CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

7.c. Ruimtelijke onderbouwing dd 23-07-20.pdf

Raadsvergadering 10 februari 2021, gemeente TerschellingBij agendapunt: Aanleg/verplaatsing Mestplaat Lies 185.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Ligging projectgebied

1

1.3

Planologische regeling

2

1.4

Leeswijzer

3

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

4

Hoofdstuk 3

Beleidskader

8

3.1

Rijksbeleid

8

3.2

Provinciaal beleid

8

3.3

Gemeentelijk beleid

9

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

10

4.1

Ecologie

10

4.2

Milieuzonering/geurhinder

11

4.3

Verkeer en parkeren

11

4.4

Geluid

12

4.5

Bodem

12

4.6

Luchtkwaliteit

12

4.7

Archeologie

13

4.8

Cultuurhistorie

13

4.9

Water

13

4.10

Externe veiligheid

14

4.11

Kabels en leidingen

15

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

16

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

16

5.2

Economische uitvoerbaarheid

16

Hoofdstuk 6

Conclusie

17

Bijlagen ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1

Natuurbeschermingswet vergunning 2015

Bijlage 2

Watertoets

20200627

Hoofdstuk 1

1.1

blz 1

Inleiding

Aanleiding

Het agrarisch bedrijf aan Lies 18 te Lies wil de bestaande mestopslag voor droge mest op een milieutechnische wijze beter organiseren door het bouwen van een nieuwe mestopslagvoorziening in de vorm van een betonplaat met opstaande randen. Op het bedrijf worden zoogkoeien gehouden in een potstal. Twee keer per jaar wordt de droge mest uit de stal gehaald. Tot dusver wordt de droge mest opgeslagen op een weiland achter de boerderij dat aansluit op het perceel van Cup-compost. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan. De gemeente is voornemens medewerking te verlenen aan het project. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan dit door het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ter onderbouwing hiervan is een ruimtelijke motivering noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin en zal deel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied betreft het perceel Lies 18 te Lies. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Concept / 09-06-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 2

20200627

Figuur 1.1

1.3

Ligging projectgebied

Planologische regeling

Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Polder, vastgesteld op 24 november 2015 door de gemeenteraad van Terschelling. Het perceel heeft hierin de bestemming 'Agrarisch'. In figuur 2.1 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven, ter plaatse van het projectgebied. Het project is strijdig met het geldende bestemmingsplan omdat het opslaan van mest, hooi- en/of kuilbalen en/of overige landbouwproducten binnen het bouwperceel moet plaatsvinden. In dit geval is ter plaatse van de plek waar de mestopslag komt te liggen, geen sprake van een bouwperceel. In het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijking opgenomen om mest, hooi- en/of kuilbalen en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel toe te staan, mits 1. dit door een gebrek aan fysieke ruimte op het bouwperceel noodzakelijk is; 2. sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 3. deze omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor opslag ten behoeve van een als zodanig van een bouwperceel voorzien agrarisch bedrijf of ten behoeve van bedrijven in de bestemmingen 'Agrarisch - Paardenhouderij' of 'Sport - Manege';

Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

4.

blz 3

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijk en natuurlijke waarden, de archeologische en cultuurhistorische waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen. Deze binnenplanse afwijking ziet alleen op het gebruik van gronden voor mestopslag en niet op mestopslag waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van een bouwwerk. Omdat er in dit geval tevens sprake is van het realiseren van een bouwwerk en het dus niet alleen gebruik betreft, is ook een afwijking voor het bouwen buiten het bouwperceel noodzakelijk. In het bestemmingsplan is voor die bouwactiviteit geen binnenplanse afwijking opgenomen. Daarmee is de te realiseren mestopslag binnen de regels van het bestemmingsplan niet realiseerbaar. Om de mestopslag toch mogelijk te maken, is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld die de aanvraag om een omgevingsvergunning zal vergezellen om zodoende in afwijking van het bestemmingsplan de omgevingsvergunning voor de bouw van de mestopslag te kunnen verlenen.

