CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-11-27 Advies uitvoeringdocument 'Samen mogen spelen, leren, werken en van het leven kunnen genieten' dif

commissie Samenleving 27 november 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Spreekrecht9.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Advies uitvoeringsdocument ‘Samen mogen spelen, leren, werken en van het leven kunnen genieten’ T.B.V. Praktijk uitvoering Nationale Strategie ‘VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap’

Alle mensenrechten waarmaken in de praktijk De essentiële vraag is Mogen personen met een ondersteuningsbehoefte wel of niet volwaardig meedoen VN-ambassadeur Alex de Vos 27-11-2025 1

Geachte dames en heren, Het op de agenda staan van de campus is de directe aanleiding om het woord tot u te richten! Als ervaringsdeskundige vind ik het van essentieel belang dat het speciaal onderwijs mee gaat naar de campus. Ik begrijp de zorgen vanuit uw raad en daarom vind ik het belangrijk om het woord tot u te richten. De ervaren belemmeringen en het buiten de samenleving staan zijn voor mij een last op mijn schouders die ik mijn hele leven zal meedragen. Onze kinderen moeten deze ongewenste situaties bespaart blijven! Alles en iedereen roept dat het gewenst, noodzakelijk en de bedoeling is dat je zo lang mogelijk je plan moet zien te trekken met zo min mogelijk ondersteuning. Dus, hoe dan ook en op welk moment dan ook zullen de personen met een ondersteuningsbehoefte opgenomen moeten worden en hun weg moeten vinden in onze zeer complexe individueel ingestelde samenleving. Waar de lat alleen maar hoger wordt gelegd om te kunnen functioneren en mee te doen volgens de gestelde maatstaven en verwachtingen. Hoe langer je wacht, hoe groter de drempel wordt en hoe kleiner de kans wordt om daadwerkelijk de aansluiting te kunnen maken. Dit komt mede door de aangerichte schade die ontstaan is in de tijd dat deze personen buiten onze reguliere samenleving hebben geleefd met alle gevolgen die daar bij horen.

Daarom helpt het absoluut niet om ze buiten de samenleving te plaatsen met wat verzorging en dan te denken dat het probleem daarmee wel opgelost is. Om de personen met een ondersteuningsbehoefte een reële kans te bieden om zo zelfstandig mogelijk te laten mee doen, dan is het strikt noodzakelijk, om er voor te zorgen, dat ze op geen enkel moment in hun leven, om welke reden dan ook, de aansluiting met de samenleving verliezen. Wat ik in overgrote meerderheid van de personen die het betreffen hoor is dat ze vooral niet buiten de samenleving geplaats wensen te worden. Daarnaast willen ze absoluut niet gepest of gediscrimineerd worden. Het ‘moeten’ aansluiting maken of houden met de samenleving loopt als een rode draad door hun leven. Dat is niet wenselijk, niet vol te houden en mogen we ook niet willen! Mijn visie is: de kinderen gaan eerst samen spelen en dan gaan ze samen naar school om vervolgens samen als volwaardige collega's aan het arbeidsproces deel te nemen of aan vrijetijdbesteding te doen. Stichting speeltuin Oranjekwartier, ‘Zeeuws-Vlaanderen, de beste plek om op te groeien’ en Dethon zijn in mijn ogen zeer belangrijke elementen die we zo optimaal mogelijk moeten ondersteunen en verbinden. Dit om samen met onze andere partners en organisaties de volwaardige inclusieve samenleving verder vorm te geven.

Het is van essentieel belang om de mensenrechten als uitganspunt te nemen bij de verdere uitwerking van de nationale strategie VN-verdrag Handicap. De adviezen die het VN Comité Handicap aangaande het VN-verdrag Handicap heeft gedaan dienen allen serieus, ter harte genomen en opgepakt te worden om de broodnodige stappen voorwaarts te kunnen maken. Het vormgeven van de inclusieve samenleving moet in de dagelijkse praktijk waar gemaakt worden om iedereen volwaardig te laten deelnemen aan onze samenleving. Mensenrechten nakomen is een fatsoensnorm die gerespecteerd dient te worden! De gemeente staat aan de lat om de zorgplicht die ze voor haar burgers heeft waar te maken en de internationale mensenrechten verdragen uit voeren vanuit haar overheid taakstelling. Er is veel wetgeving en uitvoering van beleid die door de gemeenten gedecentraliseerd worden uitgevoerd. Denk hierbij b.v. aan de dienstverlening overeenkomsten diensten en inclusie van Dethon. Temeer omdat de sociale ontwikkelbedrijven zijn opgenomen in de werkagenda en dus direct vallen onder de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Als je de leerlingen met een ondersteuningsbehoefte niet wenst uit te sluiten en alle internationale mensenrechtenverdragen naar behoren wenst uit te voeren dan is de enige optie dat het speciaal onderwijs mee gaat naar de campus.

De vraag is dus niet of het speciaal onderwijs mee moet maar hoe deze mee moet. De campus dient hiervoor zo toegankelijk mogelijk te worden ingericht waarbij de behoeften en benodigdheden van alle leerlingen centraal dienen te staan. Het ontwikkelen van de campus moet zeer nadrukkelijk met de ervaringsdeskundigen worden vorm gegeven. Dit moet in samenspraak met de leerlingen, hun ouders en het speciaal onderwijs. Het niet over ons maar met ons verhaal uit het VN-verdrag! Het advies uitvoeringsdocument ‘Samen mogen spelen, leren, werken en van het leven kunnen genieten’ bied u een stevige adequate onderbouwing waarom het speciaal onderwijs absoluut mee moet naar de campus! Mijn oprechte dringende verzoek aan u is om het mee te nemen in uw beslissingen aangaande de campus. Met vriendelijke groeten, Alex de Vos,

2

Stichting speeltuin Oranjekwartier Het kinderrechten VN-verdrag, artikel 31, Vrije tijd, spel en recreatie, benadrukt het recht om samen op te groeien en te spelen. Bij het Oranjekwartier spelen vele duizenden kinderen met en zonder een beperking al vele jaren samen omdat er speeltoestellen staan die voor alle kinderen toegankelijk zijn. De jaarlijkse georganiseerde rommelmarkt wordt door de gehele buurt bezocht. Het kan dus weldegelijk om samen activiteiten te doen waar iedereen aan mee kan doen! ‘Zeeuws-Vlaanderen, de beste plek om op te groeien’ De aanpak in samenhangend beleid is belangrijk én uniek. Naast de startgroepen en de pilot gratis kinderopvang investeert ‘De beste plek’ ook in scholing, samenwerking en andere structuren. Er zijn opleidingstrajecten gemaakt om tussen opvang en onderwijs te kunnen schakelen. Het voortgezet onderwijs is bestuurlijk volledig geïntegreerd en de samenwerking met het mbo en hbo is geïntensiveerd. Er wordt ingezet op verdere samenwerking en ontschotting tussen opvang, onderwijs en jeugdhulp. Dus sneller en beter de juiste hulp, thuisnabij en inclusief. Mensen moeten zich blijven ontwikkelen om goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt. Leren en ontwikkelen is ook belangrijk om als bedrijf wendbaar en concurrerend te blijven. Om goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt, is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen.

