CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Paraplubestemmingsplan standplaatsen Terschelling_VA02

Raadsvergadering 4 oktober 2023, gemeente TerschellingBij agendapunt: BESLUIT VERDAAGD (B) Hervaststelling Paraplubestemmingsplan Standplaatsen Terschelling38.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Ook het overige duingebied in de nabijheid van de locatie maakt deel uit van het Natura2000-gebied. Een uitzondering daarop geldt voor de Badweg van Paal 8, de bebouwde en

31

-

verpachte percelen van West aan Zee en de kavel van de Reddingbootschuur, inclusief het clubgebouwtje van de strandzeilvereniging. Deze terreinen maken geen deel uit van het Natura2000gebied. De Longway zelf maakt wel deel uit van het Natura2000-gebied, maar valt als intensief gebruikte route met een verharding van schelp onder de exclaverende werking. De Longway kan worden beschouwd als geen onderdeel van het Natura2000-gebied. Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 499 meter. Het Noordzeestrand ten noorden van de zeereep en de strandovergang is een onderdeel van het Natura2000-gebied .

Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op bijna 3 kilometer afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling. De standplaatslocatie ligt binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling, maar de locatie op het schelpenpad van de Longway geldt als exclaverend, derhalve als geen deel van het Natura2000-gebied. De afstand tussen de locatie en de habitattypen van het Natura2000-gebied is slechts 1 meter. De direct aangrenzende delen van het duingebied ten noorden en zuiden van de standplaatslocatie worden gerekend tot Habitattypen H2130B – Grijze duinen (ontkalkt) en H2120 Witte duinen. Op grotere afstand komen daarnaast ook voor Habitattype H2140B – Duinen met kraaiheide, droog, en H2160 Duindoornstruwelen en H2170 – kruipwilgstruweel. Voor het plaatsen van de mobiele kraam op de locatie wordt de openbare weg gebruikt. Het is daarbij niet nodig de Habitattypen van het Natura2000-gebied te betreden. Het plaatsen van de mobiele kraam heeft dan ook geen significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied.

De standplaatslocatie is zodanig ingericht dat klanten de producten kunnen kopen vanaf de verharding van schelp op de Longway. Er is daardoor geen reden voorklanten op grote schaal het Natura2000gebied te betreden. Habitattypen: Indien sprake is van betreding van een type door klanten van de standplaatsen zal dit een incidenteel geval zijn in delen van het terrein behorende tot Habitattype H2120 en Habitattype H2130B. Beide typen zijn niet gevoelig voor extensieve betreding. Er is dan geen sprake van significant negatieve effecten op de Habitattypen. Voor de andere habitattypen geldt dat ze liggen in de ruime omgeving van de locatie, echter op grotere afstand en niet in de buurt van de standplaatslocatie. Het aanbieden van waren aan klanten leidt niet tot extra betreding van deze habitattypen (H2140B, H2160, H2170). Significant negatieve effecten op deze habitattypen zijn uitgesloten. Overige habitattypen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen op een veel grotere afstand van de standplaatslocatie voor, zodanig dat significant negatieve effecten erop zijn uitgesloten. Met betrekking tot de Habitattypen in het algemeen geldt de conclusie dat significant negatieve effecten van plaatsen en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle Habitattypen zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten.

In de Reddingbootvallei, de vallei ten noorden van de locatie komt een uitgebreide populatie voor van de groenknolorchis, een habitatrichtlijn-soort. Tussen de groeiplaats en de standplaatslocatie ligt een uitgestrekt droog duingebied. De afstand tussen de standplaatslocatie en de groeiplaats betreft meer dan 300 meter. Het aanbieden van waren aan klanten op de standplaatslocatie leidt niet tot extra betreding van de Reddingbootvallei en de groeiplaats van de groenknolorchis. De groeiplaats leidt geen schade. Significant negatieve effecten op de groenknolorchis zijn uitgesloten. De groeiplaats van de andere Habitatrichtlijn-soort, drijvende waterweegbree, op Terschelling ligt in het Waterplak op meer dan 800 meter ten oosten van de standplaatslocatie. De activiteiten op de standplaatslocatie hebben geen invloed op de vegetatie van het Waterplak. Er is geen sprake van significant negatieve effecten op de drijvende waterweegbree. De conclusie is derhalve dat significant negatieve effecten op alle Habitatrichtlijn-soorten zijn uitgesloten. Vogelrichtlijnsoorten. Broedlocaties van de tapuit liggen op 250 meter of meer ten noorden van de standplaatslocatie. De broedlocaties liggen in het droge, begraasde, duingebied ten noorden van de Longway. Vanuit de standplaatslocatie worden geen activiteiten ontplooid in de nabijheid van de broedgebieden van de tapuit.

Het aanbieden van waren aan klanten op de standplaatslocatie leidt niet tot een toename van de betreding van het duingebied waar de tapuit broedt. Significant negatieve effecten op de tapuit als Vogelrichtlijnsoort is derhalve uitgesloten. Hetzelfde geldt met betrekking tot

32

-

alle andere Vogelrichtlijnsoorten die op grotere afstand van de standplaatslocatie broeden. Significant negatieve effecten op alle Vogelrichtlijnsoorten broedvogels zijn uitgesloten. Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied door het plaatsen van kramen op de locatie en het gebruik van de kramen zijn geheel uitgesloten. Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op grote afstand van de grens van het Natura2000gebied (globaal 499 meter). Voor de plaatsing van de kraam op de locatie wordt het Natura2000gebied echter niet betreden of dichter benaderd dan 499 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing zijn uitgesloten. In theorie is het mogelijk dat klanten waren kopen bij de kraam en vervolgens naar het strand gaan. Feitelijk sluit dit gedrag aan bij het reguliere gedrag van bezoekers aan het strand, dat naar Terschellinger maatstaven in intensief gebruikt recreatiestrand is. Habitattypen. H2110. Ten oosten van de standovergang ligt een zone met embryonale duinen, met kenmerken van het habitattype H2110 – Embryonale duinen. Op de habitattypenkaart van DLG (DLG, 2015) is deze zone echter niet als zodanig aangegeven. De zone wordt normaliter betrekkelijk intensief door recreanten betreden, zonder dat het habitattype daar schade van ondervindt.

