Bijlage 4. 4422-207341.R01
Tekst van het document
Trillingenonderzoek Lies Terschelling Rapportage Trillingsmeting | 4422-207341 | 12-04-2023 Definitief Kiwa Koac
Kiwa Koac
Documentbeheer Documentgegevens Projectnaam
Trillingenonderzoek Lies Terschelling
Documentnaam
Rapportage
Fugro-projectnr.
4422-207341
Fugro-documentnr.
4422-207341-24-R01-v1.0
Versienummer
1.0
Versiestatus
Definitief
Fugro entiteit
Fugro NL Land B.V.
Adres Fugro-kantoor
Veurse Achterweg 10 Postbus 63 2260 AB Leidschendam T 070 31 11333
Klantgegevens Klant
Kiwa Koac
Adres klant
Wilmersdorf 50, 7327 AC Apeldoorn
Contactpersoon klant
M. Schipper
Versiebeheer Versie 1.0
Datum
Status
Omschrijving
Opgesteld door
Gecontroleerd door
Goedgekeurd door
12-04-2023
Definitief
Initiële versie
KZB
ASN
JCK
Projectteam Initialen
Naam
Rol
ASN
ir. A.J. Snethlage
Senior Geotechnical Consultant
KZB
K. Zevenbergen
Project engineer Monitoring
JCK
ing. J. van der Kemp
Team Lead Monitoring
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling
Kiwa Koac
Inhoudsopgave Documentbeheer
ii
Documentgegevens
ii
Klantgegevens
ii
Versiebeheer
ii
Projectteam
ii
Inhoudsopgave
i
1.
Inleiding
1
2.
Projectbeschrijving
2
2.1
Situatiebeschrijving
2
2.2
Mechanisme trillingen
3
2.3
Meetapparatuur en meetlocatie
4
3.
Beoordeling trillingen
9
3.1
Toetsingskader en toetsingsprocedure
9
3.2
Soorten schade door trillingen
10
3.3
Grenswaarde SBR A
11
3.4
Streefwaarde SBR B
13
4.
Meetresultaten en toetsing
15
4.1
Lies 14
15
4.1.1 4.1.2 4.2
Lies 36 4.2.1 4.2.2 4.2.3
4.3
4.4
15 16 16
Meetresultaat Toetsing SBR A Toetsing SBR B
16 17 18
Lies 38A
18
4.3.1 4.3.2 4.3.3
18 19 20
Meetresultaat Toetsing SBR A Toetsing SBR B
Lies 40 4.4.1 4.4.2 4.4.3
4.5
Meetresultaat Toetsing SBR A
20 Meetresultaat Toetsing SBR A Toetsing SBR B
Lies 61 4.5.1 4.5.2 4.5.3
20 21 22 23
Meetresultaat Toetsing SBR A Toetsing SBR B
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina i van ii
23 24 24
Kiwa Koac
5.
Correlaties
25
5.1
Samenvatting en beoordeling
25
5.2
Onderling verband
26
6.
Samenvatting, beoordeling en conclusie
27
A.
Foto’s passerende voertuigen
1
B.
Toelichting SBR - Toetsingskader
1
C.
Trillingstechnische vaktermen
1
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina ii van ii
Kiwa Koac
1.
Inleiding Op 14 november 2022 ontving Fugro NL Land de opdracht van Kiwa Koac voor het uitvoeren van een trillingenonderzoek aan Lies te Lies. De onbemande trillingsmetingen zijn uitgevoerd in de periode van 06-03-2023 tot en met 13-03-2023. Aanleiding Door de bewoners wonende aan Lies zijn klachten geuit over voelbare trillingen. Doelstelling Het doel van de trillingsmetingen is inzicht verkrijgen in de trillingsniveaus ter plaatse van een aantal woningen nabij het gereconstrueerde wegvak. De meetwaarden worden getoetst aan de grens- en streefwaarde conform SBR A en SBR B. Dit om te bepalen of het gereconstrueerde wegvak tot enig risico op schade dan wel hinderbeleving leidt. In dit rapport wordt ingegaan op de trilmeetresultaten (en de beoordeling / toetsing ervan). Het rapport bevat achtergrondgegevens voor beoordeling van trillingen, een korte projectbeschrijving, de meetresultaten, de toetsing van de meetresultaten en een samenvatting. Ten tijde van de metingen is het verkeer in beeld gebracht door middel van 2 camera’s. De camera’s hingen ter hoogte van Lies 38 gericht richting westelijke rijrichting en ter hoogte van Lies 40 gericht richting oostelijke rijrichting. Na het plaatsen op 6 maart 2023 is van 13:51 tot 15:34 het passerende verkeer vastgelegd door middel van een bemande meting.
Vaktermen en definities Ter verduidelijking is in de bijlage “Trillingstechnische vaktermen” een verklarende woordenlijst voor de belangrijkste trillingstechnische vaktermen opgenomen.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 1 van 30
Kiwa Koac
2.
Projectbeschrijving
2.1
Situatiebeschrijving De projectlocatie is gesitueerd aan de weg met gelijknamige naam Lies te Lies. In onderstaande figuur is de projectlocatie weergegeven.
Nr. 61
Nr. 38A Nr. 36 Nr. 14
Figuur 2.1: Projectlocatie met meetlocaties.
Figuur 2.2: Bestrating overgang ter hoogte van Lies 51.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 2 van 30
Nr. 40
Kiwa Koac
2.2
Mechanisme trillingen Bij trillingen is er sprake van een trillingsbron, een medium dat de trillingen doorgeeft (grond) en een ontvanger (woning). Bij de bron worden de trillingen in de grond opgewekt. De ontvangst van de trilling (aanstoot) van de woning ligt op funderingsniveau. Afhankelijk van de wijze van funderen is dit op de funderingspalen of op de funderings-elementen bij een fundering op staal. In onderstaande figuur is (schematisch) de interactie tussen trillingsbron en ontvanger weergegeven.
Figuur 2.3: Interacties tussen trillingsbron (in dit geval verkeer) en ontvanger, situatie fundering op staal.
Voor de trillingen die zich voortplanten naar de omgeving zijn alleen de elastische golven van belang. Er ontstaan trillingsgolven die zich in alle richtingen (kunnen) voortplanten (onderstaande figuur 2.4). Komen deze golven aan de oppervlakte, bij een laagovergang of bij een bouwwerk (woning), dan vindt hier reflectie en omzetting van de trillingsgolven plaats, zodat een interferentiepatroon van bodembewegingen ontstaat.
Drukgolf (links) Schuifgolf (rechts)
Rayleigh golf
Figuur 2.4: Verschillende trillingsgolven 4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 3 van 30
Kiwa Koac
Ten gevolge van de afschuifgolven en compressiegolven aan het maaiveld ontstaan zogenaamde oppervlaktegolven (Rayleigh-golven). Deze golven nemen het grootste deel van de totale trillingsenergiebron op en kenmerken zich door een geringe dieptewerking, waardoor deze golven op grotere afstand van de bron nog steeds een behoorlijke trillingssterkte kunnen bezitten. De afname van de amplitude van de golven wordt veroorzaakt door o.a. geometrische demping. Tevens vertoont de grond door inwendige wrijving een dissipatief gedrag (energieverlies) bij vervormingen, wat materiaaldemping wordt genoemd. Dit energieverlies wordt gemodelleerd door hysteretische demping. De grootte van de (grond)beweging op het maaiveld wordt bepaald door de kracht van de bron, door de bodemopbouw en de afstand tot de bron. Doorgaans nemen de bewegingen, c.q. de maximale amplitude van de beweging (golf), af door materiaaldemping en bij toenemende afstand tot de bron (geometrische demping). De factoren die invloed hebben op de intensiteit van de trillingen bij de woning zijn:
Eigenschappen van de ondergrond; (Bij een weg) Afmetingen / dimensies van de wegconstructie; Energie die de trillingsbron in de ondergrond aanbrengt.
De optredende trillingen (bewegingen) in de ondergrond worden overgedragen naar de fundering van de nabij gelegen gebouwen / woningen. De overdracht vindt plaats op verschillende manieren, zoals:
Overdracht van de trillingen in het zandpakket via de fundering; Overdracht van de oppervlaktegolven direct onder het maaiveld op de funderingsconstructie.
Bij overdracht van trillingen van de bodem naar de funderingselementen en de draagconstructie treedt een zekere mate van demping op. Voor het bepalen van de hinderbeleving zijn de trillingsintensiteiten op de vloeren van belang. Bij de overdracht van de trillingsintensiteit aan de draagconstructie naar die op vloeren en ondersteunende onderdelen treedt enig opslingereffect op.
2.3
Meetapparatuur en meetlocatie Meetuitvoering Fugro heeft de beschikking over een tweetal verschillende trillingen meetsystemen. Enerzijds een automatisch registrerend systeem (voorliggende meting, onderstaande figuur linker figuur), en anderzijds een meetsysteem waarbij versnellingsopnemers gehanteerd worden. Met het versnellingen meetsysteem wordt simultaan in 5 meetpunten (XYZ) hoogfrequent (800Hz) een gehele passage “gepakt” (onderstaande rechter figuur).