Dat is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend. Met maatregelen, experimenten en regelingen moedigt de overheid het ontwikkelen tijdens de loopbaan aan. Met een nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’ wil de overheid de overstap van onderwijs naar de arbeidsmarkt verbeteren, om zo veel mogelijk arbeidspotentieel te benutten. Door de nieuwe wet krijgen jongeren die dat nodig hebben ondersteuning van scholen, doorstroompunten en gemeenten, die daarbij verplicht samenwerken. Deze ondersteuning is er voor jongeren tot 27 jaar van het mbo, vso, pro en vroegtijdig schoolverlaters. Het sociaal & toegankelijk beleidsplan van Dethon De doelstelling van het in 2024 in werking gestelde sociaal & toegankelijk beleidsplan van Dethon is om het inclusie- en non discriminatiebeleid van Dethon op een positieve manier blijvend vorm te geven en er zo voor te zorgen dat iedereen in zijn of haar levensbehoeften kan voorzien en echt kan meedoen bij Dethon. Ze zetten zich hierbij zeer actief in om haar werknemers een toekomst perspectief te kunnen bieden met gelijke kansen om aan het arbeidsproces te kunnen deelnemen. Met de onthulling van artikel 1 van de Grondwet en het instellen van de inclusie dag is in 2023 bij Dethon het startschot gegeven om de doelstelling van het beleidsplan tot uitvoering te brengen.

De doelstellingen van het artikel 1 en alle VN verdragen vormen de basis van het beleidsplan sociaal & toegankelijk Dethon. Ter ondersteuning van de uitvoering van het beleidsplan heeft Dethon onlangs een inclusie commissie geïnstalleerd. De directeur, teamleider M&O, de voorzitter en secretaris van de OR, VN inclusie ambassadeur Handicap en een taal ambassadeur hebben zitting genomen in de commissie. Dethon introduceerde in 2024 de inclusie award en reikt deze jaarlijks uit op de Inclusiedag. Er wordt een award per vestiging uitgereikt voor de meest inclusievriendelijke leidinggevende, jobcoach, (M&O) medewerker of afdeling. Er is ook een award voor het detacheringsbedrijf en het productieorder bedrijf van het jaar om de goede voorbeelden in het zonnetje zetten en stappen voorwaarts te stimuleren. Alle medewerkers van Dethon worden betrokken bij de inclusie dag en de verkiezingen van de inclusie awards. De onthulling van artikel 1 van de Grondwet en het instellen van de inclusie dag bij Dethon was een mijlpaal voor Dethon en zijn werknemers. Het betreft werknemers met een zeer grote diversiteit aan ondersteuningsbehoeften waardoor je ook hier aan een echte inclusieve samenleving wordt gewerkt. Van ons gediscrimineerd voelen en niet begrepen worden naar respectvol behandeld worden en gewaardeerd voelen.

Van over ons praten en beslissingen over ons nemen naar met ons praten en samen beslissingen over ons nemen. Van geen toekomst perspectief naar kansen krijgen om jezelf te kunnen ontplooien en werk te doen dat bij je past met de begeleiding en hulpmiddelen die je daarbij nodig hebt. Van in armoede moeten leven naar daadwerkelijk in je eigen levensbehoeften kunnen voorzien waarbij het ook mogelijk is om leuke dingen te kunnen doen in het leven. Daarnaast is het ook zeer belangrijk dat het ‘Inwonerakkoord Zorg Zeeland’, het Regionale Nota Gezondheidsbeleid ‘Een leven lang gezond & fit in Zeeuws-Vlaanderen’ en de openbaar vervoer concessie met het daarbij horende flex vervoer in lijn met het VN-verdrag Handicap worden uitgevoerd. Het doel van alle bovenstaande waardevolle initiatieven is helder: iedereen hoort er bij en iedereen doet mee!

3

Het ‘Samen mogen spelen, leren, werken en van het leven kunnen genieten’ opgenomen in de volgende internationale mensenrechten verdragen Universele Verklaring van de Rechten van de Mens Artikel 26 – Onderwijs Eenieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor eenieder, die daartoe de begaafdheid bezit. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven. Waar en hoe is dit recht vastgelegd? Het recht op onderwijs is opgenomen in artikel 26 UVRM. Het artikel legt eerst vast dat het onderwijs voorwerp van overheidszorg is en gaat verder in op de Grondwettelijke waarborgen van het openbaar onderwijs.

Sinds 1917 is het recht op onderwijs in de Nederlandse Grondwet opgenomen, in artikel 23. In de Nederlandse Grondwet van 1814 werd onderwijs ook al genoemd als een overheidstaak. Tot 1917 was er veel discussie over de financiering van openbaar en bijzonder onderwijs. In dat jaar werd het verschil in financiering tussen beide uiteindelijk opgeheven. In de loop van de tijd is het artikel aangepast, maar het is wel grotendeels gelijk gebleven. Op internationaal niveau is het recht op onderwijs vastgelegd in artikel 13 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966), en artikel 14 Handvest van de Grondrechten van de EU. Ook in artikel 28 en 29 van het VN-Kinderrechtenverdrag (1989) staat het recht op onderwijs zelf (art. 28) en het doel van het onderwijs (art. 29): de ontplooiing van het kind, het bijbrengen van respect voor mensenrechten, voor leven in vrede en verdraagzaamheid met verschillende culturen en met eerbied voor het milieu. Er bestaat ook een Verdrag tegen discriminatie in het onderwijs (1960). Universele Verklaring van de Rechten van de Mens Artikel 23 – Werk en loon Eenieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid. Eenieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld. Eenieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen. Waar en hoe is dit recht vastgelegd? Het recht op arbeid en op goede arbeidsomstandigheden is vastgelegd in allerlei internationale verdragen. Vooral binnen de ILO hebben landen veel afspraken gemaakt en vastgelegd in verdragen, van het tegengaan van kinderarbeid tot het bevorderen van veilige werkomstandigheden. Maar ook in mensenrechtenverdragen is het recht op veilig en eerlijk werk verder uitgewerkt. Het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten is daarvan het belangrijkste. Het beschermt, net als artikel 23 van de Universele Verklaring, het recht op werk en op vrije, eerlijke en veilige werkomstandigheden. Binnen Europa wordt dit recht nog veel sterker beschermd. Het Europees Verdrag voor de rechten van de mens verbiedt dwangarbeid en discriminatie en geeft het recht om je te organiseren in vakbonden en vakverenigingen. En het Europees Sociaal Handvest beschermt ook dat laatste recht en meer in brede zin eerlijke en veilige werkomstandigheden.

Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie beschermt het recht op arbeid voor EU-burgers in alle lidstaten. In hoofdstuk IV van dat Handvest, Solidariteit, staan ook allerlei sociale grondrechten, inclusief over werk. Ten slotte staat ook in de Nederlandse Grondwet in artikel 19, dat de overheid voor voldoende werkgelegenheid moet zorgen. In dat artikel staat ook dat iedere Nederlander het recht heeft op vrije keuze van werk.

4

VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, Artikel 7. Kinderen met een handicap De Staten die Partij zijn nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat kinderen met een handicap op voet van gelijkheid met andere kinderen ten volle alle mensenrechten en fundamentele vrijheden genieten. Bij alle beslissingen betreffende kinderen met een handicap vormen de belangen van het kind een eerste overweging. De Staten die Partij zijn waarborgen dat kinderen met een handicap het recht hebben vrijelijk blijk te geven van hun opvattingen over alle aangelegenheden die hen betreffen. VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, Artikel 9. Toegankelijkheid Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie. Daarnaast ook tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden.

Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op: gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken. Zo ook op informatie, communicatie en andere diensten, met inbegrip van elektronische diensten en nooddiensten. VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, Artikel 24. Onderwijs De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren met de volgende doelen. Volledige ontwikkeling van het menselijk potentieel en het gevoel van waardigheid en eigenwaarde en de versterking van de eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en de menselijke diversiteit. Optimale ontwikkeling door personen met een handicap van hun persoonlijkheid, talenten en creativiteit, alsmede hun mentale en fysieke mogelijkheden, naar staat van vermogen. Het in staat stellen van personen met een handicap om effectief te participeren in een vrije maatschappij.

