Bijlage 1. Ontwerp beleidskader Standplaatsen
Tekst van het document
(Ontwerp)Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Vastgesteld op [datum]
Adres Burgemeester van Heusdenweg 10a 8881 EB West-Terschelling
Postadres Postbus 14 8880 AA West-Terschelling
Online gemeente@terschelling.nl www.terschelling.nl
Telefoon 0562 – 44 62 44
Samenvatting De gemeente Terschelling heeft een nieuw beleidskader opgesteld voor het gebruik en de toewijzing van standplaatsen in de openbare ruimte. Dit kader vervangt het verouderde beleid uit 2006 en vormt de basis voor de uiteindelijke beleidsregels waaraan standplaatsvergunningen getoetst worden. Het beleidskader beoogt een transparant, rechtvaardig en toekomstbestendig systeem voor vergunningverlening. Standplaatsvergunningen worden voortaan beschouwd als schaarse vergunningen en mogen uitsluitend voor bepaalde tijd worden verleend, met een maximale duur van twaalf jaar. Bij meerdere gegadigden voor een locatie wordt de vergunning via een openbare loting toegewezen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vaste standplaatsen (jaarrond, seizoensgebonden, of voor één maand) en tijdelijke standplaatsen voor ideële doeleinden. Dit beleid richt zich vooral op de vaste standplaatsen. Het beleid is afgestemd op de actuele wet- regelgeving, waaronder de Europese Dienstenrichtlijn, en houdt rekening met ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, stikstofdepositie en veiligheid. Het beleidskader voorziet in overgangsrecht voor bestaande vergunninghouders en biedt ruimte voor nieuwe locaties, mits deze voldoen aan toetsingscriteria en worden opgenomen in het omgevingsplan. Evaluatie en bijstelling van het beleid zullen plaatsvinden na implementatie.
Met dit kader beoogt de gemeente een evenwichtige ontwikkeling van standplaatsen, waarbij economische vitaliteit, leefbaarheid en natuurwaarden op Terschelling in balans blijven en Terschelling aantrekkelijk blijft voor bewoners en bezoekers.
2
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Inhoudsopgave Het beleidskader: waar dient het voor? ______________________________________________________________5 Het beleidskader als basis voor beleidsregels ______________________________________________________5 Het kader en de beleidsregels vormen het standplaatsenbeleid________________________________ 5 Waarom een nieuw standplaatsenbeleid? ___________________________________________________________5 Wat is nieuw en vormt de kern van het nieuwe standplaatsenbeleid? __________________________ 6 Waar ziet het nieuwe standplaatsenbeleid nog meer op? _ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Wat is het doel van het nieuwe standplaatsenbeleid? __________________________________________ 6 Uitgangspunten__________________________________________________________________________________________7 Juridisch kader ___________________________________________________________________________________________7 Dienstenrichtlijn ________________________________________________________________________________ 7 Schaarse rechten _______________________________________________________________________________ 8 Alcoholwet ______________________________________________________________________________________ 9 Beleidskeuzes ____________________________________________________________________________________________9 Soorten standplaatsen
__________________________________________________________________________ 9 Toewijzing _____________________________________________________________________________________ 10 Vergunningsduur ______________________________________________________________________________ 11 Overgangsrecht ________________________________________________________________________________ 11 Branchering ___________________________________________________________________________________ 11 Persoonsgebonden vergunningen _____________________________________________________________ 11 Verplicht standplaats innemen ________________________________________________________________ 12 Duurzaamheid _________________________________________________________________________________ 12 Stikstof_________________________________________________________________________________________ 12 Nutsvoorzieningen en recht van opstal ________________________________________________________ 12 Gebruik terrein derden ________________________________________________________________________ 12 Verwijderen wagen en verrijdbaarheid ________________________________________________________ 12 Kosten standplaats ____________________________________________________________________________ 12 Oppervlakte standplaats _______________________________________________________________________ 13 Uiterlijk standplaats
___________________________________________________________________________ 13 Ontwikkelingen en ruimte voor nieuwe locaties _______________________________________________ 13 Toekomstige uitwerking _____________________________________________________________________________ 13 Omgevingswet _________________________________________________________________________________ 13 Evaluatie _______________________________________________________________________________________ 13 3
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Bijlage Locatie standplaatsen _________________________________________________________________ 14
4
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Het beleidskader: waar dient het voor? Het beleidskader beschrijft op hoofdlijnen hoe we met standplaatsen omgaan binnen onze gemeente. Het is een richtlijn voor het gebruik, de toewijzing en het beheer van standplaatsen in de openbare ruimte. Het kader zal daarna in de beleidsregels worden vertaald en zal uiteindelijk worden opgenomen in de regels van het omgevingsplan. Verder zal het beleidskader worden geïntegreerd in de nog op te stellen toeristische visie voor Terschelling.
