2026-02-25 - Bijlage 5 Cultuurhistorisch onderzoek geanon.
Tekst van het document
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
20220518 18 mei 2022 P.J. Verhoeven M. BrienissenSterkenburg Planologische procedure fase 3 Finlandweg Terneuzen 0476195.100 Cultuurhistorisch onderzoek
1
Inleiding
1.1
Aanleiding voor dit onderzoek Aan de Finlandweg te Westdorpe is het afvalverwerkingsbedrijf Bnext Terneuzen B.V. gelegen. Om aldaar de vestiging van bedrijven in milieucategorie 4.2 en één specifieke activiteit in categorie 5.2 te faciliteren is in 2016 het bestemmingsplan 'Axelse Vlakte, Finlandweg' opgesteld. Afval- en recyclingbedrijf Bnext (hierna: Bnext) is voornemens om haar afvalverwerkingsbedrijf ten westen van deze locatie uit te breiden. De activiteiten van de uitbreiding van het bedrijf omvatten ondermeer thermische en extractieve reiniging, composteren, puinbreken en pyrolyse. Op het terrein worden diverse installaties gerealiseerd.
1.2
Een cultuurhistorisch onderzoek Op grond van het Bro (art. 3.6.1.) geldt dat gemeenten verplicht zijn cultuurhistorische waarden mee te wegen bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet beschreven worden hoe het bestemmingsplan met deze waarden omgaat. Op de plankaart kunnen eventuele cultuurhistorische waarden aangeduid worden met een dubbelbestemming en bijbehorende beschermende regels. Doel en methode Voorliggend onderzoek voorziet in de Bro-verplichting tot het meewegen van cultuurhistorische. Het onderzoek gaat in op de huidige cultuurhistorische waarden en de wijze waarop het planvoornemen zich tot deze waarden verhoudt. Binnen de effectbepaling en –beoordeling voor cultuurhistorie wordt onderscheid gemaakt in effecten op de volgende aspecten: Historisch geografische waarden (landschappelijke hoofdstructuur, landschappelijke structuren en elementen en historisch groen; Historisch stedenbouwkundige waarden (werelderfgoed, beschermd stads- en dorpsgezicht, rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en overige waarden); Aardkundige waarden. De effectbepaling vindt kwalitatief/beschrijvend plaats op basis van expert judgement. Op de eerste plaats wordt de historische situatie en de cultuurhistorische beleidswaarden van het projectgebied geïnventariseerd.
Aan de hand van het projectvoornemen binnen de projectgrenzen is bepaald of er waarden worden aangetast en zo ja op welke wijze (fysiek, beleving, samenhang). Tabel 1.1 vat het toetsingskader samen, in de volgende paragrafen wordt het project per aspect beoordeeld en voorzien
blad 1 van 14
memonummer: 20220518 betreft: Cultuurhistorisch onderzoek
van een effectscore. Het projectgebied ligt in een aardkundig waardevol gebied. Om die reden kunnen effecten op aardkundig waardevolle gebieden op voorhand uitgesloten worden. Tabel 1.1: Toetsingskader cultuurhistorie Cultuurhistorische aspecten Kwaliteit Historische geografie Fysieke kwaliteit - Historisch-landschappelijke Beleefde kwaliteit hoofdstructuur Inhoudelijke kwaliteit - Historisch-landschappelijke structuren en elementen - Historisch groen Historische Fysieke kwaliteit (steden)bouwkunde Beleefde kwaliteit - UNESCO-werelderfgoed Inhoudelijke kwaliteit - Beschermd stads en dorpsgezicht - Rijksmonumenten - Gemeentelijke monumenten Aardkundige waarden -
1.3
Methode Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Criterium Fysieke aantasting van waarden Aantasting van de belevingswaarde Aantasting van de samenhang
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Fysieke aantasting van waarden Aantasting van de belevingswaarde Aantasting van de samenhang en informatiewaarde
-
-
Plangebied en planvoornemen Bnext is voornemens om het afvalverwerkingsbedrijf aan de Finlandweg uit te breiden. Over de inrichting van het terrein zijn nog geen definitieve inrichtingstekeningen beschikbaar. Langs de Finlandweg (op eigen terrein) is een opstelstrook voor vrachtwagens opgenomen.