Bij de verwezenlijking van dit recht waarborgen de Staten die Partij zijn dat: a. personen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene onderwijssysteem, en dat kinderen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van gratis en verplicht basisonderwijs of van het voortgezet onderwijs; b. personen met een handicap toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven; c. redelijke aanpassingen worden verschaft naar gelang de behoefte van de persoon in kwestie; d. personen met een handicap, binnen het algemene onderwijssysteem, de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs te faciliteren; e. doeltreffende, op het individu toegesneden, ondersteunende maatregelen worden genomen in omgevingen waarin de cognitieve en sociale ontwikkeling wordt geoptimaliseerd. VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, Artikel 27.

Werk en werkgelegenheid De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op werk, op voet van gelijkheid met anderen; dit omvat het recht op de mogelijkheid in het levensonderhoud te voorzien door middel van in vrijheid gekozen of aanvaard werk op een arbeidsmarkt en in een werkomgeving die open zijn, waarbij niemand wordt uitgesloten, en die toegankelijk zijn voor personen met een handicap. De Staten die Partij zijn waarborgen en bevorderen de verwezenlijking van het recht op werk, door het nemen van passende maatregelen teneinde onder andere: discriminatie op grond van handicap te verbieden met betrekking tot alle aangelegenheden betreffende alle vormen van werkgelegenheid. Het recht van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen te beschermen op rechtvaardige en gunstige arbeidsomstandigheden, met inbegrip van gelijke kansen en gelijke beloning voor werk van gelijke waarde, een veilige en gezonde werkomgeving, waaronder bescherming tegen intimidatie, alsmede de mogelijkheid tot rechtsherstel bij grieven. Personen met een handicap in staat te stellen effectieve toegang te krijgen tot technische en algemene beroepskeuzevoorlichtingsprogramma’s, arbeidsbemiddeling, beroepsonderwijs en vervolgopleidingen.

De kans op werk en carrièremogelijkheden voor personen met een handicap op de arbeidsmarkt te bevorderen, alsmede hen te ondersteunen bij het vinden, verwerven en behouden van werk, dan wel de terugkeer naar werk; de beroepsmatige en professionele re-integratie van en programma’s ten behoeve van het behoud van hun baan en terugkeer naar werk voor personen met een handicap te bevorderen. Te waarborgen dat op de werkplek wordt voorzien in redelijke aanpassingen voor personen met een handicap.

5

Het ‘Samen mogen spelen, leren, werken en van het leven kunnen genieten’ opgenomen in een aantal aanbevelingen gedaan door het VN Comité Handicap Algemene beginselen en verplichtingen (artikelen 1–4) Het Comité beveelt de Staat aan om: (a) een alomvattende strategie te ontwikkelen om alle beginselen, verplichtingen en rechten van het Verdrag op alle overheidsniveaus te integreren en ervoor te zorgen dat alle wetgeving en beleidsmaatregelen in overeenstemming zijn met het mensenrechtenmodel van handicap; (b) systematisch bestaande wet- en regelgeving en beleidsmaatregelen te toetsen om vast te stellen welke wetgevende maatregel nodig is om te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag, en op mensenrechten gebaseerde actieplannen op te stellen met daarin een duidelijk begrip van “handicap”, die maatregelen bevatten om de rechten uit hoofde van het Verdrag te bevorderen, te beschermen en na te leven; (c) nationale normen en richtlijnen vast te stellen om ervoor te zorgen dat het Verdrag in alle gemeenten effectief wordt uitgevoerd, lokale overheden adequate middelen en training te bieden en gemeenten bij te staan bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag, met name met betrekking tot de kwaliteit van ondersteunende diensten en het opstellen van een Inclusie-agenda; een strategie te ontwikkelen om te zorgen voor duidelijke communicatie en

coördinatie tussen gemeenten om de continuïteit van diensten en ondersteuning voor personen met een handicap op alle gebieden van het leven te vergemakkelijken wanneer zij van de ene gemeente naar de andere verhuizen; (d) ervoor te zorgen dat zijn gerechtelijke en bestuurlijke instanties de in het Verdrag vastgelegde rechten consequent en effectief toepassen in individuele gevallen, hetzij als basis voor rechtsvorderingen of als leidraad voor de interpretatie van de nationale wetgeving. Gelijkheid en non-discriminatie (artikel 5) Indachtig zijn algemene opmerking nr. 6 (2018) en doelstellingen 10.2 en 10.3 van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, beveelt het Comité de Staat aan om: (a) de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte te wijzigen en daarin expliciet het recht op inclusief onderwijs op te nemen; Kinderen met een handicap (artikel 7) Indachtig de gezamenlijke verklaring van het Comité voor de Rechten van het Kind en het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap over de rechten van kinderen met een handicap, beveelt het Comité de Staat aan om: (a) specifieke wetten en beleidsmaatregelen te ontwikkelen en uit te voeren die expliciet ingaan op de rechten van kinderen met een handicap; ervoor te zorgen dat deze wetten ondersteuning op maat bieden die rekening houdt met de specifieke behoeften van kinderen met een handicap; (b)

uitgebreide ondersteuningsprogramma’s voor kinderen met een handicap te versterken en uit te breiden, met de nadruk op onderwijs, gezondheidszorg en inclusie; ervoor te zorgen dat deze programma’s voldoende gefinancierd, breed toegankelijk en effectief gecontroleerd worden; (c) systematisch gegevens over kinderen met een handicap te verzamelen en te beheren, waarbij privacyoverwegingen worden afgewogen tegen de behoefte aan accurate informatie. Dit omvat gegevens over het aantal kinderen dat diensten ontvangt, in detentie zit, in vluchtelingencentra zit en betrokken is bij mensenhandel; (d) mechanismen te ontwikkelen om zo te waarborgen dat kinderen met een handicap vrijelijk hun mening kunnen geven over alle aangelegenheden die hen betreffen en dat aan deze mening het nodige gewicht wordt toegekend overeenkomstig hun leeftijd en maturiteit; op leeftijd, geslacht en handicap afgestemde ondersteuning te bieden om hun participatie te vergemakkelijken.

6

Onderwijs (artikel 24) Indachtig zijn algemene opmerking nr. 4 (2016), over het recht op inclusief onderwijs en doelstelling 4.5 en 4.a van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, beveelt het Comité de Staat aan om in nauw overleg en met actieve betrokkenheid van gehandicaptenorganisaties, leerlingen met een handicap en hun gezin: (a) te streven naar een volledig inclusief onderwijssysteem voor alle kinderen, met inbegrip van kinderen met een verstandelijke en/of psychosociale handicap en autistische kinderen, waarmee een einde wordt gemaakt aan gespecialiseerd onderwijs; het huidige uitvoeringsplan te herzien; concrete doelstellingen, tijdlijnen en evaluatiemechanismen vast te stellen om zo een effectieve overgang naar inclusief onderwijs te waarborgen; (b) onmiddellijk maatregelen te nemen om het aantal kinderen in het speciaal onderwijs terug te dringen door de capaciteit van reguliere scholen om leerlingen met een handicap op te vangen, te vergroten en door reguliere scholen voldoende middelen en ondersteuning te bieden om hun integratie te vergemakkelijken, waaronder gespecialiseerde opleidingen; de nationale wetgeving inzake vrijstellingen van de leerplicht voor kinderen met een handicap, met inbegrip van kinderen met een lichamelijke en verstandelijke en/of psychosociale handicap, met hoge ondersteuningsbehoeften, te wijzigen en ervoor te zorgen dat alle kinderen met

een handicap hun recht op onderwijs kunnen uitoefenen; (c) de lesprogramma’s en onderwijsmethoden te verbeteren die aan leerkrachten in het reguliere onderwijs worden aangeboden over de rechten van kinderen met een handicap op inclusief onderwijs en over de onderwijsmethoden voor inclusief onderwijs; (d) ervoor te zorgen dat gewone scholen volledig toegankelijk zijn en redelijke aanpassingen bieden voor alle soorten handicaps, met name voor dove leerlingen en leerlingen met gehoorproblemen; (e) toegang te waarborgen tot inclusief tertiair onderwijs, met inbegrip van beroepsonderwijs en hoger onderwijs, voor kinderen en volwassenen met een handicap. Werk en werkgelegenheid (artikel 27) Indachtig zijn algemene opmerking nr.