Figuur 1.2

1.4

Uitsnede geldend bestemmingsplan

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 4

Hoofdstuk 2

20200627

Projectbeschrijving

Het agrarisch bedrijf aan Lies 18 te Lies wil de bestaande mestopslag voor droge mest op een milieutechnische wijze beter organiseren door het bouwen van een nieuwe mestopslagvoorziening in vorm van een betonplaat met opstaande randen. Figuur 2 geeft de huidige situatie weer. Figuur 3 geeft de nieuwe situatie weer. Hierin is tevens te zien dat het bedrijf al een bestaande, vergunde mestplaat heeft. Deze mestplaat ligt dicht op bestaande milieugevoelige functies en is daarom niet ideaal gelegen. Hier werd al enige tijd geen mest meer opgeslagen, maar het is nog wel steeds de vergunde situatie op grond waarvan de opslagplek op ieder moment weer in gebruik genomen zou kunnen worden. Met dit project wordt deze mestopslag verplaatst naar de beoogde situatie op veel grotere afstand van de milieugevoelige functies. Als de verplaatsing is gerealiseerd, kan deze uit de vergunde situatie worden gehaald. De 3 bestaande muren van de mestplaat zullen worden verwijderd. Onder de huidige mestplaat zit een kelder voor gier. Deze zal worden leeggehaald en schoongemaakt. De bestaande roostervloer (als dak van de kelder), zal worden verwijderd. Er komt een dichte betonvloer voor terug. De kelder zal daarna gebruikt worden voor de opslag van hemelwater. Het bedrijf haalt tweemaal per jaar de droge mest uit de potstal en verwerkt die meteen op het land als het weer dat toe laat.

Is het te nat, dan wordt de mest tijdelijk even opgeslagen tot het droog genoeg is om de mest uit te rijden. Die mest wordt dan buiten de potstal gelegd in afwachting van het uitrijden. Om dat nu milieuhygiënisch goed te doen, wil het agrarisch bedrijf aan de zuidzijde van het perceel, aan de overzijde van het pad, een kleine mestplaat aanleggen waarop de mest dan tijdelijk opgeslagen kan worden. Er vindt verder geen wijziging in de omvang of de werkzaamheden van het bedrijf plaats. De mestopslag krijgt een oppervlakte van 150 m2 (10 meter bij 15 meter). Een situatietekening van de nieuwe situatie is weergeven in figuur 3 en 4. In figuur 5 is een doorsnede opgenomen. Landschappelijke inpassing Van belang is dat de functies en bebouwing op een goede manier zijn ingepast bij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Het projectgebied bevindt zich in het open agrarisch polderlandschap. In de polder is het landschap open en weids. De agrarische bebouwing staat vrij in het landschap, maar wel vrijwel in alle gevallen tegen de zuidelijke dorpsranden of de zuidzijde van de Hoofdweg aan. Slechts her en der is sprake van enige beplanting. Deze komt voornamelijk langs de dorpsranden voor. De polder is daarnaast van groot belang voor weidevogels. De huidige situatie vindt plaats in aansluiting op het bestaande bouwperceel.

De gebouwen op het bouwperceel zijn open in het landschap gepositioneerd. Gelet op de bedrijven in de omgeving verdient het de aanbeveling om de open relatie van de gebouwen en daarmee ook bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met het landschap te behouden en niet in te passen in beplanting. Gezien de bouwhoogte van de mestopslag van één meter en de verdiepte ligging in de grond, zal er nauwelijks zicht zijn op de mestopslag. Daarnaast worden de huidige hooibalen in het projectgebied met dit project verwijderd. Deze hooibalen hebben een grotere impact op het open agrarisch landschap dan de toekomstige mestopslag. Aan het open agrarisch polderlandschap wordt met dit project geen afbreuk gedaan. Met het project blijft de kwaliteit van het gebied als weidevogelgebied ook behouden. Dergelijke gebieden dienen namelijk te voorzien in voldoende openheid en rust en het voorkomen van opgaande boombeplanting.

Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

Figuur 2

blz 5

Huidige situatie

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 6

Figuur 3

Rho Adviseurs B.V.

20200627

Situatietekening nieuwe situatie

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

blz 7

Figuur 4

Situatietekening nieuwe situatie

Figuur 5

Doorsnede mestopslag

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

20200627

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit project raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.

3.2

Provinciaal beleid

Verordening Romte Fryslân In de Verordening Romte Fryslân stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Hoofdstuk 2 van de verordening houdt regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Hierin is opgenomen dat in een ruimtelijke plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in hoofdstuk 2 van deze onderbouwing. Het voldoet hiermee aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van de verordening. Verder is in artikel 6.1.2 lid 1 aangegeven dat een grondgebonden agrarisch bedrijf met een bouwperceel van maximaal 1,5 hectare, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt dan 1,5 hectare, is toegestaan. De oppervlakte van het agrarische bedrijfsperceel blijft, met inbegrip van de mestopslag, in de nieuwe situatie kleiner dan 1,5 hectare, namelijk circa 1 hectare. Aan artikel 6.1.2 wordt voldaan. Het project is in overeenstemming met de Verordening Romte Fryslân.

Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

3.3

blz 9

Gemeentelijk beleid

Geldend bestemmingsplan Het bestemmingsplan Buitengebied Polder van de gemeente Terschelling vormt een uitvoeringskader voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. De gronden in het bestemmingsplan hebben een agrarische bestemming. Mestopslagen moeten binnen een bouwperceel opgeslagen worden. Er wordt echter de mogelijkheid geboden om onder voorwaarden mest (zonder gebruik van een bouwwerk) buiten het bouwperceel op te slaan. In dit geval wordt voor de mestopslag gebruik gemaakt van een bouwwerk. Een binnenplanse afwijking om buiten het bouwperceel te mogen bouwen ten behoeve van mestopslag ontbreekt. Om die reden is de omgevingsvergunning aangevraagd waarvan deze ruimtelijke onderbouwing deel uitmaakt om alsnog de mestopslag toe te laten. Daarvoor kunnen de voorwaarden uit de binnenplanse afwijking op het gebruik op overeenkomstige wijze worden toegepast. Hieronder vindt een toetsing van die voorwaarden plaats. Daarmee wordt aangesloten op de beleidsuitgangspunten uit het geldende bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een binneplanse afwijking opgenomen om mest, hooi- en/of kuilbalen en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel toe te staan, mits 1. dit door een gebrek aan fysieke ruimte op het bouwperceel noodzakelijk is; Aan de voorwaarde wordt voldaan.

Het agrarisch bedrijf, dat tegen de zuidrand van het dorp aan ligt, wordt uitgeoefend in combinatie met verblijfsrecreatie. In de bestaande situatie zijn de gronden binnen het bouwperceel vrijwel volledig benut. De bestaande, vergunde plek voor mestopslag ligt binnen dat bouwperceel, maar verhoudt zich op die plek slecht met de nabijgelegen milieugevoelige woonpercelen en met de verblijfsrecreatie op het bouwperceel zelf. Om die reden wordt in de bestaande situatie de droge mest ook al op het weiland achter de boerderij opgeslagen. Het is onwenselijk om verblijfsrecreatieve eenheden buiten het bouwperceel en verder de open polder in te plaatsen om ruimte te maken voor de mestopslag binnen het bouwperceel. Gezien de aanwezige recreatieve functie en de bestaande bebouwing op en aansluitend op het bouwperceel is hier onvoldoende ruimte beschikbaar voor de mestopslag en de daarvoor benodigde afstanden tot milieugevoelige functies. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het wenselijker dat de mestopslag verder van verblijfsfuncties en milieugevoelige functies wordt opgeslagen en dat daarmee het bestaande gebruik van het bouwperceel kan worden voortgezet. 2.

sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 2 is hiervoor een motivering gegeven. 3.

deze omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor opslag ten behoeve van een als zodanig van een bouwperceel voorzien agrarisch bedrijf of ten behoeve van bedrijven in de bestemmingen 'Agrarisch - Paardenhouderij' of 'Sport - Manege';

De opslag is bedoeld voor het aanwezige agrarische bedrijf aan Lies 18 te Lies. 4.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijk en natuurlijke waarden, de archeologische en cultuurhistorische waarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Hoofdstuk 4 gaat hier nader op in. Geconcludeerd is dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de genoemde aspecten.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

20200627

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

Voor het project is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de milieuaspecten en op andere sectorale regelgeving.

4.1

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied zijn de Duinen van Terschelling 475 meter ten noorden van het projectgebied. Voor de ontwikkeling moet worden beoordeeld of de ontwikkeling significante negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Directe effecten, zoals verstoring, verontreiniging, versnippering etc. zijn op deze afstand uit te sluiten. Indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen zijn ook niet aan de orde, omdat verkeer de natuurgebieden niet hoeft te kruisen om de projectlocatie te bereiken. Daarnaast wordt er in de huidige situatie ook al mest opgeslagen op de locatie. Het agrarisch bedrijf haalt tweemaal per jaar de droge mest uit de potstal en verwerkt die meteen op het land als het weer het toe laat.

