9.a. Raadsvoorstel verordening op de heffing en invordering van Riool- en waterzorgheffin
Tekst van het document
SuJfurP
E=t
lgr^eente
schelling Onderwerp: Jaar/nummer:
ln behandeling bij:
Baads uoorstel
verordening op de heffing en invordering van Riool- en waterzorgheffing 20261178
Wethouder Wassink
Voorstel Aan de raad wordt voorgesteld om de Verordening op de heffing en invordering van Riool- en waterzorgheffing voor het belastingja ar zoza vast te stellen.
Samenvattin! De inhoud van de huidige Verordening Rioolheffing wordt geactualiseerd en in lijn gebracht met de actuele modelverordening van de VNG: dé Verordening Rioolen waterzorgheffing 2026. Tevens wordt een aantalwijzigingen ten opzichË van de bestaande belastingplicht voorgesteld. ln dÍt voorstélÍoáen deze keuzes voorgelegd en toegelicht.
Toelichting Vgrordening is geactualiseerd ten opzichte van de bestaande Verordening Qezg rioolheffing, en in lijn met de huidige modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Tevens is de inhoud van dele Verordeningáfóstemo met de inhoud van het separaat aan uw raad aangeboden voorstel over áe financiering van het op 22-01-202s door de raad vastgestelde water- en rioleringsprogramma. V oorge stelde W iizi gi n ge n :
9ude verordening
Nieuwe
1
De gebruiker van een perceel van waaruit water d irect of indi rect op d e g em ee n telijke n olerin wordt
De eigenaar van een perceel & De van een rceel.
2.
Gebruiker: Waterinna me tot en met 150 m3 : € 196,6b vanaf 151 m3 : € 1,18 per m3
Gebruiker: waterinname tot 150 m3 : € 177,54 vanaf 151 m3 : € 1,21 per m3
Eigenaar: € 0
Eigenaar: €25 een vast
3.
Stijging obv CPI index
stijging tarief o.b.v. WRp; indicatie van bedrag €20,- (te verdelen over 12,SVo eigenaar I 87.5o/o gebruiker)
2
4 Ee n perceel IS een roeren de of on roerend e daarvan zaak of een zelfsta ndi
Aansluiting bijde objectafbakening van de WOZ administratie
5.
Geen vrijstellingen
op basis van lid d,f, h van de Uitvoeringsregeling Uitgezonderde uit de Wet WOZ o
6.
E
Gebruiker: Het aantal kubieke meters water dat vanuit rd wordt het
van€25 Vast Gebruiker: Het aantal kubieke meters water dat wordt vanuit het
7
100% van de riool- en waterzorgheffing
1O0o/o van de riool- en
Historie
grondwatgr p9 Gemeenten hebben zorgplichten voor het afval-, hemel- en belangrijk dat er een dusdanig wetgever vindt de uitvoeïng van deze zorgplichten de Gemeentewet' bekostigingsinsirument voor is ópgenome-n in de ="tiËt"nOig zoalsáp!"not"n in artikel 228ain de Gemeentewet' Deze niàornetriig, dat . zóigplichteí z'rjn in oeloop van de tijd zodanig veel breder geworden afvalwater van afvoeren het voor zorgplicht inmiOdets nieialleen de beheer van het Ëebben, maar ook voor het venrverken ván hemelwater en het van Verordening geactualiseerde giondàt"rpeil. Dit komt tot uitdrukking in de Riool- en waterzorgheffing. via de riool- en Deze zorgplichten,-waarván de kosten mogen worden verhaald *"Ètrorgheffing, zijn sinds 1 januari 2024in de Omgevingswet vastgelegd'
;#!g;G"
Dat De riool- en waterzorgheffing is een kostendekkende bestemmingsbelasting' de van kosten de om bestemd betekent dat de opOrËnjsteà u"n deze heffing zijn worden riool- en waterzorgplich[en te dekken en dat de tarieven zodanig van de váitgestetO Oat Oàïpnrángst van de heffing, de kosten van de uitvoering zorgplichten niet overtreft.
