Bijlage 3.2 Ruimtelijke onderbouwing d.d. 29-10-2024_Zwartgemaakt
Tekst van het document
De afstand tot de betreffende instandhoudingsdoelen is dermate groot dat een negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen is uitgesloten. Benadrukt wordt dat dit tevens geldt voor habitattype H2110 – Embryonale duinen, dat op de bouwplaats zelf en het aangrenzende strandgedeelte ontbreekt. De conclusie geldt echter alleen indien tijdens de bouw uitsluitend van de strandovergang gebruik wordt gemaakt en verkeersbewegingen ten behoeve van de bouw via het strand worden vermeden. Degelijke verkeersbewegingen zijn echter niet logisch en zullen niet plaatsvinden. De algehele conclusie is dan ook dat de bouw van het in oppervlak uitgebreide paviljoen en het gebruik van het gebouw op de locatie geen negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
18
7.4.1.2. Effecten van de jaarrond openstelling en de uitbreiding van het aantal zitplaatsen. Uitgangspunten. De initiatiefnemer heeft aangegeven het paviljoen ook in de winterperiode te willen exploiteren. Tot nu toe was het oude paviljoen alleen in de zomerperiode van 1 april tot 1 november open. De uitbreiding van de openstelling is ten opzichte van de oude situatie een vorm van nieuw gebruik, waarvan de effecten moeten worden getoetst aan de gevolgen voor de instandhoudingsdoelen. Tevens wordt het aantal zitplaatsen van het paviljoen uitgebreid van 350 tot 500. In de zomerperiode leidt dit tot een toename van het aantal bezoekers aan het paviljoen van 150 man. In de winterperiode biedt de jaarrond openstelling tot een maximale toename van het aantal bezoekers van 500 man indien het paviljoen in die periode vol zou zitten. In de praktijk zal dit echter zelden voorkomen. De reguliere openstelling en het reguliere gebruik van het paviljoen in de zomerperiode van 1 april tot 1 november kan worden beschouwd als bestaand gebruik. De effecten ervan worden in kaart gebracht in het beheersplan voor de Natura2000-gebieden dat momenteel door de Dienst Landelijk Gebied (DLG) wordt opgesteld. Het is derhalve niet nodig hier in deze ecologische beoordeling aandacht aan te besteden.
Overigens kan worden toegevoegd dat in het Beheerplan ook een beoordeling wordt gegeven betreffende de aanwezigheid van de paviljoens en de openstelling ervan in de winter. De gevolgen van openstelling in de winterperiode voor de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone. Hiervoor is aangegeven dat in de omgeving van het paviljoen van Formerum aan Zee uitsluitend de volgende instandhoudingsdoelen voorkomen: - Habitattype H2110 – Embryonale duinen - Habitattype H1140 – Slik- en zandplaten. - Drieteenstrandloper Omdat Embryonale duinen niet binnen 50 meter van het paviljoen voorkomen en het paviljoen op een afstand van 400 meter van beide andere instandhoudingsdoelen ligt kan van de openstelling in de winterperiode een negatief effect op de instandhoudingsdoelen worden uitgesloten. Benadrukt moet worden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn met betrekking tot habitattype H2110 – Embryonale duinen, daar deze in de directe omgeving aangrenzend aan het paviljoen niet voorkomen. De toename van het aantal zitplaatsen in het paviljoen en de jaarrond openstelling kan in zeer beperkte mate een toename van de betreding van embryonale duinen in de ruime omgeving van het paviljoen tot gevolg hebben, als bezoekers ook het strand als recreatiegebied gebruiken.
De vegetatie van embryonale duinen bestaande uit Biestarwegras handhaaft zich onder sterke aeolische verstuivingsprocessen. De vegetatie is niet gevoelig voor geringe betreding door recreanten. Een significant negatief effect op oppervlak en kwaliteit van het habitattype in de ruime omgeving van het paviljoen, als gevolg van de uitbreiding van het aantal zitplaatsen en de jaarrond openstelling is uitgesloten. Een negatief effect op het broeden van de Bontbekplevier en de Strandplevier kan worden uitgesloten, enerzijds doordat beide soorten niet voorkomen in de ruime omgeving, anderzijds daar de openstelling in de winterperiode betrekking heeft op de periode buiten het broedseizoen van de vogels. De beide soorten zijn in de winterperiode niet op het Noordzeestrand aanwezig. Schade aan geomorfologische kenmerken (schelpenstrandjes) van het broedgebied van de plevieren op het Noordzeestrand in de omgeving van het paviljoen kan worden uitgesloten daar deze kenmerken niet in de nabijheid van de locatie voorkomen. 7.4.1.3. Cumulatieve effecten van de openstelling in de winter in relatie tot overig strandgebruik. Het is van belang te overwegen of de openstelling van het paviljoen in de winter in samenhang met ander strandgebruik kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied.
De betreffende activiteiten zijn: - Wandelen - Strandzeilen - Surfen, Kite-surfen
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
19
- Strandrijden. - Vissen. Van belang is in kaart te brengen of ten opzichte van de bestaande situatie verslechtering optreedt door uitbreiding van de activiteiten als gevolg van de openstelling van het paviljoen. Het gebruik van het strand voor strandzeilen, surfen en kite-surfen is door de gemeente Terschelling aan regels gebonden, met name om te voorkomen dat deze activiteiten plaatsvinden op het Noordzeestrand op ecologisch kwetsbare plekken. Deze plekken liggen niet in de omgeving van het paviljoen. Het kan dan ook worden uitgesloten dat er negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zullen optreden als gevolg van cumulatie door deze activiteiten in samenhang met de openstelling van het paviljoen. Hetzelfde kan worden gesteld met betrekking tot sportvissen op het strand. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten daar de openstelling van het paviljoen niet zal leiden tot verslechtering met betrekking tot de instandhoudingsdoelen als gevolg van een toename van het sportvissen. Verwacht mag worden dat het Noordzeestrand bij het paviljoen in de winter aantrekkelijker wordt voor wandelaars als gevolg van de openstelling van het paviljoen. Een mogelijk effect op de instandhoudingsdoelen is dan uitsluitend te verwachten langs de waterlijn in de omgeving van het paviljoen.
