4.3g Plan van aanpak robuuste RUD - notitie Terneuzen met aanvullende informatie
Tekst van het document
Toelichting Terneuzen Plan van Aanpak In deze toelichting zetten we het volgende uiteen: • • • • •
Het tijdspad Toetsing van de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) De maatregelen die in het Plan van Aanpak staan Het ingroeipad van de maatregelen De onderdelen van de Zienswijze
Het hele Plan van aanpak staat in bijlage 4.3b. Tijdspad Datum 1 oktober 2023 13 december 2023 25 maart 2024 1 april 2024 10 april 30 juni 2024 9 september 2024 1 april 2026
Wat Uiterste datum toetsing KPI’s (kritische prestatie-indicatoren) Informatiebijeenkomst raden en staten Robuuste RUD Instemming AB met voorgenomen Plan van Aanpak Concept Plan van Aanpak Robuuste aangeboden aan Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Informatie RUD Zeeland voor raden en staten Indienen zienswijzen Definitieve besluitvorming Algemeen Bestuur Robuuste RUD
Toetsing plan van aanpak Uit het toetsingsresultaat blijkt dat RUD Zeeland reeds voldoet aan twee KPI’s: • KPI 2 Kwaliteitscriteria • KPI 6 Samenhang werkgebied. Dit betekent dat RUD Zeeland voor de volgende KPI’s maatregelen moet nemen om aan de gestelde normen voor robuustheid te voldoen: • KPI 1 Omvang werkprogramma • KPI 3 Innovatieagenda • KPI 4 Weerstandsvermogen • KPI 5 Informatie gestuurd werken Plan van Aanpak In het plan van aanpak is per KPI inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nodig zijn om als RUD Zeeland robuust te kunnen worden. Per maatregel is aangegeven of het om een wettelijke verplichting gaat of dat de maatregel randvoorwaardelijk is. Ook is per maatregel benoemd of deze bijdraagt aan de basis op orde. Basis op orde betekent: “Het kwalitatief, maar vooral ook kwantitatief kunnen uitvoeren van de huidige taken die bij RUD Zeeland sinds de oprichting zijn belegd via opdrachten of wettelijke bepalingen.” In de afgelopen jaren is namelijk gebleken dat de taken die bij RUD Zeeland belegd zijn, niet in balans zijn met de huidige formatie. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de vooraf afgesproken productie in de jaarplannen per deelnemer de afgelopen jaren telkens niet is gehaald. Een overzicht van alle maatregelen is te vinden in tabel 2 op pagina 3 van het plan van aanpak.
Ingroeipad maatregelen Het voorgestelde pakket van maatregelen zal veel vergen op organisatorisch en financieel gebied. Daarom stelt RUD Zeeland een ingroeipad voor, waarmee ze in de periode 20242027 gefaseerd toewerken naar een robuuste organisatie (bijlage 4.3d). De deadline voor robuustheid is gesteld op 1 april 2026. Het merendeel van de benodigde maatregelen vragen ingroei in de periode 2024-2026. Daarnaast worden enkele mogelijkheden gezien om een paar onderdelen in 2027 verder in te laten groeien. Zienswijze De KPI’S zijn landelijk vastgesteld en bevatten het kader waaraan een robuuste omgevingsdienst moet voldoen. Met het plan van aanpak dat nu voorligt is inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nodig zijn om als RUD Zeeland aan alle KPI’s te kunnen voldoen. Op de inhoud van het plan van aanpak en de bijbehorende 3e begrotingswijziging reageren wij als volgt. Maatregelen basis op orde Wij herkennen dat de bekostigingssystematiek van de RUD Zeeland ertoe heeft geleid dat er onvoldoende geïnvesteerd kon worden in de primaire taken voor VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving), innovatie en strategische bedrijfsvoering. Wij gaan dan ook akkoord met de maatregelen in het plan van aanpak om de basis op orde te brengen en dat wij als deelnemers deze kosten moeten dragen. Inbreng plustaken Niet alle deelnemers hebben hun plustaken bij de RUD Zeeland ondergebracht.
