CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

13.c. Ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raadsvergadering 21 december 2022, gemeente TerschellingBij agendapunt: (H) Vaststellen bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling19.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze ontwikkeling leidt niet tot een toename van de verstoring op de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de functieontwikkeling met interne verbouwing geen significante effecten op de natuurdoelen en de natuurlijke kenmerken van de beschermde natuurgebieden tot gevolg heeft. Soortenbescherming Het planvoornemen betreft de functiewijziging met interne verbouwing van een voormalig kantoorpand. Het plangebied is een grotendeels bebouwd, volledig verhard en intensief gebruikt terrein. Dit terrein is niet geschikt als habitat voor planten en dieren. Door de verbouwingswerkzaamheden worden geen ingrepen in de hoofdvorm van het gebouw gedaan. De ontwikkeling veroorzaakt dus geen conflicten met de Flora- en faunawet. In het plangebied gaan geen beschermde natuurwaarden verloren door de interne verbouwing. Een ecologisch onderzoek hoeft dan ook niet te worden uitgevoerd. Mocht er in de toekomst wel sprake zijn van bouw- en/of sloopwerkzaamheden dan is de Wet natuurbescherming daarop van toepassing en zal op dat moment moeten worden aangetoond dat de plannen uitvoerbaar zijn. Conclusie Het aspect ecologie geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

27

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

4.6

Water

Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In deze paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Toetsing De waterbeheerder in het plangebied en in de directe omgeving hiervan is Wetterskip Fryslân. Op 6 mei 2021 is de digitale watertoets uitgevoerd. Omdat er enkel sprake is van een functiewijziging blijkt uit de watertoets dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Het advies naar aanleiding van de watertoets is als bijlage in dit bestemmingsplan opgenomen (Bijlage 2). Conclusie Het aspect water geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Geluidhinder

Wettelijk kader De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Een uitzondering geldt voor: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Toetsing Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De Wet geluidhinder beschouwt gebouwen met een logiesfunctie niet als een geluidsgevoelig gebouw. Vanuit geluid zijn zowel de recreatiewoning als de overnachtingsruimte voor de tijdelijke huisvesting van personeel logiesfuncties. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarom formeel gezien niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is echter toch besloten te toetsen aan de eisen van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 1 bijgevoegd.

Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van het pand en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de logiesfuncties valt buiten het kader van dit onderzoek.

28

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Uit het onderzoek blijkt dat het pand niet voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai als het gaat om een reguliere woonfunctie. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt maximaal 8 dB vanwege de Willem Barentszkade. Omdat op grond van de Wgh een logiesfunctie niet geluidsgevoelig is, behoeft formeel geen verdere actie te worden ondernomen. Ondanks dat nader onderzoek wettelijk niet nodig is, is In het kader van een goede ruimtelijke ordening (en een goed leefklimaat voor de toekomstige gebruikers) onderzoek verricht naar eventuele mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting op de gevels te beperken. Maatregelen kunnen worden onderzocht bij de bron, tussen de bron en de gevel en aan de gevel. Maatregelen aan de weg of tussen de weg en het pand zijn niet mogelijk. Indien gewenst is het mogelijk om in het pand zodanige gevelmaterialen toe te passen dat de wettelijke binnenwaarde van 33 dB voor reguliere woningen bij gesloten deuren en ramen niet wordt overschreden voor de logiesfuncties. In het traject waarin de omgevingsvergunning van de betreffende logiesfuncties wordt voorbereid, kan dit worden meegenomen en dient in dat geval de aard en mate van isolatie van de gevels te worden bepaald. Conclusie Geluidhinder ten gevolge van wegverkeerslawaai vormt formeel geen belemmering voor het realiseren van het planvoornemen.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening (en een goed leefklimaat voor de gebruikers) kunnen geluidwerende maatregelen toegepast worden om de logiesfuncties te laten voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB die geldt voor een reguliere woning. Dit is aan de initiatiefnemer.