Een verslechtering van het hier voorkomende habitattype H1140- Slikken en zandplaten kan worden uitgesloten daar dit habitattype niet gevoelig is voor betreding. Een significante verslechtering van het Noordzeestrand als overwinteringsgebied voor de Drieteenstrandloper kan worden uitgesloten met name doordat het strand in de omgeving van het paviljoen geen bijzondere betekenis heeft als foerageergebied voor de soort. De relatie tussen de openstelling van het paviljoen en het strandrijden is van belang. Het paviljoen kan bij openstelling in de winter in de periode van 15 oktober tot 1 april worden bezocht door strandrijders. Zij kunnen daarbij het paviljoen benaderen vanaf het harde strand waarop gereden wordt, met een toename van de verkeersbewegingen van het harde strand naar het paviljoen als gevolg. Binnen deze zone komen echter geen instandhoudingsdoelen voor, en er is derhalve geen sprake van verslechtering. Hetzelfde geldt indien strandrijders bij een bezoek aan het paviljoen hun auto op het strand bij het paviljoen parkeren. Hoewel dit in landschappelijke zin als lelijk kan worden ervaren, heeft dit geen verslechtering van de instandhoudingsdoelen tot gevolg daar deze er niet voorkomen. De gemeente Terschelling heeft overigens aangegeven door middel van regelgeving het parkeren naast de paviljoens niet toe te staan.
Geconcludeerd kan worden dat de openstelling van het paviljoen in relatie tot het strandrijden in de omgeving van het paviljoen geen verslechtering tot gevolg heeft met betrekking tot de instandhoudingsdoelen. Door de provincie Fryslân is echter naar aanleiding van enkele ingediende zienswijzen bij procedures in het recente verleden aangegeven dat als gevolg van de openstelling in de winter een paviljoen kan fungeren als centrum waarvandaan het strandrijden wordt bevorderd, met als gevolg een toename van de druk van strandrijders op de instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied Noordzeekustzone over het hele strand. Verslechtering is dan niet uit te sluiten in gebieden met embryonale duinen of gebieden met geomorfologische kenmerken voor broedlocaties van de plevieren op grote afstand van het paviljoen. Ook kan verslechtering optreden met betrekking tot de overwinteringsmogelijkheden van de Drieteenstrandloper en voor de hoogwatervluchtplaats bij paal 24. De provincie Fryslân heeft om deze redenen de openstelling in de winter van het paviljoen bij Oosterend ter hoogte van paal 18 aanvankelijk tegengehouden. Inmiddels is voor de openstelling in de winter van de paviljoens van West, Midsland en Oosterend echter vergunning afgegeven en zijn deze paviljoens jaarrond open.
Het door de Provincie Fryslân aangegeven argument om jaarrond openstelling tegen te houden is daarmee niet meer geldig. Dit geldt derhalve ook voor het paviljoen van Formerum aan Zee. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de openstelling in de winterperiode van het paviljoen in samenhang met andere activiteiten geen verslechtering van de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone tot gevolg heeft in de ruime omgeving van het paviljoen.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
20
7.5. De instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling. In hoofdstuk 7 is vastgesteld dat de bouwlocatie op ongeveer 40 meter van de grens van het Natura2000gebied Duinen Terschelling ligt. Tevens is aangegeven dat in de directe omgeving van de bouwlocatie de volgende instandhoudingsdoelen voorkomen: - H2120 – Witte duinen - H2130AB – Grijze duinen, kalkrijk en kalkarm - H2140B – Duinen met kraaihei, droog - H2150 – Duinen met struikhei - H2160 – Duinen met duindoorn - H2170 – Duinen met kruipwilg - Bruine kiekendief - Rietzanger - Tapuit. De overige instandhoudingsdoelen komen niet voor binnen een afstand van 1 kilometer van de bouwlocatie. Een negatieve invloed van de bouw van het paviljoen op deze instandhoudingsdoelen is op grond van de grote afstand uitgesloten. Het habitattype H2120 betreft de duinen van de zeereep direct ten zuiden van de bouwlocatie en ter weerszijde van de strandovergang. De strandovergang zelf wordt beschouwd als een openbare weg waarvoor binnen Natura2000 de exclaveringsformule geldt, met andere woorden: de overgang wordt beschouwd als geen onderdeel van het Natura2000-gebied. Het habitattype staat sterk onder invloed van dynamische processen van wind en zee.
Een geringe aantasting van de vegetatie van het habitattype in de directe omgeving van de bouwlocatie als gevolg van de bouw van een paviljoen heeft geen significant negatieve gevolgen voor het habitattype zelf. Omdat de bouwactiviteiten zich beperken tot de bouwlocatie zelf en de zone op enkele tientallen meters rondom de locatie, en bij gebruik van de openbare strandovergang als transportroute, wordt door de uitvoering van de bouwactiviteiten duinen van het habitattype H2120 volledig gemeden. Een negatief effect op het habitattype H2120 als gevolg van de bouw van het paviljoen is dan volledig uitgesloten. Ook zal er geen negatief effect optreden van de aanwezigheid jaarrond van het gebouw zelf en de jaarrond openstelling van het paviljoen. Eerder mag een positief effect worden verwacht als door de aanwezigheid van het paviljoen windluwte wordt gecreëerd met een opeenhoping van zand als gevolg. Het habitattype kan daardoor enigszins worden versterkt. De overige habitattypen komen voor aan de binnenzijde van de zeereep. Als transportroute voor de bouw van het paviljoen wordt hier de Formerumer badweg gebruikt, een weg die geen deel is van het Natura2000gebied. Voor de bouw van het paviljoen is het niet nodig het Natura2000-gebied aan weerszijde van de badweg te betreden of te berijden.
De bouw van het paviljoen heeft dan ook geen enkel effect op de kwaliteit of het oppervlak van de hier voorkomende habitattypen. Als gevolg van de jaarrond openstelling van het paviljoen kan een minimale toename van de betreding optreden in het duingebied ten noorden van de parkeerplaats. Het duingebied ten noorden van de parkeerplaats maakt echter deel uit van verpacht terrein (Strandhotel), en is niet vrij toegankelijk voor bezoekers aan het strandpaviljoen. Toename van betreding als gevolg van de uitbreiding van het paviljoen en de jaarrond openstelling is hier uitgesloten. Voor het overige is betreding van het duingebied door bezoekers aan het paviljoen die hun auto of fiets parkeren op de parkeerplaats aan de binnenzijde van de zeereep niet erg logisch. De structuur van de vegetatie is hier mede dusdanig dat betreding ervan niet goed mogelijk is. Intensieve toename van de betreding van de habitattypen aan de binnenzijde van de zeereep als gevolg van de uitbreiding van het paviljoen en de jaarrond openstelling zal dan ook uitblijven. Een negatief effect van de op de habitattypen is uitgesloten. De vochtige vallei ten westen van de parkeerplaats aan de binnenzijde van de zeereep is een broedlocatie van de Bruine kiekendief. Deze vallei is echter niet betrokken bij de bouwactiviteiten t.b.v. het strandpaviljoen.
