmarkt, 17 oktober 2017, p.10. 72 Gemeente Terschelling, Voortgang Woonprogramma +135+, 25 maart 2021, p. 4.

18

ook goede monitoring. Verantwoordingsinformatie voor de raad: bewaken van de voortgang van het woonbeleid ● De voortgangsrapportages aan de raad betreffen vooral de uitvoering op gedetailleerd niveau. De spiegelzijde daarvan is dat er op de hoofdlijnen van de Woonvisie onvoldoende informatie is om te kunnen controleren en te kunnen sturen. De raad zal bij het ontbreken van de informatie op hoofdlijnen ook logischerwijs meer vragen over details van de uitvoering waarover wel informatie beschikbaar is. Hierdoor ontstaat het risico dat de aandacht van de raad gaat naar details en het oplossen van (afzonderlijke) knelpunten, in plaats van de hoofddoelstellingen van de Woonvisie. ● Door te kiezen voor informatievoorziening in het raadsagendapunt “Grote projecten’ is er weliswaar systematisch informatie voor de raad over de voortgang van met name de bouwopgaven, maar ontbreekt een systematische informatievoorziening en monitoring richting raad over de bredere doelen en kaders van de Woonvisie. Vergelijking met andere eilandgemeenten ● In alle vijf Waddengemeenten was er voorafgaand aan de oude Woonvisie niet een duidelijk beeld van de specifieke situatie van de eilander woningmarkt. De specifieke situatie was toentertijd ook niet vastgelegd in regionale woningbouwafspraken met de betrokken provincie.

Door de vier Friese Waddengemeenten is samen met de provincie Fryslân in 2016 wel een vooronderzoek gedaan waaruit de specifieke eilander situatie bleek. In het geval van Texel was intensief overleg met de provincie Noord-Holland nodig om een ‘status aparte’ te formuleren. Dit laat zien dat het gezamenlijk optrekken om de specifieke eilandsituatie goed te duiden zeer nuttig is. Bij de Regiodeal is dat ook gedaan. ● De Woonvisies van de vijf eilandgemeenten verschillen in mate van concreetheid en toepasbaarheid op de specifieke eilander situatie. De Woonvisies variëren van meer algemeen - verkennend - van karakter, tot concreet en met specifieke eilander toepassingen. Het delen van elkaars aanpak en opzet van de woonvisies kan helpen om de concreetheid en toepasbaarheid te versterken, en daarmee het inzicht de doelrealisatie. ● Een opvallend verschil tussen de eilanden is de positie van de woningcorporatie. Op Schiermonnikoog, Terschelling en Vlieland is WoonFriesland actief die ook elders in de provincie (in totaal in 16 gemeenten) actief is. Op Texel is Woontij actief, gericht op Texel en twee andere gemeenten in de Kop van Noord-Holland. Ameland kent de unieke positie van een eigen gemeentelijk woningbedrijf.

De verschillen hebben onder meer gevolgen voor hoe de huurdersparticipatie is geregeld, en voor hoe beleidsuitvoering is vastgelegd (via interne beleidskaders zoals op Ameland of prestatieafspraken zoals op de andere eilanden). Er zijn dus verschillende modellen om het sociale-huurwoningenbeleid te organiseren. ● Een vergelijking van de eilanden laat ook zien dat het beleidsproces rond de huisvestingsverordening varieert. Er zijn op de meeste eilanden veelal wijzigingen nodig geweest die vrij kort op elkaar in de gemeenteraad aan de orde zijn gekomen. Wijzigingen zijn soms door het college en in een enkel geval op verzoek van de gemeenteraad doorgevoerd. Over het algemeen geldt dat het instellen van een huisvestigingsverordening goed onderbouwd en gebaseerd op specifieke woningschaarste moet zijn. Niet altijd wordt dat bij de invoering of wijzigingen huisvestingsverordeningen goed onderbouwd en ook wordt niet altijd gemonitord of met de verordening de beoogde resultaten worden gerealiseerd. ● Weliswaar worden meestal in de woonvisies doelgroepen onderscheiden, maar niet altijd worden daarbij ook op die doelgroepen gerichte instrumenten benoemd. En ook wordt niet altijd de mate van doelrealisatie specifiek per doelgroep inzichtelijk gemaakt in latere fasen van beleid.

