CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

8.c. Formerum - Badweg Formerum 6 - strandpaviljoen_defrob.pdf

Raadsvergadering 15 september 2021, gemeente TerschellingBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen plan permanent Strandpaviljoen Formerum aan Zee26.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Formerum - Badweg Formerum 6 - strandpaviljoen

2

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging projectgebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Projectbeschrijving

14

2.3

Ruimtelijke kwaliteit

17

2.4

Projectdefinitie

19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

21

3.1

Rijksbeleid

21

3.2

Provinciaal beleid

23

3.3

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

27

4.1

Ecologie

27

4.2

Milieuzonering

29

4.3

Verkeer en parkeren

29

4.4

Geluid

29

4.5

Bodem

30

4.6

Luchtkwaliteit

30

4.7

Archeologie

30

4.8

Cultuurhistorie

31

4.9

Water

31

4.10

Externe veiligheid

33

4.11

Kabels en leidingen

33

4.12

Vorm vrije mer-beoordeling

34

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

35

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35

5.2

Economische uitvoerbaarheid

35

Hoofdstuk 6

Conclusie

37

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing

39

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

3

Bijlage 1

Situering duinvoet

41

Bijlage 2

Tekeningen strandpaviljoen

43

Bijlage 3

Natuurtoets

45

Bijlage 4

Stikstofberekening

97

Bijlage 5

Stikstofmemo

105

Bijlage 6

Uitvoeringskader vergunningverlening kust 2020

109

Bijlage 7

Watertoets

111

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

4

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

5

Ruimtelijke onderbouwing

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

6

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel Badweg Formerum 6 te Formerum staat een tijdelijk strandpaviljoen. Het strandpaviljoen mag hier in de periode van 1 maart tot 15 november staan. Door de toenemende seizoensverbreding is de vraag ontstaan om de strandpaviljoens op de stranden van de gemeente Terschelling een permanent karakter te gaan geven. De gemeente staat hier positief tegenover. Initiatiefnemer is daarom voornemens om het strandpaviljoen Zandzeebar op Terschelling uit te breiden (nieuwbouw) en er een permanente strandpaviljoen van te maken. Het bouwplan is in strijd met de geldende beheersverordening. De gemeente is voornemens om medewerking te verlenen aan het project. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan dit door het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ter onderbouwing hiervan is een ruimtelijke motivering noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin en zal deel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied betreft het perceel Badweg Formerum 6 te Formerum. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1 en 1.2.

Figuur 1.1

Ligging projectgebied

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

8

Figuur 1.2

1.3

Ligging projectgebied

Planologische regeling

Het projectgebied maakt onderdeel uit van de beheersverordening 'Natuurgebieden" van de gemeente Terschelling (vastgesteld op 23 september 2014). Binnen het projectgebied is de enkelbestemming 'Natuur' van toepassing, aangevuld met de specifieke functieaanduiding 'tijdelijk strandpaviljoen' en de algemene aanduiding 'vrijwaringszone - duin'. Onder tijdelijk strandpaviljoen wordt het volgende verstaan: 'een gebouw van demontabele constructie aanwezig in de periode van 1 maart tot 15 november van ieder jaar, waarin de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk gericht is op het verstrekken van dranken en maaltijden voor gebruik ter plaatse ten behoeve van de strandrecreatie'. Tijdelijke strandpaviljoens Voor het bouwen van tijdelijke strandpaviljoens gelden de volgende regels: 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “tijdelijk strandpaviljoen” zal ten hoogste 1 tijdelijk strandpaviljoen worden gebouwd; 2. de maatvoering van het gebouw en het terras is gelijk aan de maatvoering zoals opgenomen in de verleende standplaatsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening. Vrijwaringszone – duin De gronden ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone – duin” zijn, naast de andere op de verbeelding voor die gronden aangewezen bestemming (basisbestemming), tevens bestemd voor de bescherming van de primaire waterkering. 1.

uitsluitend herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk is toegestaan, waarbij het grondoppervlak eenmalig met ten hoogste tien procent mag worden uitgebreid, mits dit past binnen de regels van de op die gronden geldende andere bestemming, met dien verstande dat onder bestaand ook bouwwerken worden verstaan die bij recht in het bestemmingsplan Natuurgebieden, vastgesteld 22 december 1980 en goedgekeurd 29 juli 1982 waren toegestaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

9

Strijdigheid De regels van de beheersverordening staan een permanent strandpaviljoen niet toe en daarnaast is de maximale maatvoering begrenst op de huidige maatvoering. Volgens de Notitie Strandpaviljoens 1993 mag een strandpaviljoen maximaal 250 m2 groot zijn en mag het terras maximaal 250 m2 zijn. De huidige oppervlakte van het strandpaviljoen is 384 m2 en het terras is 270 m2 . Dit is een overschrijding van 134 m2 binnen en 20 m2 buiten. In de nieuwe situatie wordt onderstaande maatvoeringen voorzien. Tevens is sprake van een permanent gebouw. De gewenste situatie is daarmee in strijd met de geldende planologische regeling. gebouw is maximaal 350 m2 ; maatvoering terras en serre is maximaal 350 m2 ; maatvoering voor kwaliteitsverbetering is maximaal 300 m2 ;

Figuur 1.2

1.4

Uitsnede geldende beheersverordening

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

10

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

11

Hoofdstuk 2

2.1

Projectbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied waar het huidige strandpaviljoen ligt, ligt op het strand ten noordoosten van het recreatieterrein Midsland aan Zee. In de huidige situatie bevindt zich hier een tijdelijk strandpaviljoen. De locatie heeft een seizoensgebonden recreatieve functie. Het strandpaviljoen is vanuit Formerum bereikbaar via de verharde weg Badweg Formerum. Dit is een verharde weg die vanuit Formerum door een bos doorloopt tot vlak voor het strandpaviljoen. Aan het einde van deze weg is een parkeervoorziening voor auto's en fietsers gelegen. Richting het strand is een zandpad en een betonnen pad (stelconplaten) gelegen. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag met kap. In dit gedeelte van het gebouw bevindt zich het bestaande horeca gedeelte. Tegen dit gebouw zijn enkele aanbouwen met plat dak gerealiseerd. Dit gedeelte wordt gebruikt voor opslag. Verder bevindt zich aan de westkant van het strandpaviljoen een omheind terras. In 2010 is de meest recente standplaatsvergunning verleend voor 250 m2 binnen en 250 m2 buiten. Dit zijn op basis van de huidige srandplaatsvergunning daarom de geldende maten. De huidige oppervlakte van het strandpaviljoen is 384 m2 en het terras is 270 m2 . Dit is een overschrijding van 134 m2 binnen en 20 m2 buiten. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied weergeven. Enkele aanzichten van de huidige situatie zijn weergeven in figuur 2.2 tot en met 2.6.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

