CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-02-25 a. Principebesluit actualisatie grondstoffenplan - ontwerpbesluit

commissie Omgeving 25 februari 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen principebesluit grondstoffenplan1.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 10 maart 2026 Realisatie & Beheer - Stadsservice zaaknummer: 851817

2026_Raad_00031 - Principebesluit actualisatie grondstoffenplan Portefeuillehouder Harry van Waveren Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit in principe in te stemmen met het actualiseren van het grondstoffenplan met als belangrijkste aanpassingen over te schakelen naar bronscheiding voor PMD en te onderzoeken wat de invoering van Diftar kan bijdragen. Wat is de aanleiding? In 2025 is de raad meerdere malen geïnformeerd over de noodzaak om het Grondstoffenplan te actualiseren. De belangrijkste aanleiding hiervoor is dat de kosten fors oplopen. Dit komt aan de ene kant doordat nascheiding van PMD niet de beloofde doorontwikkeling heeft laten zien. En aan de andere kant door de nieuwe afspraken tussen de VNG, NVRD en Verpact en de invoering van extra heffingen op de verbranding van restafval. In deze afspraken staat vastgelegd dat alle partijen zich inzetten om de kwaliteit van inzameling te verbeteren door gescheiden inzamelen aantrekkelijker te maken. Volgens de huidige tarieven en inzamelingsmethode betalen we € 124 per ton restafval. We moeten in de toekomst rekening houden met totale verwerkingstarieven per ton restafval tussen € 350 en € 400. Dit wordt nog versterkt door een €175/ton hogere vergoeding als we schoon PMD aanleveren. Ondanks eerdere verwachtingen is de hoeveelheid restafval in Terneuzen sinds de invoering van nascheiding slechts beperkt gedaald.

In 2024 bedraagt deze nog altijd 248 kg restafval per inwoner. Dit ligt aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde en ook hoger dan de andere Zeeuwse gemeenten die al langere tijd inzetten op bronscheiding. Het uitblijven van substantiële verbeteringen betekent dat de kosten van restafvalverwerking blijven stijgen, zonder dat daar voldoende milieuwinst tegenover staat. Uit een analyse komt een overtuigend beeld naar voren: •

Gemeenten die bronscheiden realiseren structureel betere resultaten, met gemiddeld 167 kg restafval per inwoner;

•

Gemeenten die nascheiden blijven achter, met gemiddeld 229 kg restafval per inwoner. 1/5

Daarnaast blijkt dat de kwaliteit van PMD dat via nascheiding uit het restafval wordt gehaald onvoldoende is voor hoogwaardige recycling, wat leidt tot lagere opbrengsten en hogere ketenkosten. Een andere belangrijke aanleiding voor actualisatie is het aflopen van het huidige verwerkingscontract na 2027, in combinatie met de noodzaak om onze duurzaamheidsdoelstellingen te halen door het structureel terugdringen van restafval. Tijdens de bijeenkomst van 3 december 2025 is ook het instrument Diftar toegelicht. Diftar is een systeem waarbij huishoudens een deel van de afvalstoffenheffing betalen op basis van de hoeveelheid restafval die zij daadwerkelijk aanbieden, via een combinatie van een vast en een variabel tarief. In veel gemeenten heeft Diftar aantoonbaar geleid tot beter scheidingsgedrag, een sterke daling van restafval en structurele kostenbesparingen. De oplopende kosten van nascheiding, in combinatie met het uitblijven van de beloofde doorontwikkeling en tegenvallende resultaten, maken een koerswijziging onvermijdelijk. Daarom is actualisatie van het Grondstoffenplan nodig, met een focus op bronscheiding van PMD en het verkennen van Diftar om kosten te beheersen en de hoeveelheid restafval structureel te verlagen.

Wat willen we bereiken? We willen toewerken naar een grondstoffenplan waarin we zorgen dat de kosten zo laag mogelijk blijven en de hoeveelheid restafval daalt. Om dat te bereiken nemen we bronscheiding als uitgangspunt en onderzoeken we wat Diftar kan bijdragen. Argumenten 1.1 Bronscheiding is noodzakelijk om oplopende kosten voor inwoners te beperken De voortzetting van nascheiding leidt tot steeds hogere kosten voor inwoners, terwijl de resultaten achterblijven. Doordat nascheiding onvoldoende restafval vermindert en de kwaliteit van het teruggewonnen PMD laag is, blijven verbrandingskosten en heffingen hoog. De verwachte technische doorontwikkeling van nascheidingsinstallaties is uitgebleven en er zijn geen realistische vooruitzichten dat dit alsnog verandert. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat bronscheiding aantoonbaar effectiever is. Zeeuwse gemeenten die bronscheiden halen gemiddeld ruim 60 kg minder restafval per inwoner op dan gemeenten die nascheiden. Dit bevestigt dat broninzameling structureel beter werkt dan het achteraf uitfilteren van PMD uit restafval en noodzakelijk is om zowel afvalhoeveelheden als kosten beheersbaar te houden.