Figuur 1.1: Plangebied
blad 2 van 14
Figuur 1.2: Inrichting plangebied Op het terrein zijn diverse utilities (o.a. installaties), algemene gebouwen en toebehoren, opslagvoorzieningen en voorzieningen voor overslag, verlading en intern transport (zoals laad- en loskade en parkeerplaatsen) aanwezig. Bij de utibreiding wordt een deel van deze werkzaamheden verplaatst naar het nieuwe gedeelte.
blad 3 van 14
2
Beleidskader en juridisch kader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Erfgoedwet Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet inwerking getreden. De Erfgoedwet vervangt meerdere wetten en regelingen, waaronder de Monumentenwet 1988. De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is er in vastgelegd (voor o.a. de bescherming van rijksmonumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten blijft tot inwerkingtreding van de Omgevingswet de Monumentenwet 1988 vigeren). De Erfgoedwet is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Monumenten moeten van belang zijn door hun schoonheid, de wetenschappelijke en/of hun cultuurhistorische betekenis. Een monument kan worden aangewezen als rijksmonument wanneer het aan bovenstaande voldoet en als het een nationale, unieke waarde heeft. Ook geeft de Erfgoedwet voorschriften voor het wijzigen, verstoren, afbreken of verplaatsen van een beschermd monument. Die voorschriften houden in dat er niets aan het monument mag worden veranderd zonder voorafgaande vergunning. Deze vergunning moet op voorhand worden aangevraagd bij het bevoegd gezag.
2.1.2
Besluit ruimtelijke ordening Cultuurhistorische waarden dienen uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan.
2.1.3
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is de integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet en hanteert dan ook dezelfde brede opvatting van het begrip fysieke leefomgeving: de natuurlijke omgeving met grote wateren en natuurlandschappen, agrarische cultuurlandschappen, de gebouwde omgeving met steden, dorpen, bedrijventerreinen, netwerken en infrastructuur voor het verkeer van personen, goederen, data, stoffen en energie, en het cultureel erfgoed. De ontwikkeling van de leefomgeving moet zo veel als mogelijk in balans zijn met bescherming van waarden als gezondheid, veiligheid, landschap, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Om die reden is “het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang” tot nationaal belang benoemd. Ook het nationaal belang “het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” benadrukt het erfgoedbelang. De zorg voor het behoud van cultureel erfgoed en van werelderfgoed is het werkterrein van alle overheden. Daarbij gelden de verplichtingen die voortvloeien uit het verdrag van Granada, het verdrag van Valletta, het Europees landschapsverdrag en het Werelderfgoedverdrag. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed functionerend (wettelijk) systeem voor erfgoed en leefomgeving.
De sturing vanuit het Rijk beperkt zich door de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) tot behoud van cultureel erfgoed in de vorm van rijksmonumenten en werelderfgoed (middels eerder beschreven Erfgoedwet).
2.2
Provinciaal beleid Cultureel erfgoed is een onderdeel van het cultuurbeleid van de Provincie Zeeland. De Provincie behoudt en ontwikkelt het erfgoed en maakt het toegankelijk voor publiek. De provincie ziet het Zeeuws erfgoed als belangrijk onderdeel van de Zeeuwse identiteit en wil dit erfgoed behouden, benutten, ontsluiten, beleefbaar en toegankelijk maken. Voor gebouwd erfgoed is het rijkskader het relevante juridische kader. De provincie heeft in haar verordening daarnaast regels opgenomen voor de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en voor historisch geografische waarden.
