2026-06-25 - a. Financiele verordening Gemeente Terneuzen 2026 - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 7 juli 2026 Middelen - Financiën zaaknummer: 874413
2026_Raad_00082 - Financiële verordening Gemeente Terneuzen 2026 (Gemeentewet artikel 212) Portefeuillehouder Frank van Hulle Programma en/of paragraaf Programma Goed bestuur Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit de Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026 vast te stellen en de Financiële verordening gemeente Terneuzen 2025 in te trekken. Wat is de aanleiding? Onze gemeente moet als elke andere gemeente in Nederland op grond van artikel 212 van de Gemeentewet een Financiële verordening vaststellen. De huidige verordening dateert uit 2025. Wij actualiseren deze verordening. De wijzigingen zijn vooral bedoeld om de Financiële verordening eenvoudiger en duidelijker te maken. Dit geldt onder meer voor de manier waarop tussentijdse financiële aanpassingen worden vastgesteld en verantwoord. De geactualiseerde verordening sluit beter aan bij de huidige praktijk en zorgt voor een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen de raad en het college. We verwijzen u naar de bijlagen voor: •
Bijlage 1: Financiële verordening 212 gemeente Terneuzen 2026
•
Bijlage 2: Wijzigingsnotitie Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026
•
Bijlage 3: Infographic uitleg wijzigingen Financiële verordening 2026
Wat willen we bereiken? Met de aanpassingen zorgen wij voor een betere leesbaarheid en een duidelijkere rolverdeling tussen het college en de raad bij de autorisatie van tussentijdse budgetwijzigingen. Dit draagt bij aan een efficiënter besluitvormingsproces.
1/43
Argumenten 1.1 Elke gemeente heeft een financiële verordening. Dit is verplicht gesteld in artikel 212 van de Gemeentewet. 1.2 Actualisatie van de financiële verordening is nodig vanwege meerdere ontwikkelingen. De verordening uit 2025 sluit niet meer volledig aan bij de huidige praktijk en vraagt om vereenvoudiging en deregulering. Daarnaast zijn technische verbeteringen doorgevoerd, waaronder de omgang met begrotingsonrechtmatigheden en de rentetoerekening bij lokale heffingen. Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen. Wat mag het kosten? Aan het wijzigen van de verordeningen zijn geen kosten verbonden. Wat gaan we ervoor doen? Na het vaststellen van de Financiële verordening 2026 publiceren we de verordening in het gemeenteblad en passen we de verordening toe.
Bijlagen 1. Bijlage 1 - Financiële verordening 212 gemeente Terneuzen 2026.pdf 2. Bijlage 2 - Wijzigingsnotitie Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026.pdf 3. Bijlage 3 - Infographic uitleg wijzigingen Financiële verordening 2026.pdf
2/43
Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 juni 2026; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026.
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.
programma: een samenhangend geheel van thema's/producten/activiteiten waarbij de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten zijn beschreven;
b.
thema: uitsplitsing van een programma in een aantal samenhangende producten/ activiteiten;
c.
taakvelden: vanuit het Besluit begroting en verantwoording voorgeschreven indeling van begroting en jaarrekening, bedoeld voor uniforme informatieverstrekking van decentrale overheden aan derden;
d.
paragraaf: informatie (dwarsdoorsneden van de begroting) om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige onderdelen en de risico's;
e.
investering: is een opoffering in geld, tijd of mankracht (personeel) waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
f.
investeringskrediet: budget voor het realiseren van een investering;
g.
budget: door de gemeenteraad geautoriseerde opdracht met bijbehorende hoeveelheid geldmiddelen voor een bepaald doel;
h.
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
i.
integrale kostprijs: totaal van alle met een product samenhangende directe- en indirecte kosten;
j.
overhead: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primair proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen;
k.
beleidsindicatoren: vijf vanuit het BBV verplichte indicatoren en de twee door de gemeente Terneuzen gehanteerde indicatoren: debtratio en netto schuld per inwoner.
3/43
l.
rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen;
m. doelmatigheid: het realiseren van een beoogd resultaat met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, respectievelijk met een gegeven beschikbaarheid van middelen een zo groot mogelijk resultaat bereiken; n.
doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde resultaten daadwerkelijk worden behaald.
o.
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording Artikel 2 Programma-indeling 1.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de thema’s per programma vast.
3.
De raad stelt op voorstel van het college per programma de taakvelden en de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
4.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
5.
Afwijkingen tijdens een raadsperiode van lid 2 tot en met 4 moet expliciet in de begroting worden toegelicht.
Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken 1.
De begroting en de jaarstukken worden ingericht volgens de geldende voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de aanwijzingen van de toezichthouder.
2.
Onderdeel van de begroting vormt het investeringsprogramma voor het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren.
3.
In de begroting en jaarrekening neemt het college een overzicht op met toelichting van incidentele baten en lasten vanaf € 50.000.
4.
In de jaarrekening legt het college verantwoording af over de uitvoering van de programma’s/thema’s. Hierbij geven zij ook informatie over de realisatie van investeringen en de besteding van daarvoor beschikbaar gestelde kredieten.
5.
Voor de analyse van de jaarrekening geldt het volgende: a.
Het college maakt een algemene analyse van het rekeningresultaat en een analyse per programma.
b.
Bij de algemene analyse van het jaarrekeningsaldo presenteert het college afwijkingen vanaf € 100.000 en licht deze toe, bij de overige analyses treedt het college zover in detail als nodig is voor een informatiewaardige analyse.
4/43
Artikel 4 Planning en controlcyclus Voor begin van een begrotingsjaar biedt het college aan de raad de planning aan voor de behandeling van de documenten uit de planning- en controlcyclus. Deze planning bevat in elk geval de data voor het aanbieden door het college en het behandelen door de raad van de verplichte planning en control stukken (begroting met de meerjarenraming en jaarstukken).
Artikel 5 Kaders (ontwerp)begroting 1.