4.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10) wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.610 auto's (bij 100% autoverkeer), dan wel 130 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per dag leidt (grenswaarden 2018). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM10-normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5-normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. Toetsing Het planvoornemen heeft betrekking op een kleinschalige ontwikkeling. Gezien de aard en schaal zal deze wijziging niet leiden tot een dusdanige toename van het aantal voertuigbewegingen per weekdagetmaal dat de luchtkwaliteit in het geding komt. Er worden middels onderhavig plan geen nieuwbouwlocaties mogelijk gemaakt, waarvoor beperkingen gelden vanuit hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Derhalve bestaat er geen noodzaak om luchtkwaliteitonderzoek uit te voeren omdat het bestemmingsplan onder de regeling NIBM valt.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt bestemmingsplan.

geen belemmering

29

voor

de

uitvoerbaarheid van onderhavig

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

4.9

Verkeerseffecten

Normstelling en beleid Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). De verkeersgeneratie evenals de parkeerbehoefte ten gevolge van het planvoornemen en de huidige planologische situatie zijn inzichtelijk gemaakt op basis van CROW-publicatie 381 'De parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie'. De gemeente Terschelling valt hierin qua stedelijkheid in de categorie ‘niet stedelijk’ en het plangebied wordt aangemerkt als ‘schil centrum’. Op basis van deze gegevens is de verandering in verkeersgeneratie en parkeerbehoefte in onderstaande uitgewerkt. De cijfers zoals opgenomen in de CROW-publicatie gaan uit van gemiddelden. Hierbij is geen rekening gehouden met specifieke kenmerken van de beoogde functie en de ligging op een Waddeneiland. Voor de beoogde specifieke speciaalzaak (verkoop van oesters) zijn geen kencijfers ten aanzien van bezoekersaantallen en autogebruik bekend. Voor een kleine specialiteitenzaak gaan de genoemde gemiddelde normen uit de CROW-publicatie niet op. Daarnaast is het zo dat het planvoornemen wordt gevestigd in West-Terschelling.

Het grootste deel van de bezoekers van de oesterfabriek zullen toeristen zijn die op het eiland verblijven. Het recreatieappartement wordt gebruikt door toeristen. De overnachtingsmogelijkheid voor tijdelijke medewerkers wordt gebruikt door personen die tijdelijk op het eiland werkachtig zijn. Uit het Bezoekersonderzoek Terschelling dat in de periode oktober 2015 tot september 2016 is uitgevoerd, blijkt dat slechts 30% van de toeristen een auto meeneemt naar Terschelling. Een deel van deze 30% zal deze auto ook actief op het eiland gebruiken. De daadwerkelijke verkeersgeneratie en parkeerbehoefte zal dan ook beduidend lager zijn dan op basis van de kencijfers zoals opgenomem in de CROW-publicatie. Ook gelet op de huidige verkeersstructuur van West-Terschelling met smalle straten en beperkte parkeermogelijkheden zullen klanten (zowel toeristen als bewoners van het eiland) lopend of per fiets komen. Gelet hierop is het aannemelijk om te werken met aangepaste kencijfers. Voor dit planvoornemen is gelet op de functie (een specifieke speciaalzaak), de ligging op een Waddeneiland en het aandeel toeristen per auto er voor gekozen om te rekenen met 25% van de kencijfers. Verkeersgeneratie In de huidige situatie is de locatie bestemd voor kantoorfuncties.

