CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

21 02 22 feitenrelaas situatie Intervence - memo Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland

commissie Samenleving 2 maart 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Motie M 21-03 van de fracties GroenLinks, D66, PvdA, Sociaal Terneuzen, SP, 50PLUS en Sterk Terneuzen over Intervence2.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo voor gemeenteraden over de laatste stand van zaken rondom Intervence. Onderwerp: Memo aan de gemeenteraadsleden met informatie over de laatste stand van zaken over de GI Intervence. Aanleiding. De situatie rondom de GI Intervence roept regelmatig veel vragen op. Ook via de media komt er regelmatig informatie, die helaas niet altijd op feiten gebaseerd is. In onderstaand feitenrelaas hopen we uw raad op de juiste wijze te informeren over de situatie rondom de GI Intervence. Intervence stopte niet op 1 januari Het contract met Intervence is niet verlengd per 2021. In dat contract staat dat de zorg doorgaat als het contract niet wordt verlengd. Intussen is een overbruggingscontract afgesloten met Intervence dat gebaseerd is op de liquidatie van de St. Intervence. De gemeenten zorgen ervoor dat salarissen van medewerkers kunnen worden betaald. Contractueel is afgesproken dat de andere gecontracteerde GI’s (Leger des Heils, Briedis en William Schrikker Stichting) de maatregelen overnemen wanneer één van de GI’s stopt. JB west is niet gecontracteerd in Zeeland. Reden onderzoek scenario’s in 2020.  Groot verloop en hoog ziekteverzuim met negatieve gevolgen voor de continuïteit en de kwaliteit van de zorg (was in 2020 wel minder, niet duidelijk of corona daarin meespeelt)  Financieel is Intervence technisch failliet.  Bedrijfsvoering was niet op orde, geen transparantie.

Bestuurlijke Kopgroep Intervence (bestuurscommissie) Zoals ook is aangegeven in de raadsinformatiebijeenkomsten zijn er vanaf 2017 al grote zorgen over Intervence. Op basis van deze adviezen, maar vooral op basis van het onderzoek naar de situatie van de jeugdbescherming in Nederland (Inspectierapport november 2019 over de Jeugdbescherming) is gestart met het onderzoek naar drie scenario’s om te bepalen hoe de GI-functie in Zeeland uitgevoerd moet gaan worden. Dat is noodzakelijk omdat het voor onze kwetsbare gezinnen belangrijk is, dat de ondersteuning geboden wordt door een stabiele partner. Intervence is al jaren geen stabiele partner gebleken. Er is begin 2020 afgesproken om gezamenlijk (gemeenten en Intervence) op te trekken en drie scenario’s te onderzoeken. Afgesproken was dat Intervence scenario’s 1 en 2 onderzoekt, als dat op niets uitloopt zouden de gemeenten scenario 3 onderzoeken. Dit proces is namens de Bestuurscommissie uitgevoerd onder leiding van de Bestuurlijke Kopgroep Intervence. Vanuit de Bestuurscommissie vormen vier wethouders deze bestuurlijke Kopgroep Intervence. Dit betreffen Dhr. J. Werkman (Sluis, voorzitter Bestuurscommissie jeugd Zeeland), dhr. A. Vader (Vlissingen, vicevoorzitter),

1

dhr. R. Ruissen (Hulst, bestuurlijke kartrekker Vaart in Veiligheid), dhr. J. de Goffau (Goes, lid college van Inkoop). Zij worden ambtelijk ondersteund door deskundigen op gebied van inkoop & contracteren, communicatie, juridisch, inhoudelijk. Ook zijn er twee secretarissen vanuit de gemeenten betrokken bij de advisering. Welke scenario’s zijn onderzocht? 1. Zoeken naar manieren om Intervence weer solide te maken. Zonder drang-cliënten. Zonder instandhoudingsbijdrage. Functioneren op basis van faire tarieven. 2. Overname van Intervence door een andere instelling. 3. Beëindiging van contract met Intervence. Overdracht naar de andere gecontracteerde GI’s. Uitkomsten scenario-onderzoeken 1. Niet haalbaar. Intervence geeft aan ook de drangmaatregelen nodig te hebben. Dat is niet reëel. Er kan geen break-even point berekend worden. Door het grote verloop van medewerkers en het feit dat Intervence niet kon leveren was in 2017 al besloten dat het Leger des Heils en Briedis actief in Zeeland gaan werken. Er zijn de afgelopen 4 GI’s in Zeeland gecontracteerd middels een Europese aanbesteding. De nieuwe organisaties waren nodig om de instroom van cliënten aan te kunnen. 2. Er zijn in het scenario-onderzoek aan 6 GI’s gevraagd of ze bereid waren Intervence over te nemen.

