CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

16.d. Memo beantwoording vragen commissie handhaving

Raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Handhaving2.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Aan

:

Gemeenteraad

Datum

:

1 juli 2025

Afzender

:

College van burgemeester en wethouders

Onderwerp

:

Bijlage(n)

:

Beantwoording vragen handhaving Terschelling -

Hierbij treft u de beantwoording van de in de raadscommissie van 24 juni 2025 gestelde vragen. Vragen Plaatselijk Belang: Vraag 1: Welke technische oorzaken binnen de cao of arbeidsvoorwaarden hebben geleid tot het huidige capaciteitstekort bij handhaving? Antwoord: Capaciteitstekorten kunnen binnen een organisatie ontstaan door caotechnische bepalingen, zoals ouderschapsverlof of leeftijdsgebonden verlofregelingen. Wanneer zich dergelijke situaties voordoen, wordt bij stagnerende dienstverlening, het college geïnformeerd over de ontstane situatie. Hoewel deze omstandigheden vaak tijdelijk van aard zijn, kunnen ze binnen een klein team – zoals dat van handhaving – direct leiden tot merkbare problemen in de dienstverlening/handhaving en toezicht. Om risico’s van verminderde toezicht en handhaving te voorkomen, acht het college het van belang om tijdelijke uitval snel en doeltreffend op te vangen.

Vraag 2: Waarom is pas halverwege het jaar een budgetverhoging aangevraagd, terwijl het capaciteitsprobleem bij de jaarstart al zichtbaar was? Antwoord: Het college heeft vanaf de start van het jaar prioriteit gegeven aan betere coördinatie en afstemming van de handhavingscapaciteit. Ondanks deze inspanningen leidde zelfs de relatief rustige maand februari al tot ernstige knelpunten, waardoor meldingen en prioriteiten niet tijdig konden worden opgepakt. In reactie hierop is per maart tijdelijke externe capaciteit ingehuurd. Deze inzet is aanvankelijk opgevangen binnen bestaande budgetten, waarna, bij blijvende druk, een voorstel tot (tijdelijke) budgetverhoging is voorbereid. Vraag 3: Hoe wordt de inzet van verschillende handhavers (bouwinspecteurs, FUMO, VTH, boa’s) onderling afgestemd?

2 Antwoord: Er is een duidelijke taakverdeling en afstemming per domein. Bouwtoezicht en FUMO functioneren als zelfstandige afdelingen. Het raadsvoorstel betreft specifiek het toezicht en handhaving binnen de VTH-kolom (vergunningen, toezicht en handhaving van publieke taken) en BOA domein 1 openbare ruimte. Binnen dit gemeentelijke domein vindt eens per zes weken overleg plaats tussen VTH en openbare orde en veiligheid (OOV), waarin toezichthoudende taken, leefbaarheid en veiligheid worden besproken. OOV vertaalt beleid en regelgeving in concrete werkopdrachten richting de boa’s en toezichthouders. Daarnaast wordt door andere teams input geleverd bij thematische accenten, zoals bij het gedoogbeleid of toeristisch toezicht. Vraag 4: Wie heeft de regierol in dit geheel? Antwoord: De teamleider VTH bewaakt de regie tussen beleid en uitvoering. Voor de vertaalslag naar de praktijk op straat vervult de beleidsmedewerker OOV een centrale rol als verbindende schakel tussen beleid, wetgeving en operationele aansturing van toezichthouders. Deze werkwijze zorgt voor eenduidige opdrachten en heldere prioriteitstelling. Vraag 5: Bestaat er een structureel overleg tussen deze partijen over de handhaving binnen de gemeente? Antwoord: Ja, er zijn zowel interne als externe structurele overleggen. Binnen de gemeente vindt regelmatig afstemming plaats tussen VTH, verschillende teams en OOV.

Extern wordt samengewerkt met partners zoals de politie en Staatsbosbeheer. Vanaf 2025 sluit OOV ook bij het uitvoerend overleg van de boa’s aan. Op deze manier wordt de samenhang in de uitvoering versterkt en de gemeentelijke prioritering beter geborgd. Daarmee wordt ook de vraag naar een grotere controlerende rol van de raad ondersteund. Vraag 6: Kan de gevraagde structurele verhoging van het handhavingsbudget worden opgenomen in de meerjarenbegroting? Antwoord: Ja, Het voorstel voorziet erin om in 2025 een bedrag van €60.000 direct beschikbaar te stellen om acute inzet te kunnen realiseren. Daarnaast bevat het voorstel een voorgestelde structurele begrotingswijziging van €35.000 vanaf 2026, die via dit document ter kennisname aan de raad wordt voorgelegd. Het college acht het wenselijk om de raad op deze wijze tijdig mee te nemen in de structurele opgave voor de komende jaren. De structurele aanpassing is daarmee vooral informatief van aard in dit stadium. De formele besluitvorming over de structurele middelen vindt plaats bij de vaststelling van de begroting 2026, waar de raad uiteraard bevoegd is om hierover een afweging te maken. Vragen VVD Vraag 1: Hoe is het bedrag van €60.000 onderbouwd? Gaat het hierbij om inhuur en overheadkosten? Graag een nadere uitsplitsing.