Voor de verkeersgeneratie van een kantoor zonder baliefunctie wordt uitgegaan van 7,4 - 9,2 voertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo. Omgerekend naar 175 m2 bvo gaat het om 13 - 16,1 voertuigbewegingen per etmaal. Voor detailhandel in een buurt- en dorpscentrum wordt uitgegaan van 37,4 - 68,7 voertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo. Omgerekend naar 175 m2 bvo gaat het bruto om 65 - 120 voertuigbewegingen per etmaal en netto (25 %) 16 tot 30 voertuigbewegingen. Voor recreatiewoning (huisjescomplex) is de verkeersgeneratie per woning per weekdagetmaal n.v.t.. Met betrekking tot de overnachtingsruimte voor (tijdelijke) huisvesting van personeel wijzigt niets aangezien deze functie in de huidige situatie ook al aanwezig is. De locatie is gelegen aan de Willem Barentszkade . De verkeersgegevens van de Willem Barentszkade zijn verkregen van de gemeente. Daarbij is rekening gehouden met een autonome groei van ongeveer 1,0 % per jaar tot 2031. De verkeersgeneratie in 2031 is (gemiddelde van zomer- en winterintensiteit) berekend op 2.900 (mvt) per etmaal. De ontwikkeling heeft geen significante toename van de verkeersgeneratie als gevolg. Gelet op de wijziging is er geen sprake van een forse toename van het aantal voertuigbewegingen per etmaal en leidt het voorliggende plan niet tot capaciteitsproblemen voor het omliggende wegennet.

30

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Parkeren Voor de parkeerbehoefte in de huidige situatie met een kantoorbestemming geldt dat per 100 m2 bvo wordt uitgegaan van 2,1 – 2,6 parkeerplaatsen. Omgerekend naar 175 m2 gaat het om 3,7 - 4,6 parkeerplaatsen. Het parkeren heeft tot nu toe altijd plaatsgevonden op de openbare parkeerplaatsen. Voor detailhandel in een buurt- en dorpscentrum moet worden uitgegaan van 2,4 - 4.4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Omgerekend naar 175 m2 bvo gaat het bruto om 4,2 - 7,7 parkeerplaatsen en netto (25 %) om 1 - 2 parkeerplaatsen. Voor recreatiewoningen (huisjescomplex) zijn de parkeerkencijfers n.v.t. echter moet op basis van gemeentelijke uitgangspunten bij een recreatiewoning altijd één parkeerplaats zijn. Met betrekking tot de overnachtingsruimte voor (tijdelijke) huisvesting van personeel wijzigt niets aangezien deze functie in de huidige situatie ook al aanwezig is. Tot op heden wordt reeds gebruik gemaakt van de aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met betrekking tot het planvoornemen is er sprake van een afname van de parkeervraag. Direct ten oosten van het pand is er de mogelijkheid voor het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein om te voldoen aan de eis van één parkeerplaats per recreatiewoning. Daarnaast zal er in de toekomstige situatie ook gebruik gemaakt moeten worden van de openbare parkeerplaatsen.

Gelet op de functiewijziging is er geen sprake van een afname van de parkeerbehoefte en leidt het voorliggende plan niet tot extra parkeerproblemen. Conclusie Voorliggend voornemen levert dan ook geen verkeerskundige problemen op en is wat betreft dit aspect uitvoerbaar.

4.10 M.e.r.-beoordeling De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. Toetsing De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Op voorliggende ruimtelijke onderbouwing is categorie D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing, te weten: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". De ontwikkeling die met voorliggende ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, betreft de functiewijziging van bestaande bebouwing. Gelet hierop en jurisprudentie is het plan niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor de M.e.r.-beoordeling geldt. Conclusie Een plan-MER of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Relevante omgevingsaspecten zijn daarnaast in voorgaande paragrafen afdoende aan de orde geweest.

31

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

32

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit wijzigingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het plan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het plan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen van een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt en wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om plannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe plannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt.

De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het plan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.

5.2

Bestemmingsplanregels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. 5.2.1

Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemminsgplan'. Tot slot wordt opgemerkt dat ook een bijzonder begrip is opgenomen. Dit is gedaan om specifiek uit te werken wat onder de Oesterfabriek wordt gerekend en wat niet. Dit om te voorkomen dat ter plaatse zich ongewenste vormen van detailhandel en horeca zich ontwikkeld. Zoals in Hoofdstuk 2 (Planbeschrijving) van deze toelichting benoemd is dat ruimtelijk gezien onwenselijk. Dat maakt dat de beperking is opgenomen.