12

Figuur 2.1

Ligging projectgebied

Figuur 2.2

Oostelijk vooraanzicht huidig strandpaviljoen

Figuur 2.3

Aanzicht vanaf de strandopgang op het huidig strandpaviljoen

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

13

Figuur 2.4

Aanzicht vanaf het strand op het huidig strandpaviljoen

Figuur 2.5

Aanzicht vanaf de strandopgang op het huidig strandpaviljoen

Figuur 2.6

Aanzicht vanaf het strand op het huidig strandpaviljoen

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

14

2.2

Projectbeschrijving

Initiatiefnemer is voornemens om het strandpaviljoen Zandzeebar op Terschelling uit te breiden (nieuwbouw) en er een permanente, demontabele, voorziening van te maken. Een projectdefinitie is weergeven in paragraaf 2.4. Het gaat om een gebouw van maximaal 650 m2 en een maatvoering van het terras en serre is maximaal 350 m2 . De huidige oppervlakte van het strandpaviljoen is 384 m2 en het terras is 270 m2 . Er is derhalve sprake van een toename van respectievelijk 226 m2 en 80 m2 . Van het gebouw zijn nog geen definitieve bouwtekeningen beschikbaar, waardoor de aangevraagde omgevingsvergunning en deze ruimtelijke onderbouwing als toetsingskader geldt voor de uitwerking van het uiteindelijke bouwplan. Voor de vormgeving van het uiteindelijke bouwplan biedt het huidige welstandsbeleid voldoende houvast. Paragraaf 2.4 gaat nader in het op toetsingskader voor het toekomstige gebouw. Op basis van de wettelijke regels van Rijkswaterstaat zal het strandpaviljoen aan onder andere onderstaande voorwaarden moeten voldoen. Een uitgebreide beschrijving van de voorwaarden is opgenomen in bijlage 6 van deze ruimtelijke onderbouwing. De locatie van het strandpaviljoen wordt op minimaal 7 meter tot de duinvoet gebouwd. De duinvoet is de overgang van strand naar duin.

De positie van de duinvoet in een dwarsprofiel wordt door veel beheerders gedefinieerd met behulp van een in de tijd constante hoogtelijn. Voor de berekening van de Basiskustlijn (BKL) is de duinvoet vastgesteld op NAP + 3 meter. Ten aanzien van het bepalen van de duinvoet heeft afstemming plaatsgevonden met het RWS. In figuur 2.7 en bijlage 1 is een tekening toegevoegd met daarop de situering van de duinvoet. RWS heeft aangegeven akkoord te zijn met de situering van het strandpaviljoen en heeft tevens aangegeven dat de exacte bepaling hiervan plaatsvindt op het moment van plaatsen. Het verschuiven van de beoogde locatie in oostelijke richting is voor RWS ook geen belemmering. Bij werkzaamheden tijdens het stormseizoen mag er geen grondroering plaatsvinden in de duinvoet/afslagzone en moet worden voorkomen dat objecten wegwaaien of wegspoelen Jaarrond bebouwing op het strand moet in voldoende kleine delen uit elkaar vallen bij blootstelling aan zware golven tijdens extreme storm, zodat deze de werking van de waterkering niet nadelig beïnvloeden. In het stormseizoen (1 oktober - 1 april) moet de ruimte tussen de funderingspalen van bebouwing op het strand geheel vrij zijn van obstakels. De achterkant van jaarrond bouwwerken dient op minimaal zeven meter van de duinvoet te worden geplaatst. De ruimte tussen de bebouwing en de duinvoet moet vrij blijven van obstakels.

Jaarrond bouwwerken op het strand zijn demontabel en aantoonbaar verplaatsbaar. Door het opnemen van een verplaatsingsplan in de vergunning kan worden aangetoond dat dit het geval is. Door de aannemer van de initiatiefnemer zijn reeds tekeningen gemaakt van het beoogde strandpaviljoen. Tekeningen hiervan zijn opgenomen in bijlage 2 en figuur 2.8 tot 2.13.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

15

Figuur 2.7

Situering duinvoet

Figuur 2.8

Aanzicht noordzijde

Figuur 2.9

Aanzicht westzijde

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

16

Figuur 2.10

Aanzicht oostzijde

Figuur 2.10

Aanzicht zuidzijde

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

17

Figuur 2.11

Palenplan

Figuur 2.12

Indeling gebouw

Figuur 2.13

Impressie gebouw

2.3

Ruimtelijke kwaliteit

Algemeen Dit project voorziet in de bouw van een strandpaviljoen in een landelijke omgeving. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt dat, op basis van het provinciaal beleid, aangegeven moet worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van de nieuwe functies en hoe het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Waardering landschap De stranden van de Waddeneilanden zijn specifieke natuurgebieden met hun specifieke landschappelijke- en gebiedskarakteristieke belevingswaarden. Deze kenmerken moeten zo min Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

18

mogelijk c.q. niet worden aangetast, verstoord of gewijzigd. Iedere menselijke ingreep op het strand en tegen de duinen door het bouwen van gebouwen, bouwwerken en werken zet dat behoorlijk onder druk. Bij ontwikkelingen ligt de nadruk op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuur -en landschappelijke waarden en er mag geen onevenredige zijn van de zeewerende functie van de duinen. Vanuit de ‘Grutsk op ‘e Romte’ zijn onderstaande provinciale belangen relevant: 1. Onderlinge samenhang van de vier eilanden met de Friese kust, als onderdeel van de bescherming van de Waddenzee en het vasteland a. De hoofdonderdelen van het Waddengebied (eilanden, Waddenzee en Friese kust) als zodanig herkenbaar houden (Werelderfgoed UNESCO). Homogeniteit van het gebied behouden, waarbinnen diversiteit van de eilanden afzonderlijk belangrijk is. b. Nieuwe ontwikkelingen moeten de karakteristieken van het silhouet van de eilanden respecteren. Onderdelen van dit silhouet worden gevormd door het reliëf van de duinen, de uitgestrektheid van het strand, de profielen van de dorpen met de vuurtoren/kerk als baken en het lineaire karakter van de dijken. c. Bewoonde en onbewoonde delen goed van elkaar onderscheiden houden 2. De rust, stilte en leegte van het strand, de buitendijkse kwelders en het wad. a. De kenmerken van de uitgestrekte stranden en kwelders respecteren. b.