Het beleidskader als basis voor beleidsregels Nadat dit kader door de raad is vastgesteld, stellen we beleidsregels over standplaatsen op waarin het uiteindelijke toetsingshandvat voor de behandeling van vergunningaanvragen en voor de handhaving van de standplaatsregels in de APV Terschelling zijn opgenomen Deze gemeentelijke verordening is een juridisch bindende regeling.
Het kader en de beleidsregels vormen het standplaatsenbeleid Samen vormen het beleidskader en de beleidsregels het standplaatsenbeleid. Het doel van dit beleid is om een open, rechtvaardig en toekomstbestendig beleid te voeren dat aansluit bij de ruimtelijke, economische en maatschappelijke doelen van de gemeente. Onder deze doelen zijn onder andere het behouden van de balans tussen toerisme en leefbaarheid op het eiland en het realiseren van een duurzame eilander economie.
Uitzondering beleidskader Standplaatsen tijdens een evenement of braderie, kermis, voor het venten en voor koek en zopie vallen buiten de reikwijdte van het beleidskader. Deze onderwerpen worden afdoende geregeld in de APV en straks ook deels in het omgevingsplan. Daarnaast zal er een apart beleidskader worden opgesteld voor de fietsenstandplaatsen op het haventerrein. Dit traject zal separaat van dit beleidskader worden opgestart en afgerond. Een groot deel van de gekozen uitgangspunten van dit beleidskader zullen gelijk zijn aan de uitgangspunten van het beleidskader voor fietsenstandplaatsen.
Waarom een nieuw standplaatsenbeleid? De huidige situatie Standplaatsvergunningen werden onder het oude beleid uit 2006 verleend voor een jaar (van 1 maart tot 1 december) en vervolgens steeds weer met een jaar verlengd bij aanvraag door dezelfde standplaatshouder (bij goed gedrag). Wanneer standplaatsen vrij komen dan worden deze gepubliceerd en kan er door een ieder op worden ingeschreven. Sinds 2023 wordt er geloot bij meerdere inschrijvingen op vrije vaste standplaatsen. De standplaatslocaties zoals aangegeven in de beleidsnotitie van 2006 zijn in het tijdelijk omgevingsplan aangewezen middels een parapluherziening uit 2019. Het steeds weer gunnen van de standplaats voor een periode van een jaar (van 1 maart tot 1 december) aan dezelfde standplaatshouder strookt niet met de Europese Dienstenrichtlijn. Deze richtlijn wordt verderop in dit document nader toegelicht. In principe is een standplaats een vrije standplaats als de vergunningstermijn is afgelopen. Deze standplaatsen werden echter nooit gepubliceerd voor inschrijving. De vergunningsaanvraag werd einde van het jaar ingediend en toegekend aan dezelfde standplaatshouder. 5
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Het oude standplaatsenbeleid uit 2006 gold voor 5 jaar. Dit standplaatsenbeleid is niet verlengd en dus in 2011 vervallen. Vanaf dat moment is er geen beleid meer om de beleidsruimte die de APV biedt, in te vullen. Het is dus tijd voor een nieuw duurzaam en toekomst bestendig standplaatsenbeleid. Die behoefte is er bij zowel ons als gemeente als bij de ondernemers.
