8.c Coördinatieregeling Wro (artikel 3.30 Wro e.v.).pdf
Tekst van het document
Bijlage 2: coördinatieregeling Wro (artikel 3.30 Wro e.v.) In het kort de uitgangspunten van artikel 3.30 e.v. Wet ruimtelijke ordening: •
Afdeling 3.6 Wro, wordt door Chw verplicht voorgeschreven voor gemeentelijke of regionale projecten van nationale betekenis (dit is in casu niet aan de orde); voor de rest facultatief
•
Wanneer mogelijk? Het moet noodzakelijk zijn ivm verwezenlijking gemeentelijk beleid (dit is al snel het geval en de rechter zal dit zeer terughoudend toetsen)
•
Wie besluit tot coördinatie? gemeenteraad ogv art. 3.30 Wro (specifieke gevallen of algemene categorieën)
•
Gecoördineerde voorbereiding door B & W ogv art. 3.31 Wro; alle besluiten met uov voorbereid; ook bestemmingsplan of projectafwijkingsbesluit kan meegaan in coördinatie
•
Alle besluiten wachten op besluit met “langste proceduretijd” (in casu het bestemmingsplan)
•
Geen inhoudelijke coördinatie, het blijven afzonderlijke besluiten
•
In beroepsfase wel gezamenlijk als één besluit aangemerkt (artikel 8.3 Wro); in eerste en enige aanleg voor beroep naar de Raad van State (omdat het bestemmingsplan erbij zit), maar wel elk besluit wordt getoetst aan verschillende beoordelingskaders (ABRvS 4 april 2012, nr. 201107810/1/A1)
•
De Raad van State dient binnen 6 maanden na ontvangst van het verweerschrift op het beroep te beslissen (artikel 8.2. lid 2 Wro)
•
Het is overigens niet verplicht om alles tegelijk te coördineren, dus mag gefaseerd (zie ABRvS 21 maart 2012, nr. 201007818/1/R3)
Uitgebreidere informatie: Doel De coördinatieregeling is een instrument om verschillende procedures die noodzakelijk zijn voor vergunningverlening gezamenlijk te doorlopen. Hieronder wordt met name ingegaan op de coördinatie in een bestemmingsplanproces en de projectomgevingsvergunning. Coördinatiebesluit In artikel 3.30 Wro is de mogelijkheid opgenomen om de voorbereiding en bekendmaking ter ondersteuning van ruimtelijk beleid van de gemeente gecoördineerd te behandelen. De
1
coördinatieregeling maakt het mogelijk dat diverse vergunningenprocedures gelijktijdig worden doorlopen. Zo kan bijv. de procedure voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen gelijktijdig meegenomen in de procedure voor een daartoe benodigde bestemmingsplanherziening. Andere vergunningen, zoals bijvoorbeeld een horecavergunning of kapvergunning kunnen ook meegenomen worden, maar dit hoeft niet. Voor aanvang van de procedure, om een aantal activiteiten gecoördineerd voor te bereiden en bekend te maken, dient de raad een besluit te hebben genomen waaruit blijkt dat hij daarmee instemt. Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is dat de raad een apart besluit neemt voor elk specifiek project apart. De andere is dat de raad bij verordening aangeeft in welke gevallen het wenselijk is om de coördinatieregeling toe te passen. Het coördinatiebesluit is niet zelfstandig appellabel. Procedure Na het coördinatiebesluit door de raad is de bestemmingsplanprocedure van toepassing op alle andere procedures die nodig zijn om de overige besluiten te kunnen nemen. Een punt van aandacht is dat een bestemmingsplan in werking treedt met ingang van de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Het bestemmingsplan treedt dan niet in werking voordat op dat verzoek is beslist (schorsing inwerkingtreding). De coördinatieregeling lijkt voorbij te gaan aan de vraag of voor de inwerkingtreding van het plan een omgevingsvergunning om bijv. te bouwen mag worden verstrekt. Gelet op het doel van de regeling lijkt het erop dat de omgevingsvergunning ook voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mag worden verstrekt en het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan gelijktijdig bekend mag worden gemaakt met het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Het is raadzaam om in ieder geval te wachten tot na de vaststelling van het bestemmingsplan in de raad. Beroep Tegen de besluiten die door middel van die gecoördineerde voorbereidingsprocedure tot stand zijn gekomen kan beroep ingesteld worden. Op basis van artikel 8.3 Wro is er één beroepsprocedure bij één instantie; de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2
De Raad van State dient binnen zes maanden na ontvangst van een verweerschrift op het beroep te beslissen in plaats van binnen de gebruikelijke 12 maanden (termijn van orde).
3