8 (2022), en in lijn met doelstelling 8.5 van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, beveelt het Comité de Staat aan om in nauw overleg en met de actieve betrokkenheid van personen met een handicap, via hun representatieve organisaties: (a) de nationale wetgeving te herzien om de systemische en structurele belemmeringen aan te pakken die personen met een handicap ondervinden, in het bijzonder vrouwen met een handicap, jongeren met een handicap en personen met een verstandelijke en/of psychosociale handicap, en maatregelen te nemen om het aantal personen met een handicap op de vrije arbeidsmarkt te vergroten; b) de uitvoering van de overeenkomsten inzake de doelstelling voor werkgelegenheid voor personen met een handicap in zowel de openbare als de particuliere sector te handhaven en maatregelen te versterken om de toegankelijkheid en redelijke aanpassingen op de werkplek te waarborgen, waaronder het bewustmaken van werkgevers van hun verplichtingen en het verstrekken van middelen om het aanbieden van redelijke aanpassingen te vergemakkelijken; (c) de wetgeving te wijzigen om op passende wijze te verwijzen naar personen met een handicap in plaats van de term “arbeidsongeschikten” te gebruiken op de arbeidsmarkt; (d) alle noodzakelijke stappen te nemen om programma’s, beleid en wetgeving op de arbeidsmarkt af te stemmen op de mensenrechtenbenadering van handicaps, met inbegrip

van de huidige praktijk van sociale werkplaatsen. Opvolging Verspreiding van informatie Het Comité benadrukt het belang van alle aanbevelingen in deze slotopmerkingen. Met betrekking tot dringende maatregelen die moeten worden genomen, wil het Comité de aandacht van de Staat vestigen op de aanbevelingen over algemene beginselen en verplichtingen, over vrijwaring van foltering of wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, en over onderwijs. Het Comité verzoekt de Staat de aanbevelingen in deze slotopmerkingen uit te voeren. Het Comité beveelt de Staat aan om de slotopmerkingen ter overweging en actie door te geven aan leden van de regering en het parlement, ambtenaren in relevante ministeries, lokale autoriteiten en leden van relevante beroepsgroepen, zoals onderwijzend, medisch en juridisch personeel, evenals aan de media, door gebruik te maken van moderne sociale communicatiestrategieën. Het Comité moedigt de Staat sterk aan om maatschappelijke organisaties, in het bijzonder gehandicaptenorganisaties, te betrekken bij het opstellen van het periodieke rapport.

7

De aandachtspunten aangaande ‘Samen mogen spelen, leren, werken en van het leven kunnen genieten’ Voorkom armoede, sociale uitsluiting, mishandeling, misbruik, racisme en/of uitbuiting en discriminatie van personen in onze samenleving Als VN-ambassadeur krijg ik steeds meer signalen en dringende oproepen om aandacht te besteden aan dit onderwerp. Steeds meer personen waaronder opvallend vaak kinderen zijn het slachtoffer van pesten, intimidatie en (huishoudelijk)geweld. Een overgrote meerderheid van de dames uit onze samenleving voelen zich in steeds grotere mate en situaties niet veilig waaronder met nadruk in de avond en nacht op straat. Laat mij hier heel duidelijk zijn. Dit vind ik onacceptabel, is op geen enkele manier te tolleren en dat moet stoppen! Als VN-ambassadeur heb ik de plicht om duidelijk aan te geven dat iedereen het recht heeft, om in vrijheid te leven, met respect behandelt te worden en veilig moet kunnen deelnemen aan onze samenleving. Een zorgvuldige adequate uitvoering van het ‘Handvest van de Verenigde Naties’, de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’, het ‘Europees Sociaal Handvest’ en het ‘Europees-verdrag voor de Rechten van de Mens’ zijn hiervoor nodig. Dit mag niet bij woorden blijven.

Er dient nu geleverd te worden in de praktijk! Vrijheid om eigen keuzes te maken in het leven Personen met een ondersteuningsbehoefte moeten in staat gesteld worden om van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden te kunnen genieten. Erkenning van individuele autonomie en onafhankelijkheid, met inbegrip van de vrijheid om eigen keuzes te maken is van essentieel belang. Hierbij wordt de noodzaak erkend van een toegankelijke omgeving op fysiek, sociaal, economisch en cultureel vlak. Dat betekent toegang tot wonen, spelen, onderwijs, werken, zorg, informatie, communicatie, reizen en bereikbaarheid van openbare gelegenheden. Het voeren van eigen regie is een recht in het VN-verdrag dat gewaarborgd dient te worden! Borgen behoorlijke levensstandaard en sociale bescherming in wetgeving en uitvoering van beleid Een voortdurende verbetering van levensomstandigheden blijft noodzakelijk om in armoede leven te voorkomen door jaarlijks steeds erg veel duurder wordende eerste levensbehoeften. Dit is met inbegrip van voldoende voeding, kleding, zorg en huisvesting waarbij oudere personen de sociale bescherming ontvangen die ze nodig hebben. Extra (zorg)kosten en stapeling van (zorg)kosten gerelateerd aan een beperking of een chronische zieke van een persoon moeten verplicht zo snel mogelijk worden afgeschaft.

Voorkom extreem hoge energiekosten en permanent onder het minimum loon werken, of met een aanvullende uitkering, maximaal het minimumloon kunnen verdienen door bijvoorbeeld een medische urenbeperking. We moeten personen weer centraal gaan stellen in ons denken en doen. Bewustwording, menselijke maat in wetgeving en uitvoering van beleid, volgens de beoogde doelen en uitgangspunten van alle VN verdragen, met de benodigde geoormerkte structurele financiële middelen zijn de oplossing. Bied personen toekomstperspectief en vertrouwen met gelijke kansen Bied personen met een ondersteuningsbehoefte een toekomst perspectief en vertrouwen met gelijke kansen bij de volledige uitvoering van alle VN verdragen in Nederland. Voorkom alle vormen van armoede en grote schulden last. Borg samenhang tussen leren, werken en de zorgvraag van personen om te kunnen participeren. Ga te werk vanuit een beschermde positie van personen om het vertrouwen te vergroten. We moeten nadrukkelijk oog hebben voor niet direct zichtbare beperkingen van personen. Haal belemmerende drempels, ongelijkheid in behandeling en beloning uit alle wetgeving en uitvoering van beleid. Stop met mensonterende onnodige herkeuringen bij chronisch zieke personen t.b.v. hun bestaanszekerheid en/of gezondheid.