Wat is nieuw en vormt de kern van het nieuwe standplaatsenbeleid? Standplaatsvergunningen mogen niet langer voor onbepaalde tijd, aan dezelfde standplaatshouder worden verleend. Standplaatsvergunningen worden vanuit de Europese Dienstenrichtlijn gezien als schaarse vergunningen. Deze vergunningen mogen uit oogpunt van een eerlijke concurrentie alleen nog voor een bepaalde tijd worden verleend. Deze vergunningen zijn schaars omdat we het niet wenselijk vinden om een onbeperkt aantal standplaatsen binnen onze openbare ruimte toe te laten. Terschelling bestaat grotendeels uit natuurgebied, het heeft waardevolle dorpsgezichten en de verkeersdoorstroming maakt het niet mogelijk om overal een standplaats toe te staan. Standplaatsen dragen bij aan de levendigheid, creëren werkgelegenheid en zijn een gewaardeerde voorziening voor inwoners en bezoekers van de gemeente Terschelling. Ze zijn een belangrijke aanvulling op het bestaande voorzieningenniveau en spelen in op specifieke behoeften. De standplaatsen worden op een of meerdere dag(delen) gebruikt voor de verkoop van producten. Het overgrote deel van de standplaatsen zal naar verwachting eet- en drinkwaren verkopen. Het nieuwe standplaatsenbeleid wordt ook opgesteld met het oog op de bescherming van de openbare orde en veiligheid en het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Daarom is hantering van een maximumstelsel van standplaatsvergunningen belangrijk.
Wat is het doel van het nieuwe standplaatsenbeleid? Het doel van het nieuwe beleid is dat er meer duidelijkheid en zekerheid komt voor de ondernemer, vergunningverleners en andere belanghebbenden over hoe om te gaan met de toekenning van standplaatsen en het in gebruik hebben van die standplaatsen; om daar waar mogelijk de wensen van de ondernemers mee te nemen en zo weinig mogelijk te mengen in de bedrijfsvoering. Participatie Begin 2024 is er vanuit de gemeente opgehaald wat de wensen zijn van de ondernemers met betrekking tot het toekomstige standplaatsbeleid. Daar waar mogelijk hebben wij de wensen van de ondernemers meegenomen naar dit generieke beleid.
6
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Uitgangspunten Dit beleidskader dient als instrument voor de gemeente om standplaatsen op het eiland op een juiste manier te kunnen faciliteren richting ondernemers en gebruikers, hierbij rekening houdend met de verschillende stakeholders. Randvoorwaarde hierbij is het in acht nemen van het juiste juridische kader en het uitwerken van een aantal beleidskeuzes.
Juridisch kader De APV van de gemeente Terschelling regelt in artikel 5:18 dat het verboden is om een standplaats in te nemen of te hebben zonder vergunning van het college van B&W. Met het opstellen van dit beleidskader wordt het kader bepaald waarin het college beleidsregels kan opstellen over hoe zij deze bevoegdheid vanuit de APV om standplaatsvergunningen te verlenen invult en met welke richtlijnen dit gebeurt. De basis voor het standplaatsenbeleid zijn dan ook de regels uit de APV. Naast de lokale regelgeving is er op standplaatsen ook andere wet- en regelgeving van toepassing. Het juridische kader voor het beoordelen van standplaatsvergunningen wordt gevormd door: - artikels 1:8, 2:10, 5:14, 5:17, 5:18, 5:19, en 5:20 van de APV Terschelling - het standplaatsenbeleid (bestaande uit dit beleidskader en de hieruit vast te stellen beleidsregels) - het Omgevingsplan (van rechtswege) - het Besluit activiteiten leefomgeving - de Winkeltijdenwet - de Alcoholwet - de Handelsregisterwet - de Warenwet - de Europese dienstenrichtlijn. Hieronder lichten wij de Dienstenrichtlijn en de Alcoholwet toe.
