2026-06-04 IC14 - Bijlage 2 - Haalbaarheidsonderzoek Stadspas Eindhoven
Tekst van het document
........................................................................................................ .................................................................................... ............................................................................................................... .................................................................................... .................................................................................. .............................................................................. ..................................................................................... .............................................. .......................... ......................................................................... ............................................................................ ........................................................................ .................................................................. ....................................... .................................................................. ................................................... ........................................................................... ...................................................................................................
............................................................................................. ........................ .......................................... ........................................... ....................................................................................... ..................................................................... .............................................................. ....................................................................... ................................................................. .............................................................................................. ...................................................
De gemeente Eindhoven heeft een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren naar de mogelijke invoering van een stadspas onder de werktitel . Aanleiding hiervoor is de wens van de gemeenteraad om te onderzoeken of een stadspas kan bijdragen aan het bevorderen van participatie van Eindhovenaren, met name op het gebied van sport, cultuur en recreatie, en daarmee aan een sociale en inclusieve stad. Dit onderzoek brengt in kaart welke varianten van een stadspas mogelijk zijn, welke behoeften leven bij inwoners en ondernemers, welke leerervaringen beschikbaar zijn uit andere gemeenten en welke beleidsmatige, organisatorische en financiële consequenties samenhangen met de verschillende keuzemogelijkheden. Beleidscontext Eindhoven kent een breed palet aan bestaande minimaregelingen en participatie-instrumenten, maar uit eerder onderzoek en signalen uit de praktijk blijkt dat deze regelingen voor inwoners vaak complex en versnipperd zijn. Dit leidt tot ondergebruik, met name bij inwoners die moeite hebben met aanvragen, overzicht missen of wantrouwen ervaren. Tegelijkertijd werkt de gemeente aan herijking van het armoede-, cultuur- en sportbeleid, waarbij inclusiviteit, toegankelijkheid en samenhang centraal staan.
Binnen deze context wordt een stadspas gezien als een mogelijk instrument om regelingen te vereenvoudigen, participatie te vergroten en verschillende beleidsdomeinen beter met elkaar te verbinden. Onderzoeksaanpak Het haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd langs drie sporen. Ten eerste zijn circa twintig stakeholders geraadpleegd, waaronder gemeentelijke beleidsmedewerkers, maatschappelijke organisaties en aanbieders op het gebied van sport en cultuur. Ten tweede is een uitgebreid behoefteonderzoek uitgevoerd onder inwoners en ondernemers, bestaande uit een representatieve enquête onder ruim 2.400 inwoners, verdiepende interviews met 29 inwoners en een enquête onder 56 ondernemers. Ten derde is een inventarisatie en verdiepende analyse uitgevoerd van stadspassen in andere Nederlandse gemeenten, waaronder zowel minimapassen als brede stadspassen. Behoeften van inwoners en ondernemers Uit het behoefteonderzoek blijkt dat het idee van een stadspas breed wordt gesteund. In totaal staat 89% van de inwoners positief tegenover het gebruik van een stadspas, mits duidelijk is wat de pas concreet oplevert. Inwoners geven aan vooral behoefte te hebben aan overzicht, eenvoud en relevante voordelen. Veelgenoemde gewenste onderdelen zijn openbaar vervoer,
culturele activiteiten, bibliotheekvoorzieningen en sport. Daarnaast komt uit interviews naar voren dat inwoners één herkenbaar kanaal missen waarin zichtbaar is wat er in de stad te doen is en welke regelingen beschikbaar zijn. Een belangrijk aandachtspunt is het voorkomen van stigmatisering. Inwoners staan positief tegenover het automatisch koppelen van regelingen aan een stadspas, maar benadrukken dat dit discreet en gelijkwaardig moet gebeuren. De pas moet er voor iedereen hetzelfde uitzien. Wat betreft prijs is de bereidheid gematigd: iets meer dan de helft van de inwoners is bereid duidelijk en tastbaar is. De voorkeur gaat uit naar een hybride vorm: een combinatie van een fysieke pas en een digitale variant. Ook ondernemers staan overwegend positief tegenover deelname, zij het onder voorwaarden. Zij zien vooral kansen in het bereiken van nieuwe doelgroepen en extra zichtbaarheid via gemeentelijke communicatie. Wel hechten zij sterk aan eenvoudige deelname, beperkte administratieve lasten en autonomie in het bepalen van hun aanbod. De rol van de gemeente als regisseur en promotor wordt daarbij als cruciaal gezien. Leerervaringen uit andere gemeenten De analyse van andere gemeenten laat zien dat stadspassen inmiddels een gangbaar instrument zijn: 30 van de 40 grootste gemeenten beschikken over een stadspas.
Er zijn grofweg twee modellen: de minimapas, gericht op inwoners met een laag inkomen, en de brede stadspas, die toegankelijk is voor alle inwoners en daarnaast ruimte biedt voor extra ondersteuning van specifieke doelgroepen. Ervaringen uit onder meer Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Almere tonen aan dat een stadspas succesvol kan zijn, mits er duidelijke beleidsdoelen zijn, het aanbod aantrekkelijk en relevant is, en de uitvoering professioneel is ingericht. Gemeenten benadrukken dat een stadspas geen eenmalig project is, maar een structureel instrument dat voortdurende aandacht en doorontwikkeling vraagt.
invoering van een brede stadspas voor alle inwoners van Eindhoven. Dit scenario sluit aan bij de behoefte om stigmatisering te voorkomen, bereikt een groot en divers publiek en kan fungeren als verbindend stedelijk instrument tussen beleidsterreinen zoals armoede, cultuur, sport en mobiliteit. Daartegenover staan hogere structurele kosten en grotere organisatorische complexiteit maar ook besparingen op het gebied van de uitvoering van de minimaregelingen en opbrengsten van de verkoop van de stadspas. Het tweede scenario is de invoering van een doelgroepenpas of minimapas, gericht op inwoners met een laag inkomen. Dit scenario is eenvoudiger te implementeren en maakt gerichte inzet van middelen mogelijk, maar kent een beperkter bereik en brengt het risico van stigmatisering met zich mee. Bovendien is deze variant minder aantrekkelijk voor ondernemers en draagt zij minder bij aan sociale cohesie. Dit voorkomt nieuwe kosten en uitvoeringslasten, maar benut niet de mogelijkheid om extra stappen te zetten richting meer samenhang en om beter aan te sluiten op de duidelijke behoefte aan overzicht, eenvoud en laagdrempelige toegang tot stedelijk aanbod.
Conclusie toekomstbestendige perspectief voor Eindhoven. Hoewel deze variant meer vraagt qua investering en organisatie, staat daar een groter bereik, bredere maatschappelijke opbrengst en sterkere samenhang in beleid tegenover. Door te kiezen voor een gefaseerde en modulaire inclusief en verbindend instrument dat inwoners ondersteunt om mee te doen aan de stad.
In het kader van de vrije motie hebben de coalitiepartijen van de gemeente Eindhoven afgesproken om de mogelijkheden voor een nieuwe Eindhovense hanteren we dan ook deze term daar waar we de stadspas voor de gemeente Eindhoven bevorderen, in elk geval op het gebied van sport, cultuur en recreatie, en daarmee bij te dragen aan een sociale stad waarin zoveel mogelijk inwoners kunnen meedoen.
