2026-05-20 a. Tam-omgevingsplan Hoofdstuk 22d 'Sas van Gent, Westkade (kantoor NSP) - ontwerpbesluit
Tekst van het document
11
1.4
Doel van het bureauonderzoek
12
1.5
Normen en werkwijze
12
1.5.1
Landschappelijke waarden
13
1.5.2
Cultuurhistorie
13
1.5.3
Archeologie
14
2
3
Beleidskaders
15
2.1
Europees en nationaal beleid
15
2.1.1
Verdrag van Malta (1992)
15
2.1.2
Verdrag van Florence (2000)
15
2.1.3
Omgevingswet (2024) en Erfgoedwet (2016)
15
2.2
Provinciaal beleid
16
2.2.1
Landschap, archeologie en cultuurhistorie
16
2.2.1.1
Omgevingsvisie en -verordening Zeeland (2026)
16
2.2.1.2
Koersdocument Zeeuws erfgoed: kompas voor het erfgoedbeleid (2022)
17
2.2.1.3
Provinciale onderzoeksagenda archeologie Zeeland (POAZ)
17
2.3
Gemeentelijk beleid
17
2.3.1
Omgevingsplan
17
2.3.2
Landschap en cultuurhistorie
18
2.3.2.1
Verordening Fysieke Leefomgeving Terneuzen 2026
18
2.3.2.2
Omgevingsvisie ‘Terneuzen stroomopwaarts’ (2026)
18
2.3.3
Archeologie
19
2.3.3.1
Verordening Fysieke Leefomgeving Terneuzen 2026
19
2.3.3.2
Omgevingsvisie ‘Terneuzen stroomopwaarts’ (2026)
19
2.3.3.3
De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen
20
2.3.3.4
Archeologische beleidskaart en bestemmingsplan
20
Landschap
22
3.1
22
Inleiding
88/567 3
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
4
3.2
Ontstaansgeschiedenis
22
3.2.1
Pleistoceen (> circa 9.500 jaar BC)
22
3.2.2
Holoceen (circa 9.500 jaar BC tot heden)
25
3.3
Gegevens in het plangebied
26
3.3.1
Geologie
26
3.3.2
Geomorfologie en bodem
27
3.4
Hoogtebestand AHN
30
3.5
Bodemopbouw
31
3.6
Landschappelijke karakteristiek en waarden
33
Historie
34
4.1
Inleiding
34
4.2
Historische informatie
34
4.2.1
Ontginningsgeschiedenis en historisch landgebruik
37
4.2.2
Historische bewoning
39
4.2.3
Staats-Spaanse Linies
40
4.2.4
Cultuurhistorische waarden
42
5
Veldbezoek
44
6
Archeologische informatie
50
6.1
Inleiding
50
6.2
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
50
6.3
Provinciale archeologische verwachtingskaart
50
6.4
Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)
51
6.5
Prehistorische bewoningsgeschiedenis
52
6.5.1
AMK-terreinen
53
6.5.2
Vondstlocaties en waarnemingen
53
6.6
Eerder uitgevoerd onderzoek
54
6.6.1
Tweede Wereldoorlog
54
6.6.2
Verstoringen
55
7
4
Conclusies en aanbevelingen
56
7.1
Landschap en cultuurhistorie
56
7.1.1
Conclusie
56
7.1.2
Advies
56
7.2
Archeologie
57
7.2.1
Conclusie
89/567
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
57
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
7.2.2
Gespecificeerd verwachtingsmodel
57
7.2.3
Advies
58
Bronnen
60
Tabellen Tabel 1 Archeologische perioden (Bron: ABR)
49
Tabel 2 Eerder uitgevoerd onderzoek
53
Tabel 3 Gespecificeerde archeologische verwachting
57
Figuren Figuur 1 Het plan- en onderzoeksgebied weergegeven op een recente luchtfoto
10
Figuur 2 Het plan- en onderzoeksgebied weergegeven op een topografische kaart
11
Figuur 3 Zes pijlers van het cultureel erfgoed
13
Figuur 4 Het plangebied op de archeologische vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (2017).