Ook leidt de jaarrond openstelling en de uitbreiding van het paviljoen niet tot een toename van de betreding van deze vallei, met name omdat deze vallei vanaf de parkeerplaats niet te betreden is, en de gangbare verkeersstroom van de parkeerplaats naar het paviljoen loopt via de strandovergang in noordoostelijke richting. De bouw van het paviljoen en het toekomstig gebruik, inclusief de jaarrond openstelling heeft geen negatief effect op de broedlocatie van de Bruine kiekendief.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
21
Met betrekking tot de Tapuit wordt gesteld dat deze recent niet in de zeereep nabij de bouwlocatie heeft gebroed. Tapuiten broeden doorgaans aan de binnenzijde van de zeereep op de overgang van habitattype H2120 – Witte duinen naar andere habitattypen. De duinstrook ten oosten van de strandovergang is plaatselijk aantrekkelijk als broedlocatie. Hetzelfde geldt voor de duinen ten zuiden en westen van de parkeerplaats. Een negatief effect op de geschiktheid van dit gebied als broedlocatie voor de Tapuit als gevolg van de bouw van het paviljoen is echter uitgesloten, daar zoals hierboven aangegeven, tijdens de bouw wordt vermeden dat het broedgebied wordt betreden of bereden. De broedlocaties worden niet dichter benaderd dan over een afstand van 200 meter. Ook het gebruik van het paviljoen zelf en de jaarrond openstelling heeft geen invloed op de geschiktheid van het gebied als broedlocatie van de Tapuit. De broedlocaties liggen daarvoor op een te grote afstand van het paviljoen. Een negatief effect van de uitvoering van het plan op de broedgelegenheid van de Tapuit is uitgesloten. De Rietzanger komt als broedvogel voor in de vallei ten westen van de parkeerplaats aan de binnenzijde van de zeereep.
Voor deze locatie geldt hetzelfde als hierboven is gesteld ten aanzien van de Bruine kiekendief, die in dezelfde vallei broedt, namelijk dat de broedlocatie niet worden betreden of bereden tijdens de bouw van het paviljoen. Ook is geen sprake van een toename van de betreding van deze valleien als gevolg van de jaarrond openstelling van het paviljoen of de uitbreiding ervan. Er is derhalve geen sprake van een significant negatief effect van de uitvoering van het plan op de Rietzanger. Aanvullend kan worden gesteld dat zowel Bruine kiekendief, Tapuit als Rietzanger uitsluitend in het gebied voorkomen tijdens het broedseizoen van april tot begin september. Het paviljoen is al sinds jaren in deze periode aanwezig en open. De veranderingen die optreden betreffende de jaarrond openstelling spelen zich af in de winterperiode van november tot april, de periode dat deze vogelsoorten niet aanwezig zijn. Omdat tijdens het broedseizoen niets verandert wat betreft de openstelling in vergelijking met de reeds jaren bestaande situatie, is er ook geen effect met betrekking tot de broedmogelijkheden van beide soorten. De uitbreiding van het paviljoen, waardoor meer mensen aanwezig zullen zijn in het paviljoen, heeft evenmin een negatief effect op de broedgelegenheid van deze vogelsoorten.
De conclusie is dan ook dat de effecten van de bouw van het paviljoen, de effecten van uitbreiding van het paviljoen en de effecten van de permanente aanwezigheid en de jaarrond openstelling van het gebouw zich beperken tot de bouwlocatie zelf en de onmiddellijke omgeving ervan. Voor alle habitattypen in de omgeving van het plangebied geldt dat significant negatieve effecten als gevolg van de uitvoering van het plan erop zijn uitgesloten. Dit geldt tevens voor de Vogelrichtlijn-soorten Bruine kiekendief, Tapuit en Rietzanger. Gesteld wordt dat geen negatieve effecten zullen optreden met betrekking tot alle instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling in het algemeen. 7.6. Aanvullend: De bouwlocatie ten opzichte van bebouwing in de omgeving. Aanvullend wordt opgemerkt dat de bouwlocatie van het paviljoen aan de duinvoet van Formerum aan Zee aansluit bij de al aanwezige bebouwing van de enclave Midsland aan Zee/Formerum aan Zee. Er is derhalve geen sprake van het oprichten van een vorm van permanente bebouwing in een verder grootschalig onbebouwd gebied. Het bestaande paviljoen heeft al enige jaren aansluiting op het elektriciteitsnet, waterleiding, gas, riool e.d. Ten behoeve van de bouw van het nieuwe paviljoen kan gebruik gemaakt worden van de al aanwezige aansluitingen. 7.7.
Stikstof-uitstoot en PAS-regeling De hoeveelheid extra emissie van stikstof als gevolg van de uitvoering van het plan kan worden berekend door het digitale programma Aerius. Extra emissie ontstaat tijdelijk als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen door bouwverkeer tijdens de bouw. Het gaat hier om een zeer geringe hoeveelheid. Een toename kan ook ontstaan als gevolg van een geringe toename van de verkeersdruk doordat meer mensen het paviljoen kunnen bezoeken, en als gevolg van de openstelling in de winter. Het betreft hier een structurele toename van de emissie van zeer geringe omvang. Een stikstofberekening van het plan is opgesteld door Rho-adviseurs.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
22
7.8. Cumulatie. Cumulatieve effecten treden op indien als gevolg van de uitvoering van het plan negatieve effecten optreden in samenhang met andere projecten en ontwikkelingen in de nabije omgeving. Het onderhavige project leidt in het geheel niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura2000gebieden, en doet dat evenmin in relatie tot andere projecten. Sinds enkele jaren zijn de strandpaviljoens van West aan Zee, Midsland aan Zee en Oosterend gebouwd op plateaus op palen. Deze paviljoens zijn permanent en jaarrond open. Ze liggen op een afstand van twee kilometer of meer van de bouwlocatie. De afstand tot deze paviljoens is dermate groot dat negatieve effecten door cumulatie binnen het Natura2000-gebied Noordzeekustzone als gevolg van de aanwezigheid van meerdere paviljoens en de jaarrond openstelling ervan is uitgesloten. 7.9. Samengevat. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Habitattypen van Natura2000gebied Noordzeekustzone. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone.
De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Habitattypen van Natura2000gebied Duinen Terschelling. Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen niet voor. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Duinen Terschelling. De bouw van het uitgebreide paviljoen op de locatie, alsmede de uitbreiding en de jaarrond openstelling van het gebouw, hebben geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van beide Natura2000gebieden tot gevolg en is derhalve niet in strijd met de Wet natuurbescherming. De aanvraag van een vergunning bij de provincie Fryslân is niet nodig. Het is evenmin nodig ten behoeve van het plan een Passende beoordeling op te stellen.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
23
8.
Soortenbescherming.
