2026-02-25 - Bijlage 3 Tussenuitspraak rechtbank over beroep Smitsschorrepolder (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Rechtspraak
de
Zeeland
Rechtbank West-Brabant
FTAANTEKENEN | | PER POST |
Het college Postbus 35
en
van
burgemeester
1 9 JAN. 2026
Ingekomen:
-
wethouders
van
de
gemeente Terneuzen
Bestuursrecht
4530 AA Terneuzen bezoekadres Stationslaan 10 Breda
correspondentieadres Postbus
90006
4800
PA
Breda
cluster bestuursrecht
t 088-36
16000
(geanonimiseerd)
rechtspraak.nl/contact/ZWB
A
datum onderdeel
contactpersoon doorkiesnummer
16 januari
js 2026
ons
kenmerk
zaaknummer BRE
uw
kenmerk
589427
24 / 7863
WABOA
www.rechtspraak.nl
PETE
Bij beantwoording
bijlage(n) onderwerp
het beroep
Landbouwbedrijf N.E.M. Verhagen c.s.
van
de datum en
kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief ons
behandelen.
Geachte heer/mevrouw, Over het beroep met zaaknummer BRE 24 / 7863 WABOA PETE deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft een tussenuitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLI-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De rechtbank
gelegenheid om binnen de in de uitspraak genoemde termijn het in de uitspraak geconstateerde gebrek te herstellen met inachtneming van hetgeen de rechtbank in de uitspraak heeft overwogen. Indien u overgaat tot herstel van het gebrek is eiser op grond van artikel 8:5 lb, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van uw mededeling schriftelijk zijn zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld, naar voren te brengen. Tegen
deze
stelt
u
in de
uitspraak kunt u (nog) geen rechtsmiddel
instellen.
Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. Als
u
de rechtbank
belt
gf schrijft, verzoek ik
u
het zaaknummer te vermelden.
(geanonimiseerd) BB975
Uw
persoonsgegevens
en
indien
van
toepassing die van
registratiesystemen van de Rechtspraak
uw
cliënt worden.
voor zover
nodig. voor een goede procesvoering verwerkt in de
van
de
tussenuitspraak RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer:
24/7863
tussenuitspraak van de enkelvoudige Landbouwbedrijf
N.E.M.
Verhagen
kamer
c.s, uit
van
16 januari 2026
in de zaak tussen
Vogelwaarde, eiseres,
en
het
college
burgemeester
van
en
wethouders
van
de gemeente Terneuzen,
het college.
Inleiding Eiseres heeft
beroep ingesteld tegen het besluit van | oktober 2024 (bestreden besluit) over een omgevingsvergunning voor het plan “natuurontwikkeling Smitsschorrepolder’ aan de Langeweg in Axel. het verlenen
van
De rechtbank
heeft het beroep
waren, (geanonimiseerd) laten
zitting behandeld. Namens eiseres (geanonimiseerd) aanwezig. Het college heeft zich
en
door
op
5 december 2025
op
(geanonimiseerd)
Beoordeling door de rechtbank L
Feiten
De
provincie Zeeland is voornemens om aan de Langeweg in Axel dertig hectare landbouwgrond te ontwikkelen tot een natuurgebied (Smitsschorrepolder), bestaande uit vochtig hooiland, kruidenrijk grasland en vijftien hectare bos (Haagbeuken- en Essenbos). De provincie is eigenaar van de percelen. Het natuurgebied zal een verbinding vormen tussen de natuurgebieden Zwartenhoekse Kreek en Smitschorre. Dit natuurgebied zal worden ontwikkeld op de percelen met kadastrale nummers: L313 (179.410 m?) en L319 (119.305 m°(hierna: de percelen). Delen van de percelen worden afgegraven (maximaal 1 meter) en opgehoogd (maximaal 0,5 meter). Eiseres is eigenaar
exploiteert Op Het
een
percelen met kadastrale nummers: L228 en L229 in Axel. Eiseres landbouwbedrijf en teelt verschillende akkerbouwgewassen. van
19 december 2023
de
heeft de
provincie
een
omgevingsvergunning aangevraagd.
