2025-11-26 - Tam-omg.plan Hfdst. 22b Bgb, Paulinaweg 12-toel.
Tekst van het document
Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
19
2. twee omgevingstypen; 3. een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) of een gemengd gebied. In dit geval is de omgeving te typeren als een rustige woonwijk. De bestaande bedrijfsvoering (houden van rundvee) is onder te brengen in milieucategorie 3.2, met richtafstanden van 100 meter voor geur, 30 meter voor stof en geluid en 0 meter voor gevaar. Onderhavig plan leidt ertoe dat er geen veehouderijactiviteiten meer mogelijk zijn. De resterende activiteiten zijn onder te brengen in milieucategorie 2, met richtafstanden van 10 meter voor geur en stof, 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. Voor omliggende woningen geldt dat er sprake is van een minder zware milieucategorie. Bij alle omliggende objecten is de afstand tussen woning en rand bouwvlak van locatie Paulinaweg 12 groter dan de richtafstand. Daarmee is er sprake van een aanvaardbare ontwikkeling. Voor omliggende bedrijven geldt dat de toekomstige situatie niet leidt tot een andere beoordeling dan op dit moment het geval is. Deze bedrijven worden daarom niet meer of minder beperkt in hun mogelijkheden dan momenteel het geval.
Daarmee is er sprake van een aanvaardbare ontwikkeling. 5.12.3 Conclusie Het aspect bedrijfsmatige activiteiten vormt geen beperking voor onderhavig planvoornemen.
Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
20
6 Beperkingengebieden 6.1 Beperkingengebieden
Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt de provincie eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Ter plaatse van het bouwvlak aan de locatie Paulinaweg 12 is er geen sprake van beperkingengebieden. De meest nabij gelegen beperkingengebieden zijn de volgende: 1. Natura2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe op een afstand van ruim 120 meter richting noordoosten. 2. Daarlangs ligt een strook voor waterstaatswerken. Dit is een strook met enkelbestemming bestemd voor waterstaatkundige voorziening in de vorm van een dijk. Deze ligt op een afstand van ruim 20 meter vanaf rand bouwvlak. 3. Daarlangs loopt nog een “vrijwaringszone dijk”.
Deze is aangeduid voor bescherming van de primaire waterkering en waterstaatkundige voorzieningen en ligt op een afstand van ruim 15 meter vanaf de rand van het bouwvlak. Zie onderstaande uitsnede.
Afbeelding 7: uitsnede bestemmingsplan.
In de huidige en beoogde situatie liggen deze beperkingengebieden op ruim voldoende afstand zodat deze niet leiden tot beperkingen op de locatie Paulinaweg 12. Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
21
7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.1.1 Financieel economische haalbaarheid De realisatie van het project geschiedt geheel voor rekening en risico van initiatiefnemer. De gronden waarop het initiatief plaatsvindt zijn in eigendom bij initiatiefnemer. Met onderhavig project zijn de gemeentelijke financiën niet in het geding. 7.1.2 Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt niet langer plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking zoals blijkt uit artikel 13.18 Omgevingswet. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten, te weten: • Aangewezen bouwactiviteiten; • Aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit (Ob) bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. In artikel 8.13 Ob gaat in op de aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob gaat in op de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal. Artikel 8.15 Ob gaat in op de kostensoortenlijsten. De activiteiten waarvan kosten worden verhaald (artikel 8.13 Ob) zijn: • • • • • •
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Onderhavig initiatief behelst het aanbrengen van de functieaanduiding “veehouderij uitgesloten”. In onderhavig geval is kostenverhaal dan ook niet aan de orde. 7.1.3 Nadeelcompensatie In dit geval is er geen sprake van een plan waarvan schade wordt veroorzaakt. Het is daarmee ook niet nodig om een nadeelcompensatie analyse uit te voeren.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1 Advies en instemming De gemeenteraad moet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een lijst opstellen waarin de gevallen zijn aangegeven waarvoor (bindend) advies c.q. instemming moet worden gevraagd. Daarbij moet ook aandacht besteed zijn voor de wijze waarop deze advisering kan worden ingepast in het besluitvormingsproces bij wijzigingen van een omgevingsplan. Op basis van artikel 16.15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzelf als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. Indien gebruik wordt gemaakt van het advies/instemmingsrecht bedraagt de beslistermijn twaalf weken. In onderhavig geval is instemming van de gemeenteraad niet noodzakelijk. De Provincie Zeeland heeft per brief van 28 maart 2025 naar aanleiding van het voorontwerp 2 opmerkingen gemaakt:
Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
22
1. de opmerking dat er gezien het huidige gebruik van het erf ter plaatse geen waarden te verwachten zijn is onvoldoende om over te kunnen gaan tot sloop. Voor de locatie is ondertussen een quickscan. Flora en Fauna gedaan. Hieruit is naar voren gekomen dat de aanwezigheid van bepaalde soorten niet uit te sluiten is. Daarom is er vervolgonderzoek opgestart. Sloop zal pas plaatsvinden na afronding van het vervolgonderzoek en een eventuele vergunning- danwel ontheffingsprocedure voor N2000 soorten. 2. De eigenaar van de locatie heeft een verzoek gedaan tot gedeeltelijke intrekking van de N2000 activiteit, deze procedure is op verzoek van eigenaar stilgelegd. Deze constatering is correct. Door de zogenaamde Rendac uitspraak was er onduidelijkheid omtrent vergunningverlening voor de nieuwe bedrijfsactiviteiten. Ondertussen heeft de eigenaar de aanvraag aangevuld en is deze weer in gang gezet. De Provincie Zeeland heeft aangegeven dat er op de wijze is tegemoet gekomen aan de opmerkingen.
7.2.2 Vaststellingsprocedure Voor het wijzigen van een omgevingsplan moet een gemeente altijd de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgen. De procedure is grofweg in te delen in 3 procedurestappen: 1. Vóór het ontwerp-omgevingsplan: de gemeente maakt bekend dat ze het omgevingsplan gaat wijzigen en stelt eventueel en milieueffectrapport (MER) op; a. Kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan b. Milieueffectrapport schrijven (indien van toepassing) 2. Ontwerp-omgevingsplan: de gemeente geeft kennis van het ontwerp-omgevingsplan en legt het ter inzage. Iedereen kan daarna zienswijzen inbrengen; a. Kennisgeving ontwerpbesluit b. Mededeling in gemeenteblad c. Terinzagelegging ontwerpbesluit d. Aanvulling ter inzage gelegde stukken (indien van toepassing) e. Zienswijzen (indien van toepassing) f. Verslag mondelingen zienswijzen (indien van toepassing 3. Vaststellen omgevingsplan: de gemeente stelt het omgevingsplan vast. a. Termijn vaststelling bij MER (indien van toepassing) b. Vaststelling omgevingsplan c. Termijn tussen vaststelling en bekendmaking d. Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging e. Mededeling van het besluit f. Inwerkingtreding De regels van het omgevingsplan worden tot slot zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Gemeenten moeten de wijziging van het omgevingsplan digitaal publiceren via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (de LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket. Iedereen kan zo op een kaart zien welke regels waar gelden.
7.2.3 Bezwaar / Beroep Tijdens de ontwerpterinzagelegging van het omgevingsplan kan eenieder zijn of haar zienswijzen kenbaar maken. Het bevoegd gezag moet vervolgens bij de motivering van het definitieve besluit ingaan op de ingediende zienswijzen. Tegen het ontwerpplan zijn gedurende de termijn van inzage geen zienswijzen ingediend. De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de korte/reguliere procedure voor. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Bij sommige besluiten is er geen
Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
23
beroepsmogelijkheid bij de rechtbank, maar moet iemand meteen naar de ABRvS. Deze besluiten staan in bijlage 2, artikel 2, van de Awb. Dit geldt onder andere in het geval van een besluit ten aanzien van een omgevingsplan.
Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
24
8 Belangenafweging en conclusie 8.1 Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie? Aan een plan kan alleen dan medewerking worden verleend als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5, en 6). Hieruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. 8.2 Conclusie Uit de onderbouwing zoals opgenomen in dit document blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie Paulinaweg 12. Alles overwegende is de ontwikkeling aan de Paulinaweg 12 te Biervliet als aanvaardbaar te beschouwen.
Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’
25