Niet stigmatiserend: de stadspas is voor alle Eindhovenaren beschikbaar, ongeacht financiële situatie, zodat gebruik niet leidt tot stigmatisering. Bijdrage aan participatie: de pas is een participatiemiddel dat deelname aan sport, cultuur en recreatie concreet stimuleert. Aanvullend beleid: de pas sluit aan op en versterkt het bestaande (armoede)beleid en de inzet van partners, met ruimte om doelgroepen extra te waarderen (zoals mantelzorgers en vrijwilligers). Typisch Eindhovens aanbod: de pas bevat een herkenbaar Eindhovens aanbod, met betrokkenheid van zoveel mogelijk lokale partners en ondernemers, en kan zo ook bijdragen aan een duurzame lokale economie.
De gemeente Eindhoven heeft, mede als gevolg van de pandemie, stijgende energiekosten en inflatie, te maken met een toenemende druk op de bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen. In het bestuursakkoord is daarom vastgelegd dat onderzocht moet worden of de bestaande armoede- en minimaregelingen moeten worden herijkt of vereenvoudigd in relatie tot de levenskosten. Het onderzoek dat hierover in 2024 is uitgevoerd bevestigt dat deze vraag actueel en noodzakelijk is.
Uit zowel de Adviesnota als het Raadsvoorstel Effect & vereenvoudiging minimaregelingen komt een consistent beeld naar voren: inwoners, hulpverleners en uitvoeringsmedewerkers ervaren dat de huidige minimaregelingen vaak complex zijn, verschillende aanvraagprocedures kennen en in de communicatie onvoldoende overzicht bieden. Er is sprake van ondergebruik, waarbij inwoners regelingen mislopen omdat zij deze niet kennen, niet begrijpen of de aanvraag ervaren als te belastend. De gemeente Eindhoven concludeert dan ook dat procedures en communicatie verder vereenvoudigd dienen te worden om vindbaarheid, bereik en toegankelijkheid te vergroten. De gemeenteraad heeft bovendien kaders vastgesteld die richting geven aan de doorontwikkeling van het minimabeleid. Deze kaders richten zich op: Vereenvoudiging van procedures en betere communicatie, om het gebruik van regelingen te vergroten. Bevorderen van duurzame financiële weerbaarheid, inclusief informatie & advies en proactieve ondersteuning. Maatwerk voor inwoners die ondanks de regelingen onvoldoende bestaanszekerheid ervaren. Behoud van de hoogte en toepassing van bestaande minimaregelingen zoals de Meedoenbijdrage en de Individuele Inkomenstoeslag.
Daarnaast toont de Minima Effect Rapportage (MER) van het Nibud aan dat gemeentelijke regelingen een wezenlijke bijdrage leveren aan een positieve maandbegroting voor huishoudens met een laag inkomen. Het is daarmee van belang om deze ondersteuning niet alleen in stand te houden, maar ook toegankelijker en eenvoudiger uit te voeren. Tegelijkertijd bestaat er de ambitie om regelingen voor minima te moderniseren, beter met elkaar te verbinden en de dienstverlening meer vanuit vertrouwen vorm te geven, waarbij administratieve lasten voor inwoners worden beperkt.
Binnen deze beleidscontext kan de invoering van een brede stadspas (vergelijkbaar met de Leidse Sleutelpas, Stadspas Almere of de DordtPas) een effectief en strategisch instrument zijn om de gestelde ambities daadwerkelijk te realiseren. 1. Vereenvoudiging van procedures en communicatie Een stadspas biedt één herkenbare toegang tot verschillende minimaregelingen en gemeentelijke voorzieningen. Daarmee wordt een eind gemaakt aan de huidige versnippering,
waarbij inwoners meerdere brieven ontvangen en verschillende aanvraagprocedures moeten doorlopen. Een stadspas kan fungeren als: Uniform toegangsmiddel: één pas, één systeem, één ingang. Communicatiemiddel: via de pas en bijbehorende app of portaal kunnen inwoners gericht en eenvoudig worden geïnformeerd over regelingen waarop zij recht hebben. Inkomensbewijs: waar juridisch toegestaan kan de pas het bewijs van inkomensstatus bevatten, zodat herhaalde inkomensaanlevering vervalt. Dit sluit direct aan bij de wens om procedures eenvoudiger, begrijpelijker en minder foutgevoelig te maken, zoals benadrukt in de adviesnota. 2. Vergroting van bereik en vindbaarheid Het onderzoek van zowel Eindhoven als andere gemeenten toont aan dat ondergebruik van regelingen vaak ontstaat doordat inwoners de regelingen niet kennen of de administratieve lasten te hoog zijn. Een stadspas verlaagt deze drempels. De ervaringen uit andere gemeentes laten zien dat een pas participatie stimuleert, doordat korting en toegang automatisch verwerkt worden en inwoners niet telkens nieuwe aanvragen hoeven te doen. Hiermee ondersteunt de stadspas de Eindhovense beleidsambitie om iedereen in staat te stellen mee te doen, in het bijzonder minima die zelfstandig minder goed hun weg vinden in het aanbod. 3.
Ondersteuning van duurzame financiële weerbaarheid Een stadspas kan bijdragen aan financiële weerbaarheid door: automatisch toegang te bieden tot sport, cultuur en maatschappelijke voorzieningen; budgetten gericht toe te kennen aan specifieke groepen (bijvoorbeeld kinderen, jongeren of ouderen); inwoners te ondersteunen in het maken van gezonde keuzes, doordat activiteiten laagdrempelig en betaalbaar worden. Deze instrumentele inzet draagt bij aan de bredere gemeentelijke ambitie om inwoners structureel perspectief te bieden op een stabieler financieel en sociaal bestaan. 4. Versterking van samenhang met partners De pas biedt de mogelijkheid om ondersteuning van partners zoals Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Volwassenenfonds te integreren. Door gebruik te maken van één infrastructuur ontstaat voor inwoners een overzichtelijke keten van ondersteuning, terwijl administratieve lasten dalen. In het Leidse voorbeeld wordt dit expliciet genoemd als een belangrijk voordeel van een stadspas, zowel voor inwoners als voor partners in de uitvoering.
5. Versterken van autonomie en waardigheid van inwoners De Eindhovense Meedoenbijdrage wordt gewaardeerd omdat deze inwoners zelf keuzes laat maken. Een stadspas kan dit principe versterken door het sociale basisaanbod op het gebied van armoede te koppelen aan de pas, waarmee inwoners zelf bepalen hoe en wanneer zij deze besteden. Het raadsvoorstel benadrukt dat deze autonomie belangrijk is voor de waardigheid en het zelfvertrouwen van inwoners met een laag inkomen. Wanneer ervoor gekozen zou worden om ook het bedrag van de meedoenbijdrage zelf te koppelen, dan kan dat tot een beperking in vrije besteedbaarheid leiden, en daarmee tot een mogelijke afname van ervaren autonomie.