Bied de personen die niet willen participeren een sobere uitkering voor de strikte eerste levensbehoeftes met een dak boven hun hoofd. Elke vorm van participeren, hoe klein deze bijdrage ook is, moet beloond worden om personen te stimuleren om mee te willen doen. Geef daadwerkelijk voldoende (financiële)ondersteuning aan personen die wel willen participeren ondanks hun vaak zeer beperkte middelen en mogelijkheden of kwetsbare gezondheid die ze hebben. Personen die volledig afgekeurd thuis zitten, zijn een zeer vaak vergeten groep, die meer aandacht, begeleiding, toekomstperspectief en financiële ondersteuning verdienen. Levens verbeterende hulpmiddelen en medicatie moeten makkelijker en sneller beschikbaar gesteld worden. Omdat deze personen zelfstandiger kunnen leven, een betere kwaliteit van leven hebben en minder (medische)zorg nodig zullen hebben levert dat op langer termijn ook veel geld op. Voorkom alle vormen van mensonterende situaties in Nederland Stop met bezuinigen, schaalvergroting, marktwerking en het in verdienmodellen denken bij essentiële voorzieningen. Voorkom organisatorische bureaucratische tussenlagen bij dienstverlenende organisaties.

8

Het recht op vrijheid van meningsuiting De vrijheid hebben om te zeggen en schrijven wat je vindt en om informatie te ontvangen en te verspreiden, is cruciaal voor een democratisch land. Het biedt burgers de mogelijkheid zich een mening te vormen over onderwerpen die spelen in de maatschappij en deel te nemen aan het publieke debat. De vrijheid van meningsuiting geldt ook online. De online wereld is tegenwoordig bij uitstek een plek waar mensen zich uiten, bijvoorbeeld door te reageren op (nieuws)berichten en door informatie te delen. Iedereen heeft het recht en moet in staat gesteld worden om in ordentelijk taalgebruik zijn of haar mening te geven en zichzelf kunnen zijn. Er moet plaats zijn voor een tegenwoord en het leveren van kritiek of protest als je het ergens niet mee eens bent. Iedere bijdrage aan het gesproken woord is belangrijk en is van toegevoegde waarde. Het is niet wenselijk om personen te intimideren, te beledigen, te kwetsen of te vernederen. Dit zijn vormen van misbruik van het recht op vrijheid van meningsuiting die absoluut ongepast en ongeoorloofd zijn. Gepast taalgebruik in begrijpelijke taal helpt ons allemaal om begrip voor elkaar te hebben en zal de verdraagzaamheid in onze samenleving ten goede komen.

Zaken vanuit een andere invalshoek benaderen en deze onder de aandacht brengen kan ons verbeterende ideeën en inzichten opleveren waar we voordeel van kunnen hebben. Het kan ook leiden tot zelfreflectie die aanleiding kan geven om dingen in een breder of in een ander daglicht te plaatsen. Dit helpt ons dan om andere en betere keuzes te maken die meer recht doen aan het desbetreffende onderwerp wat aan de orde is. Heb oog voor personen die iets meer tijd nodig hebben of moeite moeten doen om zich te verwoorden, hun bijdrage kan achteraf van meerwaarde blijken te zijn. Bied elkaar de ruimte om dat mogelijk te maken. De individualisering en verharding moet een halt toegeroepen worden Liegen, bedriegen en manipuleren voor eigen gewin kan echt niet. Corruptie en misleiding horen niet in onze samenleving thuis. Dat alles zomaar moet kunnen mag best wel eens in een ander perspectief geplaatst worden om kwetsbare personen in bescherming te nemen. Wat misschien niet zo leuk is om vast te moeten stellen is dat we allemaal een keer hulp nodig hebben in het leven. De ene persoon vroeg, lang en intensief. De andere persoon hopelijk laat, kort en tijdelijk met eventuele tussenposen. Als we die hulp nodig hebben is het fijn om te weten dat deze onvoorwaardelijk kan wordt aangeboden.

Verdraagzaamheid, begrip, en mededogen voor elkaar in een sociale leefomgeving voor iedereen zijn hiervoor nodig. Het is een heel stuk aangenamer leven in een respectvolle samenleving waar we oog voor elkaar hebben, rekening houden met elkaar en bereid zijn om naar elkaar te luisteren. Ons zielig vinden, daar hebben we niks aan, we willen gehoord, gezien, serieus genomen, met respect behandeld en geholpen worden om mee te doen Burgemeester Tjarda Struik van Leiderdorp, is een goed voorbeeld. Ze is slechtziend en toen ze net begonnen was, heeft ze de gemeenteraadsleden in Leiderdorp allemaal een blinddoek omgedaan om ze te laten voelen hoe het is om slechtziend te zijn. Op die manier gaat de knop om bij die gemeenteraadsleden. Zulke dingen heb je nodig om het “anders denken” erin te krijgen, om ze te laten inzien dat het niet altijd even logisch is wat er gebeurt. Kijk, wat wij mensen met een beperking niet nodig hebben, zijn pampers. Daar hebben we niks aan. Ons zielig vinden, daar hebben we niks aan. Wij willen graag laten weten wat we nodig hebben, maar dan moet je wel aan ons denken en het ons vragen. En neem ons serieus. Maar ga niet van alles roepen en ondertussen niks doen. Daar hebben we niks aan.

Waarborg eerlijk, transparant en respectvol te werk gaan Personen moeten respectvol behandeld worden en op een waardige bejegening kunnen rekenen en geïnformeerd worden door alle organisaties waar ze mee in aanraking komen. Desinformatie is onware, inaccurate of misleidende informatie die met opzet wordt gemaakt en wordt verspreid om geld te verdienen of om een persoon, sociale groep, organisatie of land te schaden. We moeten er op kunnen rekenen dat onze overheden dit zelf niet toepassen. Duidelijk streng beleid is nodig om dit grote probleem aan te pakken. Maak werk van de beloofde nieuwe bestuurscultuur. Eerste en Tweede Kamer, provinciale besturen, gemeentelijke besturen met al hun uitvoeringsorganisaties hebben een zeer belangrijke voorbeeldfunctie in taalgebruik en de verplichting om eerlijk, transparant en respectvol te werk te gaan. Wees duidelijk over wat er wel en niet kan, valse beloftes zijn geen optie!

9

Het instellen van een ministerie van mensenrechten en inclusie zaken Het VN-verdrag valt nu onder het ministerie van VWS. De diversiteit van onderwerpen die het tot stand brengen van een inclusieve samenleving bevat, maakt dat het niet goed bij 1 ministerie past. Het gaat namelijk over onderwijs, zorg, werken en toegankelijkheid. Je moet je hele samenleving gaan aanpassen. In mijn ogen moet er zo snel mogelijk een volwaardig ministerie van mensenrechten en inclusie zaken komen. Alle levensdomeinen worden er landelijk aangestuurd om er voor te zorgen dat iedereen mee kan doen ongeacht waar je woont in Nederland. Het ministerie heeft een eigen minister, commissie en begroting met voldoende geoormerkte financiële middelen. Alle VN verdragen en Europese wetgeving op dit dossier zijn de basis uitgangspunten. Het meest mensenrechtenvriendelijke land ter wereld met een volwaardige inclusieve samenleving wordt het doel van het ministerie. Ze zien er tevens op toe dat de inclusieagenda’s van de gemeenten met daarin alle levensdomeinen voldoen aan alle mensenrechten. Spelen is van levensbelang en kinderarmoede moet verdwijnen Voor heel veel kinderen met een beperking is samen spelen niet vanzelfsprekend. Negen van de tien speelplekken zijn voor hen niet toegankelijk. De gevolgen zijn groot.