Dienstenrichtlijn Op de standplaatsen wordt detailhandel gedreven; de standplaatshouders verkopen hun producten aan eindgebruikers. Uit de rechtspraak volgt sinds de zogenoemde Appingedamuitspraak van de Raad van State dat detailhandel een vorm van dienstverlening is. Daarmee valt detailhandel onder de werking van de Dienstenrichtlijn. Het reguleren van dienstverlening door middel van een vergunningsstelsel is door de Dienstenrichtlijn aan regels verbonden. De hoofdregels om een vergunningstelsel te mogen instellen staan in artikel 9 van de Dienstenrichtlijn. Het vergunningenstelsel mag geen discriminerende werking hebben ten aanzien van de dienstenverrichter. De behoefte aan het vergunningenstelsel moet gerechtvaardigd worden door een dwingende reden van algemeen belang. En het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn. Ten aanzien van de in het vergunningenstelsel toe te passen criteria geldt dat deze onder meer moeten voldoende aan de volgende eisen uit artikel 10 van de Dienstenrichtlijn: a) niet-discriminatoir; b) gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; c) evenredig met die reden van algemeen belang; d) duidelijk en ondubbelzinnig; e) objectief; f) vooraf openbaar bekendgemaakt; g) transparant en toegankelijk. 7
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
De regels in de APV Terschelling waarmee het mogen innemen van een standplaats wordt geregeld, moeten hieraan voldoen. De huidige en beoogde regeling in de APV bevatten geen criteria die direct of indirect discriminerend uitpakken. De rechtvaardiging voor het instellen van het vergunningstelsel is gelegen in een aantal dwingende redenen van algemeen belang. Het betreffen de openbare orde, openbare (verkeers-)veiligheid, bescherming van het milieu en binnenstedelijk milieu en het behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid.
Schaarse rechten Aanvullend op de criteria uit de Dienstenrichtlijn kunnen voor het vergunningstelsel aanvullende eisen van toepassing zijn indien het gaat om het verlenen van een zogenoemd schaars recht. Uit de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal en rechtspraak van de Afdeling volgt dat de definitie van schaarse publieke rechten impliceert dat het aantal beschikbare publieke rechten beperkt is en dat voor het aantal te verlenen rechten een maximum of plafond bestaat. Dat plafond kan volgens de staatsraad advocaat-generaal voortvloeien uit de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen (fysieke schaarste) of aan bruikbare technische mogelijkheden (technische schaarste), maar kan ook om beleidsmatige redenen worden vastgesteld. Doorgaans zal dit plafond in een getal worden uitgedrukt dat kan zijn neergelegd in een wettelijk voorschrift of op basis van dat wettelijk voorschrift worden vastgesteld. Een plafond kan echter ook zijn ‘verstopt’ en dus niet expliciet worden genoemd. In de huidige en de vast te stellen APV is geen voorschrift opgenomen dat een maximum stelt aan het aantal te verlenen standplaatsvergunningen. Echter, het aantal standplaatsen zelf is beperkt omdat een standplaats alleen mag worden ingenomen op een plek waar dat volgens het omgevingsplan is toegestaan.
De Afdeling heeft overwogen dat er geen schaarse rechten worden toebedeeld in een omgevingsplan. In zoverre leidt de beperking van het aantal standplaatsen door het omgevingsplan niet tot het oordeel dat een te verlenen vergunning een schaars recht betreft. Maar omdat het aantal plaatsen beperkt is in het omgevingsplan, is er sprake van beleidsmatige schaarste. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat indien “de som van de omvang van de aanvragen het aantal beschikbare publieke rechten overtreft” toch moet worden geoordeeld dat het gaat om een schaars recht. Per plaats kan in beginsel maar een beperkt aantal standplaatsvergunningen worden verleend, en het is op voorhand niet uit te sluiten dat voor een locatie meer aanvragen worden gedaan dan dat daarvoor vergunningen kunnen worden verleend. Pas als voor één plaats zich niet meer dan één gegadigde meldt, kan niet meer worden gesproken van een schaars recht. Omdat het op voorhand niet valt uit te sluiten dat zich per standplaats meerdere gegadigden zullen melden, wordt op voorhand ervan uitgegaan dat de standplaatsvergunning een schaars recht is, zodat de vergunningverlening aan daarvoor geldende eisen dient te voldoen.