33

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

5.2.2

Bestemmingsregels

Er is één bestemming van toepassing op het plangebied. Deze wordt hieronder toegelicht. Bedrijf - Oesterfabriek De voor 'Bedrijf - Oesterfabriek' (Artikel 3) aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen en overkappingen voor de Oesterfabriek. Wat onder de Oesterfabriek valt wordt beschreven in de begrippen. Ook is het realiseren van één recreatieappartement en overnachtingsruimte voor tijdelijke huisvestiging van personeel toegestaan. Aan het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld. Het is niet mogelijk om dakkappellen aan de voorzijde van het pand te realiseren. 5.2.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels opgenomen. Deze worden hieronder kort toegelicht. Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel (Artikel 4) is om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels (Artikel 5) is geregeld dat de bouwgrenzen in kleine mate door onderschikte bouwonderdelen mogen worden overschreden. Algemene gebruikregels In de algemene gebruiksregels (Artikel 6) is aangegeven welke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn met de bestemming. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels (Artikel 7) is geregeld dat burgemeester en wethouders het plan kunnen wijzigingen ten behoeve van een archeologische dubbelbestemming en ten behoeve van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangst- en antennemasten. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen in Artikel 8 en Artikel 9. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het bestemmingsplan wordt vastgelegd.

34

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan doorloopt de wettelijk vastgelegde procedure. Daarbij vindt in eerste instantie overleg (artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening) plaats. De resultaten ervan worden in het bestemmingsplan verwerkt. De gemeente Terschelling houdt geen inspraak op het plan, maar legt na het wettelijke overleg het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage voor zienswijzen (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar te maken (artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening). Eventueel ingekomen zienswijzen worden waar nodig verwerkt in het bestemmingsplan. Na de zienswijzenperiode besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Uiteindelijk is op het besluit van de raad beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Financiële haalbaarheid Het plan betreft een particulier initiatief. De gemeente heeft hiermee geen financiële bemoeienis. De kosten voor de uitvoering van het plan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Grondexploitatie Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. Dit bestemmingsplan stelt geen bouwplannen in de zin van het Bro voor. Het is daarom niet verplicht om een grondexploitatieplan vast te stellen. Bovendien is er geen sprake van bovenplanse kosten, bijvoorbeeld voor infrastructuur en dergelijk. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst, waarmee het verhaal van eventuele planschade is gedekt. De gemeenteraad besluit bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen grondexploitatieplan vast te stellen.

35

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

36

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Bijlagen bij de toelichting

37

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

38

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

39

A k oe s ti sch on d er z o e k W il l em B ar en t s z k ad e 2 2 te W e st - Te rs ch e l lin g, gem een te T er sch e l l i n g

A k oe s ti sch on d er z o e k W il l em B ar en t s z k ad e 2 2 te W e st - Te rs ch e l lin g, gem een te T er sch e l l i n g

Inhoud

Rapport met bijlagen

20 april 2021 Projectnummer P000311

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Situatie

4

3

Wet geluidhinder

5

3.1

Wegverkeerslawaai

5

3.1.1

Zones

5

3.1.2

Normstelling en ontheffing

6

3.1.3

Binnenwaarde

6

3.1.4

Aftrek artikel 110g

7

3.1.5

Dove gevels

7

3.2

Cumulatie

7

4

Rekenmethode

8

5

Verkeersgegevens

9

5.1

Fysieke gegevens

9

5.2

Wegverkeersgegevens

9

6

7

Berekening en toetsing

10

6.1

Berekening

10

6.2

Toetsing

11

6.3

Cumulatie

12

Samenvatting en conclusie

13

Bijlagen

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

1

Inleiding BügelHajema Adviseurs b.v. heeft opdracht gekregen een akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op het deels wijzigen van de functie van het pand voor logiesfuncties (één recreatiewoning en overnachtingsruimte voor de tijdelijke huisvesting van personeel) in het kader van het Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 in West-Terschelling in de gemeente Terschelling. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De Wet geluidhinder beschouwt gebouwen met een logiesfunctie niet als een geluidsgevoelig gebouw. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarom formeel gezien niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is echter toch besloten te toetsen aan de eisen van de Wet geluidhinder. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van het pand en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de logiesfuncties valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

3

2

Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan de Willem Barentszkade 22 in WestTerschelling in de gemeente Terschelling. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de onder andere de onder hoofdstuk 1 genoemde logiesfuncties in het bestaande pand mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van het project weer.

