Bijlage 5 Akte statutenwijziging Stichting Passantenhaven Terschelling - versie dd 5-11-24
Tekst van het document
-1-
AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING PASSANTENHAVEN TERSCHELLING 110821 OG/MB (versie 05-11-2024 t.b.v. raad) Op * verscheen voor mij, ***mr. Oskar Nicolaas Gietema, notaris te Apeldoorn: *. De comparante verklaarde dat het bestuur van de stichting: Stichting Passantenhaven Terschelling, statutair gevestigd te gemeente Terschelling, met adres Werkhaven 1, 8881 GD WestTerschelling, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41003113, hierna te noemen: de stichting, op * heeft besloten om de statuten van de stichting te wijzigen, en haar, comparante, te machtigen om de akte van statutenwijziging te doen passeren. De gemeenteraad van de gemeente Terschelling en Gedeputeerde Staten van de provincie Friesland hebben de ingevolge de statuten vereiste goedkeuringen verleend aan vorenbedoeld besluit tot statutenwijziging. Ter uitvoering van deze besluiten verklaarde de comparante de statuten van de stichting geheel te wijzigen als volgt: ---------------------------------------STATUTEN: Definities Artikel 1. In deze statuten wordt verstaan onder: a. de stichting: de onderhavige stichting; b. de gemeente: de gemeente Terschelling; c. de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Terschelling; d. het College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Terschelling. Naam. Zetel. Artikel 2. 1. De stichting draagt de naam: Stichting Waddenhaven Terschelling. 2.
Zij heeft haar zetel in de gemeente Terschelling. Doel. Artikel 3. 1. De stichting heeft ten doel: a. het beheren en exploiteren van de haven op Terschelling in samenwerking met de gemeente, overeenkomstig haar publieke rol; b. het zorgdragen voor alle mogelijke veiligheid voor de gebruikers van de haven; c. het optimaliseren van de voorzieningen in de haven ten behoeve van de gebruikers, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords. 2. De stichting tracht haar doelen onder meer te verwezenlijken door: a. primair het ter beschikking stellen tegen havengelden van ligplaatsen aan passanten en beroepsvaart; b. het ter beschikking stellen tegen havengelden van vaste ligplaatsen in de passantenhaven; c. al hetgeen met het vorenstaande verband houdt, of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
-2-
Vermogen. Artikel 4. 1. Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door: a. opbrengst uit de havengelden; b. andere opbrengsten uit de exploitatie van de haven; c. subsidies en donaties; d. schenkingen, erfstellingen en legaten; e. alle andere verkrijgingen en baten. 2. Schenkingen kunnen slechts worden aanvaard, indien en voor zover daaraan geen bezwarende voorwaarden en bepalingen zijn verbonden, anders dan die betreffende eventueel verschuldigde schenk-of erfbelasting en de op die schenkingen/dat legaat vallende kosten. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Het bestuur. Artikel 5. 1. De stichting wordt bestuurd door het bestuur, bestaande uit een door het College vastgesteld oneven aantal van drie of vijf bestuurders, te benoemen door de gemeenteraad. Het bestuur kan een niet-bindende voordracht doen voor de benoeming van bestuurders. 2. De gemeenteraad is bevoegd tot schorsing en ontslag van een bestuurder. De gemeenteraad bepaalt de duur van de schorsing en kan deze verlengen. Een besluit tot schorsing dat niet binnen negentig dagen wordt gevolgd door opheffing van de schorsing of ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat de bestuurder over wiens ontslag wordt besloten, vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord, waarbij hij zich door een raadsman kan doen bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt schriftelijk gemotiveerd. 3. Tot bestuurder is niet benoembaar: a. degene die vijf jaren of korter voorafgaand aan de voorgenomen benoeming door de rechtbank is ontslagen als bestuurder van een stichting; b. een persoon die vijf jaren of korter voorafgaand aan de voorgenomen benoeming onherroepelijk is veroordeeld voor (i) het aanzetten tot haat of geweld, (ii) het gebruik van geweld en/of (iii) het opzettelijk plegen van een misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht; c. een persoon ten aanzien van wie een bestuursverbod geldt, welk bestuursverbod blijkens de uitspraak van de rechtbank (mede) betrekking heeft op de stichting, als bedoeld in de artikelen 106a en verder Faillissementswet. 4. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd, tenzij bij het benoemingsbesluit anders is bepaald. Indien -ingeval een bestuurder voor bepaalde tijd werd benoemd- bij afloop van die periode de gemeenteraad nog niet heeft voorzien in zijn herbenoeming of opvolging, blijft de bestuurder in functie totdat is voorzien in zijn herbenoeming of opvolging. 5.
