CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

11.f. Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland_.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente TerschellingBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan recreatiewoningen Duinweg Midsland 3119.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

6.2.4

Vaststelling

De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan, met inachtneming van de ingekomen zienswijze, op PM 2021 gewijzigd vastgesteld. Tegen dit besluit, dat zes weken ter inzage komt te liggen, is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.

31

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

32

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

Bijlagen bij toelichting

33

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

34

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

Bijlage 1 Quickscan ecologie

35

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau. P.J.Zumkehr, Oude Terpweg 3, 8891 GE Midsland – Terschelling; Tel. 0562 – 449196, Mob. 06.50.816.092. E-mail: admin@pzumkehr.nl

Een quickscan van de bouwlocatie Duinweg 31 te Midsland-Noord Terschelling. Piet Zumkehr. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

1. Inleiding. Het te Terschelling is voornemens de bestaande recreatiewoning op de kavel Duinweg 31 te Midsland-Noord te slopen en op de kavel 4 nieuwe recreatiewoningen te bouwen. De kavel heeft een oppervlak van 3572 m², en is dermate groot dat er voldoende ruimte is voor de bouw van vier nieuwe recreatiewoningen. In het kader van de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming is de vraag van belang of de betreffende locatie van betekenis is als leefgebied voor beschermde natuurwaarden. Om de situatie te kunnen beoordelen heeft Bügel Hajema uit naam van de initieatiefnemer aan Zumkehr Ecologisch Adviesbureau te Midsland – Terschelling gevraagd de kavel op het voorkomen van beschermde nesten en soorten te beoordelen. De quickscan is in september/november 2019 in twee bezoeken uitgevoerd. Deze korte rapportage beschrijft het voorkomen van beschermde soorten op de kavel naar aanleiding van het uitgevoerde veldbezoek. Ook wordt ingegaan op de mogelijke negatieve effecten van de bouw van de woning op de instandhoudingsdoelen van de Natura2000-gebieden op Terschelling in het kader van de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming, en op de effecten in relatie tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur.

2. De ligging van de bouwlocatie in Midsland-Noord - Terschelling. Midsland-Noord is een nederzetting ten noorden van het dorp Midsland op Terschelling die voornamelijk bestaat uit recreatiewoningen. De nederzetting is vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld in het elzensingelgebied van Terschelling. Oorspronkelijk betrof het een landschap met graanvelden omringd door boomsingels van zwarte els. Vanaf de zestiger jaren verdween de graanteelt. De graanvelden werden opgedeeld in ruime bouwkavels waarbij de oude elzensingels als kavelgrens fungeerden. Daarbij werden ook nieuwe boomsingels als nieuwe kavelgrens aangeplant. De kavel Duinweg 31 betreft een zeer ruime kavel met centraal een recreatiewoning. De kavel ligt ten zuiden van de Duinweg, globaal bij de afslag van het naar het noorden lopende fietspad met de naam Midslander Longway. Aan de west-, zuid- en oostzijde grenst de kavel aan andere met Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

1

recreatiewoningen bebouwde kavels. De toegang tot de kavel ligt aan de noordzijde, en loopt vanaf de openbare weg, de Duinweg. Ten noorden van de duinweg ligt opnieuw een complex van recreatiewoningen (Recrea), met ten westen daarvan nog een klein graslandperceel. Voor het overige maakt het terrein ten noorden van de weg deel uit van het natuurgebied in beheer bij Staatsbosbeheer, tevens Natura2000-gebied.

3. Waarden van het plangebied voor natuur en landschap. Het plangebied, de bouwkavel, maakt deel uit van de bebouwde kom van Midsland-Noord. Centraal op de kavel staat een kleine recreatiewoning, gebouwd in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. De woning is goed onderhouden en verkeert in goede staat, al is deze wat “gedateerd”. Tegen de noord- en westmuur van de woning groeien klimplanten. In het zuidoosten van de kavel is een houten opslagruimte geplaatst. Daarnaast staat bij de toegang naar de kavel in het noordwesten momenteel een bouwkeet, en ligt er een in onbruik geraakte kinderglijbaan. De onbebouwde delen van de kavel zijn in de loop van de jaren extensief beheerd als een natuurlijk grasland, met voornamelijk reukgras, gewoon struisgras en lokaal struikhei. Daarentegen is het grote open deel van de kavel ten oosten van de woning recent in gebruik geweest als grondopslag voor een project elders in Midsland-Noord. De grond is verwijderd, echter de bodem is niet meer geëgaliseerd. Dit heeft tot gevolg dat de bodem niet vlak is, en begroeid is geraakt met akkerkruiden van matig voedselrijke bodem. De kavel is aan alle zijden omringd door een brede boomsingel, vooral bestaande uit zwarte els, maar op diverse plaatsen met andere houtgewassen bijgemengd.

Ten noordoosten van de recreatiewoning en direct grenzend aan de woning is een klein loofhoutbosje van zachte berk en grauwe abeel geplant. Daarnaast staat tussen de woning en de noordelijke elzensingel nog een vrijstaande lijsterbes. De bouwlocatie maakt geen deel uit van een Natura2000-gebied, en is geen onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. De grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling ligt ten noorden van de Duinweg op slechts 9 meter afstand van de kavel. Hier ligt ook de grens van het NNN-gebied. De overige Natura2000-gebieden van Terschelling liggen op grotere afstand van de kavel en nergens direct grenzend eraan. Het plangebied zelf, dat wil zeggen de kavel van de bouwlocatie, heeft geen bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarden, al maken de omringende boomsingels deel uit van een groter gebied, het Terschellinger elzensingellandschap, dat mede in historische zin van betekenis is. Er is geen permanent open water aanwezig. De aanwezigheid van pitrus en riet is de verruigde vegetatie duidt op een vochtige bodem en een stagnerende waterafvoer, mogelijk in relatie met enige ijzerhoudende kwel vanuit de grondwaterbel van het eiland in de ondergrond. 4. Het plan. De kavel is tot nu toe met slechts een enkele recreatiewoning bebouwd.

Het plan betreft de sloop van de bestaande woning, het verwijderden van de container een de opslagruimte en de bouw van vier nieuwe recreatiewoningen op de kavel. De toegang tot de kavel, die nu in het noordwesten is gelegen, wordt verplaatst in oostelijke richting, zodanig dat op de kavel twee nieuwe woningen ten westen en twee woningen ten oosten van de nieuwe toegang worden geplaatst (zie de planschets in de bijlage). De omringende boomwallen blijven bestaan. Wel zal het kleine bosje bij de huidige woning en de vrijstaande boom worden verwijderd. Het gezamenlijke oppervlak van de kavel inclusief boomwallen bedraagt 3572 m².

