6.e. 20230403 Memo nav vragen raadscommissie inzake dekking Kaderplan Havenfront.pdf
Tekst van het document
Memo Aan
:
Gemeenteraad
Datum
:
3 april 2023
Afzender
:
College van burgemeester en wethouders
Onderwerp
:
Toelichting vragen raadscommissie
Bijlage(n)
:
Memo schuldpositie
Tijdens de vergadering van de raadscommissie op 22 maart 2023 zijn een aantal “financiële” vragen gesteld. Onderstaand treft u per vraag een reactie aan. Vraag: Gezien de hoogte van de investering dient de gemeente, afhankelijk van haar algehele liquiditeitspositie, gelden aan te trekken voor deze investering. Gezien de overige grote investeringen welke er aan gaan komen voor de gemeente, bijvoorbeeld het ihp, kan het zijn dat binnen de richtlijnen van het BBV, zeg maar de wettelijke financiële kaders voor de gemeente, de gemeente tegen de limieten aanloopt van haar mogelijkheden. Dit betekent eventueel keuzes maken waaronder het ene project wel en het andere niet en/of de structurele inkomsten te verhogen. Hoe kijkt het college hier tegen aan Antwoord: Hier heeft het Team Financiën het college over geïnformeerd via de “notitie schuldpositie”. Op grond van de financiële verordening artikel 5 lid 5 ontvangt de raad bij majeure investeringen >€ 50.000 die niet zijn geautoriseerd door de raad, het effect op de schuldpositie. Deze notitie is bijgevoegd. Vraag: Indien de passantenhaven de voor haar haven benodigde gelden zelf aantrekt met een borging van de gemeente kan zij bij bijvoorbeeld de BNG dezelfde condities krijgen als de gemeente.
Neem hiermee de leencapaciteit van de gemeente dan zelf toe? Antwoord: Een borgstelling door de gemeente kwalificeert als een “niet uit de balans blijkende verplichting”. Deze tellen niet mee in de bepaling van de leencapaciteit van de gemeente. De gemeente mag op grond van artikel 3 van het Treasurystatuut alleen garanties verstrekken uit hoofde van de publieke taak aan door de gemeenteraad goedgekeurde partijen met een maatschappelijk belang. De raad dient op grond van artikel 7 lid 3 Financiële verordening in de gelegenheid te worden gesteld ten aanzien van het voornemen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Overigens dient bij een dergelijke constructie in de vorm van een gemeentelijke borgstelling uiteraard wel de “terugbetalingscapaciteit” van de passantenhaven zwaar te worden gewogen.
2 Tenslotte merken wij op dat een dergelijke wijze van financiering volstrekt haaks staat op de wijze waarop de eigendomsverhouding van de onroerende goederen in beheer van de passantenhaven en in eigendom bij de gemeente tot nu toe tussen gemeente en stichting vorm zijn gegeven. Vraag: U spreekt over dat het toekomstige onderhoud ten laste zal gaan van de exploitatie binnen de huidige budgetten. Kunt u aangeven welk budget dit is in de begroting en hoe u denkt dat deze verloopt vanaf nu tot na de oplevering van de nieuwe haven? Antwoord: De kosten van onderhoud worden geboekt op het product 633031, onderhoud haven. Wij verwachten dat na realisatie van het project de kosten binnen de huidige budgetten kunnen blijven worden uitgevoerd. Vraag: De raad heeft in haar vergadering van juli een extra budget gegeven ten behoeve van het opstarten van een projectbureau van 200.000 euro per jaar voor de jaren 24 25 26. In de geheime bijlage valt te lezen dat de gehanteerde opslag van 32% o.a. toeziet op planvoorbereiding. Impliceert dit dat deze post nu dubbel wordt gecalculeerd? Antwoord: Dat is niet het geval. Uit de toelichting op de gehanteerde 32% VATkosten kunt u aflezen dat er geen dubbeltellingen zijn opgenomen. Vraag: Omslagrente voor de berekening van de kapitaalslasten wordt nu gesteld op 0,5%.
Voor de extra kapitaalbehoefte zal de gemeente leningen moeten aantrekken voor welke de rentevoet aanzienlijk hoger zal liggen dan nu. Stel we matchen de financiering met de toe te rekenen rentelasten vanuit de nieuwe financiering dan zal 0,5% onvoldoende zijn. Zonder deze matching, waarin onze financiële verordening ook niet voorziet, zal de totale rentevoet voor de leningen van de gemeente significant stijgen. Is de gehanteerde rentevoet bij het bepalen van de kapitaalslasten voldoende gezien de toekomstige oplevering? Antwoord: De gemeente mag maximaal de omslagrente toerekenen aan de investering. De conclusie is juist dat bij het aangaan van leningen op grond van de huidige rentestand, de omslagrente toeneemt. Vraag: Kunt u aangeven hoelang het geleden is dat grootschalige investeringen zijn gedaan in de gemeentehaven, hetzij door rws, hetzij door de gemeente, voor de werken welke thans aan vervanging toe zijn. Ofwel hoelang hebben we met de huidige haven gedaan. Antwoord: De laatste grootschalige investeringen dateren uit het begin van de jaren ’80 en zijn destijds onder regie van Rijkswaterstaat uitgevoerd. Vraag:
3 De tabel op pagina 3 van het raadsvoorstel. Onze financiële verordening bepaald dat kapitaalslaten, rente en afschrijving, ten laste van de exploitatie worden gebracht in het jaar nadat de werken zijn opgeleverd. U geeft aan dat hiervan is afgezien en gekeken gaat worden naar deelopleveringen. De motivatie is een mismatch anders tussen de technische levensduur en het ingaan van de afschrijving. Snel rekenend is de maximale mismatch ongeveer 3%. De fractie van PB ziet in dat licht liever een toe te rekenen rente aan het project tijdens de bouw en de kapitaalslasten te laten ingaan in het jaar na oplevering. Antwoord: Voor deze handelwijze is vanuit financieel perspectief gekozen als het Masterplan wordt beschouwd als een samenhang van (deel)projecten. Daarin kunnen echter andere keuzes worden gemaakt: op het moment dat we het beschouwen als 1 project (met 1 moment van start afschrijving (2027), dan rekenen we geen rente toe aan de investering gedurende de bouw. Vraag: In de laatste alinea van pg 3 komt het huidige budget aan de orde voor de projectorganisatie van 500k Hiervan is 200k incidenteel en 300k structureel.
Mogen wij begrijpen dat u deze 300k thans in wil zetten voor de dekking van de kapitaalslasten? Antwoord: Ja, dat is correct met ingang van 2027 (tot die tijd wordt het programmabureau van de 500k bekostigd, 300k structureel en 200k structureel in de jaren 2023 tot en met 2026).