Bundelen van recreatieve activiteiten en bebouwing. Het strand wordt recreatief gebruikt en daar horen ook de specifieke voorzieningen bij zoals een paviljoen. Strandpaviljoens hebben een meerwaarde voor het toerisme en de beleving van het strand, de zee en de duinen. De strandpaviljoens op het strand van Terschelling zijn niet verstorend voor het natuurlijke belevingsbeeld, gelet op de omvang van de paviljoens en de grote onderlinge afstanden tussen de paviljoens. Al na een geringe afstand worden de paviljoens opgenomen in het vergezicht van zee, strand en duinen. Aspecten als gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de omgeving blijven gewaarborgd. De kenmerken van de uitgestrekte stranden en kwelders dienen gerespecteerd te worden. Aangegeven kan worden dat er verantwoord wordt omgegaan met deze genoemde waarden. Voor de lange termijn zal er een verantwoorde ruimtelijke kwaliteit blijven c.q. ontstaan. De gekozen materialen en vormgeving van het gebouw zullen aansluiting vinden bij de welstandsnota Terschelling 2008. Het bouwplan zal hiervoor ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Daarnaast is het Uitvoeringskader vergunningverlening kust (Rijkswaterstaat) bepalend voor de locatie op het strand, de hoogte van de constructie en van het gebouw, de constructie, kabels, leidingen en riolering en de jaarrond exploitatie.

De Uitvoeringskader vergunningverlening kust is als bijlage 6 bij de onderbouwing toegevoegd. Het ontwerp voor het nieuwe strandpaviljoen dient te passen binnen de welstandscriteria van de gemeente en tevens aan de eisen van het Rijk. Het nieuwe en permanente strandpaviljoen wordt ingepast op de locatie van het huidige strandpaviljoen. De geplande uitbreiding voorziet in vergroting van het gebouw, het terras en voorzieningen voor kwaliteitsverbetering (o.a. opslag). Door alle voorzieningen te bundelen in een zo compact mogelijke hoofdopzet, wordt verrommeling rondom het strandpaviljoen voorkomen en is de impact op de omgeving zo klein mogelijk. Hiermee wordt voldaan aan de intentie van de beleidsregel en is vanuit de gestelde regels gezien sprake van een goede ruimtelijke ordening. Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan goed inpasbaar is binnen het bestaande beeld van de omgeving. Het gewijzigde bebouwingsbeeld is niet verstorend voor de omgeving en er is geen aantasting van het karakter, de leefomgeving, het belevingsbeeld en de belevingswaarde Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

19

van het gebied ter plaatse. De jaarrond exploitatie is een welkome aanvulling op de voorzieningen op Terschelling in het algemeen, en voor dit deel van het eiland in het bijzonder.

2.4

Projectdefinitie

De gemeente heeft in een principe aangegeven medewerking te willen verlenen aan de bouw van een nieuwe strandpaviljoen in het projectgebied. In artikel 2.7 van de WABO wordt de mogelijkheid geboden om voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning 'bouwen' een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan' aan te vragen. In een later stadium wordt voor het strandpaviljoen een aparte (deel) vergunning voor de activiteit 'bouwen' aangevraagd. Het bouwproces kan hierdoor gefaseerd ontwikkeld worden. Wanneer de aanvraag voor de activiteit bouwen wordt verleend, kan hiervoor de reguliere procedure gevolgd worden, waarbij getoetst wordt aan het voor dat project geldende toetsingskader. Voor een concreet bouwplan gaat deze ruimtelijke onderbouwing als toetsingskader/projectdefinitie gelden voor de activiteit 'bouwen'. Voor de uiteindelijk vormgeving is de welstandsnota Welstandsnota Terschelling 2008 van toepassing. Voor de inrichting zijn onderstaande stedenbouwkundige uitgangspunten van belang. Hierbij wordt verder zoveel mogelijk aangesloten bij de beleidsregels 'Strandpaviljoens' .

Voor het project geldt dat: maatvoering gebouw is maximaal 350 m2 ; maatvoering terras en serre is maximaal 350 m2 ; maatvoering voor kwaliteitsverbetering is maximaal 300 m2 ; Het gebouw dient binnen het bouwvlak/situering conform de in figuur 2.7 opgenomen situatietekening gebouwd te worden ter plaatse van 'voorstel positie nieuw te bouwen in jaarrond paviljoen'; Het gebouw dient te voldoen aan de voorwaarden van de Rijkswaterstaat zoals is opgenomen in bijlage 6.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

20

Figuur 2.7

Situering nieuw strandpaviljoen

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

21

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Relevant voor het voorliggende plan is dat het tot stand brengen van de Ecologische Hoofdstructuur (huidig Natuur Netwerk Nederland) als opgave van nationaal belang is benoemd. Het voorliggende plan ligt in deze EHS en zal daarom enige invloed kunnen hebben op de EHS. Daarom is onderzoek verricht naar de effecten van het bouwplan op de ecologische kwaliteiten. Paragraaf 4.1 gaat hier nader op in. Als gevolg van de uitbreiding van het paviljoen in oppervlak gaat een gering oppervlak natuurgebied verloren dat behoort tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur. Het oppervlakverlies is zeer beperkt. In het gebied komen geen wezenlijke natuurwaarden voor.

Er is derhalve geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken van het gebied, waarvan het karakter al jaren door de aanwezigheid van een paviljoen wordt bepaald. Het is daarom niet nodig te komen tot compensatie voor het oppervlakverlies. Het onderhavige project maakt daarnaast geen inbreuk op de overige nationale belangen, zoals in de SVIR benoemd. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Voor het project is het onderstaande beleid relevant. Waddenzee en waddengebied Bij nieuwe ruimtelijke plannen die betrekking hebben op de Waddenzee en het Waddengebied moet een beoordeling plaatsvinden van de mogelijke gevolgen voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Nieuwe bebouwing of verandering van het gebruik is niet toegestaan als dit leidt tot significante aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten waarden in het gebied. Deze staan genoemd in artikel 2.5.2 van het Barro.