‘Aandachtspunten voor de raad om in positie te komen en te blijven bij de nieuwe (concept)woonvisie’ Hierna staan 15 praktische handvatten of aandachtspunten die de raad kunnen ondersteunen bij het beoordelen van de nieuwe (concept)woonvisie. De aandachtspunten betekenen niet automatisch dat het bij de vorige visie op die punten niet goed is gedaan; hiervoor is aangegeven dat een aantal stappen in het proces bij de oude Woonvisie goed ging, maar ook dat een aantal zaken meer aandacht hadden kunnen krijgen. Onderstaande aandachtspunten zijn te beschouwen als een checklist waarmee de nieuwe woonvisie beoordeeld kan worden. 19

1

2

3.

4.

5.

6.

7.

Andere partijen (stakeholders) Aandachtspunten Rol gemeenteraad kaderstellend Inzicht voor de raad in opvattingen en De gemeenteraad moet vroegtijdig en op een inzichten van stakeholders (andere navolgbare manier worden betrokken bij de overheden, woningcorporatie, private probleemanalyse en het vormgeven van het partijen, enz.) beleidskader van de woonvisie. Maak aan het begin van het proces stappen in de Inventariseer wanneer welke partijen betrokken worden. beleidscyclus helder en maak daar afspraken over; maak ook afspraken over reikwijdte en diepgang van de woonvisie (welke doelgroepen, aandacht voor de woonzorgvisie, enz.) Andere Waddeneilanden, provincie en Zoek de gezamenlijkheid van de eilanden op, vanwege de gedeelde unieke woningmarktsituatie, andere gemeenten zodat de specifieke problematiek duidelijk is ook voor andere partijen, zoals de provincie. Doelen en onderbouwing Zorg dat stakeholders vroegtijdig bij de start van Stakeholders: andere overheden, het proces worden betrokken; koppel resultaten woningcorporatie, zorginstellingen, projectontwikkelaars en (andere) van het beleid ook terug naar stakeholders.

Relatie andere beleidsterreinen

Sturing/instrumenten

Duidelijkheid over (verander)opgaven ● op gerelateerde beleidsterreinen die van invloed (kunnen) zijn op de woonvisie, zoals zorg en energie. Geef aan hoe de woonvisie aansluiting op de reguliere P&Ccyclus. Vergelijk daarbij ook hoe (proces)stappen zijn geregeld bij andere kadernota’s.

●

Vergelijk de specifieke situatie op andere beleidsterreinen.

●

Startnotitie/ Koersdocument

Beleidsdocumenten: uitvoeringsagenda (woningbouwplan), huisvestingsverordening

● ●

Prestatieafspraken Monitor en voortgangsinformatie

Gezamenlijk (voor)onderzoek/ probleemanalyse

●

Regionale woningbouwafspraken/ Regiodeal

Kijk naar dwarsverbanden met ● Startnotitie/ Koersdocument andere initiatieven/plannen, ● Aandachtspunten bespreken in overleg bijvoorbeeld op het gebied van zorg, met stakeholders private partijen, inwoners, enz.. arbeidsmarkt, duurzaamheid enz. Inventarisatie van belangen en invloed Neem de vraag mee hoe het ● Startnotitie/ Koersdocument van stakeholders. woonbeleid kan bijdragen aan ● Overleg/bespreken met stakeholders problemen op andere beleidsterrei● Gebruik trendanalyses van CBS, . nen (armoede, energie, zorg enz.) (regionale) planbureaus etc.

Zorg voor een goede probleemanalyse (met knelpunten, kansen en trends), met een evaluatie van de voorgaande woonvisie. Neem ervaringen van andere eilanden mee. Doelen moeten concreet, meetbaar en navolgbaar Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op realisatie zijn geformuleerd; verwachte effecten van van doelen, en wat de impact van instrumenten en trends moeten zijn aangegeven.

Relatie met doelen op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn, zoals zorg, energie enz.

●

Doelformulering en heldere relatie met (effectieve) inzet van instrumenten.

