CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

14.c. bijlage toelichting VNG leges verordening en tarieventabel 2024_ivm_omgevingswet

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Leges 20245.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij verordening leges en tarieventabel per 1 januari 2024 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet Wijzigingen in de modelverordening leges en de tarieventabel In deze toelichting / handleiding focussen we verder op de wijzigingen die het gevolg zijn van de Omgevingswet. Verordening Aanhef In de aanhef is artikel 13.1a van de Omgevingswet toegevoegd als grondslag voor de legesheffing. Artikel 13.1a van de Omgevingswet bepaalt dat gemeenten rechten kunnen heffen voor het in behandeling nemen van aanvragen om een omgevingsvergunning, wijzigen van voorschriften van een omgevingsvergunning of intrekking van een omgevingsvergunning. Dat is een aanvulling op de mogelijkheid om leges te heffen op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet (‘rechten voor het genot van door of vanwege de gemeente verleende diensten’). Artikel 2 Belastbaar feit De omschrijving van het belastbaar feit is gewijzigd (geobjectiveerd). Het gaat altijd om een aanvraag: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst Voorbeelden: eenmalig benoemen buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, rijbewijzen, de meeste vergunningen (behalve omgevingsvergunning), verstrekken kopieën en dergelijke, omgevingsoverleg, maatwerkvoorschriften, gelijkwaardige maatregel.

… of het nemen van een besluit Voorbeelden: omgevingsvergunning, wijziging voorschriften omgevingsvergunning, intrekken omgevingsvergunning. b. het verlenen van een dienst op aanvraag Voorbeelden: huwelijksvoltrekking (de Wet rechten burgerlijke stand noemt ‘voor de huwelijksvoltrekking’), beschikbaar stellen getuige. c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document Voorbeelden: reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart. Artikel 3 Belastingplicht Een redactionele wijziging door een eenvoudiger formulering. Artikel 4 Vrijstellingen De vrijstelling die verband houdt met kostenverhaal via grondexploitatie (afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)) is aangepast. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Wro ingetrokken. Afdeling 13.6 van de Omgevingswet kent een vergelijkbare regeling over kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het heet geen grondexploitatie meer, maar gebiedsontwikkeling. Wij schreven hierover al bij Hoofdkeuzes, onder ‘Nemen we vrijstellingen op?’ in deze handleiding.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

Artikel 5 Heffingsmaatstaven en tarieven Door het vervallen van de Crisis- en herstelwet vervalt het tweede lid en is het derde lid vernummerd tot tweede lid. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden We hebben een facultatief tweede lid toegevoegd (en de bestaande tekst facultatief tot eerste lid vernummerd). Het tweede lid houdt verband met een eventueel in de tarieventabel genoemde bijlage waarnaar wordt verwezen, zoals een normbouwkostenregeling die wij noemen in het facultatieve artikel 2.4, vierde lid, van de tarieventabel. Deze normbouwkostenregeling is een bijlage bij de tarieventabel en wordt door de raad vastgesteld. De raad maakt het college in het tweede lid bevoegd tot wijziging van de normkostenregeling. Daarmee kan sneller op de actualiteit worden ingespeeld als een wijziging van de bouwkostennormen nodig is. Artikel 11 Overgangsrecht Het overgangsrecht in het tweede lid maakt het mogelijk ingetrokken tarieven toe te passen als de inwerkingtreding van de gewijzigde tariefbepaling later was dan de datum van ingang van de heffing. Deze bepaling is niet gewijzigd, maar kan niet worden toegepast op hoofdstuk 2 van de tarieventabel bij de overgang naar de Omgevingswet. Op aanvragen omgevingsvergunning die vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet worden ingediend, zijn het nieuwe recht en de nieuwe tariefbepalingen van toepassing.