In artikel 2.5.5 staat dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de Waddenzee ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk maakt die significante negatieve gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

22

In artikel 2.5.12 lid 1 staat dat een plan dat betrekking heeft op het waddengebied, dat het oprichten van nieuwe bebouwing, buiten het stedelijk gebied, mogelijk maakt indien de maximaal toelaatbare bouwhoogten alsmede de aard of de functie van nieuwe bebouwing past bij de aard van het omringende landschap. Met dit project is geen sprake van een ontwikkeling die significante negatieve gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten.De hoofddoelstelling van het nationale belang ‘Waddenzee en waddengebied’ is het behoud en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden van dit gebied. Ook is het behoud van het waddengebied als open landschap van belang. Met de realisatie van het strandpaviljoen wordt geen afbreuk gedaan aan de natuurlijke waarden. Het open landschap wordt, gezien de kleinschalige ontwikkeling en de ligging nabij de duinrand, niet aangetast. Hoofdstuk 2 en paragraaf 4.8 Cultuurhistorie en 4.7 Archeologie gaan hier nader op in. Aan artikel 2.5.2, 2.5.5 en 2.512 wordt derhalve voldaan. Kustfundament Het strandpaviljoen wordt gebouwd in het kustfundament, buiten stedelijk gebied. In artikel 2.3.5 staat dat: een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten het stedelijk gebied maakt ten opzichte van het daaraan voorafgaande geldende bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing mogelijk. De regeling is niet van toepassing op: a.

bouwwerken ten behoeve van tijdelijke of seizoensgebonden activiteiten; b. herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk waarbij een eenmalige uitbreiding van het grondoppervlak met ten hoogste tien procent is toegestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. Met dit project wordt op een bestaande plek (er staat reeds een niet-permanent strandpaviljoen) een nieuw demontabel strandpaviljoen gebouwd. Dit betreft in principe een permanent bouwwerk en is derhalve niet tijdelijk of seizoensgebonden. Aan lid a wordt niet voldaan. Ook is geen sprake van herbouw of verbouw van een bestaand bouwwerk. Dit strandpaviljoen wordt qua oppervlakte procent groter als de huidige bebouwing (de huidige bebouwing heeft een oppervlakte van circa 700 m2 ). De uitbreiding van de bebouwing is daarmee groter dan 10%. Hiermee wordt niet aan de regels uit dit artikel voldaan. In Artikel 2.3.6 van het Barro wordt echter nog het volgende aangegeven: 'Bij verordening van de provincie Fryslân kunnen met inachtneming van artikel 2.3.4 en titel 2.5 voor de Friese Waddeneilanden andere regels worden gesteld ter zake van de onderwerpen geregeld in artikel 2.3.5, eerste lid'. De provincie Fryslân heeft nadere regels opgesteld. Paragraaf 3.2 gaat hier nader op in. In die paragraaf is onderbouwd dat voldaan wordt aan de van toepassing zijnde regels.

Natura-2000 Bescherming van natuurgebieden waarover internationale afspraken zijn gemaakt, ziet het rijk als haar taak. Bescherming van de Natura 2000-gebieden op en rond Terschelling is geregeld via de Wet natuurbescherming. Voor plannen en projecten die significant negatieve gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, moet een passende beoordeling worden uitgevoerd. Een nadere toetsing van de Natura 2000-gebieden vindt plaats in paragraaf 4.1. Natuur Netwerk Nederland In het Barro heeft Titel 2.10 betrekking op het beleid ten aanzien van het Natuur Netwerk Nederland. Begrenzing en uitwerking van specifiek beleid voor de NNN is een provinciale taak. Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

23

Conclusie Het project is in overeenstemming met het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Verordening Romte In de Verordening Romte van de provincie Fryslân zijn specifieke beleidsregels opgenomen om het beleid uit het Streekplan Om de Kwaliteit van de Romte te effectueren. Onderstaand worden een aantal beleidsuitgangspunten uit de Verordening Romte genoemd die (deels) van toepassing zijn op de locatie. Landelijk gebied (artikel 1) In artikel 1 van de verordening is bepaald dat in het landelijk gebied in principe geen nieuwe stedelijke functies worden toegevoegd. In dit geval is slechts sprake van het vervangen van een bestaand paviljoen voor een nieuw jaarrond paviljoen. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke functie. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 2) De toelichting van een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied moet een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf bevatten waarin wordt aangegeven op welke manier rekening wordt gehouden met de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen in het landschap. Nieuwe functies mogen niet leiden tot een aantasting van de landschappelijke kernkwaliteiten. Door middel van een landschappelijke inpassing blijft de ruimtelijke kwaliteit gehandhaafd in het gebied. De landschappelijke inpassing is onder andere opgesteld volgens de uitgangspunten en gebiedskenmerken van Grutsk op de Romte. Hoofdstuk 2 gaat hier nader op in.

Geconstateerd wordt dat het initiatief niet ten koste gaat van de landschappelijke kernkwaliteiten van het landschap. Recreatie en toerisme (artikel 5) Artikel 5 gaat over recreatie en toerisme. De regels voor de Waddeneilanden staan in artikel 5.7.2. In de toelichting op een ruimtelijk plan waarin een nieuwe of een uitbreiding van een bestaande recreatieve voorziening op of bij een Waddeneiland is opgenomen, wordt onderbouwd op welke wijze is gezorgd voor stabilisatie van de totale recreatiedruk per eiland en rekening is gehouden met de landschappelijke en natuurlijke waarden. De ontwikkeling betreft het mogelijk maken van een jaarronde aanwezige strandpaviljoen. Hiermee wordt de markt op Terschelling dient waarbij sprake is van een seizoensverbreding. De ontwikkeling heeft hier niet tot gevolg dat de recreatiedruk ter plaatse in betekende mate toeneemt. De landschappelijke inpassing is onder andere opgesteld volgens de uitgangspunten en gebiedskenmerken van Grutsk op de Romte. Hoofdstuk 2 gaat hier nader op in. Geconstateerd wordt dat het initiatief niet ten koste gaat van de landschappelijke kernkwaliteiten van het landschap. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Weidevogelgebieden (artikel 7) Plannen die betrekking hebben op de NNN en Weidevogelgebieden, mogen niet leiden tot een significante aantasting van de waarden en kenmerken van een gebied.