8.1. Soorten beschermd op basis van internationale afspraken, voorheen Strikt beschermde soorten. 8.1.1. Zandhagedis. In delen van de zeereep van Terschelling komt een kleine populatie voor van de Zandhagedis, een strikt beschermde soort. Ook in de zeereep ten zuiden van het plangebied wordt de soort soms gezien. De witte duinen op 40 meter afstand van de bouwlocatie gelden eveneens als onderdeel van het leefgebied. Het is van belang in kaart te brengen of de uitvoering van het plan invloed heeft op de populatie van de Zandhagedis. Op de bouwlocatie zelf komt de soort niet voor. 8.1.2. Rugstreeppad. De rugstreeppad is eveneens een strikt beschermde soort. Populaties van de soort komen voor in vochtige duinvalleien in de duinen van Terschelling. Vooral in valleien met ondiep open water is op grote schaal sprake van eiafzetting. De populaties van de Rugstreeppad komen voor in de vallei ten westen van de parkeerplaats van Formerum aan Zee, op 500 meter zuidelijk van de bouwlocatie. In droge duinen buiten de vallei kunnen volwassen Rugstreeppadden foeragerend worden aangetroffen. Ze kunnen daar ook overwinteren. Op de bouwlocatie zelf ontbreekt de soort. Volwassen dieren komen er niet foeragerend voor, en overwinteren er niet. 8.1.3. Vleermuizen. In de omgeving van het plangebied komen geen soorten vleermuizen voor. 8.1.4. Zeehonden.
Het strand nabij de bouwlocatie heeft geen bijzondere betekenis voor de grijze zeehond en de gewone zeehond. Rustplaatsen komen in de nabijheid van de bouwlocatie niet voor. Een invloed van de uitvoering van het plan op de populaties van de zeehonden kan worden uitgesloten. 8.1.5. Insecten. In de duinen ten zuiden van de bouwlocatie komen op groeiplaatsen van Duinviooltje en Hondsviooltje populaties voor van Zilveren maan, Duinparelmoervlinder en Grote parelmoervlinder, soorten die bescherming genieten volgens de Wnb. Op de bouwlocatie zelf komen geen populaties voor van deze soorten. Hetzelfde geldt voor de Kommavlinder, waarvan in de duinen ten zuiden van de zeereep lokaal kleine populaties zijn aangetroffen. 8.2. Overige soorten, zorgplicht en zorgvuldig handelen. Voor alle overige soorten geldt in de Wnb de zorgplicht. Dit geldt met name voor de kwetsbare soorten waarvoor geen “algeheel goede staat van instandhouding” bestaat. Vrijstelling geldt voor de soorten van de provinciale vrijstellingslijst (zie hoofdstuk 4), als kan worden geconcludeerd dat de uitvoering van het plan geen verandering brengt in de “algeheel goede staat van instandhouding in Nederland” die voor deze soorten geldt. 8.2.1. Vogels. Voor alle soorten broedvogels geldt de zorgplicht.
Op het Noordzeestrand in de ruime omgeving van de bouwlocatie moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van broedende Scholeksters. In de duinen van de zeereep komt de Graspieper en de Tapuit voor. In de struwelen aan de binnenzijde van de zeereep, en ten westen van de parkeerplaats wordt gebroed door Bruine kiekendief, Rietzanger, Sprinkhaanzanger, Kleine karekiet, Fitis, Grasmus, Kneu, Blauwborst, Nachtegaal, Roodborsttapuit, Merel, Winterkoning, Heggenmus en Ekster. Op de bouwlocatie zelf komt geen enkele broedvogelsoort voor. Het huidige paviljoen is voor geen enkele soort een broedgebied. Er komen derhalve geen nesten voor van Gierzwaluw of Huismus. Beschermde nesten ontbreken op de locatie en in de omgeving ervan geheel. 8.2.2. Zoogdieren. Vrijwel alle soorten zoogdieren, die in de omgeving van de bouwlocatie voorkomen, zijn gemeld op de lijst van soorten waarvoor vrijstelling geldt als de uitvoering van het plan geen verandering brengt in de “algeheel goede staat van instandhouding” van de soorten in Nederland. De vrijstelling is hier van toepassing.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
24
Voorkomende soorten zijn Gewone bosspitsmuis, Dwergspitsmuis, Dwergmuis, Bosmuis, Rosse woelmuis, Egel, Haas en Konijn. 8.2.3. Reptielen, amfibieën, vissen. Behoudens de boven al genoemde Zandhagedis en Rugstreeppad komen in de nabije omgeving populaties voor van Levendbarende hagedis (duinen ten zuiden n oosten van de Formerumer badweg), Bruine kikker en Kleine watersalamander. De populaties van deze soorten komen echter niet voor binnen een afstand van 300 meter van het plangebied. Op de bouwlocatie komt geen van de genoemde soorten voor. 8.3. Effectanalyse strikt beschermde soorten. Hiervoor is gewezen op het voorkomen van de Zandhagedis in de zeereep nabij de bouwlocatie van het paviljoen. De Zandhagedis geldt als een strikt beschermde soort. De Zandhagedis is actief van april tot en met september. In het overige deel van het jaar verkeert de soort in winterslaap en is inactief. In beginsel kunnen Zandhagedissen in de actieve periode schade ondervinden van de bouwactiviteiten, met name op de strandovergang. De kans hierop is echter zeer gering. In het kader van zorgvuldig handelen zal de initiatiefnemer om schade te kunnen uitsluiten de bouw van het paviljoen tot uitvoering te brengen in de periode van het jaar dat de zandhagedis niet actief is (september tot april).
De Rugstreeppad komt in de ruime omgeving van het plangebied alleen voor in de vallei ten westen van de parkeerplaats. De soort ontbreekt binnen het plangebied en in de direct aangrenzende duinen. De uitvoering van het plan heeft geen enkel effect op de populatie van de Rugstreeppad. Binnen het plangebied en de omgeving komen geen vleermuizen voor. Activiteiten ten behoeve van de bouw van het paviljoen spelen zich af op de bouwlocatie zelf. De duinen met groeiplaatsen van wilde viooltjes en populaties van Duinparelmoervlinder, Zilveren maan en Grote parelmoervlinder worden daarbij niet betreden of bereden. De populaties van deze soorten dagvlinders ondervinden geen schade van de bouw van het paviljoen. Ook leidt de uitbreiding van het paviljoen en de jaarrond openstelling ervan niet tot meer betreding van de duinen waarin de populaties voorkomen. Ook in dit opzicht is schade aan de populaties van de betreffende dagvlinders uitgesloten. Hetzelfde geldt m.b.t. de populatie van de Kommavlinder in de duinen aan de binnenzijde van de zeereep. 8.4. Effectanalyse overige soorten. 8.4.1. Broedvogels. Op de bouwlocatie en op het Noordzeestrand in de directe omgeving ervan komen geen broedvogels voor. De hiervoor vermelde broedvogels komen uitsluitend voor in de duinen aan de binnenzijde van de zeereep of op nog grotere afstand.
