CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

18.d. Was-wordt-lijst verordening maatschappelijke ondersteuning Terschelling

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente TerschellingBij agendapunt: (H) Verordening WMO 2024 Terschelling3.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tabel vergelijking verordening maatschappelijke ondersteuning Leeswijzer: tekstgedeelten die in de bestaande regeling cursief staan aangegeven zijn vervallen. Gewijzigde tekstgedeelten in de nieuwe regeling zijn met vet aangegeven. Huidige tekst Hoofdstuk 1. Begrippen en algemene bepalingen Artikel 1.2

Nieuwe tekst Hoofdstuk 1. Begrippen en algemene bepalingen Artikel 1.2

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wordt verstaan onder: - advies en aanvraag - advies en aanvraag maatwerkvoorziening Wmo maatwerkvoorziening Wmo 2015: het geaccordeerde of 2015: het geaccordeerde of voor voor gezien getekende gezien getekende document dat document dat een weergave een weergave bevat van het bevat van het onderzoek in het onderzoek in het kader van de kader van de Wmo 2015; Wmo 2015; - algemeen gebruikelijke - algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die voorziening: voorziening die niet niet speciaal bedoeld is voor speciaal bedoeld is voor mensen mensen met met een beperking en die algemeen een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen; of andere maatregelen; - beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke - beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning; ondersteuning; - bijdrage in de kosten: bijdrage in de kosten als - bijdrage in de kosten: bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4a van de wet; bedoeld in artikel 2.1.4a van de wet; - college: de burgemeester en wethouders van - college: de burgemeester en wethouders van de

gemeente Terschelling; de gemeente Terschelling; - de wet: de Wet maatschappelijke - de wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; ondersteuning 2015; - gebiedsteam: het in de desbetreffende - gebiedsteam: het in de desbetreffende gemeente actieve team van professionals; gemeente actieve team van professionals; - formele hulp: ondersteuning door - formele hulp: ondersteuning door professionals professionals die werken voor een bij de die werken voor een bij de Kamer van Kamer van Koophandel ingeschreven Koophandel ingeschreven organisatie. Die organisatie organisatie. Die organisatie voldoet aan onze kwaliteitseisen voldoet aan onze kwaliteitseisen en is gecontracteerd als ZINen is gecontracteerd als ZINaanbieder of kan door middel van aanbieder of kan door middel plannen (over relevante wet- en van plannen (over relevante regelgeving, aansprakelijkheid, wet- en regelgeving, administratie en continuïteit) of aansprakelijkheid, administratie visitatie door onze gebiedsteams en continuïteit) of visitatie door en toezichthouder aantonen dat onze gebiedsteams en de organisatorische

toezichthouder aantonen dat de organisatorische bekwaamheid voldoet aan het niveau van onze inkoopvoorwaarden; -

hoofdverblijf: het feitelijke woonadres van de aanvrager. In de meeste gevallen is dat het adres waarmee de aanvrager in de GBA staat ingeschreven. De omstandigheden van het geval kunnen echter aanleiding geven een ander adres als feitelijk woonadres aan te merken; - hulpvraag: de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; - ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Terschelling; - onverwijld: zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen drie werkdagen; - persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden bedoeld in artikel 2.3.2. vierde lid onderdelen a tot en met g van de wet beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; - ZIN: zorg in natura-tarief.

bekwaamheid voldoet aan het niveau van onze inkoopvoorwaarden; -

hoofdverblijf: het feitelijke woonadres van de aanvrager. In de meeste gevallen is dat het adres waarmee de aanvrager in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven. De omstandigheden van het geval kunnen echter aanleiding geven een ander adres als feitelijk woonadres aan te merken; - hulpvraag: de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; - ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Terschelling; - onverwijld: zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen drie werkdagen; - persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden bedoeld in artikel 2.3.2. vierde lid onderdelen a tot en met g van de wet beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; - ZIN: zorg in natura-tarief.