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 4 van 30
Kiwa Koac
Figuur 2.5: (links) Datalogger en geofoon (opnemer), rechtsbeeldscherm versnellingen meetsysteem, passage trein koploper
De metingen zijn uitgevoerd met meetsystemen type Axilog 3 welke voldoen aan de eisen en specificaties zoals gesteld in de SBR-richtlijn A “Schade aan gebouwen” en SBR-richtlijn B “Hinder voor personen in gebouwen”. Een meetopstelling bestaat uit een verwerkingsunit en een geofoon. De geofoon wordt ter plaatse van het meetpunt aan de constructie bevestigd en deze meet snelheden in drie richtingen (x,y,z). In de verwerkingsunit wordt de frequentie in dezelfde drie richtingen berekend. Deze frequenties en snelheden worden direct op het scherm van de verwerkingsunit getoond. De verwerkingsunit slaat de van de sensor afkomstige meetsignalen automatisch op. Per gekozen tijdsinterval worden de hoogst gemeten trillingssnelheid met bijbehorende frequentie opgeslagen. De volgende instellingen zijn gehanteerd:
Tijdsinterval van 2 seconden (per 2 sec wordt een maximumwaarde opgeslagen) Geen datasavelevel (alle waarden worden opgeslagen, niet enkel waarden boven dit niveau); Tijdsduur van 24 uur (meting gedurende de dag-, avond- en nachtperiode)
Na afloop van de trillingsmeting zijn de tot grafieken verwerkt.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 5 van 30
Kiwa Koac
Meetpuntlocaties In onderstaande tabel is een overzicht van de meetpuntlocaties opgenomen. De meetlocaties zijn in overleg met de opdrachtgever vastgesteld, de meetpuntlocaties in overleg met de bewoners (daar waar zij de grootste overlast ervaren). Bij alle huisnummers is zowel binnen op de vloer (SBR-B) als buiten aan de gevel (SBR-A) gemeten, met uitzondering van adres Lies 14A. Bij Lies 14A kon geen contact met de eigenaar/bewoner gemaakt worden, in overleg met de opdrachtgever is hier besloten om alleen buiten te meten. Tabel 2.1: Meetpuntlocaties Meetpunt
Omschrijving locatie
Afst. weg
Meetkast
Meetpunt 1
Lies 14A gevel
Ca. 4m
A3220302
Meetpunt 2
Lies 36 gevel
Ca. 1.5m
A3220304
Meetpunt 3
Lies 36 vloer
Ca. 1.5m
A3220303
Meetpunt 4
Lies 38A gevel
Ca. 3.5m
A3204006
Meetpunt 5
Lies 38A vloer
Ca. 3.5m
A3204004
Meetpunt 6
Lies 40 gevel
Ca. 8m
A3220306
Meetpunt 7
Lies 40 vloer
Ca. 8m
A3204008
Meetpunt 8
Lies 61 gevel
Ca. 7m
A3220314
Meetpunt 9
Lies 61 vloer
Ca. 7m
A3220312
Figuur 2.6 Meetlocatie Lies 14A, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 6 van 30
Kiwa Koac
Figuur 2.7 Meetlocatie Lies 36. Link gevel, rechts begane grond vloer.
Figuur 2.8 Meetlocatie Lies 38A. Link gevel, rechts begane grond vloer.
Figuur 2.9 Meetlocatie Lies 40. Link gevel, rechts begane grond vloer.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 7 van 30
Kiwa Koac
Figuur 2.10 Meetlocatie Lies 61. Link gevel, rechts begane grond vloer.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 8 van 30
Kiwa Koac
3.
Beoordeling trillingen
3.1
Toetsingskader en toetsingsprocedure SBR-richtlijnen Trillingsintensiteiten worden getoetst aan de grens- en / of streef- en / of toetswaarden uit de SBR richtlijnen uit september 2006 / december 2017, uitgegeven door Stichting Bouw Research, Rotterdam. De Raad van State erkent de richtlijnen als uitgangspunt voor jurisprudentie. In totaal zijn er 3 SBR - richtlijnen, namelijk
Richtlijn A (2017): ‘Schade aan bouwwerken; Richtlijn B (2006): ‘Hinder voor personen in gebouwen’; Richtlijn C (2006): ‘Storing aan apparatuur’.
In algemene zin geldt dat afhankelijk van de constructieve staat, funderingswijze en ouderdom van de bebouwing, functies van ruimten, karakteristieken van de trillingsgevoelige apparatuur en de afstand tot de werkzaamheden, de mogelijkheid bestaat dat de trillingen kunnen leiden tot schade aan de draagconstructie van omliggende gebouwen;
Hinder voor personen in gebouwen; Storing aan trillingsgevoelige apparatuur; Zettingsschade door verdichting van los gepakt zand.
Toetsingsprocedure voor constructieve schade, SBR A 2017 Voor de toetsing van schade aan bouwwerken dient de trillingsintensiteit aan de draagconstructie bepaald / gemeten te zijn. Volgens de bestaande praktijkervaring is de kans op schade aan gebouwen (of onderdelen ervan) aanvaardbaar klein, indien de rekenwaarde van de grenswaarde (vr) groter is dan de topsnelheid aan de draagconstructie. De waarde aan de draagconstructie volgt uit metingen of uit prognoses. De toetsprocedure op schade luidt: Vr <= Vtop Ja? Nee?
--> risico op schade --> risico op schade aanvaardbaar klein
Toetsingsprocedure voor hinderbeleving, SBR B Voor de toetsing op hinderbeleving dient de trillingsintensiteit op vloeren bepaald / gemeten te zijn. Volgens de bestaande praktijkervaring is de kans op hinderbeleving voor personen minimaal, indien de streefwaarde groter is dan waarde op de vloer, waarbij onderstaande toetsen van toepassing zijn. De waarde op de vloer volgt uit metingen of uit prognoses.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 9 van 30
Kiwa Koac
De toetsprocedure op hinderbeleving luidt: Toets 1 veff,max < A1 Ja? Nee? Toets 2a veff,max > A2 Ja? Nee? Toets 2b vper < A3 Ja? Nee? (verwachting)
Geen hinderbeleving (verwachting) Toets 2 (a en b) Mogelijke hinderbeleving (verwachting) Toets 2b Geen hinderbeleving (verwachting) Hinderbeleving aannemelijk
Kort toegelicht: Toets 1: De maximale effectieve waarde van de trillingssnelheid dient getoetst te worden aan streefwaarde A1. Indien deze onder de streefwaarde A1 blijft, mag verwacht worden dat geen hinder aanwezig is. Indien dit niet het geval is, dient toets 2 uitgevoerd te worden: Toets 2: De maximale effectieve waarde van de trillingssnelheid dient getoetst te worden aan streefwaarde A2. Bij overschrijding van streefwaarde A2 is hinder voor personen aannemelijk / kan niet uitgesloten worden. Indien streefwaarde A2 niet overschreden wordt, bepaald het aantal maal dat de trilling zich voordoet of sprake is van hinderbeleving. De gemiddelde periodieke waarde van de trillingssnelheid dient dan getoetst te worden aan streefwaarde A3. Bij overschrijding van streefwaarde A3 is hinderbeleving aannemelijk.
3.2
Soorten schade door trillingen Wanneer er overschrijdingen van de grenswaarden zijn geconstateerd behoeft dit nog niet direct tot constructieve schade te leiden. Van belang zijn de tijdsduur waarover de overschrijdingen optreden en de grootte van de overschrijding. Cosmetische schade Bij kortdurende of relatief lage overschrijdingen spreekt men eerder van cosmetische dan van constructieve schade. Onder cosmetische schade wordt verstaan: (Haar)scheurtjes in pleisterwerk, tegelwerk, metselwerk e.d. Naadvorming langs kozijnen, plafonds e.d. Slecht sluitende deuren Constructieve schade Bij langdurige of relatief grote overschrijdingen zal eerder constructieve schade aan de draagconstructie ontstaan. Onder constructieve schade wordt verstaan: Scheuren in beton-/metselwerk Verzakking van de constructie Scheuren in draagconstructie
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 10 van 30
Kiwa Koac
3.3
Grenswaarde SBR A In de bijlage “Toelichting SBR - toetsingskader” wordt nader ingegaan op de bepaling van de grenswaarde. Kans op schade SBR A Op basis van SBR - richtlijn A 2017 “Schade aan bouwwerken” wordt de beoordeling van de trillingssnelheid uitgevoerd. De beoordeling of de kans op schade acceptabel is volgt uit een vergelijking van de opgelegde trillingssnelheid en de grenswaarde. Volgens de richtlijn is de kans op schade aanvaardbaar klein (kleiner dan 1%) indien de grenswaarde niet overschreden worden. De grenswaarde wordt bepaald door het type trillingsbron, de constructie- en funderingswijze van de bebouwing (bouwkundige staat) en de uitgebreidheid van de soort meting. Uitgangspunten t.b.v grenswaarde bepaling SBR A 2017 De volgende onderdelen zijn voor het afleiden van de grenswaarde aangehouden: Type trillingsbron Passages van verkeer wordt beschouwd als een trillingsbron die herhaald kortdurend trillingen veroorzaakt (“heien”), waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Type fundering De woningen zijn gefundeerd op staal (geen palen), waarbij de zandlaag onder de fundering minimaal 8 m is (verwachting). Categorie bebouwing Omdat de woning opgetrokken is uit metselwerk is een categorie 2 van toepassing, zijnde een object opgetrokken uit metselwerk en in (redelijk) goede staat van onderhoud.