De gemeente Eindhoven werkt aan een herijking van haar cultuurbeleid voor de periode 2025 2028, zoals verwoord in de concept Cultuurbrief en onderbouwd door de Cultuurscan. In deze documenten wordt cultuur nadrukkelijk gepositioneerd als een publieke voorziening die bijdraagt aan brede maatschappelijke doelstellingen, waaronder inclusiviteit, kansengelijkheid, talentontwikkeling en leefbaarheid in de stad. Cultuur is daarmee niet uitsluitend een doel op zich, maar ook een middel om maatschappelijke participatie en sociale samenhang te versterken. Uit de Cultuurscan blijkt dat Eindhoven beschikt over een rijk en divers cultureel aanbod, maar dat de toegankelijkheid hiervan ongelijk verdeeld is. Met name inwoners met een lager inkomen nemen aantoonbaar minder deel aan culturele activiteiten. Financiële drempels, beperkte bekendheid met het aanbod en praktische belemmeringen spelen hierin een belangrijke rol. Deze constatering sluit aan bij landelijke en lokale signalen dat cultuurparticipatie niet vanzelfsprekend is voor alle groepen, terwijl de positieve effecten van cultuur op welzijn, gezondheid en maatschappelijke betrokkenheid juist voor deze groepen groot kunnen zijn. De Cultuurbrief benadrukt daarom het belang van een inclusieve culturele infrastructuur, waarin zoveel mogelijk Eindhovenaren kunnen meedoen, ongeacht sociaaleconomische positie.
Een belangrijk uitgangspunt hierbij is het verlagen van drempels tot cultuurdeelname en het beter verbinden van cultuurbeleid met andere domeinen, zoals armoedebeleid, welzijn en onderwijs. Dit vraagt niet alleen om programmering en subsidies, maar ook om effectieve instrumenten die inwoners daadwerkelijk in staat stellen om gebruik te maken van het culturele aanbod.
De stadspas als instrument binnen het cultuurbeleid Binnen deze beleidscontext kan de invoering van een stadspas een ondersteunende en versterkende rol spelen voor het Eindhovense cultuurbeleid. Een stadspas kan fungeren als praktisch instrument om cultuurdeelname voor inwoners met een laag inkomen structureel toegankelijker te maken, zonder dat dit leidt tot versnippering of extra administratieve lasten. Ten eerste kan een stadspas bijdragen aan het verlagen van financiële drempels. Door middel van korting, gratis toegang of een persoonlijk cultuur- of participatiebudget op de pas wordt cultuurbezoek betaalbaar voor groepen die hier anders van afzien. Dit sluit aan bij de beleidsambitie om cultuur niet exclusief te laten zijn, maar breed toegankelijk voor alle inwoners. Ten tweede vergroot een stadspas de zichtbaarheid en vindbaarheid van het culturele aanbod. Door cultuurinstellingen, evenementen en activiteiten te bundelen binnen één herkenbaar systeem ontstaat overzicht voor inwoners. Dit is met name relevant voor doelgroepen die minder vanzelfsprekend hun weg vinden in het culturele landschap van de stad. Ervaringen uit andere gemeenten laten zien dat een pas niet alleen financiële, maar ook cognitieve drempels verlaagt: inwoners weten beter wat er te doen is en waar zij recht op hebben.
Daarnaast biedt een stadspas kansen om cultuurbeleid sterker te verbinden met het sociaal domein. Door cultuur expliciet onderdeel te maken van bredere participatie- en meedoenregelingen wordt cultuurdeelname genormaliseerd als onderdeel van dagelijks leven, te werken en beleidsdoelen op het gebied van bestaanszekerheid, welzijn en participatie in samenhang te realiseren. Tot slot kan een stadspas bijdragen aan de relatie tussen gemeente en culturele partners. Voor culturele instellingen biedt de pas een laagdrempelige manier om nieuw publiek te bereiken, terwijl de gemeente via één instrument inzicht krijgt in gebruik, bereik en effecten van cultuurdeelname. Dit kan helpen bij het verder onderbouwen en bijsturen van cultuurbeleid. Relatie met bestaande instrumenten en voorbeelden Ervaringen met een stadspas bij andere gemeenten laten zien dat een stadspas effectief kan functioneren als schakel tussen cultuurbeleid en armoedebeleid. Cultuur wordt expliciet ingezet als middel om maatschappelijke doelen te bereiken, waaronder het bevorderen van participatie van inwoners in armoede. De stadspas wordt daarbij gezien als een aanvullend instrument naast bestaande fondsen, zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Volwassenenfonds, en niet als vervanging daarvan
Ook in Eindhoven sluit deze gedachte aan bij de huidige beleidsrichting. De stadspas kan bestaande regelingen en subsidies ondersteunen en versterken, door ze voor inwoners toegankelijker en overzichtelijker te maken. Daarmee draagt de pas bij aan de uitvoering van het cultuurbeleid, zonder afbreuk te doen aan de rol van bestaande fondsen of instellingen. Binnen de beleidsambities van de gemeente Eindhoven om cultuur toegankelijk, inclusief en maatschappelijk relevant te maken, kan een stadspas worden gezien als een logisch en ondersteunend instrument. De pas sluit aan bij de doelstellingen uit de Cultuurbrief en Cultuurscan om drempels te verlagen, participatie te vergroten en cultuur sterker te verbinden met het sociaal domein. In combinatie met bestaand armoede- en participatiebeleid kan de stadspas bijdragen aan een samenhangende aanpak waarin cultuur voor alle Eindhovenaren bereikbaar wordt, ongeacht inkomen of achtergrond.
De gemeente Eindhoven voert een sport- en beweegbeleid dat gericht is op het vergroten van sport- en beweegdeelname onder alle inwoners, met specifieke aandacht voor groepen bij wie deelname minder vanzelfsprekend is. In dit beleid staan toegankelijkheid, inclusie en het wegnemen van drempels centraal, waarbij sport en bewegen nadrukkelijk worden gezien als middel om gezondheid, welzijn en sociale verbondenheid te versterken. Daarnaast is er aandacht voor het versterken van het sportaanbod in de stad, onder meer via ondersteuning van sportverenigingen en het stimuleren van laagdrempelige sport- en beweegmogelijkheden in de wijk en openbare ruimte. Binnen deze beleidscontext kan de invoering van een stadspas een ondersteunende rol vervullen, doordat de pas inwoners in staat stelt eenvoudiger en vaker gebruik te maken van sport- en beweegvoorzieningen. Een belangrijk mechanisme daarbij is het verlagen van financiële drempels. Deelname aan sport brengt voor inwoners kosten met zich mee, zoals contributie, lesgeld, entreegelden en soms materialen. Voor huishoudens met beperkte financiële ruimte kan dit leiden tot uitstel of afzien van deelname.
