2025-10-30 - Bijlage 1 - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c (geanonimiseerd)
Tekst van het document
,
,
Het plangebied heeft een goede bereikbaarheid vanaf de grotere doorgaande wegen in Terneuzen. Vanaf de Margarethaweg zijn onder andere de Vrijheidslaan gevolgd door de Laan van Othene of de Rooseveltlaan goed bereikbaar. Vanaf deze doorgaande wegen zijn er verschillende mogelijkheden voor hulpdiensten om het plangebied te bereiken. Indien nodig kan het plangebied worden verlaten richting het oosten of zuiden van Terneuzen. ,
31TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
8
Afbeelding 17 | Uitsnede Kaart Externe Veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving bewerking: Juust) ,
Het plangebied ligt verder binnen het invloedsgebied van de kerncentrale Borssele specifiek de zone 'jodiumprofylaxe tot 18 jaar en zwangere vrouwen'. Hiervoor geldt de maatregelen 'schuilen' en 'het nemen van jodiumprofylaxe'. Ook liggen in en in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. In de nabijheid van het plangebied liggen wel de transportroutes gevaarlijke stoffen Westerschelde en het kanaal Gent-Terneuzen. Het plangebied valt echter niet binnen de invloedsgebieden van deze transportroutes. ,
Conclusie Het aspect voorgenomen
4. 6. 4
omgevingsveiligheid ontwikkeling.
vormt
geen
belemmering
voor
het planologisch mogelijk maken
van
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen woningen etc. ) te voorkomen. De Omgevingswet bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een aandachtsgebied van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.
,
,
,
Een akoestisch onderzoek is nodig wanneer de verkeersintensiteit van omliggende wegen meer dan 1. 000 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedragen en daarmee een geluidsaandachtsgebied hebben. In de directe omgeving van het plangebied is de Margarethaweg de enige doorgaande weg. Deze waterschapsweg heeft minder dan 1. 000 motorvoertuigbewegingen per etmaal (bron: Gemeente Terneuzen). Hierdoor heeft deze weg geen geluidsaandachtsgebied en is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai niet benodigd. 32TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
8
Conclusie Het aspect geluid vormt ontwikkeling.
4. 6. 5
geen
belemmering
voor
het planologisch mogelijk maken
van
voorgenomen
Luchtkwaliteit
Bij het toelaten van activiteiten moeten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties de gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld. Als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en PM10 is geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarde wordt voldaan. Er is sprake van een 'niet in betekenende mate bijdrage' wanneer de toename van de concentratie NO2 en PM10 in de buitenlucht niet hoger is dan 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2. Daarnaast is een aantal categorieën aangewezen die in elk geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt. Bij activiteiten en werken die binnen deze categorieën vallen hoeft verder niet door middel van berekeningen of op een andere manier aangetoond te worden dat de toename van de concentraties niet de van toepassing zijnde grens voor NIBM overschrijdt. ,
,
Motivering In artikel 5. 54 Bkl zijn de standaardgevallen genoemd die niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie van stikstofdioxide (NO)2 en PM 10 Hierin is onder andere aangegeven dat gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan met ten hoogste 1. 500 woningen en één ontsluitingsweg aan te merken zijn als een categorie die 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de concentratie van stikstofdioxide. .
,
,
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning. Deze valt onder de hiervoor genoemde categorie. De instructieregels voor de bescherming van de kwaliteit van de buitenlucht zijn derhalve niet van toepassing. Conclusie Het aspect 'Luchtkwaliteit' vormt ontwikkeling.
4. 6. 6
belemmering voor het planologisch mogelijk maken
geen
van voorgenomen
Milieueffectrapportage
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m. e. r) is opgenomen in afdeling 16. 4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m. e. r. -beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Bij de ontwikkeling van woningen moet beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit geldt een mer-beoordelingsplicht waarbij een zogenaamde 'mededeling' van het voornemen voor de planontwikkeling moet worden gedaan (voorheen de aanmeldnotitie). Er moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Deze motivering wordt gezien als de mededeling. ,
Of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten is mede afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling en de relatie met andere plannen projecten of activiteiten en de kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. In onderhavig plan wordt in totaal één woning mogelijk gemaakt. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten omdat de milieueffecten zeer beperkt zijn (zie paragraaf 4. 1 t/m 4. 5). ,
,
Conclusie Het opstellen van een 'mededeling' Omgevingsbesluit niet nodig.
