2026-06-04 IC5 - Bijlage 2 Omgevingskwaliteit Kanaalzone rapportage 2025
Tekst van het document
Omgevingskwaliteit Kanaalzone Voortgangsrapportage 2025
Voortgangsrapportage 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding .......................................................................................................................................... 3
2
Resultaten uitvoeringsprogramma 2025 ....................................................................................... 3 2.1
Communicatie via de nieuwsbrief ......................................................................................... 3
2.2
Omgevingsdag Kanaalzone 2025 ........................................................................................... 3
2.3
Financiering ........................................................................................................................... 4
2.4
Leefplekmeter........................................................................................................................ 4
2.5
Luchtmetingen ....................................................................................................................... 5
2.6
Actualisering VTH-beleid en verbreding toezichtstrategie.................................................... 6
2.7
Actualiseren vergunningen .................................................................................................... 6
2.8
Toezicht ................................................................................................................................. 7
2
Voortgangsrapportage 2025
1 Inleiding In de Kanaalzone Gent-Terneuzen komen industriële activiteiten en een drukbevaren Kanaal van Gent naar Terneuzen samen met bewoning en recreatie. Deze activiteiten kunnen invloed op elkaar hebben en zorgen soms voor hinder bij omwonenden van omliggende bedrijven. In 2019 zagen de omgevingsdiensten een forse stijging van het aantal meldingen van inwoners in het gebied tussen Sluiskil en Terneuzen. Naar aanleiding van deze meldingen hebben gemeente Terneuzen en Provincie Zeeland samen opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren. Het doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de beleving van inwoners, het inventariseren van mogelijke knelpunten ten aanzien van de omgevingskwaliteit en het aandragen van mogelijke oplossingen hiervoor. Het gaat hierbij om de beleving van de omgevingskwaliteit bij inwoners onder meer op het gebied van lucht, geur, geluid, stof, veiligheid en gezondheid. Dit onderzoek is uitgevoerd door RUD Zeeland, DCMR Milieudienst Rijnmond, GGD Zeeland, Rijkswaterstaat Zee en Delta, North Sea Port, gemeente Terneuzen en Provincie Zeeland tussen september 2020 en december 2021. Het onderzoek bevestigt dat inwoners hinder ervaren, onder andere (maar niet alleen) als gevolg van industrie, bedrijven en scheepvaart. Deze hinder is niet een gevolg van overtredingen van wet- en regelgeving, maar is vooral een gevolg van de nabijheid van functies.
In het eindrapport zijn op basis van de conclusies aanbevelingen gedaan. Op basis van deze aanbevelingen is een programma opgesteld met acties die we in 2025 uitvoerden om de beleving van de omgevingskwaliteit in de Kanaalzone te verbeteren.
2 Resultaten uitvoeringsprogramma 2025 2.1 Communicatie via de nieuwsbrief In 2025 hebben we twee nieuwsbrieven verstuurd: • •
Nieuwsbrief juni 2025 Nieuwsbrief oktober 2025
Deze nieuwsbrieven vormen een belangrijk middel om omwonenden te informeren en te betrekken bij de gezamenlijke aanpak van hinder door bedrijfsactiviteiten in de regio. Deze nieuwsbrieven hebben we ook gedeeld op de buurtapp Hoplr in de gemeente Terneuzen. Dit leverde in juni 874 views op in 3 buurten, en in september 6.927 views in de hele gemeente. Een vast onderdeel van iedere nieuwsbrief is de uitleg over hoe omwonenden hinder door bedrijven of bedrijfsactiviteiten kunnen melden. Het blijft van groot belang om hier telkens aandacht aan te besteden. Alleen wanneer omwonenden hinder daadwerkelijk melden, krijgen omgevingsdiensten zicht op de situaties waarin overlast ontstaat. Zonder meldingen blijven problemen onzichtbaar en kan er geen passende actie worden ondernomen.
