9.g. bijlage 5 hoofdstuk III Wet woz
Tekst van het document
BIJLAGE 5
Hoofdstuk III wet waardering onroerende zaken Er wordt aangesloten bij het voorwerp van de belasting als perceel. Als perceel wordt aangemerkt een onroerende zaak zoals bedoeld in H III van de Wet WOZ: Artikel 16: a- een gebouwd eigendom b- een ongebouwd eigendom c- een gedeelte van een in onderdeel a of b bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; (=zelfstandig gedeelte) d- een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of b bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen (=samengesteld object, bv boerderij met diverse gebouwde eigendommen schuur en woning.) e-een geheel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen, of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan, of in onderdeel d bedoelde samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld een terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt geëxploiteerd; f- het binnen de gemeente geleden deel van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel d bedoeld samenstel of van een in onderdeel e bedoeld geheel.
Obv de definities in dit artikel is elk zelfstandig gedeelte (dus dat zijn b.v.recreatieappartementen in een woonboerderij) belastingplichtig waar momenteel ook afvalstoffenheffing per zelfstandig gedeelte wordt betaald. Daardoor worden de gebruikersheffingen afval en riool beter op elkaar afgestemd en eenduidiger.