3.d. Midsland - Zuid Midslandweg ROB.pdf
Tekst van het document
Terschelling Midsland - Zuid Midslandweg omgevingsvergunning
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0093.20201497-0001
30-10-2020
projectnummer:
13-04-2021
concept voorontwerp ontwerp
20201497 projectleider:
gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001: 2008
aangesloten bij
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Midsland - Zuid Midslandweg
2
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Voorgenomen initiatief
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.2
Provinciaal beleid
13
3.3
Gemeentelijk beleid
14
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
19
4.1
Verkeer en parkeren
19
4.2
Geluid
20
4.3
Bedrijven en milieuzonering
20
4.4
Bodem
21
4.5
Luchtkwaliteit
22
4.6
Ecologie
22
4.7
Archeologie
23
4.8
Cultuurhistorie
23
4.9
Water
24
4.10
Externe veiligheid
25
4.11
Kabels en leidingen
26
4.12
MER (Milieu effect rapportage) verantwoording
26
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
29
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
29
5.2
Economische uitvoerbaarheid
29
Hoofdstuk 6
Conclusie
31
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing
33
Bijlage 1
35
Rho adviseurs voor leefruimte
Akoestisch onderzoek
20201497
3
Bijlage 2
Stikstofberekening
55
Bijlage 3
Watertoets
65
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
5
Ruimtelijke onderbouwing
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
6
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer is van plan om op het perceel ten noorden van de Midslanderhoofdweg 4 te Midsland vier, kleinschalige, aaneengebouwde woningen te realiseren. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan Midsland 2009. De gemeente wil medewerking verlenen aan het project. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan dit door het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voorwaarde hierbij is dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ter onderbouwing hiervan is een ruimtelijke motivering noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin en zal deel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied betreft het perceel kadastraal bekend als gemeente Terschelling, sectie H, nummer 2938. Het betreft het perceel ten noorden van de Midslanderhoofdweg 4 en ten westen van de Het Groenelandsstraatje 18. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1
Ligging projectgebied
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
8
1.3
Planologische regeling
Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan Midsland 2009, vastgesteld op 16 februari 2011 door de gemeenteraad van Terschelling. Het perceel heeft hierin de bestemming 'Wonen -1'. In figuur 2.1 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven, ter plaatse van het projectgebied. Binnen de bestemming 'Wonen -1' zijn de gronden bestemd voor woonhuizen en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, eventueel in combinatie met een vrij beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Hoofdgebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak gebouwd worden en mogen uitsluitend woonhuizen zijn. Verder mag volgens de bouwregels de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste 4,00 m bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10,00 meter. De dakhelling van het hoofdgebouw moet tussen de 30° en 60° zijn. Met het project worden vier woningen gerealiseerd binnen de bestemming 'Wonen -1'. Echter geldt ter plaatse geen bouwvlak. Het project is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan.
Fig uur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan Midsland 2009
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
9
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling, binnen de context van de huidige situatie.
2.1
Huidige situatie
De locatie is gevestigd in Midsland. De kavel ligt aan de straat '' Het Groenelandsstraatje''. Het Groenelandsstraatje kenmerkt zich door een rustige straat en heeft een groen karakter. De bebouwing rondom de kavel zijn hoofdzakelijk in de jaren 80 gebouwd. Het Groenelandsstraatje is vooral voorzien van rijwoningen. Aan de zuidzijde en zuidwest-zijde van de kavel zijn grotere volumes aanwezig welke een andere invulling hebben. De omliggende bebouwing hebben een heldere stedenbouwkundige ligging en oriëntatie. De bouwvolumes staan namelijk evenwijdig of haaks op elkaar. Verder is het perceel zelf ingericht als tuin. Op figuur 2.1 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven. Figuur 2.2. geeft een vooraanzicht weer.
Figuur 2.1
Huidige situatie vanuit de lucht
Figuur 2.2
Vooraanzicht van de huidige situatie
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
10
2.2
Voorgenomen initiatief
De initiatiefnemer wil op het perceel een rij van vier woningen aaneen realiseren. De woningen betreffen betaalbare koop - en huurwoningen voor de doelgroep 'starters'. Er wordt gebouwd voor de doelgroep 1 en 2 persoonshuishoudens. De huurprijs zal maximaal €737,- bedragen en de koopprijs zal maximaal € 227.000 exclusief de grond bedragen. Op dit moment is er sprake van een concrete behoefte naar de woningen van mensen die op Terschelling werken en wonen. De woningen worden uitgevoerd in een bouwlaag met kap. De oppervlakte van de woningen bedraagt circa 41 m2 en krijgen een goothoogte van 3 meter en een nokhoogte van 8,5 meter. Het plan volgt de stedenbouwkundige lijnen zoals beschreven in paragraaf 2.1. De voordeuren/voorgevel zijn richting het ''Groenelandsstraatje'' georiënteerd. Er is gekozen voor een bouwvolume met een dakgoothoogte en nokhoogte die in harmonie is met de omliggende bebouwing, Architectuur De architectuur in het ''Groenelandsstraatje'' kenmerkt zich door ''typisch'' Terschellingse Architectuur door de oranje dakpan. Daarnaast is de architectuur relatief sober. Aan de zuidzijde en westzijde staan gebouwen welke een meer landelijke uitstraling hebben, welke geïnspireerd zijn op een boerderij. De woningen hebben een dorpse en landelijke uitstraling. Dit wordt gecreëerd door een zwart houtengevel met een karakteristieke tuitgevel.