Er worden dan mitigerende en compenserende maatregelen verlangd. Het plangebied valt binnen NNN maar niet binnen een weidevogelleefgebied. Voor het project is een ecologische beoordeling uitgevoerd. Paragraaf 4.1 gaat hier nader op in. Kustverdediging (artikel 8) Artikel 8.3.1 geeft regels over het bouwen binnen het kustfundament van de Waddeneilanden. 1.

Ter zake van de herbouw en verbouw van een bestaand bouwwerk in het kustfundament, al dan niet gepaard gaande met een uitbreiding van het grondoppervlak, geldt dat bouw- en

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

24

2.

gebruiksmogelijkheden die bij recht of ontheffingsbevoegdheid zijn opgenomen in een ruimtelijk plan dat voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening in werking is getreden en onherroepelijk is, mogen worden benut met dien verstande dat een uitbreiding van het bestaande grondoppervlak met ten hoogste 10% in ieder geval is toegestaan; In afwijking van het eerste lid mogen in een ruimtelijk plan voor gronden die in het kustfundament liggen nieuwe en uitbreiding van bestaande bebouwing met meer dan 10% worden toegestaan, mits in de plantoelichting is gemotiveerd dat hierdoor geen belemmering kan ontstaan voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament, hierover advies is gevraagd aan de waterkeringbeheerder en de overige bepalingen van deze verordening voor het oprichten van bebouwing in acht worden genomen.

Met dit project wordt op een bestaande plek (er staat reeds een niet-permanent strandpaviljoen) een nieuw demontabel strandpaviljoen gebouwd. Dit strandpaviljoen wordt qua oppervlakte circa 70 procent groter als de huidige bebouwing (de huidige bebouwing heeft een oppervlakte van circa 384 m2 ). De uitbreiding van de bebouwing is daarmee groter dan 10%. Hiermee wordt niet aan de regels uit dit artikel voldaan. Gemotiveerd moet worden dat daarmee geen belemmering kan ontstaan voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament, hierover wordt advies gevraagd aan de waterkeringbeheerder en de overige bepalingen van deze verordening voor het oprichten van bebouwing in acht worden genomen. Een projectdefinitie is weergeven in paragraaf 2.4. Het gaat om een gebouw van maximaal 650 m2 en een maatvoering van het terras en serre is maximaal 350 m2 . De huidige oppervlakte van het strandpaviljoen is 384 m2 en het terras is 270 m2 . Er is derhalve sprake van een toename van respectievelijk 226 m2 en 80 m2 . Met dit project is sprake van een demontabel gebouw. Het gebouw komt op een plek waar al een strandpaviljoen staat. Verder dient het gebouw te voldoen aan de voorwaarden die Rijkswaterstaat stelt in verband met het verlenen van de benodigde vergunning in het kader van het Waterbesluit, de Waterregeling en de Waterwet.

Door de positionering van het gebouw buiten de duinvoet te laten, het gebouw demontabel te maken zodat het ten alle tijden verplaatst kan worden, het gebouw het eventuele onderhoud van de duin niet in de weg staat en doordat het gebouw op palen wordt gezet en het zand daardoor onder het paviljoen kan worden aangevuld wordt het kustfundament niet geschaad. Met het voorgenomen plan ontstaan dan ook geen belemmeringen voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament. Het project wordt overlegd met de waterkeringbeheerder en het voldoet verder aan de overige bepalingen van de provinciale verordening. Structuurvisie Grutsk op e Romte De provincie zet in op het in stand houden en verder ontwikkelen van de belangrijke landschappelijke kwaliteiten en waarden in de provincie. Hiervoor heeft de provincie op 26 maart 2014 de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' vastgesteld. Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied 'Waddengebied'. Voor dit gebied zijn aan aantal kernkwaliteiten (ofwel: provinciale belangen) aangewezen. Het gaat dan om landschappelijke kwaliteiten en kenmerken. Van relevant provinciaal belang is de grootschalige openheid en weidsheid of leegte van de open landschapstypen.

Van belang is om de openheid, weidsheid of leegte van de afzonderlijke landschapstypen te behouden en versterken door bijvoorbeeld niet passend groen of bouwwerken te verwijderen of verplaatsen. De inrichting van het terrein is ontworpen met respect voor de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kenmerken van de omgeving. Paragraaf 2.3 gaat nader in op de ruimtelijke kwaliteit en de inpassing van de ontwikkeling in het landschap.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

25

Conclusie Het project is in overeenstemming met het Provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Toeristische Toekomstvisie Terschelling In januari 2007 is de Toeristische Toekomstvisie Terschelling door de raad vastgesteld. In deze visie is de toeristisch-recreatieve koers tot 2016 weergeven in de vorm van beleidsdoelstellingen en actiepunten. Actuele ontwikkelingen doen zich voor in een aantal toeristische sectoren. De gemeente merkt het zakelijk toerisme als kansrijke sector aan en in het dagtoerisme wordt een belangrijke groeimarkt gezien. Voor agrotoerisme is de blijvende aanwezigheid van agrarische bedrijvigheid een voorwaarde en ten aanzien van het betrekkelijk nieuwe fenomeen van zorgtoerisme neemt de gemeente een positief standpunt in. Ontwikkeling en versterking van cultuurtoerisme leidt tot behoud van het cultureel erfgoed in het bijzonder en een vergroting van het draagvlak voor de cultuurhistorie in het algemeen. Daarnaast versterkt cultuurtoerisme de uitstraling van de Terschellinger identiteit. Zo levert cultuurtoerisme een bijdrage aan de, met het oog op de jaarrondexploitatie gewenste, seizoensverbreding. Voor het strand is de volgende visie geformuleerd: “Wij beschouwen het strand als trekker van ons toeristische product. In deze visie willen wij ons aansluiten bij het beleid zoals in de strandnotitie is vastgelegd.