Artikel 12 Inwerkingtreding De datum van ingang van de heffing hebben wij gesteld op 1 januari 2024, de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt. Het derde lid kan worden opgenomen als in de tarieventabel een bijlage is opgenomen die vanwege aard of omvang niet in het elektronisch gemeenteblad kan worden bekendgemaakt. Dat zou kunnen gelden voor de normbouwkostenregeling genoemd in het facultatieve artikel 2.4, vierde lid, van de tarieventabel. Op grond van artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet is voor de bekendmaking in een ander elektronisch medium vooraf instemming van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nodig. Betreft de bijlage een norm van nietpubliekrechtelijke aard waarop auteursrecht rust (bijvoorbeeld een NEN-norm), dan volstaat terinzagelegging, mits de auteursrechthebbende daarmee heeft ingestemd (zie artikel 14a van de Bekendmakingswet). Artikel 13 Citeertitel In de citeertitel kan het jaartal worden ingevuld. Tarieventabel Vormgeving tarieventabel Er is gekozen voor een andere vormgeving van de tarieventabel. Bij verdeling op twee niveaus is het hoofdstuk – paragraaf, gevolgd door artikel. Bestaand

Nieuw

Titel

Hoofdstuk

Hoofdstuk

Paragraaf

Onderdeel, subonderdeel of subsubonderdeel

Artikel

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

2/12

Soms is in een paragraaf de volgorde van artikelen anders dan in de bestaande hoofdstukken de volgorde van de (sub)onderdelen in de modelverordening leges zoals die tot inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt. Zoals eerder beschreven zijn de hoofdstukken 1 en 3 in vergelijking met de voormalige titels 1 en 3 inhoudelijk niet gewijzigd. Daarom besteden wij daar in deze implementatiehandleiding geen aandacht aan. Wij lichten op hoofdlijnen de inhoudelijke wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet toe (hoofdstuk 2 van de tarieventabel). De modelverordening leges zelf is voorzien van een integrale toelichting. Wij verwijzen op deze plaats ook naar de transponeringstabel. Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Afkortingen We gebruiken de volgende afkortingen: Afkorting Ow Ob Or Bal Bbl Bkl IwOw Bruidsschat

Citeertitel regeling Omgevingswet Omgevingsbesluit Omgevingsregeling Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Invoeringswet Omgevingswet Regels opgenomen in artikel 7.1 van het IbOw

IbOw Wkb Wabo amvb APV

Invoeringsbesluit Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht algemene maatregel van bestuur Algemene plaatselijke verordening

Overgangsrecht Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt elke gemeente van rechtswege over een omgevingsplan. Daarin zijn opgenomen de bestaande ruimtelijke regels die de gemeente kent (bestemmingsplannen, beheersverordeningen en dergelijke) en een paar verordeningen. Zie onderstaand schema.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

3/12

De bruidsschat bevat een pakket rijksregels die van rechtswege deel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze bruidsschat staat in artikel 7.1 van het IbOw. Gemeenten krijgen volgens afspraak tot 2032 de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze de onderwerpen uit het tijdelijke deel willen overhevelen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan, rekening houdend met de instructieregels van het rijk of de provincie. Hetzelfde geldt voor regels uit verordeningen die de leefomgeving wijzigen. Als gemeenten regels uit verordeningen gaan overhevelen naar het omgevingsplan, waar kiezen ze dan voor: algemene regel (zorgplicht), meldingsplicht of vergunningplicht? Als het een vergunningplicht in het omgevingsplan wordt, wordt het een verbod om zonder een omgevingsvergunning een bepaalde activiteit te verrichten. Een in het omgevingsplan opgenomen activiteit wordt een omgevingsplanactiviteit genoemd, bijvoorbeeld een omgevingsplanactiviteit bestaande uit – bij wijze van voorbeeld – het kappen van een boom.

Voor de ‘artikel 2.2 Wabo-vergunningen’ die in bijvoorbeeld de APV zijn opgenomen (zoals sloopvergunning monumenten, uitwegvergunning, kapvergunning, handelsreclamevergunning, alarminstallatievergunning, vergunning opslag roerende zaken en eventueel ‘aangehaakte vergunningen) geldt op grond van overgangsrecht dat deze vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet als omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden aangemerkt (artikel 22.8 van de Ow in samenhang met artikel 2.1a van het Ob). Maar die APV-bepalingen maken geen deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Gevolgen overgangsrecht voor keuzes in tarieventabel Bovengenoemd overgangsrecht heeft gevolgen voor de tariefbepalingen. Waar is de vergunningplicht geregeld? Staat de vergunningplicht in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan of in een verordening? Betreft de regeling in de verordening een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wabo of is het een aangehaakte omgevingsvergunning op grond van artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo? Voor zover de in de gemeentelijke verordening geregelde vergunning niet valt onder artikel 2.2 van de Wabo, hoort deze niet in hoofdstuk 2 van de tarieventabel thuis zolang de gemeente deze niet in het nieuwe deel van het omgevingsplan heeft opgenomen. Het is dan namelijk geen omgevingsvergunning.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