Om verder aan te sluiten op de omgeving zijn de woningen voorzien van een oranje dakpan.
Figuur 2.3
nieuwe situatie
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
11
Figuur 2.4
Impressie nieuwe situatie
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
12
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
13
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit project raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de behoefte en de beschikbare ruimte binnen stedelijk gebied.
De ontwikkeling van vier oningen wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk.
3.2
Provinciaal beleid
Streekplan Fryslân 2007 en Verordening romte Fryslân 2014 Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 'Om de kwaliteit van de Romte', vastgesteld op 13 december 2006. In de Verordening Romte Fryslân 2014 is het beleid uit het Streekplan vertaald naar regels. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals wonen, toegevoegd worden. In artikel 3 is bepaald dat een ruimtelijk plan voor woningbouw in overeenstemming moet zijn met een
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
14
woonplan, dat de schriftelijk instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In de volgende paragraaf wordt beschreven dat het plan binnen het woonplan van de gemeente past. Tevens is sprake van een concrete behoefte naar de woningen. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.
3.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie TS25 In de Toekomstvisie van Terschelling voor 2025 zijn drie pijlers geformuleerd: bouwen aan een krachtige samenleving met een duurzame economie in een waardevolle omgeving. Wat betreft wonen is de topprioriteit om voldoende woningen voor starters en jonge gezinnen te kunnen aanbieden. De voorgenomen ontwikkeling voldoet hieraan. Daarnaast wil Terschelling bij nieuwbouw prioriteit geven aan landschappelijke kwaliteit en duurzaamheid. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling energiezuinig of zelfs energieneutraal moet zijn. Verder wordt genoemd dat de gemeente meegroeiwoningen ambieert. Aan deze ambitie kan worden voldaan door de woning van binnen geschikt te maken voor senioren. Woonvisie Terschelling In 2017 is er een woonvisie voor de gemeente Terschelling opgesteld door KAW. Deze visie loopt van 2017 tot en met 2021 met doorkijk naar 2025, gebaseerd op de Toekomstvisie TS25. In de woonvisie wordt de huidige woningmarkt omschreven als onbereikbaar voor starters en (jonge) gezinnen met een gemiddeld inkomen, omdat de vierkante meterprijs een van de hoogste in Nederland is. Daarnaast zijn de wachtlijsten in de sociale huursector lang, waardoor weinig doorstroming in de woningmarkt zit. Daarom ligt de prioriteit voor de eerste jaren bij het realiseren van starterswoningen en doorstroomwoningen, zoals de voorgenomen ontwikkeling kan worden beschouwd.
Daarnaast wordt in de woonvisie benadrukt dat de inpassing van nieuwe woningen moet passen binnen de Welstandsnota of een voor de locatie op te stellen beeldkwaliteitsplan. (eerste herziening) Uitvoeringsprogramma Woonvisie Terschelling De Woonvisie beschrijft de urgentie: voor wie, wat, hoe en in welke aantallen kan er gebouwd worden. Het Uitvoeringsprogramma geeft aan waar en wanneer er in potentie woningen gerealiseerd kunnen worden. Om de in de Woonvisie opgenomen woningbouw te realiseren wordt gezocht naar bouwlocaties die daarvoor in potentie geschikt zijn of lijken te zijn. In het Uitvoeringsprogramma wordt de match gemaakt tussen de in de Woonvisie aangegeven behoefte en potentiële bouwlocaties. In het programma is onderstaand tabel opgenomen. Dit project, 4 betaalbare woningen van maximaal €737,- of € 227.000, valt binnen het uitvoeringsprogramma. In onderstaande tabel worden de huur- en koopprijzen genoemd. In de eerste herziening Uitvoeringsprogramma Woonvisie Terschelling zijn deze huur- en koopprijzen aangepast. Voor starters kunnen huurwoningen met een huur tot €737, in plaats van €720,-, gebouwd worden en, in Midden, koopwoningen met een koopprijs tot € 228.000 inclusief BTW, exclusief grond.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
15
Toetsingskader woonvisie Bouwplannen worden getoetst op hun bijdrage aan het oplossen van de woningmarktproblemen. In de Woonvisie Terschelling, vastgesteld 17 oktober 2017, is het toetsingskader voor aanvragen opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Sluit het bouwplan qua aantallen woningen en doelgroep aan bij de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma Woonvisie (Programma +135+). Past de huur- of verkoopprijs bij de doelgroep voor de locatie. Levert een bouwplan voor markthuur (huur van €737 tot € 936 of koop tot € 275.000) een bijdrage aan de doorstroming op de woningmarkt. Is blijvende betaalbaarheid van de woningen geborgd. Voldoet het plan aan de duurzaamheidsambities uit de Woonvisie. Het toetsingskader is in het Uitvoeringsprogramma Woonvisie verder uitgewerkt.