het
voornemen
voor
het
bouwplan
is
op
grond
van
het
33TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
van
8
Hoofdstuk
5
Conclusie
5. 1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan Er
locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht volgens artikel 8.0a tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8. 0b Bkl). ,
,
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschouwd. Hieronder is aangegeven of aan een aspect voldaan wordt niet wordt voldaan of onder voorwaarden kan worden voldaan. ,
Bodem Archeologie Bodemkwaliteit Niet Gesprongen Explosieven
V V V
Natuur en water Weging van het waterbelang Natuur
V V
Omgevingskwaliteit Ladder voor duurzame verstedelijking Landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit Cultuurhistorische waarden Welstand
V V V V
Mobiliteit en bereikbaarheid Verkeersgeneratie Vervoersmodaliteit en ontsluiting Parkeren
V V V
Duurzaamheid Duurzame energie
V
Gezonde leefomgeving Groen Milieuzonering Omgevingsveiligheid Geluid Luchtkwaliteit
Milieueffectrapportage
5. 2
V V V V V V
Belangenafweging
Uit bovenstaande tabel blijkt dat aan alle aspecten wordt voldaan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
34TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
8
Hoofdstuk 6 6. 1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In het omgevingsplan geeft de gemeente aan dat een bepaalde functie op een locatie 'kan' komen en zodra zich een concreet initiatief aandient moet onderzocht 'hoe' dat financieel uitvoerbaar is. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die voldoende concreet is moet de uitvoerbaarheid daarom worden aangetoond. ,
,
Er is sprake van een ontwikkeling welke volledig op initiatief en voor eigen rekening van de grondeigenaar (tevens initiatiefnemer) plaatsvindt. De te verhalen kosten voor de gemeente betreffen eventuele nadeelcompensatie en proceskosten. Ten aanzien van deze aspecten is het mogelijk een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten tussen de gemeente en de initiatiefnemer zodat er geen publiekrechtelijk kostenverhaal in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is. Deze overeenkomst zal voor het verlenen van de omgevingsvergunning worden gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.
6. 2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6. 2. 1
Participatie
Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Een initiatiefnemer moet bij het aanvragen van een omgevingsvergunning aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. De gemeenteraad kan echter gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich in het buitengebied. Er is contact geweest tussen de initiatiefnemer en de directe omwonenden. Zij worden op de hoogte gehouden voor deze ontwikkeling.
6. 2. 2
Procedure
Deze wijziging van het omgevingsplan is gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Er zijn ingekomen waardoor tot vaststelling wordt overgegaan.
geen
zienswijzen
,
35TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
8
Hoofdstuk 7 Juridische planbeschrijving 7. 1
Algemeen
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In de Bruidsschat zitten onder andere regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2. 4 en 22. 6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. ,
,
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte wonen infrastructuur milieu natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV) zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen. nl. ,
,
,
,
,
Het gebruik van TAM-IMRO is vooralsnog toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd mag deze volgens die standaard worden vastgesteld. ,
,
,
Met het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Buitengebied Margarethaweg ong. en Aandijkseweg 8 wordt een vrijstaande woning mogelijk gemaakt ter compensatie van een andere woning (bouwtitel). Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. ,
,
,
,
7. 2
Inleidende bepalingen
De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Margarethaweg ongenummerd in Terneuzen en Aandijkseweg 8 in Zaamslag waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0715.TAMBG94-ON01 zoals vastgelegd op https://www. ruimtelijkeplannen. nl. ,
,
Hoofdstuk 1 bevat inleidende regels waarin begrippen het toepassingsbereik meet- en rekenbepalingen en een ,
,
algemeen gebruiksverbod zijn opgenomen.
7. 3
Speficieke regels over functies en activiteiten
In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. In dit geval is dat de functie 'Wonen'. Hierbinnen is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. Daarnaast zijn in dit hoofdstuk regels opgenomen over onder andere werkzaamheden in gebieden waar de functie 'Waarde - Archeologie' van toepassing is. Dit heeft als doel het behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. 7. 4
Algemene regels
Hoofdstuk
3 bevat de algemene bepalingen gebruiksregels en een parkeerregeling.
zoals het normadressaat
,
de anti-dubbeltelregel
,
algemene
36TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
,
8
Bijlagen bij toelichting
37TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
8
Bijlage
1
38TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
Historisch bodemonderzoek
8
ABO
MILIEUCONSULT BODEM
& ASBEST
HISTORISCH
VOORONDERZOEK
MARGARETHAWEG
Opdrachtgever
Juust B.V.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Vestiging
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Tel.: +31
Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage
(0)113
ANL25-10182 April 2025 28 april 2025
362280
ONG.
CONFORM
TE TERNEUZEN
NEN
5725
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 2 MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6 2. 7
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
Algemene bodem- en locatiegegevens Historische kaarten luchtfoto’s en overig beeldmateriaal
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
,
(Historische) (bedrijfs)activiteiten
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit Conclusie en onderzoeksopzet bodemonderzoek
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
. .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . ..
3 4 4 5 5 5 5 7 8
BIJLAGEN BIJLAGE 1:a Locatie aanduiding op topografische ondergrond BIJLAGE 1:b Historische kaarten BIJLAGE 2: Historische bodeminformatie
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
2/8
1 INLEIDING Door Juust B. V. is aan ABO-Milieuconsult B. V. opdracht verleend een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 uit te voeren voor de onderzoekslocatie aan de Margarethaweg ong. te Terneuzen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding van het vooronderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. ,
,
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens ,
,
bodemopbouw geohydrologie te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. ,
,
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te
worden vastgesteld.
Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit historisch vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 2. 1 van het rapport zijn de locatiegegevens vermeld. In de hoofdstukken 2. 2 t/m 2. 5 is een beschrijving van de historische huidige en toekomstige situatie en verdere achtergrondinformatie opgenomen. In hoofdstuk 2. 6 worden de onderzoeksvragen behorende bij de vastgestelde aanleiding beantwoord en in hoofdstuk 2. 7 is de conclusie vermeld. ,
ABO-Milieuconsult B. V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
3/8
2
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. ,
In de NEN 5725 zijn acht aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A:
Uitvoeren van bodemonderzoek saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. ,
De onderzoeksvragen behorende bij de vastgestelde aanleiding zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is direct onder de betreffende vraag het antwoord ,
,
,
,
opgenomen.
2. 1
Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 1: Algemene bodem- en locatiegegevens 1. Algemene onderzoeksaspecten Locatiegegevens en ligging Adres en plaats Burgerlijke gemeente Kadastrale gemeente Sectie Nummers Oppervlakte Coördinaten Gemiddelde hoogte (m 1 t. o. v. NAP) Ligging op kaart 2. Bodemopbouw Verhardingen Antropogene lagen Dempingen en/of ophogingen Grondwaterbeheersplan
Bron(houder)
Margarethaweg ong. te Terneuzen Terneuzen Terneuzen T 2945 en 2946 14. 025 m² X: 49384 Y: 373272 075 , m +NAP Zie bijlage 1 en 2
Opdrachtgever Kadaster
Onverhard Nee Nee N. v. t.
Opdrachtgever
Geohydrologie Zie §2. 5 3. Verwachting t. a. v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK) A Buitengebied en naoorlogse woonwijken BKK klasse bovengrond Landbouw/natuur BKK klasse ondergrond Landbouw/natuur BKK functieklasse Wonen Plaatselijk PFAS beleid alle individuele PFAS: 01, ug/kg ds Aandachtsgebied lood Nee Aandachtsgebied arseen in grondwater
Ja , mogelijk verhoogde kans
Asbestkansenkaart Voormalig stortplaats bekend Opslagtanks bekend Geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb) en/of sterke verontreiniging bekend Bodemdocumenten bekend Boomgaarden en/of gebruik kassencomplex
Niet gezoneerd Nee Nee Nee , zie §2. 4
Simontex. nl AHN Kadaster
Kadaster , Topotijdreis Waterschap Scheldestromen (interactieve kaarten) DINOloket Provincie Zeeland (Geoloket)
Aandachtsgebieden voor lood in de Provincie Zeeland Omgaan met hoge arseenconcentraties in grondwater Asbestkansenkaart Geoloket Zeeland Provincie Zeeland (Geoloket)
Nee Nee
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
4/8
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik Polder Huidig gebruik Braakliggend Toekomstig gebruik Wonen met tuin Bodem gevoelig gebruik Ja nieuw bouwwerk > 50 m 2 Aard bebouwing Periode bebouwing Belendingen
Bedrijventerrein Calamiteiten bekend Milieubelastende activiteiten verleden bekend Milieubelastende activiteiten toekomst bekend Bodembedreigende activiteiten bekend Relevante vergunningen beschikbaar Toepassing asbestverdachte materialen
2. 2
Geen n. v. t. Noord: Polder Oost: Kreek Zuid: Polder West: Dijk Nee Nee Nee Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde Nee Nee Nee
Gemeente Opdrachtgever BAG (gemeente) Google Maps
Omgevingsdienst RUD Zeeland
Gemeente
Historische kaarten , luchtfoto’s en overig beeldmateriaal
Op basis van de historische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie sinds medio 1850 onderdeel is van een polder. Tot de jaren ‘60 stond het gebied nog in verbinding met de Westerschelde waardoor het gebied soms onder water kwam te staan. In de jaren ’60 is rondom de onderzoekslocatie meer ingepolderd waardoor het gebied niet meer in verbinding stond met de Westerschelde en daardoor de waterstand lager kwam te liggen. Het gebied kwam droog te liggen en er ontstonden aparte kleinere kreken. Sinds eind jaren ’60 is de locatie niet gewijzigd. De onderzoekslocatie is nooit bebouwd geweest. Dempingen
(Sloot)dempingen zijn niet te herleiden uit de historische kaarten en/of luchtfoto’s. Boomgaarden De onderzoekslocatie is nooit in gebruik geweest als boomgaard. De grond ter plaatse onderzoekslocatie is daardoor niet verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB’s). 2. 3
van
de
(Historische) (bedrijfs)activiteiten Volgens beschikbare informatie (Nazca-i) hebben ter plaatse van de onderzoekslocatie geen activiteiten plaatsgevonden die (bodem)verontreiniging zouden kunnen veroorzaken.
