2025-09-25 IC16 - Plan van aanpak Warmteprogramma
Tekst van het document
Van Transitievisie warmte naar Warmteprogramma Plan van Aanpak – Gemeente Terneuzen
2
Inhoud 1. Waarom een warmteprogramma? ......................................................... 4 1.1 Wat is een warmteprogramma? ......................................................... 4 1.2 Uitdaging en urgentie ....................................................................... 4 1.3 Resultaat ....................................................................................... 4 1.4 Doel, afbakening en effecten ............................................................. 4 1.4.1 Afbakening ................................................................................ 5 1.4.2 Relatie met ander beleid en projecten............................................ 5 1.5 Wetgeving ...................................................................................... 6 1.5.1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie ............................ 6 1.5.2 Wet collectieve warmte ............................................................... 6 2. Warmteprogramma en de omgevingsvisie .............................................. 7 3. Stappenplan ...................................................................................... 8 3.1 Op basis van Zeeuwse samenwerking ................................................. 8 3.2 Het maken van de bouwstenen ..........................................................
8 3.3 Opstellen en vaststellen van het warmteprogramma ........................... 10 3.4 Ondersteuningsstructuur NPLW ........................................................ 10 3.5 Randvoorwaarden om te komen tot het Warmteprogramma ................. 11 3.6 Risico’s ........................................................................................ 11 4
Stakeholders en organisatie ............................................................... 11 4.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad ................................................ 12
5
Participatie en communicatie .............................................................. 12
6
Financiën en uren ............................................................................. 13
3
1.Waarom een warmteprogramma? 1.1 Wat is een warmteprogramma? In het warmteprogramma wordt uitgelegd wanneer welke wijken/gebieden/straten van de gemeente aardgasvrij worden. Indien bekend, zal ook worden aangegeven op welke manier dat gaat gebeuren. Het warmteprogramma wordt vastgesteld onder de Omgevingswet als verplicht programma en is de opvolger van de in 2021 vastgestelde Transitievisie warmte. Deze wordt daarnaast iedere 5 jaar geactualiseerd. Het Warmteprogramma moet vooralsnog uiterlijk 31 december 2026 zijn vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. Onder het warmteprogramma worden de (wijk)uitvoeringsplannen gehangen, dit zijn de concrete uitwerkingen van het warmteprogramma. In een (wijk)uitvoeringsplan wordt beschreven welke alternatieve energievoorziening in een wijk/gebied/straat gekozen wordt en wanneer een wijk/gebied/straat aardgasvrij is. Ook kunnen wijkuitvoeringsplannen worden gemaakt voor specifieke doelgroepen, zoals monumenten, woningen na 2005 etc. Deze (wijk)uitvoeringsplannen zijn de concrete uitvoering van het warmteprogramma en wordt samen met bewoners, netbeheerders en andere stakeholders opgesteld. In de (wijk)uitvoeringsplannen wordt dus de transitie van papier naar praktijk gemaakt.
1.2 Uitdaging en urgentie Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, dient de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen fors teruggedrongen worden. De wereldwijde CO2 uitstoot moet in 2030 met 55-60% gereduceerd zijn ten opzichte van het jaar 1990. Het klimaatakkoord stelt daarbij dat alle gebouwen en woningen in Nederland uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn. Dit noemen we de warmtetransitie. Gemeenten hebben in opdracht van het Rijk een transitievisie warmte (TVW) opgesteld. Uiterlijk 31 december 2026 moet de TVW herijkt zijn in een geactualiseerd warmteprogramma. Om een concreet gedragen warmteprogramma op te stellen is het nodig vroegtijdige afstemming te zoeken met collega’s, bewoners en andere stakeholders. De gemeente heeft de regie en is eigenaar van het project en het proces om te komen tot een warmteprogramma. Dit plan van aanpak is bedoeld om het proces om tot een warmteprogramma te komen te omschrijven.
1.3 Resultaat Het resultaat is een warmteprogramma dat beschrijft hoe de gemeente van plan is om te komen tot een aardgasvrije gemeente en wat daarvoor nodig is op hoofdlijnen. De concrete uitwerking vindt plaats in zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen.