Kinderen die niet samen kunnen spelen worden geremd in hun ontwikkeling, hebben weinig tot geen vriendjes in de buurt, ervaren dat ze er niet bij horen en voelen zich eenzaam. Deze negatieve ervaringen dragen zij de rest van hun leven met zich mee. Het Kinderrechten VN-verdrag benadrukt het recht om samen op te groeien en te spelen. Toch hebben kinderen in armoede veel minder kansen. Voor heel veel kinderen in ons land is het niet vanzelfsprekend om te kunnen sporten, of een verjaardagsfeestje te geven. Ze schamen zich voor hun thuissituatie, waardoor ze minder vaak vriendjes uitnodigen om te spelen. Er is vaak ook geen geld voor bijvoorbeeld een schoolreisje. Wanneer we als samenleving de problematiek beter begrijpen, ontstaan er betere en breder gedragen oplossingen. We hebben de plicht om onze kinderen een mooie toekomst te bieden zonder sociaal buitengesloten te worden. Elk kind dat in ons land geboren wordt heeft dezelfde rechten. Het belang van Inclusief onderwijs Dit zou een afspiegeling van de maatschappij moeten zijn, in al zijn diversiteit. Zo leert men meer begrip voor elkaar te hebben qua religie, geaardheid, beperkingen, enzovoorts. We moeten tenslotte later allemaal in dezelfde maatschappij functioneren.

Apart onderwijs werkt onbegrip, vooroordelen en tenslotte armoede, sociale uitsluiting, pesten, intimidatie, misbruik, (huishoudelijk) geweld, mishandeling en/of uitbuiting in de hand. Dus we gaan allemaal samen naar school met het benodigde maatwerk! Personen onvoorwaardelijk centraal stellen bij hun ontwikkeling We weten hoe belangrijk een opleiding en een arbeidsplaats is om zelfstandig in je levensbehoeften te kunnen voorzien. Tel daar de sociale aspecten bij op die ook van erg groot belang zijn. Personen moeten daarom in staat gesteld worden om hun talenten optimaal te ontplooien binnen hun mogelijkheden en niveau. Het is noodzakelijk om personen vooral tijdens hun ontwikkeling onvoorwaardelijk centraal te stellen met betrekking tot begeleiding en ondersteuning. Dit is cruciaal om het onmisbare benodigde maatwerk te kunnen aanbieden. Vaste betrouwbare gekwalificeerde professionele begeleiding met een respectvolle gewaarborgde bejegening zijn onmisbaar. Begeleiding moet in elke levensfase dicht bij de personen op het gewenste moment geleverd worden. Er moet gezocht worden naar de opleiding en baan die specifiek bij een desbetreffende persoon past. Dus niet de opleiding of baan maar de competenties, leefomstandigheden, gezondheidssituatie en behoeftes zijn bepalend in de begeleiding en ondersteuning bij de ontwikkeling van de desbetreffende persoon.

Het recht op begeleiding moet bij wet geregeld worden om de ontwikkeling vanuit de beschermde positie vorm te kunnen geven. Infrastructuur speciaal onderwijs met samenhang onderwijs, werk en zorg Het passend onderwijs heeft de infrastructuur van het speciaal onderwijs nodig om er voor te zorgen dat alle leerlingen de aandacht krijgen die ze verdienen. Heb oog voor onzichtbare beperkingen en psychische aandoeningen. De samenhang tussen onderwijs, werk en zorg is van essentieel belang. Het één kan niet zonder het ander. Zonder bijvoorbeeld de benodigde fysio en/of medicatie kun je niet functioneren. Extra begeleiding voor leerlingen die moeilijk kunnen leren mag niet ten koste gaan van de ontwikkelingsmogelijkheden van de andere leerlingen in de klas die wel heel goed kunnen leren. Deze leerlingen hebben ook het recht om zichzelf zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Ik adviseer om speciale lessen in andere lokalen binnen de school aan te bieden om het benodigde maatwerk te kunnen aanbieden. De lesonderdelen die de kinderen wel samen kunnen doen worden in dezelfde klas gegeven.

10

Deel personen in de banenafspraak maakt weinig kans op regulier werk Een deel van de personen in de banenafspraak hebben zodanige beperkingen en/of problemen dat er sterk aan getwijfeld wordt of zij wel een reële kans op regulier werk hebben. Daarnaast zitten er ruim 100.000 personen thuis op de bank zonder werk. Hier heb ik vaak uitgebreid aandacht voor gevraagd. Mijn advies: laat alle personen met een beperking toe tot het doelgroepenregister. Gebruik de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven om zo veel mogelijk personen aan een baan te helpen. Zie de sociale ontwikkelbedrijven als volwaardige bedrijven met werknemers die naar hun mogelijkheden tot veel in staat zijn om volwaardig aan het arbeidsproces deel te nemen. Alle werkzaamheden, ongeacht waar ze worden uitgevoerd, moeten meetellen in de banenafspraak. Dus ook het werk wat bij de sociale ontwikkelbedrijven wordt gedaan. Dit bied ondernemers de mogelijkheid om werk aan te bieden aan personen met een ondersteuningsbehoefte als dat op hun eigen bedrijf om verschillende redenen niet mogelijk is. Kabinet investeert de komende jaren 1 miljard in sociaal ontwikkelbedrijven De investering van in totaal 1 miljard euro zie ik als VN-ambassadeur als een zeer belangrijke waardevolle eerste stap.

Er is echter meer nodig om alle personen met een ondersteuningsbehoefte de kansen te bieden om mee te kunnen doen en hun de mogelijkheid te geven om in hun eigen levensbehoefte te kunnen voorzien met de bestaanszekerheid die daar bij hoort. Ik ben het met de vakbond FNV eens dat er een wettelijk recht op werk moet komen voor alle personen met een ondersteuningsbehoefte! De sociale ontwikkelbedrijven kunnen in mijn ogen een sleutel rol vervullen om deze arbeidsplaatsen te helpen realiseren. Als we inderdaad niemand tussen wal en schip willen laten belanden en inderdaad volwaardig uitvoering willen geven aan artikel 1 van de Grondwet en het VN-verdrag Handicap, dan zullen er naast de 30.000 beschutte werkplekken minimaal 40.000 extra banen bij moeten komen voor personen met een arbeidsbeperking of een andere ondersteuningsbehoefte in plaats van de nu voorziene 10.000 extra banen. Toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Op naar een betere WIA Om het arbeidsongeschiktheidsstelsel te verbeteren heeft de commissie Octas drie varianten voorgesteld voor de toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. De WIA is een belangrijk vangnet voor mensen die niet (volledig) meer kunnen werken vanwege gezondheidsproblemen. Door alle wijzigingen sinds de invoering in 2006 functioneert dit vangnet niet goed genoeg.

Bovendien zitten er bepaalde hardheden in waardoor de WIA slecht uitpakt voor veel mensen. Het voornemen van het kabinet om de IVA te willen afschaffen vind ik onverantwoord en mensonterend met desastreuse gevolgen. Zo komen er eerder hardheden bij in plaats van dat er minder hardheden komen. De nieuwe wetgeving en uitvoering van beleid moet zeer nadrukkelijk voldoen aan de uitgangspunten van het VN-verdrag Handicap! Onwenselijke ongelijke arbeidsvoorwaarden moeten verdwijnen Ondanks alle goede bedoelingen zijn er door het gevoerde beleid onwenselijke situaties ontstaan aangaande de arbeidsvoorwaarden en de daarbij behorende beloning voor de personen met een beperking. Binnen de sociale ontwikkelbedrijven zijn 3 cao’s van toepassing. Het komt regelmatig voor dat werknemers die hetzelfde werk doen op dezelfde werkvloer anders beloond worden dan hun collega’s. De door de bezuinigingen in het leven geroepen cao ‘aan de slag’ zorgt voor extra gezondheidsproblemen en stres om de eindjes aan elkaar te knopen om rond te komen. De werknemers die onder deze cao vallen hebben net als hun collega’s het recht op een volwaardige cao met degelijke arbeidsvoorwaarden. Mijn advies is om de bestaande praktijksituaties ter hand te nemen en er zorg voor te dragen dat deze onwenselijke ongelijke arbeidsvoorwaarden zo snel mogelijk tot het verleden behoren.

