CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-05-20 - Bijlage 1 - TAM-op Hfdst 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor NSP) Motivering

gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen TAM Westkade Sas van Gent24.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) In opdracht van North Sea Port

NL.IMRO.0715.TAMSVG17-VG01 VASTGESTELD 4 juni 2026

Contactpersoon T M E

Arcadis Nederland B.V. Maastricht

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Inhoudsopgave Motivering

Motivering Hoofdstuk 1

7 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Nut en noodzaak

7

1.3

Wijzigingsgebied

8

1.4

Omgevingsplan van rechtswege

8

1.5

Planvorm

9

1.6

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Voorgenomen wijziging

10

2.1

Ambitie

10

2.2

Inrichting

10

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

13

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

13

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

20

3.3

Beleid Waterschap

24

3.4

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Beperkingengebieden

29 3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden

31

5.1

Ruimtelijke kwaliteit

31

5.2

Landschap

31

5.3

Cultuurhistorie

32

5.4

Archeologie

32

5.5

Ladder voor duurzame verstedelijking

34

Hoofdstuk 6

Aspecten van de fysieke leefomgeving

38

6.1

Natuur

38

6.2

Water

45

6.3

Verkeer en parkeren

47

6.4

Bodem

48

6.5

Geluid

50

6.6

Luchtkwaliteit

50

6.7

Milieuzonering

53

6.8

Omgevingsveiligheid

53

6.9

Ontplofbare oorlogsresten

56

6.10 Gezondheid

57

6.11 Duurzaamheid

57

6.12 Mer-beoordeling

58

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

59

7.1

Kostenverhaal

59

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

59

Hoofdstuk 8

Artikelsgewijze toelichting

61

8.1

Uitwerking in de regels

61

8.2

Functies en activiteiten

62

4

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 9

Belangenafweging en conclusie

63

Bijlagen bij de motivering Bijlage 1

Quickscan archeologie

Bijlage 2 Archeologie

Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie en

Bijlage 3

Quickscan ecologie

Bijlage 4

Stikstofdepositie en voortoets

Bijlage 5

Weging van het waterbelang

Bijlage 6

Verkeerstoets

Bijlage 7

Bodemonderzoek

Bijlage 8

Aanvullend grondwateronderzoek

Bijlage 9

Onderzoek omgevingsveiligheid

Bijlage 10

Oriënterend onderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 11

Aanmeldingsnotitie

Bijlage 12

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 13

Participatieverslag

5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

6

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Motivering

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

North Sea Port is een West-Europese haven die zich uitstrekt over meer dan 60 kilometer, 9.100 hectare en twee landen: België en Nederland. Door de ligging aan de Noordzee is de haven rechtstreeks bereikbaar voor zeeschepen, wat internationale handel ten goede komt. De centrale ligging in Europa maakt van North Sea Port een logistiek knooppunt waarlangs goederen vlot doorstromen naar alle hoeken van Europa. North Sea Port maakt ook deel uit van de vervoerscorridors Noordzee-Rijn-Middellandse Zee en Noordzee-Baltische Zee, die verzekeren dat goederen snel en efficiënt per spoor, weg en/of binnenvaart kunnen worden geleverd op hun eindbestemming. De ligging, multimodaliteit en diversificatie in goederen maken van North Sea Port een belangrijke Europese haven: de derde belangrijkste wat betreft toegevoegde waarde en tiende op vlak van goederenverkeer. In de afgelopen jaren is North Sea Port dan ook uitgegroeid tot één van de belangrijkste havens binnen Europa. De groeiende ontwikkelingen in North Sea Port zijn daarmee van groot belang voor de economische ontwikkeling van de gemeente Terneuzen, de grensoverstijgende regio en van de provincie Zeeland.

Om de grensoverstijgende samenwerking binnen het bedrijf in de toekomst nog beter te garanderen heeft North Sea Port het voornemen een nieuw kantoorgebouw te realiseren: één kantoorgebouw waar Nederlandse en Belgische werknemers (fysiek) samen werken. Dat is op dit moment nog niet het geval aangezien er twee hoofdvestigingen bestaan, in Terneuzen en Gent. Omwille van bestaande wet- en regelgeving is ervoor gekozen het nieuwe kantoorgebouw óp de grens Nederland-België te realiseren. Op die manier wordt het belastingtechnisch mogelijk voor medewerkers het gehele jaar door in hetzelfde gebouw samen te werken en laat het toe de beide delen van North Sea Port ook te besturen vanuit beide landen. Om de realisatie van de beoogde kantoorontwikkeling op Nederlands grondgebied planologisch-juridisch mogelijk te maken, is voorliggende wijziging van het omgevingsplan opgesteld.

1.2

Nut en noodzaak

De vestiging van een nieuw kantoorpand voor North Sea Port is van groot belang voor de verdere versterking van de grensoverstijgende samenwerking binnen het havengebied tussen Nederland en België. Het pand dient als centrale werklocatie voor zowel Nederlandse als Belgische werknemers en draagt daarmee bij aan een efficiënte, geïntegreerde bedrijfsvoering. De nieuwe huisvesting biedt ruimte voor groei, betere dienstverlening en meer fysieke nabijheid tot de havenactiviteiten. Daarnaast sluit het initiatief aan bij het gemeentelijk economische beleid, dat inzet op het versterken van strategische bedrijvigheid en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in het havengebied. Gezien de groei van North Sea Port en de noodzaak tot centralisatie van personeel en activiteiten is spoedige realisatie gewenst. Er zijn geen alternatieve locaties beschikbaar met een vergelijkbare

7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

ligging, bereikbaarheid of functioneel voordeel. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 5.5).

1.3

Wijzigingsgebied

Het wijzigingsgebied ligt aan de westzijde van het Kanaal Gent - Terneuzen aan de verbindingsweg van de N252, ook wel bekend als Westkade, ongeveer 1,5 kilometer ten zuiden van de kern Sas van Gent. Het wijzigingsgebied is op Nederlands grondgebied 4.190 m2 groot. De voorgenomen ontwikkeling is voorzien op de percelen kadastraal bekend als Sas van Gent, sectie C, nummers 4484, 4485, 4993 en 5861 (gedeeltelijk). Deze percelen liggen ter hoogte van Westkade 1 te Sas van Gent. In onderstaande afbeelding is de begrenzing van het wijzigingsgebied voor de beoogde realisatie van het kantoorpand aan Nederlandse zijde weergegeven.