Omdat voor de bouw van het paviljoen gebruik wordt gemaakt van de bestaande strandovergang, zal de bouw van het paviljoen geen gevolgen hebben voor broedvogels. Er gaat geen broedgebied verloren. Verstoring van broedende vogels is uitgesloten. 8.4.2. Jaarrond beschermde nesten. De Wnb beschermt jaarrond de nesten van een aantal vogelsoorten. In en aan gebouwen gaat het vooral om de nesten van Gierzwaluw en Huismus. De Gierzwaluw komt op Terschelling als broedvogel niet voor. Het huidige paviljoen biedt geen ruimte aan Huismussen om te broeden. De soort komt niet voor. Verder zijn de nesten van diverse soorten roofvogels en van Blauwe reiger jaarrond beschermd. Deze soorten ontbreken op en in de omgeving van de bouwlocatie. Jaarrond beschermde nesten ontbreken geheel. 8.4.3. Kwetsbare plantensoorten. De groeiplaatsen van kwetsbare plantensoorten liggen allen in de duinen aan de binnenzijde van de zeereep. Voor de bouw van het paviljoen wordt dit gebied niet betreden of bereden. De uitvoering van het plan heeft geen gevolgen voor deze groeiplaatsen. 8.4.4. Levendbarende hagedis, Bruine kikker, Kleine watersalamander. De populaties van deze soorten komen voor in de duinen en duinvalleien aan de binnenzijde van de zeereep op een afstand van meer dan 500 meter van de bouwlocatie. De bouw van het paviljoen heeft geen gevolgen voor de populatie van deze soorten.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
25
8.5. Zorgplicht. De Wet natuurbescherming stelt het verplicht ervoor zorg te dragen dat voor de populaties van kwetsbare soorten voldoende leefgebied overblijft. Met betrekking tot de broedvogels en de overige soorten wordt hierboven gesteld dat de bouw van het paviljoen volledig plaats vindt buiten het leef- en broedgebied van deze soorten. Een negatief effect op de populaties is uitgesloten. Betreffende het broeden van vogels op het strand (Scholekster) geldt hetzelfde. De broedlocaties liggen op een dermate grote afstand dat een effect is uitgesloten. Op de locatie van het paviljoen en in een straal van 50 meter rondom het paviljoen komen geen populaties of groeiplaatsen van kwetsbare soorten voor. Er bestaat in dit opzicht geen knelpunten met betrekking tot de zorgplicht. 8.6. Vrijstelling. De bouw van het paviljoen leidt niet tot verandering in de “algeheel goede staat van instandhouding” in Nederland van de populaties van soorten op de Provinciale vrijstellingslijst. De vrijstelling van de wet voor deze soorten is dus van toepassing. Het betreft hier de populaties van kleine zoogdieren en van Bruine kikker en Kleine watersalamander. 8.7. Cumulatieve effecten. Er is geen sprake van cumulatieve effecten als gevolg van de uitvoering van andere projecten of als gevolg van andere ontwikkelingen in de nabijheid van de locatie tezelfdertijd. 8.8. Conclusie.
De bouw van het in oppervlak uitgebreide paviljoen leidt niet tot strijdigheid met de Wet natuurbescherming wat betreft de soortenbescherming, daar de initiatiefnemer de voorgestelde maatregelen m.b.t. de Zandhagedis nakomt. Ook leidt de jaarrond openstelling van het paviljoen en de toename van het aantal plaatsen in het paviljoen niet tot strijdigheid met de wet. De aanvraag van een ontheffing in het kader van de soortenbescherming van de Wnb bij de provincie Fryslân is niet nodig. 9.
Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur).
Het plangebied maakt deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Door de bouw van het paviljoen gaat een gering oppervlak van het Netwerk verloren. In beginsel is dit strijdig met de doelstelling van het Netwerk. Het is daarom nodig te komen tot compensatie van het verlies aan natuur. Deze compensatie wordt deels gerealiseerd doordat de locatie van het bestaande paviljoen aan de natuur wordt teruggegeven. De nieuwe locatie is echter in oppervlak groter dan de oude. Dit heeft tot gevolg dat een klein oppervlak definitief voor de het Netwerk verloren gaat. Maatregelen zijn alleen nodig als de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant worden aangetast. De uitbreiding is in oppervlak zeer gering, en betreft direct aan het bestaande paviljoen grenzend gebied waarvan de wezenlijke kenmerken door de aanwezigheid van het paviljoen worden bepaald. Bovendien komen geen bijzondere natuurwaarden voor. Er is dus geen sprake van een significante aantasting van wezenlijke kenmerken. De conclusie wordt dan ook getrokken dat compensatie of mitigatie in het kader van het Natuurnetwerk niet nodig is.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
26
10. Conclusies. Deze effectanalyse heeft betrekking op de bouw van een nieuw paviljoen op het Noordzeestrand bij Formerum aan Zee, ter vervanging van het bestaande paviljoen, en de jaarrond openstelling van het nieuwe paviljoen. Als gevolg van nieuwe gemeentelijke regelgeving wordt de kans geboden het nieuwe paviljoen tot 1000 m² uit te breiden. Daarbij wordt het aantal zitplaatsen uitgebreid van 350 naar 500. Dit rapport geeft een analyse van de mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelen van Natuira2000-gebied Noordzeekustzone en Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Tevens wordt ingegaan op de relatie met de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Nederland. De volgende conclusies worden getrokken met betrekking tot Natura2000-gebied Noordzeekustzone: - De bouw van het uitgebreide paviljoen en de aanwezigheid van het gebouw jaarrond op de locatie zal niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied. - Met betrekking tot de bouwactiviteiten wordt als mitigerende maatregel voorgesteld als aanvoerroute naar de bouwlocatie uitsluitend de openbare strandovergang van West aan Zee te gebruiken en verkeersbewegingen ten behoeve van de bouw over het Noordzeestrand verder te voorkomen.