Deze eisen volgen uit de rechtspraak, en kunnen als volgt worden samengevat: Iedereen dient op gelijke wijze kennis te kunnen nemen van de mogelijkheid om een vergunning te kunnen verkrijgen; De vergunning wordt verleend op grond van vooraf bekend gemaakte criteria en een op voorhand bekendgemaakte verdeelwijze; De vergunning mag niet voor onbepaalde tijd worden verleend, omdat andere marktdeelnemers na verloop van tijd de kans moet worden gegund om opnieuw mee te dingen naar de vergunning.
8
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Vorenstaande betekent niet dat de inhoudelijke criteria uit de APV aanpassing behoeven. Wel moet een procedure worden opgenomen voor het kennisgeven van het moment waarop de standplaatsen beschikbaar komen en de vergunningen kunnen worden verleend, en hoe deze vergunningen worden verdeeld in het geval er meerdere gegadigden zijn. De huidige gang van zaken is dat standplaatsvergunningen voor ten hoogste één jaar kunnen worden aangevraagd. De vergunningen worden vervolgens verleend op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Met name omdat niet is voorzien een procedure waarbij op voorhand kenbaar wordt gemaakt dat een plaats of tijdslot beschikbaar is of komt, dient deze procedure aangepast te worden. Daarnaast moet overgangsrecht worden opgesteld, waarin geformuleerd wordt hoe bestaande rechten voor onbepaalde tijd worden omgezet in rechten voor bepaalde tijd. Daarnaast moet in het beleid worden geformuleerd op welke wijze de vergunningen worden verdeeld, en zal deze wijze van verdelen moeten worden vertaald in de APV.
Alcoholwet Artikel 18 lid 1 van de Alcoholwet stelt dat het verboden is 'in de uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan particulieren te verstrekken'. In Artikel 18 lid 2 sub c van de Alcoholwet staat dat hier een uitzondering geldt voor 'een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoofdzakelijk gerede eetwaren voor gebruik ter plaatse en elders dan ter plaatse plegen te worden verkocht, niet zijnde een horecalokaliteit'. Omdat een standplaats geen publiekelijk toegankelijke besloten ruimte is valt deze dus buiten de uitzondering. Hierdoor is het schenken van alcoholhoudende dranken vanuit standplaatsen dus in strijd met de Alcoholwet en daarmee niet toegestaan.
Beleidskeuzes Om een toekomstbestendig standplaatsenbeleid vorm te geven moeten er een aantal beleidskeuzes worden gemaakt. Het gaat hierbij om aspecten die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van het eiland, de bedrijfsvoering van de standplaatsen, en de juridische houdbaarheid. Zo worden er onder andere keuzes gemaakt over de vergunningsduur, de toewijzing, en het overgangsrecht. Deze keuzes zijn hieronder weergegeven en toegelicht.
Soorten standplaatsen De gemeente onderscheidt de volgende soorten standplaatsen: Vaste standplaatsen Een standplaats die meer dan 30 dagen per kalenderjaar wordt ingenomen op een vaste locatie. We onderscheiden hierbij vier categorieën. a. vaste jaarrond standplaatsen Een standplaats die gedurende het hele jaar (jaarrond) op een vaste locatie wordt ingenomen. b. vaste standplaatsen zomer Deze standplaatsen kunnen enkel in de periode tussen 1 maart en 1 november worden ingenomen op een vaste locatie. 9
| Beleidskader Standplaatsen Terschelling
c.