Door sportvoorzieningen, sportactiviteiten en (waar relevant) sportgerelateerde producten onderdeel te maken van het aanbod van de stadspas, wordt deelname betaalbaarder en wordt de kans vergroot dat inwoners daadwerkelijk aansluiten bij sportaanbieders of deelnemen aan georganiseerde activiteiten. Naast financiële drempels spelen ook praktische en informatieve drempels een rol. Inwoners ervaren het sport- en beweegaanbod niet altijd als overzichtelijk, terwijl juist overzicht en eenvoud bepalend zijn voor gebruik. Een stadspas kan hierin een organiserende functie hebben door sportaanbod te bundelen binnen één herkenbaar systeem, aangevuld met een digitaal en/of fysiek kanaal waarin zichtbaar wordt welke mogelijkheden er zijn en hoe daarvan gebruik
kan worden gemaakt. Daarmee kan de pas bijdragen aan de vindbaarheid van sport- en beweegmogelijkheden en kan deelname worden gestimuleerd, ook bij inwoners die minder vanzelfsprekend hun weg vinden naar sportaanbod. De stadspas sluit bovendien aan bij de wens om stigmatisering te voorkomen. Wanneer de pas beschikbaar is voor alle Eindhovenaren, kan extra ondersteuning voor inwoners met een lager inkomen onzichtbaar worden ingebed in één pas die breed wordt gebruikt. Dit vergroot de kans dat juist inwoners voor wie de financiële drempel het meest knellend is, daadwerkelijk gebruikmaken van de ondersteuning. Deze gelijkwaardige vormgeving past bij de uitgangspunten die in het haalbaarheidsonderzoek worden benoemd, waarin discretie en gelijkwaardigheid belangrijke randvoorwaarden zijn voor draagvlak en gebruik. Tot slot kan een stadspas ook bijdragen aan de positie van sportaanbieders en sportverenigingen. Wanneer de pas leidt tot extra deelname, kan dit positief uitwerken op het bereik en de continuïteit van aanbieders. Voor aanbieders is het daarbij van belang dat deelname eenvoudig is, dat de administratieve lasten beperkt blijven en dat er helderheid is over voorwaarden en eventuele compensatie.
In combinatie met gerichte communicatie en een herkenbare propositie kan de stadspas zich ontwikkelen tot een praktisch uitvoeringsinstrument dat de sport- en beweegambities van Eindhoven ondersteunt en concretiseert.
In het kader van het haalbaarheidsonderzoek naar een mogelijke stadspas in Eindhoven is gekeken naar de praktijk in de veertig grootste gemeenten van Nederland. Uit deze inventarisatie blijkt dat het concept van een stadspas inmiddels breed is ingebed: 30 van de 40 grootste gemeenten beschikken over een stadspas. Tegelijkertijd bestaan er duidelijke verschillen in doelgroep, ambitie en inrichting. Van de gemeenten met een stadspas kiest ongeveer twee derde voor een minimapas (gericht op inwoners met een laag inkomen), terwijl 10 gemeenten een brede stadspas hanteren die (in meer of mindere mate) beschikbaar is voor een grotere groep inwoners en daarnaast vaak ook als stedelijk instrument voor participatie, binding en profilering wordt gebruikt. De inventarisatie laat zien dat er in Nederland grofweg twee ontwikkelpaden bestaan. Het eerste pad is dat van de minimapas: laagdrempelig, helder afgebakend qua doelgroep, relatief voorspelbaar in kosten en vaak sterk gekoppeld aan armoede- en minimabeleid. Het tweede pad is dat van de brede stadspas: een instrument met meer beleidsambitie, dat naast inkomensondersteuning ook kan bijdragen aan sociale inclusie, cultuur- en sportparticipatie, stadsmarketing en het versterken van verbinding met de stad.
Dit tweede pad vraagt doorgaans om meer sturing op governance, aanbodontwikkeling en financiële beheersing, omdat de pas in aanbieders en doelen.
Een aantal gemeenten springt eruit doordat de stadspas daar al langer bestaat of juist in een nieuwe fase terechtkomt. Rotterdam is een voorbeeld van een gemeente waar een stadspas al enkele tientallen jaren lange doorlooptijd laat zien dat een pas duurzaam kan zijn, mits er continu aandacht is voor doorontwikkeling: het aanbod moet blijven aansluiten bij de stad, de uitvoering moet robuust zijn en het
instrument moet meebewegen met beleidsprioriteiten (zoals jeugd, gezondheid, participatie en atie en vernieuwing vraagt. In -Hertogenbosch wordt op korte termijn een brede stadspas geïntroduceerd. Deze ontwikkeling past bij een trend waarin gemeenten de pas nadrukkelijker positioneren als stedelijk instrument: niet alleen om minima te bereiken, maar ook om grotere groepen inwoners te activeren en om deelname aan sport, cultuur en ontmoeting te stimuleren. Voor Eindhoven is dit relevant omdat het laat zien dat ook gemeenten zonder lange pas-traditie de stap naar n draagvlak ontstaat over doelgroep, doelen en financiële kaders. In Almere is het besluit door de gemeenteraad gegaan dat er een brede stadspas komt. Dit soort besluitvorming is leerzaam omdat het zichtbaar maakt dat een brede stadspas vaak vraagt om expliciete politieke keuzes. Wanneer een pas breder wordt, verschuift de discussie meestal de gemeente bereiken, welke maatschappelijke effecten worden beoogd, en welke belangrijk is om vooraf scherp te maken welke doelen prioriteit hebben (bijvoorbeeld participatie en toegankelijkheid) en hoe succes gemeten gaat worden. In Leiden komt de Leidse Sleutelpas.
De Leidse benadering is interessant omdat daarin nadrukkelijk wordt gekeken naar de rol van de pas als platform: een pas kan een herkenbaar stedelijk merk worden waarmee inwoners snel de weg vinden naar aanbod, regelingen en activiteiten. Tegelijkertijd maakt deze casus duidelijk dat goede voorbereiding essentieel is: partners moeten tijdig worden betrokken, het aanbod moet aantrekkelijk en passend zijn voor en ingericht om teleurstelling bij inwoners en aanbieders te voorkomen. Dordrecht is een recent en relevant voorbeeld doordat daar al enkele jaren een brede stadspas bestaat en deze als succesvol wordt beschouwd. De Dordtpas laat zien dat een pas kan werken wanneer de meerwaarde voor inwoners concreet en herkenbaar is en wanneer het aanbod voldoende breed en aantrekkelijk is. Wat opvalt in de Dordtse aanpak is het belang van samenwerking met aanbieders en het actief communiceren van voordelen: een pas krijgt pas betekenis als inwoners hem daadwerkelijk gebruiken en als aanbieders de pas zien als kans (bijvoorbeeld voor bereik, maatschappelijk profiel of nieuwe doelgroepen) in plaats van als administratieve last. Daarnaast is het leerzaam om te kijken naar een nabij voorbeeld in de regio, namelijk Helmond.
In de verkenning rond de Helmondpas komt duidelijk naar voren dat de stap naar een pas vooral vraagt om scherpe keuzes: welke doelgroep staat centraal, welk type voordelen wordt aangeboden (korting, tegoed, gratis activiteiten, bundeling van regelingen), en hoe wordt de em waarin uitvoering, privacy, samenwerking met aanbieders en communicatie met inwoners betrouwbaar en eenduidig zijn.
De praktijk in andere gemeenten laat zien dat een stadspas het meest kansrijk is wanneer vanaf het begin helder is welk probleem of welke beleidsopgave ermee wordt ondersteund. Zonder die scherpte ontstaat het risico dat de pas een verzameling losse voordelen wordt, waardoor de kosten toenemen terwijl het maatschappelijke effect moeilijk aantoonbaar blijft. Gemeenten met succesvolle passen hebben meestal een duidelijke kern: óf een minimapas met focus op bestaanszekerheid en toegankelijkheid, óf een brede pas met expliciete participatie- en verbindingsdoelen, gekoppeld aan sturing op aanbod en partnerschappen. Een tweede les is dat de pas niet alleen een product is, maar ook een organisatievraagstuk. Een brede pas vraagt vrijwel altijd om actieve regie: afspraken met aanbieders, kwaliteitsbewaking, doorontwikkeling van het aanbod, afhandeling van vragen en klachten, en structurele monitoring van gebruik. Gemeenten die dit goed organiseren, zorgen ervoor dat aanbieders niet afhaken en dat inwoners de pas als betrouwbaar en eenvoudig ervaren. In de voorbeelden komt terug dat het succes voor een belangrijk deel afha systemen, processen, duidelijke rollen en een stabiele uitvoeringsstructuur. Een derde les is dat een stadspas pas echt effect heeft wanneer de voordelen aansluiten op het dagelijks leven van inwoners.