- De exploitatie van het paviljoen in de winterperiode zal niet leiden tot verslechtering van de instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied. - Van een verslechtering als gevolg van de jaarrond exploitatie in samenhang met ander strandgebruik (cumulatieve effecten) in de winterperiode is in de ruime omgeving van het plangebied zelf geen sprake. - De bouw van het uitgebreide paviljoen is niet strijdig met de uitgangspunten van de Wet natuurbescherming. De aanvraag van een vergunning bij de provincie Fryslân is niet nodig. Evenmin is het nodig een Passende beoordeling op te stellen. - De conclusies staan los van de resultaten van de stikstofberekening met Aerius Calculator De volgende conclusies zijn getrokken met betrekking tot Natura2000-gebied Duinen Terschelling. - De bouw van het paviljoen, de aanwezigheid van het gebouw op de locatie en de jaarrond exploitatie in de winter leidt niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van dit Natura2000-gebied. Met betrekking tot de soortenbescherming in de Wet natuurbescherming is geconcludeerd dat de bouw van het paviljoen, de aanwezigheid van het gebouw en de exploitatie in de winter geen negatieve effecten heeft op de populatie van door de beschermde soorten. Daarbij worden enkele mitigerende maatregelen voorgesteld om negatieve effecten op de populatie van de Zandhagedis in de zeereepduinen te kunnen uitsluiten.
Het gaat daarbij met name om de maatregel de bouw van het paviljoen te realiseren in de periode van 1 september tot 1 april, de periode waarin de Zandhagedis niet actief is. Daarnaast wordt geadviseerd ten behoeve van de Zandhagedis tijdens de bouw gebruik te maken van de reguliere strandovergang en betreding of berijden van de zeereep te voorkomen. Doordat de initiatiefnemer de voorgestelde maatregelen zal nakomen, wordt voldoende rekening gehouden met het beginsel van zorgvuldig handelen, en is geen sprake van strijdigheid met de wet. De aanvraag van een vergunning is niet nodig. Effecten op overige beschermde soorten zijn uitgesloten. In het kader van de zorgplicht worden geen extra maatregelen voorgesteld. Als gevolg van de uitbreiding van het paviljoen in oppervlak gaat een gering oppervlak natuurgebied verloren dat behoort tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur. Het oppervlakverlies is zeer beperkt. In het gebied komen geen wezenlijke natuurwaarden voor. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken van het gebied, waarvan het karakter al jaren door de aanwezigheid van een paviljoen wordt bepaald. Het is daarom niet nodig te komen tot compensatie voor het oppervlakverlies.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
27
11. Literatuur. Aptroot A., et.al., 1998. Bedreigde en kwetsbare korstmossen in Nederland; basisrapport met voorstellen voor de Rode Lijst. Buxbaumiella 44. Beenen, R, 1998. Soortsbeschermingsplan Rugstreeppad. Provincie Utrecht, Utrecht. Buro Bakker, 2000. Vegetatiekartering van de terreinen van Staatsbosbeheer op Terschelling 1998 – 1999. Buro Bakker adviesburo voor ecologie, Assen. DLG, 2015. Concept-Ontwerp-Beheerplan voor de Natura2000-gebieden van Terschelling, inclusief Habitattypenkaart. Dienst Landelijk Gebied, Leeuwarden. Dijksen, L, L.Bot en A.Ouwerkerk, 2007. De Broedvogels van de terreinen van Staatsbosbeheer op Terschelling in 2006. SOVON-inventarisatierapport 2007/23. Ecologen Groep, 2013. Vegetatiekartering van de terreinen van Staatsbosbeheer op Terschelling 2012. EG Ecologen Groep, Groningen. Everts, F.H. et.al., 2013. Vegetatie-trends van N-depositie gevoelige duinhabitats op de Waddeneilanden. Analyse door EGG-Consult onder begeleiding van het OBN-deskundigenteam Duin- en Kustlandschap. Bosschap, Bedrijfschap voor bos- en natuur. Oktober 2013. Hustings, F en J.W.Vergeer, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels, 1998 – 2000. Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij, EIS-Nederland, Leiden. Janssen J.A.M. en J.H.J.Schaminée, 2003. Habitattypen. Europese natuur in Nederland. KNNV-uitgeverij Utrecht. Janssen J.A.M. en J.H.J.
Schaminée, 2004. Soorten van de Habitatrichtlijn. Europese Natuur in Nederland. KNNV-uitgeverij Utrecht. Koopman, J en W.Stouthamer, 2001. Flora van Terschelling. FFF-rapport 66. Fryske Feriening foar Fjildbiology. Meijden, R.van der, B. Odé, C.L.G.Groen, J.P.M.Witte en D.Bal, 2000. Bedreigde en kwetsbare vaatplanten in Nederland. Basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst. Gorteria, 26-4 (2000). Ministerie van EZ, 2015. Wet natuurbescherming. Regels ter bescherming van de natuur. Gewijzigd wetsvoorstel 1 juli 2015. Ministerie LNV, 2000. Aanwijzingsbesluit van het gebied ‘Waddeneilanden/ Noordzeekust, Breebaart’ als Speciale Beschermingszone, N/2000/320 d.d. 24 maart 2000. Ministerie van landbouw, Natuurbeheer en Visserij, directie Natuurbeheer, Den Haag. Ministerie van LNV 2004a. Werken aan Natura 2000. Handreiking voor de bescherming van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Concept Ministerie van LNV, Den Haag. Ministerie van LNV 2004b. Besluit Rode Lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV, Den Haag. Ministerie LNV ,2005. Algemene Handreiking Natuurbeschermingswet 1998. Natuurcompendium 2003; Natuur in cijfers. Rijksinstituut voor milieu en natuur. 2003. Overleg Duinhagedis, 1999. De Duinhagedis voor de toekomst behouden. Over duinbeheer, versnippering en monitoring. Verslagen en Technische Gegevens 97.
Instituut voor Systematiek en Populatiebiologie, Universiteit van Amsterdam Provincie Fryslân, 2016a. Verordening Wet natuurbescherming Fryslân, 2017. Provinciaal Blad Nr 6515, december 2016. Provincie Fryslân, 2016b. Besluit van gedeputeerde staten van Fryslân d.d. 27 september 2016 tot vaststelling van de Beleidsregel Wet natuurbescherming 2017. Provinciaal Blad Nr 6542, december 2016. Sparrius, L. et.al., 2014. Basisrapport Rode Lijst Vaatplanten 2012 volgens Nederlandse en IUCN Criteria. FLORON-rapport 57, FLORON, Nijmegen. Staatsbosbeheer Terschelling en Rijkswaterstaat Terschelling, 2004. Beheersplan Rijksgronden 2004 – 2014. Vlinderwerkgroep Fryslân en de Vlinderstichting, 2000. Dagvlinders in Fryslân. Friese Pers Boekerij, Leeuwarden; KNNV Utrecht. Westhoff, V. en M.F. van Oosten, 1991. De plantengroei van de Waddeneilanden, KNNV-Zutphen Wynhoff, I. & C.A.M.van Swaay, 1995. Bedreigde en kwetsbare dagvlinders in Nederland. Basisrapport met voorstel voor de rode lijst. Vlinderstichting, Wageningen. Zumkehr, P. ,1994a. Dagvlinders van Terschelling. Van Gorcum, Assen. Zumkehr, P.J. ,1997. Een inventarisatie van indicatieve plantensoorten op Terschelling in 1995 en 1996. A&Wrapport 177, Staatsbosbeheer Fryslân. Vegetatiekaarten uitgewerkt door Altenburg & Wymenga. Zumkehr, P.J., 2003.