Het algemene uitgangspunt bij dit beleid is dat alle recreatieve en commerciële activiteiten op het strand ondergeschikt zijn aan de op het strand geldende natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden. Het 'ouderwetse' strandvermaak nabij de strandovergangen geniet de grootst mogelijke bescherming. Er is veel ruimte op het strand, dit laat onverlet dat het wenselijk is die ruimte te gaan indelen, zoneren en af te palen. Dit om ongewenste vermenging van activiteiten tegen te gaan. Het beleid van de gemeente is er op gericht om alle strandpaviljoens permanent te laten staan. Beleidsregel “Strandpaviljoens” Het beleid van de gemeente is om alle strandpaviljoens permanent te laten staan. Voor vergunningsaanvragen voor uitbreidingen van strandpaviljoens heeft de gemeente de beleidsregel 'Strandpaviljoen' vastgesteld in 2015. Hierin is vastgelegd dat een strandpaviljoen een uitbreiding van een strandpaviljoen tot maximaal 1.000 m2 mag hebben, waarbij geldt: maatvoering gebouw is maximaal 350 m2; maatvoering terras en serre is maximaal 350 m2; maatvoering voor kwaliteitsverbetering is maximaal 300 m2 . In het licht van de motie van de raad wordt onder kwaliteitsverbetering van de bedrijfsvoering onder meer verstaan: de verbetering van voorzieningen voor het personeel; het vergroten van de opslagruimtes zodat minder transport van goederen hoeft plaats te vinden.

De uiteindelijk bouwaanvraag voldoet aan de maatvoeringen zoals opgenomen in de beleidsregel 'Strandpaviljoen'. Zie hiervoor ook paragraaf 2.4. Welstandsnota In de gemeentelijke Welstandsnota (mei 2008) wordt aan nagenoeg elk deelgebied binnen de gemeente op basis van stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische samenhang een bepaalde kwaliteit toebedeeld, waaraan vervolgens gebiedsgerichte welstandscriteria zijn gekoppeld. Het projectgebied valt in "Deelgebied 1 Natuurgebieden en strandovergangen" van de Welstandsnota.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

26

In deze deelgebieden dienen bouwplannen in overeenstemming te zijn met de beleidsintentie van het deelgebied. Voor het deelgebied 1 betekent dit dat de verschillende soorten bebouwing in harmonie met de omgeving stand gehouden dienen te worden. Voor standpaviljoens geldt dat deze uit één bouwlaag mogen bestaan, met een kap met een gering helling. Het aanzicht bestaat uit de toepassing van veel glas en houten delen in lichte kleuren. Welstandscriteria Bij incidentele verbouwing en verandering en beperkte vervanging van gebouwen in de natuurgebieden en bij de strandovergangen op Terschelling gelden de volgende welstandscriteria: Algemeen een bouwplan dient in overeenstemming te zijn met de beleidsintentie Ruimte en plaatsing er komen verspreid en incidenteel gebouwen voor; beheersgebouwen en schuren zijn verspreid in het natuurgebied; strandpaviljoens zijn gebouwd op het strand of op palen. Hoofdvorm beheersgebouwen en schuren hebben een op de noodzakelijke functie afgestemde hoofdvorm en maatvoering; strandpaviljoens bestaan uit één bouwlaag, met een flauw hellende kap; hotels hebben meerdere bouwlagen. Zowel de toepassing van een kap als een platte afdekking komt voor. Aanzichten en opmaak de beheersgebouwen, schuren en strandpaviljoens zijn overwegend opgetrokken uit hout; De strandpaviljoens met toepassing van veel glas. houten delen in lichte tinten.

Dakbedekking is gedekt donker; hotelcomplexen hebben qua materiaal- en kleurgebruik een gevarieerd karakter. Functionele gevelindeling. Lichte tinten. Het uiteindelijk bouwplan wordt getoetst aan de welstandscriteria. Deze vindt plaats ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen'. Conclusie Het project is in overeenstemming met het Provinciaal beleid.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

27

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

Voor het project is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de milieuaspecten en op andere sectorale regelgeving.

4.1

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Uitgangspunt is dat met beide geen strijdigheid ontstaat. Om dit aan te tonen is een natuurtoets uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 3. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt nabij twee Natura 2000-gebieden, namelijk de Noordzeekust en Duinen Terschelling. Natura2000-gebied Waddenzee valt volledig buiten het plangebied, en ligt op ongeveer 2500 meter afstand van het plangebied. Op basis van de grote afstand tot dit Natura2000- gebied zijn effecten van de uitvoering van het plan op de instandhoudingsdoelen ervan uitgesloten. Een nadere analyse van de effecten is derhalve alleen nodig met betrekking tot Natura2000-gebied Duinen Terschelling en Noordzeekust. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Habitattypen van Natura2000- gebied Noordzeekustzone.

De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Noordzeekustzone. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Habitattypen van Natura2000- gebied Duinen Terschelling. Habitatrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Duinen Terschelling komen niet voor. De uitvoering van het plan leidt niet tot significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijn-soorten van Natura2000-gebied Duinen Terschelling. De bouw van het uitgebreide paviljoen op de locatie, alsmede de uitbreiding en de jaarrond openstelling van het gebouw, hebben geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van beide Natura2000- gebieden tot gevolg en is derhalve niet in strijd met de Wet natuurbescherming. De aanvraag van een vergunning bij de provincie Fryslân is niet nodig. Het is evenmin nodig ten behoeve van het plan een Passende beoordeling op te stellen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

28

Daarnaast worden de bouwwerkzaamheden uitgevoerd in een periode dat verstoringsgevoelige soorten minimaal/incidenteel aanwezig zijn. Voor een nadere beschrijving hiervan wordt verwezen naar de natuurtoets. De bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk van aard en er blijft voldoende onverstoord gebied beschikbaar, zodat dat significant negatieve effecten als gevolg van verstoring eveneens worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied maakt deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Door de bouw van het paviljoen gaat een gering oppervlak van het Netwerk verloren. In beginsel is dit strijdig met de doelstelling van het Netwerk. Het is daarom nodig te komen tot compensatie van het verlies aan natuur. Deze compensatie wordt deels gerealiseerd doordat de locatie van het bestaande paviljoen aan de natuur wordt teruggegeven. De nieuwe locatie is echter in oppervlak groter dan de oude. Dit heeft tot gevolg dat een klein oppervlak definitief voor de het Netwerk verloren gaat. Maatregelen zijn alleen nodig als de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant worden aangetast. De uitbreiding is in oppervlak zeer gering, en betreft direct aan het bestaande paviljoen grenzend gebied waarvan de wezenlijke kenmerken door de aanwezigheid van het paviljoen worden bepaald.