Inwoners gebruiken een pas vaker als er herkenbare, concrete en relevante voordelen zijn (bijvoorbeeld sport, cultuur, dagjes uit, lokale voorzieningen, en laagdrempelige activiteiten in de wijk). Als het aanbod te beperkt is of onvoldoende aantrekkelijk, blijft gebruik achter en ontstaat het risico dat de pas als symboolpolitiek wordt gezien. De Dordtse ervaring onderstreept dat het cruciaal is om aanbod motiveert. Tot slot blijkt uit de ontwikkelingen in onder meer Den Bosch, Almere en Leiden dat de introductie van een (brede) stadspas vaak een moment van beleidskeuze primair een instrument voor minima, of ook een breder stadsinstrument? En als het breder wordt, hoe wordt voorkomen dat de pas financieel onbeheersbaar wordt of dat de kern (bereik van kwetsbare groepen) verwatert? Gemeenten die dit goed aanpakken, maken vooraf (zoals bereik per doelgroep, gebruiksfrequentie, type aanbod, tevredenheid en budgetontwikkeling).
De inventarisatie laat zien dat Eindhoven niet in een leegte hoeft te ontwerpen: de meeste grote gemeenten hebben al ervaring met een stadspas, en er is een duidelijke trend zichtbaar naar doorontwikkeling en verbreding. De meest relevante leerpunten zijn dat een stadspas alleen duurzaam en succesvol kan worden wanneer (1) de doelen en doelgroep scherp zijn, (2) de uitvoering professioneel is ingericht, (3) het aanbod aantrekkelijk en relevant is, en (4) er structureel wordt gemonitord en bijgestuurd. De voorbeelden van Rotterdam (lange traditie), Den Bosch en Almere (keuze voor breed), Leiden (nieuwe pas in ontwikkeling) en Dordrecht (succesvolle brede pas) bieden Eindhoven concrete aanknopingspunten om zowel ambitie als beheersbaarheid vanaf de start goed te balanceren.
Eindhoven staat voor de opgave om een groeiende, diverse en internationale stad te zijn waarin iedereen kan meedoen. De stad ontwikkelt zich economisch snel, maar die groei gaat niet voor alle inwoners vanzelf gepaard met gelijke kansen om deel te nemen aan sport, cultuur, sociale activiteiten of het stedelijk leven in bredere zin. Tegelijkertijd verandert de manier waarop inwoners verwachten dat de gemeente hen ondersteunt: minder versnipperde regelingen, meer overzicht, eenvoud en toegankelijkheid. In dat licht vormt de invoering van een brede stadspas een kansrijk scenario. Een brede stadspas is in de kern een pas die toegankelijk is voor alle inwoners van Eindhoven. Zij biedt voordelen op uiteenlopende terreinen, zoals sport, cultuur, bibliotheek, evenementen, mobiliteit en lokale voorzieningen. De pas is niet uitsluitend gericht op inwoners met een laag inkomen, maar heeft een universeel karakter, waarbij binnen dat brede kader wel ruimte bestaat voor extra ondersteuning van specifieke doelgroepen. Juist deze opzet maakt de brede stadspas wezenlijk anders dan een traditionele minimapas en vormt tegelijk haar belangrijkste kracht. Uit het behoefteonderzoek onder Eindhovense inwoners komt duidelijk naar voren dat de behoefte aan een stadspas breed gedragen wordt, mits deze duidelijk, betaalbaar en eenvoudig is.
Inwoners geven aan dat zij het huidige aanbod aan voorzieningen en activiteiten vaak als versnipperd ervaren. Zij missen een centraal overzicht en ervaren drempels om deel te nemen, niet alleen financieel, maar ook praktisch en informatief. Jongeren zoeken voordeel op mobiliteit,
sport en uitgaan, werkenden hechten waarde aan overzicht en praktische voordelen voor henzelf en hun gezin, terwijl ouderen vooral eenvoud, nabijheid en betaalbaarheid benadrukken. Een brede stadspas kan al deze behoeften samenbrengen in één herkenbaar instrument. Een belangrijk argument voor dit scenario is het voorkomen van stigmatisering. Bij een pas die uitsluitend is bedoeld voor lage inkomens, bestaat het risico dat inwoners zich bekeken voelen of afzien van gebruik. Een brede stadspas doorbreekt dit mechanism worden ingebed in een pas die door alle Eindhovenaren wordt gebruikt. Daarmee wordt niet alleen het bereik vergroot, maar ook de effectiviteit van ondersteunend beleid. De meerwaarde van de brede stadspas reikt verder dan het sociale domein alleen. De pas kan fungeren als een verbindend stedelijk instrument dat beleidsterreinen samenbrengt die nu vaak los van elkaar opereren. Door sport, cultuur, mobiliteit en lokale voorzieningen te koppelen, versterkt de pas de onderlinge samenhang. Mobiliteit blijkt hierbij ook een cruciale factor: zonder betaalbaar en toegankelijk vervoer blijven veel voorzieningen buiten bereik. Door mobiliteit expliciet onderdeel te maken van de stadspas, wordt de impact van andere voorzieningen vergroot. Ook voor ondernemers en instellingen biedt de brede stadspas perspectief.
Ondernemers staan overwegend positief tegenover deelname, mits de pas hen daadwerkelijk helpt om nieuwe doelgroepen te bereiken en de administratieve lasten beperkt blijven. De stadspas kan bijdragen aan extra zichtbaarheid, klantstromen en omzet, terwijl zij tegelijkertijd de maatschappelijke betrokkenheid van ondernemers zichtbaar maakt. Daarmee wordt de stadspas niet alleen een sociaal instrument, maar ook een impuls voor de lokale economie en het stedelijk netwerk. Vanuit bestuurlijk en organisatorisch perspectief vraagt een brede stadspas om een duidelijke positionering. De pas is geen los project, maar een structureel instrument dat langdurige inzet vereist. Dat betekent heldere governance, centrale regie en actief relatiemanagement met aanbieders en partners. De stadspas is geen statisch product, maar een dynamisch platform dat meebeweegt met veranderende behoeften en beleidsprioriteiten. Een gefaseerde invoering, waarbij gestart wordt met een helder kernpakket en ruimte blijft voor uitbreiding, helpt om complexiteit te beheersen en verwachtingen realistisch te houden. Financieel gezien vraagt de brede stadspas om structurele investeringen, zowel in uitvoering als in communicatie. Deze investeringen liggen hoger dan bij een smalle minimapas, maar daar staat tegenover dat het bereik groter is en de maatschappelijke opbrengsten breder.
