2026-06-25 - Bijlage 3 - Infographic uitleg wijzigingen Financiele verordening 2026
Tekst van het document
Uitleg wijzigingen Financiële Verordening
28 mei 2026
Algemene toelichting Onze gemeente moet net als alle gemeentes in Nederland op grond van artikel 212 van de Gemeentewet een Financiële verordening vaststellen. Wij actualiseren deze verordening. In deze infographic lichten we de veranderingen toe van artikel 7, 10, 12 en 16 van de Financiële Verordening gemeente Terneuzen 2026 ten opzichte van de Financiële Verordening gemeente Terneuzen 2025. De wijzigingen zijn vooral bedoeld om de Financiële verordening eenvoudiger en duidelijker te maken. Dit geldt onder meer voor de manier waarop tussentijdse financiële aanpassingen worden vastgesteld en verantwoord. Daarnaast voerden we enkele technische verbeteringen door.
Artikel 7 Tussentijdse rapportage Dit artikel bepaalt in welke frequentie en vorm, rekening houdend met de genoemde grensbedragen, het college de raad tussentijds informeert ten behoeve van de controlerende taak van de raad. Wat direct opvalt aan de vorm van de Financiële Verordening 2025 artikel 7 lid 2 is dat de categorie autorisatie door de raad via de perioderapportage met een apart besluitpunt is opgegaan in de categorie autorisatie door de raad via de perioderapportage. Hierdoor ontstaat een duidelijker onderscheid tussen besluiten die via een apart raadsvoorstel moeten worden voorgelegd, besluiten die de raad neemt bij de vaststelling van de perioderapportage en mutaties waarover het college zelfstandig beslist en de raad informeert. Financiële verordening 2025 – artikel 7 lid 2
Financiële verordening 2026 – artikel 7 lid 2
2.a.1. Autorisatie door de raad via een apart voorstel aan de raad
2.a.1. Autorisatie door de raad via een apart voorstel aan de raad
2.a.2. Autorisatie door de raad via perioderapportage met een apart besluitpunt
2.a.2. Autorisatie door de raad via de perioderapportage
2.a.3. Autorisatie door de raad via de perioderapportage
2.a.3. Informatievoorziening door het college aan de raad waartoe het college bevoegd is
2.a.4. Informatievoorziening door het college aan de raad waartoe het college bevoegd is
In de volgende pagina’s gaan we in op de inhoudelijke wijzigingen per categorie . Legenda voor de volgende pagina’s: Geen wijziging Wijziging Toevoeging
Toevoeging Wijziging Geen wijziging
2.a.1 Autorisatie via apart raadsvoorstel
Financiële verordening 2025
Financiële verordening 2026
Indien sprake is van politiek gevoelige mutaties
Indien sprake is van politiek gevoelige mutaties
Dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige impact vanaf € 1.000.000
Dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige impact vanaf € 1.000.000
Mutaties in de algemene reserve (+/-)
Mutaties in de algemene reserve vanaf € 250.000 (tenzij sprake is van een systeembesluit)
Het vormen dan wel opheffen van een bestemmingsreserve
Het vormen dan wel opheffen van een bestemmingsreserve
Hoger bedrag bestaande investering vanaf 5% of € 250.000
Een hoger bedrag op een bestaande investering vanaf € 250.000
Nieuwe investeringen zonder financiële dekking (gedekt vanuit het begrotingsresultaat)
Nieuwe investeringen zonder financiële dekking (gedekt vanuit het begrotingsresultaat)
Wijzigingen 2026 versus 2025
In de Financiële verordening 2026 is een drempelbedrag geïntroduceerd. Mutaties in de algemene reserve vanaf € 250.000 blijven raadsbevoegd en worden via een apart raadsvoorstel voorgelegd, tenzij sprake is van een eerder vastgesteld systeembesluit.
In de Financiële verordening 2025 werd gewerkt met een combinatie van een percentage en een bedrag. In de Financiële verordening 2026 is gekozen voor één duidelijke grens.
Financiële verordening 2026
Wijziging
Toevoeging
Dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact tot € 1.000.000
Geen wijziging
2.a.2. Autorisatie via perioderapportage
Financiële verordening 2025
Toevoegingen aan het begrotingsresultaat
Wijzigingen 2026 versus 2025 In verband met de samenvoeging van categorie 2 en 3. Dit is een bestaande bepaling in de verordening.
Toevoegingen aan het begrotingsresultaat Mutaties in de algemene reserve tot € 250.000 (tenzij sprake is van een systeembesluit)
Een toevoeging in verband met het drempelbedrag in categorie 1.
