2026-05-13 Raadsmemo - Aanpassing beleidskader standplaatsen
Tekst van het document
Memo Aan
:
De gemeenteraad
Datum
:
13 mei 2026
Afzender
:
Onderwerp
:
Het college van burgemeester en wethouders Aanpassing beleidskader standplaatsen
Bijlage(n)
:
Bijlage 1. Ontwerp beleidskader Standplaatsen Bijlage 2. Locaties standplaatsen Terschelling
Op 9 december 2025 heeft het college ingestemd met het ontwerp van het beleidskader standplaatsen en dit vrijgegeven voor verdere besluitvorming door de gemeenteraad. Sindsdien hebben zich echter ontwikkelingen voorgedaan, die aanleiding geven om het beleidskader aan te passen voordat dit in de raad kan worden behandeld. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor de vaststelling van het beleidskader standplaatsen. Dit kader vormt, tezamen met de nog op te stellen beleidsregels, de basis om vergunningen te kunnen verlenen conform de geldende wet- en regelgeving. Met deze memo wordt u geïnformeerd over recente ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleidskader. Tevens wordt toegelicht waarom aanpassing noodzakelijk is alvorens het beleidskader aan de raad voor te leggen. Uitspraak Raad van State (22 april 2026) Op 22 april 2026 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over een standplaatsvergunning in Groningen die voor bepaalde tijd was verleend. In deze zaak werd geoordeeld dat de vergunning ten onrechte als schaars was aangemerkt. BNG 28.50.08.285 Burg.v. Heusdenweg 10A 8881 EB West-Terschelling Postbus 14 8880 AA West-Terschelling telefoon: 0562-446244 telefax: 0562-446299 www. terschelling.nl
gemeente Terschelling
De grondslag voor het verlenen van de vergunning was dat sprake zou zijn van schaarse rechten, omdat het aantal standplaatsen beperkt zou zijn. Echter, in het betreffende beleid was geen concreet maximum aantal standplaatsen vastgelegd. Hierdoor kon geen sprake zijn van schaarste. Zonder schaarste mogen vergunningen niet voor bepaalde tijd worden verleend, tenzij sprake is van een dwingende reden van algemeen belang. Huidige situatie in het ontwerpbeleidskader Terschelling In het ontwerpbeleidskader standplaatsen van Terschelling wordt onderbouwd waarom sprake is van schaarse vergunningen. Deze motivering is gebaseerd op het feit dat: • een beperkt aantal standplaatsen is aangewezen in het omgevingsplan;
2 •
deze locaties zijn opgenomen in de bijlage bij het beleidskader.
Hiermee wordt beleidsmatige schaarste beargumenteerd, waardoor het mogelijk is vergunningen voor bepaalde tijd te verlenen binnen een maximumstelsel (plafond) (zie bijlage 1, p. 7–9). Tegelijkertijd bevat het beleidskader een paragraaf waarin ruimte wordt geboden voor nieuwe standplaatslocaties. Dit staat op gespannen voet met het uitgangspunt van een maximumstelsel. Door ruimte te laten voor uitbreiding van het aantal locaties, wordt de schaarste ondermijnd. Wanneer er geen sprake is van schaarste betekent dit, dat het niet langer mogelijk is om zonder nadere motivering vergunningen voor bepaalde tijd te verlenen. In dat geval moet per vergunning een dwingende reden van algemeen belang worden aangetoond. Vergunningen voor bepaalde tijd en schaarste Vergunningen kunnen alleen als schaars worden aangemerkt wanneer het aantal te verlenen vergunningen vooraf is begrensd door een vastgesteld en bindend maximum (plafond). Dit maximum vormt de basis voor de kwalificatie als schaarse vergunning. In geval van schaarste worden vergunningen in beginsel voor bepaalde tijd verleend. Dit is noodzakelijk om eerlijke mededinging te waarborgen en te voorkomen dat bestaande vergunninghouders een onevenredig voordeel behouden.
Deze verplichting vloeit voort uit de Europese Dienstenrichtlijn en nationale jurisprudentie, waarin is bepaald dat een passende mate van openbaarheid moet worden geboden, zodat ook nieuwe gegadigden daadwerkelijk kans maken op een vergunning. Een essentiële voorwaarde is dat het maximum aantal vergunningen expliciet en zonder uitzonderingen is vastgelegd. Indien het beleid ruimte biedt om van dit maximum af te wijken, bijvoorbeeld door aanvullende vergunningen toe te staan, is geen sprake meer van schaarste. In dat geval ontbreekt de juridische grondslag om vergunningen als schaars aan te merken en kan niet langer worden gesproken van beleidsmatige schaarste. Bestuurlijk risico Het huidige ontwerpbeleidskader bevat een tegenstrijdigheid: enerzijds wordt uitgegaan van een maximumstelsel, anderzijds wordt uitbreiding van het aantal standplaatsen niet uitgesloten. Hierdoor kan onvoldoende gemotiveerd worden dat sprake is van beleidsmatige schaarste. Dit vormt een bestuurlijk en juridisch risico bij vaststelling van het beleidskader. Indien de raad het beleidskader in de huidige vorm vaststelt, bestaat het risico dat de nadere beleidsregels – die door het college worden vastgesteld – feitelijk een beperking vormen ten opzichte van het vastgestelde kader. Dit kan leiden tot bestuurlijke en juridische complicaties.
Conclusie Aanpassing van het beleidskader is noodzakelijk om: • de motivering van schaarste juridisch houdbaar te maken; • tegenstrijdigheden in het huidige ontwerp te verwijderen; • bestuurlijke risico’s bij vaststelling en uitvoering te voorkomen.
3
Wij willen u vragen het nu voorliggende kader in de komende commissie- en raadsvergadering niet te behandelen en zullen u een nieuw voorstel aanbieden met inachtneming van de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State, wat u in de vergadercyclus van september zou kunnen behandelen. Vanwege de samenhang van de wijziging van de APV met het beleidskader is het van belang deze in dezelfde vergadering te behandelen en dus ook door de schuiven.