Wijzigingsgebied

1.4

Omgevingsplan van rechtswege

Het voorliggende plan betreft een wijziging van het omgevingsplan gemeente Terneuzen (/akn/nl/act/gm0715/2020/omgevingsplan, 2 januari 2024). Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt onder andere de geldende bestemmingsplannen binnen het wijzigingsgebied die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege. Het betreft de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Sas van Gent, vastgesteld op 24 mei 2012. Bestemmingsplan Sas van Gent, Detailhandel, Horeca en Wonen, vastgesteld 11 juni 2024. Facetbestemmingsplan Wonen Terneuzen, vastgesteld 1 juli 2021. Facetbestemmingsplan Parkeren Terneuzen, vastgesteld 7 februari 2019.

8

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

De voorgenomen ontwikkeling van het kantoor North Sea Port op Nederlands grondgebied is niet mogelijk op basis van het omgevingsplan.

1.5

Planvorm

Deze wijziging van het omgevingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: 1. een plankaart (NL.IMRO.0715.TAMSVG17-VG01) waarop de functies van het wijzigingsgebied zijn weergegeven. Deze functies zijn gerelateerd aan de regeling. 2. de regeling waarin het gebruik van de binnen het wijzigingsgebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. De regeling is conform de Omgevingswet opgesteld. Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Deze wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld met een motivering waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording zijn opgenomen.

1.6

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van deze wijziging van het omgevingsplan. Hoofdstuk 2 gaat in op de voorgenomen wijziging. Hoofdstuk 3 beschrijft het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 besteedt aandacht aan de relevante beperkingengebieden. Hoofdstuk 5 schetst de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van deze wijziging uiteengezet. Hoofdstuk 8 biedt een artikelsgewijze toelichting van de in de wijziging van dit omgevingsplan opgenomen regels. Tot slot vindt in hoofdstuk 9 de belangenafweging plaats.

9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

2.1

Voorgenomen wijziging

Ambitie

Met de realisatie van het nieuwe kantoorpand van North Sea Port wordt uitvoering gegeven aan de gezamenlijke ambitie van de gemeente Terneuzen, North Sea Port en haar partners om het havengebied duurzaam te versterken als internationaal georiënteerd economisch knooppunt. Het nieuwe kantoorpand vormt een strategische schakel in de verdere integratie van de Nederlandse en Belgische organisatiedoelen van North Sea Port. Door medewerkers uit beide landen samen te brengen op één centrale locatie, wordt de bedrijfsvoering efficiënter ingericht en de samenwerking versterkt. Het nieuwe kantoorpand wordt gerealiseerd op een strategisch gelegen locatie binnen het bestaande haven- en bedrijventerrein en is goed bereikbaar via de hoofdverkeersstructuur. Inpassing vindt plaats met oog voor ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie, energiezuinigheid en toekomstbestendige bouwprincipes. Daarmee draagt de ontwikkeling niet alleen bij aan de economische en bestuurlijke versterking, maar ook aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

2.2

Inrichting

Het nieuwe kantoorpand van North Sea Port met een alzijdige oriëntatie wordt gerealiseerd op de strategisch gelegen locatie, ter hoogte van Westkade 1 te Sas van Gent. De ontwikkeling speelt een positieve en verbindende gebiedsoverstijgende rol. De inrichting van het kantoorpand en het omliggende terrein is gericht op een toekomstbestendige, duurzame en representatieve werkomgeving die past binnen de uitstraling van het havengebied. Het nieuwe kantoorpand wordt grensoverstijgend gerealiseerd op een perceel van bijna 1,5 ha binnen het bestaande haven- en bedrijventerrein. Het nieuwe kantoorpand biedt ruimte voor maximaal 220 werknemers. Het gebouw zelf krijgt een bruto vloeroppervlak van ongeveer 5.000 m2 b.v.o., verdeeld over maximaal vijf bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 26 meter. In het gebouw wordt onder meer de vestiging van een 24/7-kapiteinskamer / control-room voorzien. Deze ruimte vervult een kritieke rol binnen de havenoperatie en ondersteunt continu de nautische en logistieke processen in het gebied. De functie wordt daarom beschouwd als een vitale bedrijfscontinuïteitsvoorziening binnen de regionale havenketen. Uitval of verstoring van deze functie kan aanzienlijke maatschappelijke impact hebben door mogelijke verstoringen in de verkeersleiding, stremmingen in de nautische afwikkeling en economische schade in de havenregio.

De aanwezigheid van een dergelijke vitale functie leidt tot een verhoogde beschermingsopgave binnen het technisch ontwerp en de exploitatie van het gebouw. Deze beschermingsopgave heeft betrekking op continuïteit, fysieke veiligheid, informatiebeveiliging, bedrijfszekerheid en zelfredzaamheid van aanwezigen. Het ontwerp van het gebouw zal verder worden uitgewerkt ten behoeve van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit en zal in dat kader ook met de veiligheidsregio worden besproken. Parkeren Parkeergelegenheid wordt geheel op eigen terrein gerealiseerd. Op basis van de maximale bezetting van personeel en bezoekers worden minimaal 185 parkeerplaatsen gerealiseerd. Miniaal 40 parkeerplaatsen worden voorzien van een elektrisch laadpunt, waarvan in ieder geval de parkeerplaatsen die bestemd zijn voor de 15 aanwezige dienstauto's. Met de realisatie van minimaal 185 parkeerplekken wordt ruimschoots voldaan aan de parkeerbehoefte conform het gemeentelijk parkeerbeleid (128 parkeerplekken).

10

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Tot slot worden op het terrein één of meerdere fietsenstallingsplekken gerealiseerd voor 183 fietsen. Minimaal acht parkeerplekken daarvan dienen openbaar toegankelijk te zijn. De fietsenstalling(en) worden tevens voorzien van stopcontacten ten behoeve van het opladen van elektrische fietsen.

Totale projectgebied met bouwmogelijkheden gebouuwen

11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Groen en water De beoogde ontwikkeling wordt bij de herinrichting van het wijzigingsgebied ecologisch verankerd in de omgeving en waar redelijkerwijs mogelijk worden natuurinclusieve voorzieningen geplaatst zoals bijvoorbeeld nestkasten en inbouwvoorzieningen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Bij de inrichting van het gebied wordt gekozen voor beplanting waarmee genoeg zicht op ooghoogte wordt gewaarborgd in dit gebied met betrekking op functie, verkeer en veiligheid. Er wordt voldoende groene ruimte voor verblijf geboden.