21
Figuur 5 Het plangebied op de paleogeografische kaartenreeks (Vos et al 2018}
23
Figuur 6 Het plangebied op de paleogeografische kaartenreeks (Vos et al 2018)
24
Figuur 7 Het plangebied op de geologische kaart van Nederland
26
Figuur 8 Het plangebied op de geomorfologische kaart
27
Figuur 9 Verspreiding en lithosequenties van het Marien Holoceen (boven), Continentaal Holoceen / Perimarien Holoceen / Tardiglaciaal-Holoceen complex (midden), en het Continentaal Weichseliaan (onder) (Bron: De Moor & Van De Velde, 1995). De rode stip op de kaart is een indicatieve weergave van de ligging van het plangebied 28 Figuur 10 Het plangebied op de bodemkaart
29
Figuur 11 Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland
30
Figuur 12 Uitsnede van historisch kaartmateriaal uit de 19 e eeuw voor het gebied ten zuiden van Sas van Gent
33
Figuur 13 Uitsnede van de “Kaart der polders van een gedeelte van Staats-Vlaanderen” uit de 19e eeuw, met rechtsonder Sas van Gent (bron: Nationaal Archief)
33
Figuur 14 Kadastraal minuutplan
34
Figuur 15 Historisch kaartmateriaal van het plangebied omstreeks 1850
35
Figuur 16 Historisch kaartmateriaal van het plangebied omstreeks 1930
35
Figuur 17 Historisch kaartmateriaal van het plangebied omstreeks 1950
36
Figuur 18 Historisch kaartmateriaal van het plangebied omstreeks 1990
36
Figuur 19 Luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied (2024)
37
Figuur 20 Luchtfoto van de glasfabriek, jaren vijftig (bron: Zeeuws Archief, archief Glasfabriek Sas van Gent)
40
Figuur 21 Ligging van de voormalige Linie van Communicatie tussen Hulst en Sas van Gent op de BelgischNederlandse grens
41
Figuur 22 Uitsnede van de Erfgoedatlas bij het plangebied met infrastructuur en ligging van de Staats-Spaanse linie (overzijde van het kanaal) 42 Figuur 23 Uitsnede van de Erfgoedatlas bij het plangebied met ligging van het gebied met ruilverkaveling bij Canisvliet (overzijde van het kanaal) 42 90/567 5
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
Figuur 24 Rijksgrenspaal N°309 aan de Westkade langs het kanaal Gent - Terneuzen. Op de achtergrond is het (voormalige) douanegebouw te zien aan de Nederlandse zijde van de grens
45
Figuur 25 Rijksgrenspaal N°310 naast het (voormalige) douanegebouw langs de spoorlijn Gent - Terneuzen. Op de foto is tevens het hoogteverschil te zien tussen het plangebied (rechts) en de aangrenzende polder (links) 46 Figuur 26 Plangebied ten westen van de doorgaande weg (Westkade), gezien vanuit het noorden. Op de foto komt net een trein langs en is daardoor de ligging van het spoortracé duidelijk zichtbaar 47 Figuur 27 Landschap ten westen van het plangebied, gezien vanaf de Poelstraat in oostelijke richting. Het plangebied is hier vanaf de Nederlandse zijde van de grens beperkt zichtbaar 48 Figuur 28 Uitzicht op het plangebied vanaf de overzijde van het kanaal Gent - Terneuzen. Het plangebied bevindt zich op de achtergrond rond de boot die is aangemeerd. Op de voorgrond (links) is de rand van een groot werkterrein te zien aan de Belgische kant van de grens 49 Figuur 29 Het plangebied op de provinciale archeologische verwachtingskaart. (Bron: Provincie Zeeland)
51
Figuur 30: Uitsnede van de IKAW met de globale ligging van het plangebied weergeven in het rood.