Klanten van de standplaats die na de kraam te hebben bezocht deze zone van embryonale duinen gaat bezoeken richten geen schade aan het habitattype aan. Er is geen sprake van significant negatieve effecten op habitattype H2110. H1140B. Het strandgedeelte in de strandzone tussen eb en vloed wordt gerekend tot habitattype H1140B – Slik- en zandplaten (getijdengebied). Dit habitattype staat dagelijks onder invloed van de getijdenwisseling. De invloed van eb en vloed is dermate sterk dat menselijke activiteiten op kleine schaal geen invloed hebben op de kwaliteit van het type. Significant negatieve effecten op het type als gevolg van activiteiten vanuit de standplaatsen zijn uitgesloten. Conclusie. Significant negatieve effecten op alle habitattypen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone komen ter plaatse niet voor. Vogelrichtlijnsoorten. Het getijdengebied op het Noordzeestrand geldt als foerageergebied voor de drieteenstrandloper. De soort gebruikt het foerageergebied ondanks de relatief intensieve aanwezigheid van recreanten in het getijdengebied. Er is geen sprake van een toename van de recreatiedruk in het getijdengebied als gevolg van activiteiten vanuit de standplaatslocatie. Significant negatieve effecten op de kwaliteit van het foerageergebied van de drieteenstrandloper zijn uitgesloten.

Andere vogelrichtlijn-soorten niet-broedvogels komen niet voor. Vogelrichtlijn-soorten broedvogels ontbreken op het strand nabij Paal 8 eveneens. Significant negatieve effecten op alle Vogelrichtlijn-soorten zijn derhalve uitgesloten. Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone als gevolg van de plaatsing van de kraam op de locatie en als gevolg van het gebruik ervan op de locatie zijn uitgesloten.

Conclusie. De plaatsing en het gebruik van de standplaats op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb.

33

Kaart 4. Uitsnede uit de Habitattypenkaart (DLG, 2015). West aan Zee, driesprong Longway – Badweg paal 8. Rode stip: standplaatslocatie driesprong Longway. Blauw ster: groeiplaats groenknolorchis Oranje ster: broedlocatie tapuit Zwarte onderbroken lijn: grens Natura2000-gebieden Geel gearceerd: ZGH2120 – Witte duinen Geel: H2120 – Witte duinen Geel met A: H2130A – Grijze duinen kalkrijk Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Lichtbruin met B: H2140B – Duinen met kraaiheide, droog Bruin: H2160 – Duindoornstruweel Donkerbruin: H2170 - Kruipwilgstruweel Donkergroen A: H2180A – Atlantische duinbossen, droog. Lichtgroen: H2190 – Vochtige duinvalleien 6.2.10. Kruising Badweg paal 8 met duinfietspad nabij Halfweg Algemeen. De locatie ligt bij de kruising van de Badweg van Paal 8 met het fietspad langs de binnenduinrand nabij Halfweg, en dan ten westen van de Badweg van Paal 8. Het gebied geldt als een onderdeel van de openbare weg en ligt niet binnen Natura2000-gebied. Het aangrenzend duingebied maakt deel uit van Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. Natura2000-gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de zuidzijde van de wadendijk. De locatie ligt niet in de buurt van de Waddendijk. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 770 meter. - Duinen Terschelling.

De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 1 meter. Het gaat hier om het duingebied aan ten noorden van de het fietspad, nagenoeg direct grenzend aan de locatie van de standplaats, dat grotendeels bestaat uit grijze duinen (ontkalkt). Ook het overige duingebied ten noorden van de locatie, bestaande uit duinbossen, maakt deel uit van het Natura2000-gebied.

34

-

Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 2793 meter.

Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op 770 meter afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling. De standplaatslocatie ligt niet binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling, maar langs de rand ervan. De afstand tussen de locatie en de grens van het Natura2000-gebied is slechts 1 meter. De direct aangrenzende delen van het duingebied ten noorden van de standplaatslocatie worden gerekend tot habitattypen H2130B – Grijze duinen (ontkalkt) en voor een klein deel tot H2120 - Witte duinen en H2150 – Duinen met struikheide. Op grotere afstand komen daarnaast ook kleine enclaves van loofbos voor in het boscomplex van habitattype H2180A – Atlantische duinbossen, droog. Het naaldbos maakt geen deel uit van een habitattype. Voor het plaatsen van de mobiele kraam op de locatie wordt de openbare weg gebruikt. Het is daarbij niet nodig de habitattypen van het Natura2000-gebied te betreden. Het plaatsen van de mobiele kraam heeft dan ook geen significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied.

De standplaatslocatie is zodanig ingericht dat klanten de producten kunnen kopen vanaf de verharding van het fietspad. Er is daardoor geen reden voorklanten op grote schaal het Natura2000gebied te betreden. Habitattypen: Indien sprake is van betreding van een type door klanten van de standplaats zal dit een incidenteel geval zijn in delen van het terrein behorende tot habitattype H2120 en habitattype H2130B. Beide typen zijn niet gevoelig voor extensieve betreding. Er is dan geen sprake van significant negatieve effecten op de habitattypen. Voor de andere habitattypen geldt dat ze liggen in de ruime omgeving van de locatie, echter op grotere afstand en niet in de buurt van de standplaatslocatie. Het aanbieden van waren aan klanten leidt niet tot extra betreding van deze habitattypen (H2150, H2180A). Significant negatieve effecten op deze habitattypen zijn uitgesloten. Overige habitattypen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen op een veel grotere afstand van de standplaatslocatie voor, zodanig dat significant negatieve effecten erop zijn uitgesloten. Met betrekking tot de habitattypen in het algemeen geldt de conclusie dat significant negatieve effecten van plaatsen en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle habitattypen zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten komen in de nabijheid van de standplaatslocatie niet voor.

De conclusie is derhalve dat significant negatieve effecten op alle habitatrichtlijn-soorten zijn uitgesloten. Vogelrichtlijnsoorten. Broedlocaties van de Vogelrichtlijnsoorten komen in de nabijheid van de standplaatslocatie niet voor. Significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijnsoorten zijn derhalve uitgesloten Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied door het plaatsen van een kraam op de locatie en het gebruik ervan zijn geheel uitgesloten. - Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op grote afstand van de grens van het Natura2000gebied (globaal 2800 meter). Voor de plaatsing van de kraam op de locatie wordt het Natura2000gebied niet betreden of dichter benaderd dan 2800 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing en het gebruik zijn uitgesloten. Het is niet nodig de effecten per instandhoudingsdoel verder uit te werken. Conclusie. De plaatsing en het gebruik van de standplaats op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb.

35

Kaart 5. Uitsnede uit de Habitattypenkaart (DLG, 2015). West aan Zee, kruising Badweg paal 8 – fietspad bij Halfweg. Rode stip: standplaatslocatie driesprong Longway. Zwarte onderbroken lijn: grens Natura2000-gebieden Geel: H2120 – Witte duinen Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Oranje: H2150 – Duinen met struikhei Donkergroen A: H2180A – Atlantische duinbossen, droog.