1.2 Tijdig besluiten is noodzakelijk om kostenstijgingen en uitvoeringsrisico’s te voorkomen Hoewel het ongebruikelijk is om kort voor de gemeenteraadsverkiezingen een beleidswijziging in te zetten, is het in dit geval juist noodzakelijk om nu een principebesluit te nemen. De voorbereiding op een gewijzigde afvalinzameling vergt veel tijd. Denk aan het opstellen en afsluiten van contracten, het aanpassen van inzamelschema’s, het deels herinrichten van het wagenpark, het organiseren van de inzameling van PMD en het onderzoeken van Diftar. Uitstel betekent dat deze voorbereidingen mogelijk niet afgrond kunnen worden voordat huidige contracten verlopen. De raad is de afgelopen periode uitgebreid en zorgvuldig geïnformeerd over de inhoudelijke, 2/5

financiële en uitvoeringsmatige aspecten. Daarmee beschikt de raad over alle benodigde informatie om dit principebesluit nu te nemen, zodat een volgende raad verder kan bouwen op een tijdig en goed voorbereid besluit in plaats van te worden geconfronteerd met onnodige tijdsdruk en hogere kosten. 1.3 Bronscheiding geeft een hogere kwaliteit PMD en betere recyclingopbrengst PMD dat huis aan huis ingezameld wordt is aanzienlijk schoner dan PMD dat via nascheiding uit restafval wordt gehaald. Dat leidt tot betere recycling en zorgt ervoor dat we een veel hogere vergoeding krijgen per ton. 1.4 Bronscheiding stimuleert beter gedrag bij alle afvalstromen De praktijkervaring uit vergelijkbare gemeenten laat zien dat bewoners die PMD scheiden, ook andere stromen beter scheiden. Het is een logische stap om de hoeveelheid restafval te verlagen. 1.5 Scheiden van PMD helpt stijgende kosten beheersen De kosten voor verwerking van restafval zullen de komende jaren fors stijgen, onder andere door hogere tarieven voor verbranding en CO₂-heffing. Door inwoners te stimuleren minder restafval aan te bieden, dempen we dat effect. 1.6 Diftar verlaagt mogelijk de hoeveelheid restafval in onze gemeente Diftar werkt het sterkst wanneer inwoners meerdere afvalstromen goed scheiden. Restafval bevat doorgaans minimaal 30% GTF-afval en een hoeveelheid PMD.

De financiële prikkel die Diftar geeft zorgt er mogelijk voor dat onze inwoners bewuster omgaan met het aanbieden van restafval. In dat opzicht kunnen bronscheiding en Diftar elkaar versterken. Of dit ook geldt voor de inwoners van gemeente Terneuzen, zullen we onderzoeken. Andere gemeenten in Zeeland hebben met de invoering van Diftar de hoeveelheid restafval al fors verlaagd. Daar kunnen wij lessen uit trekken. 1.7 Bewoners hebben bij Diftar zelf invloed op de kosten Diftar volgt het principe dat de veroorzaker betaalt. Door goed te scheiden, heeft iedereen rechtstreeks invloed op de hoogte van de eigen kosten. 1.8 Binnen Diftar kunnen uitzonderingen gemaakt worden voor adressen die buiten hun schuld veel restafval produceren Bij veel nutsvoorzieningen geldt het principe dat ‘de gebruiker betaalt’. Maar ns uitgangspunt is dat huishoudens die buiten hun schuld veel restafval produceren niet onevenredig benadeeld mogen worden door Diftar. In de afweging over Diftar moeten we hier een passende oplossing voor vinden. Landelijk zijn daar werkende voorbeelden van. We kunnen bijvoorbeeld de adressen die buiten hun schuld veel restafval produceren helpen middels aparte inzamelvoorzieningen of een compensatieregeling op basis van medische indicatie. Ook onderzoeken we binnen OLAZ of we daar een Zeeuwse lijn in kunnen bepalen.

Kanttekeningen 1.1 Was nascheiding dan een verkeerde keuze? De resultaten van nascheiding vallen tegen. Hierdoor schakelde gemeente Reimerswaal bijvoorbeeld al over naar bronscheiding. Dus inderdaad concluderen we nu dat we met nascheiding onze doelen niet zullen halen. Toch was het bij de invoering een goede afweging. In Zeeland is toen tussen bewust besloten beide routes te bewandelen en zo in de praktijk te onderzoeken welke optie de beste zou zijn. De resultaten waren destijds 3/5