Ad. 1 Het bouwplan moet passen binnen het indicatieve woningbouwprogramma zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Woonvisie. In het Uitvoeringsprogramma Woonvisie is het beschikbare aantal woningen verdeeld over West, Midden en Oost. Het bouwplan wordt gerealiseerd in Midden. Voor deze locatie zijn woningen beschikbaar voor de doelgroep starters en doorstromers. Het bouwplan voorziet in het bouwen van 4 woning(en) gebouwd voor de doelgroep economisch aan Terschelling gebonden 'starters'. De doelgroep voldoet aan de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma Woonvisie en er is voor deze doelgroep voldoende woningbouwruimte beschikbaar.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
16
Ad 2. Volgens de Eerste herziening van Uitvoeringsprogramma Woonvisie kan op deze locatie een woning gebouwd worden/ woningen gebouwd worden met een huurprijs van € 432 tot € 737/ koopprijs tot € 228.000 exclusief BTW, exlusief grond.Het bouwplan omvat 3 koopwoningen en 1 huurwoning. De prijs van een koopwoningen exclusief grond bedraagt maximaal € 227.000, inclusief grond maximaal € 256.500. De huurprijs bedraagt maximaal € 737 of zoveel lager als blijkt uit de huurprijscheck op basis van het woningwaarderingsstelsel. De huur- of verkoopprijs past daarmee bij de doelgroep voor de locatie. Ad 3. Het bouwplan voorziet in woningen voor de doelgroep strarters. Het Uitvoeringsprogramma Woonvisie biedt hier de ruimte voor. Deze toetsingskader is derhalve niet van toepassing op het bouwplan. Ad 4. Het bouwplan voldoet aan de maten voor een woning (vloeroppervlakte maximaal 100 m²) uit de 2de herziening van de beleidsregels nieuwe woningen. Het bouwplan bevat geen mogelijkheden voor een recreatieappartement en/ of mogelijkheden voor bed & breakfast. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten.
Om de blijvende betaalbaarheid te borgen wordt in de overeenkomst onder meer opgenomen dat de woning geen mogelijkheden voor een recreatieappartement en / of bed & breakfast krijgt, de locatie in een toekomstig omgevingsplan de bestemming sociale huurwoning/ sociale koopwoning/ markthuurwoning kan krijgen en het bestemmingsvlak beperkt wordt. Met het oog op de blijvende betaalbaarheid maakt een anti-speculatiebeding voor 10 jaar (een verbod op verkoop en verplichte bewoning gedurende 10 jaar voor de eerste bewoner) onderdeel uit van de anterieure overeenkomst. Ad 5. De gemeente streeft naar energie neutrale woningbouw, tenzij de bovenwettelijke investeringen in energiebesparende maatregelen aantoonbaar leiden tot hogere woonlasten. Woningbouwinitiatieven die, blijkend uit de aanvraag omgevingsvergunning, uitgaan van EPC=0 kunnen voorrang krijgen bij het beschikbaar stellen van woningbouwruimte. De woningen worden duurzaam uitgevoerd. De woningen worden extra geïsoleerd en er is sprake van een warmtepomp. Het plan voldoet aan de duurzaamheidsambities uit de Woonvisie. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met het toetsingskader. Tweede herziening beleidsregels nieuwe woningen, vastgesteld 28 april 2020 Het projectgebied valt in het 'Zoekgebied nieuwe woningbouwlocaties'.
Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kan verlenen, in het geval dat de bouw van één of meerdere woonhuizen afwijkt van de regels uit het geldende bestemmingsplan. Hierbij dient te worden voldaan aan een aantal criteria. Deze criteria zijn reeds genoemd in paragraaf 2.2 voor de volledigheid ook hieronder. a. b. c. d. e.
de locatie is gelegen binnen het gebied zoals dat is aangemerkt als “zoekgebied nieuwe invullocaties” op de kaart “zoekgebied nieuwe woningbouwlocaties” in bijlage 1; de locatie geen onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN); de situering bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke structuur van de kernbebouwing; de locatie landschappelijk goed inpasbaar is; bestaande bedrijven in de omgeving niet onevenredig in hun functioneren worden beperkt als gevolg van de voorgenomen woningbouw;
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
17
f. g. h.
i. j. k.
de locatie verkeerstechnisch goed ontsloten is; op een invullocatie niet meer dan 5 woningen worden gerealiseerd; een woonhuis; 1. een oppervlakte heeft van maximaal 150 m²; 2. een goothoogte heeft van maximaal 3,50 m; 3. een bouwhoogte heeft van maximaal 8,00 m; 4. een woning een vloeroppervlakte heeft van maximaal 100 m2; het woonhuis niet wordt gebruikt voor recreatieve bewoning (appartementen en bed & breakfast); het bouwplan in overeenstemming is met het Kavelpaspoort dat voorafgaand aan de start van de omgevingsvergunningprocedure wordt afgegeven; de aanvraag omgevingsvergunning in overeenstemming is met de Woonvisie Terschelling en het Uitvoeringsprogramma Woonvisie Terschelling.