gegeven bijhet De landelijke wetgever heeft gemeenten een ruime vrijheid rechtvaardigen zijn' welte inrichten van de netfing. De gémaakte keuzes moeten het zoals Èr moet getoetst wordén aaÀ de algemene rechtsbeginselen g"tilkn"iirbeginsel, en er moet sprake zijn van een objectieve rechtvaard gingsg rond. i
"een perceel" ln de Verordening wordt als het voorwerp van de belasting genoemd. die zoveel Éàt gaat hier niet om een kadastraal perceel, maar om een term mogétijf de lading dekt van het belastbare feit' "perceel" aangemerkt de onroerende zaak zoals tn O'it aOvies wordt àtt ""n van de Wet waaidering onroerende zaken' ln dit bedoeld in Hoofdstuk lll
3
hoofdstuk lll staat wat als onroerende zaak wordt aangemerkt. Het gaat om gebouwde en ongebouwde eigendommen, zelfstandige gedeelten daarvan, samengestelde objecten die bij elkaar horen en recreatieterreinen. Een nadere toelichting treft u aan bij punt 4. hieronder. De bovenstaande wijzigingen en overwegingen worden hierna toegelicht:
1. Belastbaar feit en belastingplicht: heffing van de eigenaar van een perceel voor een vast bedrag en heffing van de gebruiker van een perceel op basis van het wateruerbruik; De gemeentelijke zorgtaken voor water omvatten een breed palet waarvan alle inwoners profijt hebben. Het bestaat uit veel meer dan het afvoeren van afvalwater, waarop de oude verordening was gebaseerd. De taken ten behoeve van het hemelwater en het grondwaterpeil zijn minstens zo belangrijk. Voor een eigenaar van een onroerende zaakzal het afuoeren van overtollig hemelwater en het op peil houden van het grondwaterpeil, het meest van belang zijn ter voorkoming van schade en verlies in waarde van zijn eigendom. Een gebruiker van een perceel zal daarentegen het meeste belang hebben bij het afvoeren van zijn afvalwater. Omdat zowel eigenaren als gebruikers collectief profijt hebben van het uitvoeren van al deze zorgtaken is het logisch dat iedereen bijdraagt in de kosten.
2. & 3. Tarief & Stijging van het tarief Er wordt voorgesteld dat ook de eigenaren van percelen worden betrokken in de heffing. Het voorgestelde bedrag is € 25,- per perceel. Dit bedrag is in mindering gebracht op het bedrag dat een gebruiker betaalt als het 'basistarief' tot een inname van 150m3 water. Voor het merendeel van de huidige belastingplichtigen verandert er dus niet veel in de heffing: zijzijn immers eigenaar en gebruiker van een perceel.
Maar, er zijn ook belastingplichtigen waarbij deze wijziging wel voor een hogere belastingdruk zorgt: Eigenaren van percelen zonder watertoevoer en aansluiting op de riolering werden tot nu toe niet in de rioolheffing betrokken. Dit zijn bijvoorbeeld loodsen en garageboxen. Eigenaren van objecten waarbij sprake is van meerdere percelen aanwezig zijn werden tot nu toe alleen in de gebruikershefÍing betrokken op basis van de totale watertoevoer. Vanwege de uniformering van de objectafbakening met de Wet WOZ zijn alle percelen belastingplichtig voor deze eigenaren heffing. Een voorbeeld is een woning met vijf (inpandige) recreatieappartementen. Dit zijn zelfstandige eenheden voor de Wet WOZ. Voor de afvalstoffenheffing betaalt deze eigenaar eveneens afvalstoffenheffing per perceel/zelfstandige eenheid . Deze objectafbakening gaat nu ook gelden voor de riool- en watezorgheffing, waardoor beide heffingen qua methodiek gelijk worden getrokken. De eigenaar van een perceel waarvan hijlzijzelf niet de gebruiker is gaat nu ook de eigenarenheffing betalen. De gebruiker daarentegen is goedkoper uit, want dit tarief is verlaagd. Denk hierbij aan particuliere verhuurders en de woningstichting Woon Friesland. Zijworden nu ook belastingplichtig waar
4
ze dit voorheen niet waren. Voor deze stichting is het niet mogelijk om deze heffing te verhalen bij hun huurders, omdat de sociale huurprijs wettelijk is vastgelegd en gemaximeerd op basis van een puntenstelsel en er nauwelijks ruimte is voor verhoging. Voor particuliere huurders in de vrije sector is deze mogelijkheid er wel. ln bijlage I is een overzicht opgenomen van de gevolgen van de oude ten opzichte van de nieuwe belastingplicht in verschillende situaties. Hierin is ook een heffingsvariant berekend, waarbij de totale waterinname wordt herverdeeld over alle percelen die horen bij een woz object. Deze variant leidt tot een stijging van 7Qo/o tot 95% stijging van de lasten, en wordt daarom niet voorqesteld. ln deze variant betalen bijna alle belastingplichtige gebruikers het basistarief voor alle percelen die horen bt1 hun woz-object.