2. 4
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Op basis van de beschikbare informatie (Nazca-i) zijn in het verleden op de onderzoekslocatie en in de nabije omgeving (straal van 25 meter) geen (bodem)onderzoeken uitgevoerd. 2. 5
Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 075 m +NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. ,
Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket ingezien. ,
,
In onderstaande tabel is het schematisch model (circa 50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie beschreven.
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
5/8
Tabel 2: Regionale bodemopbouw Geohydrologische eenheid Formatie van Naaldwijk , Laagpakket van Walcheren (gedeelte onder NUNAZA1) Formatie van Naaldwijk , Laagpakket van Walcheren (geulafzettingen generatie A) Formatie van Koewacht
Globale diepte (m-mv) 000 , , m – 100 m 100 , , m – 950 m 950 , , m – 1900 m
Formatie van Breda en Ville Formatie
1900 , m – 2700 , m
Rupel Formatie
2700 , m – 5100 , m
Samenstelling bodem Zand , zeer fijn tot matig grof , lokaal kleiig , schelphoudend , kalkrijk; klei , siltig tot zandig , lokaal humeus Zand , zeer fijn tot zeer grof , lokaal kleiig , schelphoudend , kalkrijk; klei , zandig Zand , matig fijn tot uiterst grof , lokaal siltig , lokaal schelphoudend Zand , zeer fijn tot matig grof , glauconiethoudend , lokaal schelphoudend; klei , siltig tot zandig (Breda) Klei , lokaal siltig tot zandig; zand , uiterst fijn tot matig fijn , lokaal kleiig , glauconiethoudend
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
6/8
Een eenduidige freatische grondwaterstromingsrichting is niet bekend en wordt veelal beïnvloed door ondergrondse obstakels. De grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is vermoedelijk in oostelijke richting. 2. 6
Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2023 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: ,
A: Uitvoeren van bodemonderzoek saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie ,
-
-
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie beperkt zich tot de locatie zoals weergegeven in bijlage 1. Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting(verdachte (deel)locatie(s) zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja wat zijn de potentiële bronnen van bodembelasting waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? Er zijn geen bronnen aanwezig die aanleiding geven tot het veroorzaken van een bodembelasting met verontreiniging. ,
,
-
-
-
,
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De kwaliteitsklasse betreft “Landbouw/natuur” voor de boven- en ondergrond. Is de bodem asbestverdacht? Vooralsnog is de locatie niet asbestverdacht. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw betreft zand voor de boven- en ondergrond. ,
-
Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja hoe en waar? Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen barium chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom zijn de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater meestal wat hoger dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 2017-0125). ,
,
-
,
Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven de interventiewaarde) vermoed? Zo ja waar bevindt deze zich? Nee. ,
-
Is de
milieuhygiënische
noodzakelijk?
kwaliteit
van
de
bodem
afdoende
bekend
of is bodemonderzoek
De locatie wordt als onverdacht beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Voor onderhavige locatie kan derhalve uitgegaan worden van de bodemkwaliteit zoals vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten -
Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)? N. v. t.
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
7/8
ABO
2.7
Conclusie
Op
en
basis van
voorkomen
onderzoeksopzet het
van
bodemkwaliteit verkennend
historisch
bodemonderzoek
vooronderzoek
bodemverontreiniging. zoals
vastgelegd
bodemonderzoek
MILIEUCONSULT BEES
voor
in
wordt
de
onderzoekslocatie
als
locatie
derhalve
Voor
kan
onverdacht
worden
onderhavige uitgegaan gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. Het uitvoeren voorgenomen activiteiten wordt niet noodzakelijk geacht.
de
de
beschouwd
op het van
van
de een
Indien
graafwerkzaamheden zijn voorzien >25 m? moet dit worden beschouwd als een milieubelastende (MBA) zoals beschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Afhankelijk van de omvang (en wijze) van de graafwerkzaamheden is mogelijk een informatieplicht van toepassing. De benodigde activiteit
informatie
over
het
graven milieubelastende
activiteit is
terug
te vinden
op de website
van
het IPLO.
Opgemerkt
wordt dat tijdens onderhavig onderzoek geen veldwerkzaamheden en/of analyses zijn uitgevoerd. Hierdoor kunnen aan de hand van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken worden gedaan over de bodemkwaliteit binnen de onderzoekslocatie.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Auteur:
Kwaliteitscontrole:
(geanonimiseerd) ne
ng.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Zonder
toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.