Bovendien biedt een brede stadspas mogelijkheden om bestaande middelen slimmer te bundelen en samenwerking met partners te intensiveren. De baten van de pas zijn niet uitsluitend financieel te meten, maar uiten zich ook in hogere participatie, preventieve gezondheidswinst en een sterker gevoel van verbondenheid met de stad. Samenvattend kan de brede stadspas worden gezien als een stedelijk instrument dat past bij het karakter en de ambities van Eindhoven. Zij ondersteunt inwoners in het meedoen aan de stad, verlaagt drempels zonder te stigmatiseren en verbindt sociaal, cultureel en economisch beleid. De keuze voor dit scenario betekent investeren in een herkenbaar, inclusief en toekomstgericht fundament, waarin niet de doelgroep centraal staat, maar de stad als geheel.
Voor- en nadelen van de brede stadspas Voordelen Voorkomt stigmatisering Doordat de stadspas toegankelijk is voor alle inwoners, wordt voorkomen dat gebruikers zich gelabeld of beoordeeld voelen op basis van hun inkomenspositie. Extra ondersteuning voor specifieke doelgroepen kan onzichtbaar worden ingebed, waardoor de drempel tot gebruik lager is. Groot bereik en brede participatie De pas bereikt een brede groep inwoners, waaronder ook middeninkomens en inwoners met tijdelijke financiële druk. Hierdoor stimuleert de stadspas niet alleen deelname van kwetsbare groepen, maar ook bredere maatschappelijke participatie. Sterke bijdrage aan sociale cohesie Omdat verschillende groepen dezelfde pas gebruiken, draagt de stadspas bij aan ontmoeting, gedeeld gebruik van voorzieningen en een inclusieve stadscultuur. Dit versterkt het gevoel dat Aantrekkelijk voor ondernemers en aanbieders Het grotere bereik maakt deelname interessanter voor ondernemers, culturele instellingen en sportaanbieders. De stadspas kan bijdragen aan extra zichtbaarheid, nieuwe doelgroepen en aanvullende omzet. Centraal en herkenbaar stedelijk instrument De brede stadspas kan fungeren als één herkenbaar platform voor stedelijk aanbod, kortingen en informatie. Dit vergroot het overzicht voor inwoners en vermindert versnippering van communicatie en voorzieningen.
Flexibel en toekomstbestendig De pas is modulair uit te breiden met nieuwe functies en beleidsdoelen, zoals mobiliteit, evenementen of aanvullende regelingen. Hierdoor kan de stadspas meebewegen met veranderende behoeften en ambities. Koppelkansen met ander beleid De brede opzet maakt het mogelijk om meerdere beleidsdomeinen te verbinden, zoals sport, cultuur, welzijn, mobiliteit en economie. Dit vergroot de samenhang in het gemeentelijk beleid.
Positieve beeldvorming van de stad Een brede stadspas draagt bij aan het imago van Eindhoven als toegankelijke, sociale en innovatieve stad die investeert in meedoen voor alle inwoners.
Nadelen Hogere structurele kosten Een brede stadspas vraagt om substantiële en structurele investeringen in organisatie, ICT, communicatie en relatiemanagement. Deze kosten liggen doorgaans hoger dan bij een minimapas. Grotere organisatorische complexiteit De brede doelgroep en het diverse aanbod maken de pas organisatorisch en technisch complexer. Zonder duidelijke keuzes en governance bestaat het risico op versnippering en inefficiëntie. Risico op onduidelijke propositie Wanneer het aanbod te breed of te diffuus wordt, kan voor inwoners onduidelijk zijn wat de stadspas concreet oplevert. Dit kan leiden tot lager gebruik of teleurstelling. Minder scherpe doelgroepsturing Omdat de pas niet exclusief is gericht op lage inkomens, is de inzet van middelen minder precies te sturen op één specifieke doelgroep. Dit vraagt om aanvullende keuzes om kwetsbare groepen voldoende te blijven ondersteunen. Hoge verwachtingen bij inwoners en ondernemers Een brede stadspas kan hoge verwachtingen oproepen over voordelen, kortingen en functionaliteiten. Als deze verwachtingen niet waargemaakt worden, kan dit het draagvlak ondermijnen. Afhankelijkheid van actieve communicatie Het succes van de pas staat of valt met continue en gerichte communicatie. Zonder actieve promotie en uitleg bestaat het risico dat inwoners het aanbod niet kennen of benutten.
Langere implementatietijd Door de omvang en ambitie van de brede stadspas vergt de invoering meer tijd dan bij een minimapas, zeker wanneer gekozen wordt voor een gefaseerde aanpak.
Naast de brede stadspas kan Eindhoven ook kiezen voor een meer gerichte variant: de minimapas, ook wel aangeduid als doelgroepenpas. Dit type pas richt zich expliciet op inwoners met een laag inkomen of een kwetsbare financiële positie. De pas is in de regel alleen beschikbaar voor inwoners die voldoen aan vooraf vastgestelde criteria, meestal gekoppeld aan een inkomensgrens (bijvoorbeeld tot 120% van het sociaal minimum). De minimapas heeft als primaire doel het verlagen van financiële drempels voor deelname aan sport, cultuur en sociale activiteiten. De gedachte achter dit scenario is dat gemeentelijke middelen zo gericht mogelijk worden ingezet voor inwoners die deze ondersteuning het hardst nodig hebben. In die zin sluit de minimapas sterk aan bij het klassieke armoedebeleid en bij bestaande minimaregelingen. In gemeenten waar een minimapas wordt gebruikt, fungeert deze vaak als een praktisch instrument waarmee kortingen, tegoeden of vergoedingen eenvoudig kunnen worden aangeboden. De pas kan bijvoorbeeld toegang geven tot sportverenigingen, culturele instellingen, bibliotheken of specifieke activiteiten voor kinderen en gezinnen. Soms wordt de pas ook g maken binnen een vooraf afgebakend aanbod. De kracht van de minimapas ligt in haar focus en eenvoud. Doordat de doelgroep duidelijk is afgebakend, is helder waarvoor de pas bedoeld is en welk beleidsdoel zij dient.
De pas kan relatief snel worden ingevoerd en sluit goed aan op bestaande inkomensregelingen en uitvoeringsstructuren. Voor beleidsmakers biedt dit scenario overzicht en controle: middelen worden doelgericht ingezet en de effecten zijn vaak goed te monitoren. Tegelijkertijd kent dit scenario ook duidelijke beperkingen. Doordat de pas uitsluitend is bedoeld voor een specifieke doelgroep, bestaat het risico dat gebruik als stigmatiserend wordt ervaren. maken van de pas. Uit ervaringen in andere gemeenten en uit het Eindhovense behoefteonderzoek blijkt dat dit voor sommige inwoners een reden kan zijn om af te zien van gebruik, ook wanneer zij er wel recht op hebben. Daarnaast is het bereik van een minimapas per definitie beperkt. Inwoners met een middeninkomen, die eveneens drempels ervaren bij deelname aan sport of cultuur, vallen buiten de boot. Daarmee blijft de minimapas vooral een instrument voor inkomensondersteuning, en minder een middel om brede stedelijke participatie en sociale
cohesie te bevorderen. Ook voor ondernemers en aanbieders is de aantrekkelijkheid vaak kleiner, omdat de doelgroep beperkt is en deelname minder bijdraagt aan zichtbaarheid of klantenbinding. De minimapas vraagt bovendien om duidelijke keuzes over afbakening en toegang. Inkomensgrenzen moeten worden vastgesteld en periodiek gecontroleerd, wat administratieve lasten met zich meebrengt. Tegelijkertijd kan de pas sterk afhankelijk worden van landelijke of gemeentelijke beleidswijzigingen in het armoedebeleid, waardoor zij minder flexibel is als instrument op de langere termijn.