Aan de bovengenoemde criteria wordt bijna allemaal voldaan. Dit met uitzondering van de criteria dat een woonhuis maximaal 150 m2 mag zijn en een bouwhoogte van 8 meter heeft. Een woonhuis, een gebouw dat één of meerdere woningen kan bevatten, mag maximaal 150 m2 zijn. In dit geval is het woonhuis, met daarin 4 woningen, groter dan 150 m2 . Bovendien is de bouwhoogte ook te hoog. De nok zit op 8,5 meter. Voorgenoemde afwijkingen betreffen zeer ondergeschikte afwijkingen. In dit geval kan er gemotiveerd van het beleid afgeweken worden omdat in dit geval het plan stedenbouwkundig inpasbaar is om een grotere bouwhoogte van 8 meter toe te staan. Op basis van de geldende planologische regeling gelden voor woningen in de omgeving een maximale bouwhoogte van 10 meter. Met dit plan is sprake van een bouwhoogte van 8,5 meter. Deze hogere bouwhoogte is inpasbaar in een stedelijke omgeving waar dergelijke bouwhoogtes meer voorkomen. Dit is door het woonteam van de gemeente beoordeeld en als akkoord bevonden. Verder mag de woning mag niet voor recreatieve bewoning worden gebruikt. Bedrijven worden daarnaast niet onevenredig in hun functioneren beperkt (zie hiervoor paragraaf 4.3). Welstandsnota Terschelling 2008 Zowel in de Toekomstvisie TS25 als in de Woonvisie Terschelling wordt ruimtelijke kwaliteit als prioriteit benoemd.
In de Welstandsnota 2008 is per gebied uiteengezet welke welstandseisen gelden voor het behouden en/of versterken van deze ruimtelijke kwaliteit. Het projectgebied, gelegen in Midsland, valt volgens de kaart met gebiedsindeling in Bijlage 1 van de Welstandsnota Terschelling onder het deelgebied 6 'DORPSUITBREIDINGEN TWEEDE HELFT VORIGE EEUW' plaatsing De bebouwing is vrijwel altijd in duidelijke rooilijnen langs de straat geplaatst, enkele vrijstaande woningen zijn iets terug geplaatst ten opzichte van de rooilijn. Het straatbeeld is gesloten (rijenwoningen) of halfopen (vrijstaande en halfvrijstaande woningen). Meestal evenwijdig aan de straat voor rijen- en halfvrijstaande woningen en wisselend voor vrijstaande woningen. Bredere en smallere groenstroken zijn vaak mede bepalend voor het straatprofiel. hoofdvorm De bebouwing bestaat voornamelijk uit 1 of 2 bouwlagen, vrijwel altijd met kap. Bijgebouwen spelen vrijwel altijd een ondergeschikte rol ten opzichte van het hoofdgebouw. De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig en incidenteel samengesteld of gevarieerd. Voor de uiteindelijke bouwaanvraag vindt een toetsing aan de welstandscriteria plaats die gelden voor het deelgebied 6 'Dorpsuitbreidingen 2e helft vorige eeuw, de zuidrand van Midsland. Deze beoordeling wordt door het Woonteam uitgevoerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
18
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
19
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Voor het project is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de milieuaspecten en op andere sectorale regelgeving.
4.1
Verkeer en parkeren
De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemiddelde kentallen die afkomstig zijn van het CROW (Publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). Voor 'koop, tussen/hoek' woningen geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,4 mvt/etmaal per woning. Deze verkeerstoename kan zich goed afwikkelen op de Het Groenelandsstraatje. Deze weg sluit vervolgens aan op de Zuidmidslandweg welke vervolgens aansluit op de gebiedsontsluitingsweg de Oosterburen. Wat betreft parkeren is het uitgangspunt dat dit volledig op eigen erf plaatsvindt. Voor starters- en doorstroomwoningen geldt een norm van 1 parkeerplek per woning. Hier is, op eigen terrein aan de Midslanderhoofdweg, voldoende ruimte voor. Onderstaande figuur geeft weer waar het parkeren gerealiseerd gaat worden. Voor woningen is de acceptabele loopafstand van de parkeerplaats tot woningen ongeveer 100 meter.Op de figuur is te zien dat de parkeerplaatsen op een zeer korte afstand tot de woningen zijn gepositioneerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
20
4.2
Geluid
Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Toetsing Met dit project worden een woningen gerealiseerd en daarmee geluidshindergevoelige objecten mogelijk gemaakt. Omdat de ontwikkeling plaats zal vinden langs een weg waar maximumsnelheid van 50 km/uur geldt, is er een geluidszone van toepassing. Daarom is een Akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin is getoetst aan de Wet geluidhinder. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB niet wordt overschreden. Er wordt voldaan aan de Wet geluidshinder. Er is geen hogere waarde procedure noodzakelijk.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Waardering omgeving Voor het beoordelen van de mate van hinder die aanvaardbaar is ter plaatse van hindergevoelige functies wordt onderscheid gemaakt tussen een 'rustige woonomgeving' en een 'gemengd gebied'. Het komt erop neer dat als beoordelingskader voor een goede ruimtelijke ordening voor woningen in een gemengd gebied de normen uit het Activiteitenbesluit toereikend zijn. Voor woningen in een rustige woonomgeving geldt een strengere norm. Binnen het projectgebied wordt een stedelijk woonmilieu gerealiseerd nabij diverse bedrijfsfuncties. De omgeving karakteriseert zich daarom duidelijk als een gemengd gebied.