Historisch vooronderzoek,
Margarethaweg
ong. te Terneuzen,
ANL25-10182
8/8
BIJLAGE 1:a Locatie aanduiding op topografische ondergrond
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
Onderzoekslocatie
Onderzoekslocatie Projectnummer Bron
: : :
Margarethaweg ong. te Terneuzen ANL25-10182 Topotijdreis. nl
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
BIJLAGE 1:b Historische kaarten
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
Figuur 1: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 1915. Bron: Topotijdreis. nl
Figuur 2: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 1920. Bron: Topotijdreis. nl
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
Figuur 3: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 1940. Bron: Topotijdreis. nl
Figuur 4: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 1960. Bron: Topotijdreis. nl
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
Figuur 5: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 1980. Bron: Topotijdreis. nl
Figuur 6: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 2000. Bron: Topotijdreis. nl
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
Figuur 7: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de historische kaart van 2010. Bron: Topotijdreis. nl
Figuur 8: Onderzoekslocatie (rode arcering) weergegeven op de luchtfoto 2024. Bron: Topotijdreis. nl
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
BIJLAGE 2: Historische bodeminformatie
Historisch vooronderzoek , Margarethaweg ong. te Terneuzen , ANL25-10182
bijlagen
Bodeminformatie ANL25-10182 Margarethaweg Terneuzen
Legenda Geselecteerde locatie
Verontreinigingscontour
25-meter straal
Saneringscontour
Perceelgrenzen
Historisch Bodembestand (HBB)
Locatie
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks
Onderzoek
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 1 van 8 - 15-04-2025
Inhoudsopgave Welke informatie vindt u in dit rapport Informatie over geselecteerd perceel Locaties Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) Informatie van objecten in een straal van 25 meter rondom het perceel Locaties Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) Disclaimer Bijlage: toelichting onderzoeken
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 2 van 8 - 15-04-2025
3 5 5 5 5 6 6 6 6 7 8
Welke informatie vindt u in dit rapport Dit rapport is een geautomatiseerde samenvatting van de bij de gemeente bekende gegevens over de bodemkwaliteit. De informatie is afkomstig uit het gezamenlijke bodeminformatiesysteem (BIS) van de Provincie Zeeland de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland en de aangesloten Zeeuwse gemeenten Het rapport geeft geen informatie over bouw- milieu- en hinderwetvergunningen en meldingen Activiteitenbesluit. ,
,
Het plaatje op de voorzijde van dit rapport geeft in één oogopslag weer welke relevante bodeminformatie voorhanden is. Het rapport is onderverdeeld in de beschikbare informatie op het door u geselecteerde perceel en de informatie op de percelen in de directe omgeving met een straal van 25meter. Hieronder wordt een korte uitleg gegeven van wat u in dit rapport aantreft. Locatie Dit betreft de naam waaronder de onderzoekslocatie bij de gemeente bekend staat. Hier staat de vervolgactie in het kader van de Wet bodembescherming beschreven. Alleen wanneer hier “voldoende onderzocht” of “gesaneerd” staat wordt het perceel als niet verdacht op bodemverontreiniging beschouwd. ,
Onderzoeken De rapporten van deze onderzoeken of saneringen zijn indien niet via de downloadlink in deze uitdraai beschikbaar op te vragen bij de betreffende gemeente. In de bijlage van dit rapport wordt een korte uitleg gegeven over de verschillende typen bodemonderzoeken. ,
,
Verontreinigingscontouren Deze contour weergegeven in het plaatje op de voorzijde van dit rapport laat de verspreiding zien van een verontreiniging in de grond en/of het grondwater Dit zijn veelal contouren die door de Provincie Zeeland in het kader van de Wet bodembescherming is vastgesteld en waarop dus een beschikking is afgegeven. In de beschikking (zie besluit verder in de toelichting) worden eventuele gebruiksbeperkingen opgenomen. ,
,
.
Saneringscontouren Deze contour eveneens weergegeven in het plaatje op de voorzijde van dit rapport laat zien welke verontreiniging in de grond en/of het grondwater is gesaneerd. Dit zijn veelal contouren die gekoppeld zijn aan een besluit dat door de Provincie Zeeland in het kader van de Wet bodembescherming is genomen en waarop dus een beschikking is afgegeven. ,
,
Besluiten Geregistreerde besluiten worden genomen door de Provincie Zeeland en hebben betrekking op het vaststellen van een aanwezige verontreiniging of het saneren daarvan. Dit gaat in de vorm van een beschikking. Of er een besluit is genomen hangt af of de verontreiniging gemeld is bij de Provincie Zeeland. Bij het besluit is het kenmerk de datum en de status ,
weergegeven.