2.2 Omgevingsdag Kanaalzone 2025 De Omgevingsdag Kanaalzone op 23 oktober 2025 bracht bewoners, bedrijven, overheden en andere betrokkenen samen in ’t Meulengat in Sluiskil voor een inspirerende dag vol ontmoeting en uitwisseling. Het doel van deze dag was de bewustwording te vergroten tussen burger en bedrijfsleven. Dit deden we onder meer door gezamenlijk stil te staan bij de bedrijvigheid in de Kanaalzone en de impact daarvan op de leefomgeving. Verschillende bedrijven, waaronder Heros, Ovet en Rosier waren aanwezig. Kinderen konden op een laagdrempelige manier kennismaken met hun leefomgeving. Dit was mede georganiseerd door NME Natuur en Zo, de overheden en de
3
Voortgangsrapportage 2025 genoemde bedrijven. Samen gaven zij inzicht in hun werkzaamheden en lieten zij zien hoe toezicht en samenwerking bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving. De belangstelling was groot: met circa 300 bezoekers was de dag goed bezocht. Een bijzonder onderdeel vormde het scholenproject onder begeleiding van Natuur en Zo, waarbij leerlingen van basisschool ’t Mozaïek in Sluiskil zich hadden ingezet. Hun bijdrage werd met veel enthousiasme ontvangen en onderstreepte het belang van jongeren betrekken bij de toekomst van hun omgeving. Het is de eerste keer dat we de Omgevingsdag op deze manier, dicht bij de inwoners, georganiseerd hebben en het was een groot succes. Dit kan mogelijk in de toekomst worden ingezet op een andere locatie binnen het Kanaalzonegebied.
2.3 Financiering De Provincie Zeeland en de gemeente Terneuzen financieren het uitvoeringsprogramma Kanaalzone. De benodigde middelen zijn al opgenomen in hun reguliere begrotingen. Dit betekent dat er voor de uitvoering van dit programma geen extra financiële middelen hoeven te worden vrijgemaakt. De overige partners leveren de benodigde capaciteit, kennis en expertise. Door deze structurele reservering in de begrotingen is de financiële dekking gewaarborgd en kan het programma uitgevoerd worden binnen de bestaande budgettaire kaders. Eventuele aanvullende financiering wordt alleen overwogen bij toekomstige uitbreiding van het programma of onvoorziene ontwikkelingen.
2.4 Leefplekmeter De Leefplekmeter is een instrument waarmee inwoners van een wijk in gesprek gaan over hun leefomgeving. Het is een vorm van omgevingsdialoog die helpt om verbeterpunten te signaleren, acties te formuleren en uiteindelijk een eindrapport op te stellen dat de basis vormt voor gezondheids- en leefbaarheidsmaatregelen. Het onderzoek is in mei 2025 afgerond. De belangrijkste conclusies zijn: Wat gaat goed? De Gemeente Terneuzen beschikt over een breed aanbod aan voorzieningen, zoals speelpleinen, horeca, supermarkten, bakkerijen en sportfaciliteiten. Monumenten worden goed onderhouden en delen van de gemeente, zoals Sluiskil, zijn opgeknapt. De straatverlichting in Sluiskil is in orde, er is een mooi park en een gevarieerde woonmix. Op het vlak van veiligheid zijn er actieve wijkagenten, zichtbare handhaving en sociale controle. Ook welzijnscentrum ’t Meulengat biedt uiteenlopende activiteiten voor jong en oud. Wat kan beter? In de openbare ruimte ontbreken zitbanken bij monumenten en het onderhoud van stoepen en groen laat te wensen over. Verkeerssnelheden, onder andere in de Baljuwlaan, worden niet altijd gerespecteerd en er zijn problemen met sluikstorten en fout parkeren. Er is een tekort aan betaalbare woningen en sommige flexwoningen worden niet correct gebruikt.
Grotere schepen op het kanaal veroorzaken trillingen en woonschade, terwijl de omliggende industrie zichtbare en voelbare hinder geeft in de vorm van geur, fijnstof en geluid. Ook de risico’s van ammoniakopslag bij Yara zorgen voor ongerustheid.
4
Voortgangsrapportage 2025 Concrete acties Om deze uitdagingen aan te pakken, is inzet nodig op beter onderhoud van straten, groen en stoepen, en het plaatsen van zitbanken en snelheidsremmende maatregelen. Er moet meer aandacht komen voor betaalbare huur- en koopwoningen, met speciale focus op senioren en doorstroming. Recreatief groen kan aantrekkelijker en gevarieerder worden ingericht, terwijl de industrie beter moet worden ingepast in het landschap. Voor de veiligheid zijn maatregelen zoals paaltjes in brandgangen en vuurwerktoezicht wenselijk. Daarnaast is het cruciaal om met bedrijven in gesprek te blijven over risico’s en opslag. Tot slot kan sociale cohesie versterkt worden door een langetermijnvisie voor Sluiskil, zodat het gebied aantrekkelijker wordt voor jonge gezinnen. Omgevingsdialoog Op 27 juni 2025 vondt een dialoog plaats met vertegenwoordigers vanuit overheid en bedrijfsleven: North Sea Port, VNO-NCW/PORTIZ en bedrijven die gevestigd zijn in de Kanaalzone. Ook de omgevingsdiensten DCMR en RUD Zeeland, gemeente Terneuzen en Provincie Zeeland waren aanwezig. Een belangrijk thema was de Leefplekmeter, het instrument waarmee inwoners hun omgeving beoordelen en verbeterpunten aangeven. De resultaten bieden input voor bedrijven en overheden om samen te werken aan een gezonde en veilige leefomgeving.
