CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

8.c. Tabel 1 Voorstellen voor inhoudelijk wijzigen en toevoegingen.pdf

Raadscommissie 14 april 2021, gemeente TerschellingBij agendapunt: Herziening APV8.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tabel 1: Voorstellen voor inhoudelijk wijzigen en toevoegingen APV (naar de Modelverordening APV van de VNG) Hoofdstuk 1 Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

1:1

Artikel 1:1 Begripsbepalingen − bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; − bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; − bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening […] daaronder wordt verstaan; − college: het college van burgemeester en wethouders; − gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; − handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; − openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; − openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; − rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; − weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: 1.1 Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel [(1.1, eerste lid,)] van de [Bouwverordening Terschelling 2010]; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; 1

Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

Voorstel

- parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Keuze 2: Aansluiten bij het artikel in de model-APV en de begrippen bromfiets, motorvoertuig, parkeren en voertuig toevoegen. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

1:7

Artikel 1:7 Termijnen De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

Voorstel

Keuze 2: Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Keuze 2: Aansluiten bij het artikel in de model-APV. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk.

2

Hoofdstuk 2 Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:19

Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Gereserveerd)

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

Voorstel

Keuze 2: Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 1. Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens behorende bij de categorieën I, II, III, IV Wet wapens en munitie en voorzover door het bij zich dragen van de voorwerpen bedoeld in het eerste lid de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen. Keuze 2: Dit artikel vloeit voort uit een afspraak die in de regionale driehoek (burgemeesters Waadhoeke, Harlingen, Vlieland, Terschelling, OM en politie) is gemaakt om dit artikel op te nemen in de APV. Bezit en gebruik van gevaarlijke voorwerpen en met name het bezit van messen, is een steeds groter wordend probleem. Wapenbezit en– gebruik lijkt genormaliseerd onder een deel van de jeugd. Ook de politie maakt zich hier (landelijk) zorgen over. Conflicten worden met gebruik van (steek)wapens uitgevochten. Dit kan ook op Terschelling voorkomen. In het (Jeugd) zomerseizoen is dit niet ondenkbaar. Een aanzienlijk deel van de steekwapens vallen niet onder de Wet Wapens en Munitie. Wapens vormen een groot probleem waar slagvaardig tegen opgetreden moet kunnen worden.

Met de invoering van een verbod op gevaarlijke voorwerpen en de publiciteit daaromheen wordt een duidelijk statement gemaakt tegen de wapenincidenten. De politie heeft geen bevoegdheid om wapens die niet strafbaar gesteld zijn op grond van de Wet Wapen en Munitie in beslag te nemen. Met een verbod op gevaarlijke voorwerpen op grond van de APV wordt inbeslagname mogelijk en kan de overtreder zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden aangepakt.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:25

Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

3

2.

3.

4.

5.

vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen; b. het evenement tussen 09:00 en 23:00 uur plaats vindt; c. geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen 8 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994 . Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Keuze 2: Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen; b. het evenement tussen 09:00 en 23:00 uur plaats vindt; c. geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4.

De burgemeester kan binnen 8 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994 . 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent het organiseren van evenementen. 4

Voorstel

Keuze 2: Lid 2 uit de model-APV is toegevoegd. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk. Daarnaast geeft het toevoegen van lid 7 de mogelijkheid om evenementenbeleid te maken. Op pagina 72 van de toelichting onder het kopje feest en muziek is verduidelijkt wanneer er sprake is van een publieke verrichting van vermaak: een evenement. Evenementen kunnen vergunningsplichtig of meldingsplichtige zijn (kleine evenementen). De voorwaarden staan genoemd in artikel 2:24 en 2:25 van de APV.