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten Hier worden (bedrijfsmatige) activiteiten vermeld die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken en die op de aangegeven locatie plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden. Deze lijst is onder andere gebaseerd op het historische bodembestand (HBB) Hinderwetvergunningen en inschrijvingen bij de kamer van koophandel. Het kan echter zijn dat niet alle bij de gemeente of uitvoeringsdienst geregistreerde vergunningen of meldingen zijn opgenomen. Voor het opvragen van deze dossiers dient u contact op te nemen met de betreffende gemeente. ,
Overzicht geregistreerde (ondergrondse) tanks Hier worden de bij de gemeente geregistreerde ondergrondse of bovengrondse brandstoftanks met hun status opgenomen. Het kan zijn dat tanks gesaneerd en fysiek verwijderd zijn of gesaneerd achter zijn gebleven. Deze informatie heeft mogelijk
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 3 van 8 - 15-04-2025
overlap met het onderdeel “Overzicht historische bodembedreigende activiteiten”. Het kan ook zijn dat er een tank ligt die niet geregistreerd is en waarvan wij dus geen weet hebben. een
Wat betekenen de resultaten Indien op uw perceel bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden of als is gebleken dat er verontreinigingen of tanks in de grond aanwezig zijn adviseren wij u een (historisch) bodemonderzoek uit te laten voeren om een actueel beeld van de bodemkwaliteit te verkrijgen. Hiervoor kunt u terecht bij verschillende hierin gespecialiseerde adviesbureaus. ,
Meer informatie en inzien archieven Onder het kopje ‘Beschikbare documenten bij locatie’ verder in dit rapport kunt u via een link de beschikbare digitale documenten downloaden. Zijn de onderzoeken niet digitaal beschikbaar dan zijn de genoemde onderzoeken in te zien bij het archief van de betreffende gemeente. U kunt hiervoor een afspraak maken. Dit geldt ook voor de inzage in Hinderwet en Wet milieubeheer archieven. Beschikkingen die door de Provincie Zeeland die in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) zijn afgegeven zijn in te zien bij het archief van de Provincie Zeeland. Beschikkingen die zijn afgegeven door de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland zijn digitaal te raadplegen via: http://www. rudzeeland. nl/Producten_en_diensten/Verleende_vergunningen/Bodembeschikkingen. ,
Sinds 1995 worden ernstige gevallen van grondverontreinigingen ook geregistreerd bij het Kadaster. Grondwaterverontreiniging en waterbodemverontreinigingen hoeven niet geregistreerd te worden bij het Kadaster. De registraties in het kader van de Wet bodembescherming kunt u opvragen bij het Kadaster. Als er onderzoeken en saneringen zijn uitgevoerd voor 1995 dan zijn hier geen beschikkingen op afgegeven en heeft ook geen registratie plaats gevonden bij het Kadaster. Voor andere informatie over de Zeeuwse ondergrond zoals de bodemkwaliteitskaarten archeologie en niet gesprongen explosieven kunt u terecht op www. zeeuwsbodemvenster. nl. ,
,
Heeft u vragen of opmerkingen? Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente waar u de gegevens opvraagt. U kunt ons helpen door eventueel geconstateerde fouten of gebreken te melden. Als u zelf onderzoeken bezit die niet in het systeem staan dan kunt u deze laten opnemen. ,
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 4 van 8 - 15-04-2025
Informatie over geselecteerd perceel Locaties Geen gegevens beschikbaar
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Geen gegevens beschikbaar
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) Geen gegevens beschikbaar
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 5 van 8 - 15-04-2025
Informatie van objecten in een straal van 25 meter rondom het perceel Locaties Geen gegevens beschikbaar
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Geen gegevens beschikbaar
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks (zonder locatie) Geen gegevens beschikbaar
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 6 van 8 - 15-04-2025
Disclaimer De door ons in deze rapportage beschikbaar gestelde informatie dient u te interpreteren als een inschatting van de verontreinigingsituatie op een bepaald moment. De Provincie Zeeland de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland en de aangesloten Gemeenten spannen zich in de bodeminformatie regelmatig te actualiseren en/of aan te vullen. De beschikbare bodeminformatie is echter veelal door derden verstrekt en voor een groot deel gebaseerd op gedateerd bodemonderzoek en historische bedrijfsgegevens. Ondanks de zorg en aandacht die de Provincie RUD Zeeland en Gemeenten aan het onderhoud van de bodeminformatie besteden blijft het daarom mogelijk dat de inhoud onvolledig en/of onjuist is. Daarom kunt u aan de hand van deze informatie geen definitieve conclusies trekken over de actuele bodemkwaliteit van de betreffende locatie. De Provincie Zeeland RUD Zeeland en de aangesloten Gemeenten zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat de verontreinigingsituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij attenderen u op het feit dat u als makelaar eigenaar toekomstig eigenaar of als derde bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht heeft als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandstoftanks.
Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel een onderzoek naar de aanwezigheid van een tank. De informatie uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situatie opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Het is niet uitgesloten dat de gemeente dan opnieuw bodemonderzoek eist omdat de bestaande informatie verouderd is of omdat een onjuiste onderzoeksstrategie is toegepast. ,
,
,
,
,
,
,
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 7 van 8 - 15-04-2025
Bijlage: toelichting onderzoeken In de meeste gevallen worden ter voorbereiding van de uitvoering van infrastructurele werkzaamheden woningbouw aanvraag omgevingsvergunningen verkoop of verhuur van terreinen en grondverplaatsing bodemonderzoeken uitgevoerd. Bij veel van deze onderzoeken is geen bodemverontreiniging geconstateerd en bij sommige in beperkte mate waarbij het niet noodzakelijk is een melding hiervoor zoals bedoeld in de Wet bodembescherming (Wbb) door te geven aan het bevoegde gezag Wbb. Hoewel de gemeenten formeel de uitgevoerde onderzoeken zullen hebben getoetst aan de Wet bodembescherming is het toetsingsresultaat in veel gevallen niet vastgelegd in het bodeminformatiesysteem. Wel is bij veel rapporten een conclusie opgenomen met daarin de resultaten van het rapport. ,
,
,
,
,
Ten aanzien van bodemonderzoek zijn de onderstaande typen te onderscheiden: Historisch bodemonderzoek Hierbij wordt een bureau studie gedaan naar het voorkomen van (menselijke) activiteiten die bodemverontreiniging op de locatie kunnen veroorzaken. Hierbij wordt zowel naar huidige als historische activiteiten onderzoek gedaan. Zo worden o. a. oude Hinderwet- Milieu- bouw- en tankdossiers ingezien en wordt informatie van eigenaren en de gemeente verzameld. Op basis hiervan kan een eerste inschatting van de bodemkwaliteit worden gegeven. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol de NEN 5725 te worden uitgevoerd. ,
,
,
,
Verkennend bodemonderzoek Dit onderzoek houdt een eerste verkenning naar de bodemkwaliteit van de locatie. Hierbij vindt een bemonstering en laboratoriumanalyse van grond en grondwater plaats. Aan dit onderzoek gaat een historisch onderzoek vooraf. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol de NEN 5740 te worden uitgevoerd. ,
,
Nul en eindsituatie bodemonderzoek Bij het oprichten en/of beëindigen van inrichtingen Wet Milieubeheer kunnen deze onderzoeken worden verplicht door het bevoegd gezag. Het betreft een eerste verkenning naar de bodemkwaliteit van de locatie meestal gericht op de verdachte locaties waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden en er dus verontreiniging is of kan ontstaan. Hierbij vindt een bemonstering en laboratoriumanalyse van grond en grondwater plaats. Aan dit onderzoek gaat een historisch onderzoek vooraf. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol de NEN 5740 te worden uitgevoerd. ,
,
,
Nader bodemonderzoek Dit onderzoek wordt uitgevoerd om een eerder aangetroffen verontreiniging nader in kaart te brengen. Zo wordt de omvang en de ernst van de verontreiniging bepaald en wordt op basis van een risicobeoordeling voor mens en milieu bepaald of sanering noodzakelijk is. Hierbij vindt een bemonstering en laboratoriumanalyse van grond en grondwater plaats. Aan dit onderzoek gaat een verkennend bodemonderzoek vooraf. Dit onderzoek dient volgens een gestandaardiseerd protocol de NTA 5755 te worden uitgevoerd. Voor gevallen van ernstige verontreinigingen wordt formeel door de Provincie Zeeland een beschikking Wbb afgegeven. ,
,
Saneringsplan / plan van aanpak / BUS melding Dit plan omvat een aanpak op welke wijze een bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Dit plan dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet bodembescherming of Wet milieubeheer (Gemeente of Provincie Zeeland). Voor een saneringsplan wordt formeel door de Provincie Zeeland een beschikking Wbb afgegeven. Saneringsevaluatie Dit betreft een verslag op welke wijze de sanering heeft plaatsgevonden en waarnaar de verontreinigde grond is afgevoerd of ter plaatse is gesaneerd. In dit verslag wordt aangegeven of er na sanering nog restverontreiniging aanwezig is en of er nazorg van de verontreiniging noodzakelijk is. Deze evaluatie dient te worden beschikt door het bevoegd gezag Wet bodembescherming of goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet milieubeheer (gemeente of Provincie Zeeland). Monitoring Dit onderzoek houdt een periodieke bemonstering en analyse in van grond en grondwater. Dit kan zijn om op frequente wijze na te gaan of er verontreiniging ontstaat of om het gedrag van reeds aanwezige verontreiniging in de gaten te houden.
© 2019 , Visma Roxit B. V. (Nazca) , Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , - Pagina 8 van 8 - 15-04-2025
Bijlage
2
63TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c , Buitengebied , Margarethaw
Juust eg ong. en Aandijkseweg
Quickscan natuur
8
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen
1
Quickscan
natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg
Terneuzen
Quickscan
natuurwetgeving project woning Margarethaweg Terneuzen
bouw
Opdrachtgever: Datum:
8
april 2025
Uitgevoerd
opgesteld
en
Adviesbureau
door:
Wieland
mr
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
© Niets uit deze
rapportage
mag
gekopieerd
worden
zonder
schriftelijke toestemming
van
de auteur.
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen
INHOUD 1
4 Inleiding 1. 1 Aanleiding en doel onderzoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 1. 2 Kader Soortbescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 1. 3 Afbakening plangebied en werkwijze . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 1. 4 Opzet beoordeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten 11 3 Soortenbescherming 3. 1 Zoogdieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 3. 2 Vogels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 3. 2. 1 Broedvogels 12 3. 2. 2 Watervogels 13 3. 3 Reptielen en Amfibieën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 3. 4 Vissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3. 5 Ongewervelden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3. 6 Vaatplanten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet 16 en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) 19 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering .............................................................................................................................