12

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het project toegelicht en wordt het project hieraan getoetst.

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

3.1.1

Verdrag van Maastricht

Het Verdrag van Maastricht is op 8 augustus 1843 gesloten tussen België en Nederland. Met het verdrag werden de onderlinge landsgrenzen definitief vastgelegd. Daarbij werden enclaves, zoals Baarle-Hertog/Nassau, ongewijzigd gehandhaafd, gebaseerd op historische eigendomsrechten. Een additioneel artikel (ondertekend op 27 september 1843) biedt inwoners binnen een straal van 5.500 meter van de grens bepaalde vrijheden, zoals vrijstelling van douanerechten bij het vervoer van landbouwproducten van grensdoorsneden land naar de eigen boerderij en dus niet bedoeld voor industriële of consumentengoederen. Wederzijdse voordelen voor paarden, vee, fruit, zaden, mest en transportmiddelen, mits formeel aangegeven en in overeenstemming met antifraude-maatregelen. Deze privileges gelden alleen voor bezitters van gronden binnen 5.500 meter van de grens, ongeacht of deze direct aan de grens grenzen. In artikel 34 van het Verdrag van Maastricht is bepaald dat er geen gebouw of woonhuis gebouwd mag worden, behoudens op 10 meter van de grenslijn of van slechts 5 meter afstand van een weg of een dreef, wanneer die weg of dreef gemeenschappelijk is, en de grenslijn door het middenpunt daarvan gevormd wordt. Een uitzondering geldt voor waterafhankelijke industriegebouwen die wel direct op de grens gebouwd mogen worden als ze liggen langs een rivier die de grens vormt.

Relatie met het omgevingsplan Hoewel het verdrag zelf geen procedure voor vrijstellingen biedt, kunnen lokale of bilaterale overeenkomsten (zoals grenscorrecties in 2016/2018) bepaalde zones openstellen. Vrijstelling vereist gezamenlijke goedkeuring door zowel Belgische als Nederlandse autoriteiten en publicatie in officiële documenten (bv. Tractatenblad). Het verdrag staat echter niet aan de aanpassing van het omgevingsplan in de weg. Het bestaande douanekantoor is reeds ter plaatse toegestaan. Hiermee wordt aangegeven dat er gebouwd kan worden tussen de betreffende grenspalen 309 en 310 en tot 75 meter voorbij de grenspalen. 3.1.2

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is, als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie brengt middels een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving in beeld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Steden die groeien en veranderen, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de overgang naar een duurzame en circulaire economie; diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen, maar vragen ook zorgvuldig te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, want zowel de boven- als ondergrondse ruimte is een schaars goed. De NOVI geeft richting en helpt om deze keuzes te maken. In Nederland zijn er een aantal dringende maatschappelijke opgaven, die niet apart van elkaar kunnen worden opgelost, maar in samenhang bekeken moeten worden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving van Nederland. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie.

13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Het land moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, wateroverlast, hogere rivierafvoeren en langere perioden van droogte. Om in te spelen op deze gevolgen van klimaatverandering, is er vraag naar maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende ruimte en groen voor wateropslag in onze steden. Door hierop in te zetten, biedt het kansen voor de natuur, maar verbetert het ook tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit. Daarnaast heeft Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening. Deze energievoorziening vraagt ruimte, voor onder andere zonnepanelen en windturbines. Het Rijk zet zich ook in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een circulaire, duurzame, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050, waarmee het zijn positie kan handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld.

Hiervoor is een goede verbinding via weg, lucht, spoor, water, digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners nodig. Het Rijk zet in op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van bewegen, wonen, recreëren, ontspannen en ontmoeten. Hierbij is het belangrijk dat de Nederlandse economie, duurzaam, concurrerend en circulair wordt, oftewel toekomstbestendig. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op de verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's leefbaarder maken Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en is deze verder aan het uitbreiden, waarbij de richting van verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-) infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar de vraag is. Goede verbindingen tussen de stedelijke regio's zijn nodig om het netwerk als geheel te benutten. Door het Rijk wordt een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio.

Bij de invulling van integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad versterkt. Daarbij worden regio's en steden klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen de kwaliteit van landschap en landgebruik, water, lucht en bodem. Dit betekent dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten en dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen. Het landgebruik dient meer afgestemd te worden op zoetwatergebruik- en beschikbaarheid. Door een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van tekorten en wateroverlast. Het Rijk maakt een vitaal en duurzaam voedsel- en landbouwsysteem mogelijk, dat zich baseert op natuurinclusiviteit en kringlopen. De biodiversiteit wordt versterkt en beschermd en het natuurlijke kapitaal wordt op een duurzame wijze benut.

Het Rijk zet hierbij in op het beschermen en versterken van de unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebieden voegen kwaliteiten toe aan het landschap, waarbij het omgevingsbeleid landschapsinclusief wordt. Om beleidskeuzes op een voorspelbare en heldere wijze te maken, worden er door de NOVI drie

14

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen bij het prioriteren van de diverse opgaven en belangen: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende, brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: Het werken als een overheid, samen met de samenleving. De opgave(n) centraal stellen. Gebiedsgericht werken. Permanent en adaptief aan de opgaven werken. Relatie met het omgevingsplan In de NOVI is "de ontwikkeling van een sterk en internationaal concurrerend vestigingsklimaat" een van de belangen en opgaven. Voor Nederland is het van belang dat er ruimte ontwikkeld wordt voor bedrijven, op zowel nationaal als internationaal niveau. Het waarborgen en versterken van grensoverstijgende en internationale relaties versterken de Nederlandse economie. Internationale verbindingen zijn uitermate belangrijk om barrièrewerking tegen te gaan. De haven van North Sea Port - een samenwerking tussen Nederland en België - is een voorbeeld van een belangrijke grensoverstijgende relatie. De realisatie van het hoofdkantoor van North Sea Port is dan ook niet in strijd met de belangen die gesteld zijn binnen de NOVI.