Bouwkundig gevoelig Conform de checklist uit SBR A zouden de woningen als “niet bouwkundig gevoelig” aangemerkt kunnen worden. Echter gezien de uitstraling van de woningen tezamen met de ouderdom van de woningen is alsnog “bouwkundig gevoelig” aangehouden. Op moment dat een object een monumentale status heeft of in slechte staat is, dan is het object “bouwkundig gevoelig”. Soort meting (uitgebreidheid) Omdat 1 meetpunt aan de draagconstructie (gevel) is ingericht, is sprake van een “indicatieve meting”. In onderstaande tabel is een samenvatting van de categorie indeling van de meetlocaties opgenomen.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 11 van 30
Kiwa Koac
Tabel 3.1: Grenswaarden [mm/s], object gefundeerd op staal, bouwkundig niet gevoelig Adres
Categorie
Bouwkundig gevoelig
Lies 14A
Cat. 2
Ja
Lies 36
Cat. 2
Ja
Lies 38A
Cat. 2
Ja
Lies 40
Cat. 2
Ja
Lies 61
Cat. 2
Ja
Voor een woning gefundeerd op staal zijn aan de draagconstructie zowel de grenswaarden geldig voor objecten gefundeerd op palen als de grenswaarden voor objecten gefundeerd op staal van toepassing. In onderstaande tabellen zijn de grenswaarden opgenomen. Tabel 3.2a: Grenswaarden [mm/s], object gefundeerd op palen Dominante frequentie
Karakteristieke waarden
Partiële veiligheidsfactor
Rekenwaarde grenswaarde trillingssnelheid 2)
Freq.
Cat. 2
TB 1)
BS 1)
TM 1)
Cat. 2 2)
Cat. 2(M) 2,3)
[Hz]
[mm/s]
[-]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
10
5,0
1,5
1,0
1,0 / 1,6
3,3 / 2,1
1,9 / 1,2
15
6,3
1,5
1,0
1,0 / 1,6
4,2 / 2,6
2,5 / 1,5
1 TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting 2 excl./incl. partiële veiligheidsfactor soort meting. 3 incl. partiele veiligheidsfactor voor bouwkundig gevoelig
Tabel 3.2b: Grenswaarden [mm/s], object gefundeerd op staal, bouwkundig niet gevoelig Laagdikte
Karakteristieke waarden
Rekenwaarde grenswaarde trillingssnelheid 2) (TB = 1,6) BS = 1,0 TM = 1,0 / 1,6 1)
[m]
[mm/s]
[mm/s]
6
12,9
8,1 / 5,0
7
11,4
7,1 / 4,5
8
10,0
6,3 / 3,9
1 TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting 2 excl./incl. partiële veiligheidsfactor soort meting.
Hiaat SBR A richtlijn De SBR-richtlijnen doen geen uitspraak bij trillingsintensiteiten die lager zijn dan de gestelde grenswaarde en / of die veelvuldig voorkomen gedurende langere tijd (maanden tot jaren). Er is sprake van cosmetische schade die uiteindelijk tot constructieve schade kan leiden. Vanuit de praktijk is bekend dat schade (scheurvorming in metselwerk) ontstaat bij objecten die een langdurige trillingsbelasting (hebben) ondergaan. Dergelijke schade treedt eerder op bij objecten gefundeerd op staal dan bij objecten gefundeerd op palen.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 12 van 30
Kiwa Koac
De grenswaarde is afhankelijk van gebouwcategorie, aard van de trillingsbron en dominante frequentie van de trilling. In bijlage “Toelichting SBR - toetsingskader” is nadere informatie hieromtrent opgenomen.
3.4
Streefwaarde SBR B In de bijlage “Toelichting SBR - toetsingskader” wordt nader ingegaan op de bepaling van de streefwaarde. Op basis van het type trilling(sbron), de functie van de ruimte en de situatie, wordt de streefwaarde voor een beoordelingsperiode bepaald (dag-, avond- of nachtperiode). De streefwaarde is dimensieloos. Indien de trillingsintensiteit beneden de streefwaarde blijft, mag verwacht worden dat er in de meeste situaties geen hinder voor personen zal optreden. Uitgangspunten t.b.v streefwaarde bepaling SBR B 2006 De volgende onderdelen zijn voor het afleiden van de streefwaarden aangehouden: Type trillingsbron Op basis van de karakteristieken van de gemeten trilling kan de trillingsbron (passerend verkeer) worden beschouwd als een trillingsbron die herhaald kortdurend trillingen veroorzaakt. Situatie Een bestaande situatie is van toepassing (zowel de bron als de ontvanger zijn aanwezig) Functie ruimte De functie van de ruimte is wonen Duur van de periode Alle perioden van de dag zijn van toepassing (dag-, avond- en nachtperiode). Streefwaarden / omrekenfactor CUR 166 De streefwaarde is dimensieloos (=geen meeteenheid). De trillingsniveaus (veff.max) worden getoetst aan streefwaarden (A1, A2 en A3) uit SBR B. De streefwaarden voor hinder zijn, in tegenstelling tot grenswaarden bij schade, niet primair frequentieafhankelijk.
Voor de beoordeling van hinder is het praktischer om streefwaarden en trillingsniveaus uit te drukken in de eenheid mm/s. Het handboek CUR166 “Damwandconstructies” bevat een omrekenwijze waarmee de dimensieloze waarden voor trillingen om te rekenen zijn naar snelheden in mm/s. Omdat de karakteristieken van de trillingen, lijken op die van een herhaald kortdurende trilling, is hiervoor een factor 0,42 gedefinieerd (CUR166 (6de druk) tabel 5.23). In onderstaande tabel zijn de voor een bestaande situatie de streefwaarden opgenomen.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 13 van 30
Kiwa Koac
Tabel 3.3: Streefwaarden trillingssnelheid [-], voor bestaande situatie, functie wonen Beoordelingsperiode
Streefwaarde A1
Streefwaarde A2
Streefwaarde A3
[-] / [mm/s]
[-] / [mm/s]
[-] / [mm/s]
Dag en avond
0,20 / 0,47
0,80 / 1,87
0,10 / 0,24
Nacht
0,20 / 0,47
0,40 / 0,96
0,10 / 0,24
Voelbaarheid en acceptatie trillingen Voor de afweging van de toelaatbaarheid van de trillingssterkte gedurende langere periode, stelt SBR-richtlijn B dat aanvullend gebruik gemaakt kan worden van de navolgende kwalificatie van de hinder zoals aangegeven in onderstaande tabel. Tabel 3.4: Hinderkwalificatie Veff,max [-]
Veff,max1) [mm/s]
Hinderkwalificatie
< 0,1
<0,24
Geen hinder
0,24-0,48
Weinig hinder (bestaande situaties)
0,2-0,8
0,48-1,90
Matige hinder
0,8-3,2
1,90-7,62
Hinder
>3,2
>7,62
Ernstige hinder
0,1-0,2
1)
In CUR166 is een omrekenfactor van 0,42 voor passerende voertuigen opgenomen
SBR-richtlijn B vermeldt: “Het accepteren van (matige) hinder door overschrijding van de streefwaarden kan onder meer afhankelijk zijn van de mate waarin de trillingssterkte voorkomt, de aanwezigheid van andere trillingsbronnen (de achtergrondtrillingen), de mogelijkheid tot het treffen van trillingsreducerende maatregelen en de historie. In geval van mogelijke hinder dienen de betrokken partijen te overleggen.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 14 van 30
Kiwa Koac
4.
Meetresultaten en toetsing In de onderstaande grafieken is het verloop van de trillingssnelheid versus de tijd en de grafische beoordeling van de meetresultaten weergegeven.
4.1
Lies 14
4.1.1
Meetresultaat
Figuur 4.1: snelheid versus tijd, Lies 14A, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 15 van 30
Kiwa Koac
4.1.2
Toetsing SBR A De grafische toetsing op risico op schade (SBR A) is uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst aan de draagconstructie (gevel) van de woning (onderstaande figuur).
Figuur 4.2: snelheid versus frequentie, Lies 14A, gevel.
4.2
Lies 36
4.2.1
Meetresultaat
Figuur 4.3: snelheid versus tijd, Lies 36, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 16 van 30
Kiwa Koac
Figuur 4.4: snelheid versus tijd, Lies 36, vloer.
4.2.2
Toetsing SBR A De grafische toetsing op risico op schade (SBR A) is uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst aan de draagconstructie (gevel) van de woning (onderstaande figuur).