college heeft de uniforme openbare voorbereidingsprocedure toegepast. In het kader van procedure heeft het college op 13 juni 2024 een ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegd. Eiseres heeft daar op 21 juli 2024 een zienswijze over kenbaar gemaakt. die
2
zaaknummer: 24/7863
Bij bestreden besluit heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. De omgevingsvergunning ziet op de activiteiten: het afwijken van het bestemmingsplan en het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Eiseres heeft daar op 11 november 2024 beroep tegen ingesteld. 9
Wet/dijk kader
2. 1 Het bestreden besluit is gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die wet is vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van artikel 4. 3 van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op een besluit op een aanvraag die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De aanvraag om een omgevingsvergunning is in deze zaak door de provincie ingediend vóór 1 januari 2024. Dat betekent dat in dit geval het oude recht van toepassing blijft. 2. 2 Op de percelen was het bestemmingsplan Buitengebied' van toepassing. In dat bestemmingsplan was aan de percelen de enkelbestemming Agrarisch' en de dubbelbestemming ' Waarde — Archeologie —3' toegekend. Aan een strook onderaan de percelen) was de dubbelbestemming Leiding — Water' toegekend. Een deel van de percelen binnen een gele lijn had de gebiedsaanduiding Geluidzone — industrie — 4'. 2. 3 van
3.
De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage die deel uitmaakt deze uitspraak. ,
De onigevingsvergunning
Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het ontwikkelen 3. 1 percelen tot natuurgebied. De omgevingsvergunning ziet op het afwijken van het bestemmingsplan en het uitvoeren van werkzaamheden.
van
de
3. 2 Het college heeft toestemming verleend voor verschillende afwijkingen van het bestemmingsplan. Het initiatief is in strijd met de bestemming Agrarisch' omdat het aanleggen van natuur niet past binnen die bestemming. Het initiatief is volgens het college ook in strijd met de dubbelbestemming ' Waarde — Archeologie — 3' omdat dieper dan 05 meter grond wordt afgegraven en met een oppervlakte van meer dan 1000 m2. Het college heeft toestemming verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wabo. ,
,
,
,
,
,
,
,
3. 3 Het college heeft daarnaast toestemming verleend voor het uitvoeren van werkzaamheden. Volgens het college is daar op grond van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor vereist binnen de bestemmingen Agrarisch' en 'Leiding — Water'. -l.
Gronden
Eiseres heeft vooropgesteld dat het onduidelijk is wie de Antwoordnota zienswijzen' heeft opgesteld. Daarnaast heeft eiseres aangevoerd dat het college de omgevingsvergunning niet had mogen verlenen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres — kort samengevat —
zaaknummer: 24/7863
3
de volgende argumenten aangevoerd. De percelen hebben een ideale landbouwstructuur waardoor de bestemming van de percelen logischerwijs `Agrarisch' moet zijn. Met de aanleg van een natuurterrein zo dicht bij de Langeweg wordt de kans op aanrijdingen met reeën en herten ook vergroot. Daarnaast vreest eiseres dat het aanleggen van het natuurgebied nabij haar akkerbouwpercelen zal leiden tot een toename van overlast en schade van ganzen. Ook vreest hij voor de groei van landbouwkundig ongewenst onkruid (o. a distels en jacobskruid) op de percelen en dat dit zich verspreid naar haar landbouwpercelen. Indien de aanleg van natuur op de percelen een gedwongen feit gaat worden heeft eiseres voorgesteld om op de volledige dertig hectare nieuw bos aan te leggen. ,
,
5.