Eén GI (Partners voor Jeugd) heeft een onderzoek gedaan naar overname en is tijdens die periode afgehaakt omdat de risico’s te groot waren. JB west is nu alsnog gevraagd om een onderzoek naar overname uit te voeren. Scenario’s 1 en 2 niet haalbaar Scenario’s 1 en 2 bleken dus eerder niet haalbaar. Dit betekende automatisch dat het scenario 3 werd. Op 26 november 2020 is Intervence geïnformeerd over het besluit om het contract niet te verlengen en het feit dat het dus scenario 3 werd en is de keus door de bestuurscommissie toegelicht. Later is ook gesproken over het besluit met de Jeugd Autoriteit en inspecties. De wethouders Jeugd van de 13 Zeeuwse gemeenten hebben unaniem het besluit genomen, maar niet van harte. In juli 2020 is aan alle GI’s een jaar verlenging van het contract aangeboden. Dit was mogelijk binnen de Europese aanbestedingsregels en was daarom een optie om, in afwachting van de resultaten van het scenario-onderzoek, de GI-functie in Zeeland te blijven garanderen. Intervence heeft toen schriftelijk aangegeven, in afwachting van het resultaat van het onderzoek, de aangeboden contractverlenging voor 2021 niet te ondertekenen. Conceptplan van aanpak afgekeurd. De onafhankelijke procesbegeleider heeft samen met Intervence, de 3 gecontracteerde GI’s en de gemeenten een conceptplan van aanpak aangeleverd.

Zowel de Inspecties als de Jeugdautoriteit hebben aangegeven geen vertrouwen te hebben in de uitvoering van dit concept-plan. Men zag ook geen mogelijkheden voor verbetering. Belangrijkste aandachtspunt was de snelle groei die de GI Briedis zou moeten doormaken. Dat leek de Inspecties en de Jeugdautoriteit niet haalbaar. Daarnaast was er geen draagvlak bij de Ondernemingsraad en de Cliëntenraad voor een overgang naar een andere GI. Later bleek overigens wel dat de cliëntenraad niet dé vertegenwoordiging is van de cliënten. Een

2

groep van ouders en een aantal jongeren hebben aangegeven zich niet door de Cliëntenraad vertegenwoordig te voelen en in de Cliëntenraad is ook geen sprake van een vertegenwoordiging van clienten, al betreft het wel de formeel adviesraad namens clienten. Helaas was het advies van de OR en de CR en de beoordeling over de groei van Briedis al genoeg reden voor de Inspecties en de Jeugdautoriteit om de conceptplan negatief te beoordelen. Dit omdat zij verwachten dat uitvoering van het plan ten koste zou gaan van de continuïteit en de kwaliteit van de zorg en aanpassing van het conceptplan geen optie zou zijn. Terugvaloptie. De aangenomen motie Peters-Wörsdörfer had, vanuit het Kamerdebat, de verplichting opgelegd dat er in het plan van aanpak een terugvaloptie beschreven moest worden. Omdat eerder Partners voor Jeugd de overname van Intervence als te risicovol gezien heeft, was alleen JB west een optie om als terugvaloptie te zien. JB Brabant (JBB) is geen optie, omdat daar momenteel een wisseling van directie is en JBB ook in grote financiële problemen zit. JB Rotterdam was te duur (tarieven zijn 25% hoger dan de Zeeuwse). Ook Save (Utrecht) ziet geen heil in onderzoek naar een mogelijke overname van Intervence. Daarom wordt nu de optie overname door JB west alsnog onderzocht.

