8.h. Memo college inzake coördinatieregeling manege Boddelenweg 5 Hoorn.pdf
Tekst van het document
Memo Aan
:
Gemeenteraad
Datum
:
29 juni 2021
Afzender
:
College van burgemeester en wethouders
Onderwerp
:
Coördinatieregeling manege Boddelenweg 5 Hoorn
Bijlage(n)
:
Deze memo is opgesteld naar aanleiding van vragen die, tijdens de behandeling van het raadsvoorstel over de coordinatieregeling Manege Boddelenweg 5 Hoorn in de commissievergadering op 17 juni 2021, zijn gesteld. Deze memo kan gelezen worden als aanvulling op de memo van 14 juni 2021. Doel coördinatieregeling De coördinatieregeling is een instrument om verschillende procedures die noodzakelijk zijn voor vergunningverlening gezamenlijk te doorlopen. Bij de plannen voor de manege in Hoorn gaat het om de coördinatie van de bestemmingsplanprocedure en de procedure voor de omgevingsvergunning. Daarvoor moet de raad eerst een besluit nemen waaruit blijkt dat hij daarmee instemt. Tegen dit besluit kan geen bezwaar worden gemaakt en/of beroep worden ingesteld. Wel kan er in een later stadium sprake zijn van exceptieve toetsing. Bij exceptieve toetsing toetst de bestuursrechter, in het kader van een beroep tegen een besluit, de rechtmatigheid van het wettelijk voorschrift waarop het besluit is gebaseerd aan hoger recht of algemene rechtsbeginselen. De exceptieve toetsing kan ertoe leiden dat de rechter een niet door de formele wetgever gegeven voorschrift buiten toepassing moet laten, of onverbindend verklaart, als dit voorschrift in strijd is met een hogere regeling. Gevolg is dan dat het besluit waartegen beroep is ingesteld vernietigd kan worden.
Exceptieve toetsing is dan ook een manier om van de bestuursrechter – ondanks de uitsluiting van bestuursrechtelijk beroep tegen avv’s in artikel 8:3, lid 1 Awb – een oordeel te krijgen over de rechtmatigheid van avv’s. Dat de raad een coordinatiebesluit neemt betekent niet dat de raad instemt met de inhoud van het (ontwerp)bestemmingsplan. De besluitvorming daarover vindt later plaats. Procedure Na het coördinatiebesluit door de raad is de bestemmingsplanprocedure ook van toepassing op de procedure voor de omgevingsvergunning. De procedure wordt hieronder nader toegelicht. Als de raad besluit de coordinatieregeling toe te passen dan wordt de besluitvorming over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning
2 gecoördineerd. Het bundelen van procedures schept meer duidelijkheid voor omwonenden / belanghebbenden, initiatiefnemer en gemeente over de projectvoorgang. De transparantie wordt vergroot doordat de samenhang tussen de besluiten zichtbaar wordt. Een abstract (bestemming)plan wordt direct vertaald in een concreet (bouw)plan. Belanghebbenden en bezwaarden hoeven zich op maar één procedure te richten. Het (concept) ontwerpbestemmingsplan en het (concept) ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning worden vervolgens op elkaar afgestemd en gelijktijdig ter inzage gelegd. Maar voor dat het zover is wordt de raad gevraagd: • In te stemmen met het ontwerpbestemmingsplan, • kennis te nemen van de aanvraag omgevingsvergunning en • het ontwerpbestemmingsplan vrij te geven om ter inzage te leggen. Als de raad het ontwerpbestemmingsplan vrijgeeft om de procedure te starten wordt het ontwerpbestemmingsplan, samen met het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning, ter inzage gelegd. Iedereen krijgt dan de gelegenheid om gedurende 6 weken zijn of haar zienswijze op de plannen te geven. Als er zienswijzen worden ingediend, zullen die in een zienswijzennota worden voorzien van een reactie. De gemeenteraad zal bij de vaststelling moeten beoordelen of de zienswijzen die zijn ingediend aanleiding geven om het ontwerpbestemmingsplan en/of het ontwerpbesluit te wijzigen.