4/12

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de standplaatsvergunning in artikel 2.33 van de tarieventabel. In de model-APV is niet aangehaakt bij de omgevingsvergunning. Dan hoort de tariefbepaling in hoofdstuk 3 van de tarieventabel (zie artikel 3.10). Daarom hebben wij beide bepalingen als facultatief opgenomen. Uit een ervan kan de gemeente kiezen, afhankelijk van de eigen regeling in de APV (of straks in het omgevingsplan). Regels die niet in het omgevingsplan mogen Er zijn ook regels die niet in het omgevingsplan mogen, bijvoorbeeld als een specifieke wet een uitputtende regeling kent (artikel 1.4 van de Ow). Voorbeelden hiervan zijn: Huisvestingswet 2014, Leegstandwet, Wegenverkeerswet 1994, Winkeltijdenwet, Alcoholwet. Vergunningen of ontheffingen blijven dus op die wetten gebaseerd. Dat is van belang voor de indeling in hoofdstuk 1 of 3 van de tarieventabel die betrekking hebben op deze wetten. Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities De bijlagen bij de Ow, Ob, Bbl, Bal, Bkl en Or bevatten een veelheid aan begripsbepalingen. Daarin staan bijvoorbeeld de verschillende activiteiten omschreven. Ook in het omgevingsplan zullen in een bijlage begripsbepalingen zijn opgenomen. Begrippen die in hoofdstuk 2 voorkomen hebben dezelfde betekenis als in deze wet- en regelgeving (eerste lid).

In bijlage I van de Or staat een definitie van bouwkosten, die ontleend lijkt aan de modelverordening leges zoals die tot inwerkingtreding van de Ow geldt. Opgave van de bouwkosten is een aanvraagvereiste bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (bouwtechnische deel). Op grond van artikel 22.35 van de bruidsschat is het ook een aanvraagvereiste bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen (ruimtelijke deel). Bij regeling van de vergunningplicht in het omgevingsplan moet de gemeente de aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan opnemen (artikel 16.55 van de Ow in samenhang met artikel 7.207b van de Or). Dit is dus van belang als de gemeente bij de omgevingsplanactiviteit bouwen of aanleggen kiest voor de bouw- of aanlegkosten als heffingsmaatstaf. Wij hebben hiervoor niet gekozen. De bijlage bij de Ow bevat een definitie van een omgevingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Ow en van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De in artikel 2.1 van de tarieventabel opgenomen definitie van binnenplanse omgevingsplanactiviteit is daaraan ontleend en is opgenomen in verband met de tariefdifferentiatie tussen deze activiteit en een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die we bij de tariefbepalingen over omgevingsplanactiviteiten hebben opgenomen.

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit leidt tot meer werk voor de gemeente, omdat strijd met het omgevingsplan bestaat en getoetst moet worden of de activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en met instructieregels van het rijk en de provincie. De omgevingsplanactiviteiten betreffen de in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (zie het schema bij Overgangsrecht)) opgenomen vergunningplichten, de vergunningplichten bedoeld in artikel 22.8 van de Ow in samenhang met artikel 2.1a van het Ob (de ‘artikel 2.2 Wabovergunningplichten’) en eventuele andere vergunningplichten die de gemeente in het omgevingsplan opneemt. Het is van belang dit te onderkennen in verband met de verschillende varianten die bij deze vergunningplichten in de tarieventabel staan. Zie de artikelen 2.26, 2.27 en 2.29 tot en met 2.32 van de tarieventabel. Zie verder de toelichting op de tarieventabel van de Model Verordening leges.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

5/12

Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Dit artikel bevat in de onderdelen a tot en met h de belastbare feiten waarvoor leges worden geheven. Het betreft altijd een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit (zie ook artikel 2 van de verordening). We hebben ‘besluiten’ toegevoegd omdat de grondslag in artikel 13.1a van de Ow nu nog is gekoppeld aan ‘rechten als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet’, maar die koppeling gaat vervallen. Het is bedoeld als een zelfstandige grondslag, waarbij het dienstbegrip niet van belang is. De wetgeving daarvoor kan waarschijnlijk niet vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gerealiseerd. De tarieven voor de belastbare feiten zijn opgenomen in de paragrafen 2.3 tot en met 2.11 van hoofdstuk 2. Deze kunnen worden verhoogd als een of meer modaliteiten van paragraaf 2.12 van toepassing zijn en worden verminderd als een omstandigheid genoemd in paragraaf 2.13 van toepassing is. De systematiek van legesheffing is dezelfde als onder de bestaande modelverordening leges. Omdat het belastbaar feit ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’ in artikel 2.2 van de tarieventabel is opgenomen, kan bij de activiteiten worden volstaan met de formulering ‘Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op …’.