3 Antwoord: In 2025 heeft de handhavingscapaciteit tijdelijk onder druk gestaan door personele uitval. Hierdoor daalde de inzet van 1,2 fte naar circa 0,7 fte. Met name vanaf april, het begin van het toeristisch seizoen, werd dit tekort een groot knelpunt. Dit had directe gevolgen voor de uitvoering van toezicht en handhavingstaken, waaronder: • Handhavingsgaten van meerdere dagen; • Achterstanden in wettelijke verplichtingen; • Verslechtering van de samenwerking met politie, ondernemers en bewoners. Om deze knelpunten te ondervangen is gekozen voor tijdelijke inhuur van capaciteit: • Om het acute tekort te overbruggen is gekozen voor: Inhuur van 684 uur ter overbrugging van een tekort van 18 uur per week (circa 0,5 fte over 38 weken). Let op: tijdens bepaalde evenementen en in situaties met verhoogd risico wordt verplicht gewerkt in koppels. Hierdoor dient de aanduiding “0,5 fte over 38 weken” met enige operationele flexibiliteit te worden geïnterpreteerd. • Kosten: €60.192 (inclusief werkgeverslasten, overhead en inzetcoördinatie). Deze tijdelijke maatregel had als doel om de basistoezicht inzet te behouden, meldingen te kunnen blijven oppakken en zichtbaar te blijven in de openbare ruimte. Tegelijkertijd is gestart met werving voor structurele invulling van de formatie. Inhuur was hier noodzakelijk om de continuïteit te waarborgen.

Vraag 2: Zijn goedkopere alternatieven onderzocht, zoals samenwerking met andere Waddengemeenten? Antwoord: In navolging van de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamercommissie (2022) wordt samenwerking via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) of convenant onderzocht. Hoewel deze aanbeveling is gedaan door de Rekenkamer, bestaan er op dit moment nog obstakels van juridische aard, verschillen in lokaal beleid en samenloop van piekmomenten tussen de eilanden. Hierdoor is samenwerking op de korte termijn (nog) niet uitvoerbaar gebleken. Ook alternatieven binnen andere regionale samenwerkingsconvenanten worden al enige tijd verkend, maar leveren vooralsnog niet het gewenste resultaat. Dit maakt dat de continuïteit niet is gewaarborgd, terwijl juist die – vanwege het sterk lokale karakter van toezicht en handhaving – essentieel is. Vraag 3: Het voorstel spreekt over 1,2 fte in 2026, met 400 extra uren in piekperiodes. Waarom wordt de formatie niet uitgebreid als er duidelijk sprake is van structurele piekbelasting? Antwoord: Piekmomenten in toezicht en handhaving doen zich tegenwoordig voor buiten de traditionele zomermaanden. Ook het voor- en naseizoen en zelfs de winterperiode kennen momenten van verhoogde druk, mede veroorzaakt door activiteiten van inwoners zelf. Een structurele uitbreiding van formatie is hierbij niet per se de meest efficiënte oplossing.

Door flexibel om te gaan met ureninzet en gericht bij te sturen in drukke perioden, kan met een stabiele formatie toch effectief worden ingespeeld op deze spreiding van werkdruk..

4

Vraag 4: De uitbreiding van het budget van €5.000 naar €40.000 betekent een stijging van 700%. Hoe wordt deze stijging onderbouwd? Kan dit worden toegelicht met uren, tarieven en taken? Antwoord: De voorgestelde uitbreiding van het budget maakt circa 400 extra toezichturen per jaar mogelijk. Concreet betekent dit: • De bestaande inzet van 16 uur per week wordt verhoogd naar 24 uur per week; • De vaste BOA van 36 uur per week blijft gehandhaafd; • Samen levert dit een totaal op van 60 uur inzetbare capaciteit per week, ook in weekenden en avonduren. Daarnaast houdt het college rekening met de noodzaak tot flexibele inzet, bijvoorbeeld in koppels bij avondtoezicht of bij evenementen, waar veiligheidssituaties dit vereisen. Inzet wordt afgestemd op risico’s, seizoenen en het type meldingen. De kosten per uur bedragen circa €88, wat een marktconform tarief is voor inhuur van handhavingscapaciteit. Dit tarief is inclusief overhead, zoals uniformen, uitrusting, administratieve ondersteuning, opleidingen en coördinatie.

