CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-05-20 - Bijlage 1 - TAM-op Hfdst 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor NSP) Motivering

gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen TAM Westkade Sas van Gent24.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

46

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Verschillende werkzaamheden binnen het project kunnen vergunning- of meldingsplichtig zijn, waaronder tijdelijke grondwateronttrekkingen, werken binnen de kernzone van de waterkering, lozing van grondwater en het versneld afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater. North Sea Port zal zorgdragen voor tijdige beoordeling en aanvraag van de benodigde vergunningen op basis van het definitieve ontwerp. Afstemming met alle relevante waterbeheerders blijft noodzakelijk om te waarborgen dat de aanleg en exploitatie van het kantoorpand voldoet aan geldende regelgeving en afspraken en om negatieve effecten op waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid te voorkomen. Door deze aandachtspunten tijdig te adresseren kan de ontwikkeling plaatsvinden binnen de kaders van het waterbeheer en de geldende weten regelgeving.

6.3

Verkeer en parkeren

Ten behoeve van de realisatie van het kantoorpand is een verkeerstoets opgesteld (zie Bijlage 6). Het ontwikkelen van een bestaande of nieuwe locatie vraagt naast een goede ruimtelijke afweging over functie, vormgeving en inpassing, ook om het in beeld brengen van de verkeerseffecten. Bij een nieuwe ontwikkeling voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het omgevingsplan, is het van belang dat de effecten van de ontwikkeling voor verkeer goed worden onderbouwd. De onderbouwing van de verkeersaspecten speelt mee bij de beoordeling van het plan/initiatief. Hierbinnen ligt nadruk op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Wegenstructuur Het wijzigingsgebied sluit direct aan de op de verbindingsweg tussen Sas van Gent en Zelzate, genaamd de N252 (NL)/N474 (BE). Op het Nederlandse gedeelte (N252) geldt een maximumsnelheid van 80 km/u terwijl op aan de Belgische zijde een maximumsnelheid van 70 km/u geldt. Uit gegevens van de provincie Zeeland blijkt dat er dagelijks 3.795 motorvoertuigen per werkdag rijden op deze verbindingsweg. Openbaar vervoer Het wijzigingsgebied is in de huidige situatie niet goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het wijzigingsgebied is qua openbaar vervoer enkel te bereiken via een busverbinding.

Het dichtsbijzijnste treinstation gelegen is in Goes op een afstand van circa 45 kilometer. Het wijzigingsgebied ligt op 1,7 kilometer afstand van de dichtsbijzijnste bushalte La Boursse (NL). Een afstand die circa 20 minuten lopen bedraagt. Deze bushalte wordt aangedaan door lijn 6 (Zelzate Klein Rusland - Busstation Terneuzen, 1x/u). Langzaam verkeer Voor een duurzaam bereikbaar bedrijventerrein is van belang dat het wijzigingsgebied goed bereikbaar is voor langzaam verkeer en met name de fietser. Aan Nederlandse zijde is het wijzigingsgebied goed te bereiken aangezien er een vrijliggend fietspad ligt (twee richtingen). Kernen zoals Sas van Gent, Westdorpe en Terneuzen liggen op een fietsafstand van maximaal 15 kilometer. Hulpdiensten Het wijzigingsgebied is van meerdere kanten aan te rijden door hulpdiensten. De bereikbaarheid van het wijzigingsgebied voor nood- en hulpdiensten is dan ook goed. Parkeren

47

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

In de toekomstige situatie dienen er voldoende parkeergelegenheden gerealiseerd te worden voor zowel auto's als fietsers. De parkeerbehoefte voor beide modaliteiten is inzichtelijk gemaakt door middel van verschillende uitgangspunten (zie Bijlage 6). Op basis van de uitgangspunten is voor auto's een parkeerbehoefte geconstateerd van minimaal 128 parkeerplekken. In het ontwerp worden minimaal 185 parkeerplekken voorzien. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm. Met betrekking tot fietsparkeerplekken dienen er minimaal 183 parkeerplekken gerealiseerd te worden. Van het aantal te realiseren fietsparkeerplekken dienen er minimaal acht fietsparkeerplekken openbaar toegankelijk te zijn. In het ontwerp wordt hiermee rekening gehouden. Verkeersafwikkelingen en verkeersintensiteiten Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de kencijfers van CROW (bron: Parkeerkencijfers 2024) gehanteerd en is op basis van expert judgement een verdeling van de verkeersgeneratie gemaakt. De omrekenfactor om van bruto naar netto oppervlakte van een kantoorpand te komen is x1,33. De totale netto oppervlakte van het kantoorpand bedraagt 5.000 m2 b.v.o. De kencijfers zijn gehanteerd voor een 'buitengebied', in verkeerskundige zin. Met de komst van het kantoorpand vinden op basis van berekening 583 verkeers- bewegingen per werkdag plaats; per weekdag betreft het 438 verkeersbewegingen.

In onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten in de huidige situatie en de autonome situatie 2030 per werkdag weergegeven.

Verkeersintensiteiten autonome en plansituatie

De gemiddelde toekomstige stijging in het aantal verkeersbewegingen is op basis van expert judgement gekenmerkt als acceptabel. De toename zal naar verwachting niet voor problemen zorgen ten aanzien van verkeersveiligheid en/of verkeersafwikkelingen. Relatie met het omgevingsplan De totale verkeersgeneratie van de realisatie van het nieuwe kantoorpand van North Sea Port bedraagt 583 mvt/werkdag. Dit zorgt voor een toename van verkeer op de N252. Alle wegen op het omliggende wegennet zijn echter dusdanig ingericht dat deze de toename van de verkeersintensiteiten kunnen verwerken. Alle parkeerplaatsen worden gerealiseerd op het eigen terrein van North Sea Port en voldoen ruimschoots aan de gestelde parkeernorm.

