6.m A.28 20230426 Memo aanvullende beschouwingen Investeringskrediet Havenplannen def.pdf
Tekst van het document
Memo Aan
:
Gemeenteraad
Datum
:
26 april 2023
Afzender
:
College van burgemeester en wethouders
Onderwerp
:
Bijlage(n)
:
Verdere toelichting op Voorstel investeringskrediet havenplannen -
Als verdere toelichting op het voorstel “Investeringskrediet havenplannen” dat vanavond door uw raad zal worden behandeld, zijn er nog enkele vragen gesteld. Van diverse raadsleden hebben wij de afgelopen dagen begrepen dat er vooral nog onduidelijkheden bestaan rond het feit dat in het benodigde investeringskrediet is uitgegaan van een oplossing door middel van een schuin talud in plaats van een traditionele damwand. Aanvullende antwoorden hier op: 1. Concreet is een taludconstructie met daarboven een steigerconstructie circa € 500.000 goedkoper (prijspeil jauari 2023). 2. Effect op doorlooptijd bij aanbrengen damwand in plaats van talud: inschatting is dat er een seizoen extra nodig is in verband met feit dat werkzaamheden tussen stormseizoen en toeristisch seizoen moeten plaatsvinden. 3. Het afbranden van de damwand zal op ongeveer 50 cm onder NAP gebeuren. Het deel damwand dat blijft is geïnspecteerd en heeft een levensduur van nog minimaal 30 tot 40 jaar. Overige damwand is einde levensduur en wordt verwijderd. 4. Er zal geofysisch onderzoek plaatsvinden. Dit wordt naar voren gehaald en gedeeld met de gemeenteraad zodra dit is afgerond. 5. Checks en balances: om de gemeenteraad goed in positie te houden en het hier een groot project betreft wordt per kwartaal een voortgangsrapportage gedeeld met de gemeenteraad.
Al naar gelang en behoefte van de gemeenteraad kan het college hierover tekst en uitleg geven, dan wel de gemeenteraad/raadscommissie consulteren. Er zal naar voren komen hoe we er technisch voorstaan, hoe we er financieel voorstaan en hoe we er voorstaan qua omgevingsmanagement.
Graag gaan wij nog even dieper in op bovenstaande: In de eerste plaats is bij de bepaling van het benodigde investeringskrediet uitgegaan van de variant van een schuin talud met daarop een steigerconstructie ten behoeve van het afmeren van schepen in plaats van een damwandconstructie omdat deze variant aanzienlijk goedkoper is. In de onderlinge vergelijking hebben wij rekening gehouden met hogere kosten van een damwand ten opzichte
2 van een talud, maar daarbij uiteraard ook rekening gehouden met de middelen die vrijvallen omdat er geen steiger behoeft te worden geplaatst. Anderzijds is er bij een damwandconstructie weer sprake van meerkosten doordat er meer bestrating nodig is. Al met al kunnen dan de meerkosten op circa € 500.000 worden berekend. Overigens is dit financiële voordeel van een taludconstructie niet het enige argument. Naast de al in de eerdere memo genoemde voordelen merken wij het volgende op: De laatste jaren is in Nederland binnen de waterbouw sprake van een ontwikkeling waarbij alleen in situaties die dat echt noodzakelijk maken nog wordt gekozen voor een traditionele damwand. In situaties waar dat niet nodig is, heeft het de voorkeur om te werken met een talud. Redenen hiervoor zijn dat het beheer en onderhoud van een taludconstructie aanzienlijk goedkoper is. Bij een taludconstructie kan worden uitgegaan van een levensduur van 75 tot 100 jaar in tegenstelling tot 30-40 jaar bij een damwand en dat een taludconstructie veel duurzamer is. Niet alleen door de langere levensduur, maar vooral ook door de materialen die worden gebruikt. Gezien de nautische activiteiten aan de Willem Barentskade en de zwaarte van de schepen is er geen noodzaak tot een damwandconstructie en kan daarom prima worden gewerkt met een taludconstructie met daarboven een steigerconstructie .
Uiteraard liggen onder deze aannames en constructies de nodige geofysische, geohydrologische en constructieve berekeningen die dit onderbouwen. Het plaatsen van een vervangende damwand levert technisch ook nog een aantal uitdagingen op. Het meest eenvoudige zou zijn de nieuwe damwand te plaatsen voor de bestaande damwand. Dit zou echter leiden tot extra RO-complicaties omdat dan ook voor wat betreft het bestemmingsplan WB-kade buiten het bestemmingsplan moet worden gewerkt, terwijl daarnaast het aantal beschikbare plekken in de haven minder zou worden. Immers door het plaatsen van een nieuwe damwand voor de bestaande damwand zou een “verlies” van circa 0,5 tot 1 meter in de haven opleveren. Dit is gezien de exploitatie van de haven onwenselijk. Om binnen het bestemmingsplan te blijven en om verlies van havengebied te voorkomen zou de nieuwe damwand ook op de plek van de oude damwand kunnen worden geplaatst. Dit betekent dat achter de oude damwand de grond moet worden ontgraven, de oude damwand wordt getrokken, de nieuwe damwand geplaatst en vervolgens de grond weer aangevuld. De doorlooptijd van de werkzaamheden zal hierdoor aanzienlijk langer zijn, en er zijn dan meer risico’s vanuit het werken binnen bepaalde getijdeperioden.
Wij sluiten zelfs niet uit dat de werkzaamheden hierdoor niet in 1 jaar tussen het recreatieseizoen en stormseizoen kunnen worden uitgevoerd en dat daardoor uitvoering in meerdere jaren zal moeten plaatsvinden. Daarmee zal de overlast voor bewoners of gebruikers van de WB-kade ook veel ingrijpender zijn. Tenslotte is er nog onduidelijkheid over de hoogte waarop de bestaande damwand zal worden afgebrand, ook in relatie tot de realisatie van het talud. Wij gaan er nu vanuit dat de damwand op circa -50 cm NAP zal worden afgebrand. De keuze hiervoor is gebaseerd op technische inspecties van de dikte en staat van de damwand die dit verantwoord maken. Door de keuze van deze hoogte kan het baggeren van de haven
3 worden uitgevoerd op de diepte en de wijze zoals dat ook nu plaatsvindt en kan het aantal ligplaatsen in de haven worden gehandhaafd op het huidige aantal. Bovendien houdt de overblijvende damwand dan zijn stabiliteit, in combinatie met de steun van de te plaatsen nieuwe vloedpalen.