.......................................
.....................................................................................................
.......................................................................................................... ..........................................................................................................
....................................................................................... ......................................................
Bijlage 1
Kaart Natuurbeheerplan
,
Natura 2000
3
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen
1
Inleiding
1. 1
Aanleiding en doel onderzoek
Gepland is om op een perceel in de Margarethapolder in Terneuzen een woning te bouwen. Voor deze activiteit dient een quickscan uitgevoerd te worden om te bepalen of er beschermde soorten voorkomen en wat het effect van de geplande activiteit is op eventuele aanwezige beschermde soorten. In de voorliggende rapportage worden de volgende vragen beantwoord: Tot welke (mogelijke) effecten leiden de werkzaamheden op eventuele • aanwezige beschermde natuurwaarden. Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? • • Hoe beïnvloeden de effecten eventueel aanwezige jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere • projecten in de omgeving? • Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden? ,
1. 2
Kader Soortbescherming
De Omgevingswet beschermt plant- en diersoorten. Volgens deze wet mag u bijvoorbeeld beschermde dieren niet doden en hun nesten niet beschadigen en mag u de groeiplaats van beschermde planten niet opzettelijk vernielen. De beschermde soorten staan in de Soortendatabase van het Rijk. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren vogels amfibieën en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten vissen insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1. 11). De bescherming van soorten is niet beperkt tot speciaal aangewezen gebieden maar geldt overal. De verbodsbepalingen staan vernoemd in onderstaand kader. Als een (bouw)project gevolgen heeft voor beschermde soorten is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna activiteit nodig. ,
,
,
,
,
,
Beschermingsregime Verboden Doden/vangen
Vogelrichtlijn
Habitatrichtlijn
Andere soorten
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
te vangen
te vangen
te vangen
Beschadigen rustplaatsen
Het is verboden opzettelijk nesten , rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen of
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Het is verboden de vaste
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te 4
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen nesten van vogels weg te nemen
Eieren rapen
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Verstoren
Het is verboden vogels opzettelijk te storen , tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Plukken en verzamelen
beschadigen of te vernielen Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of vernielen
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of vernielen
Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die significant effect hebben op vogels is een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna activiteit nodig. Bij de vergunningverlening wordt aan drie criteria getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang er is geen alternatief en de ontwikkeling ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. ,
,
Habitatrichtlijnsoorten: Tot dit beschermingsregime horen o. a. alle vleermuissoorten de bever otter noordse woelmuis verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die significant effect hebben op soorten in dit beschermingsregime is een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna activiteit nodig. Bij de vergunningverlening wordt aan drie criteria getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang er is geen alternatief en de ontwikkeling ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. ,
,
,
,
,
,
Andere soorten: Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten zoals Das en Boommarter algemene amfibieën en reptielen zoals Alpenwatersalamander en Hazelworm flora zoals Schubvaren en Bokkenorchis en vissoorten waaronder de Grote modderkruiper. Voor bestendig beheer en ruimtelijke ontwikkelingen die significant effect hebben op soorten in dit ,
,
,
,
5
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen beschermingsregime is een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna activiteit nodig. Bij de vergunningverlening wordt aan drie criteria getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang er is geen alternatief en de ontwikkeling ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Per provincie is een lijst opgesteld met andere soorten waarvoor in de desbetreffende provincie een vrijstelling geldt van een of meerdere verbodsbepalingen. In dat geval is er geen omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna activiteit nodig. De soorten die in de provincie Zeeland zijn vrijgesteld betreffen: Aardmuis; Bastaardkikker; Bosmuis; Bruine kikker; Dwergmuis; Dwergspitsmuis; Egel; Gewone bosspitsmuis; Gewone pad; Huisspitsmuis; Kleine watersalamander; Meerkikker; Ondergrondse woelmuis; Ree; Rosse woelmuis; Tweekleurige bosspitsmuis; Veldmuis; Vos; Woelrat ,
,
,
Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten (beschermd vrijgesteld en onbeschermd) geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’. Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan in het wild voorkomend plant- en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allemaal gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt kan daarna gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan.
Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. ,
,
,
,
,
,
Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier(andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in in de Omgevingswet overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader incl. compenserende maatregelen zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. ,
,
6
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen Binnen Nederland zijn er in de periode 1986-2005 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. ,
,
,
,
Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). ,
Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen. Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: ,
,
• • • • •
bestaande natuurgebieden waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren rivieren de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. ,
,
,
,
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80. 000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten panEuropees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1. 3
Afbakening plangebied
en werkwijze Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (blauw aangegeven).
7
Quickscan natuurwetgeving project bouw woning Margarethaweg Terneuzen Figuur 1. Plangebied (rood).
Het plangebied is bezocht op 1 februari 2025. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd. Er is in de periode februari – april een aanvullend onderzoek naar het voorkomen van de steenuil uitgevoerd. ,
1. 4
Opzet beoordeling
De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit. ,