Wij verwijzen naar de toelichting op de tarieventabel van de Model Verordening leges voor een toelichting op deze paragrafen en de daarin opgenomen artikelen. Meervoudige aanvragen Als er sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor meer dan één activiteit (meervoudige aanvraag), is de gemeente in veel gevallen het bevoegde gezag. De aanvraag kan dan ook een activiteit betreffen waarvoor de gemeente bij een enkelvoudige aanvraag geen bevoegd gezag zou zijn. Het bestuursorgaan dat bij een enkelvoudige aanvraag bevoegd gezag zou zijn, heeft dan het recht van advies en instemming (artikelen 16.15 en 16.16 van de Ow). Dit bestuursorgaan kan de kosten voor het nemen van een besluit over instemming doorberekenen aan het bevoegd gezag. Dit wordt nog geregeld in de Omgevingswet (betalingsbeschikking) en gebeurt tot dan op basis van bestuurlijke afspraken. Zie de toelichting bij artikel 2.51 van paragraaf 2.12 Modaliteiten. Artikel 2.3 Dit artikel geeft aan hoe het tarief moet worden bepaald. De systematiek is dezelfde als onder de bestaande (model)verordening leges. Als er sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor meerdere activiteiten, is het tarief de som van de verschuldigde leges voor elke activiteit, inclusief eventuele modaliteiten (toeslagen) en vermindering (tweede tot en met vierde lid).

Het vijfde lid bepaalt dat de tarieven voor aanvragen om maatwerkvoorschriften (artikel 4.5 van de Ow) of toestemming voor een gelijkwaardige maatregel (artikel 4.7 van de Ow) alleen van toepassing zijn als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Als sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning maken maatwerkvoorschriften of een toestemming voor een gelijkwaardige maatregel namelijk deel uit van de omgevingsvergunning. Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

6/12

Het omgevingsoverleg is de fase die voorafgaat aan het formeel aanvragen van de omgevingsvergunning. In de praktijk kent het verschillende benamingen, zoals vooroverleg, principeverzoek, beoordelen schetsplan, beoordelen conceptvergunningaanvraag of omgevingstafel. De gemeente is vrij om de door haar gewenste benaming te kiezen. Wij hebben gekozen voor de term ‘omgevingsoverleg’. Dit is ook de benaming die het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) eraan geeft. De tariefstelling moet de gemeente afstemmen op de eigen werkwijze. Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Paragraaf 2.3 betreft de bouw- en sloopactiviteiten. Deze is onderverdeeld in drie artikelen: - artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische toets) - artikel 2.6 Bouwactiviteit (ruimtelijke toets) - artikel 2.7 Slopen van een bouwwerk De splitsing die plaatsvindt tussen de artikelen 2.5 en 2.6 heeft te maken met de Wkb die voor gevolgklasse 1 de bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger laat doen. Die werkzaamheden vallen dus weg bij de gemeente. Ook worden meer bouwactiviteiten vergunningvrij. De gemeente zal dus minder inkomsten uit ‘bouwleges’ genereren. De regeling van de ruimtelijke aspecten blijft bij de gemeente berusten. Zij kan daaraan een vergunningplicht koppelen, maar kan ook volstaan met algemene regels of een meldingsplicht.

Zolang de gemeente geen nieuwe regeling in het omgevingsplan heeft opgenomen, geldt een vergunningplicht op grond van artikel 22.26 van de bruidsschat. Voor de bouwactiviteit (bouwtechnische deel) handhaven we de heffing naar een percentage van de bouwkosten. Voor het ruimtelijke deel gelden op grond van het model vaste bedragen, met een aantal verhogingen; de bouwkosten zijn in dit stadium van een initiatief vaak nog niet bekend. Een vast bedrag betekent wel dat voor grote en kleinere bouwplannen waarvoor op grond van (het tijdelijke deel van) het omgevingsplan een omgevingsvergunning (ruimtelijke deel) nodig is, hetzelfde bedrag verschuldigd is. De gemeente kan voor een andere passende tariefsystematiek kiezen. Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed In deze paragraaf zijn de bestaande tariefbepalingen zoveel mogelijk gehandhaafd. De formulering is wel anders. Ook is een nieuwe bepaling toegevoegd (artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed). Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl bevat instructieregels over cultureel erfgoed en werelderfgoed voor het omgevingsplan.