52
Figuur 31 Vondstlocaties en onderzoeksmeldingen in en rondom het onderzoeksgebied
53
Figuur 32 Het plangebied op de kaart van vergraven gronden
55
Colofon
61
91/567 6
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
Samenvatting Aanleiding North Sea Port is voornemens om een nieuw hoofdkantoor te realiseren, direct op de grens tussen Nederland en België. Hiervoor is een wijziging van het omgevingsplan nodig. In opdracht van North Sea Port heeft Arcadis Nederland bv een Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie & Archeologie uitgevoerd voor het voorliggende onderzoeksgebied binnen de gemeente Terneuzen. Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk landschappelijke, cultuurhistorische en/of archeologische waarden worden verstoord. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de aanwezige waarden die zich in het plangebied (kunnen) bevinden. Op basis daarvan worden adviezen opgesteld, waarbij kansen en risico’s ten aanzien van de geplande ingrepen in beeld worden gebracht. Landschappelijke waarden Het netwerk van waterlopen en waterstaatkundige objecten in Zeeuws-Vlaanderen speelt een belangrijke rol in het drooghouden van het polderlandschap. Het kanaal Gent - Terneuzen heeft daarnaast een belangrijke doorvoerfunctie voor de scheepvaart. Tijdens het veldbezoek zijn bij het plangebied geen waardevolle landschappelijk elementen geïdentificeerd die verband houden met de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Met name het kanaal is een belangrijke structuurdrager van het landschap ten zuiden van Sas van Gent.
Ten opzichte van het oorspronkelijke agrarisch polderlandschap heeft tegenwoordig het industriële karakter de overhand in het plangebied. Geadviseerd wordt om met het nieuwe gebouw de (historische) doorvoerfunctie en het industriële karakter van het gebied te benadrukken. Cultuurhistorische waarden Vanuit cultuurhistorisch oogpunt worden het kanaal en de spoorlijn beide aangemerkt als waardevolle elementen in de directe omgeving van het plangebied. Ook de twee rijksgrenspalen in het gebied zijn aangemerkt als cultuurhistorisch waardevolle elementen die symbool staan voor de (grotendeels onzichtbare) landsgrens die door het plangebied loopt. Binnen het plangebied bevinden zich geen monumentale gebouwen. Het Verex-gebouw aan de Nederlandse kant van de grens heeft op zichzelf schijnbaar weinig architectonische waarde, maar draagt samen met de inrichting van het gebied wel bij aan de uitstraling van de grensovergang. Geadviseerd wordt om de grensovergang beleefbaar te houden en te zorgen dat de rijksgrenspalen goed tot hun recht komen in de nieuwe situatie. Archeologie Landschappelijke gegevens: Volgens de geologische kaart komt het Laagpakket van Walcheren op Pleistocene formaties voor in het plangebied. Dit wordt bevestigd door enkele boringen in de omgeving, echter kan het dekzand ook aan maaiveld aanwezig zijn.
Op basis van de bodemkaart van Van Rummelen (1977) komen in het plangebied afzettingen van Duinkerke IIIb op Hollandveen op Pleistocene afzettingen (dieper dan 2 meter -Mv) voor. Het gebied is niet gekarteerd op de geomorfologische kaart of de bodemkaart. Op basis van de omliggende gegevens wordt verwacht dat in het gebied sprake kan zijn van een vlakte van getij-afzettingen zoals aan de overkant van het kanaal, maar de aanwezigheid van dekzand, eventueel in de vorm van een vlakte van verspoelde dekzanden, kan niet worden uitgesloten. Op de bodemkaart zijn veldpodzolgronden aanwezig direct ten westen van het plangebied. Mogelijk kunnen deze gronden in het plangebied voorkomen, maar het is aannemelijk dat ze vergraven en/of verstoord zijn. Het plangebied ligt enkele meters hoger dan het omliggende polderlandschap en is waarschijnlijk opgehoogd tijdens de uitbreiding van het kanaal en de aanleg van de provinciale weg. Archeologische en historische gegevens: Er zijn geen vindplaatsen bekend in het plan- of onderzoeksgebied. In de bredere omgeving is één vindplaats bekend, aan de overkant van het kanaal ten oosten van het plangebied. Hier zijn de resten van de omwalling van de St. Anthony schans, onderdeel van de Staats-Spaanse linie, aangetroffen.