Figuur 4.5: snelheid versus frequentie, Lies 36, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 17 van 30
Kiwa Koac
4.2.3
Toetsing SBR B De toetsing op hinderbeleving (SBR B) wordt uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst op een vloer. In onderstaande figuren zijn de dimensieloze waarden versus tijd tezamen met de streefwaarde lijnen A1 (=0,2) en A2 (=0,8) opgenomen. Opgemerkt wordt dat in de grafieken weliswaar op de verticale as de eenheid mm/s is vermeld, echter dit is niet correct, het is dimensieloze eenheid.
Figuur 4.6: Veff. versus frequentie, Lies 36, vloer.
4.3
Lies 38A
4.3.1
Meetresultaat
Figuur 4.7: snelheid versus tijd, Lies 38A, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 18 van 30
Kiwa Koac
Figuur 4.8: snelheid versus tijd, Lies 38A, vloer.
4.3.2
Toetsing SBR A De grafische toetsing op risico op schade (SBR A) is uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst aan de draagconstructie (gevel) van de woning (onderstaande figuur).
Figuur 4.9: snelheid versus frequentie, Lies 38A, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 19 van 30
Kiwa Koac
4.3.3
Toetsing SBR B De toetsing op hinderbeleving (SBR B) wordt uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst op een vloer. In onderstaande figuren zijn de dimensieloze waarden versus tijd tezamen met de streefwaarde lijnen A1 (=0,2) en A2 (=0,8) opgenomen. Opgemerkt wordt dat in de grafieken weliswaar op de verticale as de eenheid mm/s is vermeld, echter dit is niet correct, het is dimensieloze eenheid.
Figuur 4.10: Veff. versus frequentie, Lies 38, vloer.
4.4
Lies 40
4.4.1
Meetresultaat
Figuur 4.11: snelheid versus tijd, Lies 40, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 20 van 30
Kiwa Koac
Figuur 4.12: snelheid versus tijd, Lies 40, vloer.
4.4.2
Toetsing SBR A De grafische toetsing op risico op schade (SBR A) is uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst aan de draagconstructie (gevel) van de woning (onderstaande figuur).
Figuur 4.13: snelheid versus frequentie, Lies 40, gevel.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 21 van 30
Kiwa Koac
4.4.3
Toetsing SBR B De toetsing op hinderbeleving (SBR B) wordt uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst op een vloer. In onderstaande figuren zijn de dimensieloze waarden versus tijd tezamen met de streefwaarde lijnen A1 (=0,2) en A2 (=0,8) opgenomen. Opgemerkt wordt dat in de grafieken weliswaar op de verticale as de eenheid mm/s is vermeld, echter dit is niet correct, het is dimensieloze eenheid.
Figuur 4.14: Veff. versus frequentie, Lies 40, vloer.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 22 van 30
Kiwa Koac
4.5
Lies 61
4.5.1
Meetresultaat
Figuur 4.15: snelheid versus tijd, Lies 61, gevel.
Figuur 4.16: snelheid versus tijd, Lies 61, vloer.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 23 van 30
Kiwa Koac
4.5.2
Toetsing SBR A De grafische toetsing op risico op schade (SBR A) is uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst aan de draagconstructie (gevel) van de woning (onderstaande figuur).
Figuur 4.17 snelheid versus frequentie, Lies 61, gevel.
4.5.3
Toetsing SBR B De toetsing op hinderbeleving (SBR B) wordt uitgevoerd op meetwaarden van het meetpunt geplaatst op een vloer. In onderstaande figuren zijn de dimensieloze waarden versus tijd tezamen met de streefwaarde lijnen A1 (=0,2) en A2 (=0,8) opgenomen. Opgemerkt wordt dat in de grafieken weliswaar op de verticale as de eenheid mm/s is vermeld, echter dit is niet correct, het is dimensieloze eenheid.
Figuur 4.18: Veff. versus frequentie, Lies 61, vloer.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 24 van 30
Kiwa Koac
5.
Correlaties
5.1
Samenvatting en beoordeling De trillingsmetingen hebben bruikbare meetresultaten opgeleverd. In desbetreffende voorgaande paragrafen zijn in de figuren de meetwaarden grafisch weergegeven (tezamen met de grenswaarde- c.q. streefwaarde lijnen). In onderstaande tabel is een samenvatting van de meetresultaten opgenomen. Tabel 5.1: Meetresultaten Meetwaarde 1)
Meetpuntnr
Locatie
Afst. weg
Meetkast
MP 1
Lies 14A gevel
Ca. 4m
A3220302
0,7 – 1,0 (1,4 – 2,4)
MP 2
Lies 36 gevel
Ca. 1.5m
A3220304
0,6 – 0,7 (1,1 – 1,7)
MP 3
Lies 36 vloer
Ca. 1.5m
A3220303
0,8 – 1,1 (1,5 – 2,8)
MP 4
Lies 38A gevel
Ca. 3.5m
A3204006
0,7 – 1,2 (1,3 – 1,6)
MP 5
Lies 38A vloer
Ca. 3.5m
A3204004
0,7 – 0,9 (1,1 – 1,4)
MP 6
Lies 40 gevel
Ca. 8m
A3220306
0,6 – 0,7 (0,9 – 1,3)
MP 7
Lies 40 vloer
Ca. 8m
A3204008
0,5 – 0,7 (1,2 – 1,9)2)
MP 8
Lies 61 gevel
Ca. 7m
A3220314
0,5 – 0,7 (0,9 – 2,5)
MP 9
Lies 61 vloer
Ca. 7m
A3220312
0,5 – 0,7 (0,8 – 1,1)2)
[mm/s]
1)
Tussen haakjes vermelde waarden zijn sporadische uitschieters
2)
Er zijn enkele hoge waarden (> 3,0 mm/s) gemeten, aangenomen wordt dat deze niet door passerend verkeer zijn veroorzaakt.
In onderstaande tabellen is een beoordeling opgenomen. Tabel 5.2a: Beoordeling op schade SBR A Locatie
MP nr/ systeemnr / locatie
SBR A, Kans op schade
Mate van overschrijding 3)
Risico 2) Cat 2 BG 1)
MP 1, A3220302, Lies 14A gevel
SP - N
GR
MP 2, A3220304, Lies 36 gevel
SP - N
GR
MP 4, A3204006, Lies 38A gevel
N
R
MP 6, A3220306, Lies 40 gevel
SP - N
GR
MP 8, A3220314, Lies 61 gevel
G
GR
1) 2) 3)
NBG = (niet) bouwkundig gevoelig. GR = geen risico, R = risico, RZG = risico zeer groot G = geen, SP = sporadisch, ST = structureel, F = fors, N = net
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 25 van 30
Kiwa Koac
Tabel 5.2b: Beoordeling op hinderbeleving SBR B Locatie
SBR B, Hinderbeleving
Mate van overschrijding MP nr/ systeemnr / locatie
3)
A1 / A2 / A3
Hinder 2) Wonen 1)
MP 3, A3220303, Lies 36 vloer
ST -F / SP / ST -F
H
MP 5, A3204004, Lies 38A vloer
ST -F / G / SP -N
MH
MP 7, A3204008, Lies 40 vloer
ST -N / G / SP -N
WH
MP 9, A3220312, Lies 61 vloer
ST -N / G / SP -N
WH
1) 2) 3)
functie Wonen. WH = weinig hinder (net voelbaar), MH = matige hinder (=voelbaar), H = hinder (=goed voelbaar) G = geen, SP = sporadisch, ST = structureel, F = fors, N = net
Toelichting Op moment dat geen overschrijdingen optreden (aangegeven met G), is het risico op schade / hinder aanvaardbaar klein (aangegeven met GR). Bij de beoordeling op hinder is onderscheid gemaakt in de mate van overschrijding (fors of net) en een tijdstermijn (structureel of sporadisch). Een marginale overschrijding wordt anders beleefd dan een forse overschrijding. Zo ook een sporadische optredende overschrijding ten opzichte van veelvuldig (structurele) overschrijdingen. Bij structurele overschrijdingen treedt na verloop van tijd een gewenning op. Een structurele lichte overschrijding wordt doorgaans als minder hinderlijk ervaren dan een sporadische forse overschrijding.
5.2
Onderling verband Meter naast de bron (verkeer) De metingen zijn grotendeels onbemand uitgevoerd, er is een camera geplaatst om verkeersbewegingen te registreren en daarmee de correlatie te bepalen tussen meetwaarde en een passerend voertuig. Met de camera is GEEN rijsnelheid bepaald. Uit een vergelijking van hogere meetwaarden met de camera beelden kan worden afgeleid dat de meetwaarden grotendeels worden veroorzaakt door passerend verkeer. Daarbij zijn het zwaardere verkeer en de lijnbussen maatgevend. In de bijlage zijn enkele camera beelden van gepasseerde voertuigen opgenomen. Onderlinge correlatie trillingen buiten/binnen Uit een onderlinge vergelijking tussen de meetwaarden aan de gevel en op vloer volgt dat op vergelijkbare tijdstippen verhoogde waarden zichtbaar zijn. Het is daarmee aannemelijk dat de meetwaarden zowel aan de gevel als op de vloer veroorzaakt zijn door het passerende verkeer. Andere trillingsbronnen Bij de meetdata op de vloeren zijn hoge waarden gemeten die niet aan passerend verkeer gecorreleerd kunnen worden. Omdat binnen wel verhoogde meetwaarden gemeten worden, maar buiten niet, wijst dit op activiteiten binnenshuis.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 26 van 30
Kiwa Koac
6.