5. Relatie met de Natuurbeschermingswetgeving. 5.1. Gebiedsbescherming: Natura2000. Op Terschelling komen drie Natura2000-gebieden voor, die beschermd zijn door de Wet Natuurbescherming, namelijk: - Natura2000-gebied Duinen Terschelling. - Natura2000-gebied Noordzeekustzone. - Natura2000-gebied Waddenzee. De Wet Natuurbescherming is geldig binnen de grenzen van de Natura2000-gebieden. Daarnaast moet langs de randen van de Natura2000-gebieden rekening worden gehouden met externe werking naar de gebieden toe. Activiteiten langs de randen van de Natura2000-gebieden kunnen effecten hebben op de instandhoudingsdoelen binnen de Natura2000-gebieden. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

2

De bouwlocatie aan de Duinweg te Midsland-Noord ligt niet binnen een van de Natura2000gebieden. De grens met Natura2000-gebied Waddenzee ligt op 1788 meter ten zuiden van de locatie. Deze afstand is dermate groot dat enig effect op de instandhoudingsdoelen van dit Natura2000gebied is uitgesloten. De grens met Natura2000-gebied Noordzeekustzone ligt op 1625 meter ten noorden van de locatie. Deze afstand is dermate groot dat enig effect op de instandhoudingsdoelen van dit Natura2000-gebied is uitgesloten. De grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling ligt op slechts 9 meter ten noorden van de locatie. Deze afstand is zodanig klein dat de mogelijke effect van de sloop van de bestaande woning, de bouw van de nieuwe woningen en het toekomstig gebruik van de woningen op de instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied nader moeten worden geanalyseerd. De toegang tot de kavel ligt aan de noordzijde en loopt vanaf de Duinweg. Het is derhalve mogelijk de kavel ten behoeve van de werkzaamheden te betreden zonder de grens van Natura2000gebied te overschrijden. In dit opzicht zijn significante negatieve effecten als gevolg van de sloop en de bouw uitgesloten. Van belang is wel de vraag of het toekomstig gebruik van de woningen kan leiden tot een toename van de recreatiedruk binnen het Natura2000-gebied, met significant negatieve effecten als gevolg.

Het aantal recreanten neemt door de bouw van nieuwe woningen ten opzichte van de bestaande situatie iets toe. Daarnaast geldt echter dat vanuit de recreatiewoningen geen gerichte activiteiten worden ontplooid die zich binnen de grenzen van Natura2000-gebied afspelen. Het gebruik van de nieuwe woningen betreft recreatieve verhuur of recreatief gebruik. 5.1.1. Natura2000-gebied Waddenzee. De grens met Natura2000-gebied Waddenzee ligt op 1788 meter ten zuidoosten van de locatie, net ten zuiden van de hier gelegen Waddendijk. In dit gebied komen enkele habitattypen voor van het Natura2000-gebied, namelijk H1140A – Slik- en zandplaten, Waddenzee, H1310A – Zilte pioniervegetaties met zeekraal en H1330A – Atlantische schorren, getijdengebied. De bouw van de recreatiewoningen vindt plaats op de kavel op een afstand van 1788 meter van het Natura2000gebied. Er worden ten behoeve van de uitvoering van het plan geen activiteiten uitgevoerd binnen het Natura2000-gebied of binnen een afstand korter dan 1788 meter afstand van het Natura2000-gebied. De uitvoering van het plan heeft geen significant negatieve effecten op de habitattypen van het Natura2000-gebied. Natura2000-gebied Waddenzee is aangewezen voor de volgende Habitatrichtlijn-soorten: zeeprik, rivierprik, fint, gewone zeehond en grijze zeehond.

De grens met Natura2000-gebied Waddenzee ligt op 1788 meter ten zuidoosten van de bouwlocatie. In het deel van de Waddenzee ten zuiden van de dijk bij Midsland/Striep komt geen van de Habitatrichtlijn-soorten voor. De uitvoering van het plan heeft geen significant negatieve effecten op de populaties van de Habitatrichtlijn-soorten. Natura2000-gebied Waddenzee is aangewezen voor de volgende Vogelrichtlijn-soorten broedvogels: A034 Lepelaar A063 Eider A081 Bruine kiekendief A082 Blauwe kiekendief A132 Kluut A137 Bontbekplevier A138 Strandplevier A183 Kleine mantelmeeuw A191 Grote stern A193 Visdief A194 Noordse stern A195 Dwergstern A222 Velduil Van deze soorten komen alleen kluut en visdief als broedvogel in het waddengebied bij Midsland en Striep voor. De vogels broeden er aan de binnenzijde van de dijk in de polder op meer dan 1500 meter zuidelijk van het plangebied. De bouw van de nieuwe woningen vindt plaats op de kavel op een afstand van 1500 meter of meer van de broedlocaties van kluut en visdief. Er worden ten behoeve van de uitvoering van het plan geen activiteiten uitgevoerd binnen het Natura2000-gebied of binnen de genoemde afstand van de broedlocaties. De uitvoering van het plan heeft geen significant negatieve effecten op de broedgelegenheid van kluut en visdief daar ze op een te grote afstand van het plangebied broeden.

Dit geldt tevens met betrekking tot het gebruik van de nieuwe woning in de toekomst. De uitvoering van het plan heeft geen significant negatieve effecten op de overige Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

3

Vogelrichtlijnsoorten broedvogels daar ze in de omgeving van het plangebied niet voorkomen. Significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijnsoorten broedvogels als gevolg van het plan zijn uitgesloten. Natura2000-gebied Waddenzee is als Natura2000-gebied mede aangewezen dankzij het voorkomen van een groot aantal Vogelrichtlijn-soorten niet-broedvogels. Een groot aantal van deze soorten betreft wadvogels die het waddengebied als foerageergebied gebruiken, maar tijdens hoog water aan de binnenzijde van de dijk op hoogwatervluchtplaatsen kunnen rusten. Een belangrijke hoogwatervluchtplaats ligt in de Strieperpolder op 1500 meter of meer zuidelijk van het plangebied. Daarnaast geldt de polder ook als een belangrijk rust- en foerageergebied voor lepelaar, rotgans, brandgans, grauwe gans en bergeend. De activiteiten ten behoeve van de uitvoering van het plan spelen zich af op de kavel op een afstand van 1788 meter van de grens van het Natura2000-gebied en op een afstand van 1500 meter of meer van het rust- en foerageergebied van de vogels. Deze afstand is dermate groot, dat significant negatieve effecten op de Vogelrichtlijn-soorten niet broedvogels zijn uitgesloten. 5.1.2. Natura2000-gebied Duinen Terschelling. Natura2000-gebied Duinen Terschelling betreft het duingebied van het eiland inclusief de duinbossen.

