CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 - QA governance (versie 28 jan 2026)

gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Besluitenlijsten en actiepunten commissies2.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q&A Governance

Nr. 1.

Vraag/opmerking Welk probleem wordt opgelost met deze nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR)? Wat is de noodzaak ervan?

Antwoord In de eerste plaats gaat het de gemeenten om het realiseren van kwalitatief goede en passende hulp en ondersteuning voor de inwoners van Zeeland. De lokale structuren vormen hiervoor de basis. Het realiseren van een passend zorglandschap vraagt echter om samenwerking, dat kunnen de individuele gemeenten niet alleen. Deze samenwerking wordt via de GR Sociaal Domein en Jeugdregio Zeeland (hierna: GR Sociaal Domein Zeeland) goed vastgelegd. Directe aanleidingen zijn: 1. De regionale opgaven in het sociaal domein nemen toe. Al in 2007 zijn centrumgemeenten aangewezen voor maatschappelijke opvang (MO). In 2015 zijn ook voor beschermd wonen (BW) centrumgemeenten aangewezen. In Zeeland is Vlissingen centrumgemeente. Een recenter voorbeeld is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (een aanpassing van de Jeugdwet), die op 1 januari 2026 in werking is getreden. Daarin worden jeugdregio’s verplicht binnen een GR bepaalde taken voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering uit te voeren. Zeeland is zo’n jeugdregio. Een formele bestuurlijke structuur met duidelijke afspraken wie waarover gaat, ondersteunt de regionale samenwerking. 2. Het samenbrengen van regionale beleids- en uitvoeringscapaciteit verstevigt de integrale aanpak en advisering en is (kosten)effectief.

Er zijn meerdere praktische aanleidingen waarin dit duidelijk wordt: - De ambtelijke en bestuurlijke (overleg)structuur is historisch gegroeid en daardoor niet altijd logisch (wie begrijpt het schema ‘Zeeuwse samenwerking sociaal domein’ nog?) Ook werkt het versnippering van beleid voor het 1

2.

Is een GR de beste oplossing voor dit probleem?

3.

Waarom bouwen we voort op GR SWVO en maken we niet een nieuwe GR?

sociaal domein in de hand waar dat steeds meer integraal en domeinoverstijgend zou moeten worden. - Voorstellen op BW, MO en vrouwenopvang (VO) en sociale veiligheid moeten, bij gebrek aan een regionaal (Zeeuws) bestuurlijk orgaan met beslissingsbevoegdheid, via het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) Sociaal Domein aan alle dertien colleges worden voorgelegd. Dit kost veel tijd en capaciteit. - De inkoop van jeugdhulp daarentegen heeft een bestuurscommissie met vergaande gedelegeerde collegebevoegdheden. Er is een apart portefeuillehoudersoverleg Jeugd, waardoor dit onderwerp niet in het OZO Sociaal Domein wordt besproken. Dit werkt het integraal kijken tegen, terwijl dit in het sociaal domein heel relevant is. Een GR met openbaar lichaam is de beste oplossing om bestuurlijke besluitvorming te regelen en de ambtelijke capaciteit goed te organiseren. Bovendien is het vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht de samenwerking op inkoop van specialistische jeugdzorg regionaal in een GR te regelen. Andere vormen van regionale samenwerking bieden niet de kans om zowel ambtelijk als bestuurlijk integraal, domeinoverstijgend samen te werken met formele beslissingsbevoegdheid voor alle gemeenten, grip op de regionale budgetten en een robuuste organisatie.

Het voorstel voor een nieuwe GR voor inkoop en toezicht jeugdhulp, BW, MO en VO, is gestrand op de vrees dat deze GR onvoldoende robuust is als organisatie vanwege de kleine omvang. Voortbouwen op GR SWVO heeft 3 voordelen: 1. De organisatie SWVO is al ruim 30 jaar een betrouwbare en goed functionerende organisatie die, behalve voor 7 gemeenten, ook de 2

4.

Waarom is dit voorstel beter dan het voorstel medio 2024?

5. 6.