Het college legt jaarlijks een kaderbrief aan de gemeenteraad ter accordering voor. Hierin zijn opgenomen de financiële uitgangspositie, ontwikkelingen (waaronder het gemeentefonds), speerpunten en de (financiële) uitgangspunten voor de ontwerpbegroting van het volgende begrotingsjaar. Daarnaast zijn hierin opgenomen een meerjarige doorkijk en het investeringsplan voor de komende vier jaren.
2.
In de begroting neemt het college jaarlijks € 250.000 op voor onvoorziene uitgaven.
Artikel 6 Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma.
2.
Voor de begrotingsbehandeling geeft het college de raad aan voor welke nieuwe investeringen hij eerst nog een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet ontvangt. De overige nieuwe investeringen voor het komende begrotingsjaar autoriseert de raad bij de het vaststellen van de begroting.
3.
Tussentijds informeert het college de raad als de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden, of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
4.
Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad onder voorwaarden beschikken over de post onvoorzien in de begroting van het lopende jaar. Indien de begroting van het nieuwe jaar al is vastgesteld mag dit ook over de post onvoorzien van het nieuwe jaar. Daarna moet het college de structurele post als eerste ten laste brengen van het voorlopig begrotingsresultaat bij de eerstvolgende op te stellen begroting. De voorwaarden voor beschikking over de post onvoorzien zijn hieronder opgenomen onder sub a. tot en met sub f. a.
per collegebesluit mag maximaal € 25.000 ten laste van de post onvoorzien in één jaar worden besteed;
b.
de beschikkingen in de loop van een jaar samen mogen het totaal vastgestelde bedrag van € 250.000 niet te boven gaan. Voordat dit bedrag wordt bereikt vraagt het college extra middelen aan de raad.
c.
beschikking over de post onvoorzien vindt uitsluitend plaats nadat is vastgesteld dat binnen de raming van het programma waarop de desbetreffende lasten betrekking hebben hiervoor geen middelen beschikbaar zijn. Indien een onderwerp dringende spoed vraagt stemt het college met de raad af hoe snel en op welke wijze een uitspraak van de raad te verkrijgen is.
d.
de beschikking over onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar (de zogenaamde 3 O’s, waarbij aan alle drie moet worden voldaan) zijn. Hierbij gelden de volgende definities:
5/43
Onvoorzienbaar: een onverwachte gebeurtenis of een niet vooruit te berekenen /bepalen voorstel bij het samenstellen van de kaderbrief en de begroting Onvermijdbaar: hieronder valt één van de volgende situaties: - een wettelijke verplichting, contract of overeenkomst; - een uitgave waarbij uitstel leidt tot aansprakelijkheid; - de ontwikkeling/gebeurtenis kan niet vermeden worden / er is geen alternatief; - er is sprake van een zwaarwegende politieke toezegging / politiek belang. Onuitstelbaar: niet verschuifbaar in de tijd tot het volgende moment van integrale afweging (het volgende begrotingsjaar). Zaken die niet onder de bovenstaande gestelde voorwaarden voor onvoorzien vallen, neemt het college mee bij de integrale afweging bij de kaderbrief of de nieuw op te stellen begroting. e.
over de beschikking van de post onvoorzien legt het college verantwoording aan de raad af via een begrotingswijziging bij de perioderapportages. Bij iedere perioderapportage wordt aan de raad een overzicht verstrekt waaruit blijkt welke lasten in het lopende begrotingsjaar ten laste van de post onvoorzien zijn gebracht en wat het resterende saldo van de post onvoorzien is.
f.
het college heeft de mogelijkheid om binnen het kader van € 25.000 in bijzondere omstandigheden af te wijken van de drie O’s en licht dit toe in de perioderapportage.
5.
Het college is gemachtigd om zonder voorafgaande toestemming van de raad te beschikken over bestemmingsreserves binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders voor de desbetreffende reserve. Via de perioderapportages en de jaarverslaggeving legt het college hierover verantwoording af aan de raad.
Artikel 7 Tussentijdse rapportage 1.
Het college verstrekt de raad in elke reguliere raadsvergadering een perioderapportage over de stand van zaken. Eventuele begrotingswijzigingen zijn hiervan onderdeel.
2.
De inrichting van de perioderapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. a.
Autorisatie van tussentijdse budgetwijzigingen gebeurt door: 1. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via een apart voorstel aan de raad: -
indien sprake is van politiek gevoelige mutaties;
-
dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact vanaf € 1.000.000 (totaalbedrag voor maximaal 5 jaar);
-
mutaties in de algemene reserve vanaf € 250.000 (tenzij sprake is van een systeembesluit);
-
het vormen dan wel opheffen van een bestemmingsreserve;
-
een verhoging vanaf € 250.000 op een bestaande investering;
-
nieuwe investeringen zonder financiële dekking (gedekt vanuit het begrotingsresultaat).
2. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via de perioderapportage:
6/43
-
dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact tot € 1.000.000 (totaalbedrag voor maximaal 5 jaar);
-
toevoegingen aan het begrotingsresultaat;
-
mutaties in de algemene reserve tot € 250.000 (tenzij sprake is van een systeembesluit);
-
dekking ten laste van onvoorzien vanaf € 25.000 tot maximaal het bedrag in onvoorzien aanwezig;
-
beschikking over bestemmingsreserves (tenzij sprake is van een systeembesluit);
-
nieuwe investeringen met financiële dekking (niet gedekt vanuit het begrotingsresultaat) of wijziging doel van een investering;
-
hoger bedrag bestaande investering tot € 250.000;
-
investeringen die gedekt worden door reserves kapitaallasten investeringen met economisch/maatschappelijk nut;
-
mutaties over de programma’s (uitgezonderd de mutaties benoemd onder 3);
-
mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast vanaf € 100.000;
-
verwerking circulaire gemeentefonds.
3. Informatievoorziening door het college aan de raad waartoe het college is bevoegd: -
mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast tot € 100.000;
-
budgettair neutrale en administratieve mutaties binnen hetzelfde programma;
-
budgettair neutrale salaris gerelateerde mutaties (programmaoverstijgend);
-
budgettair neutrale kosten- en salarisverdelingen (programmaoverstijgend);
-
verschuivingen tussen jaarlijks terugkerende investeringskredieten;
-
benutting van bestemmingsreserves waarbij in het verleden al reeds een besluit over de bestedingssystematiek heeft plaatsgevonden (zogenaamde systeembesluiten);
b.
-
inzet van stelposten;
-
alle overige tussentijdse budgetwijzigingen die niet vallen onder categorie 1 of 2.
De onder categorie 3 vermelde mutaties worden in de perioderapportage in een totaaloverzicht per programma weergegeven.
c.
Bij te melden budgetafwijkingen in de perioderapportages aan de raad moet het college bedragen vanaf € 25.000 voorzien van een toelichting.
3.
Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen, voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke ramingen voor: a.
aankoop en verkoop van onroerende goederen waarvan de getaxeerde waarde in het economisch verkeer groter is dan € 100.000. Dit voor zover het niet betreft transacties binnen het kader van een door de raad vastgesteld grondexploitatieplan (met een toegestane afwijkingsmarge van 5% op de vastgestelde grondprijzen) en transacties binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders bij de uitvoering van bijzondere projecten;
b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 100.000.
Artikel 8 Jaarstukken 1.
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming/dekking van het jaarrekeningresultaat.
7/43
2.
De raad geeft het college toestemming om gelijk bij aanvang van het nieuwe begrotingsjaar te beschikken over budgetoverhevelingen bij de jaarrekening, mits deze budgetten eerder beschikbaar zijn gesteld en binnen het beleid passen.
3.
Het college verwerkt de budgetoverhevelingen zo spoedig mogelijk in een begrotingswijziging van het nieuwe begrotingsjaar.
Artikel 9 EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden en er hierop een sanctie wordt toegepast, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.
De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
2.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
3.
In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we de afwijkingen toe (fouten of onduidelijkheden) die niet acceptabel zijn en groter zijn dan € 100.000.
Artikel 11 Voorwaardencriterium 1.
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
2.
Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk 1 december ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 12 Begrotingscriterium 1.
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en
8/43
investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2.
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 6.
3.
Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
4.
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierop zijn de volgende bepalingen van toepassing: a.
Afwijkingen van de begroting worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1.
Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
2.
Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling.
3.
De overschrijding van de lasten past binnen het bestaande beleid van de raad.
4.
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
b.
5.
De overschrijding is het gevolg van het naleven van het BBV.
6.
De overschrijding op een individueel investeringskredietniveau is lager dan € 10.000.
Overschrijding van baten en onderschrijding van baten, lasten en investeringskredieten zijn rechtmatig mits de raad tijdig is geïnformeerd. De raad is tijdig geïnformeerd over deze afwijkingen door vermelding van de afwijking met een toelichting in tussentijdse rapportages of bij de jaarrekening.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Hoofdstuk 4 Financieel beleid Artikel 14 Activering, waardering en afschrijving vaste activa 1.
Regels met betrekking tot activering, waardering en afschrijving zijn vastgelegd in Bijlage 1 Regels voor activering, waardering en afschrijving.
2.
Restantkredieten vervallen na drie jaren vanaf het moment van opname/wijziging in de begroting. College legt afwijkingen ter besluitvorming voor aan de raad.
Artikel 15 Reserves en voorzieningen 1.
In de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de programma’s plaats.
2.
De raad besluit over het instellen van reserves. In het advies hiervoor moet in ieder geval aandacht zijn voor het volgende: a.
(bestedings-)doelstelling/plan van de bestemmingsreserve;
b.
voeding van de bestemmingsreserve;
9/43
c.
gewenste hoogte van de bestemmingsreserve;
d.
zo mogelijk jaartal van inzet van de bestemmingsreserve. Daarnaast is de raad bevoegd tot het opheffen van reserves.
3. Bij de begroting geeft de raad aan welke reserves, nog voor bepaling van het saldo van de jaarrekening, gebruikt mogen worden om de boekingen budgettair neutraal te verwerken in de jaarrekening.
Artikel 16 Kostprijsberekening 1.
Voor het bepalen van de integrale kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, gebruikt de gemeente een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. Bij deze kostentoerekening betrekt de gemeente naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, de algemene reserve voor de financiering van de in gebruik zijnde activa.
2.
Bij de directe kosten betrekt de gemeente de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, neemt de gemeente daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid mee.
3.
Voor het bepalen van de overhead is de definitie in de Notitie overhead van de commissie BBV van toepassing. Het college neemt in het onderdeel Overhead in de begroting op welke lasten en baten daaronder vallen.
4.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee de gemeente kosten in rekening brengt, en van goederen, werken, diensten die de gemeente levert aan overheidsbedrijven en derden gebruikt de gemeente de volgende formule:
Opslag overhead = totale overhead / totale salarissen en sociale lasten personeel in dienst alle taakvelden exclusief overhead Dit is het overheadpercentage op basis van personeelslasten volgens de notitie Overhead van het BBV voor hantering bij de tariefberekening. Dit is wat anders dan het overheadpercentage van de organisatie gemeente Terneuzen. Beide overheadpercentages worden opgenomen in de begroting en jaarrekening. 5.
Bij de extracomptabele kostentoerekening gebruikt de gemeente het percentage van de omslagrente uit de paragraaf financiering van de begroting, waarbij de gemeente ook rekening houdt met rente over de reserves en voorzieningen. Het rentepercentage voor de algemene reserve bepaalt de gemeente door de in de begroting geraamde rentekosten te delen door de som van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten.
6.
In afwijking van het vijfde lid gaat de gemeente bij een verstrekte lening voor projectfinanciering bij het bepalen van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uit van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente verhoogt de gemeente met een opslag voor het debiteurenrisico. Bij publiekrechtelijk kostenverhaal vanuit de omgevingswet is voor facilitair grondexploitatie de renteomslag niet van toepassing. Bij kostenverhaal op basis van een overeenkomst is afwijking van de renteomslag toegestaan.
10/43
Artikel 17 Vaststelling hoogte belasting, rechten, heffingen en prijzen 1.