De grens van het Natura2000-gebied ligt aan de noordzijde van de Duinweg ten noorden van de kavel, en op minimale een afstand van 9 meter noordelijk van de kavel. Voor de bouw van de nieuwe woningen is het niet nodig de grens met het Natura2000-gebied te overschrijden of dichter te benaderen dan de aangegeven afstand van 9 meter. Ook voor het transport van het bouwmateriaal via de Terschellinger Hoofdweg, de Heereweg en de Duinweg wordt de grens van het Natura2000gebied niet overschreden. Significant negatieve effecten op alle habitattypen door de sloop en de bouw van de woningen zijn uitgesloten. Binnen het Natura2000-gebied zijn een groot aantal Habitattypen onderscheiden. De in de omgeving van de bouwlocatie binnen het Natura2000-gebied voorkomende habitattypen (kaart 2 in de bijlage) zijn (inclusief zoekgebieden): H2120 – Witte duinen H2130C – Grijze duinen kalkarm H2140A – Duinen met kraaiheide vochtig H2140B – Duinen met kraaiheide droog H2150 – Duinen met struikhei H2170 - Kruipwilgstruweel H2180A – Atlantische duinbossen droog H2180B – Atlantische duinbossen vochtig H2190A – Vochtige duinvalleien open water H2190C – Vochtige duinvalleien ontkalkt H2190D – Vochtige duinvalleien met hoge moerasplanten H6410 – Blauwgraslanden De sloop en de bouw van de recreatiewoningen speelt zich af op de kavel buiten het Natura2000gebied.

Voor alle aangegeven habitattypen geldt dat significant negatieve effecten erop door de sloop en de bouw van de woningen zijn uitgesloten, daar de activiteiten niet plaatsvinden op de locaties van de habitattypen. Voor de hier niet genoemde habitattypen geldt dezelfde conclusie daar ze in de omgeving van het plangebied ontbreken. De huidige recreatiewoning biedt jaarrond onderdak aan 4 recreanten. Na de sloop van de woning en de bouw van vier nieuwe recreatiewoningen biedt de kavel jaarrond onderdak aan maximaal 16 recreanten. In de praktijk zal dit aantal echter niet jaarrond aanwezig zijn. Het is van belang te analyseren of de toename van het aantal recreanten op de kavel binnen het Natura2000-gebied kan leiden tot ongewenste significant negatieve effecten op de habitattypen. Kaart 2 laat zie dat in een deel van het terrein direct ten noorden van de kavel geen habitattypen zijn onderscheiden. De habitattypen van het open duingebied liggen op een afstand van 185 meter of meer van de kavel. Wel zijn direct ten noorden van de kavel enkele gebieden aangewezen als habitattype H2180A/B, Atlantische duinbossen, droog en vochtig. Het gaat dan om een dicht loofhoutperceeltje ten westen van de Midslander Longway en direct ten noorden van de kavel, en een klein complex van loofhout in het Koreabos op enige afstand westelijker.

De dichte loofhoutvegetaties zijn hier, mede dankzij de dichte struiklaag, voor bezoekers vrijwel niet toegankelijk. Behoudens langs een enkel openbaar bospad, zullen recreanten niet snel dergelijke ondoordringbare vegetaties betreden. Schade aan de kwaliteit van de loofhoutvegetaties blijft hier achterwege. Eventuele aantasting van de structuur van de vegetatie door spelende jeugd wordt daarbij door de beheerder Staatsbosbeheer niet toegestaan. De

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

4

conclusie is dan ook dat significant negatieve effecten op de habitattypen H2180A en B niet zullen ontstaan in relatie tot het toegenomen aantal op de kavel in Midsland-Noord aanwezige recreanten. Alle overige habitattypen liggen op een afstand van 185 of meer van het plangebied. Ongetwijfeld zullen de nieuwe recreanten deze gebieden regelmatig bezoeken. Ze zullen daarbij voornamelijk gebruik maken van de openbare paden en dan geen invloed uitoefenen op de kwaliteit van de habitattypen. Het betreden van de vegetaties van de habitattypen zal hooguit incidenteel zijn. Bovendien zullen de recreanten niet allen tegelijkertijd of op dezelfde locatie de terreinen met habitattypen betreden. De toename van de betredingsdruk verspreidt zich zodanig in ruimte en tijd dat verslechtering van de kwaliteit van de habitattypen als gevolg van de toename van de recreanten is uitgesloten. De conclusie is dan ook dat de toename van het aantal recreanten als gevolg van het recreatief gebruik van drie extra recreatiewoningen niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de habitattypen. Dit geldt voor alle hierboven aangegeven habitattypen. Voor Natura2000-gebied Duinen Terschelling gelden groenknolorchis en drijvende waterweegbree als Habitatrichtlijn-soorten. Groeiplaatsen van de groenknolorchis komen binnen 5 kilometer afstand van het plangebied niet voor.

Significant negatieve effecten van de uitvoering van het plan op deze soort is uitgesloten. De enige groeiplaats op Terschelling van de drijvende waterweegbree komt voor in het Waterplak, een grote vochtige vallei op plm. 1000 meter ten noorden van het plangebied. De soort is echter op de groeiplaats na 2006 niet meer aangetroffen. Bovendien is de groeiplaats met riet dichtgegroeid en voor wandelaars niet toegankelijk. Significant negatieve effecten op de drijvende waterweegbree als gevolg van de sloop en de bouw van de woningen en als gevolg van het toekomstig recreatief gebruik is uitgesloten. Voor Natura2000-gebied Duinen Terschelling geldt een aantal broedvogels als Vogelrichtlijn-soort, met name: Blauwe kiekendief Bontbekplevier Bruine kiekendief Dodaars Dwergstern Paapje Rietzanger Strandplevier Tapuit Velduil Soorten die op een afstand van minder dan 1 kilometer afstand van het plangebied broeden zijn bruine kiekendief, rietzanger en tapuit. De overige soorten broeden op een grotere afstand van het plangebied. Significant negatieve effecten van de uitvoering van het plan op deze overige soorten is uitgesloten.