Hieraan kan bijvoorbeeld worden voldaan door het opnemen van een vergunningenstelsel in het omgevingsplan op grond waarvan het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bepaalde activiteit te verrichten met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed. Wij hebben gekozen voor een vast tarief. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten In het eerste deel van deze handleiding zijn wij al ingegaan op de vraag om ‘milieuleges’ te gaan heffen. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten voor zover het gaat om een bij amvb aangewezen geval. In paragraaf 22.3.26 van de bruidsschat staan vergunningplichten voor activiteiten die voorheen de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) betroffen. Dit is overgangsrecht. De tariefbepaling hiervoor staat in artikel 2.12 van de tarieventabel.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

7/12

Andere regels over milieubelastende activiteiten staan in het Bal. Hoofdstuk 3 daarvan bevat algemene voorschriften en vergunningplichten. In overeenstemming met de werkgroep milieuleges van de omgevingsdiensten (ODNL) is gekozen voor een clustering die overeenkomt met de sectorale rubricering (bedrijfstakken) in afdelingen in hoofdstuk 3 van het Bal. Die clustering heeft geleid tot de artikelen 2.13 tot en met 2.19 van de tarieventabel. Binnen de clustering is gekozen voor een gestaffeld tarief, afhankelijk van het aantal vergunningplichtige activiteiten die binnen het betreffende cluster aan de orde kunnen zijn. De gemeente kan daarbij kiezen voor een degressieve tariefstelling naarmate het aantal vergunningplichtige activiteiten toeneemt. Binnen elke staffel kan de gemeente ervoor kiezen om een tarief per milieubelastende activiteit in rekening te brengen. Dan vervalt de zinsnede ‘in afwijking van artikel 2.3, tweede lid’, omdat dan de leges in overeenstemming met artikel 2.3, tweede lid, worden bepaald op de som van de tarieven. Kiest de gemeente niet voor een tariefstelling per milieubelastende activiteit, maar voor een vast bedrag per staffel, dan is artikel 2.3, tweede lid, van de tarieventabel op die activiteiten niet van toepassing. De tariefbepalingen betreffen dus twee varianten.

Ter verduidelijking een voorbeeld: de variant ‘voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: € […]’ OF de variant: ‘voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € […]’. Verder is nog een samenloopbepaling opgenomen die regelt wat te doen als een milieubelastende activiteit onder meer bedrijfstakken valt of als er sprake is van kernactiviteiten en functioneel ondersteunende activiteiten die onder verschillende bedrijfstakken vallen (artikel 2.20 van de tarieventabel). Meer informatie over de milieubelastende activiteiten kan de gemeente krijgen van de omgevingsdienst waaronder zij ressorteert. Zie ook de Handreiking leges bij vergunningplichtige niet-complexe milieubelastende activiteiten van Omgevingsdienst NL. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Het waterschap is bevoegd gezag voor lozing op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het waterschap en op een zuiveringtechnisch werk en het rijk is bevoegd gezag voor rijkswater. Daarmee zijn de meeste vergunningplichtige lozingsactiviteiten geregeld. Niet uit te sluiten valt dat lozingen ook op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente plaatsvinden. Voor die gevallen zijn in deze paragraaf tariefbepalingen opgenomen. Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten De aanlegactiviteiten worden onder de Ow gereguleerd door het omgevingsplan.