Figuur 1. Locatie in rood weergegeven

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

4

3

Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:

De Wgh geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1 Zones De Wgh richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -

wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);

-

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).

Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

5

verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied stedelijk buitenstedelijk

Aantal rijstroken 1 of 2 3 of meer 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Zonebreedte ter weerszijden van de weg 200 m 350 m 250 m 400 m 600 m

De in de nabijheid van het project gelegen Willem Barentszkade kent een maximum snelheid van 50 km/uur en is gelegen in stedelijk gebied. Deze weg kent derhalve een zone van 200 meter. De te realiseren logiesfuncties liggen binnen de zone van de Willem Barentszkade en er is in het kader van een goede ruimtelijke ordening besloten akoestisch onderzoek naar de gevelbelasting te doen. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Het in de nabijheid van de Willem Barentszkade gelegen project betreft de realisatie van logiesfuncties. Hoewel logiesfuncties in de zin van de Wgh niet geluidsgevoelig is, is in het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie akoestisch onderzoek verricht naar de gevelbelasting van de beoogde logiesfuncties. Aangetoond moet worden of ten gevolge van deze weg sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij gebrek aan een wettelijk kader wordt bij de beoordeling aangesloten bij de normstelling die de Wgh kent voor geluidsgevoelige gebouwen. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt als richtwaarde beschouwd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt als maximaal aanvaardbare waarde beschouwd. Voorts wordt toepassing gegeven aan artikel 110g Wgh. 3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd.

De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

6

3.1.4 Aftrek artikel 110g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:

-

-

4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh. 3.1.5 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd.

3.2

Cumulatie

De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

7

4

Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -

Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.

-

Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.

De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.04. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:

maximaal 1 stuks;

− openingshoek:

2 graden;

− bodemfactor:

0 (harde bodem), vervolgens zijn enkele bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor.

De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing liggen de beoordelingspunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

8

5

Verkeersgegevens 5.1

Fysieke gegevens

Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.

5.2

Wegverkeersgegevens

De verkeersgegevens van de Willem Barentszkade zijn verkregen van de gemeente Terschelling en betreffen de zomerintensiteit en winterintensiteit (bijlage 2). Als maatgevende verkeersintensiteit is het gemiddelde van deze twee aangehouden. Daarnaast is rekening gehouden met een autonome groei van 1% per jaar tot 2031. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -

lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);

-

middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);

-

zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).

Tabel 2. (Verwachte) verkeersintensiteit, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak wegvak etm.int. uur percentage samenstelling dag samenstelling avond 2031 dag avond nacht % li % mid % zw % li % mid % zw W. Barentszkade 2.900 6,97 2,84 0,63 82,97 11,81 5,22 85,63 10,58 3,79

samenstelling nacht % li % mid % zw 91,94 7,46 0,60

In het rekenmodel is verder rekening gehouden met plaatselijke hoogteverschillen en de kademuur. In het rekenmodel is dit door middel van hoogtelijnen verwerkt. Ten slotte is rekening gehouden met een maximum snelheid van 50km/uur en een verharding van klinkers (keperverband).

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

9

6

Berekening en toetsing 6.1

Berekening

De berekende geluidsbelasting op de gevels van het pand waarin onder andere logiesfuncties worden toegestaan is weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding en tabel 3. De geluidsbelastingen in de onderstaande tabel zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh van 5 dB. De in rood aangegeven geluidsbelastingen overschrijden de ten hoogste toelaat-bare geluidsbelasting van 48 dB.