Significant negatieve effecten op de broedgelegenheid van bruine kiekendief, rietzanger en tapuit, als gevolg van de sloop van de recreatiewoning en de bouw van de nieuwe woningen is uitgesloten, daar deze activiteiten zich tot de kavel beperken en geen invloed hebben op de broedlocaties. Hierboven is al gesteld dat de recreanten van de nieuwe woningen regelmatig het duingebied zullen betreden. Daarbij gebruiken ze voornamelijk de bestaande openbare paden en worden gebieden buiten de paden hooguit incidenteel betreden. Bovendien zullen de recreanten niet allen op zelfde plek of tegelijkertijd de gebieden betreden. De bruine kiekendief is een broedvogel van vochtige duinvalleien met een dichte vegetatie van riet en lage struwelen. De enige broedlocatie van de bruine kiekendief in de omgeving van het plangebied ligt in het Waterplak op plm 1 kilometer ten noorden van het plangebied. De broedlocatie ligt in een dicht struweel dat niet publiek toegankelijk is. Het Waterplak is voor het publiek in het broedseizoen gesloten. Voor zover de bruine kiekendief net buiten het gesloten gebied tot broeden komt is dit in een vallei met dicht struweel welke door de dichte vegetatiestructuur niet te betreden is. De recreanten van de nieuwe woningen zullen de omgeving van de vallei hooguit incidenteel bezoeken, waarbij ze de vallei zelf niet zullen betreden.

Er is geen sprake van kwaliteitsverlies of verlies aan broedgelegenheid. Hetzelfde geldt voor de rietzanger, die in dezelfde terreindelen broedt. De tapuit broedt in konijnenholen op enkele plaatsen in het open duin ten noorden van het plangebied. Het gaat dan om duingebieden met een korte, open vegetatie van grijze duinen. De broedlocaties liggen in terreinen die door omwonenden incidenteel worden betreden. De huidige betredingsdruk heeft niet tot negatieve effecten op de broedmogelijkheden van de soort geleid. Omdat de recreanten van de nieuwe recreatiewoningen in het plangebied hooguit incidenteel de Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

5

broedgebieden van de tapuit zullen bezoeken, ontstaat hierdoor geen sterke toename van de betredingsdruk zodanig dat de tapuit er niet meer kan broeden. De conclusie m.b.t. de broedgelegenheid van de bruine kiekendief, de rietzanger en de tapuit is dat er geen sprake is van een sterke toename van de betredingsdruk als gevolg van het toegenomen aantal recreanten door de bouw van de woningen. Er is geen significant negatieve effecten op de broedmogelijkheden van de drie genoemde soorten. De effectanalyse leidt m.b.t. Natura2000-gebied Duinen-Terschelling tot de volgende conclusies: - Significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen door de sloop van de bestaande woning en de bouw van 4 nieuwe woningen is uitgesloten. - Significant negatieve effecten van het gebruik van de nieuwe recreatiewoningen op alle instandhoudingsdoelen is uitgesloten. Dit geldt zowel voor de habitattypen, de habitatrichtlijnsoorten en de vogelrichtlijn-soorten. 5.1.3. Natura2000-gebied Noordzeekustzone. Het Natura2000-gebied Noordzeekustzone betreft het Noordzeestrand van Terschelling en de voor de kust liggende zeegebieden van de Noordzee. De kortste afstand van het plangebied tot de grens van het Natura2000-gebied bedraagt 1625 meter.

De uitvoering van het plan beperkt zich tot de kavel in Midsland-Noord, en benadert het Natura2000-gebied niet dichter dan over een afstand van meer dan 1,6 kilometer. Deze afstand is dermate groot dat significant negatieve effecten op alle instandhoudingsdoelen van het Natura2000-gebied op basis van de grote afstand is uitgesloten. 5.1.4. Stikstofdepositie. Sinds de drempel- en grenswaarden van het PAS als gevolg van een uitspraak van de Raad van State sinds mei 2019 niet meer gelden, kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar toch vergunningplichtig zijn. Omdat significant negatieve effecten als gevolg van het planvoornemen voor de Natura2000-gebieden Duinen Terschelling, Noordzeekustzone en Waddenzee niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, is het nodig een stikstofberekening uit te voeren om te bepalen wat de stikstofdepositie op het Natura2000-gebied is. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2019. De stikstofberekening voor het hier geanalyseerde project wordt uitgevoerd door BügelHajema, en maakt geen deel uit van deze quickscan. BügelHajema zal hierover een separaat rapport opstellen. 5.1.5. Cumulatieve effecten. Hierboven wordt geconcludeerd dat de uitvoering van het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de betreffende Natura2000-gebieden.

Zodoende kan er geen sprake zijn van significant negatieve effecten door cumulatie van negatieve effecten van het plan in samenhang met andere projecten. 5.2. Het soortenbeschermingsaspect van de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming beschermt een aantal kwetsbare soorten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de strikt beschermde soorten en overige soorten. Soorten die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming zijn ook beschermd binnen het plangebied aan de Duinweg. Uitvoering van de plannen is alleen mogelijk als er ten aanzien van de strikt beschermde soorten geen sprake is van negatieve effecten op populaties en individuen. Voor de overige soorten geldt dat de uitvoering van het plan geen blijvende verslechtering mag betekenen van de staat van instandhouding van de populaties. Tevens zijn van een aantal soorten de nesten en nestlocaties jaarrond beschermd. De provincie Fryslân heeft daarnaast een lijst opgesteld met algemene soorten waarvoor vrijstelling van de wet geldt, mits het plan geen verandering brengt in de algeheel gunstige staat van instandhouding van de populaties van de soorten in Nederland. Het gaat dan om kleine zoogdieren, bruine kikker en kleine watersalamander. Daar de uitvoering van het plan geen verandering brengt in de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, kan uitgegaan worden van vrijstelling. 5.2.1.