De extra inzet is bedoeld om invulling te geven aan een breed scala aan toezichttaken, waaronder: • Toezicht op de Alcoholwet (bijvoorbeeld leeftijdsgrens, verkoop alcohol op evenementen); • APV-handhaving (zoals fietsgebruik in voetgangerszones, geluidsoverlast, hondenbeleid); • Vergunning toezicht, zoals bij terrassen, evenementen of standplaatsen; • Openbare ruimte (parkeerbeleid, afval, vuurwerk, strandtoezicht); • Ondersteuning bij handhaving van gedoogconstructies (zoals seizoensmatige afspraken met ondernemers); • Signalerende en preventieve aanwezigheid in de wijk, ook ter ondersteuning van de samenwerking met politie en wijkteams. Vraag 5: Hoe verhoudt de uitbreiding zich tot de reeds bestaande inzet van beveiligers? Antwoord: De inzet van beveiligers richt zich hoofdzakelijk op uitgaansgebieden tijdens de zomerperiode. Zij fungeren als gastheren, zonder handhavingsbevoegdheden. Hoewel hun bijdrage wordt gewaardeerd, zijn zij niet inzetbaar voor toezichtstaken buiten deze context. De korpsleiding van de politie houdt toezicht op deze taakverdeling. De bestaande inzet van beveiligers blijft ongewijzigd en staat los van de gemeentelijke handhavingscapaciteit. Beide trajecten vullen elkaar aan, maar kunnen niet als vervanging van elkaar worden beschouwd. Vraag 6: Bestaat er een risico op dubbele inzet op dezelfde taken? Antwoord: Nee.

Er is duidelijke taakafbakening tussen de verschillende toezichthouders: • De politie richt zich op openbare orde, veiligheid en noodhulp; • BOA’s zijn verantwoordelijk voor leefbaarheid, kleine overtredingen en bestuursrechtelijke handhaving;

5 •

Beveiligers vervullen een gastheerrol zonder formele bevoegdheden; • Andere partners zoals Staatsbosbeheer opereren binnen hun eigen domein (natuurbeheer). Door deze rolverdeling en goede afstemming, onder andere via de korpsleiding en structureel overleg, is er geen sprake van overlap of dubbele inzet. Vraag 7: Is het college bereid te onderzoeken of beveiligers op piekmomenten kunnen worden ingehuurd als goedkoper alternatief? Antwoord: Dit is reeds onderzocht in maart 2025 op West-Terschelling. De conclusie was dat beveiligers, vanwege het ontbreken van bevoegdheden, slechts beperkt inzetbaar zijn buiten vooraf aangewezen zones. Problemen als alcoholgebruik buiten uitgaansgebieden of wildkamperen vergen bestuursrechtelijke handhaving, waarvoor boa’s bevoegd zijn. Beveiligers kunnen hier enkel signaleren, niet optreden. Daarom is inhuur van beveiligers geen werkbaar of goedkoper alternatief voor boa-inzet. Het college bespreekt deze alternatieven en mogelijke oplossingen overigens wel in het half jaarlijkse horeca overleg om zo ook de ondernemers te betrekken.

Vragen Samen Terschelling: Vraag 1: Is er reeds een vaste boa aangesteld? Zo ja, per wanneer? Antwoord: Sinds 2018 werken wij met een vaste BOA. Per 1 juli is een nieuwe vaste boa aangesteld. Er is voorzien in een overdrachtsperiode van één maand, waarin de nieuwe boa ook een cursus volgt gericht op lokale gebruiken en omgangsvormen op het eiland. Het doel is dat de boa daarna zelfstandig aan de slag kan. Vraag 2: In het voorstel wordt gesproken over nieuwe beleidsontwikkelingen die nog niet zijn vastgesteld. Waarom wordt vooruitlopend daarop al een budgetverhoging gevraagd? Antwoord: Het college houdt met deze inzet rekening met het coalitieprogramma en de daarin uitgesproken wensen. Daarnaast zijn er al bestaande gedoogconstructies, zoals het gedoogbeleid rond terrassen, die extra toezicht vereisen. Ook in de aanloop naar nieuw beleid is inzet van toezicht noodzakelijk, bijvoorbeeld voor het opstellen van processenverbaal van bevindingen die dienen als nulmeting voor beleidsontwikkeling. Budgetverhoging is dus mede bedoeld om dit proces te ondersteunen.