Is het een besparingsopgave? Gaat het geld opleveren of meer geld kosten?

uitvoering van taken voor de 13 gemeenten faciliteert (CZW Bureau). De robuustheid is hierdoor geen issue meer, alle Zeeuwse taken én mensen die deze taken voor de gemeenten uitvoeren, vormen de basis voor de nieuwe regeling. De organisatie Sociaal Domein Zeeland heeft door het voortbouwen op SWVO geen kleine omvang. 2. Het is mogelijk om ook taken voor een deel van de gemeenten in dezelfde GR op te nemen. Daarmee kunnen de taken die een deel van de Zeeuwse gemeenten afnemen bij SWVO worden gecontinueerd op basis van dienstverleningsovereenkomsten. 3. Het is juridisch praktischer, minder ingewikkeld en minder tijdrovend om de GR SWVO als basis te nemen en om te bouwen naar een GR voor de 13 gemeenten, dan om een nieuwe GR te stichten. Bij liquidatie van een GR moeten namelijk alle contracten worden beëindigd en opnieuw worden aangegaan. Het vorige voorstel is afgewezen omdat een kleine organisatie, alleen gericht op inkoop en toezicht, onvoldoende robuust is. In de nieuwe opzet worden ook alle taken die het CZW Bureau uitvoert en de coördinerende taken van het programmateam ZSSD bij de nieuwe GR belegd. Hierdoor wordt versnippering van taken opgelost en de sturing en besluitvorming op Zeeuwse beleidsondersteuning vereenvoudigd en verbeterd. Nee. Er zijn incidentele kosten voor het inrichten van de organisatie.

Ook de structurele kosten stijgen iets ten opzichte van de kosten van de huidige organisaties/teams, al is het bedrag per gemeente beperkt. Meer informatie hierover staat in het raadsvoorstel en de financiële paragraaf. Na inwerkingtreding van de GR streven we naar een zo veel mogelijk gelijkblijvende begroting. 3

7.

Wat zijn de frictiekosten?

8.

Wat worden de organisatiekosten?

9.

Blijven we binnen de huidige begrotingen?

10.

Delegatie of mandaat?

Daarvoor zetten we in op het ontwikkelen van slimmere producten en diensten tegen (gemiddeld) lagere kosten per inwoner. Zo proberen we de verwachte groei in de zorgvraag op te vangen. Dit is uitgevraagd bij IJZ/GGD. De ambtelijke werkgroep heeft het overzicht recent ontvangen. Hierover heeft nader overleg plaatsgevonden. We hebben gezamenlijk geconcludeerd dat de GGD voor de jaren 2027 en 2028 frictiekosten heeft. Deze staan in de financiële paragraaf. Begin 2027 vindt een vervolgoverleg plaats om de dan actuele stand van zaken te bespreken. De organisatiekosten staan in de financiële paragraaf en worden in 2026 uitgewerkt in de vorm van een begroting. De organisatiekosten zullen incidenteel toenemen, ook is een incidentele financiële compensatie nodig door ontvlechting van IJZ uit de GGD. Deze kosten zullen meegenomen moeten worden naar de begroting 2027. De ontwikkeling van GR Sociaal Domein Zeeland heeft naar verwachting geen effect op de kosten van de taken die al uitgevoerd worden, zoals jeugdzorg of BWMO, tenzij de colleges besluiten extra taken of bevoegdheden op of over te dragen aan de GR. Een dergelijk besluit staat los van het inrichten van de GR an sich. Het voorstel is om de basistaken via delegatie te regelen en de plustaken via mandaat. De modules ‘Jeugdzorg’, ‘Beschermd wonen en opvang’ en ‘Sociale veiligheid, preventie en toezicht’ gaan over basistaken.

Deze delegeren de colleges aan het AB: ze dragen de taken en bevoegdheden over. We kiezen voor delegatie, omdat het hier gaat over taken waarvoor gemeenten ofwel wettelijk verplicht zijn samen te werken, ofwel gezamenlijk hebben besloten samen te werken. De module ‘Welzijn en maatschappelijke ondersteuning’ gaat over plustaken. Deze mandateren de colleges aan het AB: dat voert de taken uit namens de colleges. We kiezen voor mandatering, omdat het 4

11.

College- of raadsregeling?

12.

Bevoegdheden AB en DB

13.

Wat is de positie en rol van het OZO?

14.

Hoe zit het met de verbinding SD en publieke gezondheid?

15.

Doorontwikkeling sociaal domein/ IZAAZWA? (IZA = Integraal Zorgakkoord; AZWA = Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord)

16.

Hoe zit het met de organisatie van de bedrijfsvoering?

17.