Quickscan en bronnen. Om het plangebied te kunnen beoordelen op het voorkomen van beschermde soorten is aan de kavel op 30 september en 15 november 2019 een bezoek gebracht. De kavel is onderzocht op het mogelijke voorkomen van beschermde of kwetsbare soorten. Een onderzoek naar het mogelijke voorkomen van kraamkolonies, voortplantingsplekken of overwinteringsplekken van vleermuizen is

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

6

uitgevoerd, met betrekking tot de recreatiewoning, de opslagruimte en de container. Er komen geen bomen voor die als onderkomen voor vleermuizen kunnen fungeren. In april/juni 2016 is de kavel als onderdeel van een broedvogelinventarisatie van het elzensingelgebied beoordeeld op het voorkomen van broedvogels (Zwart, ongepub.). De gegevens zijn in deze quickscan tevens als beoordelingscriteria gebruikt. Op 30 september 2019 is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) op het voorkomen van bijzondere natuurwaarden op de kavel en de omgeving ervan geraadpleegd. Dit leverde overigens geen relevante gegevens op. 5.2.2. Strikt beschermde soorten. Tijdens de uitvoering van de quickscan is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van voortplantingsplekken, kraamlocaties of overwinteringsplekken van vleermuizen. Daarbij is de leegstaande recreatiewoning als eerste beoordeeld op de geschiktheid als onderkomen voor vleermuizen. Vastgesteld is dat vleermuizen geen toegang hebben tot het pand. Ze zijn dan ook niet aangetroffen. De dakbedekking van dunne, lichtgekleurde pannen (asbest?) biedt evenmin toegang voor vleermuizen. Speciale aandacht is besteed aan de vensterluiken van het pand. Deze luiken zijn gecontroleerd op het voorkomen van overwinterende vleermuizen. Ze zijn er niet aangetroffen.

Ook de container op het terrein is onderzocht naar de mogelijke geschiktheid als onderkomen voor vleermuizen. Er zijn geen toegangmogelijkheden en vleermuizen zijn niet aangetroffen. Voor het kleine houten hok geldt dat vleermuizen er wel toegang toe kunnen vinden, maar in het hok geen goede beschutting hebben. Het hok is onderzocht op het voorkomen van vleermuizen en op het voorkomen van sporen van eerder gebruik door vleermuizen. Dit heeft niets opgeleverd. Op Terschelling komen drie soorten vleermuizen regelmatig voor, namelijk laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Alleen van de eerste twee soorten is voortplanting op Terschelling bekend. Daarbij maakt de laatvlieger vooral gebruik van verwaarloosde gebouwen en schuren, terwijl de gewone dwergvleermuis ook gebruik maakt van holten in bomen. Van enkele andere soorten vleermuizen zijn losse waarnemingen bekend, maar voorplanting is nooit vastgesteld. Waarschijnlijk betreft het incidentele zwervers. Tijdens beide bezoeken is vastgesteld dat op de kavel geen geschikte ruimte is die voor vleermuizen als onderkomen kan worden benut. Vastgesteld is ook dat bomen op de kavel geen onderkomen aan vleermuizen bieden. De conclusie is dan ook dat er geen mogelijkheden zijn voor vleermuizen zich er voort te planten, jongen te verzorgen of te overwinteren.

Voor zover op de kavel of in de directe omgeving incidenteel vleermuizen aanwezig zijn, betreft het foeragerende dieren die van elders komen. De sloop van de recreatiewoning en de bouw van de nieuwe woningen heeft geen negatieve invloed op populaties van vleermuizen op Terschelling. Dit impliceert tevens dat een uitgebreid onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen volgens het protocol van de groene bureaus niet nodig is. Binnen het plangebied en in de directe omgeving komen geen andere strikt beschermde soorten voor. Er is geen populatie aanwezig van de rugstreeppad of van de zandhagedis. Voor de rugstreeppad ontbreekt open water dat als voortplantingsplek kan dienen. Er zijn geen groeiplaatsen aanwezig van de groenknolorchis. De conclusie is dat de uitvoering van het plan geen bedreiging is voor strikt beschermde soorten daar ze niet voorkomen. Er ontstaat wat betreft de strikt beschermde soorten door de bouw van de bedrijfswoning geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming. 5.2.3. Overige soorten, jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is onderzocht op het voorkomen van andere soorten waarvoor de zorgplicht van toepassing is. Daarbij is het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van belang. Wat het voorkomen van de gierzwaluw betreft, wordt opgemerkt dat de soort op Terschelling als broedvogel geheel ontbreekt.

Er is in de loop der jaren slechts 1 broedgeval gemeld (in de zeventiger jaren van de vorige eeuw te Striep). Het ligt dan ook voor de hand dat de gierzwaluw ook niet op de kavel als broedvogel voorkomt. De gierzwaluw broedt normaliter in gebouwen. In of aan de recreatiewoning en de andere bouwsels ontbreekt nestgelegenheid. De soort komt niet voor. Hetzelfde geldt met betrekking tot de huismus. Er is voor deze soort geen nestgelegenheid beschikbaar. De soort komt als broedvogel op de kavel niet voor. Ook nesten van roofvogelsoorten en van de blauwe reiger zijn jaarrond beschermd. Nesten van deze soorten komen op de kavel niet voor.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

7

5.2.4 Overige soorten, planten. Uit onderzoek naar de samenstelling van de natuurlijke graslandvegetatie op de kavel is vastgesteld dat de graslandvegetatie weliswaar soortenrijk is dankzij bodembewerking en verwaarlozing, maar dat er geen zeldzame of kwetsbare soorten voorkomen. Tijdens de veldbezoeken in september en november zijn geen zeldzame soorten aangetroffen. Op de kavel komen geen zeldzame plantensoorten voor, waarvoor de zorgplicht van toepassing is. 5.2.5. Overige soorten, broedvogels. De kavel maakt deel uit van een groter geheel aan met recreatiewoningen bebouwde kavels, allen omringd door boomsingels. Het gebied is rijk aan broedvogels. Het betreft echter uitsluitend soorten die aan de boomsingels gebonden zijn. Op de kavel Duinweg 31 geldt dit eveneens. Aan de hand van een inventarisatie in 2016 is vastgesteld dat op of in de directe omgeving van de kavel voorkomen houtduif, koolmees, pimpelmees, winterkoning, merel, zanglijster, heggenmus, braamsluiper, tjiftjaf, zwartkop, spotvogel, roodborst, vink, groenling, kneu en putter (winterkoning en merel 2 paar, overigen 1 paar). Het is daarbij niet geheel duidelijk of de vogels op de kavel zelf broeden of op aangrenzende kavels. Alle soorten zijn gebonden aan de boomsingels langs de buitenrand van de kavel. Tijdens de sloop en de bouw van de woningen blijft de omringende boomsingel gespaard.

