2025-10-28 - 02.B. Verordening reinigingsheffingen 2026 en tarieventabel - wijzigingen bijgehouden
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de
invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 20252026 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2423 september 20242025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 20252026 (Verordening reinigingsheffingen 20252026).
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a.
een afvalstoffenheffing;
b.
reinigingsrechten.
Artikel 2 Definitie In deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1.
Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33
2.
De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar
van de Wet milieubeheer.
afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien
waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. 2.
Voorwerp van de belasting is een perceel. Als perceel wordt aangemerkt: a.
b. c.
d.
e.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c
bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing 1.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een aanslag.
2.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een
3.
Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.
gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in
hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
3.
kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
4. 5.
overblijven.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden
betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 1025.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het kalenderjaar waarin de
aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vier en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.
De belasting, welke door middel van een gedagtekende kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid
4.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
wordt geheven, moet worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten Artikel 11 Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het
gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel 12 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij
2.
Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid
deze verordening behorende tarieventabel. als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 14 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 15 Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een
gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 17 Termijnen van betaling 1.
2.
De reinigingsrechten moeten worden betaald op het moment van het uitreiken van de schriftelijke
kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen Artikel 18 Kwijtschelding Bij de invordering van de belasting en rechten onder onderdeel 1.3, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 19 Overgangsrecht De ‘Verordening reinigingsheffingen 2024’2025’ van 914 november 20232024 wordt ingetrokken met
ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 20 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 20252026.
Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen 20252026.
Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 1413 november 20242025.
griffier,
voorzitter,
ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx
H.J.A. van Merrienboer
Bijlage 1 Tarieventabel, behorende bij de Verordening reinigingsheffingen 20252026 Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting, indien deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:
1.1
indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
€ 369,10395,30
wordt gebruikt door één persoon 1.2
indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
€ 431,70462,30
wordt gebruikt door twee of meer personen 1.3
indien er op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien
de belastingplicht later aanvangt, geen personen staan ingeschreven
€ 431,70462,30
in de gemeentelijke basisregistratie 1.4
De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1 tot en met 1.3 wordt
vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van:
1.4.1
een extra grijze container, per container met
€ 224,30229,60
1.4.2
een extra groene container, per container met
Gratis
1.4.3
een extra blauwe container, per container met
Gratis
Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 2.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting
2.1
inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, per aanvraag, met
€ 33,3034,00
2.2
extra ledigen van één container, per aanvraag:
€ 34,5035,30
voor het op aanvraag
een maximum van 2 m3 per adres:
2.3
inzamelen van snoeiafval aan huis, per aanvraag, met een maximum
€ 29,2090
2.4
vervangende badge per huishouden voor openen ondergrondse
€ 25,6026,20
2.5
tweede badge per huishouden voor openen ondergrondse container
€ 51,2052,40
van 2 m3 per adres:
container na verlies
Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten 3.
Het recht bedraagt voor:
3.1
het ledigen van beer- of zinkputten, septictanks, en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen:
3.1.1
voor 1,5 m³ of een gedeelte daarvan
€ 137140,00
3.1.2
voor meer dan 1,5 m³ doch maximaal 3 m2
€ 185189,00
3.1.3
voor meer dan 3 m2
€ 288294,00
Behoort bij raadsbesluit van 1413 november 20242025.
griffier,
ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx