CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-06-25 - 1.2d Oplegger Programmabegroting 2027 Sabewa Zeeland

gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Sabewa Zeeland3.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger Programmabegroting 2027 & Meerjarenbegroting 2028-2023 2028-2030

Uitgangspuntennotitie Programmabegroting 2027 & Meerjarenbegroting

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 2 2. Planning begroting .............................................................................................................................. 2 3. Belastingsoorten per deelnemer ......................................................................................................... 2 4. Ontwikkelingen binnen Sabewa Zeeland ............................................................................................ 3 4-1: Visiedocument ............................................................................................................................. 3 4.2 Huisvesting .................................................................................................................................... 4 4.3 Toetreding gemeente Noord-Beveland......................................................................................... 5 5. Landelijke ontwikkelingen ................................................................................................................... 5 5-1: Proceskostenvergoeding ..............................................................................................................

5 5-2: Wijziging waterschapsbelastingen ............................................................................................... 6 5-3: Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding ................................................................................ 6 5-3: Overige ontwikkelingen ............................................................................................................... 6 6. Financiële uitgangspunten .................................................................................................................. 7 6-1: Algemeen ..................................................................................................................................... 7 6-1-3: Berekening totaal deelnemersbijdragen met toepassing Zeeuwse richtlijnen ........................ 8 6-1-4: Correctie voor vernieuwde indexcijfers 2026 ........................................................................... 8 6-1-5: Daadwerkelijke prijsindexaties ................................................................................................. 8 6-2: Uitgangspunt loonkosten in begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 ........................... 8 6-3: Uitgangspunt exploitatiekosten in begroting 2027 .....................................................................

9 6-4: Samenvatting uitgangspunten en normen .................................................................................. 9 6-5: Geraamd begrotingsresultaat op basis geschetste uitgangspunten.......................................... 10

1

1. Inleiding Het algemene uitgangspunt van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 is dat deze naar werkelijkheid is opgesteld en ingezet kan worden als kaderstellende begroting. Om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de werkelijkheid wordt getracht zo goed mogelijk rekening te houden met prijsindexaties en overige componenten die effect hebben op de personeelsen exploitatiekosten. Hierop wordt in paragraaf 6 nader ingegaan. De Zeeuwse richtlijn voor het jaar 2027 is vastgesteld op 3,3%. Ten opzichte van de structurele begroting 2026 gaat dit voor Sabewa Zeeland om € 249.000,-. De structurele begroting 2027 van Sabewa Zeeland voldoet aan de Zeeuwse richtlijn. Om bij te kunnen blijven met landelijke ontwikkelingen in o.a. wet- en regelgeving is een structureel budget opgenomen van € 100.000,-. In het voorafgaande jaar worden per programma jaarplannen opgesteld waaruit blijkt hoe de betreffende middelen zullen worden ingezet. Daar staat tegenover dat op de kosten voor de dienstverleningsovereenkomst met betrekking tot automatisering zo’n € 100.000,bespaard zal worden.

2. Planning begroting Planning begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Behandeling Concept begroting door BC 12 maart 2026 Behandeling Concept begroting door DB 26 maart 2026 Behandeling Concept begroting door AB 16 april 2026 Toezenden Concept begroting aan de deelnemers 17 april 2026 Zienswijzen Begroting deelnemers retour 15 juli 2026 Behandeling zienswijzen Begroting deelnemers door DB 27 augustus 2026 Vaststellen Begroting door AB 10 september 2026 Indienen Begroting bij Gedeputeerde Staten 15 september 2026

3. Belastingsoorten per deelnemer Onderstaande tabel geeft inzicht in welke belastingsoorten voor de verschillende deelnemers zullen worden uitgevoerd. Borsele Goes Kapelle Tholen Reimerswaal Hulst Sluis Terneuzen Waterschap Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing diftar BIZ-bijdrage Forensenbelasting Havengelden/liggelden Hondenbelasting Onroerende zaakbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Reinigingsrechten Rioolheffing Toeristenbelasting/verblijfsbelasting Verontreinigingsheffingen Watersysteemheffing Zuiveringsheffing

Sabewa Zeeland voert circa 60 verschillende belastingverordeningen uit voor de deelnemers. De diversiteit van deze verordeningen en de complexiteit van het belastingpakket leiden tot een lagere efficiënte en meer werkzaamheden voor het personeel.

2

4. Ontwikkelingen binnen Sabewa Zeeland 4-1: Visiedocument Terugblik visieperiode 2023-2027 De visieperiode 2023-2027 is voor Sabewa Zeeland een tijd geweest van bouwen aan een stevige basis én het zetten van de eerste stappen naar een organisatie die op een hoger niveau functioneert. In de eerste jaren lag het accent op het wegwerken van achterstanden, het verbeteren van de kwaliteit van onze gegevens en het versterken van de organisatie. We hebben ons gericht op het correct, volledig en tijdig opleggen en innen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen, het op orde brengen van databestanden en het structureel borgen van de bestandskwaliteit. Daarnaast kreeg de organisatiestructuur een stevige herziening, met meer aandacht voor procesbeheersing, kwaliteitszorg en duidelijke rolverdeling tussen teams en leidinggevenden. Ook introduceerden we robotisering voor repeterende processen en zetten we verdere stappen in digitalisering, terwijl de beveiliging van informatie en gegevens volgens BIO, AVG en NIS2 is geborgd. Deze basis maakte het mogelijk om in de tweede helft van de visieperiode verder te bouwen. In de fase “Next Level” werd kwaliteitszorg verder verankerd en processen werden gestroomlijnd. De PDCA-cyclus en het structureel uitvoeren van interne en externe audits zijn inmiddels onderdeel van onze werkwijze.

Daarnaast hebben we ons contractmanagement met leveranciers versterkt, waardoor we meer overzicht en grip hebben op lopende overeenkomsten. Ook hebben we geïnvesteerd in organisatieontwikkeling: extra formatie op sleutelposities, kennisverbreding via opleidingsplannen en de aanzet tot strategische personeelsplanning. De resultaten zijn zichtbaar. De kwaliteit van onze dienstverlening is merkbaar verbeterd: aanslagbiljetten zijn duidelijker en beter leesbaar geworden en burgers maken steeds vaker gebruik van onze digitale kanalen. De datakwaliteit is fors toegenomen. Ook op het vlak van informatieveiligheid zijn stappen gezet, met een positieve Digid-audit, een structurele inzet van een externe CISO en een verhoogd bewustzijn bij medewerkers door trainingen. De basisprocessen zijn grotendeels op orde, de organisatie is beter in control en er is een cultuur ontstaan waarin kwaliteit, betrouwbaarheid en burgergerichtheid centraal staan, maar ook waarin medewerkers ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en verantwoordelijkheid te nemen. Toch zijn er ook uitdagingen gebleken die vragen om blijvende aandacht. Het realiseren van een optimale aansluiting tussen BAG en WOZ vergt intensieve samenwerking met gemeenten en uniforme afspraken. De piekbelasting rond de aanslagoplegging is verminderd, maar blijft een terugkerende druk op de organisatie.

Het grote aantal beroepszaken, vaak afkomstig van no cure no pay-bureaus, vraagt om een structurele en zorgvuldige aanpak, ook in de communicatie met inwoners. Het invullen van gespecialiseerde functies blijft lastig, wat het belang van kennisborging bij uitstroom onderstreept. Tenslotte zijn er nog vraagstukken rond technologische doorontwikkeling van het nieuwe belastingplatform en het (verder) integreren van AI in werkprocessen vergt tijd en aandacht. We zien een omgeving die in beweging is; technologische innovaties volgen elkaar snel op, wet- en regelgeving wordt strenger, de arbeidsmarkt blijft krap en burgers worden steeds mondiger. Visieperiode 2027-2031 In de visieperiode 2027-2031 willen we de kracht van data en technologie nog beter benutten, het contact met inwoners eerder in de aanslagketen leggen en onze positie als betrouwbare kennis- en samenwerkingspartner verder uitbouwen.