Samenvatting, beoordeling en conclusie Doelstelling Het doel van de trillingsmetingen is inzicht verkrijgen in optredende trillingsniveaus als gevolg van passerend verkeer bij een vijftal woningen aan de Lies te Lies. De metingen zijn uitgevoerd in de periode van 6 t/m 13 maart 2023. Toetsingskader De meetresultaten zijn beoordeeld en getoetst op basis van de grens- en streefwaarden uit SBR-richtlijn A “Schade aan bouwwerken en SBR B “Hinder voor personen”. Voor risico op schade conform SBR A is gemeten aan de draagconstructie (gevel). Voor beoordeling op hinderbeleving conform SBR B is gemeten op de vloer. Grens- en streefwaarden SBR A: Op basis van een object indeling in categorie 2 (metselwerk in goede staat), een bouwkundig gevoelig object, een herhaald kortdurende trilling (stochastisch) en een indicatieve meting (= 1 meetpunt aan de draagconstructie), geldt een grenswaarde van 1,2 mm/s (frequentie 0 – 10 Hz). De grenswaarde is frequentie afhankelijk. Bij overschrijden van de grenswaarde is het risico op constructieve schade groter dan 1% (= niet aanvaardbaar klein). SBR A kent een hiaat ten aanzien van een beoordeling van langdurig (maanden – jaren) optredende lage intensiteit trillingen (lager dan de grenswaarde).
SBR B: Op basis van een bestaande situatie (zowel trillingsbron als ontvanger (woning) zijn aanwezig), een herhaald kortdurende trilling (stochastisch) en de functie “wonen” van de ruimte, geldt een streefwaarde A1 van 0,2 [-] (= 0,48 mm/s) een streefwaarde A2 van 0,8 (= 1,9 mm/s) en een streefwaarde A3 van 0,1 (= 0,24 mm/s). De streefwaarden zijn frequentie onafhankelijk. Bij onderschrijden van streefwaarde A1 is hinderbeleving niet aannemelijk. Bij overschrijden van streefwaarde A2 is hinderbeleving aannemelijk. Bij overschrijden van streefwaarde A1 en onderschrijden van streefwaarde A2, is hinderbeleving afhankelijk van overschrijden van streefwaarde A3, waarbij het aantal maal dat de trilling zich voordoet mede een rol speelt. Meetresultaten In onderstaande tabel (gelijk aan tabel 5.1) is een samenvatting van de meetresultaten opgenomen.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 27 van 30
Kiwa Koac
Tabel 6.1: Samenvatting meetwaarden
Meetwaarde 1)
Meetpuntnr
Locatie
Afst. weg
Meetkast
MP 1
Lies 14A gevel
Ca. 4m
A3220302
0,7 – 1,0 (1,4 – 2,4)
MP 2
Lies 36 gevel
Ca. 1.5m
A3220304
0,6 – 0,7 (1,1 – 1,7)
MP 3
Lies 36 vloer
Ca. 1.5m
A3220303
0,8 – 1,1 (1,5 – 2,8)
MP 4
Lies 38A gevel
Ca. 3.5m
A3204006
0,7 – 1,2 (1,3 – 1,6)
MP 5
Lies 38A vloer
Ca. 3.5m
A3204004
0,7 – 0,9 (1,1 – 1,4)
MP 6
Lies 40 gevel
Ca. 8m
A3220306
0,6 – 0,7 (0,9 – 1,3)
MP 7
Lies 40 vloer
Ca. 8m
A3204008
0,5 – 0,7 (1,2 – 1,9)2)
MP 8
Lies 61 gevel
Ca. 7m
A3220314
0,5 – 0,7 (0,9 – 2,5)
MP 9
Lies 61 vloer
Ca. 7m
A3220312
0,5 – 0,7 (0,8 – 1,1)2)
[mm/s]
1)
Tussen haakjes vermelde waarden zijn sporadische uitschieters
2)
Er zijn enkele hoge waarden (> 3,0 mm/s) gemeten, aangenomen wordt dat deze niet door passerend verkeer zijn veroorzaakt.
Conclusie t.a.v. risico op schade, SRB A Meetwaarden van de gevelmeetpunten zijn beoordeeld op risico op schade (SBR A). In onderstaande tabel (gelijk aan tabel 5.2a) is een beoordeling opgenomen. Tabel 6.2a: Beoordeling op schade SBR A Locatie
SBR A, Kans op schade
Risico 2) Cat 2 BG 1)
MP nr/ systeemnr / locatie
Mate van overschrijding
MP 1, A3220302, Lies 14A gevel
SP - N
GR
MP 2, A3220304, Lies 36 gevel
SP - N
GR
MP 4, A3204006, Lies 38A gevel
N
R
MP 6, A3220306, Lies 40 gevel
SP - N
GR
MP 8, A3220314, Lies 61 gevel
G
GR
1) 2) 3)
3)
NBG = (niet) bouwkundig gevoelig. GR = geen risico, R = risico, RZG = risico zeer groot G = geen, SP = sporadisch, ST = structureel, F = fors, N = net
Geconcludeerd wordt dat bij 1 woning (nr 38A) het risico op schade niet aanvaardbaar klein is en bij de rest van de woningen (nr 14A, nr 36, nr 40 en nr 61) het risico wel aanvaardbaar klein is.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 28 van 30
Kiwa Koac
Conclusie t.a.v. hinderbeleving, SRB B Meetwaarden van de vloer meetpunten zijn beoordeeld op hinderbeleving (SBR B). In onderstaande tabel (gelijk aan tabel 5.2b) is een beoordeling opgenomen. Tabel 6.2b: Beoordeling op hinderbeleving SBR B Locatie
SBR B, Hinderbeleving
Mate van overschrijding MP nr/ systeemnr / locatie
3)
A1 / A2 / A3
Hinder 2) Wonen 1)
MP 3, A3220303, Lies 36 vloer
ST -F / SP / ST -F
H
MP 5, A3204004, Lies 38A vloer
ST -F / G / SP -N
MH
MP 7, A3204008, Lies 40 vloer
ST -N / G / SP -N
WH
MP 9, A3220312, Lies 61 vloer
ST -N / G / SP -N
WH
1) 2) 3)
functie Wonen. WH = weinig hinder (net voelbaar), MH = matige hinder (=voelbaar), H = hinder (=goed voelbaar) G = geen, SP = sporadisch, ST = structureel, F = fors, N = net
Geconcludeerd wordt dat bij 1 woning (nr 36) streefwaarde A2 wordt overschreden en bij de andere woningen (nr 38A, nr 40 en nr 61) zowel streefwaarde A1 als streefwaarde A3 worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat bij alle vier woningen hinderbeleving aan de orde is. Opmerkelijk is dat bij woning nr 36 er door een interne grotere opslingering in de woning de waarden op de vloer hoger liggen dan verwacht. Dit in vergelijking met de hinderbeleving bij woning nr 38A. Perceptie Trillingen zijn doorgaans voelbaar vanaf circa 0,25 mm/s tot circa 0,5 mm/s. Qua perceptie worden in alle woningen de trillingen goed tot zeer goed gevoeld. In mindere mate bij woning nr 60 en meerdere mate bij woningen nr 36 en nr 38A. Eindconclusie Bij 1 woning is het risico op constructieve schade (SBR A) niet aanvaardbaar klein. Bij de andere woningen zijn de meetwaarden aan de gevel dusdanig dat het risico op cosmetische schade door vermoeiing aan de orde kan zijn. Bij alle woningen is sprake van hinderbeleving (in meer dan wel mindere mate). De trillingen worden goed tot zeer goed gevoeld. Advies Op basis van de eindconclusies (en meetresultaten) is het wenselijk met trillingsreducerende maatregelen de intensiteiten te reduceren.
Geadviseerd wordt de mogelijke effecten van trillingsreducerende maatregelen nader te (laten) onderzoeken, zodat deze bij een grootschalig wegonderhoud mogelijk meegenomen kunnen worden. Geadviseerd wordt aanvullende trillingsmetingen te laten uitvoeren waarmee de overdracht en afdracht van trillingen vanaf de bron (weg/wegconstructie) naar de woning(en) inzichtelijk gemaakt wordt.