6.2.11. Duinmeertje Hee. Algemeen. De locatie ligt op de parkeerplaats bij de zuidwestpunt van het Duinmeertje, globaal tegenover camping de Riesen. Het gebied geldt als een onderdeel van de openbare weg en ligt niet binnen Natura2000gebied. Het Duinmeertje zelf is, inclusief de randzone, evenmin een onderdeel van Natura2000-gebied. Het ten westen van de locatie gelegen naaldbos is dat wel (maar er komen geen habitattypen voor). Op grotere afstand ten noorden van de locatie ligt open duingebied (Arjensduin) dat eveneens tot Natura2000-gebied behoort. In dit duingebied komen wel habitattypen voor. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. Natura2000-gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de zuidzijde van de wadendijk. De locatie ligt niet in de buurt van de Waddendijk. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 773 meter. - Duinen Terschelling. De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 1 meter. Het gaat hier om het naaldbos ten westen van de parkeerplaats, nagenoeg direct grenzend aan de locatie van de standplaats. Ook het open duingebied ten noorden van de locatie maakt deel uit van het Natura2000-gebied. - Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 2402 meter.

36

Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op 773 meter afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling. De standplaatslocatie ligt niet binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling, maar langs de rand ervan. De afstand tussen de locatie en de grens van het Natura2000-gebied is slechts 1 meter. De direct aangrenzende delen van het duingebied ten westen van de standplaatslocatie betreft naaldbos, dat niet gerekend wordt tot een habitattype. Het open duinterrein ten noorden van het duinmeertje wordt tot habitattypen H2130B – Grijze duinen (ontkalkt) en voor een klein deel tot H2120 - Witte duinen en H2150 – Duinen met struikheide. Voor het plaatsen van de mobiele kraam op de locatie wordt de openbare weg gebruikt. Het is daarbij niet nodig de habitattypen van het Natura2000-gebied te betreden. Het plaatsen van de mobiele kraam heeft dan ook geen significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied. De standplaatslocatie is zodanig ingericht dat klanten de producten kunnen kopen vanaf de verharding van schelp op de parkeerplaats.

Er is daardoor geen reden voorklanten op grote schaal het Natura2000-gebied te betreden. Habitattypen: Het deel van het Natura2000-gebied direct aangrenzend aan de standplaats betreft naaldbos, dat niet tot een habitattype behoort. Het open duingebied ten noorden van het duinmeertje ligt op meer dan 500 meter noordelijk van de locatie. Deze afstand is groot genoeg om significant negatieve effecten op de habitattypen van het open duingebied uit te sluiten. Er is geen sprake van activiteiten vanuit de standplaatslocatie binnen dit open duingebied. Er is dan geen sprake van significant negatieve effecten op de habitattypen. Overige habitattypen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen op een veel grotere afstand van de standplaatslocatie voor, zodanig dat significant negatieve effecten erop zijn uitgesloten. Met betrekking tot de habitattypen in het algemeen geldt de conclusie dat significant negatieve effecten van plaatsen en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle habitattypen zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten komen in de nabijheid van de standplaatslocatie niet voor. De conclusie is derhalve dat significant negatieve effecten op alle habitatrichtlijn-soorten zijn uitgesloten. Vogelrichtlijnsoorten. Broedlocaties van de komen in de nabijheid van de standplaatslocatie niet voor.

Significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijnsoorten zijn derhalve uitgesloten Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied door het plaatsen van een kraam op de locatie en het gebruik ervan zijn geheel uitgesloten. - Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op grote afstand van de grens van het Natura2000gebied (globaal 2400 meter). Voor de plaatsing van de kraam op de locatie wordt het Natura2000gebied niet betreden of dichter benaderd dan 2400 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing en het gebruik zijn uitgesloten. Het is niet nodig de effecten per instandhoudingsdoel verder uit te werken. Conclusie. De plaatsing en het gebruik van de standplaats op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb.

37

Kaart 6. Uitsnede uit de Habitattypenkaart (DLG, 2015). West aan Zee, Duinmeertje Hee. Rode stip: standplaatslocatie driesprong Longway. Zwarte onderbroken lijn: grens Natura2000-gebieden Geel: H2120 – Witte duinen Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Oranje: H2150 – Duinen met struikhei

6.2.12. Oosterburen, Midsland. Algemeen. De locatie ligt in de Oosterburen van Midsland tegen de gevel van de COOP (supermarkt) en nabij de kerk van Midsland. Het gebied geldt als bebouwde kom en ligt niet binnen Natura2000-gebied of in de buurt ervan. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. Natura2000-gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de zuidzijde van de waddendijk. De locatie ligt niet in de buurt van de waddendijk. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 936 meter. - Duinen Terschelling. De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 967 meter. Het gaat hier om het deel van het Natura2000-gebied ten noorden van Midsland-Noord. - Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 2715 meter. Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op 936 meter afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling.

Het Natura2000-gebied ligt op 967 meter afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken.

38

-

Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op grote afstand van de grens van het Natura2000gebied (globaal 2700 meter). Voor de plaatsing van de kraam op de locatie wordt het Natura2000gebied niet betreden of dichter benaderd dan 2700 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing en het gebruik zijn uitgesloten. Het is niet nodig de effecten per instandhoudingsdoel verder uit te werken.

Conclusie. De plaatsing en het gebruik van de standplaats op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb. 6.2.13. Parkeerterrein Midsland aan Zee Algemeen. Het betreft hier twee standplaatsen op parkeerterrein bij de Badweg in Midsland aan Zee. De standplaatsen zijn ingericht op het parkeerterrein zelf, op het oostelijke deel tussen de stalling van fietsen en de Badweg. De parkeerplaats ligt geheel binnen het gebied van Midsland aan Zee, dat als geheel geen deel uitmaakt van een Natura2000-gebied. De parkeerplaats grenst derhalve nergens aan het Natura2000-gebied. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. De locatie ligt in de zeereep op korte afstand van het Noordzeestrand. Natura2000gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de andere zijde van het eiland. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 2999 meter. - Duinen Terschelling. De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 274 meter. Het gaat hier om het duingebied rondom Midsland aan Zee, dat op ruime afstand van de standplaatslocatie ligt. - Noordzeekustzone.

De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 381 meter. Het Noordzeestrand ten noorden van de zeereep bij Midsland aan Zee een onderdeel van het Natura2000-gebied . Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op bijna 3 kilometer afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaatsen op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling. De standplaatslocatie op het de parkeerplaats ligt niet binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling, maar ligt op een afstand van 274 meter of meer er vandaan. In dit duingebied komen enkele habitattypen voor met name: ZGH2120 – Witte duinen (zeereep ten noorden van Midsland aan zee), H2130A en B – Grijze duinen (kalkrijk en kalkarm), H2140B – Duinen met kraaiheide droog, H2150 – Duinen met struikhei, H2170 – Kruipwilgstruweel en H2190 – Vochtige duinvalleien, meerdere subtypen. De beide standplaatsen liggen in de oosthoek van de parkeerplaats en zijn geplaatst op de verharding van de parkeerplaats.