Huidige tekst Artikel 2. Algemene bepalingen

Nieuwe tekst Artikel 2. Algemene bepalingen

De gemeente Terschelling volgt het beleid van de gemeente Leeuwarden in haar rol als centrumgemeente ten aanzien van de regionale voorzieningen Beschermd wonen en opvang (maatschappelijke opvang, OGGZ, Verslavingszorg) zoals vastgesteld in de Verordening WMO 2018 van de gemeente Leeuwarden, de Beleidsregels WMO 2018 van de gemeente Leeuwarden en het Financieel Besluit 2018 van de gemeente Leeuwarden en de eventueel navolgende gewijzigde versies hiervan voor zover het

De gemeente Terschelling volgt het beleid van de gemeente Leeuwarden in haar rol als centrumgemeente ten aanzien van de regionale voorzieningen Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang en de inrichting van een Veilig thuisorganisatie zoals vastgesteld in de Verordening Wmo 2022 gemeente Leeuwarden, de Beleidsregels Wmo 2023-2 gemeente Leeuwarden en het Financieel Besluit Wmo 2023-2 gemeente Leeuwarden en de eventueel navolgende gewijzigde versies hiervan voor

veranderingen betreft die voortvloeien uit de verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling ‘Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2018’.

zover het veranderingen betreft die voortvloeien uit de verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling ‘Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022’.

Huidige tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 3. Maatwerkvoorziening Artikel 6. Regels voor pgb

Hoofdstuk 3. Maatwerkvoorziening Artikel 6. Regels voor pgb

1.

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. Het college verstrekt geen pgb als de cliënt het beheer ervan uitvoert met hulp van of laat uitvoeren door de betrokken ondersteuner zelf of daaraan verbonden personen of organisaties en daarmee ongewenste belangenverstrengeling kan ontstaan. 3. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van sociaal betrokken ondersteuners: a. het die situaties betreft waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. 4. Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

1.

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. Het college verstrekt geen pgb als de cliënt het beheer ervan uitvoert met hulp van of laat uitvoeren door de betrokken ondersteuner zelf of daaraan verbonden personen of organisaties en daarmee ongewenste belangenverstrengeling kan ontstaan. 3. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van sociaal betrokken ondersteuners afnemen in situaties waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. 4. Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Hoofdstuk 4. Informatieplicht, herziening en terugvordering

Hoofdstuk 4. Informatieplicht, herziening en terugvordering

Artikel 9

Artikel 9 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

1.

Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en

2.

3.

4.

5.

oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of f. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder

2.

3.

4.

5.

Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of f. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft

6.

7.

a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, vordert het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terug van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, wordt deze voorziening teruggevorderd. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, wordt deze voorziening teruggevorderd.

6.

7.

plaatsgevonden, vordert het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terug van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, wordt deze voorziening teruggevorderd. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, wordt deze voorziening teruggevorderd.

Huidige tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten Artikel 11

Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel als pgb. 2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen bijdrage is verschuldigd. 3. In de volgende gevallen is geen bijdrage in de kosten verschuldigd: a. Wanneer een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. b. Wanneer vervoer naar en van de dagactiviteit basis, plus of persoonlijke ontwikkeling of naar kortdurend verblijf basis of plus wordt verstrekt. 4. Voor collectief vervoer geldt een afwijkende bijdrage. De reizigersbijdragen daarvoor zijn vastgelegd in artikel 2 van het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2020. 5. De kostprijs van

Met opmerkingen [BJ1]: Dit klopt niet. Er is geen tweede lid, onder a. Derde lid, onder a ?

Artikel 11 1.

2.

3.

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel als pgb. Op grond van artikel 2.1.4a lid vier van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening en pgb tot aan de kostprijs, voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en echtgenoot tezamen, door het CAK vastgesteld en geïnd, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen bijdrage is verschuldigd. In de volgende gevallen is geen bijdrage in de kosten verschuldigd: a. Wanneer een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. b. Wanneer vervoer naar en van de dagactiviteit basis, plus of persoonlijke ontwikkeling of naar kortdurend verblijf basis of plus wordt verstrekt.

a. Een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. b. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. c. Een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

4.

5.