De aankomende verkiezingen vragen extra zorgvuldigheid op de besluitvorming. Hoe loopt het proces?

hier gaat over taken die niet alle dertien gemeenten afnemen, en ook binnen het takenpakket nog keuzes kunnen worden gemaakt over het wel of niet afnemen van een bepaalde taak. Het voordeel van delegatie is dat de GR efficiënt en consistent kan werken. Het voordeel van mandatering is dat het college eindverantwoordelijk blijft en zeggenschap houdt. GR Sociaal Domein Zeeland wordt een collegeregeling. Het AB is beslissingsbevoegd. Het DB is klein en ziet toe op de agendering van stukken voor het AB en is aanspreekpunt voor de directie op de bedrijfsvoeringsaspecten. Het OZO Sociaal Domein blijft bestaan als de GR in werking is getreden. De rol van het OZO Sociaal Domein zal wel veranderen. Het Regiobureau Zeeland en programmateam ZSSD spreken hierover door en formuleren een advies voor de bestuurders. De verbinding tussen het sociaal domein en publieke gezondheid is heel belangrijk. In verschillende actielijnen wordt op inhoud samengewerkt aan de doelen. De inrichting van GR Sociaal Domein Zeeland verandert hier niets aan. De uitvoering van het IZA/AZWA is niet opgenomen in de ontwerpregeling. Deze taak blijft voorlopig een gemandateerde taak bij gemeente Goes. De belangrijkste overweging is dat landelijk nog geen besluit is genomen over structurele financiering voor uitvoering van het IZA/AZWA. De toekomst van deze akkoorden is daardoor nog onzeker.

We adviseren een team in te richten voor staf- en PIOFACH-taken. In aanloop naar de nieuwe organisatie wordt hier een definitieve keuze over gemaakt. Gemeenteraden geven uiterlijk 5 maart 2026 een zienswijze over het toetreden van de colleges van Hulst, Middelburg, Sluis, Terneuzen, Veere en Vlissingen, de ontwerpregeling en financiële paragraaf. Dit is het belangrijkste besluit, waarbij de raden hun wensen en bedenkingen kunnen meegeven. De nieuwe raden 5

18.

Positie en invloed raden

19.

Raadsadviescommissie? Raadsklankbordgroep?

20.

Samenwerking, synergie tussen de domeinen

zullen uiteindelijk in juni/juli 2026 de definitieve toestemming geven op het voorstel. Dit is naar verwachting meer een formaliteit. De raden kunnen hun toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 1, vierde lid, van de Wgr). Ze kunnen het besluit niet amenderen. GR Sociaal Domein Zeeland wordt een collegeregeling. De raden dragen geen taken en bevoegdheden over aan het AB. De kaderstellende rol van de gemeenteraden blijft dus intact. Het is binnen de Wgr al geregeld dat raden een zienswijze geven op de begroting van een GR. In de ontwerpregeling is de mogelijkheid op genomen om een raadsadviescommissie in te stellen. De Wgr schrijft voor dat alle 13 raden hier unaniem mee moeten instemmen (artikel 24a, eerste lid, van de Wgr). Een (informele) raadsklankbordgroep kan op lokaal niveau worden geregeld, dat is aan het college en raad van betreffende gemeente. De rol en invloed van raden is geregeld in de Wgr. De grip van raden verbetert: er worden geen raadsbevoegdheden (meer) overgedragen, wat bij de huidige GR SWVO nog wel het geval is. Daarnaast kiezen we niet voor het beleggen van taken bij een bestuurscommissie. Daardoor vervalt het huidige knelpunt van ‘dubbele delegatie’ (door de colleges aan het AB en door het AB aan de bestuurscommissie).

Doordat inkoop en beleidsdiensten organisatorisch bij elkaar komen, neemt de samenwerking, integrale benadering en synergie toe. We zien dat landelijk in toenemende mate wordt gestuurd op gezinsgerichte, domeinoverstijgende samenwerking, bijvoorbeeld in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Om dat goed te kunnen doen, is het essentieel dat medewerkers nauw met elkaar (kunnen) samenwerken. Dat gaat het beste als ze onderdeel zijn van één organisatie met één identiteit. Dit is ook 6

21.

Overlegstructuur, wie gaat waarover?

22.

Takendiscussie SWVO, weten wat je wilt inkopen

23.