Voordelen Gerichte inzet van middelen De pas richt zich specifiek op inwoners met een laag inkomen, waardoor gemeentelijke middelen doelmatig en efficiënt kunnen worden ingezet. Sterke aansluiting op bestaand armoedebeleid De minimapas past goed binnen bestaande structuren van inkomensondersteuning en minimaregelingen en kan deze vereenvoudigen of bundelen. Relatief eenvoudige implementatie Door de beperkte doelgroep en duidelijke focus is de minimapas organisatorisch en technisch vaak eenvoudiger te realiseren dan een brede stadspas. Duidelijk beleidsdoel Het doel van de pas is helder: het verlagen van financiële drempels voor participatie van kwetsbare inwoners. Goede meetbaarheid Effecten en gebruik zijn goed te monitoren, omdat de doelgroep en het aanbod duidelijk zijn afgebakend. Nadelen Risico op stigmatisering Doordat de pas expliciet is gekoppeld aan een lage inkomenspositie, kunnen inwoners drempels ervaren om de pas te gebruiken. Beperkt bereik Inwoners met een middeninkomen of tijdelijke financiële krapte vallen buiten de doelgroep, terwijl zij ook drempels ervaren bij deelname. Minder aantrekkelijk voor ondernemers Het beperkte bereik maakt deelname minder interessant voor ondernemers, wat het aanbod en de diversiteit kan beperken.
Versnippering blijft bestaan De minimapas is vaak aanvullend op bestaande regelingen, waardoor het risico bestaat dat het instrumentarium alsnog complex blijft.
Beperkte bijdrage aan sociale cohesie Omdat de pas niet universeel is, draagt zij minder bij aan ontmoeting en gedeeld gebruik van stedelijke voorzieningen. Minder toekomstbestendig De pas is sterk gekoppeld aan inkomenscriteria en armoedebeleid en biedt minder ruimte om door te groeien tot een breder stedelijk platform.
doelgroepen-/minimapas) is ook het scenario onderzocht waarin Eindhoven afziet van de invoering van een stadspas. Dit scenario vraagt om een expliciete beleidsmatige afweging, omdat het niet invoeren van een stadspas niet betekent dat de ambities op het gebied van participatie, inclusie en toegankelijkheid worden losgelaten. Een eerste belangrijke overweging betreft de kosten en doelmatigheid. De invoering en het beheer van een stadspas brengen structurele en incidentele kosten met zich mee, onder andere voor ICT, uitvoering, communicatie en relatiemanagement. Ervaringen uit andere gemeenten laten zien dat deze kosten aanzienlijk kunnen zijn, terwijl het gebruik en de maatschappelijke opbrengsten onzeker zijn. Hierdoor is niet op voorhand vast te stellen of de baten opwegen tegen de benodigde investeringen. Daarnaast is sprake van overlap met bestaand beleid en bestaande regelingen. Eindhoven beschikt reeds over een uitgebreid stelsel aan minimaregelingen en participatie-instrumenten. Een stadspas kan deels dezelfde doelen bedienen, wat kan leiden tot versnippering, extra administratieve lasten en onduidelijkheid voor inwoners. In plaats van een nieuw instrument kan worden ingezet op het verbeteren, vereenvoudigen en beter ontsluiten van bestaande voorzieningen. Een derde overweging is het bereik van de primaire doelgroep.
In de praktijk blijkt dat juist de meest kwetsbare groepen zoals inwoners met beperkte digitale vaardigheden of een laag vertrouwen in de overheid niet altijd optimaal gebruikmaken van een stadspas. Tegelijkertijd bestaat het risico dat vooral inwoners die al actief participeren en over meer middelen beschikken, relatief meer voordeel behalen, met name bij een brede stadspas. Verder bestaat het risico op schijninclusiviteit. Een stadspas kan zichtbaar bijdragen aan het beeld van een inclusieve stad, maar dit betekent niet automatisch dat de pas leidt tot meer participatie onder inwoners die drempels ervaren. Wanneer het aanbod vooral aantrekkelijk is voor inwoners die al deelnemen aan sportieve en culturele activiteiten, blijft de daadwerkelijke impact op kansengelijkheid beperkt. Ook de organisatorische en uitvoeringslast speelt een rol. De invoering en instandhouding van een stadspas vragen om structurele inzet van capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie.
Deze inzet gaat ten koste van andere beleidsprioriteiten en vraagt langdurige aandacht voor beheer, monitoring en afstemming met partners. Daarnaast is de stadspas in sterke mate afhankelijk van externe aanbieders, zoals ondernemers en instellingen. De bereidheid van deze partijen om deel te nemen en korting te bieden is niet vanzelfsprekend en kan gepaard gaan met voorwaarden, wat de complexiteit en kosten verder vergroot. De gemeentelijke regie op aanbod en kwaliteit is hierbij beperkt. Tot slot zijn er privacy- en datavraagstukken. Een stadspas raakt aan gevoelige persoonsgegevens, waaronder inkomensgegevens. Het borgen van privacy en het voldoen aan wet- en regelgeving vergt zorgvuldige inrichting en aanvullende investeringen, wat als risico kan worden meegewogen. Gelet op deze overwegingen kan het scenario zonder stadspas worden gezien als een bewuste beleidskeuze, waarbij wordt ingezet op het versterken van bestaande regelingen en alternatieve instrumenten om participatie en toegankelijkheid te bevorderen, in plaats van het introduceren van een nieuw en complex beleidsinstrument.
De gemeente Eindhoven staat voor de keuze hoe zij participatie, inclusie en toegankelijkheid brede stadspas voor alle inwoners, (2) een doelgroepenpas/minimapas en (3) het niet invoeren betekenis. Scenario 1: de brede stadspas sluit aan bij het karakter en de toekomstambities van Eindhoven als groeiende, diverse en internationale stad. De pas is toegankelijk voor alle inwoners en combineert voordelen op het gebied van sport, cultuur, ontmoeting en in latere fases mobiliteit voor specifieke doelgroepen onzichtbaar worden ingebed. Daarmee voorkomt dit scenario stigmatisering en vergroot het de kans dat ook inwoners die nu drempels ervaren daadwerkelijk gebruikmaken van voorzieningen. Bovendien fungeert de stadspas als verbindend stedelijk instrument: zij brengt verschillende beleidsdomeinen samen en biedt inwoners één herkenbaar en overzichtelijk toegangspunt. De modulaire opbouw maakt het mogelijk om bestuurlijk beheersbaar te starten en de pas stapsgewijs uit te bouwen, waarbij politieke en financiële keuzes gefaseerd kunnen worden gemaakt. Scenario 2: de minimapas is primair gericht op inwoners met een laag inkomen en sluit sterk aan bij traditioneel armoedebeleid. Het voordeel van dit scenario is de gerichte inzet van middelen en de relatief eenvoudige implementatie. Tegelijkertijd is het bereik beperkt en bestaat het risico op stigmatisering.