Dekking ten laste van onvoorzien vanaf € 250.000 tot maximaal het bedrag in onvoorzien aanwezig.
In verband met de samenvoeging van categorie 2 en 3. Dit is een bestaande bepaling in de verordening.
Beschikken over bestemmingsreserves (tenzij sprake is van een systeembesluit)
In verband met de samenvoeging van categorie 2 en 3. Hierbij is het drempelbedrag van € 50.000 verwijderd en de bepaling over het systeembesluit toegevoegd.
Nieuwe investeringen met financiële dekking (niet gedekt vanuit het begrotingsresultaat) of wijziging doel van een investering.
In verband met de samenvoeging van categorie 2 en 3. Hierbij is het drempelbedrag van € 50.000 bij de wijziging van het doel van de investering verwijderd.
Hoger bedrag bestaande investering tot € 250.000.
In verband met de samenvoeging van categorie 2 en 3. In de Financiële verordening 2025 werd gewerkt met een combinatie van een percentage en een bedrag. In de Financiële verordening 2026 is gekozen voor één duidelijke grens.
Investeringen die gedekt worden door reserves kapitaallasten investeringen met economisch/maatschappelijk nut
In verband met de samenvoeging van categorie 2 en 3. Dit is een bestaande bepaling in de verordening.
Toevoeging Wijziging Geen wijziging
2.a.2. Autorisatie via perioderapportage
Financiële verordening 2025
Financiële verordening 2026
Mutaties over de programma’s (uitgezonderd de mutaties benoemd onder 4)
Mutaties over de programma’s (uitgezonderd de mutaties benoemd onder 3)
Mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast vanaf € 50.000.
Mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast vanaf € 100.000.
Verwerking circulaire gemeentefonds.
Verwerking circulaire gemeentefonds.
Wijzigingen 2026 versus 2025
Een aanpassing van het drempelbedrag van € 50.000 naar € 100.000.
Financiële verordening 2026
Wijziging
Toevoeging
Mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast tot € 100.000
Geen wijziging
2.a.3 raad aanraad collegeaan doorcollege Informatievoorzieningdoor 2.c:Informatievoorziening 2.b/ /2.c: 2.a.3/ /2.b waartoe waartoecollege collegebevoegd bevoegdisis
Financiële verordening 2025
Budgettair neutrale en administratieve mutaties binnen hetzelfde programma.
Budgettair neutrale en administratieve mutaties binnen hetzelfde programma.
Budgettair neutrale salaris gerelateerde mutaties.
Budgettair neutrale salaris gerelateerde mutaties.
Budgettair neutrale kosten- en salarisverdelingen.
Budgettair neutrale kosten- en salarisverdelingen.
Verschuivingen tussen jaarlijks terugkerende investeringskredieten.
Verschuivingen tussen jaarlijks terugkerende investeringskredieten.
Benutting van bestemmingsreserves waarbij in het verleden al reeds een besluit over de bestedingssystematiek heeft plaatsgevonden (zogenaamde systeembesluiten).
Benutting van bestemmingsreserves waarbij in het verleden al reeds een besluit over de bestedingssystematiek heeft plaatsgevonden (zogenaamde systeembesluiten).
Inzet van stelposten.
Inzet van stelposten.
Alle overige tussentijdse budgetwijzigingen die niet vallen onder categorie 1, 2 of 3.
Alle overige tussentijdse budgetwijzigingen die niet vallen onder categorie 1, 2 of 3.
Wijzigingen 2026 versus 2025 Een aanpassing van het drempelbedrag van € 50.000 naar € 100.000 in categorie 2 en voor de volledigheid ook opgenomen in categorie 3.
Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Dit artikel bepaalt de verantwoordings- en rapportagegrens voor de rechtmatigheidsverantwoording. Lid 3 hebben we aangepast. Financiële verordening 2025 – artikel 10
Financiële verordening 2026 – artikel 10
Wijzigingen 2026 versus 2025
Lid 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
Lid 3. In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we de afwijkingen toe (fouten of onduidelijkheden) die niet acceptabel zijn en groter zijn dan € 100.000.
In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we nu uitsluitend nog de afwijkingen toe die groter zijn dan € 100.000 welke niet acceptabel zijn. In artikel 12, lid 4 hebben we situaties opgenomen wanneer afwijkingen ten opzichte van de begroting als acceptabel aangemerkt worden.