Figuur 2. Waarneempunten Tabel 3. Geluidsbelasting in dB per waarneempunt per bouwlaag incl. aftrek o.g.v. art. 110g Wgh Recreatiewoning WaarneempuntWillem Barentszkade Bouwlaag 1 1 1 52 dB 2 45 dB 3 37 dB 4 50 dB

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

Bouwlaag 2 56 dB 49 dB 41 dB 54 dB

10

6.2

Toetsing

Uit de berekening blijkt dat de te realiseren logiesfunctie een te hoge geluidsbelasting kent vanwege de Willem Barentszkade. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt maximaal 8 dB vanwege deze weg. Op grond van de Wgh is een logiesfunctie niet geluidsgevoelig en behoeft formeel geen verdere actie te worden ondernomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (en een goed leefklimaat voor de toekomstige gebruikers) is het aan te bevelen om toch nader te kijken naar eventuele mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te beperken. Maatregelen kunnen worden onderzocht bij de bron, tussen de bron en de gevel en aan de gevel. -

Bronmaatregelen Gelet op het feit dat het hier om een logiesfunctie gaat is het niet reëel om op het betreffende wegvak een verhardingstype toe te passen met een beter geluidreducerend effect. Het toepassen van maatregelen die gericht zijn op het terugbrengen van de te verwachten geluidsbelasting aan de bron door het verleggen van verkeersstromen, behoort niet tot de mogelijkheden. De Willem Barentszkade maakt onderdeel uit van de hoofdstructuur van de gemeente Terschelling.

-

Vergroting afstand bron-waarneempunt Vergroting van deze afstand is niet mogelijk. Het betreft de transitie van een bestaand gebouw naar een recreatiewoning.

-

Maatregelen in het overgangsgebied Het oprichten van schermen en/of wallen langs de Willem Barentszkade is om financiële en technische redenen niet mogelijk en stedenbouwkundig niet gewenst.

Samengevat kan worden gesteld dat maatregelen aan de weg of in het overdrachtsgebied niet mogelijk zijn. Dit betekent voor de recreatiewoning: -

Maatregelen aan de gevel De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt respectievelijk 8, 6 en 1 dB (waarneempunt 1, 2 en 4). Omdat maatregelen aan de weg of tussen de weg en het pand niet mogelijk zijn zullen in het pand waar de logiesfuncties worden gesitueerd, indien noodzakelijk, zodanige gevelmaterialen worden toegepast dat de wettelijke binnenwaarde van 33 dB bij gesloten deuren en ramen niet wordt overschreden. In het traject waarin de omgevingsvergunning van de betreffende logiesfuncties wordt voorbereid, dient de aard en mate van isolatie van de gevels te worden bepaald. Bij toetsing van het binnenniveau van geluidgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. Onderstaand is in de tabel aangegeven aan welke weringswaarden de betreffende gevels dienen te voldoen. Tabel 4. Benodigde geluidwering per gevel in dB recreatiewoning gevel wettelijke binnenwaarde 1 1 33 dB 2 33 dB 4 33 dB 1) 2)

1e bouwlaag geluidsbelasting1) 57 dB 50 dB 55 dB

wering 24 dB 20 dB 2) 22 dB

2e bouwlaag geluidsbelasting1) 61 dB 54 dB 59 dB

wering 28 dB 21 dB 26 dB

geluidsbelasting exclusief aftrek ogv artikel 110g Wgh minimale wering ogv het Bouwbesluit

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

11

6.3

Cumulatie

Er is alleen sprake van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden, zoals genoemd in paragraaf 3.4. In het projectgebied is sprake een bron, waardoor cumulatie niet aan de orde is.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

12

7

Samenvatting en conclusie In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de Willem Barentszkade in het kader van het bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 in West-Terschelling in de gemeente Terschelling. Uit het onderzoek blijkt dat de te realiseren logiesfunctie niet voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bedraagt maximaal 8 dB vanwege de Willem Barentszkade. Op grond van de Wgh is een logiesfunctie niet geluidsgevoelig en behoeft formeel geen verdere actie te worden ondernomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (en een goed leefklimaat voor de toekomstige gebruikers) is nader gekeken naar eventuele mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting op de gevels te beperken. Dit blijkt niet mogelijk te zijn. Mogelijk zijn in dat verband geluidwerende maatregelen aan de gevels van het pand nodig, teneinde te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Dit zal bij de beoordeling van het bouwplan worden getoetst.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Willem Barentszkade 22 - 20 april 2021