Dit is ook duidelijk te zien op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
21
Toetsing Op de locatie Zuidmidslandweg 4, ten zuiden van het projectgebied, is een fietsenverhuur en installatiebedrijf gevestigd. Volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' vallen het fietsenverhuurbedrijf en het installatiebedrijf maximaal onder milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van maximaal 10 meter voor het aspect geluid in gemengd gebied. Gezien de aard en omvang van beide bedrijven is de milieubelasting van beide bedrijven echter gelijk met bedrijven in milieucategorie 1 (richtafstand 0 meter in gemengd gebied). De werkzaamheden van het installatiebedrijf vinden vooral bij externe klanten plaats. De loods wordt voornamelijk gebruikt voor opslag waarbij incidenteel kleine werkzaamheden. Deze werkzaamheden vinden inpandig plaats. Ook vanuit het fietsenverhuur is geen geluidshinder te verwachten. Het fietsenverhuurbedrijf is aan de zuidkant van het bedrijf gelegen. Hier bevindt zich de oprit waarbij geluidshinder van de verkeersbewegingen verwacht worden. De afstand van de oprit tot de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa 34 meter waarbij geluidshinder wordt voorkomen door de afschermende werking van het bedrijfsgebouw. Overige bedrijfsmatige activiteiten bevinden zich op meer dan 30 meter van het projectgebied. Het gaat om Formerum 36 en 65 waar horeca bedrijven zijn toegestaan. Dit betreffen bedrijven uit milieucategorie 1.
Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter. Ook bevindt zich een benzinestation zonder LPG aan de Midslanderhoofdweg 1. Dit bedrijf valt in milieucategorie 2, er wordt aan de richtafstand van 30 meter voldaan voor gevaar. Verder bevindt zich op circa 90 meter ten zuiden van het projectgebied een camping uit categorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Aan de richtafstanden wordt daarmee voldaan. Vanuit de milieuzonering bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de ontwikkeling.
4.4
Bodem
Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
22
Omdat het projectgebied reeds geschikt is bevonden voor de functie wonen, is de bodemkwaliteit als onverdacht te beschouwen. Bij een omgevingsvergunning voor bouwen dient een actueel verkennend bodemonderzoek overlegd te worden. Dit onderzoek wordt bij de aanvraag toegevoegd.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Toetsing Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden slechts vier woningen mogelijk gemaakt. Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.6
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn de Waddenzee van Terschelling 757 meter ten zuiden van het projectgebied. Voor de ontwikkeling moet worden beoordeeld of de ontwikkeling significante effecten op Natura 2000-gebieden. Directe effecten, zoals verstoring, verontreiniging, versnippering etc. zijn op deze afstand uit te sluiten. Indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen zijn ook niet aan de orde, omdat autoverkeer de natuurgebieden niet hoeft te kruisen om de planlocatie te bereiken. Mogelijk kan het project leiden tot significante effecten in verband met een mogelijk stikstofdepositie. In dit kader is met het programma AERIUS Calculator een berekening uitgevoerd.
Uit deze berekening blijkt dat de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Er is dus geen sprake van een significant effect. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
23
Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het projectgebied maakt geen deel uit van het NNN. Het project leidt niet tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van dit gebied. Soortenbescherming De gronden zijn in de huidige situatie intensief in gebruik als tuin en ligt binnen stedelijk gebied en is omsloten door bebouwing. De locatie is daarom ongeschikt als groeiplaats voor bijzondere en beschermde plantensoorten. Het vormt ook geen waardevol habitat voor beschermde dieren. Daarnaast worden geen werkzaamheden uitgevoerd in het water of aan de walkant, waardoor ter plaatse van deze gronden niets te verwachten is. Ook worden geen bomen gekapt en/of bebouwing gesloopt. Er worden dus geen potentiële vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten geschaad. De ontwikkelingen is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. Hiermee zal tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden.
4.7
Archeologie
Toetsingskader Met betrekking tot dit aspect is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet van toepassing. De Omgevingswet (nog niet van kracht) vervangt de Monumentenwet voor het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Tot het van kracht worden van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. Hier blijven ze ongewijzigd van toepassing, zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Voor het projectgebied is geen dubbelbestemming opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is er volgens de FAMKE geen onderzoek noodzakelijk ten aanzien van de periode steentijd bronstijd. Daarentegen, geldt conform de FAMKE wel het advies 'karterend onderzoek 1', omdat er mogelijk archeologische resten uit de periode ijzertijd - middeleeuwen aanwezig zijn.