Omvang
van
het geding
5. 1
De gronden die eiseres heeft aangevoerd hebben betrekking op de omgevingsvergunning voor zover deze ziet op het afwijken van het bestemmingsplan. Die gronden kunnen namelijk worden herleid tot het standpunt dat het verlenen van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. ' 5. 2
Gelet daarop gaat de rechtbank ervanuit dat het beroepschrift van eiseres geen betrekking heeft op de omgevingsvergunning voor zover deze ziet op het uitvoeren van werkzaamheden. Dat deel van de omgevingsvergunning valt buiten de omvang van dit geding. ' 6.
Ambtshalve toetsing
6. 1
Uit de Wabo volgde dat een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wabo niet mocht worden verleend dan nadat de gemeenteraad had verklaard geen bedenkingen te hebben tegen het initiatief. Hierop is op grond van artikel 6.5 derde lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een uitzondering mogelijk indien de gemeenteraad categorieën van gevallen heeft aangewezen waarin een verklaring niet is vereist. ' ,
,
,
,
,
,
,
6. 2
Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 4 september 2019 blijkt dat de rechtbank ambtshalve moet beoordelen of het college terecht geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aan de gemeenteraad heeft gevraagd. De bevoegdheid om omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid aanhef en onder a onder 3° van de Wabo bestaat namelijk pas nadat de verklaring van geen bedenkingen is gevraagd en is verleend. De bevoegdheid van het college om een omgevingsvergunning te verlenen betreft daarom een kwestie van openbare orde dat ambtshalve dient te worden getoetst. ' ,
,
,
,
6. 3
De gemeenteraad heeft in een besluit van 11 november 2010 categorieën gevallen vvgb niet is vereist. De gemeenteraad heeft besloten om als zodanig aan te wijzen: alle projecten waarvoor het college bevoegd gezag is waarbij voor aangewezen , waarin een
,
Artikel 8:69. tweede lid , van de Awb. Artikel 8:69. eerste lid , van de Awb. Artikel 2. 27. eerste lid , van de Wabo jo. artikel 6. 5. eerste. tweede en derde lid , van het Bor ABRvS 4 september 2019. ECLI:NL:RVS:2019:3031. ro. 3. 2. Artikel 8:69 van de Av%b.
zaaknummer: 24/7863
4
activiteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder c van de Wabo toepassing wordt artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van die wet. Dit uitgangspunt geldt met uitzondering van die projecten die na behandeling van het overzicht van aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan in de commissie Omgeving op voorstel van de Commissie als politiek gevoelig worden aangemerkt en vervolgens worden geagendeerd voor behandeling in de gemeenteraad. een
,
,
gegeven aan
,
,
,
,
,
,
,
,
6. 4 Volgens het college was in dit geval geen vvgb voor het initiatief vereist omdat het initiatief valt binnen de categorieën van gevallen die door de gemeenteraad bij voornoemd besluit zijn aangewezen als gevallen waarvoor een verklaring niet is vereist. De raadscommissie heeft het initiatief in haar vergadering van 21 februari 2024 namelijk niet als politiek gevoelig aangemerkt. ,
6. 5 Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ten onrechte geen vvgb aan de gemeenteraad gevraagd. Artikel 6.5 derde lid van het Bor stelt geen vereisten voor de aanwijzing door de gemeenteraad en houdt ook geen beperking in voor de categorieën die opgenomen kunnen worden in de aanwijzing. Dat betekent echter niet dat die categorieën ook op een zodanige wijze mogen worden geformuleerd dat aan de aanwijzing geen of nauwelijks nog onderscheidende betekenis meer valt toe te kennen. Een dergelijke aanwijzing voldoet niet aan de daaraan uit een oogpunt van rechtszekerheid te stellen eisen. ' Uit het besluit van de gemeenteraad van 1 1 november 2010 blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat ten aanzien van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wabo concreet is geformuleerd voor welke projecten geen vvgb is vereist aangewezen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gevallen die de gemeenteraad in het besluit van 11 november 2010 heeft aangewezen dermate ruim en algemeen dat het gelet op de reikwijdte daarvan voor een aanvrager van een omgevingsvergunning voorafgaand aan die aanvraag niet duidelijk is wanneer wel en wanneer geen vvgb van de gemeenteraad is vereist.