13

Bijlagen BIJLAGE 1 - REKENBLADEN AKOESTISCH ONDERZOEK

Opbouw model

Geluidsbelasting vanwege de Willem Barentszkade inclusief aftrek ogv artikel 110g

Invoergegevens en rekenresultaten

BIJLAGE 2. – VERKEERSGEGEVENS WILLEM BARENTSZKADE Combined File Name: Untitled Length Start Date: 04.11.2015 Site Code: 00000001

Combined File Name: Untitled Length Start Date: 27.08.2014 Site Code: 00000001

winterperiode uurintensiteit/periode dag avond nacht lv 93.1 37.7 9.3 mv 7.1 1.9 0.4 zw 2.1 0.5 0.2 1228 160 80

zomerperiode uurintensiteit/periode dag avond nacht lv 173.6 76.2 15.9 mv 52.2 20.1 3.5 zw 17.5 4.3 1.7 2919 402 168

lv mv zw

uurintensiteit dag avond nacht 1600 228 101 356 44 16 118 10 1 2074 281 117 6.99% 2.84% 0.59%

totaal

1468

1929 82.97% 11.81% 5.22% 100.00% 415 85.63% 10.58% 3.79% 100.00% 128 91.94% 7.46% 0.60% 100.00% 2472

etm. int. 2472 2497 2522 2547 2573 2598 2624 2650 2677 2704 2731 2758 2786 2814 2842 2870 2899

jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031

totaal

3490

Colofon Opdrachtgever De Oesterfabriek Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding M. Kaspers Projectnummer P000311

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Bijlage 2 Watertoets

67

datum 29-6-2021 dossiercode 20210506-2-26376 Wateradvies geen waterschapsbelang Project: Willem Barentszkade 22, West-Terschelling Gemeente: Terschelling Aanvrager: Organisatie: Bugelhajema Adviseurs Geachte heer/mevrouw Voor het plan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat u verder geen contact hoeft op te nemen met Wetterskip Fryslân. Deze uitkomst kunt u opnemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl

Procedure Via www.dewatertoets.nlhebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij archiveren deze melding. De watertoets is hiermee voor Wetterskip Fryslân afgerond. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Regels

71

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

72

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling NL.IMRO.0093.BP2021WBKADE22-ON01 van de gemeente Terschelling; 1.2

met

identificatienummer

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.6 a.

b.

1.7

bestaand: ten aanzien van de bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.8

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.9

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.10

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.11

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

73

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

1.12

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.14

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.15

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw, al dan niet zijnde een hoofdgebouw, en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.17

erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.18

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19

horecabedrijf en/of -instelling:

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.20

kampeermiddel:

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.21

landschappelijke waarden:

de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap; 1.22

natuurlijke waarden:

de abiotische en biotische waarden van een gebied. Bij de afweging van het begrip natuurlijke waarden zal de Wet natuurbescherming steeds onderdeel van het toetsingskader zijn; 1.23

oesterfabriek:

een bedrijf met werkschuur/keuken ten behoeve van het verwerken en verpakken van oesters met daarbij behorende ondersteunende detailhandel, als bedoeld in lid 1.24, en ondersteunende horeca, als bedoeld in lid 1.25;

74

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

1.24

ondersteunende detailhandel:

gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair is gericht op het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit waarbij de verkoop van oesters de hoofdrol speelt en daaraan ondergeschikt de verkoop van verwante producten, zoals handschoenen, messen en bijpassende drink- en etenswaren is toegestaan. 1.25

ondersteunende horeca:

gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair is gericht op het verstrekken van consumptieve goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit. Deze consumptieve gelegenheid richt zich op het verstrekken van kleine eetwaren die direct voortvloeien uit de hoofdactiviteit voor directe consumptie ter plaatse met daarnaast het afzonderlijk verstrekken van niet-alcoholische dranken voor directe consumptie ter plaatse. De openingstijden van de horeca-activiteiten zijn gelijk aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; 1.26

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.27 a. b.