6.4

Bodem

Ten behoeve van het voornemen is een voorafgaand bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 7). Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen binnen het voorgenomen wijzigingsgebied voor het nieuwe kantoorpand van North Sea Port. Het bodemonderzoek uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase is er een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN, 2023). In de tweede fase is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd

48

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

conform de NEN5740+C1 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, NEN, november 2024). Milieuhygiënisch vooronderzoek Het wijzigingsgebied betreft tot de jaren 60 in de vorige eeuw een agrarische polder totdat de polder eind jaren 60 werd opgehoogd en er een verbreding en verdieping plaatsvond van het kanaal Gent Terneuzen. Dit leidde tot een aanzienlijke verandering in het landschap. Daaropvolgend werd in 1968 het voormalige douanekantoor gebouwd, wat de eerste stap was in de transformatie naar een meer stedelijk gebied. Op dit moment is het onderzoeksgebied in gebruik als bedrijfsterrein, weg (inclusief bermen) en parkeergelegenheid. Het voormalige douanekantoor is nog steeds aanwezig. Bij het raadplegen van de gebruikte bronnen zijn historische relevante gegevens naar voren gekomen die van belang zijn voor het verrichten van het bodemonderzoek. Zo zijn er een drietal relevante bodembedreigende activiteiten geconstateerd: (Ondergrondse) dieseltank: verdacht op minerale olie en vluchtige aromaten; (Ondergrondse) benzinetank: verdacht op vluchtige aromaten en MTBE; (Ondergrondse) brandstoftank: verdacht op minerale olie en vluchtige aromaten.

Nader onderzoek naar deze activiteiten laat zien dat er in het gebied sprake is van een grondverontreiniging (1,7 - 4,5 m-mv) met minerale olie en PAK boven interventiewaarde bodemkwaliteit. Op basis van de beschikbare informatie en de beoogde herontwikkeling wordt de locatie als 'verdacht' aangemerkt met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van PFAS, maar gelet op de diffuse belasting van de bovengrond wordt geadviseerd PFAS nogmaals te onderzoeken in het verkennend bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Op 6, 7 en 11 maart 2025 hebben er terreinverkenningen plaatsgevonden. Tijdens deze terreinverkenningen zijn er binnen het onderzoeksgebied grondboringen (inclusief het plaatsen van peilbuizen) uitgevoerd. Deze gegevens zijn later in het laboratorium onderzocht. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. In het onderzoek is een grondverontreiniging met minerale olie en PAK boven de interventiewaarde bodemkwaliteit aangetroffen, op een diepte van 1,7 tot 4,5 meter onder maaiveld. In het huidige onderzoek zijn geen gehalten boven de interventiewaarde gemeten, wat suggereert dat de omvang van de verontreiniging niet veel groter is dan in het verleden.

Wel zijn verhoogde gehalten aan minerale olie en PAK in de kleimonsters tussen 2,00 en 3,50 meter onder maaiveld gemeten. Mengmonsters met puin en baksteen tonen licht verhoogde gehalten. In het grondwater is in één peilbuis een concentratie aan PAK boven de signaleringsparameter aangetroffen, mogelijk overschat door kleiige bodemdeeltjes. Relatie met het omgevingsplan Over het algemeen worden er geen overschrijdingen van de interventiewaarden van de bodemkwaliteit aangetoond. Wel wordt geadviseerd om het grondwater opnieuw te bemonsteren omdat er een verhoogde troebelheid is gemeten, wat kan duiden op de aanwezigheid van fijne gronddeeltjes waar de PAK aan gehecht kunnen zijn.

49

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

6.4.1

Aanvullend grondwateronderzoek

Aanvullend aan het bodemonderzoek is voor de voorgenomen ontwikkeling een aanvullend grondwateronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8). Dit onderzoek richt zich op het vaststellen van de aard en omvang van mogelijke verontreinigingen. De resultaten dienen als basis voor risicobeoordeling en het bepalen van eventuele vervolgstappen in het kader van bodembeheer. Onderzoek Het nader grondwateronderzoek is opgedeeld in twee locaties. Op deellocatie A (peilbuis 101) dient aangetoond te worden in hoeverre er fijne gronddeeltjes aanwezig zijn waar PAK zich aan kan hechten, waarbij er op deellocatie B (peilbuis 201) een analyse uitgevoerd dient te worden naar de aanwezigheid van MTBE. Daarom zijn er op deze twee locaties twee bestaande peilbuizen bemonsterd. Om op deellocatie A een zo nauwkeurig mogelijk beeld te verkrijgen over de daadwerkelijke concentratie PAK in het grondwater, zijn twee verschillende soorten grondwatermonsters genomen: één gefilterd en één ongefilterd. Op deze manier wordt onderscheid gemaakt tussen PAK's die opgelost zijn in het water en PAK's die zich hechten aan fijne bodemdeeltjes. Uit peilbuis 201 is één ongefilterd grondwatermonster genomen. Uit de resultaten is gebleken dat in het ongefilterde monster van peilbuis 101 opnieuw een overschrijding van de signaleringsparameter voor PAK is aangetroffen.

Dit bevestigt dat de PAK-verontreiniging in het grondwater beïnvloed wordt door de aanwezigheid van fijne gronddeeltjes waaraan PAK kan hechten. In het gefiltreerde monster is geen PAK aangetoond. Daarnaast is in peilbuis 201 geen MTBE aangetoond.

Toetsingsresultaten grondwater

Relatie met het omgevingsplan De resultaten tonen aan dat er geen sprake is van een verontreiniging met PAK in het grondwater. Dit betekent dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor het uitvoeren van de voorgenomen realisatie van het nieuwe kantoorpand.

6.5

Geluid

Het nieuwe kantoorgebouw ligt aan de provinciale weg N252, langs het Kanaal Gent - Terneuzen met een industriehaven ten oosten van de kern Sluiskil en in de geluidzone van de industrieterreinen Poelen Ghellinckpolder. Een kantoor is geen geluidgevoelig gebouw. Dit betekent dat het geluid van buiten niet getoetst hoeft te worden op de gevels van een kantoor. Ook aan de geluidwering van de gevels zijn geen geluidseisen gesteld (paragraaf 4.3.1 van het Bbl stelt geen geluidseisen aan geluid van buiten op gevels van kantoorgebouwen en ook niet aan de geluidwering van gevels van kantoorgebouwen). Dat betekent dat vanuit de Omgevingswet in het algemeen geen geluidseisen gelden voor kantoorgebouwen.