●

gemeentelijke beleid is. Doelgroepen zijn ook stakeholders met Verschillende doelgroepen hebben ● wensen en belangen. relatie met andere beleidsterreinen: personeelshuisvesting met toerisme/ economie, ouderen met zorg enz.

Als in de woonvisie doelgroepen, zoals ouderen, jongeren en personeel worden benoemd, doe dat dan op basis van een goede beschrijving en probleemanalyse per doelgroep. Andere partijen (stakeholders) Aandachtspunten

Relatie andere beleidsterreinen

‘1-op1’ terug laten komen in monitoring Doelgroepanalyse

Sturing/instrumenten

20

Opzet en uitvoering Zorg dat de keuze van instrumenten passend en Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op de inzet en effectief is in relatie tot de gekozen effectiviteit van instrumenten. ambities/doelen en doelgroepen. Woningcorporatie, huiseigenaren 9. Als er wordt gekozen voor een huisvestings(koopwoningen) en huurders verordening, dan moet helder zijn welke (huurwoningen) problemen met de verordening worden opgelost, met een heldere onderbouwing en inzicht in de realisatie van de doelen. 10. Zorg voor een goede onderbouwing van beleid, en Maak gebruik van informatie van stakeholders en trendanalyses van gebruik actuele cijfers. 8.

11. Bij ambities/doelen horen ook middelen en menskracht (fte’s); breng goed in beeld wat budgettaire gevolgen (kunnen) zijn. 12. Breng onzekerheden goed in kaart juist ook op (middel)lange termijn omdat woonbeleid op langere termijn speelt. 13 Wees helder over de rol van de gemeente met name ook t.o.v. andere partijen.

Relatie met instrumenten op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn.

● ●

Inzicht in (kosten)effectiviteit instrumenten

Bekijk wat vergunningstelsel betekent ● voor toerisme/economie.

CBS, planbureaus, etc.

Mogelijk is er op andere beleidsterreinen al relevante informatie beschikbaar.

(keuze van gemeenteraad i.s.m. college)

Grondbeleid en financiële positie gemeente, etc.

Doel middel boom

Huisvestngsverordening

●

Onderzoeksrapporten, achtergronddata (zoals www.waarstaatjegemeente.nl)

● ● ●

Welke onzekerheden voor de realisatie Onzekerheden kunnen ook van doelen kunnen voortkomen uit de voortkomen uit beleid op andere rol van stakeholders? terreinen.

●

Andere overheden, woningcorporatie, woningeigenaren/ projectontwikkelaars, ondernemers (huisvesting personeel)

● ● ●

Trendanalyses CBS, planbureaus etc. Grondbeleid Financieel beleid

Gebruik bestaande lange termijn scenario’s van CBS, (regionale) planbureaus etc. om onzekerheden inzichtelijk te maken. Regionale afspraken, zoals Regiodeal Prestatieafspraken Eventuele afspraken met private

partijen

Rol gemeenteraad controlerend ● Inventariseer partijen die informatie Monitoring kan ook gerelateerd 14. Maak vooraf duidelijke afspraken over vorm, ● Monitor/voortgangsrapportages, kunnen aandragen (denk bijvoorbeeld worden aan andere beleidsterreinen. inclusief heldere fasering in tijd (controlerende inhoud en frequentie van de monitoring en aan de woningcorporatie, CBS, taak). informatievoorziening rond het woonbeleid en Planbureaus etc). kom deze gezamenlijk ook na. ‘15. Markeer en onderbouw bijstellingen van doelen en Doelen en doelrealisatie zijn mede ● Raadsinformatie: markeer en motiveer afhankelijk van wat er bij stakeholders voor de raad bijstellingen van het beleid. van eventuele afwijkingen van de doelrealisatie; gebeurd. ● Update woonvisie maak een update van de woonvisie als veranderingen in doelen of trends dat nodig maken.