1.28

peil: voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter hoogte van de hoofdingang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld; prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.29

recreatieappartement:

het geheel van bijbehorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid, bedoeld voor verblijfsrecreatie, in een groter gebouw; 1.30

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.31

tijdelijke huisvesting:

de huisvesting van een persoon (en diens/haar gezin of een daarmee gelijk te stellen groep personen voor de duur van maximaal 9 maanden per jaar; 1.32

vaste woonplaats:

het gebruiken van woonruimte als hoofdverblijf zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke basisadministratie. Als criterium voor de vaststelling of iemand een woonruimte als hoofdverblijf in gebruik heeft, geldt dat hij of zij op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, terwijl tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar hoofdverblijf fungeert;

75

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

1.33

verblijfsrecreatie:

het doorbrengen van één of meer nachten buiten de vaste woonplaats, uitgezonderd sociale bezoeken aan familie, vrienden, kennissen en zakenbezoeken; 1.34

woning:

een gebouw, uitsluitend bedoeld voor niet-recreatieve bewoning of een uitsluitend voor niet-recreatieve bewoning bedoeld gedeelte van een gebouw: 1. 2. 3. 4.

5.

1.35

bewoning: de huisvesting van een persoon (en diens/haar gezin of een daarmee gelijk te stellen groep personen); permanente bewoning: het gebruiken van woonruimten als vaste woonplaats; recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; weekend- en/of verblijfsrecreatie: het doorbrengen van één of meer nachten buiten de vaste woonplaats, uitgezonderd sociale bezoeken aan familie, vrienden, kennissen en zakenbezoeken; vaste woonplaats: de plaats waar een persoon (en diens/haar gezin of een daarmee gelijk te stellen groep personen) gedurende negentig dagen van een halfjaar gehuisvest is; woonhuis:

een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat wat betreft uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

76

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil of het maaiveld* tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane vloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil of het maaiveld* tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein of het maaiveld* ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

de afstand tot de (bouw)perceelsgrens:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de perceelgrens; 2.7

de oppervlakte van een permanent woongedeelte:

de gebruiksoppervlakte overeenkomstig NEN 2580.

77

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

78

bestemmingsplan Willem Barentszkade 22, West-Terschelling

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf - Oesterfabriek

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Oesterfabriek' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

gebouwen en overkappingen ten behoeve van: 1. een oesterfabriek als bedoeld in lid 1.23; 2. overnachtingsruimte voor tijdelijke huisvestiging van personeel; 3. verblijfsrecreatie;

waarbij, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek', de bestaande karakteristieke hoofdvorm van de bouwwerken wordt nagestreefd; alsmede in beperkte mate voor: b. c.

straten en paden; nuts- en communicatievoorzieningen;

met daarbij behorende: d. e.

tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e. f. g.

per bestemmingsvlak worden uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde oesterfabriek gebouwd; de gebouwen en overkappingen worden in het bouwvlak gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mogen geen aanpassingen worden gedaan aan het uitwendig karakter van het gebouw voor wat betreft de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen, de dakvorm, de nokrichting en de dakhelling alsmede de gevelindeling door ramen, deuropeningen en erkers; de goot- en bouwhoogte van de gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de bestaande goot- en bouwhoogte; de dakhelling van de gebouwen en overkappingen bedraagt niet minder respectievelijk niet meer dan de bestaande dakhelling; recreatieappartementen worden inpandig gerealiseerd; overnachtingsruimten voor de tijdelijke huisvestiging van personeel worden inpandig gerealiseerd.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a.

b.

3.3

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (de) dichtst bij de weg gesitueerde gebouw(en) niet meer dan 2,00 m bedraagt; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 5,00 m. Nadere eisen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=92eb1d3d-ecf6-49da-b6b0-390d5dd8a80c