De raad stelt jaarlijks voor 1 januari van het desbetreffende jaar de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten en leges vast.
2.
De raad stelt jaarlijks de te hanteren uitgangspunten bij de vaststelling en aanpassing van tarieven voor het komende jaar betreffende gemeentelijke diensten en leveringen, voor zover niet vallende onder het eerste lid, bij de kaderbrief vast.
3.
Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, brengt de gemeente tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het college het algemeen belang van de activiteit motiveert.
Artikel 18 Financieringsfunctie 1.
Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a.
voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en
b.
er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c van de Wet financiering decentrale overheden.
2.
Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.
Hoofdstuk 5 Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 19 Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor: a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeentelijke organisatie;
b.
het verstrekken van informatie over de financiële stand van zaken;
c.
het verschaffen van informatie ten behoeve van het budgetbeheer en voor het maken van kostencalculaties;
d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e.
het bevorderen en afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
g.
het verstrekken van de vereiste informatie aan het Rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.
11/43
Artikel 20 Financiële organisatie Het college draagt zorg voor: a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
e.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f.
de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden;
g.
het beleid en de regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
h.
het beleid en de regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
i.
de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2.
De datum van ingang van deze Financiële verordening is 1 januari 2026.
3.
De Financiële verordening 2025 vervalt per die datum.
4.
De perioderapportages welke reeds zijn behandeld en vastgesteld voor de eerste dag na bekendmaking van deze nieuwe verordening, worden nog behandeld conform de bepalingen uit de Financiële verordening 2025.
5.
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026’.
Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 7 juli 2026.
griffier,
voorzitter,
Nicole Jansen-Geerinckx
Franc Weerwind
12/43
Bijlage 1: Regels voor activering, waardering en afschrijving (artikel 14 lid 1) Inleiding Deze bijlage behandelt de wijze waarop de gemeente beleidsmatig en administratief omgaat met de bezittingen (activa). De landelijke regels hiervoor zijn opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De wetgever heeft de mogelijkheid gegeven om via de financiële verordening de regels voor het waarderen, activeren en afschrijven aan te vullen. Hiermee kan de financiële huishouding voor het waarderen, activeren en afschrijven op lokaal niveau eenduidig worden geregeld. Met behulp van de regels kan de financiële positie van onze gemeente betrouwbaar worden gepresenteerd. Daarnaast maken de regels een transparante en efficiënte werkwijze mogelijk die eenvoudig kan worden getoetst.
1. Begrippenkader
Activa: op de balans opgenomen bezittingen; Activeren: opnemen van bezittingen op de balans; Waardering: oorspronkelijke activering minus afschrijvingen; Afschrijving: het tot uitdrukking brengen van de waardeverminderingen van een kapitaalgoed; Immateriële vaste activa: bezittingen die niet tastbaar zijn maar wel waarde vertegenwoordigen (voorbeelden goodwill, gebruiksrechten en voorbereidingskosten die worden gemaakt in de periode voordat de grondexploitatie wordt vastgesteld door de gemeenteraad)
Materiele vaste activa: bezittingen die kunnen worden aangeduid als investeringen in economisch en maatschappelijk nut.
Financiële vaste activa: in geld gewaardeerde bezittingen waarover kan worden beschikt (zoals bijvoorbeeld geldleningen of effecten).
1.1. Immateriële vaste activa, regels voor het activeren, waarderen en afschrijven 1.1.1. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden niet automatisch geactiveerd als ze aan de voorwaarden uit het BBV voldoen. 1.1.2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling die niet rechtstreeks samenhangen met een actief worden niet geactiveerd. 1.1.3. Immateriële vaste activa met een historische kostprijs tot € 25.000 worden niet geactiveerd. 1.1.4. Het uitgangspunt is lineair (jaarlijks gelijke bedragen) afschrijven vanaf het jaar volgend op ingebruikname/ontstaan van activa. Door raadsbesluit is afwijking mogelijk.
2.1. Materiële vaste activa, regels voor activeren 2.1.1. Materiële vaste activa met een historische aanschafprijs tot € 25.000 worden niet geactiveerd.
13/43
2.1.2. Software als afzonderlijk actief wordt (inclusief implementatiekosten) aangemerkt als een materieel vast actief en overeenkomstig verwerkt. 2.1.3. Gebruiksrechten van software worden alleen geactiveerd als ze ineens voor meerdere jaren zijn verkregen/betaald. 2.1.4. Op grond wordt niet afgeschreven.
2.2. Materiële vaste activa, regels voor waarderen 2.2.1. Er wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. 2.2.2. Kosten die bij de waardering van de materiële activa horen worden meegenomen.
2.3. Materiële vaste activa, regels voor afschrijven 2.3.1. Het uitgangspunt is lineair (jaarlijks gelijke bedragen) afschrijven vanaf het jaar volgend op ingebruikname. Door raadsbesluit is afwijking mogelijk. 2.3.2. Bij vastgoed passen we de componentenmethode niet toe. 2.3.3. De volgende afschrijftermijnen worden gehanteerd voor materiële vaste activa:
Zie termijnen volgende/laatste pagina
2.4. Duurzame waardevermindering 2.4.1. Bij de waardering van activa wordt, waar nodig, rekening gehouden met een (verwachte) duurzame waardevermindering. Indien een besluit is genomen tot sloop van een vast actief, vindt een duurzame waardevermindering plaats als daadwerkelijk tot sloop wordt overgegaan.
3.1. Financiële vaste activa, regels, waardering 3.1.1. Kosten van het sluiten van geldleningen en kosten van (dis)agio worden niet geactiveerd.
Algemeen Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Afschrijvingstermijnen immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in maximaal: a.
X jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden. X = Afhankelijk van het activa te koppelen aan onderstaande termijnen voor materiele activa
b.
5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling alleen als er sprake is van een causaal verband met het actief waarvoor de kosten gemaakt zijn.
Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met economisch nut De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in maximaal: a.
65 jaar: rioleringen;
b.
40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen;
c.
25 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen;
14/43
d.
25 jaar: renovatie, restauratie, verduurzaming en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen;
e.