In de cao’s ‘aan de slag’ en ‘sociale werkvoorziening’ is het VN-verdrag Handicap opgenomen in de cao tekst. Het VN-verdrag Handicap is een hele belangrijke fundamentele basis om iedereen gelijke arbeidsvoorwaarden te bieden! Adequaat handelen als velen in financiële problemen komen door onvoorziene economische omstandigheden Een uitkering bestaanszekerheid moet toereikend zijn om fatsoenlijk in je levensbehoeften te kunnen voorzien. Ga hierbij uit van het netto besteedbaar inkomen zonder complexe toeslagen systematiek. Er mag niemand tussen wal en schip belanden. Denk hierbij onder andere aan de personen die een uitkering hebben die gekoppeld zit aan het minimum loon. Deze koppeling mag absoluut niet worden losgelaten. Deze personen kunnen de eindjes niet meer of amper nog aan elkaar knopen. Structurele extra financiële middelen zijn voor hun daarom hard en snel nodig. Het minimum loon moet hiervoor drastisch omhoog.

11

Iedereen op maat laten participeren met gewaarborgde bestaanszekerheid Gebruik onderstaande participatieladder om het arbeidsvermogen vast te stellen om iedereen op maat te laten participeren met een trap op trap af systematiek. Deze wordt centraal aangestuurd zodat iedereen in Nederland gelijke participatie mogelijkheden krijgt. Alle personen met een ondersteuningsbehoefte moeten via de wet banenafspraak kunnen participeren. De wet poortwachter moet op een sociale manier vorm gegeven en uitgevoerd worden waarbij menselijk maat, bestaanszekerheid en gezondheid centraal staan. Een warme overdracht richting pensioen mogelijk maken. Eerder opgebouwde rechten respecteren. 0-20% arbeidsvermogen: bestaanszekerheid uitkering. Recht op ondersteuning, begeleiding en hulpmiddelen richting vrijwilligers werk en dagbesteding. Voorkom sociale uitsluiting door contactmogelijkheden te bieden met onze samenleving. Geen herkeuring arbeidsvermogen als daar geen duidelijk (medische)aantoonbare redenen voor zijn. 20-40% arbeidsvermogen: dagbesteding. Bestaanszekerheid uitkering. Doorgroeimogelijkheid richting beschut werken via sociaal ontwikkelbedrijf met de ‘cao SW’. Permanente ondersteuning, terugkeer garantie naar dagbesteding waarbij geen herkeuring nodig is. 40-70% arbeidsvermogen: tijdens opleiding en opdoen van arbeidsritme bestaanszekerheid uitkering.

Vervolgens detachering mogelijkheden inzetten naar bedrijfsleven met behulp van de ‘cao SW’ via een sociaal ontwikkelbedrijf. De doelstelling is om door te stromen richting een vaste (inclusie)baan volgens de cao’s in het bedrijfsleven. Permanente ondersteuning, begeleiding en terugkeer garantie naar het sociaal ontwikkelbedrijf waar permanent blijven werken mogelijk moet zijn. Tijdens (tijdelijke)terugkeer naar het sociaal ontwikkelbedrijf als het kan opnieuw detachering mogelijkheden inzetten en ‘cao SW’ hanteren. Als aansluiting persoon niet tot stand komt dan arbeidsvermogen herkeuren om de participatie mogelijkheden te optimaliseren. Hierbij reële doelen stellen en zorgdragen dat deze personen naar hun mogelijkheden en niveau kunnen deelnemen aan het arbeidsproces en onze samenleving. 70-100% arbeidsvermogen: bestaanszekerheid uitkering als vangnet bij het niet hebben van werk. Zelfstandig participeren op de vrije arbeidsmarkt waarbij de nodige inzet mag worden gevraagd om werk te vinden en zich te ontwikkelen om de kansen op werk te behouden of te vergroten. Ondersteuning bieden als deze nodig is om aansluiting te maken. Loon naar werken volgsens cao bedrijfsleven waarbij vaste arbeidscontracten de norm zijn en waarbij werken in armoede niet aan de orde mag zijn.

Als aansluiting persoon niet tot stand komt dan arbeidsvermogen keuren om de participatie mogelijkheden te optimaliseren met een instroom optie naar 4070% arbeidsvermogen als dat nodig blijkt te zijn. Waarborg een goede pensioen regeling voor personen met een beperking Een beperking of een chronische ziekte is vaak niet te relateren aan het werk wat deze personen doen. In Nederland is de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Personen met een beperking leven gemiddeld 5 jaar korter ten opzichte van de algemene levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Op basis van gelijke behandeling van personen moeten deze personen de mogelijkheid krijgen om eerder met pensioen te gaan. Initiatiefnota ‘Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf’ Mijn advies is om deze belangrijke nota te borgen in wetgeving en uitvoering van beleid met permanente subsidie voor het bedrijfsleven t.b.v vast werk voor alle personen met een ondersteuningsbehoefte! 1. De totstandkoming van een landelijk dekkend netwerk van sociaal ontwikkelbedrijven. 2. Mensen met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt kunnen terecht bij een sociaal ontwikkelbedrijf voor hulp richting de arbeidsmarkt middels een persoonlijk plan van aanpak.

Zij krijgen recht op scholing, werk en begeleiding, een diagnosetraject, job coaching, werkplekaanpassing, sociale detachering, loonkostensubsidie en een recht op initiatief waarbij ze (tot een bepaald budget) zelf een re-integratie plan kunnen indienen. 3. Financiering van gemeenten door het Rijk, op basis van gerealiseerde aantallen in het voorafgaande jaar, gedifferentieerd naar drie zwaarte-groepen. De meerkosten voor het scholen en begeleiden van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden vergoed door het Rijk, voor zover ze nog niet binnen de huidige systematiek worden vergoed. Deze investeringen moeten geoormerkt worden om de betreffende plannen daadwerkelijk te realiseren en de broodnodige verbeteringen mogelijk te maken. Hierbij verwijs ik graag naar het rapport Berenschot. ‘Het loont om te investeren in mensen met een arbeidsbeperking’, zo blijkt uit een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) die Cedris en Divosa hebben laten uitvoeren. De sociale ontwikkelbedrijven moeten verplicht de geoormerkte (financiële)middelen tot hun beschikking krijgen om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren.

12

Rapport ‘Eenzaam Gesloten’ van Jason Bhugwandass aangaande de gesloten jeugdzorg “Hoezo een parlementaire enquête? In de Kamer klonk weinig steun voor een parlementaire enquête. ‘Niet nog een onderzoek, we weten alles al,’ was de tendens. Dat de jeugdzorg geen gezonde voorziening is, staat buiten kijf. Dat hoeven we niet te onderzoeken. Maar waar nu wel erg makkelijk overheen gestapt wordt, is het gegeven dat de overheid deze gruwelijke situatie heeft gecreëerd én in stand heeft gehouden. Dat we het al wisten, is geen reden om geen parlementaire enquête te houden. Integendeel, dat we het wisten, onderstreept de noodzaak. Hoe kan je dit in de toekomst voorkomen, als je niet wil weten waar dit vandaan komt? En wie lost het op als er wederom geen eigenaarschap is?” Op dit moment krijgen ongeveer een half miljoen kinderen en jongeren jeugdzorg. Rond de 40.000 van hen wonen niet thuis. De beslissingen over hun toekomst worden vooral genomen door beleidsmakers, bestuurders en hulpverleners, zonder dat jongeren zelf structureel kunnen meepraten. Vaak wordt hun stem slechts sporadisch gehoord via onderzoeken of tijdelijke inspraakmomenten. Echte gelijkwaardige medezeggenschap ontbreekt. Deze gang van zaken is niet wenselijk en niet in lijn met het ‘niet over ons maar met ons verhaal’ vanuit het VN-verdrag Handicap.