Echter, geldt pas dat voor ingrepen met een minimale oppervlakte van 500 m² een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Met dit project wordt geen ingreep voorgesteld die de drempelwaarde van 500 m2 overschrijdt. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.8
Cultuurhistorie
Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
24
Toetsing In het projectgebied is volgens het CHK geen sprake van cultuurhistorische waarden waar rekening mee moet worden gehouden bij de uitvoering van dit project. In het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.9
Water
Toetsingskader Van groot belang in de ruimtelijke ordeningspraktijk is de vroegtijdige afstemming met het betreffende waterschap. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Doorgaans wordt hiervoor de wettelijk verplichte 'watertoets' doorlopen, als procesinstrument waarmee wordt gewaarborgd dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Toetsing Het voornemen is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (kenmerk: 20210121-2-25339). Hieruit is naar voren gekomen dat het voornemen invloed kan hebben op wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. De uitkomst is daarom dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân een wateradvies verstrekt (zie bijlage 3). Bij de uitwerking van het bouwplan wordt hier rekening mee gehouden. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning.
Met dit project vinden geen werkzaamheden plaats binnen de berschermingszone van 5 meter. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Voor de compensatie van toename verhard oppervlak is onderstaande tabel van toepassing. Gebied Boezem Polder Vrij afstromend
Stedelijk (>200 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk
Landelijk (>1.500 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk
Het projectgebied is gelegen in stedelijk gebied. Met de bouw van de woningen is sprake van een toename verharding van meer dan 200 m². In de keur van Wetterskip Fryslân is opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
25
Omdat de verharding met meer dan 200 m2 toeneemt zijn compenserende maatregelen nodig. Deze compensatie vindt plaats tegenover de woningen. Zie hiervoor ook onderstaande tekening.
Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies wordt bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden. Gebruik materialen Tot slot wordt met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk voorkomen.
4.10
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
26
Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6 -contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Fryslân bekeken. Hieruit blijkt dat in en in de directe omgeving van het projectgebied aan de Midslander Hoofdweg 5 oliehandel en gasdepot Smit is gevestigd. Dit betreft echter geen BEVI- of REVI-inrichting waardoor het bedrijf geen plaatsgebonden risico heeft. Daarnaast blijkt uit het vigerende bestemmingsplan dat er geen sprake is van een groepsrisico. Aan de richtafstand van 30 meter voor een benzinestation zonder LPG wordt voldaan. Ook aan de 20 meter afstand voor gasflessenopslag wordt voldaan.
Er worden geen risicovolle bronnen in het projectgebied mogelijk gemaakt. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan daarom geen belemmeringen en uitgangspunten voor het project.
4.11
Kabels en leidingen
Toetsingskader In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In de huidige situatie liggen (mogelijk) nog wel kabels en leidingen welke (mogelijk) verlegd moeten worden. Hiervoor zal een Klic-melding gedaan worden. Binnen het projectgebied is verder geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden moeten worden. Daarom zijn geen verdere maatregelen noodzakelijk en vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor dit project.
4.12
MER (Milieu effect rapportage) verantwoording
In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit project maakt vier woningen mogelijk en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
27
Daarnaast wordt de ontwikkeling, gelet op de aard en de omvang, ook niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het uiterlijk van het perceel door de realisatie van woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Met dit project is sprake van een klein ruimtebeslag. Verder vinden geen wijzigingen aan de wijze van ontsluiting plaats en wordt de parkeerbehoefte binnen het projectgebied opgelost. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot een hoge verkeersaantrekkende werking. Op basis van voorgaande wordt de beoogde ontwikkeling niet gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject. Er behoeft dan ook geen besluit te worden genomen of een MER nodig, dan wel niet nodig is.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
28
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
29
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Via de procedure van de omgevingsvergunning kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. Verder is voor de ontwikkeling een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig. Dit vanwege het feit dat de ontwikkeling niet volledig past binnen de beleidsregels zoals beschreven in paragraaf 3.3. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Om deze reden wordt deze omgevingsvergunningsprocedure doorlopen. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van bepaalde bouwplannen, moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor vaststelling van het planologisch besluit moet duidelijk zijn op welke
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
30
wijze potentiële kosten zullen worden verhaald. Voor dit project is op grond van de grondexploitatieregeling sprake van een bouwplan. Met de gemeente worden afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
31
Hoofdstuk 6
Conclusie
Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ontwikkeling van vier woningen wordt gerealiseerd. Afweging Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
32
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
33
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
34
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
35
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
20201497
MEMO Van
:
R. Koster
Project
:
realisatie 4 woningen Zuidmidslanderweg, Terschelling
Opdrachtgever :
Adema Architecten
Datum
:
26 oktober 2020
Aan
:
CC
:
Betreft
:
geluidbelasting wegverkeerslawaai
Inleiding Tussen de Midslander Hoofdweg en de Zuidmidslandweg op Midsland Terschelling worden 4 nieuwe woningen gerealiseerd (achter het perceel Midslander Hoofdweg 4/4a). Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. De gemeente werkt aan de ontwikkeling mee middels het doorlopen van een uitgebreide procedure in het kader van de Wabo. Het plangebied ligt binnen de wettelijke (Wet geluidhinder) geluidzone van de Midslander Hoofdweg (50 kmweg) en binnen de bebouwde kom. In het kader van een toetsing aan de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied/perceel. De uitgangspunten, berekeningen en resultaten zijn vastgelegd in voorliggend memo. Een luchtfoto van de situatie met ligging van het pand is gegeven in figuur 1.