Uit het behoefteonderzoek blijkt dat juist dit aspect inwoners kan weerhouden van gebruik. Daarnaast draagt een minimapas minder bij aan sociale cohesie en is zij voor ondernemers en aanbieders minder aantrekkelijk vanwege de kleine en afgebakende doelgroep. Daarmee blijft dit scenario vooral een instrument voor inkomensondersteuning, en minder een middel om brede stedelijke participatie te stimuleren.
Scenario 3: geen stadspas betekent dat Eindhoven inzet op het verbeteren van bestaande regelingen in plaats van het introduceren van een nieuw instrument. Dit scenario voorkomt nieuwe investeringen en uitvoeringslasten maar laat tegelijkertijd kansen liggen. De huidige versnippering van regelingen blijft bestaan en een herkenbaar, integraal stedelijk instrument ontbreekt. Bovendien wordt geen antwoord gegeven op de duidelijke behoefte van inwoners aan overzicht, eenvoud en laagdrempelige toegang tot stedelijk aanbod. Dit scenario is daarmee defensief van aard en minder passend bij de ambitie om participatie en inclusie structureel te versterken.
In dit afsluitende hoofdstuk wordt een eerste indicatie van de kosten en mogelijke opbrengsten omschreven die samenhangen met de invoering van de Stadspas Eindhoven. Daarbij past wel een duidelijke kanttekening: voor zover kosteninformatie van andere gemeenten beschikbaar is, blijkt die sterk uiteen te lopen. Dat verschil hangt samen met de vele inrichtingskeuzes die bij een stadspas gemaakt kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan het type pas, de afbakening van de primaire doelgroep, het al dan niet werken met persoonlijke tegoeden, de organisatorische vorm (zelf uitvoeren of uitbesteden), het aanbod voor pashouders, het daadwerkelijk gebruik, de hoogte van vergoedingen aan aangesloten aanbieders, enzovoort. Om die reden is het op dit moment niet mogelijk om een gedetailleerd beeld te geven van de kosten en de eventuele opbrengsten.
Voor de implementatie en het gebruik van de Stadspas Eindhoven moeten de benodigde voorzieningen worden ingericht. Binnen de investeringen kan onderscheid worden gemaakt tussen drie kostencategorieën: eenmalige inrichtingskosten, jaarlijks terugkerende vaste kosten en jaarlijkse variabele kosten.
Onder eenmalige inrichtingskosten worden de kosten verstaan die gemaakt moeten worden voordat de Stadspas Eindhoven operationeel kan worden en inwoners de pas kunnen aanvragen en gebruiken. Bij de raming is uitgegaan van uitbesteding van de inrichting (en uitvoering) aan een gespecialiseerde dienstverlener. Voor de inrichting van de pas dienen de volgende diensten te worden ingekocht: de inrichting van het passysteem, inclusief een digitaal platform (onder meer voor het bekendmaken van het aanbod aan pashouders) en een transactieplatform; optioneel: de inrichting van een sociaal partnerportaal (indien wordt besloten voorzieningen van partners zoals Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport en Cultuur te koppelen aan de Stadspas Eindhoven) en/of het beheer van gemeentelijke middelen (ten behoeve van de uitbetaling van vergoedingen aan aanbieders voor kortingen); aanbodmanagement voor de werving van de eerste 50 tot 100 aanbieders. Zoals eerder aangegeven is een gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig aanbod essentieel voor het succes van de pas; het ontwikkelen van een introductiecampagne voor het eerste jaar, waaronder bijvoorbeeld het ontwerpen van een huisstijl en het ontwikkelen van online en offline communicatiemiddelen. De kosten voor de inkoop van bovenstaande diensten (exclusief de opties) worden geraamd op circa 175.000 tot 215.000 (excl. btw).
Voor eventuele opties komt daar nog 15.000 tot 25.000 bij.
Naast de eenmalige inrichtingskosten vormen de jaarlijkse vaste kosten een tweede kostenpost. Dit betreft kosten die onafhankelijk zijn van de omvang van het aanbod dat op de pas wordt geplaatst, het aantal pashouders en het gebruik van de pas. Ook bij deze kosten gaat het enerzijds om de inkoop van specialistische diensten en anderzijds om gemeentelijk uitvoeringscapaciteit. Binnen de inhuur van specialistische diensten kunnen de volgende kostensoorten worden onderscheiden: licentiekosten voor het gebruik van de centrale applicatie en het transactieplatform; optioneel: uitvoering van het sociaal partnerportaal (zie hiervoor), beheer van gemeentelijke gelden (zie hiervoor), het uitvoeren van inkomenstoetsen en andere vormen van backofficeactiviteiten; uitvoering van een publiciteits-/communicatiecampagne. Zoals eerder aangegeven is hiervoor veel inzet nodig om het gebruik van de pas op gang te brengen en te behouden. De kosten voor de inkoop van bovenstaande diensten worden exclusief de opties geraamd op circa 240 260.000 (excl. btw). De eventuele aanvullende kosten voor de verschillende opties worden geraamd op circa 100.000 (excl. btw). Ook tijdens de uitvoering van de Stadspas Eindhoven is personele capaciteit aan gemeentelijke zijde noodzakelijk. De benodigde inzet hangt mede af van het type Stadspas dat wordt gekozen.
Omdat het passysteem automatische rapportages genereert over bestedingen en afrekeningen met aanbieders geautomatiseerd verlopen, ligt de inzet van klantenservice, interne voortgangscoördinatie, implementatie van vernieuwingen (zoals het aansluiten van nieuwe regelingen), onderhoud van contacten met de leverancier/beheerder van het passysteem, budgetbeheer, interne verantwoording en bij samenwerking afstemming met buurgemeenten. Afhankelijk van het type pas is hiervoor 1 tot 3 FTE voor nodig. Per FTE Daarnaast wordt rekening gehouden met ondersteunende administratieve capaciteit (dit kan ook worden uitbesteed binnen de specialistische dienstverlening; dit valt bij de opties onder backoffice-activiteiten). jaarbasis opgenomen.
Kostenpost
Indicatieve kosten (excl. btw)
Inrichting passysteem en digitaal platform Optionele modules (o.a. sociaal partnerportaal, beheer gemeentelijke middelen) Externe projectmanager (1,0 fte, 1 jaar) Totaal eenmalige inrichtingskosten
Jaarlijkse vaste kosten De jaarlijkse vaste kosten betreffen kosten die structureel terugkeren en grotendeels onafhankelijk zijn van het aantal pashouders en het daadwerkelijke gebruik van de pas. Kostenpost Licentie passysteem en transactieplatform Optionele diensten (o.a. backoffice, partnerportaal, inkomenstoetsen) Gemeentelijke uitvoeringscapaciteit (1 Ondersteunende administratieve capaciteit Totaal jaarlijkse vaste kosten
Indicatieve kosten per jaar (excl. btw)
Jaarlijkse variabele kosten
Indicatieve kosten per jaar (excl. btw) Druk, personalisatie en verzending fysieke passen 20.000 Verlengingscampagnes Aanbodmanagement (afhankelijk van aantal aanbieders) Vergoedingen voor kortingsacties en persoonlijke budgetten Totaal jaarlijkse variabele kosten Kostenpost