Dit onderzoek zal objectief uitwijzen, of JB west tot een andere conclusie kan komen dan die Partners voor Jeugd eerder heeft getrokken, inclusief de eventuele voorwaarden die JB west aan de overname stelt. JB west heeft aangegeven dat zij hiervoor minimaal 6-8 weken nodig te hebben. Daarbij opgeteld de tijd die de Inspecties en Jeugdautoriteit nodig hebben om het nieuwe plan van aanpak te beoordelen en de besluitvorming door de Zeeuwse gemeenten, betekent dit dat er helaas nog langer onzekerheid is bij medewerkers en gezinnen/jongeren. De verwachting is overigens dat deze optie wel veel duurder uit zal vallen voor de Zeeuwse gemeenten. Eerder is aangegeven dat bij Overgang van Onderneming de kosten minimaal € 6 miljoen zullen zijn. Pas na het onderzoek door JB west zullen de kosten definitief bekend gemaakt kunnen worden. Financiën. Intervence wordt op dit moment in stand gehouden met een achtergestelde lening. Dit komt boven op de instandhoudingsbijdragen van 2019 + 2020 (totaal € 1,4 miljoen). Daarnaast heeft Intervence nog een openstaande vordering aan de Zeeuwse gemeenten door de te hoge bevoorschotting van 2019. Dit wordt momenteel niet verrekend met de bijdragen die aan Intervence betaald worden, omdat Intervence dan niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. Andere gecontracteerde GI’s kunnen het werk wel doen voor hetzelfde tarief.

Het tarief is ook fair, dit is ook gebleken uit het scenario-onderzoek van afgelopen jaar. Gemeenten moeten gemeenschapsgeld fatsoenlijk uitgeven en goed besteden. Steeds een instandhoudingsbijdrage voor één organisatie te betalen loopt tegen de grenzen van fatsoen aan. Mandaat bestuurscommissie In 2014 hebben alle Zeeuwse gemeenteraden de bevoegdheid voor de contractering gedelegeerd aan de bestuurscommissie (13 wethouders Jeugd). De bestuurscommissie heeft dus de gedelegeerde bevoegdheid om het besluit, om het contract met Intervence niet te verlengen, te nemen. Het niet verlengen van het contract is een definitief besluit.

3

Rechter Wekelijks is er overleg met de gecontracteerde GI’s, de Raad voor de Kinderbescherming en de Rechtbank. Intervence heeft sinds begin februari aangegeven geen spoedzaken meer te kunnen aannemen voor wat betreft Jeugdbescherming. De andere GI’s hebben ruimte in hun formatie gemaakt om deze gezinnen te gaan begeleiden. De rechter moet iedere maatregel apart overdragen aan een andere GI. Dit betekent mogelijk dat er wachtlijsten bij de rechtbank ontstaan, ook omdat er in Nederland een groot tekort is aan kinderrechters. In een wekelijks overleg met de 4 GI’s, de Raad voor Kinderbescherming en de Rechtbank monitoren we de situatie en bespreken we mogelijke oplossingen. Raad voor de kinderbescherming Belangrijk is dat de medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming een verantwoord advies kunnen geven aan de Rechtbank, anders heeft dit effect op hun SKJ-registratie. Garantie van continuïteit van zorg is essentieel voor de advisering van de RvdK aan de Rechtbank. Ministerie Ook spreken we wekelijks met het Ministerie en de betreffende partijen. Het Ministerie heeft hierin gebruik gemaakt van de escalatieladder. Momenteel bevinden we ons op trede 3 (van de maximaal vijf) van de Escalatieladder die het Ministerie hanteert. Trede 5 betekent dat het Ministerie overneemt en de gemeenten moeten uitvoeren wat het Ministerie oplegt.

Uitstel? Het besluit om het contract met Intervence niet te verlengen is genomen. Wel moet nu juridisch onderzocht (met hulp van de eigen advocaat, juridische ondersteuning vanuit de gemeenten én de landsadvocaat) worden wat de gevolgen zijn voor de contractering, wanneer JB west Intervence eventueel gaat overnemen. Juridische aandachtspunten zijn o.a.:  In de contracten staat dan wanneer een GI failliet gaat, de andere GI’s de maatregelen overnemen, JB west is nu niet gecontracteerd.  De Europese aanbestedingsregels bepalen dat er geen andere GI gecontracteerd kan worden onder andere voorwaarden dan de al gecontracteerde GI’s  Preferred supplier is volgens de wettelijke regels niet mogelijk en wel een eis van JB west. Ook moet onderzocht worden wat de financiële gevolgen zijn en of de gemeenteraden daar mee akkoord kunnen gaan. Besluitvorming. De colleges en gemeenteraden hebben recent een besluit genomen over meewerken aan de liquidatie van Intervence. Voor “overname” geldt waarschijnlijk een andere besluitvorming (zowel juridisch als financieel). Hierover kunnen we op dit moment nog geen duidelijkheid geven. Het besluit om te stoppen met Intervence is niet alleen om financiële redenen genomen. Er is al heel veel geïnvesteerd om Intervence overeind te houden, niet alleen financieel maar ook de kwaliteit en vooral de continuïteit zijn al jaren een aandachtspunt.