3

Richting 2031 heeft Sabewa Zeeland de volgende ambities: • Aanslagbiljet is geen verrassing meer voor inwoners/belastingplichtigen (regie op gegevens). Informeel en continu burgercontact voorafgaand aan de aanslag en indien nodig daarna (betrouwbare overheid, open en transparant). Aandacht/inzet van Klantcontact centrum verschuift van achteraan het proces naar vooraan het proces. • Slimmer werken om complexe casuïstiek/gevallen voor te blijven. AI helpt ons om steeds slimmer te werken: mensgericht, schaalbaar en klaar voor de uitdagingen van morgen. • Voortdurende ontwikkeling van de werkprocessen m.b.t. de technologieoplossing (en de daarmee samenhangende strategische personeelsplanning). • Er zijn minimaal vier sterren behouden van de Waarderingskamer. • Informatie en dataveiligheid is gewaarborgd (NIS2 en BIO inclusief AVG/privacy). • Een aantrekkelijke en goede werkgever zijn. Goed werkgeverschap betekent zorgen voor een (veilige) werkomgeving waarin medewerkers zich gewaardeerd, gestimuleerd en ondersteund voelen om hun werk goed te doen en zich professioneel te ontwikkelen. • Medewerkers zijn er trots op om bij Sabewa Zeeland te werken en dragen dit uit. • Sabewa Zeeland is dusdanig aantrekkelijk als belasting uitvoeringsorganisatie dat alle niet deelnemers in Zeeland willen/zijn toegetreden.

• BAG bij gemeenten sluit optimaal aan bij de eisen van de WOZ (geen dubbel werk meer). • Partnerschap met deelnemers verdiepen en verbeteren t.b.v. een optimale informatievoorziening (kennispartner, samenwerken met deelnemers, betrouwbare en dienstverlenende partij zijn). 4.2 Huisvesting Het Dagelijks Bestuur heeft op 27 maart 2025 ingestemd met het opstarten van de verkenning naar nieuwe huisvesting voor Sabewa Zeeland. Aanleiding hiervoor is het besluit van het Waterschap Scheldestromen om het hoofdkantoor te concentreren in Middelburg. Daarmee bestaat de kans dat het pand aan de Kennedylaan 1 in Terneuzen – waar Sabewa momenteel gehuisvest is – op termijn wordt afgestoten. Tot eind 2026 is huisvesting op deze locatie gegarandeerd, maar daarna is de situatie onzeker. In de begroting 2027 is uitgegaan van werkelijke huurkosten voor het huidige kantoor in 2025 geïndexeerd naar 2027.

4

4.3 Toetreding gemeente Noord-Beveland Vanaf het najaar 2025 zijn er met de gemeente Noord-Beveland oriënterende gesprekken gevoerd over een eventuele toetreding tot Sabewa Zeeland per 1 januari 2027. Door de gemeente Noord Beveland zijn 3 voorwaarden gesteld voor een eventuele overgang naar Sabewa Zeeland: • Drie sterren bij de beoordeling door de Waarderingskamer; • Warme overdracht; • Niet meer betalen dan de huidige prijs. Met deze drie voorwaarden in het achterhoofd heeft Sabewa Zeeland aan Noord-Beveland uiteindelijk een aanbieding gedaan met (financiële) voorwaarden voor toetreding. Deze voorwaarden zijn door de gemeente Noord-Beveland geaccepteerd. Omdat het traject voor toetreding nog niet volledig doorlopen is, is in de primaire begroting 2027 nog geen rekening gehouden met de toetreding van de gemeente Noord-Beveland.

5. Landelijke ontwikkelingen De Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) heeft een lijst met 50 punten opgesteld van thema’s, ontwikkelingen en initiatieven waarmee organisaties op het gebied van lokale belastingen de komende jaren te maken hebben. In dit hoofdstuk worden de meest relevante toegelicht. 5-1: Proceskostenvergoeding De afgelopen jaren is het voor no cure no pay-bedrijven zeer rendabel geweest om namens de burger bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bedrijven de vergoeding van de proceskosten krijgen. Sinds 2020 is het aantal ingediende bezwaarschriften bij Sabewa Zeeland door no cure no paybedrijven sterk gestegen. Uiteraard wordt er alleen proceskostenvergoeding toegekend als het bezwaarschrift gegrond wordt verklaard. Het beeld is als volgt: Jaar Aantal ingediende Aantal ingediende Uitgekeerde bezwaarschriften