Voor het plaatsen van de mobiele kramen op de locatie wordt de openbare weg gebruikt, namelijk de verharde weg die vanuit het zuiden of westen naar de parkeerplaats loopt. Het is daarbij niet nodig de grens van het Natura2000-gebied te overschrijden. Het plaatsen van de mobiele kramen heeft dan ook geen significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied. De standplaatslocatie is zodanig ingericht dat klanten de producten kunnen kopen staande op de verharding van de parkeerplaats. Door het tijdelijk plaatsen van stoelen en banken kunnen klanten de etenswaren nuttig voor de kramen op de parkeerplaatsverharding. Er is daardoor geen reden voorklanten op grote schaal het Natura2000gebied te betreden. Habitattypen: Indien sprake is van betreding van het type door klanten van de standplaatsen zal dit een incidenteel geval zijn in delen van het terrein behorende tot habitattype ZGH2120, een habitattype dat niet gevoelig is voor kleinschalige betreding (zeereep). Er is dan geen sprake van significant negatieve effecten op het habitattype. Het betreden van de overige habitattypen rondom Midsland aan Zee in relatie tot de standplaatslocatie is dermate zeldzaam dat daardoor geen kwaliteitsverlies van de habitattypen zal optreden. Significant negatieve effecten op deze habitattypen zijn uitgesloten.

Overige habitattypen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen op een veel grotere afstand van de standplaatslocatie voor, zodanig dat significant negatieve effecten erop zijn uitgesloten. Met betrekking tot de habitattypen in het algemeen geldt de conclusie dat significant

39

-

negatieve effecten van plaatsen en gebruik van de standplaatsen op de locatie voor alle habitattypen zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten. In de nabijheid van de locatie komen geen habitatrichtlijn-soorten voor. Vogelrichtlijnsoorten. Broedlocaties van de tapuit liggen op 300 meter of meer ten westen en oosten van de standplaatslocatie. De broedlocaties liggen in het droge, begraasde, duingebied ten westen van Midsland aan Zee en ten oosten ervan. Vanuit de standplaatslocatie worden geen activiteiten ontplooid in de nabijheid van de broedgebieden van de tapuit. Het aanbieden van waren aan klanten op de standplaatslocatie leidt niet tot een toename van de betreding van het duingebied waar de tapuit broedt. Significant negatieve effecten op de tapuit als Vogelrichtlijnsoort zijn derhalve uitgesloten. De bruine kiekendief broedt jaarlijks in vochtige valleien met kruipwilgstruweel ten zuiden en oosten van Midsland aan Zee. De broedlocaties liggen op een dermate grote afstand van de standplaatslocatie dat significant negatieve effecten van activiteiten bij de standplaatslocatie op het broedgebied van de bruine kiekendief zijn uitgesloten. Hetzelfde geldt met betrekking tot alle andere Vogelrichtlijnsoorten die op grotere afstand van de standplaatslocatie broeden. Significant negatieve effecten op Vogelrichtlijnsoorten broedvogels zijn uitgesloten.

Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied door het plaatsen van kramen op de locatie en het gebruik van de kramen zijn geheel uitgesloten. Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op een afstand van 381 meter van de grens van het Natura2000-gebied. Voor de plaatsing van de kramen op de locatie wordt het Natura2000-gebied echter niet betreden of dichter benaderd dan 381 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing zijn uitgesloten. In theorie is het mogelijk dat klanten waren kopen bij de kramen en vervolgens naar het strand gaan. Feitelijk sluit dit gedrag aan bij het reguliere gedrag van bezoekers aan het strand, dat naar Terschellinger maatstaven in intensief gebruikt recreatiestrand is. Habitattypen. H2110. Ten oosten en westen van de standovergang ligt een zone met embryonale duinen, met kenmerken van het habitattype H2110 – Embryonale duinen. Op de habitattypenkaart van DLG (DLG, 2015) is deze zone echter niet als zodanig aangegeven. De zone wordt normaliter betrekkelijk intensief door recreanten betreden, zonder dat het habitattype daar schade van ondervindt. Klanten van de beide standplaatsen die na de kramen te hebben bezocht deze zone van embryonale duinen gaan bezoeken richten geen schade aan het habitattype aan.

Er is geen sprake van significant negatieve effecten op habitattype H2110. H1140B. Het strandgedeelte in de strandzone tussen eb en vloed wordt gerekend tot habitattype H1140B – Slik- en zandplaten (getijdengebied). Dit habitattype staat dagelijks onder invloed van de getijdenwisseling. De invloed van eb en vloed is dermate sterk dat menselijke activiteiten op kleine schaal geen invloed hebben op de kwaliteit van het type. Significant negatieve effecten op het type als gevolg van activiteiten vanuit de standplaatsen zijn uitgesloten. Conclusie. Significant negatieve effecten op alle habitattypen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone komen ter plaatse niet voor. Vogelrichtlijnsoorten. Het getijdengebied op het Noordzeestrand geldt als foerageergebied voor de drieteenstrandloper. De soort gebruikt het foerageergebied ondanks de relatief intensieve aanwezigheid van recreanten in het getijdengebied. Er is geen sprake van een toename van de recreatiedruk in het getijdengebied als gevolg van activiteiten vanuit de standplaatslocatie. Significant negatieve effecten op de kwaliteit van het foerageergebied van de drieteenstrandloper zijn uitgesloten. Andere Vogelrichtlijnsoorten niet-broedvogels komen niet voor.

Vogelrichtlijnsoorten broedvogels ontbreken op het strand nabij de overgang van Paal 8 eveneens. Significant negatieve effecten op alle Vogelrichtlijnsoorten zijn derhalve uitgesloten. Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone als gevolg van de plaatsing van de standplaatsen op de locatie en als gevolg van het gebruik van de standplaatsen op de locatie zijn uitgesloten.

Conclusie. De plaatsing en het gebruik van de standplaatsen op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb.