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 29 van 30
Kiwa Koac
Omdat de trillingen zeer sterk afhankelijk zijn van de rijsnelheid van het verkeer dient naast het nemen van maatregelen om de trillingen te reduceren eveneens overwogen te worden maatregelen ter reductie van de rijsnelheid te nemen. Fugro kan daarvoor een invulling verzorgen (metingen en maatregelen). Trillingsreducerende maatregelen Maatregelen kunnen genomen worden bij de bron (weg/wegconstructie), bij de ontvanger (=woning) en/of in het medium tussen de bron en ontvanger. Maatregelen bij de woningen zijn geen optie (verwachting). Verwacht wordt dat een maatregel in de grond tussen weg en woning de grootste kans van slagen heeft. Als mogelijke maatregel valt te denken aan het toepassen van een ondiep trillingscherm direct naast de weg (of woning). Glad maken van de bestrating en/of verstijving van de wegfundering (constructie) zou eveneens toegepast kunnen worden. Ter beperking van de rijsnelheid kan gedacht worden aan lokale wegversmallingen. Ter beperking van de rijsnelheid zou nog gedacht kunnen worden aan verkeersdrempels, echter deze introduceren doorgaans verhoogde trillingsintensiteiten. Door de drempels in een hoek in de weg aan te brengen wordt verwacht dat de invloed van trillingen geminimaliseerd wordt.
Trillingsmetingen met versnellingensysteem Bij het bepalen / dimensioneren van de mogelijke maatregelen (en effecten ervan) is de optredende afdracht/overdracht versus afstand essentieel (en meetwaarden aan de gevel / vloer). In deze wordt geadviseerd aanvullende trillingsmetingen te (laten) uitvoeren, waarbij een meetsysteem gehanteerd wordt waarmee de passages hoogfrequent gesampeld worden en een onderlinge correlatie tussen de meetpunten direct bepaald wordt. Het meten met standalone systemen, zoals in voorliggende case is toegepast, is hierin niet afdoende. Fugro kan dit soort metingen (en (dynamische) adviezen) verzorgen
4422-207341-24-R01 | 12-04-2023 | Trillingenonderzoek Lies Terschelling Pagina 30 van 30
Kiwa Koac
Bijlagen
Bijlage A Pagina 1 van 1
Kiwa Koac
A.
Foto’s passerende voertuigen
Kraan uit westelijke richting.
Trekker uit westelijke richting
Bus uit westelijke richting.
Vrachtwagen uit westelijke richting.
Bus uit oostelijke richting.
Vrachtwagen uit oostelijke richting.
Trekker uit oostelijke richting.
Bijlage A Pagina 1 van 1
Kiwa Koac
B.
Toelichting SBR - Toetsingskader Inleiding In Nederland worden trillingen getoetst aan de grenswaarden uit de SBR richtlijnen uit september 2006 / december 2017, uitgegeven door Stichting Bouw Research, Rotterdam. De Raad van State erkent de richtlijnen als uitgangspunt voor jurisprudentie. In totaal zijn er 3 SBR - richtlijnen, namelijk: richtlijn A 2017: ‘Schade aan bouwwerken;
richtlijn B 2006: ‘Hinder voor personen in gebouwen’; richtlijn C 2006: ‘Storing aan apparatuur’.
Afhankelijk van de constructieve staat, funderingswijze en ouderdom van de bebouwing, karakteristieken van de trillingsgevoelige apparatuur en de afstand tot de werkzaamheden, bestaat in het algemeen de mogelijkheid dat de trillingen kunnen leiden tot: schade aan de draagconstructie van gebouwen; hinder voor personen in gebouwen; storing aan trillingsgevoelige apparatuur; zettingsschade door verdichting van los gepakt zand. Grenswaarden conform SBR richtlijn A De hoogte van de grenswaarden waarbij volgens de SBR richtlijn A de kans op schade aanvaardbaar klein is (minder dan 1%), is afhankelijk van: type trillingsbron; constructiewijze van de gebouwen; funderingswijze van de gebouwen. Type trillingsbron In SBR richtlijn A wordt onderscheid gemaakt in trillingsbronnen, die incidenteel voorkomende kortdurende trillingen veroorzaken, herhaald kortdurende trillingen veroorzaken of continue trillingen veroorzaken. Het heien van palen wordt beschouwd als een trillingsbron die herhaald kortdurend trillingen veroorzaakt, waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Het in en uittrillen van damwandplanken wordt beschouwd als een trillingsbron die continue trillingen veroorzaakt, waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden.
Afhankelijk van de funderingswijze van de belending wordt een partiele veiligheidfactor t voor het type trillingsbron in rekening gebracht.
Bijlage B Pagina 1 van 8
Kiwa Koac
Constructiewijze van gebouwen (categorie indeling) In SBR richtlijn A wordt onderscheid gemaakt in de constructiewijze en in de staat van het bouwwerk. De onderstaande indeling in categorieën van bouwwerken en van onderdelen daarvan wordt aangehouden: categorie 1: in goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie van een gebouw, indien deze bestaan uit gewapend beton of hout; categorie 2: in goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie van een gebouw, indien deze bestaan uit metselwerk of uit brosse steenachtige materialen; Opgemerkt wordt dat door middel van partiële factoren de bouwkundige staat / monumentale status in rekening gebracht wordt (oude categorie 3). De bijlage “Checklist bouwkundige staat” opgenomen in SBR A geeft een handvat ter bepalen of een object bouwkundig gevoelig is. Afhankelijk van de bouwkundige staat / monumentale status wordt een partiele veiligheidsfactor s in rekening gebracht van 1,0 dan wel 1,7. Opmerking t.a.v. categorie indeling, composiet Indien de bebouwing een draagconstructie bestaande uit beton bevat waar tegenaan metselwerk is geplaatst, zou conform SBR A het object ingedeeld kunnen worden in categorie 1. Echter omdat metselwerk aanwezig is, zou het object toch in categorie 2 ingedeeld moeten worden.
In werkelijkheid is sprake van een categorie ergens tussen beide categorieën in (categorie 1,5), waardoor een aangepaste grenswaarde van toepassing is. Het indelen in een tussenliggende categorie kan alleen geschieden in overleg met / toestemming van Bevoegd Gezag. In de voorgaande versie uit 2006 van SBR A is sprake van een categorie 3 zijnde een object bestaande uit metselwerk in slechte staat of een object met een monumentale status (cultuurtechnische waarde). Afhankelijk van de bouwkundige staat c.q. monumentale status wordt in SBR A 20017 een partiele factor hiervoor in rekening gebracht. Funderingswijze SBR-richtlijn A maakt onderscheid in trillingsgevoelige en niet-trillingsgevoelige funderingen. Funderingen op staal worden over het algemeen als trillingsgevoelig aangemerkt waarbij rekening dient te worden gehouden met schade door (ongelijkmatige) zettingen. Bij trillingsgevoelige funderingen geldt een extra grenswaarde bepaald conform: Vkar =10 * (1 + (8 - H) / 7) Waarbij: H
- laagdikte van het zandpakket onder de fundering [m].
Bij laagdikten kleiner dan 1 m geldt voor de karakteristieke waarde een maximum van 20 mm/s, bij laagdikten groter dan 8 m geldt een minimum van 10 mm/s.
Bijlage B Pagina 2 van 8
Kiwa Koac
Rekenwaarde van de grenswaarde De rekenwaarde van de grenswaarde wordt bepaald volgens onderstaande relatie:
waarin:
=
∗
∗
Vr
=
rekenwaarde van de grenswaarde
[mm/s];
Vkar
=
karakteristieke waarde van de grenswaarde
[mm/s];
t
=
partiële veiligheidsfactor type trillingsbron
[-].
s
=
partiële veiligheidsfactor bouwkundige staat / monumentale status
[-].
m
=
partiële veiligheidsfactor meting
[-].