1.4 Doel, afbakening en effecten Het warmteprogramma is een middel om in kaart te krijgen wat nodig is om aardgasvrij te worden en hoe dit gedaan kan worden. De warmtebronnen en de mogelijke alternatieven voor aardgas worden in kaart gebracht in de Regionale Structuur Warmte 2.0. Deze wordt separaat opgesteld. De resultaten worden meegenomen in het Warmteprogramma. Het doel is om samen met de netbeheerder, inwoners, bedrijven, recreatie, woningcorporaties en andere belanghebbenden tot een warmteprogramma te komen hoe naar een aardgasvrije gemeente toegewerkt wordt in 2050. In de RES Zeeland 2.0 is als tussendoel vastgelegd dat alle Zeeuwse gemeenten uiterlijk 2030 voor minimaal de helft van alle wijken/kernen in beeld hebben welke wijken/kernen
4
wanneer op welke warmtebron over kunnen gaan. Ook zijn uiterlijk 2030 gemeenten gestart met het daadwerkelijk aardgas vrijmaken van minimaal één bestaande wijk/kern. Het is van belang dat gemeenten versneld werken aan het aardgasvrij maken van woningen en wijken. De afspraken hieronder zijn gebaseerd op de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)22, die nog in behandeling is. In deze wet staat dat het in 2036 voor alle wijken duidelijk moet zijn op welke duurzame warmtebron zij zullen overgaan.
1.4.1 Afbakening Het warmteprogramma is een uitwerking van de stappen die genomen moeten worden voor een aardgasvrije gemeente. Het programma is exclusief: -
-
Een concreet stappenplan voor het aardgasvrij maken van specifieke buurten, wijken of gebieden. Hiervoor worden uitvoeringsplannen opgesteld. Een gedetailleerd onderzoek naar de effecten van alternatieven voor aardgas. Marktverkenning van beschikbare partijen in geval van een ander systeem dan individueel all-electric systeem, zoals een warmtenet of andere collectieve warmtebronnen. Organisatie en aanbesteding van de feitelijke uitvoering. Organiseren van collectieve inkoop door gebouw- en woningeigenaren. Individuele advisering over te nemen maatregelen. Onderzoek naar andere opgaven in de gemeente. Het warmteprogramma gaat exclusief over gebouw gebonden warmte en niet over proces gebonden energieverbruik.
1.4.2 Relatie met ander beleid en projecten Het warmteprogramma is een visiedocument over de route naar een aardgasvrije gemeente en raakt daarmee andere projecten en opgaven, zoals: Landelijk: -
Klimaatakkoord Nationaal Programma Lokale Warmte
Provinciaal: -
Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0 Provinciale Omgevingsvisie en verordening Energievisie Zeeland Pmiek Zeeland
Gemeentelijk -
Omgevingsvisie 2047 Omgevingsprogramma Duurzaamheid Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0 Programma wonen Netcongestie Walcheren Noord Zeeuws Isolatieprogramma
5
1.5 Wetgeving Het Warmteprogramma wordt vastgesteld als verplicht programma onder de Omgevingswet. Met een uitvoeringsplan kan een omgevingsplan binnen de Omgevingswet, waarin de algemene regels voor de fysieke leefomgeving zijn vastgesteld, aangepast worden.
1.5.1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Om gemeenten bevoegdheid te geven om de regierol in de warmtetransitie uit te voeren, is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ontwikkeld. Middels de Wgiw kan de gemeente gebruik maken van de aanwijsbevoegdheid. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden. Als je met een aanwijsbevoegdheid aan de slag wilt in je gemeente, ben je gebonden aan strikte regels die zijn vastgelegd in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Je mag alleen een aanwijsbevoegdheid toepassen wanneer deze wijk is opgenomen in het warmteprogramma en er moet aangetoond worden dat inwoners, bedrijven en bestuur zijn betrokken bij deze keuze. Bij een (wijk)uitvoeringsplan moeten we ook nog met het volgende rekening houden: -
Inwoners en bedrijven houden de vrijheid om voor een alternatief te kiezen, dit noemt men opt-out. Er wordt een redelijke termijn gegeven en een onderbouwing voor de beëindiging voor het leveren van aardgas. De gemeente heeft rekening gehouden met de haalbaarheid van de oplossing. De betaalbaarheid wordt beschreven in het uitvoeringsplan. De gevolgen van de energieinfrastructuur zijn beschreven en welke afspraken er zijn gemaakt met de netbeheerder worden in het uitvoeringsplan vastgelegd. Gemeenten onderbouwen in het uitvoeringsplan hoe het zich verzekert van de beschikbaarheid van het alternatief voor aardgas.
1.5.2 Wet collectieve warmte Tot slot hebben we nog de Wet collectieve warmte (Wcw). Deze bevat de regelgeving voor collectieve warmtesystemen. De Wcw stelt dat de gemeente de regie heeft in de warmtetransitie. De Wcw reguleert verder taken en verplichtingen van warmtebedrijven. Deze taken en verplichtingen gaan over de bescherming van consumenten, regels over leveringszekerheid en duurzaamheid en een op kosten gebaseerde tariefregulering.