40

Kaart 7. Uitsnede uit de habitattypenkaart (DLG, 2015). Midsland aan Zee, parkeerplaats en strandovergang. Rode stip: standplaatslocatie met 2 standplaatsen parkeerplaats. Blauw stip: standplaatslocatie strandovergang Rode ster: broedlocatie tapuit Witte ster: broedlocatie bruine kiekendief Groene ster: embryonale duinen (liggen iets noordelijker dan aangegeven. Zwarte onderbroken lijn: grens Natura2000-gebieden Geel gearceerd: ZGH2120 – Witte duinen Geel: H2120 – Witte duinen Geel met A: H2130A – Grijze duinen kalkrijk Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Lichtbruin B: Duinen met kraaiheide, droog Oranje: H2150 – Duinen met struikhei Bruin: H2160 – Duindoornstruweel Donkerbruin: H2170 - Kruipwilgstruweel Donkergroen A: H2180A – Atlantische duinbossen, droog. Lichtgroen: H2190 – Vochtige duinvalleien

41

6.2.14. Strandovergang Midsland aan Zee Algemeen. De standplaats langs de strandovergang bij Midsland aan Zee ligt binnen de zone van de overgang zelf. Voor een deel maakt deze overgang deel uit van Midsland aan Zee, dat geen Natura2000-gebied is. Voor een deel maakt de overgang deel uit van Natura2000-gebied Duinen Terschelling, echter daar geldt de overgang als exclaverend. Het is niet geheel duidelijk in welk deel de standplaats precies gesitueerd is. Met betrekking tot de ecologische toetsing maakt dit geen verschil. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. De locatie ligt in de zeereep op korte afstand van het Noordzeestrand. Natura2000gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de andere zijde van het eiland. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 3382 meter. - Duinen Terschelling. De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 1 meter. Het gaat hier om de zeereep tussen Midsland aan Zee en het Noordzeestrand dat deel uitmaakt van het Natura2000-gebied. - Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 54 meter. Het Noordzeestrand ten noorden van de zeereep bij Midsland aan Zee is een onderdeel van het Natura2000-gebied . Effectanalyse. - Waddenzee.

Het Natura2000-gebied ligt op meer dan 3 kilometer afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaatsen op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling. De standplaatslocatie op de strandovergang ligt deels binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling, maar grenst direct aan een habitattype behorende tot het Natura2000-gebied, met name ZGH2120 – Witte duinen (zoekgebied). Voor het plaatsen van de mobiele kraam op de locatie wordt de openbare weg gebruikt, namelijk de strandovergang zelf als verlengde van de Midslander badweg. Het is daarbij niet nodig de locatie waar het habitattype voorkomt te betreden. Het plaatsen van de mobiele kraam heeft dan ook geen significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied. De standplaatslocatie is zodanig ingericht dat klanten de producten kunnen kopen staande op de verharding van de strandovergang. Er is daardoor geen reden voorklanten op grote schaal het Natura2000-gebied te betreden.

Habitattypen: Indien sprake is van betreding van het type door klanten van de standplaats zal dit een incidenteel geval zijn in delen van het terrein behorende tot habitattype ZGH2120, een habitattype dat niet gevoelig is voor kleinschalige betreding (zeereep). Er is dan geen sprake van significant negatieve effecten op het habitattype. Overige habitattypen komen binnen een afstand van 300 meter van de standplaatslocatie niet voor. Het betreden van deze habitattypen rondom Midsland aan Zee in relatie tot de standplaatslocatie is dermate zeldzaam dat daardoor geen kwaliteitsverlies van de habitattypen zal optreden. Significant negatieve effecten op deze habitattypen zijn uitgesloten. Met betrekking tot de habitattypen in het algemeen geldt de conclusie dat significant negatieve effecten van plaatsen en gebruik van de standplaatsen op de locatie voor alle habitattypen zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten. In de nabijheid van de locatie komen geen habitatrichtlijn-soorten voor, Vogelrichtlijnsoorten. Broedlocaties van de tapuit liggen op 300 meter of meer ten westen en oosten van de standplaatslocatie. De broedlocaties liggen in het droge, begraasde, duingebied ten westen van Midsland aan Zee en ten oosten ervan. Vanuit de standplaatslocatie worden geen activiteiten ontplooid in de nabijheid van de broedgebieden van de tapuit.

Het aanbieden van waren aan klanten op de standplaatslocatie leidt niet tot een toename van de betreding van het duingebied waar de tapuit broedt. Significant negatieve effecten op de tapuit als Vogelrichtlijnsoort zijn derhalve uitgesloten. Hetzelfde geldt met betrekking tot alle andere Vogelrichtlijnsoorten die op grotere afstand van de standplaatslocatie broeden. Significant negatieve effecten op Vogelrichtlijn-soorten broedvogels zijn uitgesloten. Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied door het plaatsen van kramen op de locatie en het gebruik van de kramen zijn geheel uitgesloten. - Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op een afstand van 54 meter van de grens van het Natura2000-gebied. Voor de plaatsing van de kramen op de locatie wordt het Natura2000-gebied

42

echter niet betreden of dichter benaderd dan 54 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing zijn uitgesloten. In theorie is het mogelijk dat klanten waren kopen bij de kraam en vervolgens naar het strand gaan. Feitelijk sluit dit gedrag aan bij het reguliere gedrag van bezoekers aan het strand, dat naar Terschellinger maatstaven een intensief gebruikt recreatiestrand is. Habitattypen. H2110. Ten oosten en westen van de standovergang ligt een zone met embryonale duinen, met kenmerken van het habitattype H2110 – Embryonale duinen. Op de habitattypenkaart van DLG (DLG, 2015) is deze zone echter niet als zodanig aangegeven. De zone wordt normaliter betrekkelijk intensief door recreanten betreden, zonder dat het habitattype daar schade van ondervindt. Klanten van de standplaats die na de kraam te hebben bezocht deze zone van embryonale duinen gaan bezoeken richten geen schade aan het habitattype aan. Er is geen sprake van significant negatieve effecten op habitattype H2110. H1140B. Het strandgedeelte in de strandzone tussen eb en vloed wordt gerekend tot habitattype H1140B – Slik- en zandplaten (getijdengebied). Dit habitattype staat dagelijks onder invloed van de getijdenwisseling. De invloed van eb en vloed is dermate sterk dat menselijke activiteiten op kleine schaal geen invloed hebben op de kwaliteit van het type.

Significant negatieve effecten op het type als gevolg van activiteiten vanuit de standplaatsen zijn uitgesloten. Conclusie. Significant negatieve effecten op alle habitattypen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone komen ter plaatse niet voor. Vogelrichtlijnsoorten. Het getijdengebied op het Noordzeestrand geldt als foerageergebied voor de drieteenstrandloper. De soort gebruikt het foerageergebied ondanks de relatief intensieve aanwezigheid van recreanten in het getijdengebied. Er is geen sprake van een toename van de recreatiedruk in het getijdengebied als gevolg van activiteiten vanuit de standplaatslocatie. Significant negatieve effecten op de kwaliteit van het foerageergebied van de drieteenstrandloper zijn uitgesloten. Andere Vogelrichtlijnsoorten niet-broedvogels komen niet voor. Vogelrichtlijnsoorten broedvogels ontbreken op het strand nabij de overgang van Paal 8 eveneens. Significant negatieve effecten op alle Vogelrichtlijnsoorten zijn derhalve uitgesloten. Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone als gevolg van de plaatsing van de standplaatsen op de locatie en als gevolg van het gebruik van de standplaatsen op de locatie zijn uitgesloten. Conclusie.