Er gaat dan ook geen broedgelegenheid verloren. Alle aanwezige soorten zijn algemeen in Nederland en zijn goed aangepast aan een door mensen gebruikte omgeving. De uitvoering van het plan leidt niet tot een blijvende verslechtering van de staat van instandhouding van de populaties. De sloop en de bouw van de woningen heeft geen invloed op broedvogels buiten de kavel. 5.2.6. Vrijstellingssoorten. Voor kleine zoogdieren, die binnen het plangebied voorkomen, geldt vrijstelling van de wet. Voorkomende soorten zijn bosmuis, huismuis, rosse woelmuis, dwergmuis, bosspitsmuis, dwergspitsmuis, egel, konijn en haas. In de omgeving van de kavel komt in poldersloten een populatie voor van de bruine kikker. Mogelijk is ook een populatie aanwezig van de kleine watersalamander. Voor beide soorten amfibieën geldt eveneens vrijstelling. 5.2.7. Conclusies. Strikt beschermde soorten komen niet voor. Voor het overige zijn geen kwetsbare soorten aanwezig waarvoor de zorgplicht geldt. De uitvoering van het plan leidt aangaande de soortenbescherming niet tot strijdigheid met de Wnb. Het is niet nodig in het kader van de soortenbescherming een ontheffing aan te vragen bij de Provincie Fryslân. 5.3. PKB-Waddenzee III. De PKB-Waddenzee III is van toepassing op de Waddenzee en de randen ervan. De kavel ligt niet binnen of aan de rand van PKB-gebied. De PKB-Waddenzee III is derhalve niet van toepassing.

5.4. Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied is de kavel die geen deel uitmaakt van het NNN-gebied. Door de sloop en de bouw van de woningen gaat geen oppervlak van het netwerk verloren. Terreinen die tot de NNN behoren zijn de Natura2000-gebieden. De grens met NNN-gebied ligt op 9 meter ten noorden van de kavel en betreft het natuurgebied ten noorden van de Duinweg. Daarbij behoort ook de overgebleven graslandkavel tot de NNN (deze maakt geen deel uit van het Natura2000-gebied). De uitvoering van het plan op de kavel leidt niet tot wijzigingen in de ruimtelijke ordening binnen NNN-gebied of tot verslechtering de kwaliteit van NNN-gebied. De uitvoering van het plan is niet strijdig met de NNNregelgeving. De provincie Fryslân stelt als eis dat de uitvoering van het plan niet mag leiden tot een aantasting van het wezenlijke karakter van het landschap. Daar is geen sprake van.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

8

6. Conclusies. De uitvoering van het plan heeft geen significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen van de Natura2000-gebieden en is niet strijdig met het gebiedsbeschermingsaspect van de Wet natuurbescherming. De uitvoering van het plan is niet strijdig met de Wet natuurbescherming aangaande de bescherming van strikt beschermde soorten, omdat strikt beschermde soorten ontbreken. Er komen op de kavel geen kwetsbare soorten voor waarvoor de zorgplicht van toepassing is. Broedgelegenheid van broedvogels buiten de kavel gaat niet verloren. De PKB-Waddenzee III is niet van toepassing. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN-netwerk.

7. Literatuur. DLG, 2015. Beheerplan Natura2000-gebieden Terschelling. Inclusief habitattypenkaart Terschelling. Dienst Landelijk Gebied, Leeuwarden Zumkehr, P.J., ongepubliceerd. Een inventarisatie van de botanische kwaliteit van de graslanden in de Terschellinger polder in 2019. Vogelbescherming Nederland. Zwart, F., ongepubliceerd. Een broedvogelinventarisatie van het elzensingelgebied van Terschelling.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

9

Kaart 1: Ligging van de bouwlocatie t.o.v. de Natura2000-gebieden op Terschelling. Rood: bouwlocatie. Gele lijn: grens Natura2000-gebieden. De afstand tussen de kavel en Natura2000-gebied Duinen Terschelling bedraagt 9 meter. K = broedlocatie kluut V = broedlocatie visdief HVP = Hoogwatervluchtplaats

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

10

Kaart 2: Uitsnede van de habitattypenkaart van Natura2000-gebied Duinen Terschelling ten noorden van de bouwlocatie (DLG, 2015). Geel zonder letter = habitattype H2120 - Witte duinen Geel met B = habitattype H2130B – Grijze duinen kalkarm Lichtbruin met A = habitattype H2140A – Duinen met kraaiheide vochtig Lichtbruin met B = habitattype H2140B – Duinen met kraaiheide droog Oranje = habitattype H2150 – Duinen met struikhei Bruin = habitattype H2170 - Kruipwilgstruweel Donkergroen met A = habitattype H2180A – Atlantische duinbossen, droog Donkergroen met B = habitattype H2180B – Atlantische duinbossen, vochtig (gearceerd is zoekgebied) Lichtgroen met A = habitattype H2190A – Vochtige duinvalleien open water Lichtgroen met C = habitattype H2190C – Vochtige duinvalleien ontkalkt Lichtgroen met D = habitattype H2109D – Vochtige duinvalleien met hoge moerasplanten. Rood = habitattype H6410 – Blauwgrasland

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

11

Kaart 4: Vogelrichtlijn-soorten nabij het plangebied. K = Broedgebied bruine kiekendief R = idem rietzanger T = idem tapuit. Rood kader: bouwkavel Gele lijn: grens met Natura2000-gebied Duinen Terschelling De witte pijl geeft de afstand tussen de bouwkavel en het open duingebied weer.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

12

Kaart 4. NNN-gebied. Groene lijn: grens NNN-gebied. Rood: bouwlocatie.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

13

Planschets

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

14

Foto 1. Recreatiewoning

Foto 2. Berghok

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

15

Foto 3. Bouwkeet/container. Rechts de vrijstaande lijsterbes.

Foto 4. Achterzijde recreatiewoning met bosje.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

16

Foto 5. Verruigde vegetatie oostzijde kavel.

Zumkehr Ecologisch Adviesbureau December 2019

17

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

54

bestemmingsplan Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland

Bijlage 2 Stikstofberekening

55

Bereke ning s tiks tofdep osi tie Du inwe g Mid sl and 31 te Mid sl and

Bereke ning s tiks tofdep osi tie Du inwe g Mid sl a nd 31 te Mid sl and

3 juni 2021 Projectnummer 554.06.52.00.0000

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging projectgebied

5

4

Invoergegevens AERIUS

6

4.1

Bestaande situatie

6

4.1.1

Gasverbruik bestaande bebouwing (bron 1)

6

4.1.2

Verkeersgeneratie bestaande situatie (bron 2 en 3)

6

4.2

4.3

4.4

4.5 4.6

Jaar 1: sloopfase (2021)

7

4.2.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

7

4.2.2

Werkverkeer (bron 2)

7

Jaar 2: bouw twee woningen (2022)

8

4.3.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

8

4.3.2

Werkverkeer (bron 2)

8

Jaar 3: bouw twee woningen + gebruik twee woningen (2023)

9

4.4.1

Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)

9

4.4.2

Werkverkeer (bron 2)