vaste standplaatsen winter
Deze standplaatsen kunnen enkel in de periode tussen 1 november en 1 maart worden ingenomen op een vaste locatie d. vaste standplaats voor een maand (31 dagen) per jaar op een vaste locatie. Denk aan plekken voor de verkoop van seizoensproducten, zoals kerstbomen of oliebollen of de verkoop van bloemen rondom Valentijnsdag. Nagenoeg alle standplaatslocaties zijn geschikt om jaarrond te kunnen vergunnen. Voor een aantal standplaatsen zal echter de nabijheid van een Natura 2000-gebied beperkend kunnen werken door een significant negatief effect door stikstofdepositie. Een uitzondering op het jaarrond vergunnen is in ieder geval de standplaats op de parkeerplaats Zwarte weg te West Terschelling. In de zomer zijn alle parkeerplekken op deze parkeerplaats nodig vanwege de vele toeristen die ook naar Terschelling komen met de auto en dichtbij het dorp willen parkeren. In de winter is het echter rustiger op de parkeerplaats en kan er ook een standplaats worden ingenomen van 1 november tot 1 maart. Een standplaatslocatie kan gedurende het jaar door verschillende exploitanten worden gebruikt maar niet gedurende een zelfde periode.
In de bijlage bij het beleidskader is een lijst opgenomen met de vaste standplaatslocaties Tijdelijke standplaatsen voor een ideëel doel Voor deze standplaatsen worden uitsluitend vergunningen verstrekt met een maximum van 15 dagen aaneengesloten per kalenderjaar en uitsluitend ten behoeve van een maatschappelijk en/of ideëel doel. Deze standplaatsen mogen uitsluitend een non-commercieel doel dienen. Deze vergunning kan maximaal een keer per jaar voor maximaal 15 dagen worden verleend op een nader te bepalen locatie. Vanwege het maatschappelijk belang worden er geen legeskosten voor deze standplaatsen in rekening gebracht. Deze tijdelijke standplaatsen zijn niet gebonden aan een specifieke locatie en kunnen worden toegestaan als ze voldoen aan de voorwaarden vanuit de APV en het omgevingsplan. Voor de vaste standplaatsen zullen beleidsregels geformuleerd worden. Tijdelijke standplaatsen worden gezien hun aard niet verder beschreven in dit beleid.
Toewijzing Ervan uitgaande dat voor een standplaatslocatie in beginsel geldt dat meerdere gegadigden geïnteresseerd zullen zijn in de betreffende locatie, dient de mogelijkheid open te worden gehouden dat de standplaatsvergunningen verdeeld kunnen worden. De gemeente Terschelling heeft ervoor gekozen om bij meerdere aanvragen voor dezelfde locatie de vergunning te verdelen door middel van loting. Zodra de mogelijkheid open komt om een vergunning te verlenen, zal gepubliceerd worden dat de mogelijkheid bestaat om binnen een vooraf bepaald tijdvak een aanvraag in te dienen. Als binnen het tijdvak meerdere aanvragen worden ingediend, zal worden geloot. Het moet daarbij gaan om aanvragen die ontvankelijk zijn én voldoen aan de criteria die de APV stelt. Alleen dan bestaat aanleiding om te loten. Deze loting zal in het openbaar plaatsvinden. Loting is in de rechtspraak aanvaard als een wijze van verdelen die voldoet aan de transparantieeisen.
10 | Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Indien één aanvraag is ingediend die ontvankelijk is én voldoet aan de criteria die de APV stelt, hoeft niet te worden geloot en kan de aanvraag zonder loting worden gehonoreerd. Aan de criteria van de APV zal worden toegevoegd dat alleen ingelote aanvragen voor verlening in aanmerking komen.
Vergunningsduur De gemeente stelt de vergunningstermijn vast op een termijn van 12 jaar. Uit onderzoek1 is gebleken dat dit de bovenste grens is van de terugverdientijd voor ambulante handel. Omdat het hierbij gaat om een vergunning voor bepaalde termijn zal de vergunning na de periode van 12 jaar opnieuw aangevraagd moeten worden. Dit biedt dan ook een periodieke opening voor nieuwe geïnteresseerden om ook een vergunning voor een bepaalde standplaats aan te vragen. Met het vaststellen van een vergunningsduur voor een bepaalde termijn van 12 jaar wordt er voldaan aan de voorwaarden in de Europese Dienstenrichtlijn. Deze schrijft namelijk voor dat er ruimte moet zijn voor nieuwe marktdeelnemers om mee te kunnen dingen naar schaarse rechten, wat hier dus het geval is. Om deze reden zal de gemeente deze vergunningen dan ook niet onderhands gunnen of verlengen.