Deze activiteiten zijn dus omgevingsplanactiviteiten (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow). Aanlegactiviteiten betreffen het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid. Vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet betrof het artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo of de op grond van de APV in samenhang met artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder d en e, van de Wabo opgenomen vergunningplichten over de aanleg van een weg (artikel 2.26 van de tarieventabel) of een uitweg/uitrit (artikel 2.27 van de tarieventabel)). Voor de laatste twee geldt overgangsrecht op grond van artikel 22.8 van de Ow in samenhang met artikel 2.1a van het Ob: de verordeningsbepalingen worden aangemerkt als verbod om de activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. De verordeningsbepalingen zijn geen onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor zover de vergunningen in de Model-APV of een andere modelverordening stonden waarbij sprake was van een omgevingsvergunning, hebben wij twee varianten opgenomen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

8/12

Variant 1 betreft dan de gemeentelijke regeling in de APV of andere verordening waarvoor genoemd overgangsrecht geldt (tot 2032). Variant 2 betreft de nieuwe gemeentelijke regeling in het omgevingsplan. De VNG heeft twee staalkaarten voor het omgevingsplan gepubliceerd die betrekking hebben op verordeningen: - Staalkaart ‘Integratie verordeningen in omgevingsplan, deel I’ - Staalkaart ‘Verordeningen in het omgevingsplan, deel ll’ Hierin is een aantal bepalingen uit de Model-APV verwerkt in het omgevingsplan. Afhankelijk van waar de vergunningplicht in de gemeente geregeld is, kiest de gemeente voor variant 1 of variant 2 bij die tariefbepalingen. Als gekozen wordt voor een locatiegerichte aanpak bij het vormgeven van het omgevingsplan, kan ook een combinatie nodig zijn. De artikelen 2.23 (Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven), 2.24 (Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde) en 2.25 (Omgevingsplanactiviteit: geluid weg) zijn nieuwe tariefbepalingen. De artikelen 2.23 en 2.24 zijn ontleend aan genoemde staalkaarten. De Model-APV bevatte hiervoor geen vergunningplichten. Daarom is bij deze tariefbepalingen geen APV-variant opgenomen. Als de gemeente wel een APV-vergunning hiervoor kent, moet zij kiezen voor een formulering overeenkomstig variant 1 bij de artikelen 2.26 en 2.27 van de tarieventabel.

Artikel 2.25 (Omgevingsplanactiviteit: geluid weg) houdt verband met de in artikel 22.272 van de bruidsschat voor deze aanlegactiviteit geregelde vergunningplicht. Artikel 2.28 betreft een vangnettariefbepaling voor overige aanlegactiviteiten. Paragraaf 2.8 Overige activiteiten De meeste van de in deze paragraaf opgenomen tariefbepalingen zijn bestaande tariefbepalingen, aangepast aan de Ow en het overgangsrecht. Hiervoor geldt hetzelfde als is beschreven bij paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten. Het betreft in paragraaf 2.8 alarminstallatie, kappen, handelsreclame, opslag roerende zaken. Of in de gemeentelijke verordening is voor een activiteit bij de omgevingsvergunning aangehaakt op grond van artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo. Voor deze vergunningstelsels geldt het overgangsrecht bedoeld in artikel 22.8 van de Ow in samenhang met artikel 2.1a van het Ob: de regels worden aangemerkt als verbod om de activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Dit overgangsrecht is van toepassing tot 2032 en geldt niet meer als de gemeente het vergunningstelsel in het nieuwe deel van het omgevingsplan heeft opgenomen.

Voor zover de in de gemeentelijke verordening geregelde vergunning niet valt onder artikel 2.2 van de Wabo, geldt niet het overgangsrecht van artikel 22.8 van de Ow, maar dat van artikel 22.4 van de Ow op grond waarvan artikel 122 van de Gemeentewet gedurende de overgangsfase buiten toepassing blijft. Dat betekent dat (bepalingen in) gemeentelijke verordeningen niet op 1 januari 2024 van rechtswege vervallen door de Omgevingswet. Tariefbepalingen voor dergelijke vergunningen horen dan niet thuis in hoofdstuk 2, maar in hoofdstuk 1 of 3 van de tarieventabel. Zie wat we daarover opmerken aan het begin van de toelichting op hoofdstuk 2, onder Gevolgen overgangsrecht voor keuzes in tarieventabel. Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften In deze paragraaf staan tarieven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om maatwerkvoorschriften, als uitwerking van het belastbare feit in artikel 2.2, aanhef en onder c, van de tarieventabel. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning (zie artikel 2.3, vijfde lid, van de tarieventabel). We hebben de tariefbepalingen gesplitst in bouw- en sloopactiviteiten, milieubelastende activiteiten en overige