beroepschriften

pkv

2025

2347

132 €

484.674

2024

2.694

157 €

537.099

2023

4.709

422 €

717.413

2022

2.772

164 €

379.771

2021

2.315

57 €

301.774

2020

1.477

32 €

309.533

De grote stijging van het aantal ingediende bezwaarschriften in 2023 ten opzichte van 2022 valt samen met de bijna verdubbeling van het totaal aantal ingediende bezwaarschriften, veroorzaakt door de gestegen WOZ-waarden als gevolg van de marktontwikkeling. Dit is overigens een landelijk beeld. In samenhang met het grote aantal bezwaarschriften over het jaar 2023 is ook het aantal beroepszaken over dit jaar erg hoog. Deze beroepszaken zijn in de jaren 2023 t/m 2025 afgehandeld. In de jaren 2024 en 2025 zijn dus relatief veel proceskostenvergoedingen uitgekeerd die betrekking hebben op beroepszaken over het jaar 2023. De proceskostenvergoedingen dienen verantwoord te worden in het jaar waarin ze uitgekeerd zijn. De afgelopen periode hebben zich veel ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van proceskostenvergoeding voor WOZ-procedures. Met de Wet Herwaardering proceskostenvergoedingen (WHpkv) in de vorm van artikel 30a Wet WOZ en het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025, zijn de regels over de hoogte van de proceskostenvergoedingen

5

aangepast. Daar waar de wetgever heeft beoogd om met artikel 30a Wet WOZ de financiële prikkel bij beroepsmatig verleende bijstand in WOZ-procedures weg te nemen, heeft de Hoge Raad de toepassing van artikel 30a Wet WOZ beperkt. De Hoge Raad is van oordeel dat de verminderende factor voor de proceskostenvergoeding van artikel 30a Wet WOZ alléén toepassing kan vinden indien bijstand is verleend door een zogenoemde no cure no pay bureau. Alle overige verleende bijstand in de vorm van een gemachtigde, dient zonder toepassing van de verminderende factor vergoed te worden bij een (deels) gegrond bezwaar en/of (hoger)beroep. Op grond van artikel 30a, lid 1, Wet WOZ dienen de totale proceskosten in de bezwaarfase in ‘de regel’ vermenigvuldigd te worden met de factor 0,125. De proceskostenvergoeding op basis van de kosten in de beroepsfase dient op grond van artikel 30a, lid 2, Wet WOZ vermenigvuldigd te worden met de factor 0,25 (in sommige gevallen met factor 0,10). Toepassing van artikel 30a Wet WOZ leidt ertoe dat de totale proceskostenvergoeding verminderd wordt. In de begroting 2027 wordt voor de hoogte van de proceskostenvergoedingen uit gegaan van de voorgestelde factoren van 0,125 en 0,25, een aantal bezwaarschriften gebaseerd op het aantal over 2025 en een aantal beroepszaken gebaseerd op het aantal over 2025.

5-2: Wijziging waterschapsbelastingen Met ingang van 1 januari 2026 zijn de zuiveringsheffing, de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing op een aantal punten gewijzigd. Bij de watersysteemheffing gebouwd moeten de waterschappen voortaal voor eigenaren van woningen een ander belastingtarief hanteren dan voor eigenaren van niet-woningen. Op deze wijze wordt een gelijkmatiger ontwikkeling van de lasten tussen de eigenaren van gebouwen gerealiseerd. Bij de zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing is er sprake van een nieuwe werkwijze voor de tabel afvalwatercoëfficiënten. Verder loopt bij de Waterschappen momenteel nog een onderzoek naar de invoering van een wegenheffing met ingang van 2027. Op dit moment is nog concreet hoeveel extra werkzaamheden er voortvloeien uit de betreffende wijzigingen. Dit zal pas in de loop van 2026 duidelijk worden. In de begroting 2027 is daarom nog geen rekening gehouden met deze extra werkzaamheden. 5-3: Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding In 2016 werd de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 aangenomen. Onderdeel van die wet is het stroomlijnen van de invorderingsregelgeving voor belastingen en toeslagen (Wet Stroomlijnen). De Wet Stroomlijnen bevat onder meer een verbetering en modernisering van de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding.