Overgangsrecht Huidige vergunninghouders hebben na vaststelling van dit beleid automatisch recht op een vergunning voor de eerste vergunningsperiode van vijf jaar voor dezelfde locatie en dezelfde dagen. Deze termijn is gekozen omdat dit een balans biedt tussen de continuïteit voor de huidige standplaatshouders en de vernieuwing van beleid. Als de overgangstermijn korter is, dan is er een kans dat dit de standplaatshouders economisch schaadt. Als de overgangstermijn echter langer dan vijf jaar duurt komt de bruikbaarheid van dit beleid in het gedrang. Ook betekent dit dat nieuwe ondernemers pas na langere tijd mee kunnen dingen om een standplaats. De huidige standplaatshouders hoeven dus geen aanvraag te doen voor een nieuwe vergunning. Na deze periode van vijf jaar is de overgangsregeling ten einde en kunnen de standplaatshouders net als andere geïnteresseerde ondernemers meedingen naar een nieuwe vergunning voor maximaal 12 jaar, conform bovenstaande toewijzingssystematiek.
Branchering Branchering kan worden omschreven als het van bovenaf aanwijzen welk aanbod waar verkocht mag worden. De gemeente vindt dit onwenselijk omdat de gemeente zo weinig mogelijk restricties op wil leggen op de vrije markt en onderlinge concurrentie. Door het loslaten van branchering kan ook flexibeler ingesprongen worden op de wens van de consument en geeft het de standplaatshouders de vrijheid om een hoogwaardig en innovatief aanbod naar eigen inzicht te verzorgen.
Persoonsgebonden vergunningen Het uitgangspunt van de APV is dat vergunningen persoonlijk zijn, en dus op naam staan. Omdat niet is voorzien in de mogelijkheid om de vergunning over te dragen, mag de standplaats alleen gebruikt worden voor rekening en risico van de vergunninghouder. Door de standplaatsvergunning persoonsgebonden te houden, wordt voorkomen dat na verlening de ‘markt’ herverdeeld kan worden buiten het zicht van de gemeente. Daarin ligt ook de rechtvaardiging van dit voorschrift. Hiermee worden de eerlijkheid van handelstransacties en openbare orde als dwingende redenen van algemeen belang gediend.
‘Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel’ SEO Economisch Onderzoek i.o.v. Ministerie van EZK. (2021) 1
11 | Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Persoonsgebonden betekent overigens niet dat alleen de natuurlijke personen op de vergunning de feitelijke bedrijfsvoering mogen verrichten. Ook standhouders moeten namelijk een dag vrij kunnen nemen. Het betekent dat de bedrijfsvoering ten dienste moet staan aan de (rechts-) persoon van de vergunninghouder. Het is dus mogelijk om de stand door personeel te laten exploiteren. Er wordt niet voorzien in de mogelijkheid om de vergunning over te dragen aan een derde.
Verplicht standplaats innemen Wanneer wij als gemeente een vergunning hebben verleend voor een standplaats voor een bepaalde periode dan moet deze daadwerkelijk in gebruik zijn voor deze periode. Dit staat los van de persoonsgebonden vergunning. Hiermee willen wij voorkomen dat standplaatsen onnodig leeg staan en dus niet worden gebruikt. Wij zullen de voorwaarden voor het in gebruik hebben van de standplaats in de beleidsregels uitwerken.
Duurzaamheid In de beleidsregels zullen we daar waar mogelijk de regels uit het uitvoeringsprogramma duurzaamheid laten doorwerken.