6.6

Luchtkwaliteit

Omgevingswaarden Artikel 2.15 van de Omgevingswet schrijft voor dat omgevingswaarden vastgesteld worden om de

50

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

gezondheid en het milieu te beschermen, de veiligheid te waarborgen en natuurlijke hulpbronnen te beheren. Deze omgevingswaarden zijn vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de AMvB waarin de omgevingswaarden van het Rijk vastgelegd zijn. Het gaat onder meer om omgevingswaarden voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2.5), lood, ozon en gevaarlijke stoffen. Deze omgevingswaarden zijn terug te vinden in met name artikelen 2.1 tot en met 2.8 van het Bkl en gelden als maximaal toelaatbare concentratie. De omgevingswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof zijn opgenomen in de volgende tabel.

Aandachtsgebieden In enkele regio's in Nederland is de jaargemiddelde concentratie luchtverontreinigende stoffen nog hoog. In deze regio's worden omgevingswaarden soms overschreden, of liggen de concentraties dicht bij de omgevingswaarden waardoor nieuwe projecten kunnen leiden tot overschrijding van de omgevingswaarden. De overheid heeft deze regio's aangewezen als aandachtsgebieden. Binnen deze aandachtsgebieden moeten projecten getoetst worden aan de omgevingswaarden en vindt monitoring van de luchtkwaliteit plaats. Er is onderscheid gemaakt in: Aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijn stof; en Aandachtsgebieden voor alleen fijn stof. Het wijzigingsgebied is niet gelegen binnen een aandachtsgebied. Schone Lucht Akkoord (SLA) Op 1 augustus 2009 werd het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. In het NSL werkten de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om tijdig (binnen de verkregen derogatietermijn) te voldoen aan de Europese normen voor stikstofdioxide en fijn stof. Na afloop van de derogatietermijn, liep het NSL door om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het NSL vervallen en vervangen door het Schone Lucht Akkoord (SLA).

Het SLA ging al op 13 januari 2020 van start en is op 31 december 2023 reeds ondertekend door de Rijksoverheid (vertegenwoordigd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), alle twaalf Nederlandse provincies en 101 gemeenten. Het doel van het SLA is om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren en gezondheidswinst te bereiken van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Sinds 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit. Deze monitoring gebeurt sinds 1 januari 2024 in het kader van de Omgevingswet, als opvolging van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). CIMLK ondersteunt ook de monitoring voor het Schone Lucht Akkoord. Besluit Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)

51

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Wanneer het pand van North Sea Port in gebruik wordt genomen zal lokaal een toename optreden van verkeer. Dit verkeer zal voor een toename zorgen van luchtverontreinigende stoffen in de lucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), omdat deze stoffen het dichtst bij de vigerende omgevingswaarden (van de Omgevingswet) liggen. Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarden voor deze stoffen, zal ook voldaan worden aan de grenswaarden voor andere luchtverontreinigende stoffen. Wanneer een project 'Niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de concentraties NO2 en PM10, vervalt toetsing aan de grenswaarden. Een project draagt NIBM bij wanneer de toename als gevolg van het project op toetslocaties lager is dan 1,2 µg/m3 NO2 en PM10. Voor kleine projecten is een tool ontwikkeld om eenvoudig te kunnen toetsen of een project NIBM bijdraagt. Deze tool, de NIBM-tool van lnfomil, rekent conform Standaardrekenmethode 1, met een aantal worstcase aannames. PM10- en PM2,5-concentraties zijn sterk gerelateerd. In de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is opgenomen dat, uitgaande van de huidige kennis over emissies en concentraties van PM10 en PM2,5, kan worden gesteld dat wanneer aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de norm voor PM2,5 wordt voldaan.

Daarmee is de kans zeer klein dat de norm voor PM2,5 wordt overschreden op locaties waar de PM10-norm wordt gehaald. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat in het kader van onderliggend project uitgangspunt is dat de conclusies voor PM10 ook gelden voor PM2,5. Een berekening met de NIBM tool laat zien dat de realisatie van onderliggend project 'Niet in betekenende mate' bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de berekening blijkt dat door onderliggende ontwikkeling een maximale bijdrage van 0,59 µg/m3 NO2 en een maximale toename van 0,07 µg/m3 PM10 is te verwachten. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de grens van 1,2 µg/m3 NO2 en PM10. Bij de berekeningen is uitgegaan van het totaal aantal verkeersbewegingen opgesteld door Arcadis (zie paragraaf 6.3). De berekening heeft plaatsgevonden voor de maximale toename in verkeer die te verwachten is na realisatie en in gebruikname van het kantoorpand. Deze maximale toename (ten opzichte van de autonome situatie) bedraagt 438 motorvoertuigen per etmaal met een aandeel zwaar vrachtverkeer van 12%. Met deze gegevens is middels de NIBM-tool een worst-case berekening uitgevoerd voor het jaar 2027.

52

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Relatie met het omgevingsplan Vanuit het vigerende wettelijk kader is voor het onderliggende plan toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit niet verplicht, de planlocatie is niet gesitueerd binnen een vastgesteld aandachtsgebied voor NO2 en PM10. Wel heeft er - vanwege het aandeel extra verkeer - een berekening met de NIMB-tool plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat er geen verslechtering zal ontstaan in de luchtkwaliteit. Nadere toetsing is daarmee niet noodzakelijk. Er gelden vanuit het aspect luchtkwaliteit dan ook geen belemmeringen tegen de realisatie van het kantoorpand.

6.7

Milieuzonering

De Omgevingswet stimuleert een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Daarbij worden ruimtelijke thema's en milieuthema's verder geïntegreerd. Op gemeentelijk niveau vindt deze integratie vooral plaats in het omgevingsplan. Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij is milieuzonering één van de te beschouwen aspecten. Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Een gezonde en veilige leefomgeving voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, zoals woningen. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van woningen en andere milieugevoelige gebouwen. Milieuzonering wordt enerzijds toegepast met het oog op de bescherming van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds met het oog op het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving.