20201497
blz. 1
Figuur 1: overzicht van de situatie
Toetsingskader Wet geluidhinder Algemeen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk).
Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Het plangebied ligt in binnenstedelijk gebied en binnen de zone van de Midslander Hoofdweg. De voorkeursgrenswaarde op basis van de Wet geluidhinder bedraagt Lden = 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt Lden = 63 dB. Het plangebied ligt tevens in de nabijheid van de Zuidmidslanderweg. Dit is een 30 kmweg en formeel niet gezoneerd. Het is gebruikelijk om in het kader van ruimtelijke procedures 30 km-wegen op
20201497
blz. 2
dezelfde wijze te beoordelen als zoneringsplichtige wegen, waar bij de grenswaarden van de Wet geluidhinder worden gezien als richtwaarden. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: -
4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.
Berekening met akoestisch rekenmodel Op basis van de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012) is een overdrachtsmodel opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 2020.1 rev 1 van dgmr-software, waarbij de omgevingskenmerken zijn gebaseerd op PDOK-gegevens (gebouwen en bodemvlakken). Voor wat betreft de verkeersgegevens is uitgegaan van door de gemeente Terschelling aangeleverde telgegevens voor de Hoofdweg te Formerum. De Hoofdweg in Formerum is het verlengde van de Midslander Hoofdweg en beide vormen de doorgaande hoofdweg van Terschelling. Voor 2019 bedraagt de etmaalintensiteit op de Midslander Hoofdweg ca. 2.915 mvt/etmaal. Voor 2030 (10 jaar na plandatum) is op basis van 1% autonome groei uitgegaan van 3.250 mvt/etmaal. Voor wat betreft de voertuig- en etmaalverdeling is uitgegaan standaardverdelingen omdat exacte gegevens niet voorhanden zijn. De Midslander Hoofdweg is voorzien van een asfaltverharding en de rijsnelheid bedraagt 50 km/uur. Bij een aantal kruispunten is het wegdek voorzien van een klinkerverharding. Van de Zuidmidslanderweg zijn geen verkeersgegevens bekend; het is een kleine klinkerweg voor alleen bestemmingsverkeer. Worst-case is een berekening uitgevoerd op basis van 500 mvt/etmaal. Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 2. De ingevoerde wegen zijn gegeven in bijlage 1.
Met behulp van het akoestisch rekenmodel is de geluidbelasting berekend op een 4-tal toetspunten (waarneemhoogten van ho = +1,5 m/+4,5 m/7,5 m) op de grens van het plangebied (kavelgrens). In het akoestisch rekenmodel zijn wegen/verhardingen/water als akoestisch harde bodemvlakken ingevoerd. Voor de niet als hard ingevoerde bodemvlakken is gerekend met een gemiddelde bodemfactor van Bf = 0,2 (gemiddeld 20% absorberend).
20201497
blz. 3
Figuur 2: overzicht akoestisch rekenmodel Midslander Hoofdweg
Berekeningsresultaten In figuur 3 is een overzicht gegeven van de berekende geluidbelasting vanwege de Midslander Hoofdweg. In figuur 3 is rekening gehouden met de aftrek van 5 dB op basis van artikel 110g van de Wgh. De getalswaarden zijn tevens gegeven in bijlage 2. Voor de Zuidmidslandweg zijn de resultaten gegeven in figuur 4.
20201497
blz. 4
Figuur 3:
berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Midslander Hoofdweg (inclusief 5 dB aftrek artikel 110g Wgh)
Figuur 4:
berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Zuidmidslandweg (30 km-weg, inclusief 5 dB aftrek artikel 110g Wgh)
20201497
blz. 5
Toetsing en conclusie Uit de figuren 3 en 4 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB niet wordt overschreden. Dit geldt zowel voor de geluidbelasting van de Midslander Hoofdweg als de Zuidmidslandweg (30 km-weg). De realisatie van het plan is daarmee mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Een hogere waarde procedure is niet nodig.