6
2.Warmteprogramma en de omgevingsvisie Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en is een herijking van de reeds vastgestelde Transitievisie Warmte uit 2021. De doelstellingen die reeds in de Omgevingsvisie zijn benoemd geven een prima basis om het Warmteprogramma op te gaan stellen. De Omgevingsvisie hoeft niet te worden geactualiseerd om het Warmteprogramma onder de Omgevingsvisie te kunnen hangen. Op onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven:
7
3.Stappenplan Om te komen tot het warmteprogramma doorlopen we een aantal stappen en acties. De deadline op basis van de huidige wetgeving is (vooralsnog) dat alle gemeenten voor 31 december 2026 een vastgesteld Warmteprogramma moeten hebben. Hiervoor zijn verschillende stappen te nemen. Waar mogelijk zullen we hiervoor in de Zeeuwse samenwerking acties oppakken. Globaal weten we dat de volgende tijdlijn geldt:
3.1 Op basis van Zeeuwse samenwerking In 2021 is binnen de Zeeuwse samenwerking de Transitievisie Warmte opgesteld. Na 5 jaar is het tijd om deze visie te herijken en te vertalen naar een Warmteprogramma dat hangt onder de gemeentelijke Omgevingsvisie. De te ondernemen acties zijn: -
Updaten van de Regionale Structuur Warmte Analyse van warmtebronnen in de buurt en wijken (Plan)mer beoordeling (en mogelijk een mer) Technische onderbouwingen Stakeholdersanalyse Participatie en communicatie Bestuurlijk besluitvormingsproces
Een deel van deze acties zal dan ook door de Zeeuwse gemeenten samen opgepakt worden.
3.2 Het maken van de bouwstenen Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) heeft een handleiding gemaakt met daarin de informatie waar een warmteprogramma aan moet voldoen. Dit noemt men bouwstenen. De bouwstenen zijn hieronder benoemd en wat hierin moet komen te staan. Hier gaan we zowel gezamenlijk met alle Zeeuwse gemeenten als individueel mee aan de slag. Dit kan worden gezien als de (voorlopige) inhoudsopgave van het Warmteprogramma. 1. Inleiding Korte uitleg van het waarom en het doel van het Warmteprogramma, inclusief wettelijke context en relatie tot de Transitievisie Warmte. a. Ambities (landelijk, regionaal en lokaal) Koppeling met doelen uit het Klimaatakkoord, RES 2.0, provinciale visie en gemeentelijke duurzaamheidsdoelen. b. Met wie is het opgesteld Overzicht van interne afdelingen, regiogemeenten, netbeheerder, woningcorporaties, inwoners, bedrijven en andere stakeholders die bijdragen.
8
c. Leeswijzer Toelichting op de opbouw van het document, zodat de lezer de structuur en samenhang begrijpt.
2. Beschrijving van de huidige situatie Analyse van de bestaande gebouwvoorraad, infrastructuur en warmtegebruik in de gemeente. a. Wat is de opgave voor de gemeente …… Wat moet er gebeuren om aardgasvrij te worden? Welke type gebouwen, wijken, bedrijventerreinen en doelgroepen zijn er? b. Wat is er gedaan sinds de TVW (2021) Wat is er gerealiseerd of veranderd sinds de vaststelling van de Transitievisie Warmte? Inclusief lopende trajecten. c. Evaluatie en risico/knelpunten Wat zijn aandachtspunten voor deze herijking? Denk aan netcapaciteit, betaalbaarheid, participatie of technische haalbaarheid.
3. Stappen naar aardgasvrije gemeente Uiteenzetting van de te volgen route richting 2050. a. Maatregelen in gebouwen Welke aanpassingen zijn nodig voor gebouwen om geschikt te zijn voor alternatieve warmte (isolatie, lage temperatuur, etc.)? b. Duurzame warmteoplossing Toelichting op de soorten systemen die mogelijk zijn: warmtenet, all-electric, hybride, etc. c. Duurzame bronnen Welke warmtebronnen zijn beschikbaar binnen of nabij de gemeente? Hoe duurzaam en haalbaar zijn deze? d. Wat kan wel en niet in de gemeente ……… Welke oplossingsrichtingen zijn kansrijk, en welke niet (en waarom)? Denk aan beperkingen in ruimtelijke ordening, netcapaciteit of kosten.