Aan de hand van de recent verschenen handreiking van de VNG 'Activiteiten en milieuzonering' (oktober 2024) is het mogelijk om regels, in het bijzonder voor geluid en geur, in het omgevingsplan op te nemen die voorzien in een rechtstreekse toelating van milieuhinderlijke (bedrijfs-) activiteiten, zodat bij realisatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De handreiking is gericht op de volgende soorten gebieden: bedrijventerreinen, andere werkterreinen (niet zijnde bedrijventerrein) en woongebieden. Onder andere werkterreinen worden terrein verstaan die in hoofdzaak zijn gericht op de toelating van publieksgerichte activiteiten/functies. Daartoe behoren ook kantoorlocaties. Onder een milieuhinderlijke activiteit wordt in deze handreiking verstaan: een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder. Ook aan locaties toegedeelde activiteiten (anders dan wonen) die trillinghinder, stofhinder, veiligheidsrisico's of lichthinder kunnen veroorzaken zijn milieuhinderlijke activiteiten. Relatie met het omgevingsplan De meest nabijgelegen woning ligt op ca. 70 meter van het nieuwe kantoorpand.

Gelet op het feit dat een kantoorpand een gebruikelijke functie in stedelijk gebied is, kan worden gesteld dat het nieuwe kantoorpand geen overlast oplevert voor de nabijgelegen woningen. Dit wordt ook bevestigd door de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) waarin aan kantoorfuncties milieucategorie 1 wordt toegekend met een grootste richtafstand van 10 meter tot gevoelige bestemmingen. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan.

6.8

Omgevingsveiligheid

Voor het voornemen is een onderzoek naar omgevingsveiligheid uitgevoerd (zie Bijlage 9). Het onderzoek naar omgevingsveiligheid is opgesteld omdat het voornemen een kwetsbaar gebouw betreft. Het doel van dit onderzoek omgevingsveiligheid is het inventariseren van de milieubelastende activiteiten in de omgeving van de beoogde locatie van het kantoorpand en het kwalitatief beschouwen van de effecten van het voornemen op omgevingsveiligheid.

53

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Inventarisatievan milieubelastende activiteiten In de omgeving van het nieuwe kantoorpand is sprake van de volgende milieubelastende activiteiten: een milieubelastende activiteit die valt onder deel A.7 van Bijlage VII van het Bkl (opslaan van propaan of propeen in opslagtanks); milieubelastende activiteiten die vallen onder deel C van Bijlage VII van het Bkl (basisnet); ‘milieubelastende activiteiten’ die in Nederland zouden vallen onder deel D.1 van Bijlage VII van het Bkl (windturbine); een ‘milieubelastende activiteit’ die in Nederland zou vallen onder deel E.6 van Bijlage VII van het Bkl (Seveso-inrichting). De milieubelastende activiteit die valt onder deel A.7 van Bijlage VII van het Bkl betreft het opslaan van propeen in opslagtanks bij een particulier ter hoogte van Spiegellaan 5 (ten noordwesten van het nieuwe kantoor). De kleinste afstand tussen het nieuwe kantoorpand en deze particulier is ongeveer 680 meter. De milieubelastende activiteit die valt onder deel C van Bijlage VII van het Bkl (basisnet) betreft het kanaal Gent - Terneuzen (ten oosten van het nieuwe kantoorpand) en de route 180 Zelzate (BE) - Sas van Gent' (ten westen van het nieuwe kantoorpand). De kleinste afstand tussen het nieuwe kantoorpand en het Kanaal Gent - Terneuzen bedraagt 0 meter. De kleinste afstand tussen het nieuwe kantoor en route 180 is ongeveer 10 meter.

Om eventuele verwarring te voorkomen, wordt opgemerkt dat de goederenspoorlijn op Nederlands grondgebied in de Regeling basisnet is aangeduid als route 180, terwijl in de Atlas Leefomgeving dezelfde spoorlijn wordt weergegeven als route 315. In deze motivering wordt deze route aangemerkt als route 180. De milieubelastende activiteiten die in Nederland zouden vallen onder deel D.1 van Bijlage VII van het Bkl (windturbine) betreft twee windturbines: één ten noordoosten en één ten oosten van de locatie van het nieuwe kantoorpand. De kleinste afstand tussen het nieuwe kantoor en de windturbine ten noordoosten van het nieuwe kantoor is ongeveer 340 meter. De kleinste afstand tussen het nieuwe kantoor en de windturbine ten oosten van het nieuwe kantoor is ongeveer 650 meter. De milieubelastende activiteiten die in Nederland zouden vallen onder deel E.6 van Bijlage VII van het Bkl (Seveso-inrichting) betreft een bedrijf ter hoogte van Vredekaai 18. De kleinste afstand tussen het nieuwe kantoor en Rain Carbon bv is circa 330 meter. Kwalitatieve beschouwing van effecten van het voornemen op omgevingsveiligheid Opslaan van propaan of propeen in opslagtanks De milieubelastende activiteit die valt onder deel A.7 van Bijlage VII van het Bkl heeft PR 10-6 per jaar contouren. Het nieuwe kantoorpand ligt buiten deze PR 10-6 per jaar contouren.