blad 4 van 14
Historische geografie In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor landschappen, landschapselementen, cultuurhistorisch waardevolle boerderijen of cultuurhistorische elementen die vermeld worden in onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de landschappelijke respectievelijk cultuurhistorische waarden van de gronden, boerderijen of elementen. Tabel 2.1: Landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische elementen van provinciaal belang
Deze tabel wil zeggen dat in de toelichting van een bestemmingsplan aangegeven dient te worden wat de landschappelijke dan wel cultuurhistorische waarde van deze elementen is. In het bestemmingsplan mag in beginsel geen bestemming aangewezen worden of regels gesteld worden die ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan mogelijk maken dat de landschappelijke of cultuurhistorische waarde significant aangetast wordt. Bestemmingen of regels mogen wel aangewezen worden mits: 1. Sprake is van een groot openbaar belang; 2. Er geen reële andere mogelijkheden zijn en 3. De negatieve effecten op de landschappelijke / cultuurhistorische waarden zoveel mogelijk worden beperkt door het treffen van mitigerende maatregelen en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd (als beschreven in bijlage F van de Omgevingsverordening van de Provincie Zeeland).
2.3
Gemeentelijk beleid De gemeente Terneuzen heeft haar erfgoedbeleid verankerd in de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. In deze verordening is o.a. de bescherming van gemeentelijke monumenten geregeld. Hierin is bepaald dat het verboden is een gemeentelijk monument te beschadigen, te vernietigen en zonder vergunning af te breken, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen.
blad 5 van 14
3
Historie
3.1
Historische ontwikkeling Geschiedenis van schorren, slikken en de zee De planlocatie is gelegen in het gebied dat in belangrijke mate door de waterstaatkundige geschiedenis gevormd is. De locatie was onderdeel van de Axelse Kreek, welke onderdeel was van de Braakman. De Braakman (de zeearm vanuit de Westerschelde, nabij de dorpen Biervliet en Hoek), werd door een stormvloed in 1375 een groot binnenwater ten westen van Terneuzen in een gebied dat daarvoor een groot landschap van slikken en schorren was. Tijdens de Sint-Elisabethvloed van 1404 verdween het eiland Wulpen, waardoor er meer water in het westelijk deel van de latere Westerschelde kon worden opgestuwd. De Braakman (of toen: Dollaert) vergrootte naar het zuiden. Door het stijgende zeeniveau werd deze invloed vergroot en reikte de Braakman (met als naam “Axels gat”) in het einde van de achttiende eeuw tot aan Axel. De verbinding met de Westerschelde verschafte Axel de mogelijkheid om per schip de Westerschelde te bereiken.
Figuur 3.1: Uitsnede uit Visscher Roman kaarten (1650). Wat nu de Axelse vlakte is was onderdeel van de Axelse Kreek (in rood indicatief het plangebied)
Militaire betekenis De stad Axel had een zeer strategische ligging. Door de aanwezigheid van het Axels Gat lag Axel op een eiland. Het versperde de toegang naar havenstad Terneuzen en andere plaatsen aan de Westerschelde, en de Westerschelde de toegang naar de haven van Antwerpen en het achterliggende land. Daarmee had de stad betekenis in de Tachtigjarige oorlog: de stad werd in 1586 door Prins Maurits op de Spanjaarden veroverd. Door het gebied ten westen van Axel onder water te zetten kon Axel behouden blijven voor de Staatsen. Dit water vormde daarmee de grens tussen Spaans en Nederlands gebied. Axel heeft de rest van de oorlog in de linie gelegen. Prins Maurits liet vestingwerken aanleggen welke in 1601 gereed kwamen. De Spanjaarden legden tegnover Axel eveneens vestingwerken aan Inpoldering Tegen het einde van de Tachtigjarige Oorlog werd aangevangen met de inpoldering van de regio. In de 17e eeuw werd het gebied ten noorden van Axel ingepolderd1. Direct ten noorden van het plangebied werd de Koegors- en Nieuwe Zevenaarspolder in 1631 herbedijkt na militaire inundaties in 1585. Door bedijking van deze polders werden de Axelse en Terneuzense polders opnieuw verenigd (na de Tachtigjarige oorlog). 1 Op 6 december 1647 werd een verzoek aan de Staten van Zeeland gericht om de schorren benoorden de guelen ende noord-oost
aen de stadt Axel gelegen te mogen bedijken. De polder kwam in 1653 gereed.
blad 6 van 14
Figuur 3.2: Land van Axel in 1747. In de 17e eeuw werden grote delen in het “Ambacht van Axel” (opnieuw) ingepolderd. Het plangebied is gelegen in het Kanaal van Axel en dus nog niet bedijkt.