Door deze gemeentelijke keuzes wordt de opgave voor de RUD Zeeland groter. Het vergroten van deze opgave leidt er ook toe dat de overige deelnemers een grotere bijdrage moeten bijdragen om in de robuustheid te voorzien. Wij vinden dat de verantwoordelijkheid om de RUD Zeeland robuust te maken van alle deelnemers een gelijke inspanning verwacht. Wij verwachten dat de deelnemers die nog geen of niet alle plustaken hebben overgedragen, dit alsnog zullen doen. Overige maatregelen om te kunnen voldoen aan de KPI’s Het plan van aanpak heeft een enorme financiële impact voor de deelnemers. Met het oog op 2026, beter bekend als ‘het ravijnjaar’, zijn er onvoldoende middelen beschikbaar om het plan van aanpak te kunnen financieren. Wanneer ingestemd wordt met het Plan van aanpak is het risico daarnaast dat er geen sluitende gemeentelijke begroting gemaakt kan worden. De opgaven vanuit het Rijk eisen meer dan de eigen kwaliteitscriteria. Daarin vinden wij dat het Rijk financieel moet bijdragen om aan het totaal van de gestelde criteria te voldoen. Ook de VZG en de Provincie Zeeland vinden dat het Rijk extra geld beschikbaar moet stellen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst Zeeland. Hiervoor sturen zij een gezamenlijk brief aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke.
Onderbouwing plan van aanpak Het aantal fte’s is voornamelijk gebaseerd op het rapport “Rapport robuuste milieutaken Zeeland”, dat in opdracht van de provincie Zeeland door TwynstraGudde is opgesteld én ervaringscijfers. Er is te weinig voorbereidingstijd geweest om deze getallen concreet te onderbouwen. Bij verdere uitwerking en implementatie zullen deze alsnog tegen het licht
gehouden moeten worden. Het aantal fte’s is in een aantal gevallen afhankelijk van het ambitieniveau. Dit zal gezamenlijk bepaald moeten worden. Het werken met een meerjarenplanning zou volgens het rapport moeten leiden tot een aanpassing van de financieringssystematiek. Het aandeel individueel jaarplan zou hiermee mogelijk iets kleiner worden. Omdat dit buiten de scope van het plan van aanpak viel, is hier niet verder op ingegaan. Het kan echter wel van invloed zijn op de hoogte van de begroting. Haalbaarheid plan van aanpak De maatregelen in het plan van aanpak hebben naast de financiële impact ook een grote organisatorische impact. Wij zien risico’s in de uitvoerbaarheid als het gaat om de werving van de benodigde formatie en het behalen van de gewenste kwaliteit. Een mogelijk alternatief is verdergaande samenwerking of fusie. Wij realiseren ons dat in het algemeen bestuur de wens is uitgesproken om een Zeeuwse omgevingsdienst te behouden. Ook zijn wij bekend met het onderzoek van SPPS Consultants waarin een globale beschouwing is gegeven op fusie als kostenbesparende maatregel. Maar in dit rapport is niet ingegaan op wat de gevolgen van verdergaande samenwerking of fusie zijn voor de kwaliteit van de omgevingsdienst.
Wanneer er geen definitief plan van aanpak aan de staatssecretaris kan worden aangeboden en de RUD daardoor niet in staat is om op tijd (1 april 2026) te voldoen aan de robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten kan de staatssecretaris ingrijpen. Wat die gevolgen zijn, is niet duidelijk. Een plan B of mogelijk gevolg is verdergaande samenwerking of fusie met een andere omgevingsdienst. Na een mogelijk (gedwongen) fusie vragen wij ons af in hoeverre het haalbaar en verantwoord is om de omgevingsdienst nog langer decentraal aan te sturen. Het is daarom van belang dit vooraf te onderzoeken. Op basis van de stukken die nu voorliggen, kunnen wij die afweging niet maken.