Bovendien komen geen bijzondere natuurwaarden voor. Er is dus geen sprake van een significante aantasting van wezenlijke kenmerken. De conclusie wordt dan ook getrokken dat compensatie of mitigatie in het kader van het Natuurnetwerk niet nodig is. Stikstof Ten behoeve van het project is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel tijdens de aanlegfase. De berekening inclusief memo zijn als bijlage 4 en 5 toegevoegd. Uit de resultaten blijkt dat er voor de bouw- en aanlegfase wel effecten zijn groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De hoogste berekende waarde vanwege de bouw- en aanlegfase bedraagt 0,03 mol/ha/jaar. Op de website van Bij12 staat hierover het volgende: “In de aanlegfase van een project wordt materieel ingezet dat slechts tijdelijk stikstofemissie veroorzaakt. In een voortoets kan onderbouwd worden dat kleine, tijdelijke deposities van tijdelijke bronnen binnen het project op zichzelf en in cumulatie, op voorhand niet kunnen leiden tot significant negatieve effecten. Hierbij kan als uitgangspunt worden gehanteerd dat een project met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan) in beginsel niet vergunningplichtig is voor het aspect stikstofdepositie.

In beginsel geldt deze lijn voor alle vormen van tijdelijke emissies in de aanlegfase, in de praktijk zal dit met name mobiele werktuigen en de aan-/afvoer van materiaal en materieel betreffen. Indien de stikstofdepositie in de aanlegfase groter is dan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar of er is sprake van een depositiebijdrage in de gebruiksfase op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied, dan kan wel sprake zijn van een vergunningplicht op het gebied van stikstof.” Omdat in de aanlegfase voor de worst-case situatie met aanleg- en bouwfase in één jaar de depositie niet hoger is dan 0,05 mol/ha/jaar, kan bij deze beoordelingsrichtlijn worden aangesloten. Omdat er sprake is van een stikstofdepositie die niet hoger is dan de geldende drempelwaarden, kunnen negatieve effecten in de vorm van verzuring en vermesting worden uitgesloten. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Soortenbescherming Met betrekking tot de soortenbescherming in de Wet natuurbescherming is geconcludeerd dat de bouw van het paviljoen, de aanwezigheid van het gebouw en de exploitatie in de winter geen negatieve effecten heeft op de populatie van door de beschermde soorten. Daarbij worden enkele mitigerende maatregelen voorgesteld om negatieve effecten op de populatie van de Zandhagedis in de Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

29

zeereepduinen te kunnen uitsluiten. Het gaat daarbij met name om de maatregel de bouw van het paviljoen te realiseren in de periode van 1 september tot 1 april, de periode waarin de Zandhagedis niet actief is. Daarnaast wordt geadviseerd ten behoeve van de Zandhagedis tijdens de bouw gebruik te maken van de reguliere strandovergang en betreding of berijden van de zeereep te voorkomen. Doordat de initiatiefnemer de voorgestelde maatregelen zal nakomen, wordt voldoende rekening gehouden met het beginsel van zorgvuldig handelen, en is geen sprake van strijdigheid met de wet. De aanvraag van een vergunning is niet nodig. Effecten op overige beschermde soorten zijn uitgesloten. In het kader van de zorgplicht worden geen extra maatregelen voorgesteld.

4.2

Milieuzonering

Onder andere vanuit milieuhygiënisch oogpunt, vergt bedrijvigheid een goede afstemming met andere, in de omgeving aanwezige functies. Nieuwe ontwikkelingen moeten worden getoetst op hun invloed op de in het plangebied aanwezige bedrijvigheid. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de richtlijnen uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is het strandpaviljoen aan te duiden als kleinschalige horeca. Gezien het karakter van het geheel aan activiteiten zal een maximale richtafstand van 30 meter (voor de aspecten geluid en geur) beschouwd kunnen worden. Binnen deze richtafstanden bevinden zich geen milieugevoelige functies. Er wordt dan ook ruimschoots aan de genoemde richtafstanden voldaan. Daarnaast betreft het strandpaviljoen geen milieugevoelige functie die beschermd dient te worden tegen milieuhinder vanuit omliggende bedrijven of instellingen. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmeringen voor de in dit project besloten ontwikkeling. De dichtstbijzijnde functie in de omgeving is strandhotel Terschelling. De afstand tot deze functie bedraagt ruim 125 meter. Het bedrijf wordt in milieukundig opzicht niet belemmerd door de realisatie van het strandpaviljoen. Er zijn met betrekking tot het aspect milieuzonering geen belemmeringen voor dit project.

4.3

Verkeer en parkeren

Er wordt geen nieuwe parkeergelegenheid gecreëerd omdat dit ruimschoots aanwezig is in de directe omgeving; nabij de strandopgang is een groot parkeerterrein gesitueerd. De bestaande ontsluiting is ontworpen voor het verwerken van veel verkeer, ten behoeve van het strandbezoek. Het strandpaviljoen is alleen bereikbaar per voet of fiets. Het gemotoriseerde verkeer is enkel bestemmingsverkeer, dat bestaat uit auto’s van personeel en een kleine vrachtauto voor de bevoorrading. De bevoorrading vindt plaats achter het strandpaviljoen. Door de goede ontsluiting die is gebaseerd op een goede bereikbaarheid van het strand, is geen sprake van een verslechtering van de bereikbaarheid.

4.4

Geluid

Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

30

Toetsing Het bouwplan betreft geen nieuwe geluidsgevoelige functie of een functie die tot toename van geluidhinder leidt. Het is daarom niet noodzakelijk om de ontwikkeling te toetsen aan de Wgh.

4.5

Bodem

Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het projectgebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het projectgebied voor de gewenste functie. Omdat de locatie een verblijfsgebied voor mensen gaat vormen, is het noodzakelijk inzicht te hebben in de gesteldheid van de bodem. Aangezien onderhavig bouwplan ter vervanging dient van een bestaand horecabedrijfsgebouw hoeft geen (verkennend) bodemonderzoek te worden verricht.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Toetsing Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Het projectgebied ligt in een landelijke omgeving waar sprake is van een goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Doordat onderhavig plan uitsluitend betrekking heeft op de bouw van een strandpaviljoen ter vervanging van een bestaand paviljoen zal er geen toename zijn van activiteiten welke de luchtkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden. De ontwikkeling veroorzaakt geen overschrijding van de normen voor de luchtkwaliteit.