Artikel 2:26

Oude tekst APV 2016 Artikel 2:26 Openbare orde en veiligheid 1. De burgemeester kan in de aanloop naar, tijdens en na een evenement alle aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht ter handhaving van de openbare orde. 2. De organisator van een evenement is verplicht in de aanloop naar, tijdens en na het evenement: a. alle maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde; b. het evenement onverwijld te beëindigen bij verstoring van de openbare orde of de vrees daarvoor; c. een aanwijzing van de burgemeester onverwijld op te volgen; d. ervoor te zorgen dat bij een verstoring van de openbare orde na een aanwijzing van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van de politie of brandweer geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten. 3. Het is voor bezoekers van een evenement tijdens en na het evenement : a. verboden zich op het evenemententerrein te gedragen met het kennelijke doel om de openbare

Tekstuele wijzigingen APV 2021 Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

5

orde en veiligheid te verstoren of te bedreigen; b. verboden al dan niet op het evenemententerrein, op of aan de weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren; c. verboden zich op een evenemententerrein te begeven indien overeenkomstig het eerste, dan wel het tweede lid onder d opdracht is gegeven het evenemententerrein te verlaten; d. verplicht ter ordelijk verloop van een evenement of bij enig voorval, waardoor wanordelijkheden ontstaan een daartoe strekkende aanwijzing van een ambtenaar van de politie of brandweer zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen. Voorstel

Keuze 2: Het artikel is aangepast naar de model-APV. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:27

Artikel 2:27 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse 6

behorend terras en andere aanhorigheden; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

2.

worden bereid of verstrekt. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Voorstel

Keuze 2: De definitie van inrichting en terras zo goed mogelijk laten aansluiten bij de model APV. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:28

Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of – restaurant.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enige opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de 7

5. De burgemeester kan openbare inrichtingen, dan wel categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor het verbod van artikel 2:28 lid 1 niet geldt. De burgemeester kan daarbij algemene regels stellen waaraan moet worden voldaan om het verbod van artikel 2:28 lid 1 te laten gelden voor de exploitatie van een openbare inrichting.

Voorstel

openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of – restaurant. 5. De burgemeester kan openbare inrichtingen, dan wel categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor het verbod van artikel 2:28 lid 1 niet geldt. De burgemeester kan daarbij algemene regels stellen waaraan moet worden voldaan om het verbod van artikel 2:28 lid 1 te laten gelden voor de exploitatie van een openbare inrichting. 6. Op de aanvraag om een vergunning of vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Keuze 2: Het artikel is aangepast naar de model-APV. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk en heeft de burgemeester meer mogelijkheden gekregen om een exploitatievergunning te weigeren als de exploitant van slecht levensgedrag is. Hierbij geldt dat de burgemeester bij het toepassen van de weigeringsgrond ‘slecht levensgedrag’ beleidsregels vaststelt. In die beleidsregels moet worden opgenomen wat onder slecht levensgedrag wordt verstaan en welke feiten en omstandigheden worden meegewogen.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:48a

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen Keuze 2: Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide 8

Voorstel

(lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Keuze 2: Het aan banden leggen van het gebruik van lachgas is al meerdere malen aan bod geweest, bijvoorbeeld bij de bespreking van ingediende moties of de behandeling van het jaarprogramma ‘Helder Handhaven’. Ook landelijk is dit een veelbesproken onderwerp, omdat Niet alleen overmatig drankgebruik, ook oneigenlijk gebruik van lachgas (als roesmiddel) leidt vaak tot overlastsituaties. Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Voorgesteld wordt om hier de VNG te volgen en het artikel wat in de model-APV staat over te nemen. Het verbod in het eerste lid beperkt zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben.

Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:50

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, openbare toiletten, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. 9

Voorstel

Keuze 2: In dit tekstvoorstel is de telefooncel verwijderd en het openbare toilet toegevoegd. Telefooncellen zijn niet meer aanwezig, de mogelijkheid tot handhaving in of bij openbare toiletten is wenselijk.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:50a

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen Keuze 2: Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Strafrecht.