3.1.3

Ontwerp Nota Ruimte

De (ontwerp) Nota Ruimte vormt het strategisch ruimtelijk beleidskader van het Rijk en geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland op de lange termijn. In de nota wordt de visie van het Rijk uiteengezet op het zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte, waarbij een evenwicht wordt nagestreefd tussen wonen, werken, natuur, landbouw, energie en infrastructuur. De Nota Ruimte bouwt voort op het streven naar een duurzame en toekomstbestendige inrichting van Nederland, waarin economische groei hand in hand gaat met klimaatbestendigheid, leefkwaliteit en behoud van ruimtelijke kwaliteit. De nota benadrukt het belang van een integrale benadering van ruimtelijke opgaven. Daarbij worden nationale belangen, zoals verstedelijking, mobiliteit, energievoorziening, waterveiligheid en natuurontwikkeling, in samenhang beschouwd. Tegelijkertijd legt de Nota Ruimte meer verantwoordelijkheid bij provincies, gemeenten en regio’s om binnen de landelijke kaders gebiedsgericht maatwerk te leveren. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van de Omgevingswet, waarin samenwerking tussen bestuurslagen en maatschappelijke partijen centraal staat. In een steeds meer onderling verbonden wereld kan Nederland zijn ruimtelijke ontwikkeling niet los zien van internationale dynamieken.

De (ontwerp) Nota Ruimte onderkent dat grensoverstijgende infrastructuur, economische netwerken en ecologische systemen zich uitstrekken over landsgrenzen heen en dat nationale keuzes daarom zorgvuldig moeten aansluiten op Europese en internationale kaders. De nota plaatst de Nederlandse ruimtelijke opgaven in het perspectief van Europese netwerken zoals de Trans-Europese Netwerken (TEN’s) voor vervoer, energie en telecommunicatie. Deze netwerken vormen structuren waarlangs mobiliteit, goederenvervoer en informatie-uitwisseling plaatsvindt, en verbinden Nederland met buurlanden en de rest van Europa. Door actief deel te nemen aan de ontwikkeling en het onderhoud van deze internationale verbindingen versterkt Nederland zijn positie in de Europese ruimte en bevordert het de verwevenheid van grensregio’s. Relatie met het omgevingsplan

15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

De ontwikkeling van het nieuwe kantoorpand voor North Sea Port op de grens tussen Nederland en België sluit aan bij de uitgangspunten van de (ontwerp) Nota Ruimte, omdat de nota het belang van internationale samenwerking, grensoverstijgende economische netwerken en efficiënt ruimtegebruik onderstreept. Het kantoorpand draagt bij aan de versterking van het gezamenlijke haven- en bedrijfsgebied, wat aansluit bij de nationale doelstelling om economische vitaliteit en bereikbaarheid in grensregio’s te bevorderen. Door op deze manier bij te dragen aan duurzame economische ontwikkeling, versterking van internationale verbindingen en efficiënte ruimtelijke inrichting, is het initiatief in lijn met de kernprincipes van de (ontwerp) Nota Ruimte.

3.1.4

Havennota 2020 - 2030

De Havennota 2020–2030 biedt een strategisch kader voor de ontwikkeling van de Nederlandse zeehavens in de periode tot 2030 en schetst de beleidsprioriteiten van het Rijk op het gebied van economie, duurzaamheid, infrastructuur en internationale samenwerking. De nota benadrukt dat de Nederlandse havens, als belangrijke schakels in zowel de nationale als de Europese logistieke en handelsketens, hun positie moeten versterken door innovatieve, duurzame en goed verbonden havenactiviteiten. Hierbij ligt de nadruk op het combineren van economische groei met verduurzaming en klimaatbestendige ontwikkeling, zodat de havens ook op lange termijn concurrerend, efficiënt en toekomstbestendig blijven. Daarnaast onderstreept de nota het belang van samenwerking, zowel tussen havens onderling als met buurlanden, en het benutten van digitale technologieën en kennisontwikkeling om processen te optimaliseren en nieuwe kansen te creëren. Deze integrale benadering maakt de havens niet alleen economisch sterker, maar versterkt ook hun rol in het internationaal netwerk van transport, logistiek en energievoorziening, en draagt bij aan een duurzame en samenhangende ruimtelijke ontwikkeling in de regio. In de Havennota 2020 - 2030 wordt de provincie Zeeland expliciet gepositioneerd.

In de nota is een gezamenlijke visie opgesteld met het doel de Zeeuwse havens, met name North Sea Port, te versterken en toekomstbestendig te maken. Deze strategie richt zich op verduurzaming, digitalisering, circulaire economie en verstering van de regionale economie. Een belangrijk uitgangspunt zijn de duurzaamheidsambities 2030, opgedeeld in zes hoofddoelen die gezamenlijk bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige regio. 1. CO2-reductie: het streven naar een significante verminding van 59% van de CO2-uitstoot in de regio. 2. Circulaire economie: inzetten op het sluiten van kringlopen, waarbij reststromen worden hergebruikt en afval wordt geminimaliseerd. 3. Duurzame energieproductie: streven naar een aanzienlijke toename van de productie van duurzame energie, met name uit wind en zon. 4. Groene mobiliteit: werken aan het bevorderen van duurzame vervoerswijzen, zoals elektrisch vervoer en binnenvaart. 5. Natuurherstel en biodiversiteit: aandacht voor het herstel van natuurgebieden en het bevorderen van biodiversiteit in de regio. 6. Innovatie en samenwerking: inzetten op innovatie en samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen om de duurzaamheidsdoelen te realiseren. Deze doelen worden vertaald naar concrete regionale acties. Zo wordt er gewerkt aan waterstofontwikkeling, CO2-afvang en -opslag en worden er slimme logistieke oplossingen ontwikkeld.

De duurzaamheidsambities 2030 vormen een belangrijke stap richting een duurzame toekomst voor de Zeeuwse haven en de regio als geheel. Relatie met het omgevingsplan De Havennota 2020 - 2030 is nauw verweven met de ambities en activiteiten van North Sea Port. Deze haven vormt het economische hart van de regio en speelt een centrale rol in het realiseren van de

16

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

strategische doelen die in de havenstrategie zijn geformuleerd. North Sea Port is de primaire uitvoeringslocatie van de havenstrategie. De Duurzaamheidsambities 2030, die in het verlengde liggen van de havenstrategie, worden voor een groot deel uitgerold binnen de grenzen van North Sea Port. Daarnaast pleit de havennota voor een slimme benutting van de ruimte en verbetering van de bereikbaarheid van North Sea Port. De voorgenomen ontwikkeling weerspiegelt het streven naar een geografisch en economisch knooppunt binnen North Sea Port en sluit aan bij de Havennota.