4.7

Archeologie

Toetsingskader Met betrekking tot dit aspect is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet van toepassing. De Omgevingswet (nog niet van kracht) vervangt de Monumentenwet voor het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Tot het van kracht worden van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. Hier blijven ze ongewijzigd van toepassing, zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

31

Toetsing Voor het projectgebied is geen dubbelbestemming opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is er volgens de FAMKE geen onderzoek noodzakelijk ten aanzien van de periode steentijd bronstijd en de periode ijzertijd - middeleeuwen. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.8

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Het bestaande strandpaviljoen maakt deel uit van de historische ontwikkeling van het eiland Terschelling als badplaats. Ter plaatse heeft sinds de begin jaren '20/'30 reeds een standpaviljoen gestaan. Gedurende de 2e wereld oorlog is het strandpaviljoen op last van de bezetter afgebroken en vanaf de jaren '60 zijn de verschillende strandpaviljoens, waaronder het huidige strandpaviljoen, op het strand van Terschelling weer terug gekomen. Voorgaande tekst komt uit het Inventarisatierapport Friese Badcultuur .TOEN (juni 2017). De locatie van het strandpaviljoen maakt derhalve deel uit van de historische ontwikkeling van het eiland Terschelling als badplaats en leent zich vanuit cultuurhistorisch oogpunt daarom uitstekend uit voor een permanente strandpaviljoen.

Aardkundig waardevolle gebieden, bodembeschermingsgebieden Dit zijn de gebieden waar de bodem een bijzondere waarde vertegenwoordigt. Het betreft cultuurhistorisch interessante bodembeschermingsgebieden uit het Streekplan Fryslân 2007. De gebieden die zijn abiotisch waardevol of antropogeen waardevol voor zover door de bodem bepaald. De abiotisch categorie omvat waardevolle, geologische, geomorfologische of bodemkundige landschapselementen. De antropogene categorie omvat artefacten van de vroegere mens, die bestaan uit archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren. Deze gebieden zijn met een nummer op de kaart aangegeven. Het projectgebied maakt deel uit van nummer 20 'Waddeneilanden'. De eilanden bestaan uit zeer veel gave en karakteristieke duinvormen waarin sedimentatie en erosieprocessen nog steeds plaats vinden, grote strandvlakten en kwelders met de kenmerkende kreken. Met de komst van het strandpaviljoen op palen wordt geen afbreuk gedaan aan de eigenschappen van de 'Waddeneilanden'.

4.9

Water

Toetsingskader Van groot belang in de ruimtelijke ordeningspraktijk is de vroegtijdige afstemming met het betreffende waterschap. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Doorgaans wordt hiervoor de wettelijk verplichte 'watertoets' doorlopen, als procesinstrument waarmee wordt gewaarborgd dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Toetsing

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

32

Het voornemen is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (kenmerk: 20210119-2-25318. Hieruit is naar voren gekomen dat het voornemen beperkte invloed heeft op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. De uitkomst is daarom dat de korte procedure moet worden gevolgd (zie bijlage 7). In het advies staan de maatregelen die Wetterskip Fryslân adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Bij de uitvoering van de plannen wordt hier rekening mee gehouden. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Voor de compensatie van toename verhard oppervlak is onderstaande tabel van toepassing. Gebied Boezem Polder Vrij afstromend

Stedelijk (>200 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Landelijk (>1.500 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Met de bouw van het strandpaviljoen is sprake van een toename verharding van minder dan 1.500 m². In de keur van Wetterskip Fryslân is opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Omdat de verharding met minder dan 1.500 m2 toeneemt zijn compenserende maatregelen niet nodig. Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de uitwerking van de plannen wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Het bouwplan voldoet in ieder geval aan de voorwaarden die Rijkswaterstaat stelt om eventuele gevolgen voor het kustfundament te voorkomen.

Het bouwplan leidt er dan ook niet toe dat er mogelijk overstromingen ontstaan. 4.9.1 Waterstaatswerk Noordzee Beschermingszone van de primaire waterkering beschermingszone van de primaire waterkering Voor het gebruik maken van een waterstaatswerk (een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of kunstwerk zoals een sluis) kan een watervergunning vereist zijn. Voor de waterstaatswerken in beheer bij het Rijk is dat geregeld in het Waterbesluit en de Waterregeling. Het projectgebied ligt in het beheergebied van het Rijk. In artikel 6.5 lid c van de Waterwet staat dat het verboden is zonder daartoe strekkende vergunning gebruik te maken van een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werkzaamheden te verrichten, werken te maken of te Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

33

behouden, dan wel vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen. In dit geval is sprake van de bouw van een permanent strandpaviljoen. Derhalve is een watervergunning vereist.

4.10

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6 -contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Fryslân bekeken. Hieruit blijkt dat in en in de directe omgeving van het projectgebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Deze worden in het projectgebied ook niet mogelijk gemaakt. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan daarom geen belemmeringen en uitgangspunten voor het plan.

4.11

Kabels en leidingen

Toetsingskader In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het projectgebied is geen sprake van kabels en leidingen waar planologisch rekening mee gehouden moeten worden. Daarom zijn geen verdere maatregelen noodzakelijk en vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor dit project. Wel dient ten aanzien van de aansluiting van het strandpaviljoen rekening gehouden te worden met het verleggen van de bestaande kabels en leidingen naar het nieuwe standpaviljoen. Dit in verband met de aansluiting op bijvoorbeeld het riool en elektriciteitnet. De initiatiefnemer is op dit moment aan het uitzoeken op welke wijze de kabels en leidingen worden aangesloten. De exacte uitvoering hiervan wordt ten tijde van de omgevingsvergunningaanvraag voor 'bouwen' en 'watervergunning' aangetoond.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201949

34

4.12

Vorm vrije mer-beoordeling

In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. Op basis van jurisprudentie moet in dat kader worden afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, bijvoorbeeld door cumulatie met andere projecten. Dit is een vormvrije mer-beoordeling. In bijlagen D van het Besluit m.e.r. (D11) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject genoemd. Als drempelwaarden gelden een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 200.000 m2. Dit project maakt de uitbreiding van een stedelijke functie mogelijk en kan daarmee worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Echter, het is geen 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=a0042133-53dc-4fb8-8238-cf8891b12575