9

4.4.3

Verkeersgeneratie 2 woningen (bron 3, 4 en 5)

9

Gebruiksfase (vanaf 2023)

10

4.5.1

10

Verkeersgeneratie 4 woningen (bron 1,2 en 3)

Totale emissie

10

5

Model

11

6

Rekenresultaten en conclusie

14

3 juni 2021

1

Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Recreatiewoningen Duinweg 31 te Midsland’ is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik de recreatiewoningen in de gemeente Terschelling berekend. Het project maakt de bouw van 4 recreatiewoningen mogelijk op een locatie in het niet stedelijk woonmilieu. De bestaande woning op het perceel zal gesloopt worden. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend middels een verschilberekening met het programmapakket AERIUS (19 mei2021) waarbij de bestaande situatie is vergeleken met de sloop/aanlegfase en gebruiksfase van de toekomstige situatie.. Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Omvang projectgebied (bron: Google Earth Pro, d.d. 24-06-2020)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

17 juni 2020

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld.

Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling. Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem.

In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.

17 juni 2020

4

3

Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan Duinweg Midsland 31 te Midsland. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Duinen Terschelling, gelegen op een afstand van 0 km;

-

Noordzeekustzone, gelegen op een afstand van circa 2 km.

-

Waddenzee, gelegen op een afstand van circa 2 km.

17 juni 2020

5

4

Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. In deze berekening wordt intern salderen toegepast waarbij de bestaande situatie wordt vergeleken met de toekomstige situatie (aanlegfase en gebruiksfase). In 2021 zal er gesloopt worden en de eerste drie woningen worden gebouwd. In het navolgende jaar zal tenslotte de vierde woning worden gebouwd. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gebouw gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure.

De bouw zal gefaseerd plaatsvinden en als volgt worden uitgevoerd: -Jaar 1 (2021): sloopfase -Jaar 2 (2022): bouw twee woningen -Jaar 3 (2023): bouw twee woningen + gebruik 2 woningen -Jaar4 (2024): gebruik vier woningen Ten behoeve van de sloop- en bouwwerkzaamheden alsmede de verkeersgeneratie van de zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt.

4.1

Bestaande situatie

4.1.1 Gasverbruik bestaande bebouwing (bron 1) In de huidige situatie is in het plangebied bestaande bebouwing aanwezig. Het gaat om vrijstaande woning in het midden van het perceel. De opdrachtgever heeft aangegeven dat het gemiddelde gasverbruik 1800 m3 bedroeg. Het bestaande programma stoot derhalve 0,9 kg NOx/jr uit. De kentallen voor het omrekenen van het verbruik zijn afkomstig uit het TNO-onderzoek over installaties huishoudens1.

4.1.2 Verkeersgeneratie bestaande situatie (bron 2 en 3) In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande

1

TNO. (2014), Update NOx-emissiefactoren kleine vuurhaarden – glastuinbouw en huishoudens

17 juni 2020

6

koopwoningen ( minimaal 7,8 en maximaal 8,6 ritten per woning, niet stedelijk, rest bebouwde kom). Omdat het autogebruik op Terschelling een stuk lager is dan op het vasteland is rekening gehouden met 8 ritten per etmaal. Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met 2920 ritten per jaar De totale emissie van de verkeersgeneratie in de bestaande situatie bedraagt in dat geval minder dan een kg NOx/jr.

4.2

Jaar 1: sloopfase (2021)

4.2.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven voor de sloopfase . De gegevens over de in te zetten mobiele werktuigen, het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) zijn door de opdrachtgever verstrekt en is aangevuld met 2

gegevens gebaseerd op het bronbestand van BügelHajema Adviseurs . Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie mobiele Stage Vermogen

Bedrijfsuren

Aantal uren

Brandstof-

Emissie NOx

totaal

stationair

verbruik

(afgerond)

kW

Uur

Uur

Liter/ jaar

Kg /jaar

150

6

2

42

0,3

86

12

4

216

0,8

werktuigen Sloop Verreiker

Stage IV (130- 300 kW) Bouwjaar 2011

Graafmachine

Stage IV (75 -130 kW) - Bouwjaar 2015

Totale emissie NOx in kg/jaar

1,09

4.2.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met het volgende aantal ritten per jaar. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt en waar nodig aangevuld met gegevens afkomstig uit het bronbestand van BügelHajema Adviseurs. -

licht verkeer 20 ritten/jaar;

-

middelzwaar vrachtverkeer 16 ritten/jaar

Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 6.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2019’ (tabel 2) Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s

2

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.

17 juni 2020

7

- vrachtwagens met 4 wielen Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt ongeveer 0,03 kg NOx/jr.

4.3

Jaar 2: bouw twee woningen (2022)

4.3.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven voor de bouw van twee woningen . De gegevens over de in te zetten mobiele werktuigen, het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) zijn door de opdrachtgever verstrekt en is aange3

vuld met gegevens gebaseerd op het bronbestand van BügelHajema Adviseurs . mobiele

Stage

Vermogen

Bedrijfsuren

Aantal uren

werktuigen

Brandstof-

Emissie NO

totaal

stationair

verbruik

(afgerond)x

kW

Uur

Uur

Liter/ jaar

Kg /jaar

150

14

4

98

0,6

86

8

3

144

0,6

124

6

2

150

0,6

Bouw Verreiker

Stage IV (130- 300 kW) Bouwjaar 2014

Graafmachine

Stage IV (75 -130 kW) - Bouwjaar 2015

Betonstorter

Stage IV (75 -130 kW) - Bouwjaar 2015

Totale emissie NOx in kg/jaar

1,71

4.3.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met het volgende aantal ritten per jaar. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt en waar nodig aangevuld met gegevens afkomstig uit het bronbestand van BügelHajema Adviseurs. -

licht verkeer 226 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 6 ritten/jaar.

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt minder dan een kg NOx/jr.

3

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.

17 juni 2020

8

4.4

Jaar 3: bouw twee woningen + gebruik twee woningen (2023)

4.4.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven voor wederom de bouw van twee woningen . De gegevens over de in te zetten mobiele werktuigen, het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) zijn door de opdrachtgever verstrekt en is aangevuld met gegevens gebaseerd op het bronbestand van BügelHajema Adviseurs4. mobiele

Stage

Vermogen

Bedrijfsuren

Aantal uren

Brandstof-

Emissie NO

totaal

stationair

verbruik

(afgerond)x

kW

Uur

Uur

Liter/ jaar

Kg /jaar

150

14

4

98

0,6

86

8

3

144

0,6

124

6

2

150

0,6

werktuigen Bouw Verreiker

Stage IV (130- 300 kW) Bouwjaar 2014

Graafmachine

Stage IV (75 -130 kW) - Bouwjaar 2015

Betonstorter

Stage IV (75 -130 kW) - Bouwjaar 2015

Totale emissie NOx in kg/jaar

1,71

4.4.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met het volgende aantal ritten per jaar. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt en waar nodig aangevuld met gegevens afkomstig uit het bronbestand van BügelHajema Adviseurs. -

licht verkeer 226 ritten/jaar;

-

zwaar vrachtverkeer 6 ritten/jaar.

