CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

Addendum Bijlage 1 VNG reactie

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Verordening op de heffing en invordering van (Water)Toeristenbelasting en Forensenbelasting 20261.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Spanjer-Rodenburg, Anja Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Informatiecentrum VNG <info@vng.nl> vrijdag 11 april 2025 13:42 Spanjer-Rodenburg, Anja Uw vraag aan de VNG

Ons kenmerk: TFI / VR25001 709

Geachte mevrouw Spanjer-Rodenburg, U heeft de VNG het volgende gevraagd: Graag zou ik het volgende aan jullie/jullie collega’s willen voorleggen: Wij zouden graag jullie mening/beoordeling/standpunt horen vanuit jullie juridische expertise over de volgende kwestie. de gemeente Terschelling heeft de afgelopen jaren gezocht naar mogelijke alternatieve wijze van heffing van toeristenbelasting. Lang is onderzoek gedaan naar een persoonlijke heffing per bezoeker. Uiteindelijk is in juli 2024 besloten door de gemeenteraad om dit plan voorlopig te parkeren, vanwege de onzekere kosten en inkomsten van dit alternatief. Toen heeft de gemeenteraad de wens uitgesproken om de forfaitaire heffingsmogelijkheid af te schaffen en iedere logiesverstrekker op basis van een aangifte van de werkelijke nachten te gaan belasten met ingang van 2025. Op voorstel van het college van B&W is door de gemeenteraad besloten voor 2025 de volgende vrijstelling uit de ‘Verordening Toeristenbelasting’ te schrappen: “De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene die uit hoofde van zijn beroep of functie tijdelijk binnen de gemeente tegen betaling werkzaamheden verricht.” Deze vrijstelling is niet opgenomen in de modelverordening van de VNG, maar bestond wel op Terschelling en was dus opgevoerd naar ‘lokaal gebruik’.

Het college van B&W heeft geconcludeerd, dat voor deze vrijstelling feitelijk geen rechtvaardigingsgrond is te vinden in wet en jurisprudentie. Het doel van het bezoek doet er immers niet toe bij het ontstaan van een belastingplicht voor de Toeristenbelasting. En de bedoelde vrijstelling had juist te maken met het doel van het bezoek. In de uitvoeringspraktijk registreerden belastingplichtige logiesverstrekkers de overnachtingen van werkenden als vrijgestelde overnachting bij hun aangifte. Van de bedrijven die gebruik maakten van het forfaitair stelstel was de registratie niet zichtbaar voor de belastingheffing. Degene die voor werkbezoek overnachten op Terschelling, gaven dit aan bij de logiesverstrekker die vervolgens geen toeristenbelasting in rekening bracht. Individuele belastingplichtigen die gebruik wilde maken van deze vrijstelling omdat ze op Terschelling waren om (vrijwilligers)werk te doen, werden steevast in het gelijk gesteld omdat het juridisch als een zeer lastige afweging werd beschouwd om te bepalen of iemand al dan niet daadwerkelijk voor werk op Terschelling was geweest. Ook voor vrijwilligers voor bijvoorbeeld het grote evenement Oerol op Terschelling werd geen Toeristenbelasting afgedragen. Immers, zij kwamen hier voor het doen van vrijwilligerswerk waar ze een vergoeding (in welke vorm dan ook) voor ontvingen.

Het schrappen van genoemde vrijstelling met ingang van 2025 levert de nodige weerstand op bij logiesverstrekkers en bij degenen op wie zij de belasting kunnen verhalen (bijvoorbeeld de stichting Oerol die accommodatie huurt voor zijn crew, artiesten en vrijwilligers). De gemeenteraad heeft het college van B&W daarom gevraagd of er mogelijkheden zijn om het reeds genomen besluit terug te draaien c.q. aan te passen. Als de gemeenteraad dat wenst dan zijn wij als college van B&W gaarne bereid door de raad gewenste vrijstellingen op te (laten) nemen in belastingverordeningen. Voorwaarde is wel dat zulke vrijstellingen juridisch houdbaar zijn en bijvoorbeeld een toetsing door de belastingrechter kunnen doorstaan. Wij willen, gelet op het grote financiële belang voor de gemeente Terschelling, vanzelfsprekend ten koste van alles voorkomen, dat onze belastingverordening door een rechter vernietigd wordt. De jaarlijkse opbrengst toeristen- en forensenbelasting is zeer belangrijk voor de financiële positie van de gemeente