Burgers krijgen dan de mogelijkheid om bij een geschil met de Ontvanger naar de bestuursrechter, het gerechtshof en de Hoge Raad te stappen. De huidige regelgeving voorziet ter zake van uitstel van betaling en kwijtschelding niet in een rechtsgang die toegang geeft tot een rechter. Hierdoor kan de burger slechts administratief beroep instellen. Tot op heden is het – als gevolg van benodigde aanpassingen in de automatisering bij de Belastingdienst – nog niet mogelijk geweest om de Wet Stroomlijnen als totaalpakket in werking te laten treden. Inmiddels is besloten om de Wet Stroomlijnen gefaseerd in te voeren. Dit betekent dat de wijziging eerst voor rijksbelastingen in werking zal treden en in een latere – nog nader te bepalen – fase voor de lokale belastingen. Het zal voor gemeenten en waterschappen nog jaren duren voordat de verbetering en modernisering van de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding een feit wordt. Waarschijnlijk pas op zijn vroegst met ingang van 1 januari 2028. In de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 is hier daarom nog geen rekening mee gehouden. 5-3: Overige ontwikkelingen Naast de bovengenoemde ontwikkelingen zijn er nog meer ontwikkelingen op belastinggebied die de komende jaren effect hebben of kunnen hebben op Sabewa Zeeland. Hierbij gaat het o.a.

om: • Digitalisering van de overheidsdienstverlening: Digitalisering is één van de topprioriteiten van de overheid. Het gaat hierbij om een geleidelijke ontwikkeling over de jaren. • Common ground: gemeenten hebben een nieuwe, moderne, gezamenlijke informatievoorziening nodig voor het uitwisselen van gegevens. Dit vraagt veel van gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers in diverse partners in de digitale overheid. De aanpassing/vervanging van de primaire applicaties vraagt in ieder geval tijd en waarschijnlijk forse investeringen. Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de

6

•

•

•

•

transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Dit betreft een geleidelijk proces over een periode van 5 tot 10 jaar. Omgevingswet en Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): de omgevingswet brengt regels voor ruimtelijk ontwikkeling en milieu samen. Ze vereenvoudigt regelgeving en introduceert nieuwe juridische instrumenten en werkwijzen. Het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten zal toenemen. Dit vraagt om andere processen om objectgegevens in te winnen. Verantwoordingsdocument en taxatieverslag nieuwe stijl: De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door samen met betrokken partijen te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. Tevens worden er ideeën ontwikkeld voor het delen van persoonlijke WOZ-informatie via moderne communicatiemiddelen. Het jaarlijks opstellen van een verantwoordingsdocument kost inspanningen maar hopelijk kan dit worden “terug verdiend” in bezwaar- en beroepsprocedures doordat de waarden zowel door belanghebbenden als door de rechters beter zullen worden geaccepteerd. De verantwoordelijkheid voor de secundaire objectkenmerken in de taxaties van woningen zal naar de burger verlegd worden. De Waarderingskamer zal zich gaan focussen op de kwaliteit van de taxaties van agrarische en incourante objecten. Arbeidsmarktkrapte.

Door uitstroom van personeel (pensioen) dienen er nieuwe medewerkers aangetrokken te worden die opgeleid moeten worden om op het juiste niveau van vakbekwaamheid te komen.

Om bij te blijven met dergelijke ontwikkelingen is een structureel budget opgenomen van € 100.000,-. In het voorafgaande jaar worden per programma jaarplannen opgesteld waaruit blijkt hoe de betreffende middelen zullen worden ingezet.