Het fort zelf is grotendeels verdwenen tijdens de verlegging en verbreding van het kanaal, alsmede de ontwikkeling van industrie aan de Belgische zijde. Het plangebied is waarschijnlijk sinds de Middeleeuwen in gebruik geweest voor agrarische doeleinden, met name als bouwland. Er is geen sprake van historische bebouwing. Door de uitbreiding van het kanaal in de 19de eeuw kwam het kanaal dichter bij het plangebied te liggen dan voorheen het geval was.
92/567 7
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
Verwachting en advies: De periode vanaf het Paleolithicum tot aan de Bronstijd krijgt een middelhoge verwachting wegens de mogelijke aanwezigheid van dekzand onder het ophogingspakket. Sporen van (tijdelijke) kampementen of nederzettingen kunnen in het dekzand worden verwacht. De periode vanaf de IJzertijd tot aan de Vroege Middeleeuwen krijgt een lage verwachting, wegens de aanwezigheid van veen en een periode van overstromingen waardoor het gebied onaantrekkelijk was voor bewoning. De periode Middeleeuwen-Nieuwe Tijd krijgt een lage tot middelhoge verwachting, waarbij ontginningssporen of overige sporen gerelateerd aan agrarische activiteiten of infrastructuur onder het ophogingspakket verwacht kunnen worden. Terwijl er voor enkele perioden een archeologische verwachting geldt, zijn de relevante archeologische lagen zeer waarschijnlijk al verstoord door de ophoging van het gebied tijdens de verbreding van het kanaal en/of de aanleg van infrastructuur, óf bevinden de lagen zich dieper dan 2,5 meter -Mv. Dit past bij de ligging van het plangebied op de Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen, namelijk in een zone met een vrijstelling van 4+ meter beneden maaiveld. Gelet op de onderzoeksresultaten wordt voor het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.
Dit rapport is reeds door de initiatiefnemer voorgelegd aan de gemeente Terneuzen en de Provincie Zeeland. De opmerkingen uit de beoordelingen zijn in deze versie verwerkt.
93/567 8
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
Administratie gegevens Objectgegevens onderzoek Slotplaats Arcadis projectnummer
30250464
ISSN-nummer rapport
2666-8718
Projectnaam
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor North Sea Port)
Plaats
Sas van Gent
Gemeente
Terneuzen
Provincie
Zeeland
Kadastrale gegevens
Sectie C: 4484, 4485, 4993, 5861
Coördinaten (X,Y)
44139.74, 359210.83
Oppervlakte plangebied
circa 1,2 ha
Onderzoeksmelding Archis3
5763689001
Uitvoerder
Arcadis
Auteurs
-
Contactpersoon
-
Opdrachtgever
North Sea Port
Bevoegd gezag
Gemeente Terneuzen
Uitvoeringsperiode onderzoek
April 2025 – mei 2025; aanpassing maart 2026
Beheerder en plaats documentatie
Arcadis Nederland B.V., locatie Arnhem
94/567 9
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
1
Inleiding
1.1
Aanleiding van het onderzoek
North Sea Port is voornemens om een nieuw hoofdkantoor te realiseren, direct op de grens tussen Nederland en België. Hiervoor is een wijziging van het omgevingsplan nodig. In opdracht van North Sea Port heeft Arcadis Nederland bv een Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie & Archeologie uitgevoerd voor het voorliggende onderzoeksgebied binnen de gemeente Terneuzen. Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk landschappelijke, cultuurhistorische en/of archeologische waarden worden verstoord. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de aanwezige waarden die zich in het plangebied (kunnen) bevinden. Op basis daarvan worden adviezen opgesteld, waarbij kansen en risico’s ten aanzien van de geplande ingrepen in beeld worden gebracht.
1.2
Plan- en onderzoeksgebied
Het plangebied van het onderhavige onderzoek ligt in de gemeente Terneuzen op de landsgrens tussen Nederland en België en bedraagt circa 1,2 ha binnen Nederland. Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Sas van Gent, aan de Westkade langs het kanaal Gent - Terneuzen. Voor het bureauonderzoek is uitgegaan van een onderzoeksgebied dat bestaat uit het plangebied en een buffer van 200 meter. Hierdoor wordt een compleet beeld verkregen van de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische context van het plangebied. De voorgenomen maatregelen vinden plaats aan weerszijden van de Nederlands-Belgische grens. Binnen deze rapportage wordt uitsluitend de Nederlandse context behandeld. Het projectgebied loopt daarom tot de landsgrens. Het onderzoeksgebied loopt op de kaartweergave door in België, maar gegevens uit België worden (grotendeels) niet in dit onderzoek meegenomen. De Belgische (Vlaamse) context wordt behandeld in een aparte rapportage.