Het effect op de natuurwaarden van verplaatsing van strandpaviljoen "Heartbreak Hotel" naar een nieuwe locatie: een quickscan van de aanwezige natuurwaarden. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland Terschelling, Januari 2003 Zumkehr, P.J., 2003. Strandpaviljoens van seizoensstandplaats naar permanente bebouwing: de gevolgen voor de natuur. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland, juni 2003.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
28
Zumkehr, P.J., 2008. De strandpaviljoens op het Noordzeestrand van Terschelling naar jaarrond standplaatsen: Een hernieuwde ecologische beoordeling. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland, april 2008. Zumkehr, P.J., 2008. Strandpaviljoen Heartbreak Hotel te Oosterend – Terschelling naar een jaarrond standplaats. De effecten op de natuurwaarden in het kader van de natuurbeschermingswetgeving. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland, december 2008. Zumkehr, P.J., 2010. Strandpaviljoen de Branding te Midsland aan Zee, Terschelling. De bouw van een nieuw permanent strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Terschelling en de mogelijkheden tot het gebruik van het paviljoen. Een ecologische beoordeling. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland, november 2010. Zumkehr, P.J., 2012. De plaatsing van een demontabel strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Vlieland; een ecologische beoordeling. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland, juni 2012. Zumkehr, P.J., 2013.Strandpaviljoen Heartbreak Hotel open in de winter; een ecologische beoordeling. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau. Midsland – Terschelling, Mei 2013. Zumkehr, P.J., 2013. Monitoring van dagvlinders, libellen en sprinkhanen op Terschelling in 2012. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau. Midsland – Terschelling, Oktober 2013. Zumkehr, P.J., 2014. Het strandpaviljoen van West aan Zee, Terschelling.
De bouw van een nieuw permanent strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Terschelling en de mogelijkheden tot het gebruik van het paviljoen. Een ecologische beoordeling. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, maart 2014 Zumkehr, P.J., 2017. Het strandpaviljoen van West aan Zee, Terschelling. De bouw van een nieuw permanent strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Terschelling met een oppervlak van 1000 m² en de mogelijkheden tot het gebruik van het paviljoen. Een ecologische beoordeling. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, januari 2017. Zwart, F. ,1985. De Broedvogels van Terschelling. Van Gorcum, Assen
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
29
Bijlagen. Tabel 1. Instandhoudingsdoelen Natura2000- gebied Duinen Terschelling. De onderverdeling in subhabitattypen is niet weergegeven. De geel aangegeven instandhoudingsdoelen zijn voor het plangebied in de effectanalyse opgenomen. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de uitvoering van het plan zijn uitgesloten. De niet gemarkeerde instandhoudingsdoelen ontbreken in de omgeving van het plangebied en spelen in de effectanalyse geen rol. Natura2000-gebied Duinen Terschelling is aangewezen voor de volgende natuurlijke habitattypen (prioritaire habitattypen aangeduid met een sterretje): H1310 Eenjarige pioniervegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia ssp en andere zoutminnende soorten. H1330 Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) H2110 Embryonale wandelende duinen. H2120 Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (“witte duinen”). H2130 * Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”) H2140 * Vastgelegde ontkalkte duinen met Empetrum nigrum. H2150 Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen, duinen met Struikhei (Calluno-Ulicetea) H2160 Duinen met Hippophae rhamnoides H2170 Duinen met Salix repens ssp argentea (Salicion arenariae). H2180 Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied.
H2190 Vochtige duinvalleien H6230 * Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa). Het Natura2000-gebied is aangewezen voor de volgende soorten (prioritaire habitattypen aangeduid met een sterretje): H1831 Drijvende waterweegbree H1903 Groenknolorchis Vogels: Blauwe kiekendief Bontbekplevier Bruine kiekendief Dodaars Dwergstern Paapje Rietzanger Strandplevier Tapuit Velduil
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
30
Tabel 2. De instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone. De geel aangegeven instandhoudingsdoelen zijn voor het plangebied in de effectanalyse opgenomen. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de uitvoering van het plan zijn uitgesloten. De niet gemarkeerde instandhoudingsdoelen ontbreken in de omgeving van het plangebied en spelen in de effectanalyse geen rol. H1110 Permanent met zeewater van geringe diepte overstroomde zandbanken H1140 Slik- en zandplaten H1310 Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten H1330 Atlantische schorren (Glauco Puccinellietalia maritimae) H2110 Embryonale wandelende duinen H2120 Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (“witte duinen”) H2190 Vochtige duinvalleien Habitatrichtlijn soorten. H1095 Zeeprik H1099 Rivierprik H1103 Fint H1351 Bruinvis H1364 Grijze zeehond H1365 Gewone zeehond Vogelrichtlijn soorten. Dwergstern Bontbekplevier Strandplevier. Het gebied is aangewezen op basis van de volgende soorten trekvogels: Drieteenstrandloper Rosse Grutto, Kanoet, Bonte strandloper, Wulp (hoogwatervluchtplaats ter hoogte van paal 24).
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
31
Kaart 1. Ligging van het plangebied op Terschelling (rood kader).
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
32
Kaart 2. De ligging van het plangebied t.o.v. de Natura2000-gebieden Noordzeekustzone en Duinen Terschelling. Rood kader: bouwlocatie. Geel: grens Natura2000-gebieden.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
33
Kaart 3: De Habitattypen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling rondom het paviljoen (DLG, 2015). Geel: H2120 – Witte duinen Geel gearceerd: ZGH2120 – Zoekgebied Witte duinen Geel met A: H2130A – Grijze duinen kalkrijk Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Lichtbruin met B: H2140B - Duinen met Kraaiheide droog Oranje: H2150 = Duinen met Struikhei Vaal bruin zonder letter: H2160 – Duindoornstruweel Donkerbruin: H2170 – Kruipwilgstruweel Rood: bouwlocatie strandpaviljoen
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
34
Kaart 4: Vogelrichtlijn-soorten Natura2000-gebied Duinen Terschelling nabij de bouwlocatie. Rood kader: bouwlocatie T = broedplek Tapuit B = Broedplek Bruine kiekendief R = Broedplek Rietzanger
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
35
Kaart 5: Instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone nabij de bouwlocatie van het paviljoen (rood kader). Geel: Habitattype H2110 – Embryonale duinen. Blauw: Habitattype H1140B – Slik- en zandplaten, getijdengebied. D = Foerageergebied Drieteenstrandloper
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
36
Kaart 6: Populaties van beschermde soorten nabij de bouwlocatie. Rood kader: bouwlocatie paviljoen. Z = Zandhagedis P = Duinparelmoervlinder, Grote parelmoervlinder en Zilveren maan K = Kommavlinder R = Rugstreeppad
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
37
Kaart 7: In het rapport gebruikte plaatsaanduidingen.