6. Financiële uitgangspunten 6-1: Algemeen Om tot een reële begroting te komen is het belangrijk om een goede systematiek te hanteren voor de verwachte prijs- en salariskostenstijgingen. Een goed uitgangspunt hiervoor zijn de CPB index-cijfers, zoals opgenomen in de septembercirculaire van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In de septembercirculaire 2025 zijn de volgende prijsindexen opgenomen:

7

6-1-3: Berekening totaal deelnemersbijdragen met toepassing Zeeuwse richtlijnen

Op basis van de Zeeuwse richtlijnen wordt het totaal van de deelnemersbijdragen voor de structurele kosten in 2027 als volgt berekend: Begroting 2026 Bijdrage deelnemers primaire begroting 2026

€ 7.622.854

Incidentele lasten in primaire begrotoing 2026

€

-67.621

€

-

Zeeuwse richtlijn 2027, 3,3%

€

249.323

Bijdrage deelnemers begroting 2027 voor structurele kosten conform Zeeuwse Richtlijn

€ 7.804.556

1e begrotingswijziging 2026 Toename structurele lasten conform 1e begrotingswijziging 2026 Zeeuwse richtlijnen 2027

6-1-4: Correctie voor vernieuwde indexcijfers 2026 Volgens de septembercirculaire 2024 bedroeg de prognose voor 2026 van de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers 3,4% en de prognose van de prijs overheidsconsumptie, netto materiaal 2,2 %. Volgens de septembercirculaire 2025 is dit respectievelijk 2,6% en 2,4%. Dit betekent dat indien de begroting 2027 enkel gebaseerd zou worden op de begrote lasten voor 2026 plus de geprognotiseerde prijsindexatie voor 2026, er geen rekening gehouden wordt met het feit dat de prijsindexatie voor 2026 een jaar later naar schatting anders uitvalt. Omdat Sabewa Zeeland geconfronteerd wordt met een lagere stijging van de loonkosten en hogere prijsindexaties door leveranciers, wordt er voor gekozen deze reeds te verwerken in de begroting 2027. Op deze wijze kan de begroting het best aangesloten worden bij de werkelijke situatie. In paragraaf 6-2 en 6-3 worden deze uitgangspunten nader toegelicht. 6-1-5: Daadwerkelijke prijsindexaties Aan het einde van 2025 zijn door enkele grote leveranciers de toe te passen prijsindexaties voor 2026 gecommuniceerd. Om reëel te begroten kan daarom voor de kosten voor deze leveranciers in de begroting 2027 het best uitgegaan worden van de werkelijke kosten over 2025, verhoogd met de daadwerkelijke prijsindexatie 2026 en de geprognotiseerde prijs overheidsconsumptie, netto materieel 2027.

Voor de overige kosten kan uitgegaan worden van werkelijk 2025 gecorrigeerd met prijs overheidsconsumptie netto materiaal 2026 en 2027. 6-2: Uitgangspunt loonkosten in begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Sabewa Zeeland moet voldoen aan de bindende arbeidsvoorwaarden conform de CAO SGO. De huidige CAO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Conform deze CAO worden de reguliere salarisschalen verhoogd met: • 1 april 2025 een loonstijging van 2%; • 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85%; • 1 januari 2026 € 35,- nominaal in de salarischalen; • 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25%; • 1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%. Uitgangspunt is dat voor de personele formatie wordt uitgegaan van 51,55 fte en dat de bijbehorende salariskosten worden geraamd op basis van de werkelijke salariskosten over 2025. Voor openstaande vacatures wordt uitgegaan van de salarisschaal volgens het functieboek en een relatief hoge periodiek vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. De werkelijke salariskosten over 2025 worden gecorrigeerd met een stijging van € 35,- nominaal voor de periode 1 januari 2026 t/m 30 juni 2026 en 1,25 % voor de periode 1 juli 2026 t/m 31 december 2026. Voor 2027 wordt nog een stijging van 2,65 % toegepast (1,6% voor de periode 1 januari 2027 t/m 31 maart 2027 volgens de CAO en 3% voor de periode 1 april 2027 t/m 31 december 2027 op basis van inschatting).