Figuur 1 Het plan- en onderzoeksgebied weergegeven op een recente luchtfoto
95/567
10
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
1.3
Huidige en toekomstige situatie plangebied
Op dit moment heeft het plangebied verschillende bestemmingen en gebruiksfuncties. Daarbij wordt het plangebied gekenmerkt door de aanwezigheid van infrastructuur, zoals de provinciale weg N252 (Westkade), enkele zijwegen, een fietspad en de kades van het kanaal Gent - Terneuzen. In het westen grenst het plangebied aan de spoorlijn tussen Gent en Terneuzen. In het noorden grenst het plangebied aan een benzinestation. Naast het benzinestation staat een elektriciteitshuisje en vlak voor de Belgische grens, in het zuidwesten van het plangebied, is bebouwing aanwezig. Het gebouw dateert uit 1964 en heeft een kantoorfunctie. Door de verschillende gebruiksfuncties kent het gebied ook verschillende soorten gebruikers. De voorgenomen ingrepen zijn op dit moment nog niet duidelijk. Er wordt gekeken naar de realisatie van een kantoorgebouw dat mogelijk boven de weg doorloopt en eventuele parkeerplaatsen aan weerszijden van het gebouw. Wel is al bekend dat de werkzaamheden tot maximaal 2,5 meter onder maaiveld zullen reiken. Er wordt niet verwacht dat de werkzaamheden de grondwaterstand (tijdelijk) zullen beïnvloeden. De toekomstige gebruikers van het kantoorgebouw en de parkeerplaatsen zijn de medewerkers van North Sea Port.
Figuur 2 Het plan- en onderzoeksgebied weergegeven op een topografische kaart
96/567 11
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
1.4
Doel van het bureauonderzoek
Ten aanzien van landschap en cultuurhistorie is het doel van het bureauonderzoek om op een integrale wijze inzicht te verschaffen in de landschappelijke en cultuurhistorische waarden die zich in het plangebied bevinden of verwacht worden. Indien de werkzaamheden een risico vormen voor de landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in het plangebied, wordt een advies opgesteld voor de te nemen vervolgstappen en worden kansen voor het versterken van deze waarden meegenomen. Ten aanzien van archeologie is het doel van het bureauonderzoek drieledig: 1. Inzicht verschaffen in de archeologische en historische resten die zich in het plangebied bevinden of verwacht worden. 2. Opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel conform KNA 4.2. 3. Advies opstellen over of en waar er archeologisch vervolgonderzoek nodig is, en indien nodig, uit welke onderzoeksmethode het vervolgonderzoek moet bestaan.
1.5
Normen en werkwijze
Arcadis streeft naar een integrale aanpak van erfgoed. Erfgoed bevat zes pijlers (Figuur 3): archeologie, historische gebouwen, historisch landschap, natuurlijk erfgoed, collecties & objecten en immaterieel erfgoed. Deze aspecten vertonen een grote verbondenheid en onderlinge samenhang. Een integrale benadering van deze aspecten heeft een meerwaarde voor het project waarbinnen het wordt uitgevoerd. Het zorgt ervoor dat er een gedegen inventarisatie beschikbaar is en dat er een integrale erfgoedwaardering kan worden uitgevoerd. In dit bureauonderzoek ligt de focus op de pijlers archeologie, historisch landschap en gebouwd erfgoed. Daar waar relevant zullen waarden worden toegevoegd uit de pijler natuurlijk erfgoed. Van collecties & objecten en immaterieel erfgoed is geen sprake in het plangebied. Deze worden buiten beschouwing gelaten. De overige pijlers laten zich omschrijven als: • Archeologie: Deze pijler omvat alle bekende en onbekende, in en op het bodemarchief aanwezige resten van menselijke activiteiten, die wel of niet verstoord zullen gaan worden. Archeologie zal worden uitgevoerd volgens de KNA 4.2, protocol bureauonderzoek 4002. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de te verwachten aanof afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden.