Wat betreft de milieubelastende activiteit die valt onder deel A.7 van Bijlage VII van het Bkl wordt voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van het Bkl. Tevens heeft deze milieubelastende activiteit een brandaandachtsgebied (zie Bijlage VII van het Bkl) en een explosieaandachtsgebied (zie Bijlage VII van het Bkl). Het nieuwe kantoorpand ligt buiten het brandaandachtsgebied en buiten het explosieaandachtsgebied. Er is geen gifwolkaandachtsgebied. Wat betreft de milieubelastende activiteiten die vallen onder deel A.7 van Bijlage VII van het Bkl heeft het voornemen geen effecten op omgevingsveiligheid. Basisnet Voor basisnetroutes zijn de afstanden tot de plaatsgebonden risicocontouren vastgelegd in de Regeling basisnet (Rbn). Voor een basisnet binnenvaartroute worden conform de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) en de Rbn de afstanden tot de plaatsgebonden risicocontouren gemeten vanaf het midden van het binnenwater (het midden tussen de begrenzing van de vaarweg of de oever). Conform de Rbn heeft het kanaal Gent - Terneuzen een PR 10-6 per jaar contour van 0 meter. Het nieuwe kantoorpand ligt buiten de PR 10-6 per jaar contour van het Kanaal Gent – Terneuzen. Wat betreft het Kanaal Gent – Terneuzen wordt er voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van het Bkl.

54

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Conform Bijlage VII van het Bkl heeft het Kanaal Gent – Terneuzen een brandaandachtsgebied van 30 meter. Het nieuwe kantoorpand ligt deels binnen het brandaandachtsgebied van het Kanaal Gent – Terneuzen. Conform Bijlage VII van het Bkl heeft het Kanaal Gent – Terneuzen een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Het nieuwe kantoor ligt binnen het explosieaandachtsgebied van het Kanaal Gent – Terneuzen. Er is geen gifwolkaandachtsgebied. Wat betreft het kanaal Gent Terneuzen heeft het voornemen effecten op omgevingsveiligheid. Conform de Rbn heeft route 180 Zelzate – Sas van Gent een PR 10-6 per jaar contour van 0 meter. Het nieuwe kantoorpand ligt buiten de PR 10-6 per jaar contour van route 180 Zelzate (BE) – Sas van Gent. Wat betreft route 180, Zelzate (BE) – Sas van Gent wordt er voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van het Bkl. Conform Bijlage VII van het Bkl heeft route 180, Zelzate (B) – Sas van Gent een brandaandachtsgebied van 30 meter. Het nieuwe kantoorpand ligt deels binnen het brandaandachtsgebied van route 180, Zelzate (B) – Sas van Gent. Conform Bijlage VII van het Bkl heeft route 180, Zelzate (B) – Sas van Gent een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Het nieuwe kantoor ligt binnen het explosieaandachtsgebied van route 180, Zelzate (B) – Sas van Gent. Er is geen gifwolkaandachtsgebied.

Wat betreft route 180, Zelzate (B) – Sas van Gent heeft het voornemen effecten op omgevingsveiligheid. Windturbines Beide windturbines hebben de volgende eigenschappen: een PR 10-6 per jaar contour van 245 meter (de grootste afstand van de werpafstand bij nominaal toerental en de ashoogte + ½ x de rotordiameter); een PR 10-5 per jaar contour van 67,5 m (½ x de rotordiameter). Wat betreft de windturbines wordt er voldaan aan artikel 5.11 van het Bkl. De aanwezige windturbines hebben geen aandachtsgebieden en hebben daarom geen effecten op omgevingsveiligheid. Relatie met het omgevingsplan Het voornemen heeft geen effecten op omgevingsveiligheid. Wel is gebleken dat het nieuwe kantoorpand binnen invloedsgebieden ligt van stoffen die over route 180 Zelzate (BE) - Sas van Gent en het kanaal Gent - Terneuzen worden vervoerd. Gelet op het aantal aanwezige personen en de tijd die men aanwezig is dienen er, conform artikel 5.15, tweede lid van het Bkl, maatregelen getroffen te worden ter bescherming van personen in het nieuwe kantoorpand. In het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen zijn aandachtsgebieden niet aangewezen als voorschriftengebieden.

Voor het nieuwe kantoorpand geldt hierdoor de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Bbl (een bouwwerk in een brandvoorschriftengebied of in een explosievoorschriftengebied is zodanig dat de gevolgen voor personen van het aan het voorschriftengebied verbonden risico op brand of explosie worden beperkt) niet. Echter kan worden overwogen om het nieuwe kantoor toch te laten voldoen aan de eis van artikel 4.90, eerste lid van het Bbl. Hiertoe moeten dan bouwkundige maatregelen (wat betreft brandwerendheid, brandklasse gevel en vloeren, brandklasse dak, vluchtroute en sterkte bij brand) worden getroffen. Voor meer mogelijke maatregelen wordt verwezen naar het door het RIVM opgestelde Handboek Omgevingsveiligheid, de door het NIPV opgestelde Scenarioboeken Omgevingsveiligheid en de door het RIVM opgestelde Maatregelenwiki. Een van de mogelijke scenario's is de kans op een gifwolkexplosie. Rekening houden met het scenario gifwolk ten aanzien van transporten over het Kanaal Gent - Terneuzen en route 180 Zelzate (BE) - Sas van Gent kan bijvoorbeeld door: het plaatsen van afsluitbare ventilatieopeningen; het plaatsen van afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem.

55

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Bij het scenario gifwolk is het advies namelijk om ramen en deuren te sluiten en om binnen te blijven. Door het nieuwe kantoorpand te voorzien van afsluitbare ventilatieopeningen, afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem kan het kantoorpand gebruikt worden als schuilplaats. Aanbevolen wordt om afsluitbare ventilatieopeningen van de transportroutes af te richten en een hoge plaatsing te verkiezen boven een lage plaatsing. Geadviseerd wordt dat de gemeente Terneuzen, samen met Veiligheidsregio Zeeland (brandweer Zeeland), mogelijke maatregelen verder in kaart brengt en afweegt.

