CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10-28 - 03.A. Verordening rioolheffing 2026

gemeenteraad 13 november 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen belastingverordeningen903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en

invordering van rioolheffing 2026 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026 (Verordening rioolheffing 2026).

Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -

gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer

-

of in onderhoud bij de gemeente;

water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.

Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.

de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de

b.

de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede

zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1.

2.

De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft

krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel.

Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als

zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. 2.

Voorwerp van de belasting is een perceel. Als perceel wordt aangemerkt: a.

de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;

c.

een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd

b.

d.

de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de

e.

omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. 2.

3.

De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel.

Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van

hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.

Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Belastingtarieven Het tarief bedraagt 0,0905% van de heffingsmaatstaf.

Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.

Artikel 10 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand

2.

die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet

verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 25.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden

opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vier en ten hoogste

negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk 3.

van de volgende termijnen telkens een maand later.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening rioolheffing 2025' van 14 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding 1. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing 2026.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 13 november 2025.

griffier,

voorzitter,

ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx

H.J.A. van Merrienboer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16082223/1