21

22

Bijlage I – Opzet en verantwoording onderzoek Aanleiding onderzoek Nieuwe woonvisies Alle vijf eilandgemeenten zijn bezig met het vernieuwen van hun woonvisie. Aanleiding voor de nieuwe woonvisies is onder meer de recente aanpassing van de Woningwet (artikel 42), die gemeenten verplicht een woonvisie te hebben (vanaf 1 januari 2024) die maximaal vijf jaar geldig is – eerder was die verplichting er niet. De woonvisie is mede de basis voor de prestatieafspraken met woningbouwverenigingen die belangrijk zijn voor het huursegment van de woningvoorraad in een gemeente. Daarbij komt ook de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting, waarin zaken worden geregeld rond aantallen woningen en locaties (zie https://www.volkshuisvestingnederland.nl/ onderwerpen/wet-versterking-regievolkshuisvesting/nieuws/2023/02/16/wetsvoorstel-versterking-regie-volkshuisvesting-in-consultatie. Onderdeel is verder dat er (verplicht) aandacht is voor huisvesting van aandachtsgroepen en de zorg- en ondersteuningsbehoefte in relatie tot wonen (de zogenoemde woonzorgvisie). De woonzorgvisie moet onderdeel zijn van de nieuwe woonvisie. Parallel aan het ontwikkelen van een nieuwe woonvisie zijn gemeenten bezig met het aanpassen van de huisvestingsverordening.

Dat is extra relevant vanwege de aanpassing in de Huisvestingswet die de gemeente meer mogelijkheden biedt om toeristische verhuur van woonruimte te voorkómen of te beperken en om opkoopbescherming in te voeren. Op 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Gemeenten hebben hiermee de bevoegdheid om door middel van de Huisvestingsverordening een registratie-, meld- en/of vergunningplicht of ontheffingsplicht in te stellen om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren en te controleren. Dit kan via (aanpassing van) de gemeentelijke huisvestingsverordening worden geregeld. Het vernieuwen van de woonvisies vindt ten slotte mede plaats in het kader van aan de eilandgemeenten toegekende middelen voor (versnelde) woningbouw en de Regio Deal waarin (passend) wonen een belangrijke plaats inneemt. De Regio Deal middelen (15,5 miljoen euro van het Rijk; 9 miljoen van de provincies en 9 miljoen van de gemeenten zelf) worden ingezet voor het gezamenlijke Programma Waddeneilanden van de vijf Waddengemeenten. In het programma is ‘Goed Wonen & Leven’ een onderdeel en daarvan is weer een onderdeel ‘Meer passende woningen realiseren’ (zie https://www.dewaddeneilanden.nl/meer-passendewoningen).

Daarnaast krijgen de Waddeneilanden 5 miljoen euro voor het versneld bouwen van minstens 200 woningen (de verwachting is dat de eerste 75 huizen voor 2025 klaar moeten zijn); tweederde van die huizen moet 'betaalbaar' zijn. De Waddeneilanden beogen om zelf tot 2030 zo'n 50 miljoen euro te investeren. Recent zijn de Regionale Woondeals getekend. (Zie: https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/5140_ woondeal_wadden_web.pdf?cb=VU1n_17, en https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/ Bouwen_Wonen/Regionale_woonafspraken/Woonakkoorden/Woonakkoord_Kop_van_Noord_Holland_2022_202 6.pdf. Complex proces Het komen tot een (nieuw) woonbeleid is een complex proces. Deels vanwege de breedte van de inhoudelijke thema’s die op het gebied van woonbeleid spelen. Deels door de specifieke woningmarkt-omstandigheden van de eilanden. Ook speelt mee dat de gemeente niet als enige beleid voert, maar afhankelijk is van andere publieke en private partijen. Het vernieuwen van de woonvisie neemt dan ook enige tijd in beslag waarbij vaak een extern bureau wordt ingeschakeld. Dat bureau onderzoekt de voor de gemeente relevante trends op woongebied en formuleert een concept plan.