Voorstel

Keuze 2: Dit artikel vloeit voort uit een afspraak die in de regionale driehoek (burgemeesters Waadhoeke, Harlingen, Vlieland, Terschelling, OM en politie) is gemaakt om de gezamenlijke aanpak van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) te versterken.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:58

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden 1.De eigenaar of houder van een hond of paard is verplicht ervoor te zorgen dat die hond of dat paard zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op fietspaden en op het gedeelte van de weg dat bestemd is voor voetgangers; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden 1.De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat uitwerpselen van de hond in de openbare ruimte terstond wordt opgeruimd. 2. De eigenaar, houder of berijder van een paard of pony is verplicht ervoor te zorgen dat uitwerpselen van het paard of de 10

c. op een andere door het college aangewezen plaats. 2. De strafbaarheid wegens overtreding van het gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond of het paard er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

Voorstel

pony ten spoedigste wordt opgeruimd: a. binnen de bebouwde kom; b. op fietspaden en op het gedeelte van de weg dat bestemd is voor voetgangers; 3.De houder van een hond is verplicht op een openbare plaats opruimmiddelen voor vaste uitwerpselen bij zich te dragen, waaronder begrepen plastic of papieren zakjes, een schepje dan wel andere daartoe geëigende opruimmiddelen. Deze persoon is verplicht deze opruimmiddelen op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar. 4.Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Keuze 2: Overlast van vooral hondenpoep en deels paardenpoep is een veelgehoorde klacht. Door aanpassing van dit artikel wordt de opruimplicht breder getrokken en gaat hier hopelijk een preventieve werking van uit. Indien nodig, kan aan de hand van dit artikel waarschuwend en bij herhaling handhavend opgetreden worden.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:60

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is 11

verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Voorstel

Keuze 2: Omdat het voeren van hinderlijke dieren zoals meeuwen ook veel overlast kan veroorzaken, wordt dit ook opgenomen in dit artikel.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:68

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; 2. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en 3. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 4. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 5. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 12

Voorstel

Keuze 2: Het artikel is aangepast naar de model-APV. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:71

Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Voorstel

Keuze 2: Het artikel is aangepast naar de model-APV. Op deze wijze is dit artikel zo volledig mogelijk.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:74a

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen Keuze 2: Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik 1.Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 2.Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.’ 13

Voorstel

Keuze 2: Het is voor de gemeente, lees handhaving, niet mogelijk om op te treden aan de hand van de Opiumwet. Daarvoor is geen bevoegdheid. Met dit artikel kan wel handhavend worden opgetreden in geval van overlast. Het doel van dit verbod in de APV is om verstoring van de openbare orde en het plegen van strafbare feiten te voorkomen. In dit verbod zijn zowel de aanbieders als de ontvangers en de bemiddelaars (‘drugsrunners’) strafbaar gesteld.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

Hoofdstuk 2

Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisciogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen

Keuze 1: Afdeling vervallen laten

Afdeling 15

Voorstel

Keuze 2: Afdeling 12. Bijzonder bevoegdheden van de burgemeester

(Vervallen) Keuze 2: Het is wenselijk deze afdeling in de APV op te nemen, zodat de burgemeester de mogelijkheid gegeven wordt bepaalde bevoegdheden te kunnen inzetten. Hierbij kan gedacht worden aan het inzetten een veiligheidsrisicogebied bij bijvoorbeeld een grootschalige bijeenkomst van motorbendes tijdens het pinksterweekend (denk aan aanwezigheid wapens/drugs). Er kan dan bijv. preventief gefouilleerd worden.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:75

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen

Voorstel

Keuze 2: Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:3, 2:10, 2:25, 2:26, 2:29, 2:31 2:41, 2:47, 2:48, 2:48a, 2:49, 2:50, 2:73, 2:80 of 5:34 van de Algemene Plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven. Keuze 2: Ook hier geldt dat het wenselijk is dit artikel op te nemen zodat de burgemeester de mogelijkheid gegeven wordt bepaalde bevoegdheden te kunnen inzetten.