Daarnaast vind ik als VN-ambassadeur het zeer beschamend dat er in de gesloten jeugdzorg zich jarenlang een veelvoud van grensoverschrijdende en mensonterende situaties hebben voorgedaan. De boodschap van Jason is luid en duidelijk en vraagt om permanente adequate oplossingen die de gezondheid en het welzijn van de patiënten garanderen! Het is geen optie om te bezuinigen op voorzieningen die van belang zijn voor de ontwikkeling van onze jeugd! Afspraken die zijn gemaakt rondom hulpmiddelen zijn te vrijblijvend Vier jaar geleden zijn er landelijke afspraken gemaakt met gebruikers, ministerie, gemeenten, zorgverzekeraars en leveranciers om de dienstverlening op het gebied van hulpmiddelen te verbeteren. De afspraken worden nog altijd niet goed nageleefd. De situatie is zelfs aanzienlijk verslechterd. Het kan absoluut niet de bedoeling zijn om drie jaar op een aangepaste rolstoel te moeten wachten. Kwaliteit van leven verbeterende (medische)hulpmiddelen moeten eerder en ruimer beschikbaar gesteld en vergoed worden voor de personen met een beperking en chronisch zieken. Dit om daadwerkelijk volwaardig te kunnen meedoen aan onze samenleving zonder onnodige dagelijkse belemmeringen.

Goede zorg bereikbaar en betaalbaar voor iedereen ongeacht waar je woont Zorgverleners moeten bij het opstellen van een behandelplan er voor zorgdragen dat de gezondheid en het welzijn van de patiënt altijd leidend is. Door (financiële)voorwaarden die zorgverzekeraars opleggen wordt er door steeds meer patiënten die de eindjes amper aan elkaar kunnen knopen zorg gemeden met alle gevolgen van dien. Een basis zorgverzekering is door versoberingen niet meer toereikend en bijverzekeren is voor deze personen simpelweg te duur om in voldoende mate de juiste zorgvraag te kunnen veroorloven. Voor chronisch zieke personen is bijverzekeren regelmatig niet toereikend, dan rest zelf bijbetalen of niet de zorg ontvangen die ze wel nodig hebben. Het afschalen van of het zelfs sluiten van essentiële voorzieningen zoals de spoedeisende zorg en de nacht apotheek baren mij grote zorgen. Door gebrek aan personeel en/of bezuinigingen schiet hulp en ondersteuning thuis tekort. Het was de bedoeling dat de zorg dichter bij de patiënten zou komen, het tegendeel zie je in de dagelijkse praktijk. Je moet steeds vaker veel grotere afstanden voor zorg overbruggen. De contracten die zorgverzekeraars afsluiten met zorgverleners leveren problemen op bij het doorverwijzen naar specialistische ziekenhuizen naar het buitenland.

Onderscheid maken in het beschikbaar stellen van zorg is onwenselijk! Tool: Movisie beschrijft 15 werkzame elementen bij de ondersteuning van inwoners, voor de toegang en de uitvoering! Patiënt leidend in behandelplan en maatwerk bij inzetten geneesmiddelen Een biosimilar, is een biologisch geneesmiddel met dezelfde werkzame stof als het origineel. Zorgverzekeraars pleiten voor de inzet van biosimilars omdat dit leidt tot enorme kostenbesparingen, door afspraken met de fabrikant, met behoud van dezelfde kwaliteit. Zoals bij alle nieuwe geneesmiddelen is er altijd een kans dat er nieuwe bijwerkingen aan het licht komen. Het komt voor dat er stoffen in de alternatieve medicatie zitten waar patiënten ziek van worden. Als patiënten tegen negatieve gezondheidseffecten aanlopen dan moet het voor deze patiënten mogelijk zijn om met het originele medicijn behandeld te worden. Het overstappen naar een biosimilar moet altijd op voorhand met patiënt besproken worden en niet als een mededeling vanuit een zorgverzekeraar kenbaar gemaakt worden. Het is zeer belangrijk dat de patiënt de mogelijkheid krijgt om eerst zijn behandelend arts te raadplegen of deze patiënt zonder negatieve gezondheidseffecten de biosimilar kan gaan gebruiken.

13

Zelfstandig wonen adequaat vormgeven, ondersteunen en faciliteren Langer zelfstandig in je eigen leefomgeving kunnen blijven wonen is wenselijk en van grote meerwaarde in allerlei opzichten. Daar moeten de mogelijkheden zeker voor geboden worden als deze behoefte aanwezig is. De voorwaarden zijn dat het medisch verantwoord moet zijn, de leefomstandigheden daartoe veilig moeten zijn en het naar de benodigde hygiënische behoeften, de leefomgeving onderhouden dient te worden. Hierbij is er met nadruk oog voor naasten en mantelverzorgers dat deze niet worden overbelast en bijgestaan worden als dat nodig is. Om dat verantwoord mogelijk te maken is het volgende zeker nodig. Er moet voldoende (medische)professionele ondersteuning zijn, in voldoende mate huishoudelijke hulp geboden worden, met de benodigde hulpmiddelen voor in huis en voor vervoer, om zelfstandig te kunnen functioneren. Deze ondersteuning moet adequaat en snel aangeboden en gefinancierd worden zonder lange wachttijden en/of aanvraagprocedures. Als een burger een beroep moet doen op de overheid waarbij de oplossing vanuit verschillende wetgeving of uitvoering van beleid moet worden geregeld dan mogen we niet van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Er moet iemand vanuit de overheid diensten aangesteld worden die verplicht het benodigde adequate maatwerk gaat leveren, waarbij niemand tussen wal in schip beland, om invulling te geven aan de zorgplicht die de overheid voor zijn burgers heeft. Personen moeten op een betrouwbare dienstverlening kunnen rekenen! Bewustwording dat mediawijsheid niet voor iedereen opgaat In Nederland hebben 2,5 miljoen personen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Deze personen hebben vaak ook moeite met digitale vaardigheden. Het moet wettelijk geregeld worden dat er naast het internet ook communicatie en informatie verstrekking door menselijk contact aangeboden moet worden om te voorkomen dat personen de aansluiting met onze samenleving verliezen. Het gebruik van Chatbots raad ik ten zeerste af. Het is belangrijk om schriftelijk en telefonisch bereikbaar te zijn. Burgers moeten makkelijk toegankelijk contacten kunnen onderhouden met overheden en het bedrijfsleven op het internet. Websites moeten zo duidelijk mogelijk herkenbaar zijn en van nepsites te onderscheiden zijn. Regelmatig hoor ik van burgers dat hun bankrekening door fraude leeg geplunderd wordt of op andere manieren geld afhandig gemaakt wordt. Het betalingsverkeer moet dus aan nog hogere veiligheidseisen gaan voldoen om misbruik te voorkomen. Blijven zorgdragen voor permanente ondersteuning voor gebarentaal en Braille.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16287393/1