De plaatsing en het gebruik van de standplaatsen op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb. 6.2.15. Parkeerplaats Badweg Hoorn Algemeen. De locatie ligt op de parkeerplaats langs de Badweg van Hoorn ten zuiden van het Hoornerbos en bij de kruising van de Badweg en het fietspad langs de binnenduinrand. Het gebied geldt als een onderdeel van de openbare weg maar ligt binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Omdat de parkeerplaats deel is van de infrastructuur geldt de exclaverende werking: de parkeerplaats wordt beschouwd als geen onderdeel van het Natura2000-gebied. Het aangrenzend duingebied inclusief de duinbossen maakt wel deel uit van Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. Natura2000-gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de zuidzijde van de waddendijk. De locatie ligt niet in de buurt van de waddendijk. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 1494 meter. - Duinen Terschelling. De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 1 meter.

Het gaat hier om het duingebied ten noorden, westen en oosten van de parkeerplaats, nagenoeg direct grenzend aan de locatie van de standplaats. De smalle strook tussen het Hoornerbos en het duinfietspad wordt deels gerekend tot habitattype H2130B – Grijze duinen (kalkarm). Dit geldt tevens voor de brandgangen door het naaldbos. Het gebied direct ten westen van de standplaats wordt niet tot een habitattype gerekend.

43

-

Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 1806 meter.

Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op bijna 1,5 kilometer afstand van de standplaatslocatie. Op basis van de grote afstand tot het Natura2000-gebied zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. - Duinen Terschelling. De standplaatslocatie ligt binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling, maar op een parkeerplaats die als exclaverend geldt. De afstand tussen de locatie en de grens van het Natura2000-gebied, waarvoor de exclaverende werking niet geldt, is slechts 1 meter. De direct aangrenzende delen van het duingebied ten westen van de standplaatslocatie worden gerekend tot het Natura2000-gebied, maar maken geen deel uit van een habitattype. Habitattypen H2130B – Grijze duinen (ontkalkt) komt voor op meer dan 100 meter ten westen van de locatie, en derhalve niet direct grenzend eraan. Het duinbos ten noorden en oosten van de locatie maakt deel uit van het Natura2000-gebied echter de naaldbospercelen worden niet gerekend tot een habitattype. Wel zijn loofbospercelen gerekend tot habitattype H2180A – Atlantische duinbossen, droog. Een dergelijk bosperceel ligt direct grenzend aan de noordzijde van de parkeerplaats op 50 meter afstand van de locatie.

Voor het plaatsen van de mobiele kraam op de locatie wordt de openbare weg gebruikt. Het is daarbij niet nodig de habitattypen van het Natura2000-gebied te betreden. Het plaatsen van de mobiele kraam heeft dan ook geen significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied. De standplaatslocatie is zodanig ingericht dat klanten de producten kunnen kopen vanaf de verharding van schelp op de parkeerplaats. Er is daardoor geen reden voorklanten op grote schaal het Natura2000-gebied te betreden. Habitattypen: Indien sprake is van betreding van het type door klanten van de standplaatsen zal dit een incidenteel geval zijn in delen van het terrein behorende tot habitattype H2180A. Dit type is niet gevoelig voor extensieve betreding. Er is dan geen sprake van significant negatieve effecten op het habitattype. Voor de andere habitattypen geldt dat ze liggen in de ruime omgeving van de locatie, echter op grotere afstand en niet in de buurt van de standplaatslocatie. Het aanbieden van waren aan klanten leidt niet tot extra betreding van deze habitattypen (H2130B, H2180B). Significant negatieve effecten op deze habitattypen zijn uitgesloten. Overige habitattypen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen op een veel grotere afstand van de standplaatslocatie voor, zodanig dat significant negatieve effecten erop zijn uitgesloten.

Met betrekking tot de habitattypen in het algemeen geldt de conclusie dat significant negatieve effecten van plaatsen en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle habitattypen zijn uitgesloten. Habitatrichtlijn-soorten komen in de nabijheid van de standplaatslocatie niet voor. De conclusie is derhalve dat significant negatieve effecten op alle habitatrichtlijn-soorten zijn uitgesloten. Vogelrichtlijnsoorten. Broedlocaties van Vogelrichtlijnsoorten komen in de nabijheid van de standplaatslocatie niet voor. Significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijnsoorten zijn derhalve uitgesloten Samengevat: Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied door het plaatsen van een kraam op de locatie en het gebruik ervan zijn geheel uitgesloten. - Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op grote afstand van de grens van het Natura2000gebied (globaal 1800 meter). Voor de plaatsing van de kraam op de locatie wordt het Natura2000gebied niet betreden of dichter benaderd dan 1800 meter. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing en het gebruik zijn uitgesloten. Het is niet nodig de effecten per instandhoudingsdoel verder uit te werken. Conclusie.

De plaatsing en het gebruik van de standplaats op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb.

44

Kaart 8. Uitsnede uit de Habitattypenkaart (DLG, 2015). Parkeerplaats Hoorn. Rode stip: standplaatslocatie parkeerplaats Hoorn. Zwarte onderbroken lijn: grens Natura2000-gebieden Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Donkergroen A: H2180A – Atlantische duinbossen, droog.

6.2.16. Parkeerplaats Hoofdweg Oosterend Algemeen. De locatie ligt op de parkeerplaats aan het einde van de Hoofdweg ten oosten van Oosterend. Het gebied geldt als een onderdeel van de openbare weg en ligt niet binnen een Natura2000-gebied. De locatie grenst nergens direct aan Natura2000-gebied. Ligging ten opzichte van de Natura2000-gebieden. - Waddenzee. Natura2000-gebied Waddenzee betreft het Waddengebied aan de zuidzijde van de waddendijk. Ook de Grië ten oosten van de dwarsdijk maakt deel uit van het Natura2000-gebied. De locatie ligt niet in de buurt van de waddendijk. De kortste afstand van de locatie tot de grens met het Natura2000-gebied bedraagt 120 meter. - Duinen Terschelling. De kortste afstand van de standplaatslocatie tot de grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 120 meter. Het gaat hier om een enkel perceel op de Grië direct ten oosten van de dwarsdijk. Daarnaast maakt het duingebied ten noorden van het binnenduinfietspad en ten noorden van de locatie dele uit van het Natura2000-gebied. De afstand van de locatie tot dit duingebied bedraagt 356 meter. - Noordzeekustzone. De kortste afstand tussen de locatie en de grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone bedraagt 2024 meter. Effectanalyse. - Waddenzee. Het Natura2000-gebied ligt op 120 meter afstand van de standplaatslocatie.