3.1.5

Instructieregels Rijk

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) richt zich op bestuursorganen en geeft inhoudelijke normen waaraan zij hun taken en bevoegdheden ontlenen, onder andere bij het opstellen van omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en het vaststellen van omgevingsvergunningen en projectbesluiten. In hoofdstuk 5 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen die de gemeente bij het opstellen van het omgevingsplan in acht moet nemen. Deze instructieregels kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet voldoen. Deze instructieregels richten zich op de volgende thema's: Voldoen aan de Dienstenrichtlijn (paragraaf 5.1.1). Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2). Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3). Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking. Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) zoals autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden.

Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouw categorieën. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). De uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving (paragraaf 5.2). In de volgende paragrafen zijn de voor deze wijziging van het omgevingsplan van toepassing zijnde instructieregels opgenomen.

3.1.5.1 Omgevingsveiligheid Op grond van artikel 5.2 van het Bkl moet in het omgevingsplan met het oog op risico's van branden, rampen en crises rekening worden gehouden met het belang van het voorkomen, beperken, bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen en de mogelijkheid tot geneeskundige hulpverlening. In de instructieregel is voor zover deze branden, rampen en crises samenhangen met de opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen, vuurwerk, explosieven en windturbines een gedetailleerde uitwerking gegeven. Voor de nadelige gevolgen voor de omgevingsveiligheid, die met deze activiteiten binnen het wijzigingsgebied kunnen samenhangen, wordt in de instructieregel een systeem van het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden gehanteerd. Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet een plaatsgebonden risico van 10-6 in acht worden genomen (artikelen 5.7 en 5.11 Bkl). Dit houdt in dat met de regels in het omgevingsplan moet worden geborgd dat het risico op het overlijden van een onbeschermd persoon wordt beperkt tot één geval in één miljoen jaar. Daarnaast moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met het overlijden van een groep van tien personen of meer door een ongewenste gebeurtenis binnen een aandachtsgebied (artikel 5.15 Bkl).

Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden.

17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Aandachtsgebieden maken inzichtelijk in welk gebied zich bij een ongeval bij een activiteit met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Binnen de aandachtsgebieden is extra aandacht nodig om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. De gemeente beoordeelt of, en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Het beleidsdoel van het 'aandachtsgebied' is dat voorafgaand aan de besluitvorming wordt nagedacht over de risico's en de mogelijke effecten van een incident bij de (vergunde) activiteit met gevaarlijke stoffen. Onderdeel daarvan is het overwegen van maatregelen die nodig zijn om de veiligheid voldoende te waarborgen en de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit (milieu en gezondheid) voldoende te beschermen. Relatie met het omgevingsplan Voor het aspect omgevingsveiligheid wordt verwezen naar paragraaf 6.8.

3.1.5.2 Water Op grond van artikel 5.37 Bkl moet bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij is aangegeven dat daarbij de opvattingen van de beheerder van deze watersystemen moeten worden betrokken. Er zijn diverse beleidsdocumenten op verschillende bestuursniveaus die ten grondslag liggen aan de uitgangspunten op het gebied van duurzaam waterbeheer. Op Europees niveau is dit de Kaderrichtlijn Water (KRW), op nationaal niveau het Nationaal Waterplan (NW), het Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21), het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Waterwet. Het beleid van de waterschappen dat de kwaliteit en veiligheid van watersystemen borgt, is opgenomen in de waterschapsverordening. Relatie met het omgevingsplan Door de toenemende verstedelijking en klimaatverandering dient steeds meer rekening te worden gehouden met water binnen ruimtelijke plannen. De toename van verhard oppervlak zorgt naast hitte en verdroging ook voor een vergrote kans op wateroverlast. Bij alle ruimtelijke plannen moeten alle waterhuishoudkundige doelstellingen binnen het wijzigingsgebied expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Vroegtijdig overleg en afstemming met de waterbeheerders is daarom van groot belang. Voor de weging van het waterbelang wordt verwezen naar paragraaf 6.2.

3.1.5.3 Luchtkwaliteit Het Bkl geeft in hoofdstuk 5 (paragraaf 5.1.4) instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht nemen. Behalve als een activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. De gemeente moet de luchtkwaliteit vooral toetsen binnen aangewezen aandachtsgebieden. De gemeente gaat na of toe te laten activiteiten gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit binnen een aandachtsgebied. De gemeente doet dit voor activiteiten (artikel 5.51 Bkl): die gevolgen hebben voor het gebruik van wegen, water en spoor (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Relatie met het omgevingsplan Voor het onderzoek luchtkwaliteit wordt verwezen naar paragraaf 6.6.

18

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

3.1.5.4 Geluid Het Bkl beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen omtrent geluid als gevolg van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hebben uitsluitend betrekking op daarin als geluidgevoelig aangemerkte gebouwen. Andere gebouwen, zoals kantoren, en locaties reguleert het Bkl niet. Het Rijk laat het bepalen van een passend beschermingsniveau van overige gebouwen en locaties over aan decentrale overheden. Het bevoegd gezag heeft echter wel een taak bij het vaststellen van een omgevingsplan. Voor elk gebouw of locatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen kunnen verblijven, is geluid in principe een onderdeel van de afweging. Hierop is de wettelijke taak 'evenwichtig toedelen van functies aan locaties' van toepassing. Relatie met het omgevingsplan In deze wijziging van het omgevingsplan gaat het om de realisatie van een kantoorpand. Een kantoorpand is geen geluidgevoelig gebouw. In paragraaf 6.5 wordt dit toegelicht.

3.1.5.5 Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand (Ladder voor duurzame verstedelijking) In het Bkl is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand (artikel 5.129g). Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Relatie met het omgevingsplan In paragraaf 5.5 is de Ladderonderbouwing voor duurzame verstedelijking opgenomen.

3.1.5.6 Rijksvaarwegen In Paragraaf 5.1.7 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen voor het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten. In artikel 5.160 is opgenomen dat een rijkswater, dat een vaarweg is, aan weerszijden van die vaarweg een vrijwaringsgebied heeft met een breedte die afhankelijk is van de afmetingen van het scheepvaartverkeer op de vaarweg, maar die ten hoogste 50 meter bedraagt. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een rijkswater als bedoeld in dit artikel wordt in het omgevingsplan rekening gehouden met het belang van het voorkomen van belemmeringen voor: de vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de vaarweg voor hulpdiensten; en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de vaarweg. Relatie met het omgevingsplan Bij de ontwikkeling van het kantoorpand wordt rekening gehouden met de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in artikel 5.160 van het Bkl.