Doel en afbakening onderzoek 23

Tegen deze achtergrond heeft de rekenkamercommissie een quick scan onderzoek gedaan naar het woonbeleid. Het onderzoek betreft geen standaard (evaluatie-)onderzoek zijn waarin het gevoerde beleid wordt doorgelicht en er aanbevelingen voor beleid(suitvoering) worden gedaan. Het onderzoek is er op gericht om praktische handvatten of aandachtspunten te geven die de raden ondersteunen bij het beoordelen van de nieuwe (concept)woonvisies. Het onderzoek is met name gericht op het ondersteunen van de gemeenteraden in zijn kaderstellende rol. De rekenkamercommissie wil de raad informeren over opvallende inzichten bij het woonbeleid van de afgelopen jaren, zodat de raad die inzichten kan meenemen bij de nieuwe woonvisies. Daarmee beoogt het onderzoek bij te dragen aan een goed proces om te komen tot nieuw lokaal woonbeleid waar de rollen van het college, de raad en externe stakeholders helder zijn. Het doel van het onderzoek is het ondersteunen van de gemeenteraden in hun kaderstellende rol over de (concept-)woonvisies en inzicht geven in de vraag in hoeverre de mogelijkheden worden benut om sturing te geven aan de doelen die met het woonbeleid beoogd worden.

Het quick scan onderzoek is gericht op praktische lessen en concrete aandachtspunten over: ● De formulering van doelen/beleidskaders ● De keuze van instrumenten ● De relatie met stakeholders ● De onderbouwing van beleid(skeuzes) ● Specifieke thema’s voor de eilanden (zoals bewoning van recreatiewoningen, recreatief gebruik van woningen, personeelshuisvesting e.d.) ● Rol en sturing raad (monitoring en informatie) Afbakening quick scan onderzoek woonbeleid Het onderzoek is een quick scan onderzoek waarbij alleen wordt gekeken naar de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s, huisvestingsverordeningen en andere daarmee verband houdende uitvoeringsdocumenten. In die documenten wordt gekeken naar de wijze waarop is omgegaan met de onderwerpen die hiervoor zijn genoemd. Op die onderwerpen zal worden gekeken hoe die in het verleden bij de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en verordeningen zijn meegenomen en/of vorm gegeven. Het onderzoek beoordeelt de huidige (‘oude’) woonvisies en uitvoeringsprogramma’s op de formulering en omgang met doelen, thema’s, integraliteit en mate van sturing. Het onderzoek betreft niet een evaluatie van het huidige beleid, en levert ook niet een inhoudelijk advies op over de nieuwe woonvisie. De rekenkamer-commissie geeft geen inhoudelijk oordeel over hoe het beleid in de nieuwe woonvisie er uit zou moeten zien.

Dat is immers onderdeel van het proces dat de colleges zelf in werking hebben gezet.

Onderzoeksvragen Hoofdvraag van het onderzoek is: Hoe kunnen de gemeenteraden worden ondersteund in hun kaderstellende rol over de (concept) woonvisies en in hoeverre kunnen de mogelijkheden optimaal worden benut om sturing te geven aan het woonbeleid? Deelvragen 1. Hoe zijn de doelen tot stand gekomen en geformuleerd, en zijn ze concreet, en navolgbaar? 2. Zijn tussentijdse wijzigingen van de doelen navolgbaar voor de raad? 3. Welke instrumenten zijn ingezet en is die inzet passend bij de doelen? 4. Zijn de financiële gevolgen in beeld gebracht? 5. Is het speelveld en de relatie met stakeholders in kaart gebracht? 6. Hoe is het beleid onderbouwd (met data en onderzoek)? 24

7.

In welke mate en op welke wijze is er aandacht besteed aan voor de eilanden relevante en specifieke thema’s? 8. Zijn de beleidsrisico’s in kaart gebracht? 9. Is er sprake van een systematische wijze van rapporteren aan de raad over de realisatie van de doelen? 10. Hoe is de rol van en sturing door de raad (monitoring en informatie) georganiseerd? 11. Welke aandachtspunten kunnen worden meegegeven aan de raden bij het proces van kaderstelling richting de nieuwe woonvisies? De huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en huisvestingsverordeningen worden getoetst op een aantal criteria (normen) die de rekenkamercommissie normaliter hanteert, gebaseerd op doelmatigheid, doeltreffendheid en de kaderstellende rol van de raad (zie het kader). Bij de toetsing is ook gebruik gemaakt van lessen die voortkomen uit het zogenoemde metadossier woonbeleid van de NVRR (Nederlandse Vereniging van Rekenkamers &n Rekenkamercommissies). Bij de doelen en onderwerpen is onder meer gekeken naar of de doelen SMART geformuleerd zijn en of ze logisch samenhangen met de gemeentelijke visie en bredere doelen op provinciaal en nationaal niveau. Ook is gekeken of doelen, instrumenten, monitoring en informatievoorziening passen bij een volledige beleidscyclus.