De vaststelling van een eventuele beloning en de regeling van de overige voorwaarden van de bestuurders geschieden door het College. 6. In geval van belet of ontstentenis van een bestuurder wordt het
-3-
bestuur waargenomen door nog in functie zijnde bestuurders. In geval van belet of ontstentenis van alle bestuurders wordt het bestuur waargenomen door een door de gemeenteraad aan te wijzen persoon. Onder belet wordt in dit lid verstaan: a. de omstandigheid dat een bestuurder gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; b. de omstandigheid dat een bestuurder een persoonlijk tegenstrijdig belang heeft als bedoeld in artikel 6 lid 5. 7. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer bestuurders ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuurders niettemin een wettig bestuur. 8. Iedere bestuurder is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van hun taak. De bestuurders dragen verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. 9. Indien door een bestuurder een elektronisch adres bekend is gemaakt houdt deze bekendmaking tevens de instemming in om alle kennisgevingen, mededelingen en/of oproepingen voor een vergadering langs elektronische weg te krijgen toegezonden. 10. Een bestuurder defungeert door: a. overlijden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of doordat hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard; c.
door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest; d. bedanken; e. ontslag door de gemeenteraad; f. ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; g. door het in kracht van gewijsde gaan van een rechterlijk vonnis dat ertoe strekt de betreffende bestuurder een bestuursverbod, als bedoeld in de artikel 106a en verder Faillissementswet op te leggen dat (mede) betrekking heeft op de stichting. Bestuur: Bestuursvergaderingen. Besluitvorming. Artikel 6. 1. Bestuursvergaderingen worden gehouden zo dikwijls de voorzitter of een andere bestuurder een bestuursvergadering bijeenroept, doch ten minste twee maal per jaar. 2. De bijeenroeping van een bestuursvergadering geschiedt door de voorzitter of een andere bestuurder en wel onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste zeven dagen, door middel van oproepingsbrieven, dan wel langs elektronische weg, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 lid 9. Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied, of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven dagen, is besluitvorming niettemin mogelijk, mits alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn en geen van deze bestuurders zich alsdan tegen besluitvorming verzet. 3.
Toegang tot de vergaderingen hebben de bestuurders alsmede zij die
-4-
door de ter vergadering aanwezige bestuurders worden toegelaten. Een bestuurder kan zich door een bij geschrift door hem daartoe gevolmachtigde medebestuurder ter vergadering doen vertegenwoordigen. Onder geschrift wordt te dezen verstaan elk via gangbare communicatiekanalen overgebracht en op schrift ontvangen bericht. Een bestuurder kan ten hoogste één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen. 4. Iedere bestuurder heeft één stem. Alle besluiten waaromtrent bij deze statuten niet anders is bepaald worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de meerderheid van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Staken de stemmen bij verkiezing van personen dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming, dan is het voorstel verworpen. 5. Indien een bestuurder een direct of indirect een persoonlijk tegenstrijdig belang heeft met de stichting, neemt hij geen deel aan de beraadslaging en besluitvorming ter zake binnen het bestuur. Indien alle bestuurders een direct of indirect een persoonlijk tegenstrijdig belang hebben met de stichting, wordt het besluit genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag hebben gelegen. 6. Alle stemmingen geschieden mondeling.
Echter kan de voorzitter bepalen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Indien het betreft een verkiezing van personen kan ook een aanwezige stemgerechtigde verlangen dat de stemmen schriftelijk worden uitgebracht. Schriftelijke stemming geschiedt door middel van ongetekende stembriefjes. 7. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen, en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de notulist van die vergadering ondertekend. Het aldus vastgestelde relaas wordt tezamen met de in de eerste zin van dit lid bedoelde stukken bij de notulen gevoegd. 8.