Ook werd gesproken over koppelingsgebieden, waar de verbinding tussen industrie, natuur en leefomgeving centraal staat. Daarnaast stond een gesprek over Vermijdings- en Reductieplannen (hierna VRP) op de agenda, onder leiding van RUD Zeeland en DCMR. Bedrijven met emissies van Zeer Zorgwekkende Stoffen moeten een VRP indienen. In dit plan moet onder meer worden opgenomen hoe bedrijven het gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen of de emissie daarvan gaan beperken. Het overleg bood ruimte voor een open dialoog met bedrijven: welke thema’s, actualiteiten en uitdagingen verdienen aandacht, en hoe kan de samenwerking verder worden versterkt? Tot slot werd vooruitgeblikt naar de Omgevingsdag 2026, waar inwoners, bedrijven en overheden opnieuw samenkomen om kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en de dialoog voort te zetten.
2.5 Luchtmetingen In het in 2024 vastgestelde Uitvoeringsprogramma Omgevingskwaliteit Kanaalzone staan drie acties benoemd die betrekking hebben op luchtmetingen in Sluiskil en het Schone Lucht Akkoord. De eerste actie betreft het continueren van de in 2021 gestarte metingen op het meetstation Sluiskil. Deze metingen zijn ook in 2025 voortgezet en uitgebreid met aanvullende metingen en analyses. De tweede actie waar invulling aan is gegeven overeenkomstig de afspraken binnen het Schone Lucht Akkoord (SLA) was het indienen van een nieuw (gemeente Terneuzen) of geactualiseerd (Provincie Zeeland) uitvoeringsplan. Dit betreft een jaarlijks terugkerende actie van deelnemers aan het SLA in het kader van monitoring op de voortgang. Als derde hebben Provincie Zeeland en gemeente Terneuzen in 2024 een gezamenlijke aanvraag ingediend voor cofinanciering op basis van de SpUk-SLA regeling. Deze cofinanciering heeft betrekking op aanvullende metingen/onderzoek naar luchtkwaliteit. In september 2024 is een positief besluit ontvangen op de aanvraag en aansluitend zijn de eerste acties in gang gezet. Al die acties staan beschreven in het document “Uitwerking § 2.8 Metingen in Sluiskil en Schone Lucht Akkoord” van het Uitvoeringsprogramma 2024 Omgevingskwaliteit Kanaalzone 5
Voortgangsrapportage 2025 Bijna alle genoemde acties zijn uitgevoerd of in gang gezet: 1. Via de nieuwsbrief is (en wordt) informatie gegeven over metingen en onderzoek; 2. De metingen op het Meetstation Sluiskil zijn voortgezet en uitgebreid met metingen black carbon (roetmonitor), en er zijn aanvullende metaalanalyses uitgevoerd op bemonsterde totaal stof filters; 3. Met behulp van modellering en aanvullende meetresultaten is brononderzoek uitgevoerd om het relatieve belang van lokale bronnen inzichtelijk te maken; 4. GGD Zeeland heeft opdracht gekregen om een onderzoek uit te voeren naar de relatie tussen luchtkwaliteit en invloed op de gezondheid. Het GGD onderzoek geeft inzicht in de luchtkwaliteit in Zeeland, de mogelijke gezondheidsgevolgen voor inwoners en de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging. Het doel is om informatie beschikbaar te stellen op lokaal niveau, gemeenten te ondersteunen in het agenderen van luchtkwaliteit én om de samenwerking tussen overheden een impuls te geven, wat kan bijdragen in een aantoonbare duurzame verbetering van de luchtkwaliteit. De enige actie waar in 2025 beperkt invulling aan is gegeven is de uitvoering van aanvullende (sensor)metingen/onderzoek waar inwoners actief betrokken bij kunnen worden (participatie).
Een oproep voor aanmelding voor geïnteresseerden heeft in de nieuwsbrief gestaan, en tijdens de Omgevingsdag 2025 was een voorbeeld van een fijnstofsensor aanwezig maar het resultaat was die dag niet vergelijkbaar met afgelopen jaar. Er is vrijwel geen respons op ontvangen. We verkennen hoe we hier in het uitvoeringsprogramma 2026 verdere invulling aan kunnen geven.