4. Afstemming en totstandkoming Procesmatige beschrijving van hoe het Warmteprogramma is opgesteld. a. Samenwerkingspartners Wie zijn betrokken en hoe is de samenwerking georganiseerd? Denk aan netbeheerder, corporatie, regio en marktpartijen. b. Communicatie en participatie Hoe zijn inwoners en andere belanghebbenden betrokken? Denk aan enquête, webinar, bewonersavonden, bijeenkomsten per doelgroep.
5. Uitgangspunten en besliscriteria Kaders en afwegingscriteria die richting geven aan het maken van keuzes.
9
a. Welke buurten/wijken zijn als eerste aan de beurt of wat wordt de aanpak Welke gebieden komen als eerste in beeld, en waarom? Denk aan kansen, logische volgorde of koppelkansen met andere opgaven. b. Waarom dit wel en het andere niet Toelichting op gemaakte keuzes en waarom bepaalde wijken, technieken of doelgroepen (nog) niet worden meegenomen.
6. Wat gaan we doen per wijk of gebied Vooruitblik op het opstellen van (wijk)uitvoeringsplannen. a. Criteria voor het bepalen van de warmteopties Op basis waarvan kies je een oplossing per wijk: technisch, financieel, sociaal? b. Warmtetransitiekaart en fasering Visuele weergave van volgorde en timing van de wijken richting 2050. c. Startwijken, gebieden of clusters Welke gebieden starten als eerste en wat is de aanpak daar? d. De stappen voor de komende 10 jaar Welke acties zijn nodig in de periode tot 2035 om de doelen te halen?
7. Hoe gaan we het organiseren Inrichting van de uitvoering, samenwerking en besluitvorming. a. Besluitvorming Hoe loopt het formele traject? Wat is de rol van college en raad? Hoe vindt bestuurlijke verankering plaats? b. Organisatie met stakeholders (intern en extern) Wie doet wat? Verdeling van taken tussen afdelingen, projectgroepen, partners en externe partijen. c. Organisatie bij aanpakken in de wijk (procesvoorstel uitvoeringsplannen) Voorstel voor hoe je wijkgericht werkt: met participatie, stapsgewijs plan per gebied en koppeling aan uitvoering.
3.3 Opstellen en vaststellen van het warmteprogramma Nadat de informatie voor de bouwstenen zijn gevuld, worden deze samengevoegd en uitgebreid tot een volledig warmteprogramma. Het warmteprogramma wordt ter vaststelling aangeboden aan het college en ter kennisname aan de gemeenteraad.
3.4 Ondersteuningsstructuur NPLW Om te komen tot het Warmteprogramma heeft Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) een ondersteuningsstructuur ontwikkeld. Alle Zeeuwse gemeenten maken collectief gebruik van deze ondersteuningsstructuur. Hierdoor werken we samen, delen we kennis en realiseren we samen dat er uiteindelijk eind 2026 een warmteprogramma voor alle gemeenten ligt. 10
Door deze manier van werken en de samenwerking tussen de gemeenten hebben we ook de mogelijkheid om gezamenlijk opdrachten die nodig zijn voor het warmteprogramma aan te besteden.
3.5 Randvoorwaarden om te komen tot het Warmteprogramma Om te komen tot een gedragen warmteprogramma benoemen we hier een aantal randvoorwaarden: -
Begrijpelijk taalgebruik Toegankelijkheid Publicatie
3.6 Risico’s Bij het opstellen van een warmteprogramma zijn enkele risico’s: -
-
-
De uitvoering van het warmteprogramma moeten we borgen. Het warmteprogramma moet gedragen worden door de stakeholders, iedereen moet zich gehoord voelen Voor belanghebbenden moet duidelijk zijn dat het warmteprogramma een visie document is en de concrete uitvoering in de (wijk)uitvoeringsplannen wordt vastgelegd. Het moet realistisch en haalbaar zijn MER-procedure: De zeeuwse gemeenten gaan er op dit moment vanuit dat een planMER niet nodig is. Zo kunnen we het proces efficiënter en doelgerichter doorlopen en kan het Warmteprogramma eind 2026 worden vastgesteld door het College. Netschaarste: We stemmen onze plannen af met de netbeheerder, om te verzekeren dat de capaciteit van het elektriciteitsnet voldoende is.
4 Stakeholders en organisatie Een van de stappen om te komen tot het Warmteprogramma is het opstellen van een goede stakeholders analyse. Door middel van deze analyse brengen we alle partijen goed in beeld die betrokken moeten worden bij het opstellen van het Warmteprogramma. In deze analyse leggen we ook vast wat eenieder zijn rol is en mate van invloed. Op basis hiervan richten we dan een werkstructuur en de participatie en communicatie verder in. Bij het opstellen van het Warmteprogramma is het verstandig om afstemming te zoeken met interne beleidsvelden die er raakvlakken mee hebben zoals: -
Recreatie en Toerisme Economie Openbare ruimte 11
-
Monumenten Wonen Maatschappelijke ontwikkeling (energiearmoede enz.)