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
38
Afbeelding 1: Bijlage van de Gemeente Terschelling bij de vergunning voor het strandrijden
Zumkehr Ecologisch Adviesbureau – Terschelling. Februari 2021.
39
81
Bijlage 3
Stikstofberekening
Rho adviseurs voor leefruimte
20201949
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho Adviseurs Badweg Formerum 6 , - Formerum Zandzeebar Verschilberekening referentie - aanlegfase en exploitatiefase paviljoen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RYY8QnMum7Si 23 oktober 2024, 15:13 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Resultaten
Hoogste bijdrage
Referentiesituatie - Referentie Beoogde situatie aanleg en exploitatie - Beoogd Referentiesituatie - Referentie Beoogde situatie aanleg en exploitatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
2024 2024
0,61 mol/ha/j 0,28 mol/ha/j 0,00 ha 42,84 ha 0,33 mol/ha/j
Emissie NH₃
0,7 kg/j 0,5 kg/j Hexagon
8656452 8656452
Emissie NOₓ
34,7 kg/j 15,9 kg/j
Gebied
Duinen Terschelling Duinen Terschelling
2/12
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 3 9
Wonen en Werken | Recreatie | Gasverbruik Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Op- en afbouw Verkeer | Koude start: overig | Bron 9 Verkeersnetwerk
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,1 kg/j 8,6 g/j 0,5 kg/j
0,4 kg/j 2,8 kg/j 48,6 g/j 31,4 kg/j
3/12
Projectberekening
Beoogde situatie aanleg en exploitatie (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 8 9
Wonen en Werken | Recreatie | Gasverbruik Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen aanlegfase Verkeer | Koude start: overig | Bron 9 Verkeersnetwerk
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,1 kg/j 6,2 g/j 0,3 kg/j
87,0 g/j 3,4 kg/j 34,7 g/j 12,4 kg/j
4/12
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
5/12
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie aanleg en exploitatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal Per gebied
Duinen Terschelling (4)
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
42,84 Berekend (ha gekarteerd)
42,84
Hoogste totale Met toename (ha Grootste depositie (mol gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename (ha Grootste depositie (mol gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
1.341,08
1.341,08
0,00
0,00
-
-
42,84
42,84
0,33
0,33
6/12
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Gasverbruik Uittreedhoogte Locatie X:149051,55 Warmteinhoud Y:602472,36 Spreiding Oppervlakte 0,30 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
4,0 m 0,000 MW 2m
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bevoorrading Locatie X:149265,33 Y:601345,23 Lengte 2.451,02 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ
0,4 kg/j
Links Rechts NOₓ 28,1 kg/j Type scherm - NO₂ 6,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,4 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
2,8 kg/j 0,1 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Naam Stageklasse
Op- en afbouw X:149051,55 Y:602472,36 0,30 ha
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie
Shovel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 250 l/j
50 u/j
15 l/j
Kraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 200 l/j
20 u/j
12 l/j
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Op- en afbouw Locatie X:149264,86 Y:601343,65 Lengte 2.447,73 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
In file
2.860,0 /jaar 0,0 /jaar 1.820,0 /jaar 0,0 /jaar
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ 1,6 kg/j NH₃ 60,0 g/j NOₓ 1,2 kg/j NH₃ 48,0 g/j
Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 18,0 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
350,0 /jaar 0,0 /jaar 40,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/12
Projectberekening
5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bezoekers Locatie X:149230,22 Y:601194,16 Lengte 2.138,87 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
6 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bezoekers parkeren Locatie X:149132,14 Y:602175,08 Lengte 123,25 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Links Rechts NOₓ 1,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 76,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
8,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 16,1 g/j Hoogte - NH₃ 5,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
8,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
100,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
2.830,0 /jaar 0,0 /jaar 1.820,0 /jaar 0,0 /jaar
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
7 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bevoorrading (manoeuvreren vrachtwagens) Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j Locatie X:149054,25 Y:602484,97 Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Lengte 54,38 m Hoogte - NH₃ 10,2 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
8/12
Projectberekening
8 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Op- en afbouw (manoeuvreren) Locatie X:149056,43 Y:602478,12 Lengte 53,45 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte
Type voertuig
Bron 9 X:149051,76 Y:602472,98 0,30 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
Links Rechts NOₓ 23,6 g/j Type scherm - NO₂ 4,5 g/j Hoogte - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
350,0 /jaar 0,0 /jaar 40,0 /jaar 0,0 /jaar
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
48,6 g/j 8,6 g/j
Koude starts
175,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
9/12
Projectberekening
Beoogde situatie aanleg en exploitatie, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Gasverbruik Uittreedhoogte Locatie X:149051,55 Warmteinhoud Y:602472,36 Spreiding Oppervlakte 0,30 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
4,0 m 0,000 MW 2m
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bezoekers/werknemers Locatie X:149230,22 Y:601194,16 Lengte 2.138,88 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bevoorrading Locatie X:149264,49 Y:601342,44 Lengte 2.445,20 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ
87,0 g/j
Links Rechts NOₓ 3,1 kg/j Type scherm - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 8,4 kg/j Type scherm - NO₂ 1,9 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
1.508,0 /jaar 0,0 /jaar 520,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
1.508,0 /jaar 0,0 /jaar 520,0 /jaar 0,0 /jaar
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bevoorrading (manoeuvreren verkeer) Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Locatie X:149054,31 Y:602485,36 Type scherm - NO₂ 50,6 g/j Lengte 52,94 m Hoogte - NH₃ 3,3 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
10/12
Projectberekening
5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bezoekers parkeren Locatie X:149132,99 Y:602178 Lengte 110,23 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
6 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Transport aanlegfase Locatie X:149264,61 Y:601342,83 Lengte 2.446,01 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
7 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Manoeuvreren verkeer aanlegfase Locatie X:149055,82 Y:602482,63 Lengte 56,27 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RYY8QnMum7Si (23 oktober 2024)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - NO₂ 28,8 g/j Hoogte - NH₃ 9,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
100,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j Type scherm - NO₂ 71,9 g/j Hoogte - NH₃ 10,3 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
250,0 /jaar 0,0 /jaar 15,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 11,9 g/j Type scherm - NO₂ 2,1 g/j Hoogte - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
250,0 /jaar 0,0 /jaar 15,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
100,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
11/12
Projectberekening
8
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Mobiele werktuigen aanlegfase X:149051,55 Y:602472,36 0,30 ha