4

Overgang medewerkers Continuïteit van zorg is belangrijk. Bij overname van de organisatie is er grotere garantie van continuïteit van zorg. Die was overigens ook afgegeven wanneer de drie overnemende GI’s de maatregelen van Intervence hadden overgenomen. Ook zij hadden aangegeven nieuwe medewerkers nodig te hebben als er cliënten worden overgedragen. Wanneer het niet mogelijk is om als kind en/of gezin dezelfde medewerker te houden, moet er een warme overdracht zijn, met een gesprek. Garanties kunnen de Zeeuwse gemeenten niet geven. De gemeenten houden vinger aan de pols. De inspecties kijken mee. Duidelijk is: zorgvuldigheid vóór snelheid. Wat als er teveel medewerkers vertrekken Zover de cijfers nu laten zien, is er geen tekort aan medewerkers bij Intervence. De andere gecontracteerde GI’s hebben ook voldoende ruimte om de maatregelen, die Intervence niet kan oppakken, uit te voeren. Liquidatie vs faillissement Liquidatie gebeurt in overleg. Bij faillissement beslist de curator. Op advies van de landsadvocaat hebben de Zeeuwse gemeenten besloten om mee te werken aan liquidatie van Intervence. Hiervoor hebben de gemeenteraden gezamenlijk € 3,2 miljoen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen voor het ‘in de lucht houden van Intervence en € 1.2 miljoen voor de uitwerking van het plan van aanpak) met als doel de continuïteit van de zorg ter waarborgen.

Wanneer JB west besluit dat ze Intervence overnemen, moet onderzocht worden of er dan nog sprake is van liquidatie. Wel is duidelijk dat de Stichting Intervence na overname stopt met bestaan. Intervence behouden De kosten om Intervence blijvend in stand te houden, zouden voor zover nu bekend, structureel € 2,5 miljoen extra per jaar zijn. Dit omdat Intervence het niet zonder instandhoudingsbijdrage kan en dat betekent dat ook de andere GI’s recht hebben op structurele extra financiële middelen, waarmee de tarieven met 25% verhoogd moeten worden. Dit alles zonder zicht op een break-even point bij Intervence. Vaart in Veiligheid Deze pilot loopt en krijgt landelijk aandacht. De drie gecontracteerde GI’s gaan in deze pilot ook daadwerkelijk participeren. De insteek is ook dat JB west participeert in Vaart in veiligheid, wanneer zij deze Intervence overneemt. Hoe dat gebeurt is momenteel nog niet duidelijk. Drang vs dwang Drang is het vrijwillig kader (voorliggend veld) en wordt in ieder geval vanaf 2022 niet meer uitgevoerd door een GI (beleid Zeeuwse gemeenten). De 13 Zeeuwse colleges hebben besloten dat de drangzaken niet meer door een GI kan worden uitgevoerd (tenzij de rechter dit heeft opgelegd). Dit omdat bij uitvoering van een drangmaatregel door een GI het voor ouders en kinderen veel minder duidelijk is of ze nu vrijwillig of gedwongen geholpen worden.

Om die duidelijkheid en ook de rechtsbescherming van ouders en jongeren goed te regelen, gaan de drangmaatregelen terug naar organisaties die hulp bieden in het vrijwillig kader.

5

Dwang wordt opgelegd door de Kinderrechter, betekent gedwongen hulpverlening en mag alleen worden uitgevoerd door een GI. Decentralisaties? Dit alles staat los van de decentralisaties in het sociaal domein. Andere GI’s komen wel uit met de tarieven. Jeugdreclassering Over jeugdreclassering zijn afspraken gemaakt. Op dit moment zijn naast Intervence, de William Schrikker Stichting en het Leger des Heils hiervoor gecontracteerd. De WSS en het LdH hebben aangegeven ruimte in hun caseload te hebben voor de JR-maatregelen die Intervence niet kan uitvoeren. Hierdoor is de continuïteit van de JR-maatregel gegarandeerd.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9828763/1