• Historisch landschap: In deze pijler worden de elementen die behoren tot de historische geografie beschreven. Dit zijn cultuurhistorische punten, lijnen en vlakken, zoals cultuurhistorische landschappen, historisch groen, historische paden, sloten, dijken, beplantingen etc. als ook historische zichtlijnen en historische wegen-, verkavelings- en beplantingspatronen etc. • Gebouwd Erfgoed: Deze pijler bestaat uit elementen die behoren tot de historische (steden)bouwkunde. Hieronder vallen beschermde stads- en dorpsgezichten, Rijksmonumenten, waardevolle bouwkundige objecten (molens, boerderijen, sluizen, etc.) en ensembles (erven, dorpen, linten, landgoederen, etc.). • Natuurlijk Erfgoed: Onderdeel van deze pijler zijn bijzondere elementen van het landschap die door natuurlijke processen zijn gevormd, zoals bijvoorbeeld een steilrand of een stuwwal. Ook aardkundige waarden vallen onder deze pijler.
97/567 12
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
Figuur 3 Zes pijlers van het cultureel erfgoed
1.5.1
Landschappelijke waarden
Door het combineren van geologische, geomorfologische en bodemkundige bronnen wordt inzicht verkregen in de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied en de aanwezige waarden. Om tot een overzicht en kenschets te komen van de waardevolle landschappelijke elementen binnen het plangebied is gebruik gemaakt van: 1 • Bodemkaart. • Geomorfologische kaart. • Geologische kaart. • Dinoloket. • Kaart vergraven gronden (RCE). • Historisch kaartmateriaal. • Paleografische kaarten. • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4).
1.5.2
Cultuurhistorie
Het onderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de historische elementen en cultuurlandschappelijke waarden die zich in het plangebied bevinden. Door het onderzoeken van het huidige en historische landgebruik wordt inzicht verkregen in de cultuurhistorische waarden die binnen het plangebied aanwezig zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen historische geografie en historische (steden)bouwkunde op basis van onderstaande bronnen:1 • Beschikbare kaartlagen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). • Historisch Kaartmateriaal. • HISGIS. • IKME Indicatieve Kaart Militair Erfgoed. • Cultuurhistorische kaart Zeeland. • Website Zeeuwse Ankers - Erfgoed Zeeland. • Cultuurhistorische waardenkaart Terneuzen. • Gemeentelijke monumentenlijst Terneuzen. • Website heemkundige kring Sas van Gent.
1 Zie ook literatuurlijst
13
98/567
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
1.5.3
Archeologie
De landschappelijke en archeologische situatie wordt beschreven op basis van een aantal bronnen. De landschappelijke opbouw en ontwikkeling van het onderzoeksgebied zegt veel over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Hiervoor worden (landelijke) landschappelijke en historische kaarten geraadpleegd. In combinatie met gegevens over bekende archeologische vondsten en historische gegevens, zoals opgenomen in Archis3 en in gemeentelijke beleids- of verwachtingskaarten, wordt een verwachting opgesteld voor de kans op het aantreffen van archeologische resten. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de verwachte aanof afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. De doelstellingen vermeld bij §1.4 worden bereikt door het beantwoorden van de volgende vragen: 1. Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? 2. Welke archeologische gegevens in en rond het plangebied zijn bekend? 3. Welke historische gegevens (complexen en landgebruik) in en rond het plangebied zijn bekend? 4. Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Wat zijn de prospectiekenmerken van de te verwachte vindplaatsen? 5.
In welke mate worden de bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling? 6. Is archeologisch vervolgonderzoek nodig en zo ja, welke onderzoeksmethode wordt geadviseerd? Voor het bureauonderzoek archeologie worden in lijn met de doelstellingen de volgende bronnen geraadpleegd: 1 • Archeologische Monumenten Kaart (AMK). • Gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. • Relevante publicaties van reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek. • Bodemkaarten, geomorfologische kaarten, het AHN. • Informatie uit Archis 3. • Historische kaarten. • Informatie over de Tweede Wereldoorlog (bijv. via IKME). Daarnaast wordt het plangebied conform het interim-beleid archeologie van de gemeente Terneuzen getoetst aan vijf criteria om na te gaan of er een onderzoekplicht voor archeologie geldt. De criteria worden doorlopen in paragraaf 2.3.3.3.