vergelijkbaar en algemeen werd er nog veel verwacht van de technische doorontwikkeling van nascheiding. De conclusie is dat nascheiding de potentie niet waargemaakt heeft, niet in kilogrammen en ook niet in kwaliteit. 1.2 Beleidswijzigingen vergen gewenning en gedragsverandering Niet iedereen is vertrouwd met het scheiden van PMD. Helderheid over wat wel en niet bij PMD mag en goede communicatie zijn daarom cruciaal. Daarom voorzien we ook een campagne met verschillende vormen van uitleg. Daarbij denken we onder meer aan stickers op de containers, brieven huis-aan-huis en sociale media. Nadrukkelijk zullen we dit meertalig doen, en ook met eenvoudige beeldtaal om taalbarrières te slechten. We nemen ook de positieve ervaringen van andere Zeeuwse gemeenten over om met afvalcoaches te werken. Zij kunnen gerichte acties opzetten om scheidingsgedrag te verbeteren. 1.3 Maakt Diftar het voor onze inwoners duurder? Soms bestaat het beeld dat Diftar kostenverhogend werkt voor inwoners. En soms moeten gemeenten de tarieven aanpassen. Toch is dit beeld niet juist. De basis blijft immers kostendekkende tarieven. Bij Diftar betalen mensen een vast basistarief en een variabel deel gebaseerd op het aantal keren dat ze een restafvalcontainer aanbieden/gebruiken. Bij andere gemeenten kunnen we leren van de effecten van de verhouding tussen het vaste en variabele deel.

1.4 Wordt het minder gemakkelijk voor onze inwoners? Nu kunnen onze inwoners hun PMD samen met het echte restafval in dezelfde grijze container weggooien. Straks moet het PMD weer apart. Maar het apart houden van het PMD is maar een kleine moeite omdat we het PMD aan de deur komen ophalen. 1.5 Vergt de overstap niet te veel investeringen? Afhankelijk van de uitwerking vergt dit zeker investeringen. We denken nu aan inzameling van PMD in doorzichtige zakken. De investering daarvan valt mee in vergelijking met extra containers. Het betekent wel dat we voldoende inzamelvoertuigen moeten hebben die hiervoor geschikt zijn. 1.6 Er zijn toch nog andere beleidsinstrumenten die we in kunnen zetten? Het klopt dat invoering van bronscheiding en eventueel Diftar samen nog niet voldoende is om onze doelen te behalen. Zo is bijvoorbeeld de invoering van de toegangscontrole bij de milieustraten ook belangrijk. ZRD verwacht ca. 13 kg minder restafval per inwoner hierdoor. En de komst van een circulair ambachtscentrum bij de milieustraat moet het hergebruik bevorderen, en daarmee verwerkingskosten verlagen. Bij het actualiseren van het grondstoffenplan werken we aanvullende acties uit gericht op onze inwoners. Denk aan communicatie, introductie van afvalcoaches, handhaving op sluikstortingen en de ja/jasticker. Ook moeten we de aanpak voor hoogbouw vormgeven.

We zullen meer clusterplaatsen aanwijzen om onze inzameling te optimaliseren. En we zullen frituurvet apart inzamelen. Ook blijven we in specifieke wijken mobiele milieustraten inzetten. 1.7 Nadere uitwerking volgt bij het onderzoek naar Diftar De mogelijke invoering van Diftar vraagt om een zorgvuldige uitwerking, waarbij specifieke aandacht is voor verschillende woonvormen en gedragseffecten bij inwoners. In het onderzoek naar Diftar verkennen we ook passende oplossingen voor hoogbouw en appartementencomplexen. Daarbij kijken we in dit onderzoek naar ervaringen in andere gemeenten, waaronder de effecten op het aanbiedgedrag van afval. En met het Waterschap en de andere Zeeuwse gemeenten onderzoeken we of er effecten op de hoeveelheid 4/5

sluikstortingen is. Deze inzichten betrekken we bij de verdere uitwerking, zodat het systeem begrijpelijk en passend is voor alle inwoners. Wat mag het kosten? De exacte kosten zijn op dit moment nog niet bekend. Wel is de noodzaak duidelijk om de sterk stijgende kosten voor met name restafval te dempen. Onze huidige kosten voor het inzamelen van een ton niet gesorteerd restafval zijn € 124 per ton. Het Rijk verhoogt de afvalstoffenbelasting namelijk van € 37,70/ton naar € 100. En de CO2heffing van € 60 per uitgestoten ton CO2 naar € 295. We verwachten tegen 2035 totale verwerkingstarieven per ton restafval tussen € 350 en € 400. Ter illustratie: voor GFT betalen we maar ca. € 60/ton. Dus het is zaak om de hoeveelheid restafval te verlagen. Daarnaast gaat de vergoeding voor PMD dat uit bronscheiding komt omhoog naar € 195/ton, terwijl uit de nascheiding dit maar € 19/ton is. Bij de vaststelling van het geactualiseerde Grondstoffenplan leggen we een volledig en onderbouwd kostenoverzicht aan de raad voor. Wat gaan we ervoor doen? Nu ligt het principebesluit voor. Op grond hiervan werken we verder aan de voorbereiding om bronscheiding terug in te voeren. We ronden het onderzoek naar Diftar af. De resultaten daarvan verwerken we in het grondstoffenplan, dat we dan ter vaststelling aan de raad voorleggen. Daarin werken we ook de inzamelmethode voor PMD uit.

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16582882/1