Op moment dat de gemeten / berekende trillingssnelheid (maximum) bepaald aan de draagconstructie lager is dan de rekenwaarde voor de grenswaarde, dan mag verwacht worden dat er geen risico op schade is. Veiligheidsfactoren type bron en bouwkundige staat Voor de afleiding van de grenswaarde zijn de in onderstaande tabel vermelde factoren van toepassing. Opgemerkt wordt dat door middel van partiële factoren een gevoelige bouwkundige staat / monumentale status in rekening gebracht wordt (voorheen categorie 3). Tabel B 1: Veiligheidsfactoren Omschrijving
Type trillingsbron t Bouwkundige staat t
Fundering type Op palen
Op staal
Herhaald kortdurend
1,5
1,6
Continue
2,5
2,0
normaal
1,0
1,0
Gevoelig (monumentale status)
1,7
1,7
Rekenwaarde gemeten topsnelheid SBR Richtlijn A maakt onderscheid tussen een indicatieve, een beperkte en een uitgebreide meting. Afhankelijk van de soort meting dient de meetwaarde vermenigvuldigd te worden met een partiële veiligheidsfactor volgens onderstaande tabel. Om praktische redenen wordt in de praktijk bij het programmeren van de meters (in dit geval niet van toepassing), de grenswaarde gedeeld door deze factor, omdat de meetwaarden op voorhand immers nog niet bekend zijn. Tabel B 2: Veiligheidsfactoren, soort meting Soort meting
Omschrijving
Factor
Indicatief
1 meetpunt (X, Y, Z) aan de draagconstructie
1,6
Beperkt
2 meetpunten (X, Y, Z) aan de draagconstructie en circa 10 m boven MP aan de draagconstructie
1,4
Uitgebreid
Meerdere meetpunten in stijve punten van de constructie
1,0
Bijlage B Pagina 3 van 8
Kiwa Koac
Dominante frequentie Voor de toe te passen rekenwaarde van de grenswaarde is de dominante frequentie van de trilling een maatgevende factor. Op basis van meetwaarden (praktijkervaring) gelden de in onderstaande tabel opgenomen frequentieranges. Tabel B 3: Dominante frequenties Type bron heien
omschrijving
Frequentie
prefab betonpalen
10 Hz tot 15 Hz
vibropalen
20 Hz tot 25 Hz
Inwendig geheide buispalen (valblok)
5 Hz tot 15 Hz
Hoog frequent damwanden
30 Hz tot 35 Hz
Laag frequent damwanden
20 Hz tot 25 Hz
Slopen
Hydraulische snelslaghamer
20 Hz tot 25 Hz
Verkeer
Trilling vergelijkbaar met herhaald kortdurend
5 Hz tot 15 Hz
Trilling deels vergelijkbaar met herhaald kortdurend en / of deels vergelijkbaar met continue trilling
10 Hz tot 20 Hz
trillen
Railverkeer
Grenswaarde SBR A In onderstaande tabellen zijn, voor objecten gefundeerd op palen, de rekenwaarden van de grenswaarden opgenomen. Tabel B 4A: Grenswaarde [mm/s], object gefundeerd op palen, bouwkundig NIET gevoelig Dominante frequentie
1) 2)
Karakteristieke waarden
Partiele veiligheidsfactoren 1)
Rekenwaarde grenswaarde 2)
Cat.1
Cat. 2
TB
BS
TM
Cat.1
Cat. 2
[Hz]
[mm/s]
[mm/s]
[-]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
10
20,0
5,0
1,5
1,0
1,0 / 1,6
13,3 / 8,3
3,3 / 2,1z
15
22,5
6,3
1,5
1,0
1,0 / 1,6
15,0 / 9,4
4,2 / 2,6z
20
25,0
7,5
1,5
1,0
1,0 / 1,6
16,7 / 10,4
5,0 / 3,1z
25
27,5
8,8
1,5 2,5
1,0 1,0
1,0 / 1,6 1,0 / 1,6
18,3 / 11,5 11,0 / 6,9
5,8 / 3,6z 3,5 / 2,2
30
30,0
10,0
2,5
1,0
1,0 / 1,6
12,0 / 7,5
4,0 / 2,5z
35
32,5
11,3
2,5
1,0
1,0 / 1,6
13,0 / 8,1
4,5 / 2,8z
40
35,0
12,5
2,5
1,0
1,0 / 1,6
14,0 / 8,8
5,0 / 3,1z
TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting Excl. / incl. pa
Bijlage B Pagina 4 van 8
Kiwa Koac
Tabel B 4B: Grenswaarde [mm/s], object gefundeerd op palen, bouwkundig WEL gevoelig Dominante frequentie
1) 2)
Karakteristieke waarden
Partiele veiligheidsfactoren 1)
Rekenwaarde grenswaarde 2)
Cat.1
Cat. 2
TB
BS
TM
Cat.1
Cat. 2
[Hz]
[mm/s]
[mm/s]
[-]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
10
20,0
5,0
1,5
1,7
1,0 / 1,6
7,8 / 4,9
2,0 / 1,2
15
22,5
6,3
1,5
1,7
1,0 / 1,6
8,8 / 5,5
2,5 / 1,5
20
25,0
7,5
1,5
1,7
1,0 / 1,6
9,8 / 6,1
2,9 / 1,8
25
27,5
8,8
1,5 2,5
1,7 1,7
1,0 / 1,6 1,0 / 1,6
10,8 / 6,7 6,5 / 4,0
3,5 / 2,2 2,1 / 1,3
30
30,0
10,0
2,5
1,7
1,0 / 1,6
7,1 / 4,4
2,4 / 1,5
35
32,5
11,3
2,5
1,7
1,0 / 1,6
7,6 / 4,8
2,7 / 1,7
40
35,0
12,5
2,5
1,7
1,0 / 1,6
8,2 / 5,1
2,9 / 1,8
TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting Excl. / incl. pa
Voor objecten gefundeerd op staal (trillingsgevoelige fundering), zijn naast de rekenwaarde voor de versnelling van 1 m/s2 in de grond onder de fundering eveneens de rekenwaarden van de grenswaarden aan de draagconstructie zoals opgenomen in onderstaande tabel geldig. Deze zijn afhankelijk van de laagdikte van de trillingsgevoelige laag onder de fundering. Tabel B 5: Grenswaarde [mm/s], object gefundeerd op staal Laagdikte
1) 2)
Karakteristieke waarden
Bouwkundig
Bouwkundig
NIET gevoelig 1) 2)
Gevoelig 1) 2)
Heien
Trillen
Heien
Trillen
TB = 1,6
TB = 2,0
TB = 1,6
TB = 2,0
BS = 1,0
BS = 1,0
BS = 1,7
BS = 1,7
TM = 1,0 / 1,6
TM = 1,0 / 1,6
TM = 1,0 / 1,6
TM = 1,0 / 1,6
[m]
[mm/s]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
1
20,0
12,5 / 7,8
10,0 / 6,3
7,4 / 4,6
5,9 / 3,7
2
18,6
11,6 / 7,3
9,3 / 5,8
6,8 / 4,3
5,5 / 3,4
3
17,1
10,7 6,7
8,6 / 5,3
6,3 / 3,9
5,0 / 3,1
4
15,7
9,8 / 6,1
7,9 / 4,9
5,8 / 3,6
4,6 / 2,9
5
14,3
8,9 / 5,6
7,2 / 4,5
5,3 / 3,3
4,2 / 2,6
6
12,9
8,1 / 5,0
6,5 / 4,0
4,7 / 3,0
3,8 / 2,4
7
11,4
7,1 / 4,5
5,7 / 3,6
4,2 / 2,6
3,4 / 2,1
8
10,0
6,3 / 3,9
5,0 / 3,1
3,7 / 2,3
2,9 / 1,8
TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting Excl. / incl. pa
Bijlage B Pagina 5 van 8
Kiwa Koac
Hiaat SBR A richtlijn De SBR-richtlijnen doen geen uitspraak bij trillingsintensiteiten die lager zijn dan de gestelde grenswaarde en / of die veelvuldig voorkomen gedurende langere tijd (maanden tot jaren). Er is sprake van cosmetische schade die uiteindelijk tot constructieve schade kan leiden. Vanuit de praktijk is bekend dat schade (scheurvorming in metselwerk) ontstaat bij objecten die een langdurige trillingsbelasting (hebben) ondergaan. Dergelijke schade treedt eerder op bij objecten gefundeerd op staal dan bij objecten gefundeerd op palen. Hinderbeleving conform SBR-richtlijn B Conform SBR richtlijn B is de hinderbeleving afhankelijk van: de omstandigheden van de trillingsbron; situatie; de functie van een ruimte in een gebouw; het tijdstip waarop de trilling voorkomt op de dag. Omstandigheid van de trillingsbron Analoog aan SBR A wordt in SBR richtlijn B eveneens onderscheid gemaakt in trillingsbronnen. Onderscheid wordt gemaakt in: bronnen die incidenteel kortdurend voorkomen (bv. explosies); Bronnen die continue voorkomen gedurende lange tijd (bv. machines); bronnen die herhaald voorkomen gedurende lange tijd (bv.
rail- en wegverkeer); bronnen die continue of herhaald voorkomen gedurende een periode korter dan 3 maanden (bv bouw en sloopwerkzaamheden); Situatie SBR B maakt onderscheid in de volgende situaties: Bestaande situatie (zowel bron als ontvanger zijn aanwezig) Nieuwe situatie (of de bron of de ontvanger is nog niet aanwezig) Gewijzigde situatie (in geval van een gewijzigde bestaande bron) Voor een gewijzigde situatie gelden de streefwaarden van een bestaande situatie, waarbij, na wijziging, gestreefd te worden naar intensiteiten die gelden voor een bestaande situatie. De wijziging mag niet tot een verhoging van de reeds aanwezige intensiteiten leiden. Functie van een ruimte In SBR richtlijn B wordt onderscheid gemaakt in functies als gezondheidszorg, wonen, kantoor en onderwijs, bijeenkomstgebouwen (bv bioscoop) en kritische werkruimten (bv laboratoria). Tijdstip van voorkomen op de dag In SBR richtlijn B wordt onderscheid gemaakt in een dag- (van 07:00 uur tot 19:00 uur), avond- (van 19:00 uur tot 23:00 uur) en een nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur). Streefwaarden / Omrekenfactor CUR 166 De streefwaarden zoals deze zijn opgenomen in richtlijn SBR B zijn dimensieloos. Voor de beoordeling van hinder is het praktischer om streefwaarden en trillingsniveaus uit te drukken in de eenheid mm/s.