25 jaar: technische installaties en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
f.
10 jaar: telefooninstallaties;
g.
5 jaar: automatiseringsapparatuur;
h.
10 jaar: kantoormeubilair en schoolmeubilair;
i.
20 jaar: motorvaartuigen;
j.
20 jaar: zware transportmiddelen en schuiten;
k.
15 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen.
l.
XX jaar: software: XX =gebruiksduur software of termijn waarvoor licenties voor meerder jaren zijn betaald.
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in maximaal: a.
30 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen (kunstgras splitsen in ondergrond en bovenlaag);
b.
30 jaar: wegen, pleinen en rotondes;
c.
30 jaar: tunnels, viaducten en bruggen;
d.
30 jaar: geluidswallen;
e.
30 jaar: straatmeubilair;
f.
30 jaar: havens, kades, sluizen en waterkeringen;
g.
30 jaar: waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing;
h.
30 jaar: klimaatadaptieve maatregelen
i.
15 jaar: pompen en gemalen
j.
40 jaar: lichtmasten openbare verlichting;
k.
20 jaar: armaturen openbare verlichting.
Voor niet genoemde materiële vaste activa geldt de verwachte economische levensduur als uitgangspunt voor de afschrijftermijn.
15/43
Wijzigingsnotitie Financiële verordening gemeente Terneuzen 2026
terneuzen.nl
16/43
Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................ 3 Inleiding ................................................................................................................................. 4 Toelichting op de gewijzigde artikelen Financiële verordening ........................................... 6 Artikel 7 Tussentijdse rapportage ................................................................................ 6 Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording .....11 Artikel 12 Begrotingscriterium ....................................................................................12 Artikel 16 Kostprijsberekening....................................................................................13 Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel .....................................................................16
terneuzen.nl
17/43
Pagina 2 van 16
Samenvatting Onze gemeente moet als elke andere gemeente in Nederland op grond van artikel 212 van de Gemeentewet een Financiële verordening vaststellen. De huidige verordening dateert uit 2025. Wij actualiseren deze verordening. Deze notitie geeft een toelichting op de wijzigingen. De wijzigingen zijn vooral bedoeld om de Financiële verordening eenvoudiger en duidelijker te maken en bij te dragen aan deregulering. Dit geldt onder meer voor de manier waarop tussentijdse financiële aanpassingen worden vastgesteld en verantwoord. De geactualiseerde verordening sluit beter aan bij de huidige praktijk en zorgt voor een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen de raad en het college. Daarnaast voerden we enkele technische verbeteringen door. Zo is de manier waarop financiële afwijkingen worden behandeld aangepast en wijzigden wij de kostentoerekening bij de lokale heffingen. Hierdoor sluit deze beter aan bij de uitgangspunten van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en bij de feitelijke financiering.
terneuzen.nl
18/43
Pagina 3 van 16
Inleiding Wij actualiseerden de Financiële verordening van de gemeente Terneuzen. In deze notitie lichten wij de belangrijkste wijzigingen per artikel toe. Ook gaan wij in op de afwegingen die tot de aanpassing hebben geleid. Wij willen hiermee bereiken dat de wijzigingen in de financiële verordening voor u helder zijn. Voordat wij de wijzigingen per artikel toelichten, gaan wij kort in op de reden van het hebben van een financiële verordening. Vervolgens lichten wij de aanleiding van de voorgestelde wijzigingen toe. Financiële verordening Een financiële verordening regelt hoe de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders met elkaar omgaan op het gebied van het financieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie. Ook bepaalt een financiële verordening hoe de planning & control-cyclus van de gemeente er uit ziet. Gemeentewet Elke gemeente heeft een Financiële verordening. Dit is namelijk verplicht gesteld in artikel 212 van de Gemeentewet. Een Financiële verordening wordt daarom ook wel de “verordening 212” genoemd. Artikel 212 van de Gemeentewet luidt als volgt: 1. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2.
De verordening bevat in ieder geval: a. regels voor waardering en afschrijving van activa; b. grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; c. regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.
BBV Naast de Gemeentewet, is het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) belangrijk voor het vaststellen van de financiële verordening. In het BBV staan begrotings- en verantwoordingsvoorschriften, die elke gemeente verplicht moet volgen. Voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV is een commissie ingesteld. Dit is de Commissie BBV. Deze commissie draagt ook zorg voor een visie over de rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten.1 De Commissie BBV licht de voorschriften uit het BBV toe in diverse notities. Indien de commissie in een notitie een “stellige uitspraak” doet,
1 Het BBV en de publicaties van de Commissie BBV zijn van toepassing op provincies, gemeenten,
gemeenschappelijke regelingen en waterschappen.
terneuzen.nl
19/43
Pagina 4 van 16
dan moeten wij dit opvolgen. Geeft de commissie een “aanbeveling”, dan heeft elke gemeente een keuze om dit op te volgen. Uitgangspunten bij aanpassing artikelen financiële verordening Bij de aanpassing van de financiële verordeningen hielden wij rekening met de volgende uitgangspunten, in volgorde van belangrijkheid: 1. Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); 2. Stellige uitspraken Commissie BBV; 3. Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV; 4. Overnemen aanbevelingen Commissie BBV; 5. Eenvoud voor de lezer; 6. Bestendige gedragslijn (mede vergelijkbaarheid in de tijd); 7. Voorzichtigheid; 8. Efficiency voor de organisatie (minder werk).
terneuzen.nl
20/43
Pagina 5 van 16
Toelichting op de gewijzigde artikelen Financiële verordening In deze notitie lichten wij de belangrijkste wijzigingen per artikel toe. Dit doen wij in tabelvorm. U treft hierin de tekst aan van een artikel of artikellid uit de Financiële verordening 2025 en de voorgestelde tekst voor de Financiële verordening 2026. Daarnaast lichten wij deze wijziging toe. De financiële verordening is qua indeling in stand gebleven. Om deze reden lichten wij de wijzigingen toe per artikel(lid). Artikel 7 Tussentijdse rapportage Dit artikel bepaalt in welke frequentie en vorm, rekening houdend met de genoemde grensbedragen, het college de raad tussentijds informeert ten behoeve van de controlerende taak van de raad. Wij actualiseren dit artikel voor een betere leesbaarheid en om duidelijkheid te geven in diverse situaties. Uit dit artikel blijkt welke rol het college en de raad heeft bij de autorisatie van tussentijdse budgetwijzigingen. Artikel 7, lid 2 Doel en uitgangspunten van de wijziging Met de voorgestelde wijziging van artikel 7, lid 2 van de Financiële verordening wordt beoogd de systematiek voor het autoriseren van tussentijdse budgetwijzigingen te vereenvoudigen en te verduidelijken.