Ook is het mogelijk dat de raad, naar aanleiding van de zienswijzen, weigert om het bestemmingsplan vast te stellen. Het college moet, in geval de raad weigert het bestemmingsplan vast te stellen, de vergunning weigeren. Ook de besluitvorming vindt gecoördineerd plaats. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast en het college verleent de omgevingsvergunning. Vervolgens is er, als dat nodig mocht blijken, één rechtsgang waarbij de Raad van State gelijktijdig/gecoördineerd uitspraak doet over beide besluiten. Inspraak Er zijn gedurende het gehele traject verschillende momenten dat gereageerd kan worden op de plannen. Zo staat het iedereen vrij om na de presentatie van de plannen in et er oer ha op 30 juni daarop een reactie te geven ( bijvoorbeeld via brief, email of telefoontje aan raadsleden, ingezonden stuk in De Terschellinger). Vervolgens wordt het raadsvoorstel van het college aan de raad (over het vrijgeven van het ontwerpbestemmingsplan om de procedure te starten) behandeld in een commissievergadering. Tijdens de commissievergadering kan iedereen inspreken. Als de raad het ontwerpbestemmingsplan vrijgeeft krijgt iedereen de kans om een zienswijze in te dienen. Deze zienswijzen worden betrokken bij de vaststelling (of weigering) van het bestemmingsplan door de raad. Voorafgaand aan deze raadsvergadering is er natuurlijk eerst nog een commissievergadering.
Tijdens deze commissievergadering kan ook iedereen inspreken. Beroep Tegen de besluiten die door middel van die gecoördineerde voorbereidingsprocedure tot stand zijn gekomen kan beroep ingesteld
3 worden. Op basis van artikel 8.3 Wro is er één beroepsprocedure bij één instantie; de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De stap naar de Rechtbank komt hiermee te vervallen, waardoor eerder duidelijkheid ontstaat over de rechtmatigheid van het besluit. De Raad van State dient binnen zes maanden na ontvangst van een verweerschrift op het beroep te beslissen in plaats van binnen de gebruikelijke 12 maanden (termijn van orde). Er hoeft dus maar éénmaal beroep ingesteld te worden. Dit maakt het overzichtelijk, waardoor niet het risico wordt gelopen dat er een procedure wordt gemist. Voordeel De coördinatieregeling maakt het overzichtelijk voor belanghebbenden, waaronder initiatiefnemers. Dit vanwege het feit dat er sprake is van één voorbereidingsprocedure en de afhandeling van beroepen in één keer gebeurt. De inhoudelijke samenhang en afstemming tussen de besluiten is beter zichtbaar en belanghebbenden hebben eerder duidelijkheid en zekerheid over hun zienswijzen. Voor een gemeente levert het voeren van één procedure in plaats van meerdere ook efficiency-voordelen op. Het vervallen van de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Rechtbank kan als nadeel gezien worden, maar kent ook een voordeel.
Het wordt goedkoper voor bezwaarden om te procederen omdat er maar éénmaal griffierechten voldaan moeten worden in tegenstelling tot griffierechten tegen ieder afzonderlijk besluit. Daarnaast krijgt eenieder eerder duidelijkheid of het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen op de juiste wijze tot stand zijn gekomen. De procedure verloopt efficiënter en sneller en biedt meer duidelijkheid biedt over realisatie van het project. Nadeel Een nadeel zou kunnen zijn voor een belanghebbende dat voordat de benodigde besluiten worden genomen er maar één formeel moment is om te reageren, door middel van zienswijzen. Mogelijk ervaren belanghebbenden de coördinatieregeling als een inperking van de mogelijkheden om bezwaren naar voren te brengen. De te coördineren besluiten zijn onderworpen aan één zienswijzemogelijkheid en beroep in één instantie bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als een belanghebbende niet tijdig reageert, zijn er geen mogelijkheden van beroep meer. Voor de gemeente of ontwikkelaar is er een risico als de Raad van State één van de besluiten afkeurt, ook van de andere besluiten geen gebruik kan worden gemaakt.