Het handboek CUR166 “Damwandconstructies” (6de druk, tabel 5.23) bevat een Bijlage B Pagina 6 van 8
Kiwa Koac
omrekenwijze waarmee de dimensieloze waarden voor trillingen om te rekenen zijn naar mm/s. Afhankelijk van de karakteristieken van de trillingen bedraagt de factor: een herhaald kortdurende trilling 0,42 continue trilling 0,64 Streefwaarden (dimensieloos) De streefwaarden zijn erop gericht hinderbeleving te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Overschrijding van de streefwaarden dient aanleiding te zijn tot overleg tussen betrokken partijen. Er is geen sprake van harde grenzen. Onderscheid wordt gemaakt in: Streefwaarde A1 ondergrens Streefwaarde A2 bovengrens Streefwaarde A3 periodiek gewogen grens Op moment dat van de meetduur de voortschrijdende effectieve waarde (veff.max) bepaald op een vloer lager is dan streefwaarde A1, dan mag verwacht worden dat er geen hinderbeleving optreedt. Ligt de voortschrijdende effectieve waarde boven streefwaarde A2, dan mag verwacht worden dat hinderbeleving aan de orde is. Ligt de voortschrijdende effectieve waarde tussen streefwaarden A1 en A2 in, dan is een mogelijke hinderbeleving afhankelijk van het aantal maal dat de trilling zich voordoet (toets op streefwaarde A3). In onderstaande tabel zijn de streefwaarden opgenomen. Tabel B 6a: Streefwaarden bestaande situatie, herhaald voorkomende trilling Dag- en avond periode 1)
Functie
[-] / [mm/s] A1
A2
A2 (nacht)
A3
gezondheidszorg
0,2 / 0,48
0,8 / 1,90
0,4 / 0,95
0,1 / 0,24
Wonen
0,2 / 0,48
0,8 / 1,90
0,4 / 0,95
0,1 / 0,24
Onderwijs en kantoor
0,3 / 0,71
1,2 / 2,86
1,2 / 2,86
0,15 / 0,36
Bijeenkomst
0,3 / 0,71
1,2 / 2,86
1,2 / 2,86
0,15 / 0,36
Kritische werkruimte
0,1 / 0,24
0,1 / 0,24
0,1 / 0,24
1)
Excl. / incl. omrekenfactor CUR 166
Tabel B 6b: Streefwaarden bestaande of nieuwe situatie, continue trilling Dag- en avond periode 1)
Functie
[-] / [mm/s] A1
A2
A2 (nacht)
A3
gezondheidszorg
0,1 / 0,16
0,4 / 0,63
0,2 / 0,31
0,05 / 0,08
Wonen
0,1 / 0,16
0,4 / 0,63
0,2 / 0,31
0,05 / 0,08
Onderwijs en kantoor
0,15 / 0,23
0,6 / 0,94
0,6 / 0,94
0,07 / 0,11
Bijeenkomst
0,15 / 0,23
0,6 / 0,94
0,6 / 0,94
0,07 / 0,11
Kritische werkruimte
0,1 / 0,16
0,1 / 0,16
0,1 / 0,16
1)
Excl. / incl. omrekenfactor CUR 166
Bijlage B Pagina 7 van 8
Kiwa Koac
Streefwaarden korte periode Conform SBR B zijn dimensieloze streefwaarden bepaald die onafhankelijk van het type trillingsbron (continue of herhaald voorkomend), de functie van de ruimte of de situatie (bestaand / nieuw / gewijzigd) zijn. Deze gelden uitsluitend voor de dagperiode. Inclusief de omrekeningsfactoren uit CUR 166, gelden de onderstaande streefwaarden. Tabel B-7: Streefwaarde, dagperiode, korte duur Duur D
Herhaald voorkomende trilling
Continue trilling
A1
A2
A3
A1
A2
A3
[mm/s]
[-]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
D<1
0,80 / 1,90
6 / 14,29
0,40 / 0,95
0,80 / 1,25
6 / 9,38
0,40 / 0,63
6 < D < 26
0,40 / 0,95
6 / 14,29
0,30 / 0,71
0,40 / 0,63
6 / 9,38
0,30 / 0,47
26 < D < 78
0,30 / 0,71
6 / 14,29
0,20 / 0,24
0,30 / 0,47
6 / 9,38
0,20 / 0,31
Bijlage B Pagina 8 van 8
Kiwa Koac
C.
Trillingstechnische vaktermen
Trilling:
een periodieke beweging van een grootheid (verplaatsing, snelheid, versnelling) om een evenwichtsstand als functie van de tijd.
Trillingstijd:
de kleinste verschuiving in de tijd waarbij een periodieke tijdsfunctie met zichzelf samenvalt.
Topwaarde
de in absolute zin grootste afwijking van de momentane waarde van een grootheid ten opzichte van de gemiddelde waarde.
Frequentie
de reciproque van de trillingstijd.
Dominante frequentie:
de overheersende frequentie in dat deel van het signaal waar de topwaarde optreedt.
Verplaatsing:
een vectoriële grootheid die de verandering van een positie van een lichaam of van een punt aanduidt ten opzichte van een zekere referentie.
Snelheid:
een vectoriële grootheid die de tijdsafgeleide van de verplaatsing representeert.
Versnelling:
een vectoriële grootheid die de tijdsafgeleide van de snelheid representeert.
Trillingssterkte:
de sterkte van de trilling in relatie tot het van belang zijnde trillingseffect; in het geval van schade wordt onder de trillingssterkte verstaan de topwaarde van een trillingsgrootheid in combinatie met de dominante frequentie.
Draagconstructie:
het deel van een gebouw dat ervoor zorgt dat het gebouw als geheel en in het bijzonder de vloeren hun dragende functie kunnen blijven vervullen.
Grenswaarde schade:
waarde voor de toelaatbare trillingssterkte waarbij de kans op schade aan de draagconstructie (en overige onderdelen) van een bouwwerk aanvaardbaar klein is (minder dan 1%); schade kan de veiligheid en/ of levensduur van het bouwwerk beïnvloeden, of leiden tot een vermindering van de gebruikswaarde of de economische waarde van het bouwwerk.
Continue trilling:
een trilling die zodanige tijd continu aanwezig is, dat resonanties en/ of vermoeiingseffecten aan de draagconstructie van een bouwwerk kunnen optreden (bv. machines, intrillen damwanden).
Kortdurende trilling:
een door een stootvormige excitatie veroorzaakte trilling met een kortdurend, uitdempend karakter (bv. explosies, botsingen).
Herhaald kortdurende trilling:
een kortdurende trilling die meermalen voorkomt, steeds gescheiden door een tijdsinterval waarin een rustsituatie heerst, waarbij vermoeiingseffecten aan de draagconstructie van een bouwwerk kunnen optreden (bv. heiwerkzaamheden, wegen railverkeer).
Indicatieve meting:
meting waarbij slechts met één meetpunt ter plaatse van de begane grond trillingen worden gemeten (conform § 8.4.2.1 SBR-richtlijn A).
Beperkte meting:
meting waarbij met tenminste één meetpunt op de begane grond en met tenminste één meetpunt op de hoogste verdieping van het gebouw trillingen worden gemeten (conform § 8.4.2.2 SBR-richtlijn A).
Uitgebreide meting:
meting waarbij met een groot aantal meetpunten wordt gemeten, dit in aanvulling op de meetpunten volgens de beperkte meting (conform § 8.4.2.3 SBR-richtlijn A).
Beoordelingsperiode:
een tijdsinterval waarin een dag wordt verdeeld voor de toetsing van de trillingsterkte aan de streefwaarden in: dagperiode: van 7:00 tot 19:00; avondperiode: van 19:00 tot 23:00; nachtperiode: van 23:00 tot 7:00.
Effectieve trillingssnelheid:
voortschrijdende effectieve waarde van de gewogen momentane trillingsgrootheid.
Maximale effectieve trillingssnelheid:
grootste optredende waarde van de voortschrijdende effectieve waarde.
Trillingssterkte over beoordelingsperiode:
het kwadratisch gemiddelde van de grootste effectieve waarde per interval van 30 seconden in de desbetreffende beoordelingsperiode.
Bijlage C Pagina 1 van 2
Kiwa Koac
Streefwaarde hinder:
waarde voor de trillingssterkte waarbij verwacht wordt dat er nog net geen hinder voor personen optreedt; onder hinder wordt verstaan de verstoring en/ of belemmering van (fysieke) activiteiten en/ of processen die rust en/ of concentratie behoeven.
Streefwaarde A1:
onderste streefwaarde voor de maximale trillingssterkte van de voortschrijdende effectieve waarde .
Streefwaarde A2:
bovenste streefwaarde voor de maximale trillingssterkte van de voortschrijdende effectieve waarde.
Streefwaarde A3:
streefwaarde voor de trillingssterkte over de beoordelingsperiode dag, avond en nacht.
Bijlage C Pagina 2 van 2