Een besluit zonder specifieke categorieën van gevallen kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een aanwijzing van een categorie van gevallen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 2.27 eerste lid van de Wabo en artikel 6. 5 van het Bor voor vernietiging in aanmerking komt. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
7.
Antwoordnota zienswijzen
Eiseres stelt in haar beroepschrift dat het onduidelijk is wie de antwoordnota 7. 1 zienswijzen heeft opgesteld. Uit het bestreden besluit blijkt dat het college die antwoordnota zienswijzen heeft 7. 2 opgesteld. Op pagina 2 van het bestreden besluit wordt naar die antwoordnota verwezen en daarnaast is deze als bijlage 3 bij het bestreden besluit gevoegd. 8.
Omgevingsvergunning
voor
het afwijken
van
het bestemmingsplan
Het college was alleen bevoegd om een omgevingsvergunning voor het afwijken het bestemmingsplan te verlenen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3. van de Wabo wanneer uit een ruimtelijke onderbouwing bleek dat de activiteit niet 8. 1
van
,
,
" ABRvS 8 maart 2023. ECLI:NL:RVS:2023:919. r. o. 6. 3.
,
,
zaaknummer: 24/7863
5
in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Volgens de wetsgeschiedenis was sprake van een goede ruimtelijke ordening wanneer zo gunstig mogelijke voorwaarden werden gecreëerd voor het gebruik en de ontwikkeling van een bepaald gebied. Het college diende een belangenafweging te maken van alle betrokken ruimtelijk relevante belangen en diende aan de hand van die belangenafweging vast te stellen wat hij een goede ruimtelijke ordening vond: welke ruimtelijk relevante belangen hij wilde behartigen ten behoeve van een goed woon- leef- of verblijfsklimaat. ,
,
8. 2
Bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de aan het college toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen kwam het college beleidsruimte toe. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit in overeenstemming is met het recht. ' ,
8. 3
Het college heeft voor de onderbouwing dat het verlenen van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing van 21 mei 2024. 8. 4
Relativiteitsvereiste
8. 4. 1 Het relativiteitsvereiste houdt in dat de bestuursrechter slechts van vernietiging kan en moet afzien indien de geschonden rechtsnorm kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich er op beroept. $ De rechtbank heeft — ambtshalve — getoetst of het relativiteitsvereiste in de weg staat aan de beroepsgronden van eiseres over de goede ,
ruimtelijke ordening. 8. 4. 2
Het relativiteitsvereiste staat er niet aan in de weg dat belanghebbenden zich in
rechte op de norm van een goede ruimtelijke ordening beroepen om een vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te bewerkstelligen voor zover die norm betrekking of mede betrekking heeft op hun eigen belangen. 9 8. 4. 3
Het belang
eiseres voor opkomt is onder andere gelegen in het gevrijwaard blijven van een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van haar nabijgelegen agrarische percelen. Eiseres vreest voor overlast van distels en ganzen. Het relativiteitsvereiste staat niet in de weg aan die beroepsgronden. Belanghebbenden kunnen namelijk betogen dat aan hun belangen te weinig gewicht is toegekend bij het aanwijzen van bestemmingen voor gronden in hun directe omgeving en het vaststellen van daarop betrekking hebbende regels gelet op de invloed die die bestemmingen en regels hebben op de gebruiksmogelijkheden of de waarde van hun eigen gronden of bouwwerken. 10 waar
,
8. 4. 4
De rechtbank is van oordeel dat het relativiteitsvereiste wel in de weg staat aan de
grond van eiseres dat de percelen een ideale landbouwstructuur hebben. Of sprake is van een goede ruimtelijke ordening wanneer de percelen uitsluitend worden gebruikt voor ' ABRvS 24 oktober 2023. ECLI:NL:RVS:2023:7414 , r. o. 9 en ABRvS 10 januari 2024. ECLLNL:RVS:2024:47 , r. o. 7. " Artikel 8:69a. van de Awb. Zie ook: ABRvS 1 I november 2020. ECLI:NL:RVS:2020:2706 , r. o. 4. 5. ABRvS 11 november 2020. ECLI:NL:RVS:2020:2706. r. o. 10. 2. ABRvS 11 november 2020. ECLI:NL:RVS:2020:2706. r. o. 10. 4.