In de 18e eeuw werd verder gegaan met het inpolderen van het gebied rondom Axel. De Beoosten en Bewesten Blijpolders, (genoemd naar de oude stroom Blyée) was toen nog het Axels kanaal. Toen in 1790 tussen Zwartenhoek en de Axelse Sassing de tegenwoordige Sasdijk werd aangelegd ontstond een van de grootste bedijkingen in Zeeland. Met deze inpoldering verviel de direct verbinding tussen Axel en de Westerschelde. In 1789 werd een havenkanaal aangelegd om de verbinding met de zee te vergroten. In 1825 werd dit vergroot tot Zijkanaal C. Ten zuidoosten van dit zijkanaal van het kanaal Terneuzen – Sas van Gent2 werd in 1825 het “Smidsschorre” ingepolderd door de aanleg van de Ameliadijk.
Figuur 3.3: In groen de gebieden die in de periode 1533 – 16448 ingepolderd zijn, in de regel door herbedijking als herstel van de militaire handelingen uit de Tachtigjarige oorlog.
2 In 1823 besliste koning Willem I (toen België nog deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden) om de Sassevaart
te verlengen naar Terneuzen. Het traject liep van Gent naar Sas van Gent, voornamelijk in de oude bedding van de Sassevaart. Van Sas van Gent naar Terneuzen liep de vaart door een schorrengebied (De Braeckmaninham, Sassegat en Axelse Gat). In Terneuzen werden twee sluizen gebouwd: een van 8 meter en een van 12 meter breed.
blad 7 van 14
Beoosten- en Bewesten Blijpolder, in 1790 over Axels kanaal ingepolderd
Figuur 3.4: Aangevuld met inpolderingen uit de periode 1649 – 1808.
Smidsschorrepolder, ingepolderd in 1825
Figuur 3.5: Verdere inpolderingen van het Axels kanaal tot 1953.
De figuren hierboven tonen de inpolderingsgeschiedenis van het plangebied. Het westelijke gedeelte van het plangebied behoort niet tot het ingepolderde gebied. Het gebied, bekend onder de naam “Axelse vlakte” is (net als de ingepolderde delen) een deel van het oorspronkelijke Axelse Gat, met een aftakking naar de Zwartenhoekse Sluis. Na de afsluiting ervan bleef een ondiep water over, dat werd opgehoofd met materiaal dat vrijkwam bij werken aan het kanaal Gent-Terneuzen. Reeds in 1875 werd met de ophoging een begin gemaakt, maar vooral bij de verbredingswerken die plaatsvonden van 19001910 werd hier veel zand gestort. De Dekkerspolder, die te boek staat als bedijkt in 1906, maar die eveneens door ophoging werd verkregen, maakt deel uit van de Axelse vlakte. Industrialisatie en normalisatie Na de oorlogsverhandelingen werd, mede door de aanleg van het kanaal Terneuzen – Sas van Gent (zie voetnoot 2) en het spoor richting Mechelen gereed kwam, Terneuzen belangrijker dan Axel voor de ontwikkeling van het gebied. Terneuzen begon te groeien. Langs het kanaal vestigden zich verschillende industrieën en in het kielzog daarvan kwamen nutsvoorzieningen als een watertoren en een elektriciteitscentrale. Het agrarisch cultuurlandschap dat na inpoldering ontstond is in de loop der tijd aan behoorlijke verandering onderhevig geweest.
Dit wordt het best zichtbaar door de veranderingen op historische kaartbeelden (hieronder geïllustreerd).
blad 8 van 14
Figuur 3.6: Topografisch militaire kaart uit omstreeks 1900. De Smits- en Koegorsschorrepolder is in gebruik als agrarisch gebied, verdeeld over verschillende orthogonaal ingerichte percelen. De Axelsche Vlakte
Figuur 3.7: Topografische kaart uit omstreeks 1950. Het gebied is verder genormaliseerd.
blad 9 van 14
Figuur 3.8: Topografische kaart uit 2000. Industrialisering langs Zijkanaal C / Axelse Sassing. Historische sporen in percelering worden verder uitgewist. Ook de herkenbaarheid van de Ameliadijk komt door moderne infrastructuur (de Filnlandweg knipt de dijk in tweeën waardoor de herkenbaarheid van het noordelijke gedeelte verloren gaat) en bebouwing onder druk te staan.