Voor collectief vervoer geldt een afwijkende bijdrage. De reizigersbijdragen daarvoor zijn vastgelegd in artikel 2 van het Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning 2024 en de eventueel navolgende gewijzigde versie hiervan. De kostprijs van a. Een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. b. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. c. Een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

Huidige tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 6. Kwaliteit en veiligheid Artikel 12

Hoofdstuk 6. Kwaliteit en veiligheid Artikel 12

1.

2.

3.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door onder andere: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. Het college kan een kwaliteitskader stellen eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. Onverminderd andere

1.

2.

3.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door onder andere: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. Het college stelt eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze

handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Huidige tekst

Nieuwe tekst

Toelichting Verordening Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten

Toelichting Verordening Hoofdstuk 5. Bijdrage in de kosten

Artikel 11

Artikel 11

Bijdrage in de kosten

Bijdrage in de kosten

De wet maakt een onderscheid tussen de bijdragen in de kosten:

De wet maakt een onderscheid tussen de bijdragen in de kosten:

• •

•

Van maatwerkvoorzieningen en pgb’s; Van bij verordening aangewezen algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie; Van algemene voorzieningen waarbij geen sprake is van een dergelijke duurzame hulpverleningsrelatie.

De gemeente heeft geen algemene voorzieningen. Daarover komen dus geen bepalingen terug in het artikel over de bijdrage in de kosten. Wanneer de gemeente ervoor kiest om een eigen bijdrage te heffen, geldt voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s het abonnementstarief van in totaal maximaal € 19,00 per maand. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast en int deze. De wet verplicht tot het vaststellen van de kostprijs van een maatwerkvoorziening (artikel 2.1.4a, zesde lid, van de wet). Dat kan op drie manieren en deze zijn vastgelegd in lid 5 (door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder). In sub b van het 5e lid is opgenomen dat de kostprijs van een voorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing ook bepaald wordt door de wijze van verstrekken van de voorziening te weten bruikleen, huur of eigendom. Het is van belang dat de eigen bijdrage van € 19,00 per maand de kostprijs van de voorziening niet te boven gaat. Dit zal zeker bij de voorzieningen waar een dienst wordt geleverd nooit het geval zijn. Het zou wel kunnen

• •

•

Van maatwerkvoorzieningen en pgb’s; Van bij verordening aangewezen algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie; Van algemene voorzieningen waarbij geen sprake is van een dergelijke duurzame hulpverleningsrelatie.

De gemeente heeft geen algemene voorzieningen. Daarover komen dus geen bepalingen terug in het artikel over de bijdrage in de kosten. Wanneer de gemeente ervoor kiest om een eigen bijdrage te heffen, geldt voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s het abonnementstarief. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast en int deze. De wet verplicht tot het vaststellen van de kostprijs van een maatwerkvoorziening (artikel 2.1.4a, zesde lid, van de wet). Dat kan op drie manieren en deze zijn vastgelegd in lid 5 (door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder). In sub b van het 5e lid is opgenomen dat de kostprijs van een voorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing ook bepaald wordt door de wijze van verstrekken van de voorziening te weten bruikleen, huur of eigendom. Het is van belang dat de eigen

voorkomen bij een hulpmiddel of woningaanpassing. Wanneer deze in eigendom wordt verstrekt, kan er een moment komen dat de kostprijs is betaald. Het CAK ziet toe op het niet overschrijden van de kostprijs. De gemeente mag voor die voorziening dan geen eigen bijdrage meer heffen. Wanneer de voorziening in bruikleen of huur is verstrekt, kan de eigen bijdrage worden geheven zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt.

bijdrage de kostprijs van de voorziening niet te boven gaat. Dit zal zeker bij de voorzieningen waar een dienst wordt geleverd nooit het geval zijn. Het zou wel kunnen voorkomen bij een hulpmiddel of woningaanpassing. Wanneer deze in eigendom wordt verstrekt, kan er een moment komen dat de kostprijs is betaald. Het CAK ziet toe op het niet overschrijden van de kostprijs. De gemeente mag voor die voorziening dan geen eigen bijdrage meer heffen. Wanneer de voorziening in bruikleen of huur is verstrekt, kan de eigen bijdrage worden geheven zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=3a1b4d45-3ace-4d9e-bd87-8df798299aac