4. Betastingobiect: Uniformering van de obiectafbakening Voor de belastingheffing speelt de objectafbakening een rol. Het gaat dan vooral om de verdeling van de lasten over de verschillende objecten. Uniformering van de objectafbakening leidt bij deze heffingen tot eenduidige heffingen, duidelijkheid, transparantie en is beter uit te leggen aan de belastingplichtige. ln onze verordeningen voor de OZB en afvalstoffenheffing was de objectafbakening al gelijk en daar komt, met dit voorstel, de rioolheffing bij. ln de Verordening wordt gesproken over een perceel. Dit is het voorwerp van de belasting. Als een "perceel" wordt aangemerkt de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk lll van de Wet waardering onroerende zaken. ln dit hoofdstuk lll staat wat als onroerende zaak wordt aangemerkt. Dit artikel is opgenomen in bijlage 5 en als bijlage bij de Verordening. Het gaat om gebouwde en ongebouwde eigendommen, zelfstandige gedeelten daarvan, samengestelde objecten die bij elkaar horen en recreatieterreinen. Deze definities zijn dus wettelijk vastgelegd. Voor afvalstoffenheffing en rioolbelasting is dit niet wettelijk vastgelegd, vandaar dat aansluiting is gezocht bij deze wettelijke omschrijving. Deze uniformering van belastingobjecten is geÏnitieerd door de VNG en inmiddels als optie in de modelverordening overgenomen.
Het is geen verplichting om dit voorstel over te nemen, maar het wordt wel geadviseerd' Zoals hierboven gesteld en verder toegelicht in de bijlage t heeft deze uniformering voor een aantal objecten het gevolg datzii meer gaan betalen in verband met de heffing voor het eigenarendeel van de rioolheffing per perceel.
5. Vrijstellingen Vrijstellingen verhouden zich niet goed met het brede karakter van deze hefíing en de taken die daarmee bekostigd worden. Het is immers een collectieve heffing ten behoeve van alle inwoners. Zoveel mogelijk percelen moeten in de heffing worden betrokken. De vrijstellingen in de verordening zijn opgenomen omdat het voor bepaalde percelen ondoelmatig is om ze in de heffing te betrekken. Dat betreft percelen; die niet zijn geregistreerd in de WOZ administratie, percelen met een publieke functie, percelen die onderdeel zijn van een geheel van voorzieningen dat wordt gebru kt voor waterzorgtaken.
-
i
5
Er is aangesloten bij percelen die in de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet Waardering onroerende zaken zijn vrijgesteld. (lid d, f, h) ln onze administratie zijn bijvoorbeeld de percelen op de Grië en Boschplaat en de natuurterreinen in eigendom/beheer bij Staatsbosbeheer en de Staat niet geregistreerd in de WOZ administratie als zelfstandig object, maar alleen opgenomen als kadastrale verzamelpercelen ten behoeve van de kadastrale volledigheid van de WOZ administratie. Deze percelen worden niet in de heffing betrokken.