Vraag 3: Wat wordt bedoeld met "handhaving op fietsgedrag"? Welke gedragingen vallen hieronder?

6 Antwoord: Onder handhaving op fietsgedrag wordt verstaan: • Fietsen in voetgangersgebieden; • Fietsen met de telefoon in de hand; • Fietsen zonder verlichting in de avonduren; • Gedrag dat overlast veroorzaakt of onveiligheid oplevert in de openbare ruimte. Niet onder handhaving op fietsgedrag valt parkeren van fietsen buiten de daarvoor bestemde stallingen. Er bestaat nml geen expliciete juridische grondslag om handhavend op te treden tegen het parkeren van fietsen buiten de daarvoor bestemde stallingen. Dit betekent dat overlastsituaties door verkeerd gestalde fietsen weliswaar als onwenselijk worden ervaren, maar juridisch niet altijd direct kunnen worden aangepakt. Vraag 4: Wat zijn de concrete doelen van toezicht en handhaving? Graag deze doelen opnemen in het beleidsplan Helder Handhaven. Antwoord: Het college onderkent het belang van duidelijke doelstellingen bij toezicht en handhaving, zeker wanneer er extra middelen worden ingezet. In het beleidsplan Helder Handhaven zijn diverse concrete doelen benoemd. Zo wordt ingezet op het verminderen van overlast, waarbij als resultaat een daling in het aantal meldingen en klachten wordt nagestreefd. Ook het tegengaan van verrommeling van de openbare ruimte, zoals op parkeerterreinen en in de dorpskernen, is een belangrijk aandachtspunt.

Daarnaast wordt gestuurd op het bevorderen van naleving van regels van bijvoorbeeld het gedoogbeleid terrassen. In 2023 is hierover, in samenwerking met de politie, een eenmalige terugkoppeling gegeven via een informatieavond, waarin onder meer het aantal meldingen en uitgevoerde acties werd toegelicht. Het college onderzoekt momenteel of een dergelijke terugkoppeling structureel kan worden ingericht, bijvoorbeeld twee keer per beleidsperiode, zodat de raad actief betrokken blijft bij de voortgang en het effect van het ingezette beleid. Vraag 5: Zijn de boa’s voldoende opgeleid voor hun taken? Worden zij tevens getraind in lokale gebruiken en omgangsvormen op het eiland? Antwoord: Ja. De boa’s zijn opgeleid en beschikken over de vereiste certificeringen. Daarnaast verzorgt OOV een aanvullende inwerkperiode waarin specifieke aandacht is voor de lokale context, gebruiken en omgangsvormen op Terschelling. Vragen CDA: Vraag 1: De politie heeft als kernwaarden “waakzaam en dienstbaar”. Hoe sluit de

7 uitbreiding van gemeentelijke handhaving aan op de kerntaken van de politie? Antwoord: De afstemming tussen politie en gemeentelijke handhaving vindt plaats binnen de bestuurlijke driehoek (burgemeester, OM en politie). Daarnaast heeft de burgemeester regelmatig overleg met de teamchef van de politie om de basisinzet van het korps op Terschelling te blijven waarborgen. Tegelijkertijd speelt er een landelijke ontwikkeling van teruglopende politiecapaciteit. Die tekorten zijn niet lokaal bepaald, maar hebben wél lokale gevolgen. Daarom wordt lokaal geïnvesteerd in versterking van gemeentelijke handhaving, juist om de gezamenlijke inzet op leefbaarheid, veiligheid en toezicht te kunnen blijven garanderen. Op operationeel en tactisch niveau vinden structurele overleggen plaats, waarin ook de inzet van boa’s, wijkagenten en andere partners wordt afgestemd. Zo wordt overlap voorkomen en kunnen toezichthouders elkaar versterken. De wijkagent is recent samen met de burgemeester het gesprek aangegaan met verschillende buurtschappen om de dienstbaarheid naar inwoners verder te versterken.

Vraag 2: In eerdere discussies is benoemd dat toezichthouders deels zelf hun inzet bepalen. Hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot overlap met andere handhavers, zoals in natuurgebieden? Antwoord: Toezichthouders surveilleren en reageren op wat zij onderweg tegenkomen. Hoewel er vooraf kaders en prioriteiten zijn meegegeven, vraagt de praktijk om een zekere mate van zelfstandige beoordeling. Dit betekent niet dat er sprake is van vrije invulling, maar van professionele inschatting op basis van de situatie ter plaatse. De gemeente heeft daarnaast ook in buitengebieden een rol, bijvoorbeeld bij het verlenen van vergunningen en ontheffingen. Deze bevoegdheden brengen ook een controlerende taak met zich mee. Tegelijkertijd erkent het college het belang van duidelijke afbakening van taken, met name ten opzichte van andere terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer. Daarom zijn er structurele overleggen ingericht, waarin OOV samen met operationele partners afspraken maakt over inzet, taakverdeling en prioriteiten. Op die manier wordt voorkomen dat boa’s onbedoeld handhaven buiten hun mandaat of in taken die bij andere instanties liggen.