Het bestuur kan ook besluiten nemen, doordat één of meerdere bestuurders het stemrecht uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel, mits de bestuurders via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd, rechtstreeks kunnen kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en via het elektronisch communicatiemiddel kunnen deelnemen aan de beraadslaging en het stemrecht kunnen uitoefenen. Bestuur. Vertegenwoordiging. Artikel 7. 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt bovendien toe aan twee
-5-
2
3.
4.
5.
gezamenlijk handelende bestuurders. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, doch slechts na goedkeuring van de gemeenteraad. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur aan. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Aan de voorafgaande goedkeuring van het College zijn onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent: a. het vaststellen en de wijziging van het meerjarenbeleid van de stichting; b. het vaststellen van de jaarlijkse begroting en de meerjarenbegroting; c. het vaststellen van de jaarrekening; d. het aangaan van leningen door de stichting; e. het aanwijzen van de accountant van de stichting en het verlenen van opdracht tot (controle)werkzaamheden door de accountant. Aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad zijn onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent: a. het aangaan van kredietovereenkomsten welke het in de financiële verordening van de gemeente vastgestelde bedrag te boven gaan; b. de in lid 2 bedoelde besluiten; c. het wijzigen van de statuten van de stichting.
6. Boekjaar. Administratie. Jaarstukken. Artikel 8. 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting daarbij van de stichting te maken en op papier te stellen. 4. Het bestuur dienst, alvorens tot vaststelling van de in lid 3 bedoelde stukken over te gaan, deze doen onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant. De aanwijzing van de accountant behoeft de goedkeuring van het College. De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. 5. De vaststelling van de in lid 3 bedoelde stukken door het bestuur, behoeft de voorafgaande goedkeuring van het College. Het bestuur draagt er zorg voor dat de stukken binnen één maand na samenstelling aan het College worden aangeboden. 6.
Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te
-6-
bewaren. Reglementen. Commissies. Artikel 9. 1. Het bestuur stelt een havenreglement op in lijn met de door de gemeente vastgestelde Havenverordening. Het besluit tot vaststelling of wijziging van het havenreglement behoeft de goedkeuring van het College. 2. Het bestuur kan diverse andere reglementen vaststellen, waarin nadere regeling omtrent die onderwerpen wordt opgenomen welke niet in deze statuten zijn vervat. Het besluit tot vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement behoeft de voorafgaande goedkeuring van het College. 3. De reglementen mogen niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. 4. Het bestuur is bevoegd tot het instellen van één of meer commissies, en bepaalt de taak, samenstelling en werkwijze van een commissie; het bestuur is bevoegd tot opheffing van een door hem ingestelde commissie. Statutenwijziging. Artikel 10. 1. De statuten kunnen worden gewijzigd door het bestuur, met dien verstande dat een besluit tot statutenwijziging van het bestuur de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad behoeft. Het hiervoor in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot fusie of splitsing van de stichting. 2. Een statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden van die akte is iedere bestuurder bevoegd. 3.
Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Ontbinding. Vereffening. Artikel 11. 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op een besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 10 lid 1 van overeenkomstige toepassing. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan wordt aan de naam toegevoegd: in liquidatie. 3. De vereffening geschiedt door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het handelsregister. 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt besteed op de wijze als door de gemeenteraad is bepaald. 7. De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende de door de wet voorgeschreven termijn na afloop van de vereffening berusten onder een door de vereffenaar(s) aangewezen (rechts)persoon. 8. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van
-7-
het Burgerlijk Wetboek van toepassing Slotbepaling. Artikel 16. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur, zulks met goedkeuring van het College. Slotverklaringen Tenslotte verklaarde de comparante, dat aan deze akte worden gehecht: a. het document waaruit blijkt van de besluiten van het bestuur tot wijziging van de statuten van de stichting en tot machtiging van de comparante; b. het document waaruit blijkt van de goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente Terschelling; c. het document waaruit blijkt van de goedkeuring van Gedeputeerde Staten van de Provincie Friesland. SLOT AKTE Waarvan akte in minuut is verleden te Apeldoorn op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De comparante is mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van deze akte is aan haar medegedeeld en toegelicht. Zij heeft verklaard op volledige voorlezing van deze akte geen prijs te stellen, van de inhoud tijdig te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. Onmiddellijk daarna is deze akte beperkt voorgelezen en door de comparante en mij, notaris, ondertekend.