Conform de prijs overheidsconsumptie

8

beloning werknemers voor 2027 gepubliceerd in de septembercirculaire 2025 zou de stijging voor 2027 5,7% zijn, maar naar onze verwachting is 2,65% meer realistisch. Voor de medewerkers die per 31 december 2025 nog niet op het maximale van hun salarisschaal zitten wordt voor de jaren 2026 en 2027 rekening gehouden met salarisverhogingen van maximaal twee periodieken. Voor de meerjarenraming 2028-2030 zijn de begrote loonkosten voor 2027 gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers voor 2028 t/m 2030 zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2025. 6-3: Uitgangspunt exploitatiekosten in begroting 2027 Bij inkoop- en aanbesteding wordt ingezet op een juiste prijs/kwaliteitverhouding. Indien mogelijk worden afspraken gemaakt voor de te hanteren inflatie. Voor de exploitatielasten wordt als uitgangspunt genomen de werkelijke kosten over 2025 gecorrigeerd met incidentele kosten. Dit totaal per post wordt gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie netto materiaal voor 2026 ad 2,4% (of indien bekend de daadwerkelijke prijsindexatie) en voor 2027 ad 2,2%. De werkelijke kosten over 2025 worden als uitgangspunt genomen omdat deze een beter beeld geven van de huidige situatie dan de begrote kosten voor 2026.

Het beeld van de werkelijke kosten over 2025 wordt namelijk in het begin van het jaar 2026 gevormd, terwijl de begrote kosten voor 2026 in het begin van het jaar 2025 zijn bepaald. De werkelijke kosten van 2025 geven daardoor een beter beeld van de huidige situatie. Uiteraard wordt er wel rekening gehouden met eventueel verwachte mutaties voor de komende jaren. Indien er met ingang van 1 januari 2026 nieuwe overeenkomsten zijn aangegaan, wordt hiervan uitgegaan en niet van de werkelijke kosten over 2025. Voor de volgende dienstverleners zijn de prijsindexaties voor 2026 bekend en dus toegepast: Organisatie Prijsindexatie 2026 DataB drukwerk/aanslagen 2,80% DataB portokosten 2,80% XXLNC 2,30% Sim Groep 3,20% Waterschap Scheldestromen 0,00% Voor de meerjarenraming 2028-2030 zijn de begrote kosten voor 2027 gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie netto materieel voor 2028 t/m 2030 zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2025. 6-4: Samenvatting uitgangspunten en normen Bij het opstellen van de begroting 2027 worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Voor de vergelijking zijn ook de uitgangspunten van de begroting 2025 en 2026 opgenomen.

Loonkosten Exploitatiekosten (gemiddeld) Rentebaten Onvoorzien Inzet reserves

Begroting Begroting Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 2025 2026 2027 2028 2029 2030 3,68% 3,40% 2,65% 4,60% 4,30% 4,30% 2,85% 2,19% 2,55% 2,20% 2,30% 2,30% 2,85% 2,85% 1,80% 1,80% 1,80% 1,80% € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € - € 138.000 € - € - € - € -

9

2,55 % prijsindexatie van de exploitatiekosten in 2027 ten opzichte van 2026 is gebaseerd op een gemiddelde van de verschillende toegepaste prijsindexaties op alle verschillende posten in de begroting. 6-5: Geraamd begrotingsresultaat op basis geschetste uitgangspunten Op basis van de geschetste uitgangspunten is reeds een concept begroting 2027 opgesteld; deze leidt tot een deelnemersbijdrage van € 7.804.556,-. Samenvattend ziet de opbouw van de begroting 2027 er als volgt uit: Begroting 2026 Bijdrage deelnemers primaire begroting 2026 Incidentele lasten in primaire begroting 2026 1e begrotingswijziging 2026 Toename structurele lasten conform 1e begrotingswijziging 2026 Zeeuwse richtlijnen 2027 Zeeuwse richtlijn 2027, 3,3% Bijdrage deelnemers begroting 2027 voor structurele kosten conform Zeeuwse Richtlijn

€ 7.622.854 € -67.621 €

-

€ 249.323 € 7.804.556

Bijdrage deelnemers voor structurele kosten begroting 2027 Verschil

€ 7.804.556 € 0

Hieronder volgt nog een prognose van de deelnemersbijdrage per deelnemer: Bijdrage deelnemers 2027 Borsele € 456.687 Goes € 934.901 Hulst € 545.584 Kapelle € 251.819 Reimerswaal € 446.303 Sluis € 833.521 Terneuzen € 1.154.928 Tholen € 566.049 Totaal gemeenten € 5.189.791 waterschap € 2.614.764 Totaal € 7.804.556

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17079613/1