Vragen PVDA Vraag 1: Hoe verhouden de taken van gemeentelijke toezichthouders zich tot die van andere toezichthouders, zoals FUMO, politie of Staatsbosbeheer?

8 Antwoord: De verschillende toezichthouders opereren binnen hun eigen wettelijke kaders en taakvelden, met bijbehorende bevoegdheden. De gemeente is in veel gevallen bevoegd gezag op het gebied van openbare orde, leefbaarheid en lokale regelgeving, en zet daartoe haar eigen toezichthouders en boa’s in. Andere instanties, zoals de FUMO, zijn verantwoordelijk voor toezicht op milieu- en bouwregelgeving namens aangesloten gemeenten. Staatsbosbeheer voert toezicht uit binnen het natuurdomein op basis van natuurwetgeving. De politie is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke handhaving. De gemeentelijke toezichthouders richten zich primair op de handhaving van gemeentelijke verordeningen en lokale beleidskaders, zoals parkeerbeleid, evenementen, terrassen, afval en (lichte) overlast – en vallen onder domein 1: openbare ruimte. Er is dus sprake van verschillende taakvelden, maar soms ook van raakvlakken. Om te voorkomen dat er dubbel werk of onduidelijkheid ontstaat, vinden structurele overleggen plaats waarin inzet en prioriteiten worden afgestemd tussen de betrokken partijen.

Vraag 2: Hoe voorkomt het college dubbele inzet of taakoverlap? Antwoord: Het college voorkomt taakoverlap door duidelijke afbakening van bevoegdheden, goede operationele coördinatie en structureel overleg met handhavingspartners. Gemeentelijke toezichthouders zijn actief binnen domein 1 (openbare ruimte) en werken volgens vastgestelde prioriteiten. Andere partijen, zoals politie, FUMO en Staatsbosbeheer, hebben hun eigen wettelijke taken en werkterreinen. Om overlap te voorkomen, vinden er zowel tactische als operationele overleggen plaats. OOV speelt hierin een centrale rol door de vertaling van beleid naar uitvoerbare opdrachten en de afstemming met externe partners. Zo ontstaat een helder beeld van ieders rol en worden onbedoelde dubbeltaken voorkomen.

Vraag 3: Er is sprake van uitbreiding van inzet, maar in het voorstel blijft de formatie op 1,2 fte. Hoe ziet die uitbreiding er concreet uit? Antwoord: De uitbreiding zit niet in het aantal formatieplaatsen (fte), maar in het aantal beschikbare inzeturen per week. Door flexibele inzet van bestaande formatie en tijdelijke inhuur in piekperiodes wordt de beschikbare capaciteit verhoogd. Concreet betekent dit: •

De bestaande inzet van 16 uur per week wordt verhoogd naar 24 uur per week;

•

De vaste boa van 36 uur per week blijft gehandhaafd;

9 •

In totaal ontstaat zo een inzetcapaciteit van gemiddeld 60 uur per week.

Deze uitbreiding maakt het mogelijk om zichtbaarder aanwezig te zijn in de openbare ruimte, meldingen sneller op te pakken en ook in weekenden en bij evenementen effectief toezicht te houden.

Vraag 4: Er wordt gesproken over nieuw beleid dat nog niet is vastgesteld. Waarom loopt de uitvoeringsuitbreiding hier al op vooruit? Antwoord: Het college anticipeert met deze uitbreiding op de richting die in het coalitieprogramma is aangegeven, en op actuele ontwikkelingen in leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast zijn er al bestaande situaties , zoals gedoogconstructies bij terrassen of extra toezicht tijdens evenementen, die nu al inzet vragen. Ook in de aanloop naar nieuw beleid is handhavingsinzet nodig, bijvoorbeeld om situaties in kaart te brengen en bevindingen te registreren. Deze gegevens vormen een belangrijke input voor het opstellen van nieuw beleid. De uitbreiding ondersteunt dus zowel de uitvoering van bestaande taken als de voorbereiding op toekomstige beleidskaders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=150e0d2e-0e24-4236-8668-4e5f0f40331e