Is het te nat, dan wordt de mest tijdelijk even opgeslagen tot het droog genoeg is om de mest uit te rijden. Die mest wordt dan buiten de potstal gelegd in afwachting van het uitrijden. Om dat nu milieuhygiënisch goed te doen, wil het bedrijf aan de zuidzijde van het perceel, aan de overzijde van het pad, een kleine mestplaat aanleggen waarop de mest dan tijdelijk opgeslagen kan worden. Er vindt verder geen wijziging in de omvang of de werkzaamheden van het bedrijf plaats. Van extra stikstofdepositie is geen sprake. Een berekening van de depositie is daarom niet noodzakelijk. Met het project is sprake van een activiteit die valt binnen de huidige bedrijfsactiviteiten en de huidige Nb vergunning (zie bijlage 1). Een en ander is gecommuniceerd met de provincie, als bevoegd gezag. Zij hebben zich geschaard achter deze redenering en hebben bevestigd dat een aanpassing van de vergunning niet nodig is. Ze hebben dat op de volgende wijze verwoord: ‘De insteek is om beweiden en bemesten vrij te stellen van vergunningplicht, maar dat is formeel nog niet geregeld. Als het dadelijk wel geregeld is, gaat het hier om een activiteit die al aanwezig is sinds de referentiedatum en onderdeel uit maakt van de bedrijfsactiviteit, en waarschijnlijk alleen maar in emissie is afgenomen, en nu dus nog verder afneemt.

Kort gezegd als bemesten wordt gelegaliseerd, zal dit vallen binnen de bestaande Nb vergunning en is er geen wijziging voor wat Wnb betreft.’

Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

blz 11

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het projectgebied maakt deel uit van de NNN. Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het projectgebied maakt deel uit van gronden waar in de huidige situatie al opslag van agrarische bedrijfsstoffen plaats vindt. De gronden hebben daarmee hun wezenlijke kenmerken en waarden verloren en hebben geen natuurlijke waarden meer. Met dit project wordt dit bestaande gebruik voorgezet, maar dan middels een mestopslag in de vorm van een betonplaat met opstaande randen. De wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN worden hiermee niet significant aangetast. Soortenbescherming Het projectgebied wordt in de huidige situatie al intensief gebruikt door het agrarisch bedrijf. De aanname is gerechtvaardigd dat de locatie daarom ongeschikt is als groeiplaats voor bijzondere en beschermde plantensoorten. Het vormt ook geen waardevol habitat voor beschermde dieren. Daarnaast worden geen werkzaamheden uitgevoerd in het water of aan de walkant, waardoor ter plaatse van deze gronden geen gevolgen voor natuurwaarden te verwachten zijn. Ook worden geen bomen gekapt en/of gebouwen gesloopt. Er worden dus geen potentiële vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten geschaad.

De ontwikkeling is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. Hiermee zal tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden.

4.2

Milieuzonering/geurhinder

Voor de activiteit 'Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen' gelden de vaste afstanden uit het Activiteitenbesluit. Voor het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen geldt een afstand van 100 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom . Aan de afstand wordt ruimschoots voldaan. De voorgenomen ontwikkeling wordt namelijk op een ruime afstand ten opzichte van het dichtstbijzijnde geurgevoelig object gebouwd. In de toekomstige situatie is geen sprake van geurhinder ter plaatse van geurgevoelige objecten. Er is sprake van een verantwoorde milieuzonering en een goede ruimtelijke ordening. Milieuzonering en geurhinder vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit project. Gesteld kan worden dat met dit project de milieusituatie verbetert, aangezien de bestaande, vergunde mestopslag verplaatst wordt naar een locatie die veel verder weg ligt ten opzichte van de nabijgelegen geurgevoelige objecten. Ook de verkeersbewegingen op het perceel zelf nemen daarmee af, wat eveneens gunstig is voor nabijgelegen milieugevoelige functies (zie 4.3.).

4.3

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling De ontwikkeling mag niet leiden tot knelpunten of tot onveilige situaties in de verkeersafwikkeling. Het projectgebied is direct ontsloten via een bestaande ontsluiting op de Kampweg. Deze heeft ruim voldoende capaciteit voor het af- en aanvoeren van de mest. De verkeerssituatie ter plaatse is overzichtelijk. Het betreft een secundaire weg die voornamelijk bestemd is voor landbouwverkeer en wordt dan ook voornamelijk gebruikt door landbouwvoertuigen en auto's. Ook op het agrarische perceel zelf wordt het aantal verkeersbewegingen verminderd. De deuren van de potstal liggen namelijk aan de zuidzijde van de stal en daarmee op zeer korte afstand van de nieuwe mestopslag. Parkeren Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

20200627

Het project brengt geen parkeervraag met zicht mee. Aan- en afvoerende voertuigen zullen zich slechts tijdelijk bij de voorziening ophouden. Van (langdurig) parkeren is geen sprake.