Figuur 3.9: Luchtfoto uit 1959. De agrarische grondslag van het gebied is nog goed zichtbaar. De Ameliadijk loopt intact door het landschap en in de laagte (van oost naar west) is de aardkundige waarde van het gebied zichtbaar. Op dat moment reflecteerde het grondgebruik het historisch gebruik nog. Die sporen zijn alle volledig verloren gegaan.
blad 10 van 14
4
Waardering
4.1
Historisch geografische waarden Het plangebied is gelegen op de overgang van de Smidsschorrepolder (uit 1825) en de Axelse Vlakte die in de periode 1875-1910 tot stand is gekomen. De Smidsschorrepolder is met een dijk ingepolderd. Die dijk, de Ameliadijk, loopt dwars door het plangebied. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Kanaaldijk langs de Axelse Sassing (die in verbinding staat met de Axelse Kreek ten zuiden van Axel). Beide dijken vertegenwoordigen cultuurhistorische onderdeel als onderdeel van de inpoldering van het gebied rondom Axel. De gelaagdheid is door moderne ontwikkelingen lastig te zien, maar de kronkelige dijken herinneren aan de stapsgewijze verovering van land op het Axelse Gat. De dijkenstructuur is onderdeel van de wordingsgeschiedenis van Zeeuws Vlaanderen. De aanleg van de Finlandweg heeft de herkenbaarheid van de Ameliadijk als samenhangend onderdeel met het dijkensysteem ten zuiden van de weg al ernstig aangetast. Het is niet zonder meer duidelijk dat de Ameliadijk een onderdeel van een dijksysteem is. In de huidige situatie is de Ameliadijk reeds afgegraven, waardoor deze geen enkele cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt. Het agrarisch cultuurlandschap in het plangebied heeft door industrialisatie aan waarde ingeboet. In het veld is de agrarische geschiedenis niet meer zichtbaar.
Figuur 4.1: Actuele luchtfoto van het plangebied. Door recente ontwikkelingen en aanleg van infrastructuur is niets over van de historische Ameliadijk (in rood weergegeven)
blad 11 van 14
4.2
Historisch stedenbouwkundige waarden In het plangebied zijn geen historisch stedenbouwkundige waarden aanwezig. Er zijn geen gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten, UNESCO Werelderfgoed aanwezig en geen bouwkunst die anderszins erfgoedwaarde vertegenwoordigt. Dat maakt dat effecten uitgesloten kunnen worden.
4.3
Aardkundige waarden Het gebied is aardkundig interessant. In het bodemarchief is terug te lezen hoe de zeearm tot aan Axel gelopen heeft, en hoe die daarna teruggewonnen is van de zee. In de huidige situatie is daar nauwelijks iets van terug te zien. De Axelsche Vlakte is een hoger gelegen vlakte. In de Smidsschorrepolder is met het blote oog geen hoogteverschil waar te nemen en ook de hoogtekaart toont geen wezenlijke zichtbare restanten van het Axelse Gat. Dat maakt dat de aardkundige waarde van het plangebied nihil is.