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

9/12

activiteiten. De tariefstelling geldt per te stellen maatwerkvoorschrift of aantal milieubelastende activiteiten. Een andere tariefstelling is vanzelfsprekend mogelijk. De basis voor het stellen van maatwerkvoorschriften staat in artikel 4.5 van de Ow. Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag voor concrete gevallen afwijken van algemene regels voor een activiteit. Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Het in deze paragraaf opgenomen artikel bevat de tariefbepalingen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, als uitwerking van het belastbare feit in artikel 2.2, aanhef en onder d, van de tarieventabel. Deze tariefbepalingen zijn alleen van toepassing als geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning (zie artikel 2.3, vijfde lid, van de tarieventabel). Wij hebben gekozen voor afzonderlijke tariefbepalingen voor een gelijkwaardige maatregel bij bouwactiviteiten, cultureel erfgoed, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten, en voor een tariefstelling per uur. Hierop is de zgn. begrotingsconstructie van toepassing. De basis voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel staat in artikel 4.7 van de Ow.

De memorie van toelichting op de Ow vermeldt: “Als een initiatiefnemer voldoet aan de bepalingen die in algemene regels zijn opgenomen, mag hij ervan uitgaan dat zijn initiatief voor de daarin gereguleerde aspecten past binnen het wettelijk kader voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Afhankelijk van de manier waarop een bepaling is geformuleerd, zijn er maatregelen denkbaar, waarmee hetzelfde resultaat wordt bereikt.” Paragraaf 2.11 Overige tarieven In deze paragraaf staan overige tarieven die ook in de bestaande modelverordening leges staan. Het betreft in deze paragraaf geen aanvragen om een omgevingsvergunning. In de bestaande modelverordening hebben wij een tariefbepaling staan voor het op aanvraag wijzigen van het bestemmingsplan. Deze bepaling keert ook terug in de nieuwe modelverordening (artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan). Legesheffing is mogelijk als de gevraagde wijziging van het omgevingsplan rechtstreeks en in overheersende mate het belang van de aanvrager dient, omdat dan sprake is van het genot van een door de gemeente verleende dienst. De Hoge Raad heeft het in 2009 als volgt verwoord: “3.3.1.

Het Hof is terecht ervan uitgegaan dat door of vanwege het gemeentebestuur verrichte werkzaamheden slechts als een dienst kunnen worden aangemerkt, indien het gaat om werkzaamheden die liggen buiten het gebied van de publieke taakuitoefening en rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Voorts heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen dat de handhaving van de regels van het bestemmingsplan tot die publieke taakuitoefening behoort omdat daarmee het algemene belang is gediend dat is gebaat bij een goede ruimtelijke ordening in de gemeente. Uit dit uitgangspunt vloeit echter voort dat het verzoek van een particulier om van een bestemmingsplan af te wijken in het algemeen niet op het publieke belang zal zijn gericht, maar zal zijn gestoeld op een persoonlijke wens van de verzoeker. Dat geldt ook voor het onderhavige verzoek van belanghebbende om haar tijdelijk vrijstelling te verlenen van het verbod van permanente bewoning van de recreatiewoning, zoals dat in het bestemmingsplan is opgenomen. De werkzaamheden van het gemeentebestuur bij de beoordeling van dat verzoek houden rechtstreeks en in overwegende mate verband met dit individuele belang van belanghebbende. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat het gemeentebestuur bij zijn beslissing op het verzoek

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

10/12

de belangen van belanghebbende afweegt tegen de gevolgen voor de ruimtelijke ordening.” (HR 17-04-2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1253) Met de Omgevingswet is niet beoogd hierin wijziging te brengen. Andere mogelijkheden die de gemeente heeft zijn kostenverhaal met toepassing van afdeling 3.6 van de Ow of de aanvraag behandelen als aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en legesheffing hiervoor. De gemeente moet dan wel binnen vijf jaar het omgevingsplan daarop aanpassen. Aanvrager kan er echter belang bij hebben dat direct de route van het wijzigen van het omgevingsplan wordt gevolgd. Paragraaf 2.12 Modaliteiten De in deze paragraaf opgenomen modaliteiten betreffen tariefverhogingen die zich bij verschillende activiteiten kunnen voordoen. De meeste staan ook in de bestaande modelverordening leges. De tariefbepaling over instemming betreft een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning voor verschillende activiteiten, waarbij verschillende overheden betrokken zijn en de gemeente bevoegd gezag is. In de toelichting op artikel 2.2 van de tarieventabel zijn wij hierop al ingegaan. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg De strekking van dit artikel komt overeen met de vermindering die geregeld is in onderdeel 2.4.1 van de bestaande modelverordening leges. Er gelden wel aanvullende regels.