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt minder dan een kg NOx/jr.

4.4.3 Verkeersgeneratie 2 woningen (bron 3, 4 en 5) In het model is het verkeer van en naar de eerste twee woningen opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor een bungalowpark/huisjes complex omdat het hier recreatiewoningen betreft (maximaal 2,3 ritten per woning, niet stedelijk, rest bebouwde kom). Uit het Bezoekersonderzoek Terschelling (Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2017) dat in de periode oktober 2015 tot september 2016 is uitgevoerd blijkt dat slechts 30% van de toeristen een auto meeneemt naar Terschelling. Voor gasten die verblijven in een recreatiewoning is dat wat hoger dan gasten van een hotel. Daarom is de keuze gemaakt om rekening te houden met 1,5 ritten per 4

Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door

BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.

17 juni 2020

9

recreatiewoning per etmaal. Dit komt in totaal neer op 1.095 ritten per jaar voor twee recreatiewoningen. Voor het eerste jaar van gebruik van de twee vakantiewoningen is er echter uitgegaan van een maximale bezetting van 90% wat resulteert in 986 ritten per jaar. De totale emissie van de verkeersgeneratie in de aanlegfase en gebruiksfase (2022) bedraagt in dat geval minder dan een kg NOx/jr.

4.5

Gebruiksfase (vanaf 2023)

4.5.1 Verkeersgeneratie 4 woningen (bron 1,2 en 3) In het model is het verkeer van en naar de woningen opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van de voorgaande gehanteerde cijfers van 1,5 ritten per recreatiewoning per etmaal. Dit resulteert in een totaal aantal ritten van 2.190 per jaar voor de vier recreatiewoningen. De totale emissie van de verkeersgeneratie in de gebruiksfase vanaf 2023 bedraagt in dat geval minder dan een kg NOx/jr.

4.6

Totale emissie 

De totale emissie van het project in de bestaande situatie bedraagt minder dan een kg NOx/jr.

De totale emissie van het project in jaar 1 (2021) bedraagt ongeveer 1,09 kg NOx/jr.

De totale emissie van het project in jaar 2 (2022) bedraagt ongeveer 1,72 kg NOx/jr.

De totale emissie van het project in jaar 3 (2022) bedraagt ongeveer 1,75 kg NOx/jr

De totale emissie van het project in jaar 4 (vanaf 2023) bedraagt minder dan een kg NOx/jr.

17 juni 2020

10

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (19 mei 2021). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2021 voor de start van de bouw. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend zijn van de modellen een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model bestaande situatie

Afbeelding 4 - AERIUS model berekening jaar 1 ( 2021)

17 juni 2020

11

Afbeelding 5 - AERIUS model berekening jaar 2 (2022)

Afbeelding 6- AERIUS model berekening jaar 3 (2023)

17 juni 2020

12

Afbeelding 7 - AERIUS model berekening jaar 4 (vanaf 2024)

17 juni 2020

13

6

Rekenresultaten en conclusie De berekeningen met AERIUS genereren een rekenresultaat en pdf-bestanden waarin wordt geconstateerd dat het bestemmingsplan niet leidt tot een toename van effecten ten opzichte van de planologische referentiesituatie (de effecten die nu al kunnen worden veroorzaakt, voor zover planologisch legaal). De planologische referentiesituatie komt overeen met de toegestane situatie op de Europese referentiedatum. Dat is 24 maart 2000 voor het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling. Het gebruik is sinds deze datum niet gewijzigd, de activiteitenwaren reeds vergund en in gebruik als in de huidige situatie het geval is.

Afbeelding 8- Rekenresultaat verschilberekening met jaar 1 (2021)

Afbeelding 9- Rekenresultaat verschilberekening met jaar 2 (2022)

17 juni 2020

14

Afbeelding 10- Rekenresultaat verschilberekening met jaar 3 (2023)

Afbeelding 11- Rekenresultaat verschilberekening met jaar 4 (vanaf 2024)

Met het toepassen van intern salderen treedt er door stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

17 juni 2020

15

3 juni 2021

16

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Oud en Nieuw Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 1/9

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Bouwbedrijf Bos Terschelling b.v.

Duinweg Midsland 31, 8891 HR Midsland

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bestemmingsplan Duinweg Midsland 31 te Midsland

RSHv1ZmcCaFY

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

19 mei 2021, 18:37

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

< 1 kg/j

1,09 kg/j

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

< 1 kg/j

-0,00 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Planvoornemen: Sloop woning en vervanging door 4 recreatie woningen -intern salderen (2 woningen in 2022, 2 woningen in 2023) Jaar 1: Verschilberekening met sloopfase (2021)

Resultaten

Oud Nieuw

RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 2/9

Resultaten

Locatie Oud

Emissie Oud

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

< 1 kg/j

Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Gasverbruik Wonen en Werken | Woningen

Resultaten

Oud Nieuw

RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 3/9

Resultaten

Locatie Nieuw

Emissie Nieuw

Resultaten

Bron Sector

Oud Nieuw

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

1,09 kg/j

Werkverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 4/9

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Duinen Terschelling

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

0,00

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Oud Nieuw

RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 5/9

Resultaten

Resultaten per habitattype

Duinen Terschelling Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,01

0,00

H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)

0,01

0,01

0,00

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

0,00

ZGH2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

0,00

H2140A Duinheiden met kraaihei (vochtig)

0,01

0,00

0,00

H2150 Duinheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,00

0,00

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Oud Nieuw

RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 6/9

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Oud

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Verkeersgeneratie 147880, 600466 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

2.920,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Gasverbruik 147901, 600449 1,0 m 0,0 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j

verkeersgeneratie 147867, 600486 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

1.460,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Oud Nieuw

RSHv1ZmcCaFY (19 mei 2021) pagina 7/9

Resultaten

Emissie (per bron)

Mobiele werktuigen 147906, 600456 1,09 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Nieuw

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=a07a4de4-3803-4e92-b088-806ed1e9c632