CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.e. 22200080 Bijlage 2 ecologisch onderzoek Duinweg Lies 57 te Lies

Raadscommissie 31 oktober 2023, gemeente TerschellingBij agendapunt: Bestemmingsplan Duinweg Lies 574.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FLORA- EN FAUNAONDERZOEK DUINWEG LIES 57L TE LIES (TERSCHELLING)

Opdrachtgever

:

Mevrouw N. Jacobs Rijkenhage 34 7201 LP Zutphen

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn tel. +31 (0)172 449827

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL22-6601 Maart 2022 16 maart 2023

Veldmedewerkers:

De heer R.F.M. Sluijs (Ecoloog)

Projectadviseur:

De heer D.D.C.A. Bijl

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van het onderzoek .................................................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK ............................................................................ 4 2.1 Bureaustudie ................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 4 2.3 Effectenbeoordeling ........................................................................................................................ 4 3.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ........................................................................................... 5 3.1 Ligging plangebied.......................................................................................................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .................................................................................... 6 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................. 8 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten .................................................................................. 8 4.2 Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 ....................................................................... 9 5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING ................................................................................ 10 5.1 Vleermuizen .................................................................................................................................. 10 5.2 Grondgebonden zoogdieren ......................................................................................................... 11 5.3 Vaatplanten ...................................................................................................................................

11 5.4 Vogels ........................................................................................................................................... 11 5.5 Amfibieën en reptielen .................................................................................................................. 12 5.6 Overige beschermde soorten ....................................................................................................... 13 5.7 Bomen in het plangebied .............................................................................................................. 13 6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL ............................................................... 14 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 .......................................................................... 14 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 .......................................................................... 14 6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ............... 15 6.4 Checklist groen bouwen ............................................................................................................... 15 LITERATUUR EN BRONVERMELDING ................................................................................................ 16

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

2/16

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In opdracht van familie Jacobs is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Duinweg Lies 57L te Lies. Aanleiding voor het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen tot sloop van de huidige recreatiewoning ‘Kathoek’ en nieuwbouw van een recreatiewoning op een andere locatie in het plangebied. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving, de Wet natuurbescherming, zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.

Afbeelding 1: Aanzicht te slopen woning in plangebied

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

3/16

2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 9, 10 en 11 maart in de ochtend, middag en avond bij droog zonnig weer en temperaturen tussen de -1 en 9ºC. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.

Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.

Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

4/16

3. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 3.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Duinweg Lies 57L in Lies. Het ligt daarmee op de grens van de bebouwing en de duinen. Op onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of strategische reservering natuur. Het grenst aan Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Binnen een straal van 10 kilometer liggen verder de volgende Natura 2000-gebieden: Waddenzee en Noordzee kustzone.

Afbeelding 2: Ligging plangebied ten opzichte van omgeving.

Afbeelding 3: Globale ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van beschermde gebieden. Bron: Provincie Friesland: https://natuermeidemienskip.nl/nnn

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

5/16

3.2 Algemene beschrijving van het plangebied In het plangebied staat recreatiewoning Kathoek. Het huisje is 18 m² en staat in het groen. Het ligt naast recreatiewoning Zonneschijn en is gelegen tussen de Duinweg en de Hoofdweg. De nieuwbouw komt op het gazon voor Zonneschijn (afbeelding 7).

Afbeelding 4: recreatiewoning Kathoek (plangebied) boven de rode streep ten opzichte van recreatiewoning Zonneschijn (r). De plaats van de nieuwbouw is nabij de gele streep. Foto is genomen vanuit Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Op de achtergrond is het grasland tussen de Duinweg en de Hoofdweg zichtbaar.

Afbeeldingen 5 en 6: Plangebied vanuit verschillende perspectieven

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

6/16

Afbeeldingen 7: Luchtfoto plangebied (blauwe kader). De recreatiewoning Kathoek (rode kruis) wordt gesloopt en ter hoogte van het gele kader komt nieuwbouw.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

7/16

4. WETTELIJK KADER 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibie- en reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.

Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

8/16

4.2 Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 Deze verordening geldt voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming in Friesland. Hoofdstuk 5 Soorten § 5.1 Algemene soorten ontwikkeling, beheer en inrichting Artikel 5.1 1. Onverminderd het bepaalde in Artikel 3.31, van de wet gelden, in afwijking van het bepaalde in Artikel 3.10, eerste lid, van de wet de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten genoemd in bijlage I, mits het gaat om handelingen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 2. De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor de in bijlage I bij de betreffende soort genoemde handelingen, en gezien Artikel 3.25, tweede lid, van de wet onder toepassing van in deze bijlage genoemde middelen en methoden, en indien wordt voldaan aan de aldaar gestelde voorschriften en beperkingen. 3.