Vanuit de praktijk is de wens geuit om een extra vermindering te kunnen geven ter stimulering van het omgevingsoverleg. Dat is in het artikel tot uitdrukking gebracht door de vermindering te bepalen op een percentage van de leges die voor het omgevingsoverleg verschuldigd waren. Bij stimulering van omgevingsoverleg kan de gemeente voor een hoog percentage kiezen, zelfs hoger dan 100%, bijvoorbeeld 120%. Als die stimuleringsgedachte niet bestaat, kan een gemeente ook een lager percentage hanteren. Of natuurlijk gewoon 100%. In het tweede lid zijn voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet zijn. De aanvraag om een omgevingsvergunning moet zijn gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen […] maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Op grond van het derde lid blijft na vermindering altijd een minimumbedrag verschuldigd. De vermindering kan er dus niet toe leiden dat voor de aanvraag van de omgevingsvergunning geen leges meer verschuldigd zijn of zelfs een bedrag zou moeten worden teruggegeven.

[Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Dit artikel stemt overeen met onderdeel 2.4.2 van de tarieventabel van de bestaande modelverordening leges. Wij hebben het artikel nu als facultatief opgenomen. De gemeente moet zelf de wenselijkheid ervan afwegen. De milieubelastende activiteiten hebben wij uitgezonderd omdat bij de tariefstelling voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit al een clustering van activiteiten heeft plaatsgevonden.] Paragraaf 2.13 Teruggaaf Een teruggaaf is een voorzienbare hardheid die zich bij toepassing van de verordening kan voordoen. (Bij onvoorziene gevallen kan het college de hardheidsclausule toepassen (artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).)

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

11/12

Ten opzichte van de teruggaafbepalingen in de tarieventabel van de bestaande modelverordening leges zijn twee teruggaafbepalingen toegevoegd, namelijk in de artikelen 2.54 en 2.55, en is een teruggaafbepaling gesplitst in twee artikelen (de artikelen 2.56 en 2.57). Alleen deze lichten we hier toe. Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als iemand wil weten of een omgevingsvergunning nodig is, kan hij/zij een aanvraag om een omgevingsvergunning indienen. Voor het in behandeling nemen van zo’n aanvraag worden de reguliere leges voor de betreffende activiteit geheven. Als het college tot het oordeel komt dat geen omgevingsvergunning nodig is, is een teruggaaf van een legesdeel mogelijk door de bepaling in artikel 2.54. Als de gemeente deze bepaling overneemt, kan zij ook voor een ander teruggaafpercentage kiezen dan de facultatief genoemde 85%. Een teruggaafpercentage van 85% leidt tot een effectief tarief van 15%. Dat is voor het rijk opgenomen in artikel 14.4, eerste lid, van de Or. Zie ook: ABRvS 18-08-2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ7004.. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt daarin: ‘Voor de beantwoording van de vraag of voor een voorgenomen handeling een vergunning vereist is, kan een vergunning worden aangevraagd (…).

Het bevoegde bestuursorgaan dient bij het nemen van een besluit op zulk een aanvraag of verzoek de vraag naar de vergunningplicht als een voorvraag te beoordelen.’ Gelet op het bovenstaande hebben wij in de tarieventabel geen tariefbepaling opgenomen voor een zogenaamde ‘verklaring vergunningvrij’. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, voorziet artikel 2.55 in een teruggaaf omdat het heffen van het volledige legesbedrag onredelijk kan zijn. De teruggaaf van de door ons facultatief genoemde 85% leidt tot een effectief tarief van 15% van de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning of het maatwerkvoorschrift. Zie voor de rijksregeling artikel 14.4, tweede lid, van de Or. De gemeente is autonoom om een ander percentage te hanteren. Artikelen 2.56 en 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure en uitgebreide voorbereidingsprocedure Deze artikelen komen overeen met onderdeel 2.5.1 van de tarieventabel van de bestaande modelverordening leges, zij het dat in de nieuwe tarieventabel gekozen is voor een onderscheid tussen de reguliere procedure en uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Hiervoor gelden namelijk verschillende beslistermijnen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (februari 2022)

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=ca2065f1-ea32-48ce-9fbd-ac731041ed8f