Bij stakeholders is gekeken of de betrokkenheid gebaseerd is op een volledige stakeholderinventarisatie en stakeholderanalyse (van invloed en belangen). Bij de onderbouwing is gekeken naar of die gebaseerd is op uitkomsten van (wetenschappelijk) onderzoek en of gebruik wordt gemaakt van actuele en betrouwbare gegevens.

Verantwoording onderzoek Omdat het onderzoek een quick scan betreft, beperkte het onderzoek zich voornamelijk tot analyse op hoofdlijnen van bestaande documenten. De aanpak van het onderzoek bestond uit een analyse van de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en huisvestingsverordeningen op basis van documentanalyse. Naast de documentanalyse is per gemeente een interview worden gehouden met meest betrokken beleidsmedewerker(s). Tot slot is ook een vergelijking genaakt tussen de eilandengemeenten van belangrijke inzichten, zodat de eilanden waar mogelijk van elkaar kunnen leren.

25

Bijlage II – Normenkader onderzoek

Deelvragen onderzoek (PvA)

Indicator

Norm

DOELEN EN ONDERBOUWING 1.

2.

Hoe zijn de doelen tot stand gekomen en geformuleerd, en zijn ze concreet, en navolgbaar?

Zijn tussentijdse wijzigingen van de doelen navolgbaar voor de raad?

•

Formulering doelen

•

•

Achtergrond doelen (probleemanalyse)

•

•

Aansluiting kaders/consistentie doelen

•

•

Integraliteit van de doelen

•

•

Doelgroepen: starters, ouderen, mensen met beperkingen/chronisch zieken (woonzorgvisie)

•

Concreet, SMART, vertaalbaar naar volgbare indicatoren Doelen gebaseerd op probleem en relatie met begrotingsdoelen (doelenboom) Er is een duidelijke aansluiting van de doelen in de woonvisie, het uitvoeringsprogramma en de huisvestingsverordening Integraliteit van de doelen: wordt woonbeleid in samenhang bezien met bijv. economie, milieu en (ouderen)zorg. Doelgroepen volledig meegenomen

•

•

(Idem)

•

(Eventuele) wijzigingen na initiële woonvisie: in lijn met/afwijking van oorspronkelijke doelen Formulering

•

(Idem)

3.

Is het speelveld en de relatie met stakeholders in kaart gebracht?

• •

Stakeholderinventarisatie Stakeholderanalyse

• •

Speelveld helder in beeld Beleid afgewogen tegen invloed/belangen van derden (realistisch)

4.

Hoe is het beleid onderbouwd (met data en onderzoek)?

• •

Gebruik van data Onderbouwing met woon(behoefte)onderzoek

• •

Actueel en relevant Voldoende kwaliteit/reikwijdte onderzoek

OPZET EN UITVOERING

•

Welke instrumenten zijn ingezet en is die inzet passend bij de doelen?

•

Aard en type instrumenten

•

Gebaseerd op gemeentelijk instrumentarium

•

Reikwijdte instrumenten (effectiviteit)

•

•

Doel-middel relatie

•

Er is sprake van een logische relatie tussen de doelen en de gekozen instrumenten (instrument – verwacht beleidsdoel) Heldere doel-middelrelatie (zicht op effectiviteit)

Is helder aangegeven welke instrumenten budgettaire gevolgen hebben, en hoe daarmee in het kader van de P&C-cysclus wordt omgegaan?

•

•

Inzicht in welke instrumenten budgettaire gevolgen hebben voor de gemeente en heldere plaats in P&C-cyclus.

•

Gemeentelijke inzet financieel, zoals bijvoorbeeld starterslening, fondsvorming, duurzaamheidslening, grondbeleid, etc. Korte en lage termijn gevolgen

•

Idem

In welke mate en op welke wijze is er aandacht besteed aan voor de eilanden relevante en specifieke thema’s?