14

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:76

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen

Voorstel

Keuze 2: Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Keuze 2: Ook hier geldt dat het wenselijk is dit artikel op te nemen zodat de burgemeester de mogelijkheid gegeven wordt bepaalde bevoegdheden te kunnen inzetten.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:77

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen

Voorstel

Keuze 2: Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van door de gemeenteraad bij afzonderlijk besluit aan te wijzen plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn. Keuze 2: Ook hier geldt dat het wenselijk is dit artikel op te nemen zodat de burgemeester de mogelijkheid gegeven wordt bepaalde bevoegdheden te kunnen inzetten. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de uitgaansgebieden.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:78

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen 15

Keuze 2:

Voorstel

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht] een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Keuze 2: Dit artikel is in principe bedoeld om drugsoverlast tegen te gaan, maar kan ook gebruikt worden bij ernstig hinderlijke samenscholing o.i.d. Bij nieuwe evenementen die gaan plaatsvinden, waarbij nog niet geheel duidelijk is welke doelgroepen en bijkomende problemen bij het festival komen kijken, is het een gewenst om dit artikel in de APV achter de hand te hebben, zodat er mogelijkheden zijn om te reguleren.

16

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2:79

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen

Voorstel

Keuze 2: Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Keuze 2: Wet aanpak woonoverlast kan een zeer effectieve aanpak zijn bij hardnekkige woonoverlast waarbij alle andere middelen zijn uitgeput. De burgemeester legt dan een gedragsaanwijzing op, waar de inwoner zich aan moet houden. Bij aanpak van overlast op campus zou dit instrument bijvoorbeeld ingezet kunnen worden.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

Hoofstuk 2

Bestaat niet

Keuze 1: Afdeling niet toevoegen

Afdeling 13.

Keuze 2: Afdeling 13. Carbidschieten toevoegen Keuze 2: Momenteel is er niets geregeld in de APV omtrent carbid schieten. In de regionale driehoek zijn afspraken gemaakt

Voorstel

17

over het opnemen van een bepaling over carbid schieten in de APV. Hiervoor is gekozen om onveilige situaties tegen te gaan en bij excessen te kunnen handhaven. Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

2.80

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet toevoegen

Voorstel

Keuze 2: Carbidschieten 1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Behoudens het bepaalde in het derde lid is carbidschieten verboden. 3. Voor het carbidschieten gelden de volgende regels: a. Het gebruik vindt plaats tussen 31 december 12.00 uur en 31 december 18.00 uur b. Carbidschieten vindt enkel plaats buiten de bebouwde kom. c. Er wordt niet geschoten met harde materialen, zoals metalen busdeksels. d. Bij het carbidschieten dienen maatregelen te worden genomen, zodat op de schietlocatie geen reëel gevaar of schade kan optreden voor mens of milieu. 4. Het college kan nadere regels opstellen naast het bepaalde in lid 3. 5. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. Keuze 2: Momenteel is er niets geregeld in de APV omtrent carbidschieten. Er worden over het algemeen ook weinig problemen ervaren. In de regionale driehoek zijn afspraken gemaakt over het opnemen van een bepaling over carbid schieten in de APV. Hiervoor is gekozen om onveilige situaties tegen te gaan en bij excessen te kunnen handhaven.

Hoewel, zoals gezegd, weinig problemen worden ervaren, kan zich de situatie voordoen waarin de mogelijkheid tot reguleren 18

wel wenselijk is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de Covid-19 pandemie met bijbehorende maatregelen. Het college kan op basis van lid 3 nog een aantal nadere regels stellen om de veiligheid te waarborgen, onder meer met betrekking tot leeftijd, locatie en veiligheid. Hoofdstuk 3: Geen interne wijzigingen Hoofdstuk 4 Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

4:6

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

Voorstel

Keuze 2: Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4. Het college kan nadere regels opstellen voor het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Keuze 2: De gemeente Terschelling wil geluidsbeleid gaan ontwikkelen, zodat het college onder andere een maximum geluidsniveau kan bepalen tijdens evenementen. Hiervoor dient in de APV opgenomen te worden dat het college nadere regels kan opstellen. Dit wordt opgenomen in lid 4. Het huidige lid 4 wordt lid 5.