zaaknummer: 24/7863
6
landbouw is geen belang van eiseres zelf. Zij is immers geen eigenaar van de percelen. Daarnaast staat het relativiteitsveresite ook in de weg aan de beroepsgrond van eiseres dat de kans op aanrijdingen met reeën en herten zal toenemen op de Langeweg. Een betoog dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening omdat voor andere personen een aanvaardbare veiligheidssituatie niet kan worden geborgd stuit volgens jurisprudentie van de Afdeling af op het relativiteitsvereiste en kan niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit tenzij de veiligheidssituatie van derden ook aan zijn eigen veiligheidsbelang raakt. '' Naar het oordeel van de rechtbank is daar niet van gebleken. ,
,
,
,
8. 5
Ganzen
Eiseres vreest dat het aanleggen van het natuurgebied nabij de akkerbouwpercelen eiseres zal leiden tot een toename van overlast en schade door ganzen. Het kost eiseres dan meer tijd en moeite om haar percelen te beschermen tegen vraat en vertrapping door ganzen. Grasland heeft een aanzuigende werking op ganzen. Op 4 september 2024 heeft de provincie Zeeland een grasmengsel in laten zaaien op de percelen. Op dit grasland zijn grote groepen ganzen te signaleren waardoor de percelen fungeren als ganzenlokgebied. Volgens eiseres is niet onderbouwd dat het initiatief niet zal leiden tot extra overlast van ganzen. De maatregelen die tot nu toe zijn genomen om schade van etende ganzen aan landbouwgewassen te voorkomen zijn niet voldoende. Eiseres wil daarom bomen en struiken ten zuiden van de percelen en langs de Langeweg. 8. 5. 1 van
,
,
8. 5. 2 Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college in het bestreden besluit — meer specifiek in de daarbij gevoegde Antwoordnota zienswijzen — voldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiseres als gevolg van het bestreden besluit op haar percelen onevenredige overlast zal ervaren van ganzen. In Zeeland geldt een Zeeuws Ganzenakkoord. Als onderdeel van dat akkoord zijn ganzenrustgebieden aangewezen met het oog op het bieden van voldoende rust en foerageerplaats aan trekkende en overwinterende ganzen. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland heeft de Axelse kreek' bij besluit van 13 oktober 2015'' aangewezen als ganzenrustgebied. Uit het daarbij behorende kaartje blijkt dat de percelen al sinds die tijd onderdeel zijn van het ganzenrustgebied. Gelet daarop heeft het college aannemelijk kunnen achten dat eiseres niet meer overlast van ganzen zal ervaren van het toekomstige gebruik van de percelen dan nu het geval is bij het huidige gebruik van de percelen. Eiseres heeft ook geen objectieve en verifieerbare bewijsstukken overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt. De rechtbank heeft daar ook bij in aanmerking genomen dat uit artikel 15. 53 van de Omgevingswet blijkt dat eiseres mogelijk in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming in schade aangericht door van nature in het wild levende dieren.