99/567 14
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public
BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
2
Beleidskaders
2.1
Europees en nationaal beleid
2.1.1
Verdrag van Malta (1992)
Op 16 januari 1992 is door de Raad van Europa het Europese verdrag van Malta - ook wel bekend als de Conventie van Malta of het Verdrag van Valletta - gesloten. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In het verdrag zijn drie uitgangspunten ten aanzien van de omgang met archeologie geïntroduceerd: • Het streven naar het behouden van archeologie in de bodem, het zogenaamde "behoud in situ" (artikel 4, tweede lid). De gedachte daarachter is dat er bodemarchief voor toekomstige generaties bewaard moet blijven. • “Behoud in situ” wordt bereikt door in de planvorming tijdig rekening houden met de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). Dit gebeurt door vooraf onderzoek uit te voeren naar archeologische resten. Door er vooraf rekening mee te houden, wordt vertraging in bouwprocessen voorkomen. • Wanneer ‘behoud in situ” niet mogelijk is, dienen de behoudenswaardige archeologische resten te worden veiliggesteld door middel van archeologisch onderzoek. Elke lidstaat die het Verdrag van Malta ondertekent, is verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat bij alle ontwikkelingsprojecten de kosten van het archeologisch onderzoek worden gedekt (artikel 6).
In de Nederlandse wetgeving is dit vertaald in het ‘de verstoorder betaalt’-principe (Wet op de Archeologische Monumentenzorg 2008). De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de kosten van het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de resultaten.
2.1.2
Verdrag van Florence (2000)
De Europese Landschapsconventie (het Verdrag van Florence genoemd) is een verdrag van de Raad van Europa. Nederland heeft het verdrag in 2005 ondertekend en geratificeerd. Het is het eerste verdrag waar landschap integraal wordt behandeld. De ondertekenaars van het verdrag hebben toegezegd zich in te zetten voor het beheer en behoud en de inrichting van landschappen, en het bevorderen van Europese samenwerking. Het Europese Landschapsverdrag verplicht overheden om landschap te integreren in nationale en regionale plannen. Onder landschap wordt verstaan: “een gebied zoals waargenomen door mensen, dat het resultaat is van de wisselwerking tussen menselijke en natuurlijke factoren.” Er is kortom een centrale rol weggelegd voor de waarneming van de mens.
2.1.3
Omgevingswet (2024) en Erfgoedwet (2016)
Omgevingswet Alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving – de waarneembare omgeving door zicht, reuk en gehoor – zijn per 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt regels over milieu, natuur, water, ruimtelijke kwaliteit, infrastructuur, bouwwerken en erfgoed. Erfgoed in de Omgevingswet wordt opgedeeld in zes categorieën: Stads- en dorpsgezichten, Monumenten, Archeologische monumenten, Cultuurlandschappen, Roerend en immaterieel cultureel erfgoed en Werelderfgoed. Inhoudelijk worden deze categorieën als volgt beschreven: 1. Stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun: schoonheid, onderlinge ruimtelijke/structurele samenhang, wetenschappelijke/ cultuurhistorische waarde, en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden. 2. Monumenten en hun omgeving: onroerende zaken die deel uitmaken van het cultureel erfgoed, inclusief de omgeving van de onroerende zaak. 3. Archeologische monumenten: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. 4.
Cultuurlandschappen: gebieden – landschappen – zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen die deel uitmaken van cultureel erfgoed. 5. Roerend en immaterieel cultureel erfgoed voor zover aan een locatie verbonden. Deze categorie omvat alle erfgoed die niet onder te brengen is in de bovenstaande categorieën, zolang ze aan een locatie verbonden kunnen worden.
100/567 15
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1153:1.0 - Datum: 26 maart 2026 - Public