20201497
blz. 6
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Midslander Hoofdweg Midslander Hoofdweg (klinkerstrook) Midslander Hoofdweg Zuidmidslanderweg
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Relatief
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Wegdek W0 W9a W0 W9a
V(MR(D)) -----
V(MR(A)) -----
V(MR(N)) -----
V(MR(P4)) -----
V(LV(D)) 50 50 50 30
V(LV(A)) 50 50 50 30
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
V(LV(N)) 50 50 50 30
V(LV(P4)) -----
V(MV(D)) 50 50 50 30
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MV(A)) 50 50 50 30
V(MV(N)) 50 50 50 30
V(MV(P4)) -----
V(ZV(D)) 50 50 50 30
V(ZV(A)) 50 50 50 30
V(ZV(N)) 50 50 50 30
V(ZV(P4)) -----
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Totaal aantal 3250,00 3250,00 3250,00 500,00
%Int(D) 6,54 6,54 6,54 6,54
%Int(A) 3,76 3,76 3,76 3,76
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %Int(N) 0,81 0,81 0,81 0,81
%Int(P4) -----
%MR(D) -----
%MR(A) -----
%MR(N) -----
%MR(P4) -----
%LV(D) 93,46 93,46 93,46 94,59
%LV(A) 93,46 93,46 93,46 94,59
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
%LV(N) 93,46 93,46 93,46 94,59
%LV(P4) -----
%MV(D) 5,08 5,08 5,08 4,76
%MV(A) 5,08 5,08 5,08 4,76
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MV(N) 5,08 5,08 5,08 4,76
%MV(P4) -----
%ZV(D) 1,46 1,46 1,46 0,65
%ZV(A) 1,46 1,46 1,46 0,65
%ZV(N) 1,46 1,46 1,46 0,65
%ZV(P4) -----
MR(D) -----
MR(A) -----
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
MR(N) -----
MR(P4) -----
LV(D) 198,65 198,65 198,65 30,93
LV(A) 114,21 114,21 114,21 17,78
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Model: Groep:
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam 1 2 3 4
LV(N) 24,60 24,60 24,60 3,83
LV(P4) -----
MV(D) 10,80 10,80 10,80 1,56
MV(A) 6,21 6,21 6,21 0,89
MV(N) 1,34 1,34 1,34 0,19
MV(P4) -----
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
ZV(D) 3,10 3,10 3,10 0,21
ZV(A) 1,78 1,78 1,78 0,12
ZV(N) 0,38 0,38 0,38 0,03
ZV(P4) -----
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (D) 63 78,63 86,49 78,63 78,18
LE (D) 125 85,96 94,23 85,96 82,86
LE (D) 250 92,72 100,11 92,72 91,36
LE (D) 500 97,34 101,88 97,34 89,52
LE (D) 1k 103,45 105,96 103,45 92,81
LE (D) 2k 100,08 98,90 100,08 86,33
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
LE (D) 4k 93,34 93,66 93,34 81,24
LE (D) 8k 84,09 85,44 84,09 76,38
LE (A) 63 76,23 84,08 76,23 75,77
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (A) 125 83,56 91,83 83,56 80,45
LE (A) 250 90,32 97,71 90,32 88,95
LE (A) 500 94,94 99,48 94,94 87,12
LE (A) 1k 101,04 103,56 101,04 90,40
LE (A) 2k 97,68 96,50 97,68 83,93
LE (A) 4k 90,94 91,26 90,94 78,84
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
LE (A) 8k 81,68 83,04 81,68 73,98
LE (N) 63 69,56 77,42 69,56 69,11
LE (N) 125 76,89 85,16 76,89 73,79
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 250 83,65 91,04 83,65 82,29
LE (N) 500 88,27 92,81 88,27 80,45
LE (N) 1k 94,37 96,89 94,37 83,74
LE (N) 2k 91,01 89,83 91,01 77,26
LE (N) 4k 84,27 84,59 84,27 72,17
LE (N) 8k 75,01 76,37 75,01 67,31
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
LE (P4) 63 -----
LE (P4) 125 -----
LE (P4) 250 -----
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Model: Groep:
Naam 1 2 3 4
Bijlage 1: ingevoerde wegen
Zuidmidslandsweg (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (P4) 500 -----
LE (P4) 1k -----
LE (P4) 2k -----
LE (P4) 4k -----
LE (P4) 8k -----
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
26-10-2020 13:07:39
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Bijlage 2.1: berekeningsresultaten Midslander Hoofdweg (inclusief 5 dB aftrek o.b.v. art. 110g Wgh) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Zuidmidslandsweg LAeq totaalresultaten voor toetspunten Midslander Hoofdweg Ja
Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B
Omschrijving grens perceel grens perceel grens perceel grens perceel grens perceel
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 32,3 35,8 40,3 41,1 42,9
Avond 29,9 33,4 37,9 38,7 40,5
Nacht 23,2 26,7 31,3 32,0 33,8
Lden 33,1 36,6 41,2 41,9 43,8
2_C 3_A 3_B 3_C 4_A
grens perceel grens perceel grens perceel grens perceel grens perceel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
43,6 37,3 38,9 40,2 35,3
41,2 34,9 36,5 37,8 32,9
34,5 28,2 29,9 31,2 26,2
44,4 38,2 39,8 41,1 36,1
4_B 4_C
grens perceel grens perceel
4,50 7,50
37,1 39,1
34,7 36,7
28,0 30,1
37,9 40,0
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
26-10-2020 13:17:34
4 woningen Zuidmidslandweg, Terschelling Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 2.2: berekeningsresultaten Zuidmidslandweg (inclusief 5 dB aftrek o.b.v. art. 110g Wgh)
Resultatentabel Zuidmidslandsweg LAeq totaalresultaten voor toetspunten Zuidmidslanderweg Ja
Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B
Omschrijving grens perceel grens perceel grens perceel grens perceel grens perceel
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 31,9 34,1 35,4 31,0 32,9