De activiteiten op de standplaats beperken zich tot de parkeerplaats zelf. Daarbij geldt dat alle terreinen direct grenzend aan de parkeerplaats geen deel uitmaken van het Natura2000-gebied. Op basis van de afstand tot het Natura2000-gebied (meer dan 100 meter) zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het

45

-

-

Natura2000-gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. Duinen Terschelling. Het Natura2000-gebied ligt op 120 meter afstand van de standplaatslocatie (Grië) en 356 afstand van de locatie (duingebied). De activiteiten op de standplaats beperken zich tot de parkeerplaats zelf. Daarbij geldt dat alle terreinen direct grenzend aan de parkeerplaats geen deel uitmaken van het Natura2000-gebied. Op basis van de afstand tot het Natura2000-gebied (meer dan 100 meter) zijn significant negatieve effecten door plaatsing en gebruik van de standplaats op de locatie voor alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied uitgesloten. Het is niet nodig de analyse per instandhoudingsdoel verder uit te werken. Noordzeekustzone. De standplaatslocatie ligt op grote afstand van de grens van het Natura2000gebied (globaal 2 kilometer). Voor de plaatsing van de kraam op de locatie wordt het Natura2000gebied niet betreden of dichter benaderd dan 2 kilometer. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van de plaatsing en het gebruik zijn uitgesloten. Het is niet nodig de effecten per instandhoudingsdoel verder uit te werken.

Conclusie. De plaatsing en het gebruik van de standplaats op de locatie leidt voor geen enkel Natura2000gebied tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Natura2000-regelgeving of de gebiedsbescherming van de Wnb.

46

Kaart 9. Uitsnede uit de Habitattypenkaart (DLG, 2015). Parkeerplaats Hoofdweg Oosterend. Rode stip: standplaatslocatie parkeerplaats Oosterend. Zwarte onderbroken lijn: grens Natura2000-gebieden Lichtpaars A: H1310A – Zilte pioniervegetaties met zeekraal Lichtpaars B: H1310B – Zilte pioniervegetaties met zeevetmuur Paars: H1320 – Slijkgrasvegetaties Donkerpaars met A: Atlantische schorren buitendijks Geel met B: H2130B – Grijze duinen kalkarm Donkergroen A: H2180A – Atlantische duinbossen, droog. 6.3. Samenvatting en conclusies. Hiervoor is per standplaatslocatie antwoord gegeven op de vraag of de plaatsing van standplaatsen op de locatie kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura2000-gebieden van Terschelling. Ook met betrekking tot de vraag of het gebruik van de standplaatsen tot dergelijke effecten kan leiden is beantwoord. De uitgangspunten van de effectanalyse zijn eerder beschreven (hoofdstuk 2). Daarbij is het uitgangspunt gehanteerd dat het plaatsen van de kramen op de locatie en het verwijderen ervan geschiedt via de openbare weg, zodat Natura2000-gebied niet hoeft te worden betreden of bereden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura2000-gebieden blijven dan achterwege.

Vier van de aangegeven locaties liggen formeel binnen of deels binnen de grenzen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Het gaat dan om de locaties op de strandovergang van Paal 8 (West aan Zee) en Midsland aan Zee, de locatie bij de kruising van de Badweg van Paal 8 en de Longway en de locatie op de parkeerplaats bij Hoorn. Voor deze vier locaties geldt echter dat ze uitsluitend liggen op aanwezige infrastructuur of alleen daarvan gebruik maken. Deze infrastructuur geldt binnen Natura2000-gebieden als exclaverend, en worden beschouwd als geen onderdeel van een Natura2000-gebied. Geen van de standplaatslocaties ligt derhalve binnen terrein waarvoor de regelgeving van Natura2000 geldt. Voor alle

47

locaties, ook die welke formeel binnen Natura2000-gebied liggen, geldt dat ze bereikbaar zijn via de openbare weg, zodat voor de plaatsing en verwijderen van de kramen het nergens nodig is terreinen buiten de openbare weg te gebruiken. Per standplaats is aangegeven wat de minimale afstand is tussen de locatie en de in de buurt liggende Natura2000-gebieden. Dit aspect verschilt sterk per locatie. Een aantal standplaatslocaties ligt in het geheel niet in de buurt van een Natura2000-gebied. Significant negatieve effecten van het gebruik van deze standplaatsen op de instandhoudingsdoelen is dan op basis van de grote afstand tot de Natura2000-gebieden uitgesloten. Dit aspect geldt met name voor de locaties in de bebouwde kom van West, inclusief Havenplein en Jachthaven, voor de locatie in Midsland en de locatie aan het eind van de Hoofdweg bij Oosterend. De andere locaties liggen dichter bij Natura2000-gebied of in een aantal gevallen direct aangrenzend. Voor deze locaties is de effectanalyse nauwkeuriger uitgewerkt en zijn de effecten per voorkomend instandhoudingsdoel behandeld. Een uitgangspunt is dat het gebruik van de standplaats op de locaties, het aanbieden van waren aan passerende klanten, een kleinschalige activiteit is, dat slechts incidenteel leidt tot activiteiten binnen de Natura2000-gebieden.

Het gaat dan met name om het nuttigen van etenswaren binnen Natura2000-gebied in de omgeving van de standplaats of het gebruik van gekochte strandmiddelen bij het recreëren op het strand. De effecten van deze activiteiten zijn het meest intensief merkbaar op korte afstand van de locatie. Als maat wordt hier een afstand van 100 meter genomen. Op een afstand van meer dan 100 meter vanaf een standplaatslocatie zijn significant negatieve effecten van het gebruik van de standplaatsen op de instandhoudingsdoelen uitgesloten. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de locatie op het Kleiplak (oostelijk havengebied). Omdat deze locatie relatief dichtbij een waardevolle hoogwatervluchtplaats ligt, al is de afstand tot de locatie meer dan 100 meter, is voor deze locatie de effectanalyse nauwkeuriger uitgewerkt. Het nuttigen van etenswaren, gekocht op de standplaatsen, binnen Natura2000-gebied is een kleinschalige en veelal incidentele gebeurtenis, waarbij geen significante schade wordt aangericht aan de vegetaties, die worden gerekend tot de habitattypen in de directe omgeving van de standplaatsen. Er is dan ook voor geen enkele standplaatslocatie sprake van significant negatieve effecten op de habitattypen. Met betrekking tot de habitatrichtlijn-soorten geldt dat geen enkele soort voorkomt in de directe nabijheid van een standplaats.