Terschelling. In 2025 is die opbrengst als volgt begroot: Toeristenbelasting € 4.345.000 Forensenbelasting € 956.000 In het verlengde van het vorenstaande leggen wij u de volgende vragen voor: 1. Acht u het juridisch houdbaar om in de verordening toeristenbelasting een vrijstelling op te nemen voor hen die op Terschelling verblijven om werk te doen? 2. Indien u vraag 1 positief beantwoordt dan vragen wij u of dat zowel geldt voor diegenen die op Terschelling betaald werk doen als voor diegenen die op Terschelling verblijven voor het doen van vrijwilligerswerk. 3. Voor werkenden zou gedacht kunnen worden aan de volgende formulering: De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene die uit hoofde van zijn beroep of functie tijdelijk binnen de gemeente tegen betaling werkzaamheden verricht waarbij dat werk alleen en uitsluitend op Terschelling kan worden gedaan.” Wat vindt u van deze formulering? Heeft u een beter voorstel? 4. Indien u vraag 1 afwijzend zou beantwoorden, vernemen wij graag welke argumenten u daarvoor heeft. Ik hoor graag of het mogelijk is om hier jullie standpunt over te horen en op welke termijn dat mogelijk zou zijn. -

-

Antwoord: Het is in beginsel mogelijk om een vrijstelling in de verordening op te nemen als daarvoor een objectieve rechtvaardigingsgrond is. Het lijkt mij lastig om een objectieve rechtvaardigingsgrond te vinden om een bepaalde groep werkenden (bijv. vrijwilligers bij Oerol) vrij te stellen van belastingbetaling ten opzichte van een andere groep werkenden zonder dat het gelijkheidsbeginsel wordt aangetast. Het vrijstellen van alleen diegenen die tijdelijk op Terschelling verblijven voor het doen van vrijwilligerswerk is niet geheel zonder risico en kan door andere groepen die voor werk op Terschelling verblijven als ongelijk worden ervaren. Het is dan dus ook niet ondenkbaar dat een rechter zal oordelen dat een dergelijk onderscheid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Als de vrijstelling zo wordt vormgegeven dat geen toeristenbelasting wordt geheven als er in de gemeente tijdelijk wordt verbleven om werkzaamheden uit te voeren tegen een vergoeding in welke vorm dan ook dan zou het wellicht kunnen, maar ook dan zult u goed moeten motiveren wat de rechtvaardiging voor deze vrijstelling is. In feite is dit de vrijstelling die voor 2025 in de verordening toeristenbelasting stond. In dat geval wordt er alleen belasting geheven ter zake van recreatief verblijf.

Of dit in een juridische procedure stand houdt kan ik niet op voorhand zeggen; uiteindelijk is het aan de rechter om daarover te oordelen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Rosalie van Heijst Senior beleidsmedewerker, Team Financiën Vereniging van Nederlandse Gemeenten T 06- 10961433 www. vng. fl1

Indien u een nieuwe vraag per e-mail wilt stellen verzoeken wij u ons mailadres infocvnq.nI te gebruiken. U kunt ook veel informatie en praktijkvoorbeelden vinden op www.vng.nI

2

Antwoord: Het is in beginsel mogelijk om een vrijstelling in de verordening op te nemen als daarvoor een objectieve rechtvaardigingsgrond is. Het lijkt mij lastig om een objectieve rechtvaardigingsgrond te vinden om een bepaalde groep werkenden (bijv. vrijwilligers bij Oerol) vrij te stellen van belastingbetaling ten opzichte van een andere groep werkenden zonder dat het gelijkheidsbeginsel wordt aangetast. Het vrijstellen van alleen diegenen die tijdelijk op Terschelling verblijven voor het doen van vrijwilligerswerk is niet geheel zonder risico en kan door andere groepen die voor werk op Terschelling verblijven als ongelijk worden ervaren. Het is dan dus ook niet ondenkbaar dat een rechter zal oordelen dat een dergelijk onderscheid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Als de vrijstelling zo wordt vormgegeven dat geen toeristenbelasting wordt geheven als er in de gemeente tijdelijk wordt verbleven om werkzaamheden uit te voeren tegen een vergoeding in welke vorm dan ook dan zou het wellicht kunnen, maar ook dan zult u goed moeten motiveren wat de rechtvaardiging voor deze vrijstelling is. In feite is dit de vrijstelling die voor 2025 in de verordening toeristenbelasting stond. In dat geval wordt er alleen belasting geheven ter zake van recreatief verblijf.

Of dit in een juridische procedure stand houdt kan ik niet op voorhand zeggen; uiteindelijk is het aan de rechter om daarover te oordelen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Rosalie van Heijst Senior beleidsmedewerker, Team Financiën Vereniging van Nederlandse Gemeenten T 06- 10961433 www.vnq. nI

Indien u een nieuwe vraag per e-mail wilt stellen verzoeken wij u ons mailadres infotvnq.nI te gebruiken. U kunt ook veel informatie en praktijkvoorbeelden vinden op www.vng.nI

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=06ec3426-75ea-4d48-b289-327cc74c28d8