6. Maatstaf van de heffing ln dit voorstel wordt voorgesteld om de heffingsmaatstaf voor gebruikers op basis van de waterinname in stand te laten. Verder wordt voorgesteld om een heffing van een vast bedrag van de eigenaar van een perceelte gaan heffen. Dit bedrag is opzettelijk laag gehouden om de belastingdruk bij nieuwe belastingplichtigen niet disproportioneel te laten stijgen. Er is voor gekozen om bij iedere eigenaar hetzelfde belastingtarief te hefíen, en niet verder te differentiëren, bijvoorbeeld percelen met of zonder drinkwateraansluiting. De reden is dat ieder perceel minimaal belang heeft bij de watersysteemtaken (afvoer van hemelwater en grondwaterpeil beheer) en dat de mate van belang daarbij niet afhangt van een drinkwateraansluiting. Deze afvoer van afvalwatertaken wordt immers belast in het gebruikersgedeelte van de heffing
Voor de eigenarenheffing geldt dat deze wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het eigendom, bezit of beperkt recht heeft van het perceel. Als het perceel in de loop van het jaar wordt verkocht, wordt er geen ontheffing verleend. De notaris kan bij de overdracht van het eigendom de belasting aanmerken als een zakelijke last en naar tijdsgelang verrekenen. Voor de gebruikersheffing blijft de regeling naar t'rjdsgelang gelden. De belastingschuld ontstaat bij het in gebruik nemen van het perceel. Als dat gedurende het jaar gebeurt, vindt er een verrekening door de gemeente plaats tussen de oude en de nieuwe gebruiker. Dat is ongewijzigd ten opzichte van de huidíge situatie. Door deze splitsing tussen het eigenaren deel en het gebruikersdeel moeten wij een controleerbare kostentoedeling kunnen aantonen. Dit houdt vooral in dat dezelfde kosten niet twee keer in rekening gebracht worden. Deze berekening zal worden opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de (meerjaren)begroting en in het Water- en rioleringsprogramma. Het is gemeenten toegestaan om het tarief voor riool- en waterzorgheffing bijvoorbeeld volledig te baseren op de WOZ -waarde van een object. Dat is eenvoudig c.q. overzichtelijk maar zou wel leiden tot een forse lastenverschuiving, en wordt daarom niet geadviseerd.
7. Kwijtschelding Voor degenen die daarvoor in aanmerking komen, is kwijtschelding van 100% van de heffing riool- en waterzorg mogelijk. Dit is ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie.
6
Kwijtschelding is alleen van toepassing voor het gebruikersgedeelte van deze heffing. Het eigenaren deel van de heffing zal in het merendeel van de gevallen niet leiden tot kwijtschelding in verband met het eigendom van het onroerend goed, dat immers wordt aangemerkt alS "vermogen", WaardOOr de maximale inkOmenSgrenS om in aanmerking te komen voor kwijtschelding, wordt overschreden. ! ur id i sch e Eevolgen/fatale
term ii nenlh andh av i n g
Juridisch Met het in gebruik nemen van de geactualiseerde verordening riool- en waterzorgtaken, is deze belastingheffing meer in lijn met de werkwijze die wij ook gebruiken bij andere heffingen. De modelverordening waarop deze verordening is gebaseerd is geactualiseerd naar de meest recente jurisprudentie en voldoet aan de gestelde vereisten. Belan
! uoor toe r i sm e/ sa m enl ev i n g/ econom i e
Dit voorstel heeft geen invloed op het toerisme en de economie. Het maatschappelijk belang is eveneens niet gewijzigd. Kwijtschelding van rioolbelasting blijft in stand voor diegenen die daarvoor in aanmerking komen. F i n a nci ël
e/ person el e/orfan i sator i sch e gevol ge n