Hoe zit het met de lokale autonomie/ beleid?

24.

Beleidsbevoegdheid gemeenten t.o.v. nieuwe GR?

helpend in de samenwerking met aanbieders, inwoners en andere partners. Het AB beslist over alle zaken die op- of overgedragen zijn aan de GR. Het lokale primaat staat echter voorop. Een goede overlegstructuur tussen de uitvoeringsorganisatie van de GR en de gemeenten, is van groot belang. De uitwerking van deze structuur wordt na 13 november vormgegeven, samen met alle betrokkenen. GovernEUR brengt hierover binnenkort een bestuurlijk advies uit. Tijdens het proces naar een nieuwe GR Sociaal Domein Zeeland, is gebleken dat er binnen de gemeenten die deelnemen aan het SWVO onduidelijkheid bestaat over begrippen, zoals het begrip beleidsvorming. Het is aan de SWVO gemeenten om hier eenduidige afspraken over te maken. In de GR Sociaal Domein Zeeland wordt één op één overgenomen wat tussen de zeven gemeenten is afgesproken. Er worden geen nieuwe beleidsafspraken verwerkt, behalve als betreffende colleges uitdrukkelijk hiertoe besloten hebben. Het beleidsprimaat ligt bij de individuele gemeenten en blijft hier ook liggen. Dit wordt gerealiseerd door de kaderstellende bevoegdheid bij de gemeenteraad te houden. Zij stellen regiovisies en beleidskaders vast, ook als deze regionale afspraken bevatten. Dit vormt de basis voor de beleidsdiensten (beleidscoördinatie en -uitvoering) voor (sub)regionale taken in de GR. Goede samenwerking is het sleutelwoord.

Regionaal beleid staat ten dienste van de afzonderlijke gemeenten en kan alleen bestaan door goede samenwerking met die gemeenten. Aansluiting op het lokale beleid is een onmisbare randvoorwaarde. Zie antwoord op vraag 23. Verder: het past binnen de beleidsbevoegdheid van de raden om ook medezeggenschap te hebben in de lokale bijdragen aan het formuleren van regionaal beleid. Hier zit een dubbelrol in de zin van mede 7

25.

Hoe geven we vorm aan de ambtelijke advisering?

26.

Hoe krijg je een werkbare scheiding tussen beleidsvorming en –uitvoering?

27.

Wat betekent deze GR voor de ambtelijke werkdruk? Veel (beleids)capaciteit gaat nu naar regionale overleggen.

28.

Hoe kunnen we het aantal ambtelijke en bestuurlijke overleggen verminderen? Blijft inkoop reguliere Wmo een eigen keuze van elke gemeente?

29.

30.

Gaan de 13 gemeenten besluiten t.a.v. de Wmo nemen?

31.

Wat is de samenhang met de ontwikkelingen GR GGD/VRZ en GR publiek vervoer?

vormgeven aan via college respectievelijk ambtelijke organisatie, alsmede vaststellen van regionaal beleid nadat het vanuit de samenwerkingsprocessen is opgesteld. Net als nu binnen de Zeeuwse samenwerking sociaal domein, blijft de ambtelijke advisering bij de gemeenten liggen. Het is wel verstandig om de advisering onderling af te stemmen. De voorbereiding van de advisering ligt, net zoals nu het geval is, vaak bij de regionale beleidscapaciteit. Die scheiding moet per situatie worden aangebracht. Zie ook het antwoord op vraag 25. GovernEUR levert binnenkort een bestuurskundig advies op over de samenwerking tussen gemeenten en het openbaar lichaam. Op basis van dit advies gaan we in 2026 concreet aan de slag met het opzetten van een nieuwe structuur voor de samenwerking. We willen ook hier werken vanuit de vier E's: eenduidig, eenvoudig, effectief en efficiënt. We streven naar minder ambtelijke drukte, maar er zal inzet nodig blijven vanuit gemeente voor een goede verbinding tussen het lokale en regionale. Zie antwoord op vraag 27. Ten aanzien van de inkoop van reguliere Wmo verandert de huidige situatie niet, tenzij een college in de toekomst een ander besluit neemt. Gemeenten besluiten lokaal over de reguliere Wmo, met uitzondering van BW en opvang.

De inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland wordt ontvlochten uit de GR GGD en ondergebracht in de nieuwe GR Sociaal Domein Zeeland. Omdat de GR GGD/VRZ per 1-1-2027 willen fuseren, is het belangrijk dat IJZ op dezelfde datum ondergebracht wordt bij GR sociaal domein. Enkele taken en bevoegdheden die momenteel zijn overgedragen aan GR SWVO zijn overgegaan naar de GR publiek vervoer. 8

32. 33.

Hoe worden medewerkers van gemeenten meegenomen in het vervolg en kunnen we input leveren (bijv. op de verdeelsleutels)? Wat is het verschil tussen een bestuurscommissie en een adviescommissie?

Er zullen met regelmaat brede overleggen worden georganiseerd, waarin deze zaken worden besproken. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is het verschil tussen een bestuurscommissie en een adviescommissie als volgt: •

•

34. 35.

36.

Waarom alleen een adviescommissie voor jeugdhulp en SWVO? Hoe werkt het in de andere modules? Kan het AB wel alle zaken aan in de vergadertijd? Het is een omvangrijk takenpakket in deze GR!

Alles bij 1 portefeuillehouder in het AB, hoe gaat dit werken?

Bestuurscommissie (artikel 25 van de Wgr): Dit is een commissie die namens het bestuur (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling) bepaalde bestuurlijke taken en bevoegdheden uitvoert. Een bestuurscommissie kan beslissingen nemen. Het algemeen bestuur draagt bepaalde taken en bevoegdheden aan de commissie over. Adviescommissie (artikel 24 van de Wgr): Dit is een commissie die het bestuur ondersteunt door advies uit te brengen. Een adviescommissie heeft geen besluitvormende bevoegdheid; zij geeft alleen aanbevelingen en helpt bij het voorbereiden van besluitvorming.

Kortom, een bestuurscommissie neemt namens het bestuur besluiten en voert taken uit, terwijl een adviescommissie alleen advies geeft zonder zelf beslissingen te nemen. Er is aangegeven ‘in ieder geval’ en adviescommissie voor jeugdzorg en SWVO-taken in te stellen. Dat klopt. Een van de wensen is de bestuurlijke drukte te verminderen. Er zal dus kritisch moeten worden gekeken naar de agenda en de advisering zal goed moeten zijn. De adviescommissies zullen gaan helpen om slagvaardig te vergaderen in het AB. In de adviescommissies kunnen andere portefeuillehouders plaats nemen dan in het AB. De portefeuillehouders jeugd bijvoorbeeld komen allemaal samen in de adviescommissie. Dit bevordert de 9

37.

Hoe gaat het werken bij een crisis zoals Intervence?

38.

Komt de centrumgemeentefunctie van Vlissingen met de oprichting van de nieuwe GR te vervallen? Of blijft Vlissingen centrumgemeente? Hoe gaat de geldstroom lopen. Blijft dit wat het is, of verandert dit?

gezamenlijke kennis en uitwisseling van de specifieke ontwikkelingen op het gebied van de jeugdzorg. De adviescommissie brengt een gekwalificeerd advies uit aan het AB. Het maakt het makkelijker voor het AB lid om een besluit te nemen, ongeacht welke portefeuille deze heeft. Verder wordt er een beroep gedaan op het goed hanteren van de uitgangspunten van collegiaal bestuur, m.a.w. in het college wordt onderling uitgewisseld en het standpunt bepaald dat door het AB lid wordt uitgedragen. De huidige werkwijze bij crisis wordt opgenomen in de nieuwe GR. Centraal daarin staat het landelijke draaiboek ’Continuïteit jeugdhulp’. Vlissingen blijft centrumgemeente voor beschermd wonen (BW), maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). De middelen voor BW zitten in een integratie-uitkering, die voor MO en VO in een decentralisatieuitkering. Op grond van artikel 13 van de Financiële-verhoudingswet maken deze uitkeringen deel uit van de algemene middelen van een gemeente. Wettelijk gezien kan een GR dus niet worden aangewezen als ‘centrumgemeente’. Vlissingen blijft de budgetbeheerder van de middelen BW, MO en VO. Op grond van de partnerschapsafspraken BW en opvang 2024 zijn de dertien Zeeuwse gemeenten eigenaar van deze middelen (het regiobudget en bijbehorende (bestemmings)reserve).

Vlissingen ontvangt de middelen van het Rijk, maar het AB van de GR besluit over de besteding ervan.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16556451/1