19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

3.1.5.7 Toegankelijkheid openbare ruimte Paragraaf 5.1.8 van het Bkl bepaalt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte in dat plan rekening gehouden wordt met het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. In artikel 5.162 Bkl zijn instructieregels opgenomen over het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Dit artikel brengt tot uitdrukking dat gemeenten met inachtneming van, vaak al bestaand, beleid het belang van toegankelijkheid kan meewegen met het oog op een gelijkwaardige wijze van gebruikmaking van de openbare ruimte door een ieder. Zo kan bij regels in het omgevingsplan over de inrichting expliciet aandacht worden besteed aan de toegankelijkheid voor mensen in een rolstoel en mensen met bijvoorbeeld visuele beperkingen. Als maatregelen nodig zijn kunnen deze geborgd worden in de regels van het omgevingsplan. Door bij nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig, dat wil zeggen bij inrichting en ontwerp, met toegankelijkheid van openbare ruimten rekening te houden, leidt deze instructieregel naar verwachting niet tot hogere kosten en bestuurslasten. De "Integrale toegankelijkheidsstandaard" (ITS) wordt hierbij betrokken voor zover die gaat over de openbare buitenruimte.

In de ITS zijn algemene toegankelijkheidsrichtlijnen en normen omgewerkt naar bouwtechnische eisen die kunnen worden toegepast bij ontwerp en realisatie van integraal toegankelijke projecten. Het gaat er in de openbare buitenruimte, die heel divers is, niet om dat de ITS naar de letter wordt toegepast, maar dat deze behulpzaam is bij het maken van een afweging welke onderdelen van de openbare ruimte voor een ieder toegankelijk moeten zijn en tot welke regels dit in het omgevingsplan leidt. Daarnaast heeft bijvoorbeeld ook het kennisplatform CROW-richtlijnen voor integrale toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Relatie met het omgevingsplan Bij de realisatie van het kantoorpand wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid van de buitenruimte voor personen met een beperking.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Provinciale omgevingsvisie

Op 1 januari 2025 hebben Provinciale Staten van de provincie Zeeland de Zeeuwse omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.

20

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

Kansenkaart uit de omgevingsvisie provincie Zeeland

Het behouden van de aantrekkelijkheid van Zeeland vereist inzet. Inwoners, bezoekers en bedrijven evolueren met de tijd en hebben nieuwe wensen op het gebied van wonen en werken. Daarnaast zijn er uitdagingen die grote gevolgen kunnen hebben voor het Zeeuwse landschap en de directe omgeving. In de Zeeuwse Omgevingsvisie staan vier centrale ambities die goed aansluiten bij de uitdagingen in de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk, maar een Zeeuwse invulling geven. Deze ambities zijn in samenwerking met organisaties en mensen uit de omgeving tot stand gekomen. De vier ambities zijn: 1. 2. 3. 4.

Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. Een duurzame en innovatieve economie. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.

Bij het anticiperen op ontwikkelingen binnen en buiten de provincie zijn er belangrijke afwegingsfactoren. Om de doelen uit de visie te bereiken, heeft de Provincie allereerst de medewerking van de omgeving nodig. Deze doelen kan de provincie niet alleen bereiken; samenwerking is essentieel, zoals ook bij het opstellen van de Omgevingsvisie het geval was. Het behalen van de doelen betekent ook het maken van toekomstgerichte keuzes. Bij het nemen van deze keuzes maakt de provincie gebruik van afwegingsfactoren. De provincie hecht waarde aan de Zeeuwse kernkwaliteiten en wil aansluiten bij de

21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

drie afwegingsfactoren die het Rijk in zijn visie heeft benoemd, maar dan vertaald naar de Zeeuwse context. De vier Zeeuwse Afwegingsfactoren zijn: 1. Efficiënter gebruik van grond. Veel uitdagingen vragen om extra ruimte, zoals waterberging, zonneparken of groenvoorzieningen in stedelijke gebieden. 2. Samenwerking en kostenverdeling. De partij die de kosten draagt, is niet altijd degene die er het meest van profiteert. Dit biedt juist kansen. Door doelen te combineren, kunnen de totale kosten in tijd en geld lager zijn dan bij afzonderlijke projecten. Bijvoorbeeld: tijdens het vernieuwen van de riolering kan gelijktijdig glasvezelkabel worden aangelegd wanneer de straat opengebroken is. 3. Benutting van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Door slim en locatiegericht te ontwerpen, kan verandering een verrijking van de omgeving worden. 4. Denken aan de toekomst en de bredere wereld. Plannen voor de lange termijn of het creëren van flexibele oplossingen die later gemakkelijk een andere functie kunnen krijgen. Maar ook het overwegen van de neveneffecten van snelle en goedkope oplossingen op de lange termijn en in de bredere omgeving. Relatie met het omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling sluit inhoudelijk en ruimtelijk aan bij meerdere ambities uit de provinciale Omgevingsvisie Zeeland. De Omgevingsvisie benoemt het belang van de versterking van de Zeeuwse economie.

De voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan doordat het een bundeling van economische functies betreft en een realisatie van hoogwaardige voorzieningen voor grensoverstijgende samenwerking. Daarnaast past het ook binnen de gestelde ambitie van de provincie om een aantrekkelijk, leefbaar en gezonde leefomgeving te creëeren. De voorgenomen ontwikkeling draagt, door rolneming van North Sea Port als connector, bij aan een versterking van het ruimtelijke aanzien van Sas van Gent en een versterking van het havengebied als toekomstgerichte regio.

3.2.2

Omgevingsverordening Zeeland (2025)

In de Omgevingsverordening Zeeland (vastgesteld 1 januari 2025) staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Zeeland bevat twee soorten regels: instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven; regels voor activiteiten die voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. Met de Omgevingsverordening Zeeland wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar gemeenten en andere partners te borgen. De instructies die in de omgevingsverordening staan, moeten door de gemeenten in acht worden genomen bij het opstellen (of wijzigen) van het omgevingsplan. In de volgende paragrafen zijn de van toepassing zijnde instructieregels opgenomen.