19

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

4:10

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet opnemen

Voorstel

Keuze 2: Artikel 4:10 Verbod oplaten en uitdelen ballonnen 1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, a. door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen; b. voor commerciële doeleinden uit te delen op de weg. 2. Onder ballon wordt verstaan: feest-, geluks-, papier-, wens-, sfeer-, herdenkings-, reclameballon of– lampion en dergelijke. 3. Het verbod is niet van toepassing op luchtvaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart. Keuze 2: Op 24 april 2018 heeft uw raad een motie aangenomen, waarin wordt aangedrongen op het opnemen van een verbodsbepaling voor het op- en loslaten van ballonnen bij feesten en evenementen. Gezien de belasting die restanten van ballonnen voor het milieu met zich meebrengen, wordt voorgesteld dit verbod niet alleen bij feesten en evenementen te laten gelden, maar een algemeen verbod te laten gelden.

Hoofdstuk 5 Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

5:10

Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen

Keuze 1: Artikel vervallen laten

Voorstel

Keuze 2: Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders (Vervallen) dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Keuze 2: Het huidige artikel uit de APV is uit de model-APV verwijderd en heeft plaatsgemaakt voor een nieuw artikel over het laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan. Door dit artikel toe te voegen, wordt zoveel mogelijk de model-APV 20

gevolgd.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

5:12

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

Voorstel

Artikel 5:14

Keuze 2: Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. Keuze 2: In de model-APV is lid 2 toegevoegd. Het voorstel is deze ook in onze APV op te nemen. Het college krijgt hierdoor meer mogelijkheden om overlast van fietsers en bromfietsen aan te pakken.

Artikel 5:14 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de 21

eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 2:24; c. het te koop aanbieden het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op , verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17

Voorstel

exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 2:24; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. Keuze 2: Er wordt in de huidige APV verwezen naar lid h van de Gemeentewet in lid 2 onder b. Dit moet lid g zijn. Daarnaast wordt dit lid aangepast naar de tekst zoals opgenomen in de model-APV.

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

5:33a

Artikel 5:33a Verbod luchtbed etc. vanaf strand in zee 1. Het is verboden zich met een luchtbed, luchtband, surfplank of enig ander voorwerp waarmee men zich drijvende houdt, vanaf het strand in zee te begeven of zich daarmee in zee te bevinden. 2. Het verbod geldt niet op de door het college aangewezen terreinen en dagen en uren. 3. Het college kan nadere regels opstellen voor het in het eerste lid gestelde verbod.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

Voorstel

Keuze 2: Surfen scheiden en de volgende tekst als 5:33a op te nemen Artikel 5:33a Verbod surfen 1. Het is verboden zich in zee te begeven of zich in zee te bevinden om te wind- golf of kitesurfen, dan wel op een andere manier te surfen. 2. Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing is en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Keuze 2: Gebleken is dat het de voorkeur verdient om luchtbedden en dergelijke in zee te scheiden van het gebruik van surfplanken voor verschillende soorten surfsport. Zo kunnen er specifieke regels gesteld worden voor surfen en kitesurfen, maar heeft dit geen consequenties voor andere drijvende voorwerpen. Het college zal zones aanwijzen waar het verbod voor particuliere surfers niet geldt. Surfscholen kunnen een ontheffing aanvragen voor het geven van lessen.

22

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

5:33a

Artikel 5:33a Verbod luchtbed etc. vanaf strand in zee 1. Het is verboden zich met een luchtbed, luchtband, surfplank of enig ander voorwerp waarmee men zich drijvende houdt, vanaf het strand in zee te begeven of zich daarmee in zee te bevinden. 2. Het verbod geldt niet op de door het college aangewezen terreinen en dagen en uren. 3. Het college kan nadere regels opstellen voor het in het eerste lid gestelde verbod.

