CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

9.f. bijlage 4 artikelsgewijze toelichting

Raadsvergadering 5 november 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: Verordening riool- en waterzorgheffing986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 4

Artikelsgewijze toelichting bij de Verordening riool- en waterzorgtaken In artikel 228a van de Gemeentewet wordt alleen gesproken over “rioolheffing”. Om de bredere gemeentelijke watertaken duidelijker te omschrijven is in de Verordening de term “waterzorg” toegevoegd, zodat de verordening nu riool- en waterzorgheffing heet.

Artikel 1: Aard van de belasting De zorgplichten staan in de Omgevingswet artikel 2.16. Artikel 2: Belastbaar feit en belastingplicht De rioolheffing kan worden geheven van zowel eigenaren en/of gebruikers van een perceel. Deze keuze is aan de raad. Vanaf deze verordening wordt voorgesteld ook de eigenaren te betrekken in deze heffing. Voorheen waren alleen de gebruikers belastingplichtig. Iedereen profiteert immers van de voorzieningen die de gemeente treft om te voldoen aan haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. De definitie wie de eigenaar is en wie als de gebruiker wordt aangemerkt is gelijk aan de definitie van de belastingplichtige voor de onroerende zaakbelasting (OZB) en een bekende en eenduidige aanduiding van de belastingplichtige. Voor het gebruikersdeel is een verdere omschrijving opgenomen wie kan worden aangemerkt als gebruiker indien er sprake is van een keuze. Lid a stelt dat 1 lid van een huishouden wordt aangewezen als de belastingplichtige. Dat vindt plaats volgens onze “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie”. Lid b gaat over het gebruik van een onzelfstandig deel van een perceel. In dat geval wordt degene die het perceel in gebruik heeft gegeven, als gebruiker aangemerkt. Dit is bijvoorbeeld van toepassing bij een verhuurder van onzelfstandige studentenkamers.

Lid c gaat over percelen die voor korte perioden volgtijdig worden verhuurd. Ook in dit geval wordt de verhuurder als de gebruiker aangemerkt. Dit geldt bijvoorbeeld bij recreatiewoningen. Artikel 3:Voorwerp van de belasting Voor de objectafbakening van het perceel is voor de onroerende zaken aangesloten bij de objectafbakening van de Wet WOZ. Lid a verwijst naar Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Dit wetsartikel is in het geheel opgenomen in bijlage 5. Lid b tot en met e hebben betrekking op afbakening van roerende zaken. Deze afbakening is gelijk aan de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten. In deze gemeente wordt alleen een onroerende zaakbelasting geheven, geen roerende zaakbelasting. De verwijzing naar roerende zaken is wel opgenomen in de Verordening, mocht er in de toekomst toch roerende zaken ontstaan en/of roerende zaakbelasting worden geheven. Een voorbeeld

van een roerende zaken zijn bijvoorbeeld drijvende woon- of bedrijfsruimten, die niet duurzaam aan een plaats is gevonden.

Artikel 4: vrijstellingen Over het algemeen verhouden vrijstellingen zich niet goed met het brede karakter van deze heffing en de taken die daarmee bekostigd worden en het collectieve karakter van de zorgtaken van de gemeente die in het belang van alle inwoners worden uitgevoerd. De vrijstellingen die zijn opgenomen, worden vanuit doelmatigheid niet in de heffing betrokken. Deze vrijgestelde percelen zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ. Voor de WOZ herwaardering en de OZB belastingplicht zijn deze percelen ook uitgesloten van heffing. Verder wordt vrijgesteld percelen die niet zijn geregistreerd in de WOZ-administratie. Voor Terschelling zijn dit bijvoorbeeld de percelen op de Grie en de Boschplaat en de natuurterreinen (o.a. duingebieden) van Staatsbosbeheer. Deze kadastrale percelen zijn opgenomen in een verzamelobject zodat de kadastrale volledigheid van de hele gemeente kan worden aangetoond, maar zijn niet individueel geregistreerd in de WOZ-administratie omdat dit uitgezonderde objecten zijn en worden verder in geen enkele heffing betrokken. Dit geldt dan ook voor de rioolheffing. Voor deze (buitendijkse) percelen geldt dat het belang bij het in stand houden van het grondwaterpeil en het verwerken van hemelwater er niet is of nauwelijks aan te tonen is.

Artikel 5 maatstaf van de heffing De maatstaf voor het eigenaren deel is een vast bedrag per perceel. Er is geen differentiatie opgenomen voor woningen of niet-woningen en wel of geen drinkwateraansluiting. Dat is een keuze. Er is weinig toegevoegde waarde in deze differentiaties vooral gezien het lage bedrag van deze heffing. Omdat het totaal van de rioolheffing niet stijgt, zou dit betekenen dat het gebruikersdeel omhoog moet als bij het eigenaarsdeel verschillende tarieven worden gehanteerd. De stijging van het totale tarief voor 2026 is gebaseerd op de reguliere stijging met de CPI index en vanaf 2026 een additionele stijging in verband met de bekostiging van het wateren rioleringsprogramma 2025-2029. De maatstaf voor het gebruikersdeel blijft de hoeveelheid ingenomen water wat wordt geleverd door waterleidingbedrijf Vitens. Voor de melkveehouderij bedrijven is ooit een standaard regeling overeengekomen: 150 m3 water voor woning en 180m3 voor tankspoelen. Totaal 330 m3. Het overige ingenomen water zou niet via de riolering worden afgevoerd maar als drinkwater voor dieren worden gebruikt. Het is onduidelijk of deze regeling nog actueel en terecht is. Inmiddels is het aantal melkveehouderijen verder gedaald en verder gerobotiseerd. Voor de overige agrarische bedrijven geldt deze “tankspoeling” regeling niet.

In de verordening is opgenomen in lid 5 dat het water wat niet wordt afgevoerd in mindering wordt gebracht op het ingenomen water.

Artikel 9 ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang De heffing voor de eigenaar is verschuldigd van degene die op 1 januari eigenaar/zakelijk gerechtigde is. Als de eigenaar gedurende het jaar wijzigt, vindt er geen verrekening plaats tussen de oude en nieuwe eigenaar. De nieuwe eigenaar wordt voor dat jaar ook niet aangeslagen voor de eigenaarsheffing.

De heffing voor de gebruiker is verschuldigd bij aanvang van de belastingplicht. Dat hoeft dus niet 1 januari te zijn. Bij deze heffing vindt wel verrekening plaats tussen de oude en de nieuwe gebruiker.

Artikel 10 termijnen van betaling Dit is ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie. De aanslag dient betaald te zijn binnen 2 maanden na dagtekening van het biljet of door middel van een maandelijks automatische incasso van 8 termijnen.

Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel wordt gesteld dat de oude verordening vervalt op het moment dat de nieuwe verordening ingaat, behalve voor belastbare feiten die voor de ingangsdatum vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=a0265450-cd15-4ec1-ad41-c6d3467b2b3f