Het voorkomen van broedlocaties van vogelrichtlijnsoorten broedvogels in de directe omgeving van een standplaats treedt nergens op. Betreffende de standplaatslocaties bij West aan Zee en Midsland aan Zee wordt speciaal aandacht gegeven aan de broedlocaties in de ruime omgeving van tapuit en bruine kiekendief. Echter deze broedplekken liggen zo ver van de standplaatslocaties verwijderd dat verstoring of schade aan het broedgebied vanuit de standplaatslocaties is uitgesloten. Kwaliteitsverlies van het broedgebied van Vogelrichtlijnsoorten treedt niet op. Hetzelfde geldt betreffende de Vogelrichtlijnsoorten niet-broedvogels binnen Natura2000-gebied Waddenzee en Natura2000-gebied Noordzeekustzone (voor Natura2000-gebied Duinen Terschelling bestaat deze categorie niet). De eindconclusie van de effectanalyse luidt dan als volgt: Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Waddenzee als gevolg van de plaatsing of het gebruik van een standplaats op de aangegeven locaties is betreffende alle locaties uitgesloten. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Duinen Terschelling als gevolg van de plaatsing of het gebruik van een standplaats op de aangegeven locaties is betreffende alle locaties uitgesloten.

Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied Noordzeekustzone als gevolg van de plaatsing of het gebruik van een standplaats op de aangegeven locaties is betreffende alle locaties uitgesloten. De consequentie van deze eindconclusie is dat het plaatsen en in gebruik nemen van standplaatsen, zoals is aangegeven in het paraplubestemmingsplan van de Gemeente Terschelling niet leidt tot strijdigheid met de Wet Natuurbescherming aangaande de gebiedsbescherming (Natura2000). De aanvraag van een vergunning van de Wet Natuurbescherming bij de Provincie Fryslân is niet nodig. 6.4. Stikstof. Een onderdeel van de Wet Natuurbescherming is de analyse van de stikstofdepositie binnen Natura2000gebied als gevolg van nieuwe initiatieven. Voor nieuwe initiatieven moet worden berekend of dit kan leiden tot een zodanige toename van de stikstofuitstoot, blijvend of tijdelijk, dat de stikstofdepositie in het Natura2000 erdoor onaanvaardbaar toeneemt. Met betrekking tot de standplaatsen geldt echter dat het

48

paraplubestemmingsplan tot doel heeft het plaatsen en het gebruik van de locaties door ondernemers in de eilander bestemmingsplannen goed te regelen. Vrijwel alle locaties worden al een aantal jaren gebruikt, sommige al meer dan 10 jaar. Daarnaast zijn alle locaties in het verleden al als zodanig door gemeentebeleid aangewezen. Het gebruik van de locaties stamt uit de periode voorafgaand aan het in werking treden van de stikstofregelgeving. Er is dan ook geen sprake van een nieuw initiatief, maar van het bestemmingsplanmatig rechttrekken van al bestaande regelgeving. Om deze reden is een analyse van de stikstofuitstoot aangaande de standplaatsen niet nodig. 7.

Soortenbescherming

De soortenbescherming maakt deel uit van de Wnb en heeft tot doel individuen en populaties te beschermen. De soortenbescherming richt zich aangaande het hier beoordeelde plan voornamelijk op de soorten die rondom de standplaatslocaties en in de aangrenzende gebieden voorkomen. De wetgeving is niet gebiedsgebonden en geldt overal. Schade aan individuen en populaties van strikt beschermde soorten moet worden voorkomen. Voor alle andere soorten geldt de zorgplicht. Dat houdt in dat de uitvoering van het plan geen blijvende verslechtering mag veroorzaken in de staat van instandhouding van de populaties. Aan soorten met een algemeen goede staat van instandhouding van de populaties in Nederland is door de provincie Fryslân voor de uitvoering van projecten vrijstelling verleend. Het gaat dan om kleine zoogdieren en om bruine kikker en kleine watersalamander. Ook maakt de jaarrond bescherming van nesten en nestlocaties deel uit van de soortenbescherming. Indien schade aan strikt beschermde soorten niet kan worden uitgesloten of niet voldoende wordt voldaan aan de zorgplicht voor kwetsbare soorten is de aanvraag van een ontheffing van de wet bij de Provincie Fryslân noodzakelijk. 7.1. Strikt beschermde soorten Op Terschelling komt een aantal soorten strikt beschermde organismen voor.

Van belang is per standplaatslocatie aan te geven welke soorten voorkomen en of schade aan individuen of de populatie door de plaatsing en de ingebruikname van de standplaatslocaties kan worden uitgesloten. 7.1.1. Rugstreeppad De rugstreeppad heeft op Terschelling uitgebreide voortplantingsplekken in vochtige duinvalleien met een gering vegetatiedek. Populaties komen voor in de ruime omgeving van de standplaatsen op de parkeerplaats van Paal 8 en Midsland aan Zee, nabij de locatie op de kruising van de Longway en de Badweg van Paal 8 en nabij het Duinmeertje. De padden gebruiken het open water voor het afzetten van eieren. De larven ontwikkelen zich in de loop van het voorjaar en de zomer tot volwassen dieren die uit het water te voorschijn komen en daarna als landdier verder leven. Volwassen dieren kunnen buiten de duinvalleien foeragerend worden aangetroffen en zoeken een overwinteringsplek buiten het water. 7.1.2. Zandhagedis De zandhagedis heeft op Terschelling enkele lokale, zeer kleine populaties in droge, vaak verstuivende duinen. De meeste dieren worden in de zeereep gezien. Het voorkomen van zandhagedissen is van belang voor de standplaatslocaties op de strandovergang bij Paal 8 en Midsland aan Zee en voor de locatie op de parkeerplaats bij paal 8. 7.1.3.

Vleermuizen Op Terschelling worden foeragerende vleermuizen frequent op allerlei plekken waargenomen, ook in de dorpen. Er zijn drie soorten die regelmatig worden aangetroffen, namelijk laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Voortplanting is alleen van de eerste twee soorten bekend. Ook zijn incidenteel enkele andere soorten aangetroffen. De strikte bescherming van vleermuizen heeft betrekking op schade aan voortplantingsplekken, kraamkolonies en overwinteringsplekken van vleermuizen. De vraag is dan of dergelijke plekken in de omgeving van de standplaatslocaties voorkomen en of de plaatsing en ingebruikname van de locaties kan leiden tot schade aan deze plekken. Effecten op het foerageergedrag van vleermuizen zijn alleen van belang als dit gerelateerd is aan het door vleermuizen gebruik van de betreffende plekken. Buiten deze plekken zijn waarnemingen van foeragerende vleermuizen verder niet van belang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=f7885004-22f3-49c1-8475-3ed49bf99b33