4.4

Geluid

Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Toetsing Het bouwplan betreft geen nieuwe geluidsgevoelige functie of een functie die tot toename van geluidhinder leidt. Het is daarom niet noodzakelijk om de ontwikkeling te toetsen aan de Wgh.

4.5

Bodem

Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het projectgebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het projectgebied voor de gewenste functie. In het activiteitenbesluit (artikel 3.65 lid 11) staat dat indien in de inrichting een bodembedreigende activiteit wordt verricht, een bodemonderzoek noodzakelijk is. Voor bepaalde inrichtingen, waaronder het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen, wordt een uitzondering gemaakt. Bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Het aspect bodemkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. Verder gaat van de mestopslag geen verontreinigende werking uit. De vloeistoffen worden namelijk opgevangen in een opslagvoorziening die voldoet aan de eisen voor mestdichtheid van BRL 2342.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Toetsing Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Het projectgebied ligt in een landelijke omgeving waar sprake is van een goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit plan stelt de bouw van een mestopslag voor. Het bedrijf blijft van zodanige omvang dat grote effecten op de luchtkwaliteit niet worden verwacht. De ontwikkeling veroorzaakt geen overschrijding van de normen voor de luchtkwaliteit. Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

4.7

blz 13

Archeologie

Toetsingskader Met betrekking tot dit aspect is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet van toepassing. De Omgevingswet (nog niet van kracht) vervangt de Monumentenwet voor het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Tot het van kracht worden van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. Hier blijven ze ongewijzigd van toepassing, zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Voor het projectgebied is geen dubbelbestemming opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is er volgens de FAMKE geen onderzoek noodzakelijk ten aanzien van de periode steentijd - bronstijd. Daarentegen geldt conform de FAMKE wel het advies 'karterend onderzoek 2', omdat er mogelijk archeologische resten uit de periode ijzertijd - middeleeuwen aanwezig zijn.

Echter daarbij geldt dat pas voor ingrepen met een minimale oppervlakte van 2.500 m² een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Met dit project wordt geen ingreep voorgesteld die de drempelwaarde van 2.500 m2 overschrijdt. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.8

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing In het projectgebied is volgens het CHK geen sprake van cultuurhistorische waarden waar rekening mee moet worden gehouden bij de uitvoering van dit project. In het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.9

Water

Toetsingskader Van groot belang in de ruimtelijke ordeningspraktijk is de vroegtijdige afstemming met het betreffende waterschap. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Doorgaans wordt hiervoor de wettelijk verplichte 'watertoets' doorlopen, als procesinstrument waarmee wordt gewaarborgd dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

20200627

Toetsing Het voornemen is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (kenmerk: 20200603-2-23437. Hieruit is naar voren gekomen dat het voornemen beperkte invloed heeft op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. De uitkomst is daarom dat de korte procedure moet worden gevolgd (zie bijlage 2). In het advies staan de maatregelen die Wetterskip Fryslân adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Bij de uitvoering van de plannen wordt hier rekening mee gehouden. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Voor de compensatie van toename verhard oppervlak is onderstaande tabel van toepassing. Gebied Boezem Polder Vrij afstromend

Stedelijk (>200 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Landelijk (>1.500 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Met de bouw van de mestopslag is sprake van een toename verharding van minder dan 1.500 m². In de keur van Wetterskip Fryslân is opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Omdat de verharding met minder dan 1.500 m2 toeneemt zijn compenserende maatregelen niet nodig. Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.

4.10

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

blz 15

Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 106 -contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing Een mestopslag is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van externe veiligheid, dan wel een object met een risico voor de leefomgeving. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Fryslân bekeken. Hieruit blijkt dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Deze worden in het projectgebied ook niet mogelijk gemaakt. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan daarom geen belemmeringen en uitgangspunten voor het plan.

4.11

Kabels en leidingen

Toetsingskader In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het projectgebied is geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden moeten worden. Daarom zijn geen verdere maatregelen noodzakelijk en vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor dit project.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

20200627

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Om deze reden wordt deze omgevingsvergunningsprocedure doorlopen. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. In dit plan is op basis van artikel 6.2.1 Bro geen sprake van een bouwplan. De grondexploitatieregeling is daarom niet van toepassing.

Rho Adviseurs B.V.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

20200627

Hoofdstuk 6

blz 17

Conclusie

Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ontwikkeling van een nieuwe mestopslagvoorziening in vorm van een betonplaat met opstaande randen wordt gerealiseerd. Afweging Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

Omgevingsvergunning Lies 18 te Lies (mestopslag) Status: Definitief / 23-07-2020

Rho Adviseurs B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=3db85219-e816-47bc-bb58-8f1b0cc48e19