Daarbij blijft het uitgangspunt ongewijzigd dat de gemeenteraad kaderstellend is en beslist over de financieel en politiek relevante keuzes, terwijl het college binnen deze kaders verantwoordelijk is voor de uitvoering en hierover transparant rapporteert via de perioderapportages. Vereenvoudiging van de categorieën In de Financiële verordening 2025 werd gewerkt met vier categorieën voor het autoriseren en informeren over budgetwijzigingen. In de Financiële verordening 2026 is deze indeling vereenvoudigd door de samenvoeging en herschikking van categorieën. Hierdoor ontstaat een duidelijker onderscheid tussen besluiten die via een apart raadsvoorstel moeten worden voorgelegd, besluiten die de raad neemt bij de vaststelling van de perioderapportage en mutaties waarover het college zelfstandig beslist en de raad informeert. Verduidelijking van de bevoegdheden rond de algemene reserve Een belangrijke wijziging betreft de omgang met mutaties in de algemene reserve. Waar deze in de verordening 2025 altijd via de raad liepen, is in de Financiële verordening 2026 een drempelbedrag geïntroduceerd. Mutaties in de algemene reserve vanaf € 250.000 blijven raadsbevoegd en worden via een apart raadsvoorstel voorgelegd. Mutaties tot € 250.000 worden voortaan via de perioderapportage geautoriseerd, tenzij sprake is van een eerder vastgesteld systeembesluit.
Onder een systeembesluit wordt verstaan een besluit waarbij handelingen en mutaties plaatsvinden volgens vooraf vastgestelde regels en afspraken. Dit betekent dat niet ieder afzonderlijk geval opnieuw aan de raad wordt voorgelegd. De uitvoering ligt al vast in het
terneuzen.nl
21/43
Pagina 6 van 16
beleid dat eerder door de raad is vastgesteld. Bij bestemmingsreserves betekent dit dat bedragen volgens deze afspraken kunnen worden toegevoegd of onttrokken. In dit kader geldt dat saldi ten laste van een bestemmingsreserve worden gebracht zonder dat daar iedere keer een apart besluit van de raad voor nodig is. De raad heeft namelijk vooraf ingestemd met deze werkwijze via het systeembesluit en de begroting. Daarmee is de autorisatie geregeld. Het college zorgt vervolgens voor een juiste uitvoering. De raad wordt hierover achteraf geïnformeerd, zodat zij kan controleren of het besluit goed is uitgevoerd. Hiermee wordt recht gedaan aan de beleidsmatige rol van de raad, terwijl kleinere of reeds gekaderde mutaties efficiënter kunnen worden afgehandeld. Eenduidige omgang met bestemmingsreserves en systeembesluiten Ook ten aanzien van bestemmingsreserves is gekozen voor meer helderheid. In plaats van meerdere financiële drempels is nu het uitgangspunt dat beschikkingen over bestemmingsreserves raadsbevoegd zijn, tenzij de raad eerder via een systeembesluit de bestedingssystematiek heeft vastgelegd. In dat geval kan het college binnen deze kaders zelfstandig besluiten en hierover rapporteren. Het expliciet benoemen van systeembesluiten versterkt de kaderstellende rol van de raad en voorkomt onnodige herhaling van besluiten.
Vereenvoudiging van systematiek voor investeringen Voor investeringen is de systematiek verder vereenvoudigd. In de Financiële verordening 2025 werd gewerkt met een combinatie van een percentage en een bedrag. In de Financiële verordening 2026 is gekozen voor één duidelijke grens. Bij verhogingen van investeringen vanaf € 250.000 is een apart raadsvoorstel vereist, terwijl verhogingen tot € 250.000 via de perioderapportage door de raad worden geautoriseerd. Wijzigingen van het doel van een investering zijn expliciet benoemd als raadsbevoegd via de perioderapportage. Hogere grens lasten- en batenmutaties Daarnaast is de grens voor mutaties waarbij zowel lasten als baten worden aangepast verhoogd. In plaats van € 50.000 geldt in de Financiële verordening 2026 een grens van € 100.000. Mutaties vanaf dit bedrag worden ter autorisatie aan de raad voorgelegd via de perioderapportage. Kleinere mutaties worden door het college afgehandeld en ter kennisname opgenomen. Dit vermindert besluitvorming over administratie mutaties. Conclusie Samenvattend zorgen de voorgestelde wijzigingen in artikel 7, lid 2 ervoor dat de financiële sturing binnen de gemeente Terneuzen duidelijker, efficiënter en beter in balans is. De raad behoudt grip op de financiële kaders, terwijl het college binnen deze kaders uitvoeringsruimte krijgt.
