12.e. Memo technische vragen ST PvdA CDA Forfaitaire inning toeristenbelasting (002)
Tekst van het document
Memo Aan
:
Gemeenteraad
Datum
:
6 november 2023
Afzender
:
College van burgemeester en wethouders
Onderwerp
:
Bijlage(n)
:
Technische vragen ST, PvdA, CDA Forfaitaire inning toeristenbelasting -
Bij Raadsvoorstel Begroting 2024 / Vaststelling Toeristenbelasting 2024 Datum: 3 november 2023 Stellers vragen: K. Smit, J.W. Adams, H. van der Wielen
Vraag 1. In hoeveel gevallen wordt toeristenbelasting op Terschelling forfaitair afgerekend?
BNG 28.50.08.285 Burg.v. Heusdenweg 10A 8881 EB West-Terschelling Postbus 14 8880 AA West-Terschelling telefoon: 0562-446244 telefax: 0562-446299 www. terschelling.nl
gemeente Terschelling
Antwoord: In 2009: 283 x forfaitaire aanslag 330 x aangifte
= 46% = 54%
In 2021: 269 x forfaitaire aanslag 342 x aangifte
= 43% = 57%
In 2022: 270 x forfaitaire aanslag 327 x aangifte
= 45% = 55%
Vraag 2. Welk percentage is dit van de totale inkomsten uit toeristenbelasting? Antwoord: 40% van de totale inkomsten uit toeristenbelasting wordt geheven op basis van het forfaitaire aantal overnachtingen. Vraag 3. Is het mogelijk bij verordening forfaitaire inning te beëindigen? Antwoord: Ja, het is mogelijk om de forfaitaire heffing niet meer als keuzemogelijkheid in de verordening op te nemen. Maar veel gemeenten, die de toeristenbelasting op basis van aangifte heffen, gebruiken voor een aantal typen accommodaties vaste bedragen per accommodatie omdat
2 niet goed is bij te houden door de belastingplichtige wie, wanneer en hoe vaak in een accommodatie wordt overnacht. Denk daarbij aan stacaravans in eigendom van derden die een jaarstandplaats huren op een terrein van de belastingplichtige. Bij deze groep wordt vaak de mogelijkheid opgenomen om een vast bedrag per jaar te heffen. Op Terschelling zijn een aantal van dit soort terreinen aanwezig met stacaravans/chalets. Vraag 4. Wat is daar voor wat besluitvorming betreft voor nodig? Antwoord: Het aanpassen van de inhoud van de verordening en het vaststellen daarvan door de gemeenteraad. De voorbereidingstijd hiervoor is circa 1 jaar. Dat betekent dat invoering per 1 januari 2025 op zijn vroegst mogelijk is, mits de benodigde budgetten beschikbaar zijn. De volgende voorbereidende werkzaamheden moeten dan worden uitgevoerd: inrichten systeem op ontvangen digitale aangifte, inrichting communicatieproces met alle betrokken partijen, contracteren partij uitvoering controles. Vraag 5. Als de verordening gewijzigd wordt, moet deze dan ter inzage gelegd worden? Antwoord: Een verordening hoeft voorafgaand aan de besluitvorming door de gemeenteraad niet ter inzage gelegd te worden. In de Gemeentewet is opgenomen dat de raad besluit over het invoeren, wijzigen en afschaffen van lokale belastingen.
Alleen achteraf moet het genomen besluit gepubliceerd worden en openbaar beschikbaar zijn, bijvoorbeeld door ter inzage legging op het gemeentehuis. Hiertegen is geen bezwaar mogelijk. Vraag 6. Is het ook mogelijk op een andere manier te bevorderen dat deze praktijk effectief beëindigd wordt? Antwoord: Aangenomen wordt dat met “deze praktijk” wordt bedoeld: het beëindigen van het gebruik van een forfait. Dat kan alleen als daar een andere methode van heffing en invordering voor in de plaats komt. Bijvoorbeeld door het faciliteren en inrichten van een (digitale) aangifteplicht, en het tegelijkertijd opzetten van een controle mechanisme bijvoorbeeld door tellingen, steekproeven en boekenonderzoek uit te (laten) voeren. Een zorgvuldigheid is van belang. Vraag 7. Op Schiermonnikoog is in de verordening de forfaitaire grens op 75 procent van het aantal nachten gezet. Is dit ook een begaanbare weg om op Terschelling de daadwerkelijk gerealiseerde overnachtingen af te rekenen? Antwoord:
3 In een arrest uit 1996 van de Hoge Raad zijn voorwaarden gesteld aan de forfaitaire heffingsmaatstaven die gemeenten kunnen hanteren bij de uitvoering van toeristenbelasting. Deze voorwaarden zijn: het verblijfsritme van gasten moet blijken uit lokaal onderzoek en het gemiddeld aantal personen en het gemiddeld aantal overnachtingen mag niet meer afwijken dan 25% van de lokale werkelijkheid. Een forfaitaire berekening moet dus gebaseerd zijn op realistische en meetbare gegevens en het moet onderbouwd zijn. Deze gegevens kunnen afkomstig zijn uit bijvoorbeeld steekproeven en tellingen en moet een gemiddelde betreffen over een langere periode, bijvoorbeeld een aantal jaren. Het wijzigen cq verhogen van het forfait mag dus niet zonder meer doorgevoerd worden, zonder deugdelijke onderbouwing. Het forfait mag evenmin gebruikt worden als “schrik tarief’ om een ander doel te bereiken, bijvoorbeeld het afdwingen van het doen van aangifte door het forfait dusdanig hoog te maken dat men “vanzelf” aangifte gaat doen. Op Schiermonnikoog wordt een rekenmethode gebruikt waarbij het gemiddelde bezettingspercentage op 44% was gesteld, dat is voor 2024 verhoogd naar 75%. Ook wordt het werkelijk aantal slaapplaatsen berekend met een gemiddeld benuttingspercentage van 75%.
Ter illustratie: op Schiermonnikoog was de forfaitaire berekening voor een 4 persoons vakantieonderkomen 481 overnachtingen, in 2024 wordt dat 821. Op Terschelling is het forfaitair aantal overnachtingen voor een 4 persoons vakantieonderkomen 580 overnachtingen. Vraag 8. Nu staat in de begroting opgevoerd dat de inningskosten € 40.000,- bedragen. Waaruit bestaan die kosten? Antwoord: Dit is het bedrag van de overeengekomen provisie van 5,25% aan rederij Doeksen voor het heffen en innen van de toeristenbelasting voor de eerste dag in het bootkaartje.