6.9

Ontplofbare oorlogsresten

In het kader van het voornemen heeft een oriënterend onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten plaatsgevonden om in kaart te brengen of er op binnen het projectgebied een kans bestaat op het aantreffen van explosieven vanwege oorlogshandelingen wanneer de geplande werkzaamheden worden uitgevoerd (zie Bijlage 10). Daaruit blijkt dat het onderzoeksgebied verdacht is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO). Het is wettelijk verplicht om te zorgen voor een veilige werkplek tijdens het uitvoeren van de bodemroerende werkzaamheden. Dit betekent dat indien in het verdachte gebied grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd, er voorafgaande aan het uitvoeren van deze grondroerende werkzaamheden OO-beheersmaatregelen getroffen dienen te worden. Deze aanvullende maatregelen zullen dus na het TAM-omgevingsplan, wanneer o.a. de daadwerkelijke omvang en werkstijl bekend is, verder dienen te worden uitgewerkt. Geadviseerd wordt om een aanvullende bureaustudie in de vorm van risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten, conform het CS-VROO, op te stellen voordat er grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Hierin wordt o.a.

een definitieve diepte penetratie berekening uitgevoerd, naoorlogse veranderdingen binnen het onderzoeksgebied in kaart gebracht en aan de hand van de toekomstige grondroerende werkzaamheden eventuele risico’s in kaart gebracht en vervolg advies opgesteld om een veilige werkplek te creëren zoals aangegeven in de Arbeidsomstandighedenregeling. Aanvullend wordt geadviseerd om het opstellen van de aanvullende bureaustudie in de vorm van een risicoanalyse OO en/of een opsporingsproces pas te doen als de plannen (zoals het omgevingsplan en het bouwplan) rond zijn en bekend is hoe en waar de grondroerende activiteiten zullen plaatsvinden. Dit om de meest relevante inzichten en risico's betreffende OO in kaart te kunnen brengen. Volgend uit de risicoanalyse zal zeer aannemelijk het advies voor een opsporingsproces volgen. Het opsporingsproces dient te worden gedaan door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf. Vooraf aan het opsprongsproces zal een projectplan, conform het CS-OOO worden opgesteld hoe er te werk wordt gegaan. Vervolgens zal er detectie worden uitgevoerd waarna de data wordt geïnterpreteerd en er uiteindelijk eventuele significante objecten worden benaderd met het uiteindelijke doel de projectlocatie vrij te geven van OO, door middel van een Proces-Verbaal van Oplevering (PVO). Bovenstaande adviezen zijn voor het onderzoeksgebied binnen Nederland.

Hoewel dit advies ook van toepassing kan zijn op het Belgische gedeelte van het onderzoeksgebied, wordt voor het onderzoeksgebied buiten Nederland geadviseerd een bureauonderzoek OO op te stellen conform de daar vigerende (Vlaamse) wet- en regelgeving. Relatie met het omgevingsplan Tijdens het onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten zijn er indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen en blijkt het wijzigingsgebied verdacht te zijn. Daarom dient er vervolgonderzoek uitgevoerd te worden in de vorm van een OO-bodemonderzoek, inclusief detectiewerkzaamheden, alvorens te starten met de werkzaamheden. Dit is als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit omgevingsplan opgenomen.

56

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

6.10

Gezondheid

Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is één van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Om een gezonde, veilige en kwalitatief goede leefomgeving te beschermen, te bewaken en te bevorderen wordt binnen het bouwplan zoveel als mogelijk rekening gehouden met de kernwaardes voor een gezonde leefomgeving zoals die door de GGD GHOR Nederland hiervoor zijn geformuleerd. Binnen het plan is o.a. rekening gehouden met: Beperken van overlast (geluid, trillingen, geur). Een goede bodem- en luchtkwaliteit. Het stimuleren van ontmoeten en bewegen in de buitenruimte. Het stimuleren van actief vervoer. Veilige en prettige verlichting. Een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van het nieuwe hoofdkantoor van North Sea Port is het creëren van een werkomgeving die actief bijdraagt aan de gezondheid, het comfort en het welzijn van de medewerkers. North Sea Port stelt zich tot doel een inspirerende, comfortabele en gezonde werkplek te realiseren, waarin duurzaamheid en een mensgericht ontwerp gerealiseerd wordt. Het streven is om de principes van de WELL Building Standard als leidraad te hanteren, met bijzondere aandacht voor luchtkwaliteit, thermisch comfort en akoestiek.

Deze standaard stelt eisen aan onder meer ventilatie, verlichting, materiaalgebruik en gebruikersondersteuning, en wordt daarmee beschouwd als een toonaangevende benadering voor gezonde gebouwen. Ook het materiaalgebruik in het interieur draagt bij aan het welzijn van de gebouwgebruikers. Het streven is dat minimaal 50% van de zichtbare materialen – zoals wandafwerking, plafonds en vast meubilair – wordt uitgevoerd in biobased of natuurlijke materialen. Deze materialen zijn niet alleen ecologisch verantwoord, maar dragen ook bij aan een natuurlijke uitstraling van de werkplek. Ten slotte worden ook fysieke en mentale vitaliteit van de gebruikers gestimuleerd door middel van ontwerpmaatregelen. Zo worden er op het gebied van 'wellbeing' verschillende buitenvoorzieningen gerealiseerd, zoals een terras, groenvoorziening en recreatieve/sportvoorzieningen. Hierdoor worden medewerkers gestimuleerd tot beweging en ontmoetingen in de buitenlucht.

6.11

Duurzaamheid

Ten behoeve van de realisatie van het nieuwe hoofdkantoor van North Sea Port is duurzaamheid een integraal en leidend uitgangspunt in de ontwikkeling. De ambitie is gericht op het realiseren van een toekomstbestendig gebouw met een minimale milieubelasting en een positieve bijdrage aan de omgeving. Deze ambitie is vertaald in een samenhangend pakket aan eisen en ontwerpprincipes, welke zijn geformuleerd op drie duurzaamheidsthema’s. Tijdens de uitvoering van het voornemen zal daarnaast gekeken worden in hoeverre er mogelijkheden zijn voor het aanbrengen van natuurinclusieve voorzieningen in en nabij de te realiseren bebouwing. Energie en CO2-reductie Het gebouw wordt ontworpen conform de principes van de Trias Energetica en streeft naar een energieprestatie die voldoet aan een maximaal WEii-verbruik van 15 kWh/m²/jaar (inclusief gebruiksgebonden energie minus eigen opwek). Het ontwerp voorziet in de toepassing van bewezen energiezuinige technologieën (TRL 9), passieve bouwprincipes, gebruik van hernieuwbare energiebronnen (zonne-energie), alsmede energiemanagement via een gebouwautomatiseringssysteem.