Daarmee sluit de concept Financiële verordening 2026 beter aan bij de praktijk en bij de gewenste rolverdeling tussen raad en college. Hieronder is uitgewerkt wat dit betekent voor dit artikel:
terneuzen.nl
22/43
Pagina 7 van 16
Verordening 2025 De inrichting van de perioderapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. • o
-
-
o
-
-
-
-
Nieuwe verordening 2026 De inrichting van de perioderapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.
a. Autorisatie van tussentijdse budgetwijzigingen gebeurt door: 1. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via een apart voorstel aan de raad: indien sprake is van politiek gevoelige mutaties; dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact vanaf € 1.000.000 (totaalbedrag voor maximaal 5 jaar); mutaties in de algemene reserve (+/); het vormen dan wel opheffen van een bestemmingsreserve; een hoger bedrag op een bestaande investering vanaf 5% of € 250.000; nieuwe investeringen zonder financiële dekking (gedekt vanuit het begrotingsresultaat). 2. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via de perioderapportage met een apart besluitpunt: dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact tot € 1.000.000 (totaalbedrag voor maximaal 5 jaar); dekking ten laste van onvoorzien vanaf € 25.000 tot maximaal het bedrag in onvoorzien aanwezig; nieuwe investeringen met financiële dekking (niet gedekt vanuit het begrotingsresultaat) wijziging doel van een investering vanaf € 50.000;
terneuzen.nl
23/43
• o
-
-
-
o
-
-
-
a. Autorisatie van tussentijdse budgetwijzigingen gebeurt door: 1. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via een apart voorstel aan de raad: indien sprake is van politiek gevoelige mutaties; dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact vanaf € 1.000.000 (totaalbedrag voor maximaal 5 jaar); mutaties in de algemene reserve vanaf € 250.000 (tenzij sprake is van een systeembesluit); het vormen dan wel opheffen van een bestemmingsreserve; een hoger bedrag op een bestaande investering vanaf € 250.000; nieuwe investeringen zonder financiële dekking (gedekt vanuit het begrotingsresultaat). 2. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via de perioderapportage: dekking ten laste van het voorlopig begrotingsresultaat met een meerjarige financiële impact tot € 1.000.000 (totaalbedrag voor maximaal 5 jaar); toevoegingen aan het begrotingsresultaat; mutaties in de algemene reserve tot € 250.000 (tenzij sprake is van een systeembesluit); dekking ten laste van onvoorzien vanaf € 25.000 tot maximaal het bedrag in onvoorzien aanwezig;
Pagina 8 van 16
-
-
o
-
-
-
o
-
-
-
hoger bedrag bestaande investering tot 5% of € 250.000; beschikken over bestemmingsreserves vanaf € 50.000; investeringen die gedekt worden door reserves kapitaal economisch/maatschappelijk nut. 3. Autorisatie door de raad gebeurt voor de volgende onderdelen via de perioderapportage: toevoegingen aan het begrotingsresultaat; mutaties over de programma’s (uitgezonderd de mutaties benoemd onder 4); mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast vanaf € 50.000; wijziging doel van een investering tot € 50.000; verwerking circulaire gemeentefonds; overige door het college geautoriseerde mutaties (ter kennisname). 4. Informatievoorziening door het college aan de raad waartoe het college is bevoegd: beschikken over bestemmingsreserves tot € 50.000; budgettair neutrale en administratieve mutaties binnen hetzelfde programma; budgettair neutrale salaris gerelateerde mutaties; budgettair neutrale kosten- en salarisverdelingen (programma overstijgend); verschuivingen tussen jaarlijks terugkerende investeringskredieten;
terneuzen.nl
24/43
-
-
-
-
-
o
-
-
-
-
-
beschikken over bestemmingsreserves (tenzij sprake is van een systeembesluit); nieuwe investeringen met financiële dekking (niet gedekt vanuit het begrotingsresultaat) of wijziging doel van een investering; hoger bedrag bestaande investering tot € 250.000; investeringen die gedekt worden door reserves kapitaallasten investeringen met economisch/maatschappelijk nut; mutaties over de programma’s (uitgezonderd de mutaties benoemd onder 3); mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast vanaf € 100.000; verwerking circulaire gemeentefonds. 3. Informatievoorziening door het college aan de raad waartoe het college is bevoegd: mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast tot € 100.000; budgettair neutrale en administratieve mutaties binnen hetzelfde programma; budgettair neutrale salaris gerelateerde mutaties (programma overstijgend); budgettair neutrale kosten- en salarisverdelingen (programma overstijgend); verschuivingen tussen jaarlijks terugkerende investeringskredieten; benutting van bestemmingsreserves waarbij in het verleden al reeds een besluit over de bestedingssystematiek heeft plaatsgevonden (zogenaamde systeembesluiten); Pagina 9 van 16
-
-
-
•
•
inzet specifieke Rijksmiddelen (SPUK), subsidies en bijdragen van derden; benutting van bestemmingsreserves waarbij in het verleden al reeds een besluit over de bestedingssystematiek heeft plaatsgevonden (zogenaamde systeembesluiten); inzet van stelposten; alle overige tussentijdse budgetwijzigingen die niet vallen onder categorie 1, 2 of 3. b. De onder categorie 4 vermelde mutaties worden in de perioderapportage in een totaaloverzicht per programma weergegeven. c. Bij te melden budgetafwijkingen in de perioderapportages aan de raad moet het college bedragen vanaf € 25.000 voorzien van een toelichting.
terneuzen.nl
25/43
-
•
•
inzet van stelposten; alle overige tussentijdse budgetwijzigingen die niet vallen onder categorie 1 of 2. b. De onder categorie 3 vermelde mutaties worden in de perioderapportage in een totaaloverzicht per programma weergegeven. c. Bij te melden budgetafwijkingen in de perioderapportages aan de raad moet het college bedragen vanaf € 25.000 voorzien van een toelichting.
Pagina 10 van 16
Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Dit artikel bepaalt de verantwoordings- en rapportagegrens voor de rechtmatigheidsverantwoording. Lid 3 hebben we aangepast. Artikel 10 lid 3 In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we nu uitsluitend nog de afwijkingen toe die groter zijn dan € 100.000 welke niet acceptabel zijn. In artikel 12, lid 4 hebben we situaties opgenomen wanneer afwijkingen ten opzichte van de begroting als acceptabel aangemerkt worden. Verordening 2025
Nieuwe verordening 2026
In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we de afwijkingen toe (fouten of onduidelijkheden) die niet acceptabel zijn en groter zijn dan € 100.000.