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden

Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

5:33f

Bestaat niet

Keuze 1: Artikel niet opnemen

Voorstel

Keuze 2: Surfen scheiden en de volgende tekst als 5:33b op te nemen Artikel 5:33b Verbod luchtbed etc. vanaf strand in zee 1. Het is verboden zich in zee te begeven of zich in zee te bevinden met een luchtbed, luchtband, of enig ander voorwerp waarmee men zich drijvende houdt, niet zijnde een surfplank of ander voorwerp bedoeld om mee te surfen. 2. Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing is en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Keuze 2: Gebleken is dat het de voorkeur verdient om luchtbedden en dergelijke in zee te scheiden van het gebruik van surfplanken voor verschillende soorten surfsport. Zo kunnen er specifieke regels gesteld worden voor surfen en kitesurfen, maar heeft dit geen consequenties voor andere drijvende voorwerpen. Het huidige artikel over het stukgooien van glas, schuift op naar artikel 5.33c.

Keuze 2: Artikel 5:33f Verbod op vliegeren 1. Het is verboden te vliegeren met een enkel- of meerdradige vlieger op of onder aan de strandovergangen. 2. Het is verboden om met een meerdradige vlieger te vliegeren binnen een zone van 200 meter aan weerszijden van de strandovergangen. 3. Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod als bedoeld in het eerste en tweede lid niet van toepassing is en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen. 23

4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Voorstel

Keuze 2: Meerdradig vliegeren levert soms conflicten op met het "ouderwetse" strandvermaak. Deze vliegers kunnen voor de gemiddelde strandbezoeker overlast opleveren, niet alleen gevaar in de vorm van (snijdend) vliegerdraad en neerstortende vliegers, maar ook door het geluid dat zij veroorzaken. Langsrijdende paarden kunnen hier eveneens last van hebben. Het huidige 5.33 APV kan op dit moment gebruikt worden om bepaalde activiteiten toe te staan of te weren, maar vooral van de zijde van handhavende instanties is de roep gekomen om de APV op dat onderdeel te specificeren. Als voorbeeld: een duidelijk vliegerverbod in plaats van een algemene regel die inhoudt dat gevaarlijke spelen op strand verboden is. Door toevoeging van dit artikel, wordt aan deze wens gehoor gegeven. Het college zal door middel van zonering meer duidelijkheid verschaffen. Bij elke strandovergang wordt een zone aangewezen waar niet met meerdradige vliegers gevliegerd mag worden. In dit geval is dat de tweehonderd meterzone aan weerszijden van elke strandovergang. Voor de duidelijkheid: het oplaten van traditionele, ééndradige vliegers blijft overal mogelijk, behalve op en onder aan de strandovergangen.

Hoofdstuk 6 Artikel

Oude tekst APV 2016

Tekstuele wijzigingen APV 2021

6:1

Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak, behoudens de in lid 2 van dit artikel genoemde uitzonderingen. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2.6, 2.51, 2.62, 5.33b. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of

Keuze 1: Oorspronkelijke tekst behouden Keuze 2: Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens enig artikel bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van hoogstens 3 maanden of geldboete van de tweede categorie genoemd in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht, behoudens de in lid 2 van dit artikel genoemde uitzonderingen. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:6, 2:50a 2:51, 2:62, 5:33b. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op 24

Voorstel

krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen en 2:12, eerste lid. 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid en 2:12, eerste lid. Keuze 2: Lid 1 was niet volledig. Daarnaast is het voorstel het opnemen van art. 2:50a in het tweede lid van art. 6:1. Overtreding van art. 2:50a kan als dusdanig ontwrichtend voor de samenleving worden gezien, dat dat rechtvaardigt om de hoogste strafmaat op te leggen.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=21c57f28-e4c5-4871-901e-a613e02586f9