De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt onverminderd het bepaalde in Artikel 1.11, van de wet en is slechts van toepassing indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Bijlage I: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Bunzing, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander, Konijn, Meerkikker, Ree, Rosse woelmuis, Steenmarter, Tweekleurige bosspitsmuis, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

9/16

5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek In het plangebied staat een woonhuis met pannendak, waardoor gebouwbewonende soorten kunnen worden verwacht. Hieronder vallen volgens de verspreidingsgegevens de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis. Het plangebied moet worden onderzocht op open stootvoegen, kierende randen en daklijsten, of andere openingen die voor vleermuizen geschikt zijn. Bomen van voldoende grootte zijn in het plangebied aanwezig. Deze moeten worden onderzocht op holtes die voor vleermuizen geschikt zijn om in te verblijven, zoals ingerotte boomdelen, ingescheurde takken en loshangend schors. De boombewonende ruige dwergvleermuis gebruikt bomen soms het jaar rond. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger kunnen een paarverblijf in bomen hebben. Ruige dwergvleermuis, gebruikt als winterverblijfplaats ondergrondse objecten, zoals grotten, kalksteengroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken, ijskelders en (kasteel)kelders. Bij uitzondering wordt deze soort ook in de winter in boomholten aangetroffen. Resultaten veldbezoek Het gebouw in het plangebied heeft geen open stootvoegen, het is geheel met hout omtimmerd. Het pannendak vertoont geen onregelmatigheden en sluit overal goed aan. De houten betimmering is naadloos.

Tussen boeideel en dak zijn geen kieren.

Afbeeldingen 8, 9, 10 en 11: Close-ups van pannen, gevelbetimmering en dakbeschot onder de pannen.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

10/16

Een doorlopend lijnvormig element is niet aanwezig. Het groen in het plangebied heeft een functie als foerageergebied. Verschillende landschappelijke structuren, een pré om te voorzien in foerageergebied voor meerdere verschillende soorten vleermuizen, ontbreken echter en er is voldoende groen in de omgeving aanwezig dat als alternatief kan dienen. Bovendien is het voornemen zoveel mogelijk groen te behouden of anders te herplanten. Conclusie vleermuizen De woning in het plangebied is ongeschikt bevonden als verblijfplaats voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Een lijnelement is niet aanwezig. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie, omdat voldoende groen voor vleermuizen om te foerageren aanwezig is naast het plangebied. Op basis van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentieel foerageergebied van vleermuizen. 5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens komen geen beschermde soorten zoogdieren voor. Resultaten veldbezoek Algemene soorten zoogdieren kunnen wel voorkomen in het plangebied. Er is voldoende beschutting tussen de struiken rond het huisje.

Conclusie grondgebonden zoogdieren Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens komt muurbloem voor. Muurbloem groeit alleen op oude, verweerde muren van kerken, ruïnes, stadsmuren en forten die met zachte kalkspecie zijn gevoegd. Resultaten veldbezoek Voor muurbloem ontbreekt kalkspecie. Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar vele vogelsoorten genoemd. Huismus (passer domesticus), gierzwaluw (apus apus) en andere soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, zijn aanwezig in Lies. Resultaten veldbezoek Tijdens alle drie de veldbezoeken op verschillende, volgens het kennisdocument huismus beste tijden, zijn geen huismussen waargenomen in het plangebied en de omgeving daarvan. Op Terschelling waren tijdens de bezoeken op veel plaatsen wel huismussen actief. In het plangebied sluiten alle dakpannen goed aan. Vanuit de goot kunnen huismussen het dakbeschot niet bereiken, omdat een panlat de toegang tot de verdere ruimtes in het dak blokkeert.

In de goot zijn geen sporen van oude nesten van huismussen gevonden. Voor de zekerheid is de eerste rij pannen gelicht: daaronder zaten geen (resten van) nesten van huismussen. Voor gierzwaluw is de in en uitvliegroute vanwege de beperkte hoogte van het huisje, de flauwe hoek van het dak en de bomen in de omgeving, ongeschikt. Bovendien sluiten alle pannen goed aan, waardoor er geen invliegmogelijkheid is voor gierzwaluw.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

11/16

In een els, nabij het plangebied, was een overblijvend nest van waarschijnlijk ekster te zien. Dit nest is niet meer in gebruik, omdat tijdens de bezoeken geen activiteit van een vogel is vastgesteld. Het is niet uit te sluiten dat in de struiken, bomen en het groen in het plangebied soorten broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Dit geldt ook voor het groen nabij het plangebied. Conclusie vogels Huismussen zijn in het gebied en in de ruime omgeving daarvan niet gesignaleerd, noch doet het plangebied dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Voor gierzwaluw geldt, net als voor huismus, dat geen invliegopeningen aanwezig zijn. Vanwege het aanwezige groen is het mogelijk dat algemene soorten in het plangebied gaan broeden. De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. De nestbescherming geldt voor alle in gebruik zijnde nesten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Ieder nest dat in gebruik is, is beschermd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half juli. Geadviseerd wordt het groen, voor zover nodig, te kappen voorafgaand aan het broedseizoen.