• •

Marktdruk/begrenzing woningprijzen Personeelshuisvesting

• •

Regeling/verordening aanwezig Beleid aanwezig/geformuleerd

• •

Toeristisch gebruik woningen Permanente bewoning recreatiewoningen

• •

Beleid aanwezig/geformuleerd Beleid aanwezig/geformuleerd

Zijn onzekerheden in kaart gebracht?

•

Marktontwikkelingen: toekomstige verhouding vraag-aanbod (mismatch)

•

Inzicht in toekomstige marktontwikkelingen en aansluiting vraag en aanbod

5.

6.

7.

8.

•

26

• •

Gevolgen voor betaalbaarheid/groepen met laag inkomen Enz.

• •

Inzicht in gevolgen voor betaalbaarheid voor doelgroepen Enz.

ROL GEMEENTERAAD

•

Is er sprake van een systematische wijze van rapporteren aan de raad over de realisatie van de doelen (monitoring en informatie)?

•

Rapportage/terugkoppeling van college aan raad

•

Systematische/volledige informatievoorziening (gerelateerd aan doelen en met eventueel redenen van de afwijking van doelen)

10. Hoe is de rol van en sturing door de raad georganiseerd?

•

Instrumenten raad

•

Sturingsmogelijkheden optimaal benut

9.

•

27

Bijlage III – Documenten raad Raadsstuk (vet=kerndocument)

Vastgesteld …

Datum

Naar meer balans op de woningmarkt. Woonvisie Terschelling 2017-2021 Nota Inspraak en Overleg Woonvisie Terschelling

Vastgesteld door gemeenteraad

17 oktober 2017

Vastgesteld door gemeenteraad

17 oktober 2017

Huisvestingsverordening 2019

Vastgesteld door gemeenteraad

25 juni 2019

Uitvoeringsprogramma Wonen +135+

Vastgesteld door gemeenteraad

Voortgang Woonprogramma +135+

Informerend

9 september 2019

Voortgang Woonprogramma +135+

Informerend

9 juli 2019

Voortgang Woonprogramma +135+

Informerend

25 maart 2021

Huisvestingsverordening Terschelling 2019, gewijzigd Voortgang Grote Projecten (incl. Programma Wonen 135+) Motie Huisvesting seizoens-personeel

Vastgesteld door gemeenteraad

Huisvestingsverordening Terschelling 2019, gewijzigd Amendement wijziging huisvestingsverordening Terschelling

Vastgesteld door gemeenteraad

13 oktober 2021

Aangenomen door gemeenteraad

13 oktober 2021

7 april 2021 9 juni 2021 (en daarna)

Aangenomen door gemeenteraad

7 juli 2021

28

Bijlage IV – Bestuurlijke reactie (college van B en W) Bestuurlijke reactie Quick scan Onderzoek Woonbeleid (ontvangen 16 januari 2024)

Samenvatting: Op 17 november 2023 is het concept rapport Quick scan Onderzoek Woonbeleid ‘Aandachtpunten Woonvisie Terschelling’, inclusief conclusies en aanbevelingen, opgeleverd door de rekenkamercommissie De Waddeneilanden. De conclusies betreffen een terugblik van de rekenkamercommissie op het proces rond de oude woonvisie. De aanbevelingen zijn gericht op de raad en hebben de vorm van 'aandachtspunten' die kunnen helpen bij het raadsproces rond de nieuwe woonvisie. In het onderzoek naar de oude woonvisie wordt de gelegenheid geboden bestuurlijke wederhoor toe te passen. Het college heeft geen opmerkingen over de aanbevelingen. Besluit: 1. Kennis te nemen van het concept rapport Quick scan Onderzoek Woonbeleid ‘Aandachtpunten Woonvisie Terschelling’ van 17 november 2023 van de rekenkamercommissie De Waddeneilanden. 2. als bestuurlijk wederhoor op het concept rapport Quick scan Onderzoek Woonbeleid ‘Aandachtpunten Woonvisie Terschelling’ van 17 november 2023 van de rekenkamercommissie De Waddeneilanden aan te geven dat het college heeft kennisgenomen van het rapport en geen opmerkingen heeft met betrekking tot de aanbevelingen.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=c59a0548-d61a-4f44-bf4d-0288cb9fd4f6