3.2.2.1 Instructieregel Kantoren In artikel 5.5 is de instructieregel ten aanzien van kantoren opgenomen. In deze instructieregel wordt gesteld dat een omgevingsplan dat voorziet in de realisatie van een kantoorlocatie moet voldoen aan een van onderstaande voorwaarden: in of direct aansluitend aan de binnenstad van Goes, Middelburg, Vlissingen en Terneuzen; op een locatie aan een toegangsweg naar het stadscentrum;

22

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

op een locatie dichtbij een doorgaande weg; op een locatie aan de stadsrand bij de toegangswegen. Tevens moet de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk maken dat vestigingsruimte, onder andere gelet op specifieke vestigingseisen, in de centra ontbreekt. Relatie met het omgevingsplan Om de mogelijkheden voor een nieuw hoofdkantoor te verkennen, is door North Sea Port een locatieonderzoek uitgevoerd waarbij de volgende eisen zijn gehanteerd: Goede bereikbaarheid. Centrale ligging. Een kantoor dat letterlijk op de grens ligt. Behoud bestaande arbeidsvoorwaarden. Port Operations. Op grond van het voorgaande is er slechts één mogelijke locatie die voldoet en gelegen is dichtbij een doorgaande weg. Op de beoogde locatie staat een kantoorgebouw dat vroeger in gebruik was als douanekantoor. De locatie van het gebouw was dus niet zozeer vanuit ruimtelijk/planologische overwegingen ingegeven maar sterk bepaald door de fysieke aanwezigheid van de landsgrens en het personen- en goederenverkeer dat deze grens passeert. Het havenschap North Sea Port dat is ontstaan vanuit de fusie van het Zeeuwse en Gentse havenschap heeft eveneens een sterk grensoverstijgende functie. De keuze voor een kantoorlocatie die letterlijk op de grens ligt, is dan ook functioneel en essentieel voor de vervulling van haar taken.

Binnen de Z4-steden (het stedennetwerk van de vier grootste Zeeuwse steden: Goes, Middelburg, Terneuzen en Vlissingen) ontbreekt de vestigingsruimte die aansluit op deze specifieke eisen. Bovendien zou een verplaatsing naar een binnenstedelijke context leiden tot een onevenredige belemmering van de bedrijfsvoering. Aan de voornoemde vestigingseisen kan op basis van de provinciale omgevingsverordening niet worden voldaan en derhalve is op basis van de artikelen 1.3 (afwijken instructieregel), artikel 1.4 (aanvraag ontheffing instructieregels) en artikel 5.5 (kantoren) ontheffing aangevraagd. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met provinciale belangen, zoals zorgvuldig ruimtegebruik en bundeling. De nieuwbouw leidt tot een forse reductie van het bruto vloeroppervlak kantoren ten opzichte van de huidige situatie. Verder komt op de huidige locatie in Terneuzen ruimte vrij voor woningbouw, zodat op die locatie een nieuwe gepaste binnenstedelijke ontwikkeling kan plaatsvinden waarmee voor leegstand op die locatie niet hoeft te worden gevreesd. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de provinciale woningbouwopgave uit de woondeal. De ontwikkeling draagt daarnaast bij aan de herstructurering van de Poelpolder zoals verankerd in de Structuurvisie 2025.

Tot slot wordt de beoogde ontwikkeling duurzaam vormgegeven door toepassing van BREEAM (Excellent, met ambitie richting Outstanding), Paris Proof bouwen en natuurinclusieve principes. Op basis van voorstaande wordt niet alleen de grensoverstijgende positie van North Sea Port versterkt, maar ook actief bijgedragen aan de provinciale duurzaamheids- en leefbaarheids- doelstellingen. In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 5.5.

23

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

3.2.2.2 Instructieregel Vrijwaringszone bouwwerken provinciale wegen In artikel 5.47 is de instructieregel ten aanzien van bouwwerken bij provinciale wegen opgenomen. In deze instructieregel wordt gesteld dat een omgevingsplan dat voorziet in de realisatie of wijziging van bouwwerken binnen het 'beperkingengebied vrijwaringszone bouwwerken provinciale wegen' rekening moet worden gehouden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van de provinciale weg. Als een gemeente in het omgevingsplan een bouwwerk wil realiseren of wijzigen in het beperkingengebied vrijwaringszone bouwwerken provinciale weg, dan moet zij rekening houden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van de provinciale weg. Dit met het oog op de verkeersveiligheid en de doorstroming op deze weg. Daarbij maakt de gemeente wel een eigen afweging. De provincie wordt bij deze afweging betrokken. In artikel 1.3 van de Omgevingsverordening Zeeland is opgenomen dat Gedeputeerde Staten op basis van een integrale afweging van provinciale belangen ontheffing kunnen verlenen van een instructieregel. Relatie met het omgevingsplan Het nieuwe kantoorpand wordt bij voorkeur over de provinciale weg heen gebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden dat de weg veilig gebruikt kan blijven worden als openbare weg, waarbij het vrije zicht wordt verzekerd.

Tevens wordt de realisatie van het kantoorpand en de parkeergelegenheid zodanig uitgevoerd dat geen schade aan de weg kan ontstaan. Ook worden geen vaste stoffen of voorwerpen in het beperkingengebied vrijwaringszone provinciale wegen gedeponeerd, anders dan bij werkzaameden ten behoeve van kabels en leidingen. Daarnaast vindt er geen verontreiniging plaats met voor het verkeer of de weg hinderlijke of schadelijke vloeistoffen of beplantingsresten en wordt de afwatering van het beperkingengebied vrijwaringszone provinciale wegen niet belemmerd. Tot slot worden borden, handelsreclame en licht- of geluidgevende voorzieningen op een zodanige plaats of wijze aangebracht dat de veiligheid van het verkeer op de provinciale weg niet in gevaar wordt gebracht. De initiatiefnemer heeft Gedeputeerde Staten inmiddels schriftelijk verzocht om gebruik te maken van de bevoegdheid om af te wijken van deze instructieregel.

3.3

Beleid Waterschap

3.3.1

Regionaal Waterprogramma 2022 - 2027

Water is van levensbelang voor Zeeland. Het bepaalt in belangrijke mate het landschap, de leefomgeving, de economie en de veiligheid van de provincie. Van oudsher speelt Zeeland een cruciale rol in het omgaan met water: het beschermen tegen overstromingen, het beheersen van waterstanden in polders en het benutten van water voor landbouw, natuur, recreatie en industrie. Het Regionaal Waterprogramma 2022 - 2027 vormt het leidende beleidskader voor het regionale waterbeheer in Zeeland en sluit aan op de Europese en nationale waterdoelen. Het programma is opgesteld in lijn met de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en geeft invulling aan de provinciale ambities op het gebied van waterkwaliteit, klimaatadaptatie, duurzaam ruimtegebruik en veiligheid. Daarmee is het een cruciaal instrument in de integrale aanpak van water als ruimtelijke en ecologische opgave. Centraal in het waterprogramma staan vier geformuleerde doelstelingen en ambities. Deze ambities zijn niet alleen gericht op het voldoen aan wettelijke verplichtingen, maar ook op het creëren van meerwaarde. 1.Naar een goede waterkwaliteit voor mens en natuur De provincie zet sterk in op het behalen van de doelen uit de KRW. Dit betekent dat uiterlijk in 2027 alle regionale oppervlakte- en grondwaterlichamen een 'goede ecologische en chemische kwaliteit' dienen te hebben.