In het broedseizoen kan alleen gewerkt worden indien door een ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Wel is het mogelijk aan te vangen voor het broedseizoen en door te werken in het broedseizoen. Door de continue verstoring zullen vogels niet gaan nestelen. 5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Rugstreeppad, boomkikker, levendbarende hagedis en zandhagedis komen volgens verspreidingsgegevens voor. Rugstreeppadden zijn warmteminnend en komen daarom vooral voor in gebieden waarvan de bodem vaak sterk opwarmt en waarin ze kunnen graven. Water dat snel opwarmt moet eveneens in de buurt zijn. De boomkikker is uitgezet door vakantiegangers op Terschelling en dus niet van natura aanwezig. Ook voor boomkikker geldt dat voortplantingswater aanwezig moet zijn. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de Zeeuwse duinen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Voor zandhagedis zijn open duinen met zonnige (zuid)hellingen noodzakelijk voor de ei-afzet. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn, vanwege de tijd van het jaar, geen amfibieën en reptielen waargenomen. In het plangebied en de ruime omgeving is geen geschikt voortplantingswater aanwezig. Los zand voor rugstreeppad om zich in te graven ontbreekt ook. Voor zandhagedis is ook geen los zand aanwezig.

Bovendien ligt het huisje in een schaduwrijke omgeving, zonder hellingen. Voor levendbarende hagedis is het plangebied te droog. Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens niet worden uitgesloten. Het biotoop is echter niet geschikt, waardoor ze niet in het plangebied aanwezig zijn. Vanwege afwezigheid van beschermde soorten zijn nader onderzoek naar het voorkomen van en maatregelen met betrekking tot beschermde soorten niet noodzakelijk. Wel geldt de zorgplicht (zie §6.1).

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

12/16

5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander biotoop dan het plangebied. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefomgeving. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet, het verspreidingsgebied ligt buiten het plangebied in het aangrenzende Natura2000-gebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde overige diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 5.7 Bomen in het plangebied Indien er in het plangebied bomen worden gekapt, dan is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming onderdeel Houtopstanden nodig, zolang het perceel te kappen bomen niet boven de 1000 m2 komt. In de monumentale bomenlijst Terschelling staan geen bomen die voorkomen in het plangebied. Volgens het Omgevingsloket Online (olo.nl) is dan geen kapvergunning nodig.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

13/16

6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Nadelige effecten op beschermde flora en fauna kunnen daarom worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Zodra een niet in de Wet natuurbescherming beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. Bij kap van de vegetatie in de winter dient men rekening te houden met zoogdieren in winterslaap, zoals de egel. Inachtneming van de zorgplicht betekent dat men het struikgewas handmatig en gefaseerd kapt, in plaats van met bulldozer of graafmachine. De egel is met name 's nachts actief. Door de werkzaamheden overdag te plannen wordt verstoring zoveel mogelijk voorkomen. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5.

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Voor het broedseizoen geldt geen standaard periode. Globaal duurt het van 15 maart tot half juli. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Wel kan worden gestart met de werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen en worden doorgewerkt in het broedseizoen. Vanwege de aanwezige verstoring zullen dan geen vogels in de omgeving van het plangebied gaan broeden.

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

14/16

6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep)

Ingreep verstorend Nee

Nader onderzoek Nee

Ontheffing

Grondgebonden zoogdieren Vogels Amfibieën en reptielen

Nee

Nee

Nee

Bijzonderheden/ opmerkingen Geen verblijfplaatsen aanwezig, het plangebied heeft geen essentiële functie voor vleermuizen. Geen beschermde soorten aanwezig.

Mogelijk* Nee

Nee Nee

Nee Nee

* Hou rekening met het broedseizoen. Geen beschermde soorten aanwezig.

Vaatplanten Overige soorten

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Geen beschermde soorten aanwezig. Geen beschermde soorten aanwezig.

Vleermuizen

Nee

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. 6.4 Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

15/16

LITERATUUR EN BRONVERMELDING Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Stichting RAVON: www.ravon.nl Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Nationale Databank Flora en Fauna, Verspreidingsatlas. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/ De Vlinderstichting, www.vlinderstichting.nl Werkgroep Amfibieën en Reptielen Fryslân, https://geaflecht.nl/warf/index.php Omgevingsloket Online, www.olo.nl Lijst van monumentale bomen Terschelling

Flora- en faunaonderzoek, ANL22-6601, Duinweg Lies 57L te Lies (Terschelling)

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=92f90c62-4113-4274-a487-e2aa58ccc498