8. 6
Distels
Eiseres vreest voor de groei van onkruid (o. a distels en jacobskruid) op de percelen 8. 6. 1 en dat dit zich verspreid naar haar akkerbouwpercelen. De onkruidzaden verspreiden zich door dieren en de wind. Door de beherende instanties wordt het ongewenst onkruid niet onvoldoende of niet tijdig bestreden. Het bestrijden van distels binnen de eerste 30 meter tot de perceelsgrens van landbouwgrond is volgens eiseres onvoldoende. Uit onderzoek blijkt dat distelzaad bij harde wind verder dan 50 meter kan neerdalen. Tot eind augustus 2024 lag ,
'' ABRvS 1 l november 2020. ECLI:NL:RVS. 2020:2706. r. o. 10. 13. ° Provinciaal Blad. 2015. 6889.
zaaknummer: 24/7863
7
het perceel braak en is het door nalatigheid van de provincie volledig veronkruid. De bodem van de percelen is daardoor nu verzadigd met zaad en wortelstokken van onkruidplanten en distels. Uit literatuur blijkt dat distels zeer moeilijk te verwijderen zijn wanneer zij eenmaal zijn gevestigd. In strijd met de provinciale distelverordening zijn de distels niet voor de bloei gemaaid. Pas nadat eiseres de provincie op de hoogte heeft gebracht van de veronkruiding heeft men het perceel op 26 augustus 2024 laten rotorkopeggen. Eiseres wil ook daarom bomen en struiken ten zuiden van de percelen en langs de Langeweg. ,
,
8. 6. 2
Voor de beoordeling van het bestreden besluit acht de rechtbank niet relevant wat de huidige staat van de percelen is. Als eiseres hinder of schade ondervindt als gevolg van het huidige gebruik van de percelen zal zij zich tot de eigenaar van de percelen (de provincie Zeeland) moeten wenden of het bevoegd gezag moeten verzoeken om de hierna genoemde bepalingen uit de Omgevingsverordening Zeeland te handhaven. ,
8. 6. 3
Het college heeft in het bestreden besluit — meer specifiek in de daarbij gevoegde Antwoordnota zienswijzen — voldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiseres als gevolg van het bestreden besluit op haar percelen onevenredige overlast zal ervaren van onkruid. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de eventuele effecten van groei van onkruid op de gronden zodanig nadelig zullen zijn voor de bedrijfsvoering van eiseres dat het college hieraan bij de vaststelling van het bestreden besluit een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de natuurontwikkeling zijn gemoeid. " In de toekomstige situatie worden drie natuurtypen op de percelen gerealiseerd: Vochtig hooiland' Kruiden- en faunarijk grasland' en Haagbeuken- en Essenbos'. Het college heeft er redelijkerwijs vanuit kunnen gaan dat de provincie dat natuurgebied ook zal beheren en ongewenst onkruid als onderdeel van dat beheer zal verwijderen. Uit artikel 2. 173 en 2. 176 van de Omgevingsverordening Zeeland blijkt namelijk dat de provincie als eigenaar van de percelen verplicht is om binnen 30 meter van de landbouwpercelen van eiseres te voorkomen dat akkerdistels of akkermelkdistels tot bloei komen. Als daar in de toekomstige situatie niet aan wordt voldaan kan eiseres verzoeken om daar handhavend tegen op te treden.
Eiseres heeft niet met een rapport van een deskundige onderbouwd dat die 30 meter onvoldoende afstand zou zijn. Eiseres heeft verschillende stukjes opgenomen in haar beroepschrift maar daaruit blijkt niet of die door een deskundige zijn opgesteld. ,
,
,
,
8. 7
Alternatief plan
Indien de aanleg van natuur op de percelen een gedongen feit gaat worden heeft eiseres voorgesteld om op de volledige dertig hectare nieuw bos aan te leggen. Dit is in lijn met de nationale Bosstrategie het klimaatakkoord en de ambitie om het bosareaal met 10% uit te breiden. 8. 7. 1
,
,
8. 7. 2
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt dat het college in het kader van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid aanhef en onder c van de Wabo moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. " Gelet daarop heeft het college het door eiseres genoemde alternatieve plan redelijkerwijs buiten beschouwing kunnen laten. ,
ABRvS 26 augustus 2020. ECLI:NL:RVS:2020:2053. r. o. 246. 1. " ABRvS 26 maart 2025. ECLI:NL:RVS:2025:1201. r. o. 45. 2.
,
,
,
zaaknummer: 24/7863
9.