57

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hiermee wordt gestreefd naar een energieneutraal tot energiepositief gebouw. Klimaatadaptatie Het ontwerp speelt in op de gevolgen van klimaatverandering, zoals hevige neerslag, hittestress en stormen. Hiervoor wordt een klimaatstresstest uitgevoerd, waarvan de uitkomsten worden meegenomen in het ontwerp. Regenwater wordt deels hergebruikt en deels geïnfiltreerd op eigen terrein. Groen-blauwe daken, passieve koeling en dimensionering op basis van klimaatscenario’s maken het gebouw klimaatrobuust. Circulariteit en Materialen Het gebouw wordt ontworpen met een hoge mate van circulariteit. De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) mag maximaal 0,5 bedragen; het streven is erop gericht dat 75% van de toegepaste materialen biobased of hergebruikt moet zijn en de constructie losmaakbaar wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt minimaal één leasemodel toegepast (zoals meubilair of verlichting-as-a-service). Deze aanpak draagt bij aan CO2-reductie, materiaalhergebruik en flexibiliteit voor toekomstig gebruik.

6.12

Mer-beoordeling

De milieueffectrapportage (MER) is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De MER is geregeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. In een project-mer-beoordeling (artikel 16.43 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden, en of er daarmee een noodzaak is tot het opstellen van een MER. Of een besluit over een project project-mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat in de eerste kolom de omschrijving van projecten. In de vierde kolom staan de besluiten waarvoor de mer-verplichtingen gelden, waaronder het omgevingsplan. Om te bepalen of er sprake is van een project-mer-(beoordelings)plicht dienen de volgende stappen worden doorlopen: 1. Bekijk of het project voldoet aan de omschrijving in kolom 1 uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Als dat zo is, kijkt of het besluit in de laatste kolom staat. 3. Kijk of voor het besluit een mer of een mer-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen: a. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een project-mer-plicht. b. Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een project-merbeoordelingsplicht.

In bijlage V bij het Omgevingsbesluit wordt onder J11 een stedelijk ontwikkelingsproject genoemd. Het begrip "stedelijk ontwikkelingsproject" is niet strikt gedefinieerd, maar omvat doorgaans projecten die leiden tot verstening of urbanisering van een gebied, zoals de bouw van woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, en kantoorgebouwen. Daarmee is sprake van een mer-beoordelingsplicht. Relatie met het omgevingsplan Op basis van de effectbeoordeling zoals beschreven in de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige effecten optreden voor het milieu (zie Bijlage 11).

58

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Indien de wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt, dient het kostenverhaal via een van onderstaande opties te worden verzekerd: a.

anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: 1. een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtige activiteit; of 2. via de gronduitgifte-overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige kostenverhaalsgebied in eigendom heeft; b. via regels kostenverhaal in het omgevingsplan, waarbij gekozen wordt tussen: 1. een systeem met tijdvak: vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten op voorhand goed te berekenen zijn; 2. of zonder tijdvak: een nieuw systeem voor gebiedsontwikkelingen zonder een duidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum, waardoor kosten en opbrengsten op voorhand moeilijker te berekenen zijn en er gewerkt wordt met scenario's. Voor de ontwikkeling van het kantoor van North Sea Port zal de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Participatie

Participatieplan Er is een participatieplan opgesteld. Voor het project vindt volgens het participatieplan participatie op verschillende manieren plaats en is onder te verdelen in een aantal stappen. Ten eerste zal er een startoverleg plaatsvinden met de initiatiefnemer en de betrokken overheden. In dit startoverleg zal er overeenstemming bereikt worden over de werkwijze van participeren, worden randvoorwaarden besproken en worden er verdere werkafspraken gemaakt. In de volgende stap worden burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties betrokken bij het proces en publiceert de gemeente Terneuzen een kennisgeving over het te wijzigen omgevingsplan.

59

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Deze kennisgeving wordt gepubliceerd conform artikel 10.2, lid 1 Omgevingsbesluit. Tot slot zal de gemeente Terneuzen vóór de terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan wederom een kennisgeving publiceren. Het ontwerp TAM-omgevingsplan ligt na deze openbare kennisgeving zes weken ter inzage. De binnengekomen zienswijzen (schriftelijk en mondeling) en de reactie van de gemeente worden vastgelegd in Nota zienswijzen en verwerkt in het TAM-omgevingsplan. Tevens wordt de Nota zienswijzen verzonden naar de indieners. Participatieverslag Op basis van de gehouden participatie, is een participatieverslag opgesteld waaruit blijkt welke partipatiestappen gezet zijn; verwezen wordt naar het in Bijlage 13 opgenomen partipatieverslag.

7.2.2

Vaststellingsprocedure

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen, vanaf 4 december 2025 tot en met 14 januari 2026. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

60

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 8

Artikelsgewijze toelichting

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de regels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op de afzonderlijke activiteiten. Dit is van belang in verband met de mogelijkheid om voor alle activiteiten een gerichte motivering te kunnen opvragen.

8.1

Uitwerking in de regels

Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) worden de 'oude' bestemmingsplannen samen met de gedecentraliseerde rijksregels (de 'Bruidsschat') van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. Dit TAM-omgevingsplan voorziet in een wijziging van het omgevingsplan voor de locatie van het nieuwe kantoorpand ter hoogte van Westkade 1 te Sas van Gent. Préambule De regeling vangt aan met een préambule. Deze geeft aan hoe het TAM-omgevingsplan als onderdeel van en in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden. In de préambule wordt ook aangegeven welk hoofdstuk van het omgevingsplan het voorliggende TAM-omgevingsplan betreft. Artikel 1 Begrippen en artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen In artikel 1 wordt verwezen naar de begrippen zoals die zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling. In artikel 2 zijn de begrippen opgenomen die van verder nog van belang zijn voor de toepassing van het plan. Met het geven van een omschrijving wordt voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over de inhoud van het begrip. Dit komt de uitleg van de regeling ten goede.