Deze ambitie gaat verder dan het minimale naleven van deze opgave. Zeeland wil actief

24

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

bijdragen aan een schoner en gezonder watersysteem door onder andere bronaanpak van vervuiling, bevordering van natuurlijke zuiveringsprocessen, verbetering van ecologische verbindingen tussen wateren en versterking van het beleid rondom drinkwaterbescherming en verzilting. 2. Klimaatadaptief en waterrobuust Zeeland De provincie Zeeland wil voorbereid zijn op extremere weersomstandigheden, zoals langdurige droogte, hevige neerslag en zeespiegelstijging. Dit vraagt om een watersysteem dat beter bestand is tegen schokken en dat water slim vasthoudt, verdeelt en afvoert. Het is belangrijk dat de bergingscapaciteit verhoogd wordt in zowel stedelijke als landelijke gebieden, klimaatbuffers worden ingericht, waterbesparing gestimuleerd wordt en dat er voldoende beschikbaar en kwalitatief goed water beschikbaar is in droge periodes. 3. Water als ordenend principe in de ruimtelijke ontwikkeling De ambitie is om waterbeleid niet achteraf op ontwikkelingen toe te passen, maar juist leidend te laten zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit principe is van groot belang voor de kwaliteit en veiligheid van nieuwe gebiedsontwikkelingen, woningbouw en natuurontwikkeling.

Hierbij geldt dat waterveiligheid een structurele plek krijgt in gebiedsprocessen, het waterbelang vroegtijdig meegewogen wordt en nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden ingericht volgens het principe 'water - vasthouden - bergen - afvoeren'. 4. Samenwerking en gebiedsgerichte aanpak Waterbeheer is complex en raakt veel maatschappelijke belangen. Zeeland kiest daarom bewust voor een gebiedsgerichte en integrale aanpak, waarin maatwerk wordt geleverd in samenwerking met lokale partijen. De provincie Zeeland streeft ernaar om de samenwerking met en tussen Waterschap Scheldestromen, gemeenten, Rijkswaterstaat en maatschappelijke partners te versterken, inwoners en bedrijven te betrekken en een verbetering door te voeren in kennisdeling, monitoring en communicatie over het waterbeleid. Relatie met het omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling doet geen inbreuk op de gestelde ambities en doelstellingen. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de Zeeuwse ambities. Zo wordt bij de realisatie van het kantoorpand een waterhuishoudkundig ontwerp vervaardigd waar rekening gehouden wordt met mogelijke effecten op grondwaterstromen en indien nodig mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. In paragraaf 6.2 wordt verder ingegaan op de weging van het waterbelang.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie 'Terneuzen stroomopwaarts, samen vergroenen'

De Omgevingsvisie Terneuzen – Stroomopwaarts schetst een strategisch en integraal toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Terneuzen tot 2045. Met de titel ‘samen vergroenen’ benadrukt de visie de ambitie om de regio te ontwikkelen met oog voor natuur, duurzaamheid, inclusieve groei en slimme mobiliteit. Deze koers is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met inwoners, bedrijven, natuur- en milieuorganisaties, andere overheden en partners. De omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Terneuzen 2025 uit 2010 en is opgesteld in lijn met de Omgevingswet, die gemeenten verplicht om een strategische visie voor de fysieke leefomgeving te ontwikkelen. De omgevingsvisie is op 15 januari 2026 in werking getreden. De visie is opgebouwd rond vier centrale thema’s: vergroenen, groei, verduurzaming en bereikbaarheid. Vergroenen staat voor het versterken van natuur- en waterberging, het verbinden van groene gebieden en het behouden van open polders voor moderne landbouw. Groei richt zich op het versterken van brede welvaart, met aandacht voor voldoende woningen, het behoud van voorzieningen en het aantrekken van

25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port) (vastgesteld)

nieuwkomers. Verduurzaming omvat het verminderen van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, het bevorderen van circulaire economie en het faciliteren van duurzame energieprojecten. Bereikbaarheid richt zich op het verbeteren van mobiliteit, waaronder het streven naar een passagierstrein naar Gent, en het versterken van infrastructuur. Daarnaast legt de omgevingsvisie nadruk op het belang van een integrale benadering waarbij ruimtelijke, economische en sociale doelen met elkaar worden verbonden. Er wordt ingezet op het creëren van een robuuste en veerkrachtige leefomgeving die zowel inwoners als bedrijven ruimte biedt om te groeien en zich te ontwikkelen, zonder afbreuk te doen aan ecologische waarden en landschappelijke kwaliteit. De visie benadrukt dat samenwerking tussen verschillende actoren – van lokale overheden tot regionale partners en het bedrijfsleven – essentieel is om ambities daadwerkelijk te realiseren. Door deze integrale en samenwerkende aanpak wil de gemeente Terneuzen een toekomstbestendige regio ontwikkelen die aantrekkelijk is om te wonen, werken en recreëren, en die bovendien bijdraagt aan de bredere duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen op regionaal en nationaal niveau.

Relatie met het omgevingsplan De ontwikkeling van het nieuwe kantoorpand in het grensgebied sluit goed aan bij de Omgevingsvisie 'Terneuzen stroomopwaarts, samen vergroenen' omdat het project inspeelt op meerdere strategische ambities uit de visie. Door het kantoorpand te situeren binnen het gezamenlijke havengebied van North Sea Port, draagt het bij aan economische versterking en stimuleert het grensoverstijgende samenwerking tussen bedrijven en overheden. Bovendien sluit het initiatief aan bij de visie op bereikbaarheid en logistieke verbindingen: een goed geplaatste kantoorlocatie binnen het havengebied vergemakkelijkt mobiliteit voor werknemers en partners uit zowel Nederland als België en versterkt de positie van het gebied als knooppunt binnen de Europese economische netwerken. Het kantoorpand functioneert daarmee als een schakel die economische groei, duurzame ontwikkeling en regionale samenwerking samenbrengt, zoals de Omgevingsvisie Terneuzen stroomopwaarts beoogt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16897198/1