8
Conclusie
Zoals is overwogen onder 6. 5 is het bestreden besluit in strijd met artikel 2.27 , eerste lid , van de Wabo en artikel 6. 5 van het Bor. De rechtbank ziet aanleiding voor 9. 1
bestuurlijke lus en zal het college in de gelegenheid stellen om dat gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. ` Om het gebrek te herstellen stelt de rechtbank het college in de gelegenheid om alsnog een verklaring van geen bedenkingen te vragen aan de gemeenteraad. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op tien weken na verzending van deze tussenuitspraak.
een
,
9. 2 Als het college hiervan geen gebruik wil maken dient het college dit binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen. Als het college wel gebruik maakt van die gelegenheid zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen twee weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op de beroepen. ,
,
,
,
9. 3 De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat de rechtbank over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
" Artikel 8: 5 1 a. eerste lid , van de Awb
zaaknummer:
24/7863
9
Beslissing De rechtbank: -___draagt het
college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt de gelegenheid het gebrek te herstellen; stelt het college in de gelegenheid om binnen tien weken na verzending van deze van
-_
-__
tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen aanwijzingen in deze tussenuitspraak; houdt iedere verdere beslissing aan.
al an
en
uitspraak is gedaan (geanonimiseerd) rechter, in aanwezigheid van (geanonimiseerd) 16 2026 en door middel van geanonimiseerde januari griffier, op openbaar publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze
(geanonimise rd) Een
afschrift
van
deze
,
(geanonimiseerd) En
uitspraak is verzonden aan partijen op:
16 JAN20S
m
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen
zes
weken
na
de
dag waarop
deze
uitspraak is verzonden.
(geanonimiseerd)
10
zaaknummer: 24/7863
Wettelijk kader Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Artikel 2.1 eerste lid onder c van de Wabo Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. een beheersverordening een exploitatieplan de regels gesteld krachtens artikel 4.1 derde lid of 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7 vierde lid tweede volzin van die wet. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Artikel 2.12 eerste lid aanhef en onder a van de Wabo Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder c kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking 2. in de hij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen of 3. in overige gevallen indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Artikel 2.27 eerste lid van de Waho In bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen wordt een omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Bij een maatregel als bedoeld in de eerste volzin worden slechts categorieën gevallen aangewezen waarin voor het verrichten van de betrokken activiteit een afzonderlijke toestemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is gezien de bijzondere deskundigheid die dat orgaan ten aanzien van die activiteit bezit of de verantwoordelijkheid die dat orgaan draagt voor het beleid dat betrekking heeft op de betrokken categorie activiteiten. Bij die maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan categorieën gevallen kan aanwijzen waarin de verklaring niet is vereist. ,
,
Besluit omgevingsrecht (Bor) Artikel 6.5 eerste tweede en derde lid van het Bor 1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder c van de wet wordt de omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3° van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening niet verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft tenzij artikel 3.2 aanhef en onder b van dit besluit of artikel 3. 36 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. 2. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
zaaknummer: 24/7863
3.
11
De gemeenteraad kan categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist.
Bestemmingsplan
Buitengebied
Artikel 3.1 onder a van de planregels De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd grondgebonden agrarische bedrijven. ,
,
voor
de uitoefening van
Artikel 50. 1 van de planregels De voor Waarde - Archeologie - 3 aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
Gemeente Terneuzen Zaaknummer:
l
de Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Ingekomen:
Postbus 90110 , 4800 RA Breda
4!► RechtbanK Zeeland-West-Brabant Postbus 90110 4800RA BRED ,
1 9 JAN. 2026
st
7~ 1dviKer ITlty ~ldA
R
Aangetekend
D-A-1 POSTNL
Alleen Huisadres
Handtekening
voor
i
ontvangst
Het college van B&W gemeente Terneuzen Postbus 35 4530AA TERNEUZEN
3SXFAA8893905
1
PostNL Por Betaald ort Pagé t ags-Bas