Artikel 3 Toepassingsbereik Doordat een TAM-omgevingsplan er niet automatisch voor zorgt dat de oude regels op de locatie waarvoor het TAM-omgevingsplan komt te gelden, komen te vervallen, moet een toepassingsbereikbepaling in het plan worden opgenomen waarmee geregeld wordt dat de nieuwe regels voorrang hebben als ze in strijd zijn met de oude regels. Deze regeling is opgenomen in het eerste lid van dit artikel. In het tweede lid is geregeld dat de regels van de bruidsschat niet van toepassing zijn op de TAM-omgevingsplanlocatie als zij strijdig zijn met de regels van het TAM-omgevingsplan. De uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 ziet op de regels over het vergunningvrij bouwen zoals die in artikel 22.36 van het omgevingsplan zijn opgenomen. Deze blijven dus wel in stand. Het derde lid zorgt ervoor dat de plankaart van het wijzigingsgebied deel uitmaakt van het omgevingsplan. Dit is immers niet automatisch het geval onder de Omgevingswet. Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel wordt uiteengezet hoe bij de toepassing van de regeling wordt gemeten. Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Wanneer een dergelijk verbod niet is opgenomen dan betekent dit dat activiteiten zonder meer mogen worden uitgevoerd en er geen

61

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan zijn. Alleen het opnemen van locaties met functies is namelijk onvoldoende om het handelen in strijd met die functies te verbieden of vergunningplichtig te maken. Artikel 6 Aanvraagvereisten In paragraaf 22.5.2 van de bruidsschat zijn aanvullende aanvraagvereisten opgenomen voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op het tijdelijk deel van het omgevingsplan (o.a. binnenplanse afwijkingen uit bestemmingsplannen). Deze aanvullende aanvraagvereisten zijn niet automatisch van toepassing op vergunningplichten voor omgevingsplanactiviteiten die in een TAM-omgevingsplan worden opgenomen. Het TAM-omgevingsplan is immers onderdeel van het nieuwe deel. Door de in dit artikel opgenomen regeling worden de relevante aanvraagvereisten uit de paragraaf van de bruidsschat van overeenkomstige toepassing verklaard op vergunningaanvragen op de locatie van het TAM-omgevingsplan. Verder zijn er nog algemene bepalingen in het derde en vierde hoofdstuk.

8.2

Functies en activiteiten

Binnen het wijzigingsgebied zijn twee functies met bijbehorende activiteiten aanwezig die hierna worden besproken. Kantoor Deze functie maakt het kantoorgebouw met parkeervoorzieningen mogelijk. Daarnaast is de provinciale weg binnen het gebied gesitueerd en geregeld. Verder zijn hier toegelaten de bij deze functies behorende voorzieningen zoals straten, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair en beeldende kunstwerken. Er zijn voorwaardelijke verplichtingen zijn opgenomen teneinde voldoende waterberging te verzekeren en voor het uit te voeren soortenonderzoek. Waterstaat Binnen deze functie is de waterkering met haar beschermingszone geregeld. De functie Waterstaat stelt beperkingen aan de mogelijkheden van de functie Kantoor.

62

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 9

Belangenafweging en conclusie

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe kantoorpand van North Sea Port. Met deze ontwikkeling wordt bijgedragen aan het duurzaam economisch groeipotentieel van de gemeente Terneuzen en de omliggende regio. Door te kiezen voor een gedeelde werklocatie voor Nederlandse en Belgische werknemers wordt er invulling gegeven aan grensoverstijgende samenwerkingsverbanden. In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid en is onderbouwd dat dit past binnen de beleidskaders. Om de mogelijkheden voor een nieuw hoofdkantoor te verkennen, is door North Sea Port een locatieonderzoek uitgevoerd waarbij de volgende eisen zijn gehanteerd: Goede bereikbaarheid. Centrale ligging. Een kantoor dat letterlijk op de grens ligt. Behoud bestaande arbeidsvoorwaarden. Port Operations Op grond van het voorgaande is er slechts één mogelijke locatie die voldoet en gelegen is dichtbij een doorgaande weg. Op de beoogde locatie staat een kantoorgebouw dat vroeger in gebruik was als douanekantoor.

De locatie van het gebouw was dus niet zozeer vanuit ruimtelijk/planologische overwegingen ingegeven maar sterk bepaald door de fysieke aanwezigheid van de landsgrens en het personen- en goederenverkeer dat deze grens passeert. Het havenschap North Sea Port dat is ontstaan vanuit de fusie van het Zeeuwse en Gentse havenschap heeft eveneens een sterk grensoverstijgende functie. Aan de voornoemde vestigingseisen kan op basis van de provinciale omgevingsverordening niet worden voldaan en derhalve is op basis van de artikelen 1.3 (afwijken instructieregel), artikel 1.4 (aanvraag ontheffing instructieregels) en artikel 5.5 (kantoren) ontheffing aangevraagd. In de hoofdstukken 5 en 6 is het voornemen getoetst aan effecten op de fysieke leefomgeving. Bij deze toetsing voor verschillende thema’s is geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn en er geen negatieve effecten op de thema’s optreden door het voornemen. Conclusie Alles overwegende is de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar. De impact van de beoogde realisatie van het nieuwe kantoorpand van North Sea Porth op omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen voor het milieu op. Geconcludeerd kan worden dat bij de ontwikkeling van het kantoor van North Sea Port sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

63

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1

Quickscan archeologie

Bijlage 2 Archeologie

Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie en

Bijlage 3

Quickscan ecologie

Bijlage 4

Stikstofdepositie en voortoets

Bijlage 5

Weging van het waterbelang

Bijlage 6

Verkeerstoets

Bijlage 7

Bodemonderzoek

Bijlage 8

Aanvullend grondwateronderzoek

Bijlage 9

Onderzoek omgevingsveiligheid

Bijlage 10

Oriënterend onderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 11

Aanmeldingsnotitie

Bijlage 12

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 13

Participatieverslag 64

Arcadis Nederland B.V. www.arcadis.com 30250464

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16897198/1