Artikel 12 Begrotingscriterium Dit artikel bepaalt de regels voor de omgang van de raad met begrotingsonrechtmatigheden. Lid 4a hebben we aangepast. Financiële verordening 2025 – artikel 12
Financiële verordening 2026 – artikel 12
Wijzigingen 2026 versus 2025
Lid 4a. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierop zijn de volgende bepalingen van toepassing: a. Overschrijding van lasten worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling. 3. De overschrijding van de lasten past binnen het bestaande beleid van de raad. 4. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
Lid 4a. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierop zijn de volgende bepalingen van toepassing: a. Afwijkingen van de begroting worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling. 3. De overschrijding van de lasten past binnen het bestaande beleid van de raad. 4. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 5. De overschrijding is het gevolg van het naleven van het BBV. 6. De overschrijding op een individueel investeringskredietniveau is lager dan € 10.000.
We voegen 2 subartikelen toe voor acceptabele overschrijdingen van de begroting. Omdat we aan wettelijke verslaggevingsvoorschriften moeten voldoen zijn overschrijdingen als gevolg van het naleven van het BBV aangemerkt als acceptabel. We willen verder voorkomen dat relatief kleine verschillen leiden tot een niet acceptabele begrotingsonrechtmatigheid. Daarom is onder sub 6 opgenomen dat overschrijdingen op investeringskredieten tot € 10.000 aangemerkt wordt als acceptabele overschrijding.
Artikel 16 Kostprijsberekening Dit artikel bepaalt de regels voor de kostprijsberekening. Lid 1 en lid 5 zijn aangepast. Financiële verordening 2025 – artikel 16
Financiële verordening 2026 – artikel 16
Wijzigingen 2026 versus 2025
Lid 1. Voor het bepalen van de integrale kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, gebruikt de gemeente een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. Bij deze kostentoerekening betrekt de gemeente naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa.
Lid 1. Voor het bepalen van de integrale kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, gebruikt de gemeente een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. Bij deze kostentoerekening betrekt de gemeente naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, de algemene reserve voor de financiering van de in gebruik zijnde activa.
Waar in 2025 nog rente werd toegerekend over alle reserves en voorzieningen, is dit in 2026 beperkt tot uitsluitend de algemene reserve. De aanpassing beoogt een meer zuivere en beter onderbouwde rentetoerekening, doordat alleen vrij aanwendbare middelen (de algemene reserve) worden aangemerkt als financieringsbron. Dit sluit aan bij het BBVuitgangspunt dat kostentoerekening dient aan te sluiten bij de feitelijke en realistische financiering van activa.
Lid 5. Bij de extracomptabele kostentoerekening gebruikt de gemeente het percentage van de omslagrente uit de paragraaf financiering van de begroting, waarbij de gemeente ook rekening houdt met rente over de reserves en voorzieningen. Het rentepercentage voor reserves en voorzieningen bepaalt de gemeente door de in de begroting geraamde rentekosten te delen door de som van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten.
Lid 5. Bij de extracomptabele kostentoerekening gebruikt de gemeente het percentage van de omslagrente uit de paragraaf financiering van de begroting, waarbij de gemeente ook rekening houdt met rente over de reserves en voorzieningen. Het rentepercentage voor de algemene reserve bepaalt de gemeente door de in de begroting geraamde rentekosten te delen door de som van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten.
Zie toelichting op lid 1. De berekeningssystematiek zelf blijft daarbij ongewijzigd: het rentepercentage wordt, evenals voorheen, bepaald door de in de begroting geraamde rentekosten te delen door de som van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten.
Artikel 16 Kostprijsberekening Impact lagere rentetoerekening lokale heffingen De rioolheffing en afvalstoffenheffing kennen wettelijk een maximum van 100% kostendekkendheid. Dit is een plafond, geen verplichting: de gemeente mag niet méér opbrengsten genereren dan de totale toegerekende kosten, maar het mag wél minder. Door het extracomptabel toerekenen van rente over het eigen vermogen ligt het plafond tot 100% kostendekkendheid hoger. Door het aanscherpen van de rentetoerekening in deze geactualiseerde Financiële verordening, daalt het plafond. Dit betekent dat we minder opbrengsten hoeven te realiseren om 100% kostendekkendheid te bereiken. Dit geeft aan de ene kant het effect dat de tarieven minder hard hoeven te stijgen om 100% kostendekkend te zijn. Aan de andere kant realiseren we minder belastingopbrengsten. Dit geeft een negatief effect op het begrotingsresultaat. De berekening en afweging van de tariefstijging vindt plaats bij het opstellen van de begroting 2027. De gemeenteraad besluit hierover bij het vaststellen van de begroting 2027 en belastingverordeningen 2027.