2.6 Actualisering VTH-beleid en verbreding toezichtstrategie In 2024 zijn de wensen uit het Uitvoeringsprogramma 2024 besproken met RUD Zeeland tijdens de totstandkoming over het jaarprogramma voor 2025. In dit jaarprogramma is extra capaciteit gereserveerd voor het toezicht op zogenoemde ‘stofbedrijven’ in de omgeving van Sluiskil en voor het uitvoeren van gebiedscontroles. RUD Zeeland heeft 18 gebiedscontroles uitgevoerd in de Kanaalzone. Tijdens deze onaangekondigde controles wordt gekeken of bedrijven de milieuregels naleven. Hierbij kan gedacht worden aan lucht-, geluid- en geurhinder. Inspecteurs hebben bedrijven bezocht en aspectcontroles uitgevoerd en zijn daarnaast actief uitgereden na milieuklachten. In vergelijking met voorgaande jaren zijn er relatief minder klachten ingediend. Enkele bedrijven laten uitschieters zien. De omgevingsdiensten acteren hierop door er een aandachtsdossier van te maken. Daarmee krijgt het bedrijf de aandacht die het nodig heeft.
2.7 Actualiseren vergunningen In 2025 zijn onder meer de Wabo-vergunningplichtige bedrijven geanalyseerd op de effecten van de Omgevingswet. Op basis van de verkregen inzichten is een voorlopige aanpak geformuleerd voor de betreffende bedrijven wanneer een vergunningprocedure op basis van de Omgevingswet wordt opgestart: 1. Bij elke te verlenen vergunning wordt een overzicht verstrekt van alle geldende vergunningvoorschriften (een zogenaamd geconsolideerd voorschriftenpakket); 2. De voorschriften die verouderde inzichten bevatten ambtshalve te wijzigen en/of in te trekken en tegelijkertijd; 3. De vergunningvoorschriften die geregeld zijn in het BAL in te trekken. We willen voorkomen dat deze twee laatste stappen tot aanzienlijke vertraging leiden in de vergunningprocedure waardoor nadelige gevolgen kunnen ontstaan in de economische ontwikkelingen van het bedrijf. In die situatie zullen wij een extra procedure opstarten waarmee de 6
Voortgangsrapportage 2025 vergunning ambtshalve wordt aangepast. Deze werkwijze zal nog worden ingebed in het U&Hbeleid. 2.8 Toezicht Toezicht op gemeentelijke bedrijven In 2025 is extra capaciteit vrijgemaakt voor het toezicht op gemeentelijke bedrijven, met specifieke aandacht voor de zogenaamde ‘stofbedrijven’ in de omgeving van Sluiskil en de uitvoering van gebiedscontroles. Gebiedscontroles zijn controles die gericht zijn op een specifieke wijk, regio of industriegebied, waarbij we alle relevante bedrijven of activiteiten in dat gebied systematisch ïnspecteren. In de omgeving van Sluiskil bijvoorbeeld, een gebied met een hoge concentratie aan industrie, kan een gebiedscontrole bestaan uit inspecties op luchtkwaliteit, geluidsoverlast en naleving van milieuwetgeving. Hiermee houden we niet alleen toezicht op individuele bedrijven, maar kijken we ook naar de gezamenlijke impact van meerdere bedrijven in hetzelfde gebied. De specifieke aandacht voor de ‘stofbedrijven’ en de uitvoering van gebiedscontroles is in het jaarplan van de RUD Zeeland opgenomen. In 2025 zijn de bedrijven bezocht en geïnformeerd over het eindigen van het overgangsrecht opslaan stuifgevoelige goederen (S1- S3) in niet gesloten ruimte, per 1 januari 2026. Hierbij os aangegeven dat er maatwerk aangevraagd kan worden mits inpandig opslaan niet mogelijk is.