Kreekrestanten
Ameliadijk
Axelsche Vlakte. Duidelijk hoger gelegen dan omgeving Figuur 4.2: Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN).
blad 12 van 14
5
Planeffect en juridische toets
5.1
Planeffect Ten opzichte van de bestaande situatie maakt het bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk die de erfgoedwaarde van het gebied verder aantasten. Die waarde is door ontwikkelingen reeds volledig verloren gegaan. Gezien de bestemmingsplanprocedure voor een gedeelte bestaat uit het legaliseren van het bestaande gebruik is bij de afgraving van de Ameliadijk geen afweging ten aanzien van erfgoed gemaakt. Die dient in dit kader alsnog plaats te vinden. Dat maakt dat er ten opzichte van het nu vergunde gebruik sprake is van een negatief effect op de erfgoedwaarde van de Ameliadijk. Deze gaat namelijk verder verloren door afgraving. Relevant hierbij is de vraag of de waarde van deze dijk redelijkerwijs ontzien kan worden bij de uitbreiding van het bedrijf aan de Finlandweg. De Finlandweg heeft de Axelsche Vlakte en de Smidsschorrepolder al in twee stukken ‘opgeknipt’. Die twee delen doen weinig recht doet aan de historische opbouw van het gebied, waardoor het gebied ten noorden van de Finlandweg erg onlogisch aandoet (in historische zin). Op zichzelf is vestiging van bedrijvigheid op deze locatie juist wel logisch, gezien de ligging aan Zijkanaal C.
In het ontwerp zou rekening gehouden kunnen worden met de Ameliadijk door deze te ontzien, maar de meerwaarde voor het cultuurhistorisch erfgoed daarvan is beperkt, zeker in verhouding tot de druk die het legt op de bedrijfsmatige belangen. Niettemin dient nagedacht te worden over de wijze waarop alsnog een meerwaarde voor het erfgoed gerealiseerd kan worden. Op de planlocatie zelf heeft dat betrekkelijk weinig meerwaarde. Niets in het plangebied wijst op de historische ontwikkeling van het gebied. Compensatie zou buiten het plangebied gezocht dienen te worden.
5.2
Juridische toets De Ameliadijk ten noorden van de Finlandweg vertegenwoordigt geen hele wezenlijke cultuurhistorische waarde meer. Het bestemmingsplan maakt, strikt inhoudelijk, geen activiteiten mogelijk die de cultuurhistorische waarde schaden. Dit komt voort uit het feit dat de cultuurhistorische waarde reeds ernstig verstoord is. Daardoor is er geen sprake van een wezenlijk effect op de cultuurhistorische waarde (als geconcludeerd in 5.1). Daarmee wordt in voldoende mate invulling gegeven aan artikel 3.1.6., lid 5 sub a van het Bro (een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden). Door de beperkte cultuurhistorische waarde van het gebied heeft het weinig meerwaarde relicten uit het verleden te bewaren. De Provincie Zeeland heeft binnendijken (waaronder de Ameliadijk) aangewezen als provinciaal belang. Dat maakt dat bestemmingsplannen geen bestemmingen aan mogen wijzen of regels mogen stellen die een negatief effect hebben op deze binnendijken. Zoals geconcludeerd in paragraaf 5.1 is dit slechts beperkt aan de orde. De erfgoedwaarde van de Ameliadijk is al erg laag.
blad 13 van 14
6
Conclusie en aanbeveling Er is geen sprake van een wezenlijke verslechtering van de erfgoedwaarde van cultuurhistorische relicten in het plangebied. De Ameliadijk vertegenwoordigde in het verleden een belangrijke rol in de leesbaarheid van de geschiedenis van het landschap. Die rol heeft de dijk al geruime tijd niet meer. In de huidige situatie doorkruist de Finlandweg de dijk (zonder daar wezenlijk rekening mee gehouden te hebben) en is de dijk zelf volledig afgegraven. Het bestemmingsplan maakt daarmee geen activiteiten mogelijk die de erfgoedwaarde nog verder verslechteren. Wel verdient het aanbeveling om buiten het plangebied een meerwaarde voor erfgoedwaarden te realiseren. De dijk is afgegraven zonder het erfgoedbelang daarin af te wegen. Om invulling te geven aan de Omgevingsverordening van de Provincie Zeeland dient de (beperkte) cultuurhistorische waarde van het reeds afgegraven tracédeel van de Ameliaweg gecompenseerd te worden. Dat kan door elders een bijdrage te leveren aan de herkenbaarheid van binnendijken of het agrarisch cultuurlandschap. Ook kan geïnvesteerd worden in de herkenbaarheid van kreekrestanten van het Axels Gat.
Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring
blad 14 van 14