Ook zijn er in dit proces externe partijen die meegenomen moeten worden in het proces om te komen tot het warmteprogramma. Dat zijn onder andere: -
STEDIN (netwerkbeheerder) Woningcorporaties
De organisatie is per gemeente verschillend en kan geïntensiveerd worden wanneer je concreet aan de slag gaat binnen de wijken. De basisorganisatie kan er als volgt uitzien: •
• •
Stuurgroep: Bestaat uit wethouders, beleidsadviseurs, vertegenwoordigers van woningbouwcorporaties en de netbeheerder. Hierin worden structurerende keuzes gemaakt. Projectgroep: Bevat beleidsmedewerkers die dagelijks aan het plan werken en externe experts voor technische ondersteuning. Klankbordgroep: Vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers zorgen voor input en feedback gedurende het proces.
4.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad Hoewel de formele vaststelling van het Warmteprogramma bij het college ligt, is het van belang om de gemeenteraad actief te betrekken. Dit zorgt voor politiek bestuurlijk draagvlak en een soepele doorwerking naar toekomstige besluitvorming, zoals bij wijkuitvoeringsplannen. Wij borgen deze betrokkenheid als volgt: •
Startbijeenkomst: In de beginfase organiseren we een informatieve sessie over het doel, de aanpak en het proces van het Warmteprogramma.
•
Reguliere updates: Bij belangrijke mijlpalen (zoals de afronding van de bouwstenen of het bepalen van de prioritering) informeren we de raad bijvoorbeeld via een bijeenkomst of een brief.
•
Klankbordgroep met raadsleden (indien beschikbaar en of gewenst): Hiermee creëren we ruimte voor tussentijdse reflectie.
5 Participatie en communicatie Een belangrijk punt bij het opstellen van het Warmteprogramma is participatie en communicatie. Participatie is verplicht vanuit de Omgevingswet, maar de invulling ervan staat elke gemeente vrij. De beste manier om participatie vorm te geven, hangt af van de doelen, de vraag en de betrokkenen en belanghebbenden. Belangrijk is hierbij welke verplichtingen er zijn rond participatie: denk aan de Omgevingswet, de motiveringsplicht en het lokale beleid. Het warmteprogramma is vooral een visie document, die straks tot concrete uitvoering komt in de zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen. De volgende acties gaan we in ieder geval oppakken:
12
-
Een enquête zetten we uit (Zeeuws) Een Webinar voor bestuurders (Zeeuws) Een Webinar voor inwoners (Zeeuws indien gewenst) Webpagina met informatie/voorgang van het Warmteprogramma (gemeentelijk met Zeeuwse voorbereiding) Indien nodig/wenselijk communiceren we via nieuwsbrieven en sociale media (gemeentelijk met Zeeuwse voorbereiding) Communicatie uitingen over het Warmteprogramma (gemeentelijk met Zeeuwse voorbereiding) Indien nodig/wenselijk sluiten we aan bij gemeentelijke bijeenkomsten (gemeente)
6 Financiën en uren Voor het Warmteprogramma is er Zeeuws breed een Projectmanager aangesteld, aangevuld met een werkgroep die voorbereidingen treft voor alle Zeeuwse gemeenten. Ook intern is er gemeentelijke capaciteit nodig om het warmteprogramma afgerond te krijgen. Benodigde tijd: -
Projectleider: 200-400 uur Beleidsmedewerkers: Ongeveer 50 uur per persoon o Voor het meedenken en meelezen van stukken o Communicatie
Ook dient er nog een eigen werkbudget beschikbaar te zijn: -
Budget voor ontwikkelen Warmteprogramma: € 25.000 o Dit gebruik je om als gemeente specifieke acties te ondernemen (bijvoorbeeld omzetten in eigen huisstijl, extra specifiek onderzoek, enz.)
De acties die we als samenwerkende gemeenten op willen pakken, zoals o.a. het updaten van de regionale structuurwarmte, een onderzoek naar warmtebronnen in de wijk/buurt, technische analyses enz, betalen we uit een SPUK subsidie die we als Regio hebben gekregen en die voor eind 2026 moeten worden besteed aan de Warmtetransitie. Deze middelen zijn belegd bij de coördinerende gemeente Terneuzen.
13