Ook is men geïnformeerd dat er voor op- en overslag stuifgevoelige middelen een lijst van best beschikbare technieken bestaat en deze BBT ook gevolgd moet worden naast het inpandig opslaan per 2026. Toezicht op Seveso inrichtingen In het gebied Kanaalzone liggen 13 bedrijven die onder vallen onder de Seveso-richting. Deze Europese regelgeving geldt voor bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, gericht op het voorkomen van zware industriële ongevallen. Over het jaar 2025 zijn alle Seveso inrichtingen minimaal twee keer preventief geïnspecteerd. De inspecties richten zich vooral op de onderwerpen: Veiligheid (opslag gevaarlijke stoffen en procesinstallaties en Emissies (stookinstallaties, meetsystemen en dampverwerkingsinstallaties). Heros In april 2024 besteedde onderzoeksprogramma Argos in de radio- en tv-uitzending ‘Dorp onder het stof’ aandacht aan de Kanaalzone. Argos en VPRO deden onderzoek naar de overlast die bewoners van Sluiskil ervaren van de naastgelegen industrie. In de uitzending werd onder andere gesteld dat Heros moet voldoen aan nieuwe regelgeving in de vorm van een overkapping. Dertien inwoners van Sluiskil hebben na de uitzending een handhavingsverzoek ingediend bij provincie Zeeland. RUD Zeeland heeft deze verzoeken afgehandeld en afgewezen. Vervolgens heeft één inwoner bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek aangetekend.
Het bezwaarschrift is behandeld in de Commissie bezwaar & beroep. Deze commissie adviseerde Gedeputeerde Staten het bezwaar ontvankelijk, maar ongegrond te verklaren. Op verzoek van de Provincie heeft Heros een Plan van Aanpak gepresenteerd eind 2024 en de uitvoering van dit plan is in 2025 gestart. Heros heeft de tijdelijke bandenwasinstallatie in oktober 2025 vervangen voor een definitieve bandenwasinstallatie. In het eerste kwartaal van 2026 wordt de vernieuwde non-ferro installatie opgeleverd en in gebruik genomen. In oktober 2025 heeft Heros verzocht de last onder dwangsom (LOD) in te trekken. Na de oplegging van deze LOD hebben meerdere (onaangekondigde) dwangsomcontroles plaatsgevonden. Dit heeft 7
Voortgangsrapportage 2025 niet geleid tot een verbeuring. Het naleefgedrag van Heros is goed en inmiddels is bestuurlijk besloten dat dit dossier geen aandachtsdossier meer is. Cargill In 2025 ontving DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) 523 klachten uit Sluiskil en Sas van Gent die betrekken had op geluid. Het grootste deel betrof meldingen van geluidsoverlast bij Cargill. DCMR heeft daarom in opdracht van de Provincie Zeeland een geluidsonderzoek uitgevoerd. Medewerkers van DCMR hebben in maart 2025, op uitnodiging van de Provincie Zeeland, de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd. Dit gebeurde tijdens een bijeenkomst met een aantal omwonenden. Gedeputeerde Dick van der Velde was aanwezig om de resultaten te bespreken en te luisteren naar de ervaringen van de omwonenden. Uit het onderzoek blijkt dat het bedrijf Cargill voldoet aan de geldende geluidsnormen. De bewoners gaven aan dat hinderlijke geluiden vaak optreden tijdens procesverstoringen in de nacht, onderhoud in het weekend en sinds de kap van bomen. DCMR heeft geregeld contact met Cargill over de geluidmeldingen. Naar aanleiding van deze meldingen heeft het bedrijf inspectieronden uitgevoerd, maar geen bron kunnen traceren. Cargill heeft een externe geluidspecialist ingeschakeld. Deze bekijkt samen met omwonenden of een potentiële bron is te lokaliseren. Dit gebeurt met behulp van frequentie-onderzoek.
Cargill heeft omwonenden hierover geïnformeerd. Eind 2025 heeft het bedrijf aangekondigd dat een aantal activiteiten binnen de inrichting zullen stoppen. Op dit moment is nog niet te zeggen welke dit zijn en of dat invloed kan hebben op de overlast.
2.9 Walstroom In Terneuzen zijn diverse walstroomkasten geplaatst, waardoor binnenvaartschippers hun dieselgenerator kunnen uitschakelen en zo emissies en geluidsoverlast verminderen. De haven van Terneuzen maakt deel uit van North Sea Port, waar sinds 1 juli 2024 het gebruik van walstroom verplicht is voor binnenvaartschepen die aanmeren op een ligplaats met een aansluiting. Via het Zeeuws Binnenhavenoverleg en het Binnenvaartoverleg Scheldemonden stimuleren we actief het gebruik van walstroom en zetten we ons in om het aantal locaties met beschikbare aansluitingen verder uit te breiden. Deze uitbreiding past binnen de bredere duurzaamheidsambities van North Sea Port richting 2050. De genomen maatregelen laten inmiddels resultaat zien: in 2025 zijn er geen klachten binnengekomen over overlast door scheepsaggregaten.
8