terneuzen.nl
26/43
Pagina 11 van 16
Artikel 12 Begrotingscriterium Dit artikel bepaalt de regels voor de omgang van de raad met begrotingsonrechtmatigheden. Lid 4a hebben we aangepast. Artikel 12 lid 4a We voegen 2 subartikelen toe voor acceptabele overschrijdingen van de begroting. Omdat we aan wettelijke verslaggevingsvoorschriften moeten voldoen zijn overschrijdingen als gevolg van het naleven van het BBV aangemerkt als acceptabel. We willen verder voorkomen dat relatief kleine verschillen leiden tot een niet acceptabele begrotingsonrechtmatigheid. Daarom is onder sub 6 opgenomen dat overschrijdingen op investeringskredieten tot € 10.000 aangemerkt wordt als acceptabele overschrijding. Hieronder ziet u hoe dit is uitgewerkt in de nieuwe verordening. Verordening 2025
Nieuwe verordening 2026
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierop zijn de volgende bepalingen van toepassing: a. Overschrijding van lasten worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling. 3. De overschrijding van de lasten past binnen het bestaande beleid van de raad. 4. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierop zijn de volgende bepalingen van toepassing: a. Afwijkingen van de begroting worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling. 3. De overschrijding van de lasten past binnen het bestaande beleid van de raad. 4. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 5. De overschrijding is het gevolg van het naleven van het BBV. 6. De overschrijding op een individueel investeringskredietniveau is lager dan € 10.000.
terneuzen.nl
27/43
Pagina 12 van 16
Artikel 16 Kostprijsberekening Dit artikel bepaalt de regels voor de kostprijsberekening. Lid 1 en lid 5 zijn aangepast. Artikel 16, lid 1 De wijziging van lid 1 betreft een aanscherping van de rentetoerekening bij de bepaling van de integrale kostprijs. Waar in 2025 nog rente werd toegerekend over alle reserves en voorzieningen, is dit in 2026 beperkt tot uitsluitend de algemene reserve. Hiermee worden voorzieningen en bestemmingsreserves buiten beschouwing gelaten, omdat deze een specifiek doel en minder vrij besteedbaar karakter hebben. De aanpassing beoogt een meer zuivere en beter onderbouwde rentetoerekening, doordat alleen vrij aanwendbare middelen (de algemene reserve) worden aangemerkt als financieringsbron. Dit sluit aan bij het BBV-uitgangspunt dat kostentoerekening dient aan te sluiten bij de feitelijke en realistische financiering van activa. Deze wijziging is hieronder inzichtelijk gemaakt. Verordening 2025
Nieuwe verordening 2026
Voor het bepalen van de integrale kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, gebruikt de gemeente een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. Bij deze kostentoerekening betrekt de gemeente naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa.
Voor het bepalen van de integrale kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, gebruikt de gemeente een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. Bij deze kostentoerekening betrekt de gemeente naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, de algemene reserve voor de financiering van de in gebruik zijnde activa.
Artikel 16, lid 5 Aanscherping rentetoerekening De wijziging van lid 5 betreft een aanscherping van de extracomptabele rentetoerekening Waar in 2025 nog rente werd toegerekend over alle reserves en voorzieningen, is dit in 2026 beperkt tot uitsluitend de algemene reserve. Hiermee worden voorzieningen en bestemmingsreserves buiten beschouwing gelaten, omdat deze een specifiek doel en minder vrij besteedbaar karakter hebben. De aanpassing beoogt een meer zuivere en beter onderbouwde rentetoerekening, doordat alleen vrij aanwendbare middelen (de algemene reserve) worden aangemerkt als financieringsbron. Dit sluit aan bij het BBVuitgangspunt dat kostentoerekening dient aan te sluiten bij de feitelijke en realistische financiering van activa. De berekeningssystematiek zelf blijft daarbij ongewijzigd: het rentepercentage wordt, evenals voorheen, bepaald door de in de begroting geraamde rentekosten te delen door de som van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten.
terneuzen.nl
28/43
Pagina 13 van 16
Onderbouwing rentetoerekening lokale heffingen De middelen uit onze algemene reserve worden gebruikt om investeringen te financieren, bijvoorbeeld in riolering of afvalverwerking. Het gebruik van eigen vermogen heeft een economische waarde. Door rente toe te rekenen, worden de kosten van kapitaal zichtbaar in de kostendekkendheidberekening. Wanneer we investeringen financieren met eigen middelen, wordt feitelijk kapitaal ingezet dat ook een alternatieve waarde heeft: het kan bijvoorbeeld worden belegd of gebruikt om externe financieringslasten te beperken. Volgens artikel 2 lid 4 BBV worden onder de baten en lasten ook begrepen de over het eigen vermogen berekende bespaarde rente. Als we dezelfde investeringen volledig met vreemd vermogen financieren, zouden er (hogere) werkelijke rentelasten ontstaan. Het toerekenen van rente zorgt er dus voor dat de kostprijs niet kunstmatig laag wordt en dat de tarieven een reëel beeld geven van de integrale kosten van de dienstverlening. Dit bevordert transparantie en voorkomt dat de inzet van eigen vermogen leidt tot onderschatting van de werkelijke kosten. Impact lagere rentetoerekening lokale heffingen De rioolheffing en afvalstoffenheffing kennen wettelijk een maximum van 100% kostendekkendheid.
Dit is een plafond, geen verplichting: de gemeente mag niet méér opbrengsten genereren dan de totale toegerekende kosten, maar het mag wél minder. Door het extracomptabel toerekenen van rente over het eigen vermogen ligt het plafond tot 100% kostendekkendheid hoger. Door het aanscherpen van de rentetoerekening in deze geactualiseerde Financiële verordening, daalt het plafond. Dit betekent dat we minder opbrengsten hoeven te realiseren om 100% kostendekkendheid te bereiken. Dit geeft aan de ene kant het effect dat de tarieven minder hard hoeven te stijgen om 100% kostendekkend te zijn. Aan de andere kant realiseren we minder belastingopbrengsten. Dit geeft een negatief effect op het begrotingsresultaat. De berekening en afweging van de tariefstijging vindt plaats bij het opstellen van de begroting 2027. De gemeenteraad besluit hierover bij het vaststellen van de begroting 2027 en belastingverordeningen 2027. Verordening 2025