Stikstof Omdat Terschelling voor een groot deel bestaat uit Natura 2000-gebied is het mogelijk dat er afhankelijk van de activiteiten en de stikstofdepositie een natuurvergunning moet worden aangevraagd. De vergunningsbevoegdheid hiervoor ligt bij de provincie en de eventuele natuurvergunning zal hier dan ook moeten worden aangevraagd door de standplaatshouder. Het aanvragen van een Aerius berekening dan wel een natuurvergunning is de verantwoordelijkheid van de aanvrager van een standplaatsvergunning. De aanvrager mag een standplaats niet innemen als deze geen natuurvergunning of Aerius berekening waaruit blijkt dat deze niet nodig is kan produceren. Aanvragers zullen hierop geattendeerd worden op het aanvragenformulier voor de standplaatsvergunning.
Nutsvoorzieningen en recht van opstal Het aanleggen en verwijderen van de benodigde nutsvoorzieningen zal de verantwoordelijkheid van de standplaatshouder worden. Voor het plaatsen van deze voorzieningen dient een recht van opstal gevestigd te worden. De hiermee verbonden notariskosten zullen ook door de vergunninghouder moeten worden gefinancierd.
Gebruik terrein derden Voor het gebruik van terreinen die niet in beheer zijn bij de gemeente is er een schriftelijke toestemming nodig van de beheerder van het terrein.
Verwijderen wagen en verrijdbaarheid De standplaatswagen kan voor de tijdsduur van de afgegeven vergunning blijven staan op de toegestane locatie. Daarna moet deze verwijderd worden. Dit betekent dat de standplaatswagens verrijdbaar/verplaatsbaar moeten zijn. Dit geldt ook voor de jaarrondstandplaatsen. Dit om te voorkomen dat er kioskvorming ontstaat.
Kosten standplaats Voor het behandelen van de vergunningaanvraag zullen leges in rekening worden gebracht. Deze kosten zijn voor de behandeling van de aanvraag. Voor de verschillende standplaatsen worden
12 | Beleidskader Standplaatsen Terschelling
verschillende tarieven gehanteerd. Hiernaast moet een standplaatshouder precario (belasting) betalen voor gebruik van de gemeentelijke grond.
Oppervlakte standplaats De totale oppervlakte van de standplaats is inclusief eventuele uitstallingen en/of terras. Dit zal verder worden uitgewerkt in de beleidsregels. Deze regels worden ook in het omgevingsplan opgenomen daar waar het de fysieke leefomgeving betreft.
Uiterlijk standplaats Het uiterlijk van een standplaats moet passen binnen de omgeving. Het uiterlijk aanzien mag de omgeving niet verstoren. Het kan daarom wenselijk zijn om een welstandsadvies in te winnen indien sprake is van een buitensporig afwijkend uiterlijk dat afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Het gaat dan om een zogenaamd welstandsexces. Dit aspect zal verder worden uitgewerkt in de beleidsregels.
Ontwikkelingen en ruimte voor nieuwe locaties Een standplaatsvergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken als zich ontwikkelingen voordoen waarbinnen de destijds vergunde standplaats niet (meer) past. Dit kan slechts worden besloten met een goede onderbouwing. Dit aspect zullen wij in de beleidsregels verder uitwerken. Daarnaast willen wij de mogelijkheid hebben om nieuwe locaties aan te kunnen wijzen. Ten behoeve hiervan zal een locatietoets moeten plaatsvinden en zal deze locatie moeten worden opgenomen in het omgevingsplan voordat er gebruik van kan worden gemaakt. De criteria voor de locatietoets zullen wij in de beleidsregels verder uitwerken. Bestaande standplaatsen Er zal gelijktijdig met het opstellen van dit beleid worden gekeken naar de geschiktheid van de huidige standplaatslocaties. De uitkomst hiervan zal worden voorgelegd aan het college voor advies. In de bijlage zijn de huidige aangewezen locaties voor standplaatsen opgenomen.
Toekomstige uitwerking Omgevingswet Bij het vaststellen van regelgeving rondom standplaatsen in het omgevingsplan zal het beleid waar nodig aangepast moeten worden.
Evaluatie Het standplaatsenbeleid zal worden geëvalueerd en op basis hiervan worden aangepast indien nodig.
13 | Beleidskader Standplaatsen Terschelling
Bijlage Locaties standplaatsen
14 | Beleidskader Standplaatsen Terschelling