Financieel ln januari 2025 is het water- en rioleringsprogramma voor 2025-2029 vastgesteld, behalve de financiële paragraaf over de wijze van financiering en de gevolgen voor het tarief riool- en waterzorgheffing 2026. Parallel aan dit advies is een separaat voorstel opgesteld over de financiering van het water- en rioleringsprogramma. ln dit voorstel zijn de kosten opgenomen die de komende jaren nodig zijn voor de gemeentelijke zorgtaken. Er wordt hierin een voorstel gedaan voor een additionele verhoging van het tarief van €20,' per jaar om deze kosten de komende jaren te kunnen dekken. Voorgesteld wordt om dit bedrag te verdelen tussen de eigenaren- en gebruikersheffing op basis van 12,5o/o I 87,5o/o. Deze verdeling geldt nu ook voor het eigenaren- en gebruikersgedeelte voor het tariefsvoorstel voor 2026. De additionele
n
van de tarieven in 2026 komt dan als
uit:
tarief
2026 additionele stijging%
additionele stijging/ €
Totaal
Eigenaar
€ 25,-
12,50/o
€.2,50
€27,50
Gebruiker
€ 177,54
87,5%
€ 17,50
€ 195,04
ln het advies Financien water- en rioleringsprogramma worden 3 scenario's uitgewerkt. De uiteindelijke additionele verhoging is afhankelijk van het scenario waarvoor wordt gekozen. Deze berekening gaat uit van de voorgestelde keuze voor scenario 2. Organisatorisch Hei actualiseren van een bestaande belastingverordening behoeft geen ter inzage legging voor besluitvorming. ln de Gemeentewet is opgenomen dat de
7
gemeenteraad besluit over het invoeren, wijzigen en afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Er wordt echter voorgesteld om de belastingplichtigen vooraf te informeren over de op handen zijnde wijzigingen en de mogelijke financiële consequenties. Voor een aantal belastingplichtigen is het introduceren van een eigenaren heffing een stijging van de belastingdruk. Door vooraf te informeren, zal dit meer transparantie van het proces opleveren en mogelijk achteraf minder bezwaren tegen de aanslag rioolheffing. De informatie zal beschikbaar zijn op de gemeentelijke website. Met de woningstichting WoonFriesland is communicatie over de voorgestelde wijzigingen in mei 2025 opgestart. Een reactie is enige tijd uitgebleven, maar in juli ontvingen wij reactie dat men van mening was dat zrldeze nieuwe heffing niet in hun begroting hebben opgenomen voor 2026 en dat dit een lastenverzwaring voor hun betekent. Ook vinden zij dat de heffing moet liggen bij degene die hier profijt van heeft, namelijk uitsluitend de gebruikers voor de afvoer via het riool. lnmiddels is gecommuniceerd dat riool- en waterzorgheffing een bredere zorgtaak betreft dan slechts het afuoeren van afvalwater. Wij zullen communiceren wanneer deze verordening door de raad zal worden besproken en vastgesteld.
Woon Friesland heeft dan een mogelijkheid om een reactie op te geven richting de gemeenteraad. Woon Friesland kent de hier voorgestelde nieuwe systematiek overigens ook van andere gemeenten. Com m u n i cati e/ i nteracti v iteit
De belastingplichtigen zullen vooraf worden geïnformeerd over voorgestelde wijzigingen zodat een ieder kennis kan nemen van de voorgestelde veranderingen. De informatie zal beschikbaar zijn op de gemeentelijke website en op de gemeente pagina in de Terschellinger en via social media zal hiernaar veruezen worden. De agendacommissie waarin dit voorstel moet worden geagendeerd is op 16 oktober 2025 en de raadscommissie en raadsvergadering is respectievelijk op 12 en 26 november. Ter inzale liggende stukken 1. Overzicht van tarieven rioolheffing bestaand ten opzichte van voorgesteld 2. Ovezicht van de verwachte inkomsten 2026 op basis van dit voorstel 3. Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgtaken 4. Artikelsgewijze toelichting bij de Verordening riool- en waterzorgtaken 5. Hoofdstuk lll wet waardering onroerende zaken
Datumbehandelin! in B&W + onderteken Tersch elling Het col
september 2025 en wetho
nbu
H.M recteur
van d gemeente Terschelling,
mr R. wnd. b
rer
r