CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-07-01 B1 - Ingediende zienswijzen m.b.t. 1e begrotingswijziging 2025 inclusief reactie RUD

commissie Omgeving 11 juni 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken4.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland m.b.t. de 1e begrotingswijziging 2025: Gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD en de gevolgen van de nieuw afgesloten cao 2024/2025, inclusief reactie RUD Zaaknummer: 2024-000126 Portefeuillehouder MT: Directeur

Terneuzen, 12 mei 2025 Opsteller: Concerncontroller

Op 18 november 2024 heeft het dagelijks bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de 1e begrotingswijziging 2025 en het voorstel om deze voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers van de RUD Zeeland. Dit document bevat alle ingekomen zienswijzen van de Zeeuwse gemeenten en de Provinciale Staten die deelnemer zijn van RUD Zeeland, inclusief de reactie op deze zienswijzen door de RUD. Samenvatting ingediende zienswijzen 12 deelnemers hebben een zienswijze ingediend met betrekking tot de 1° begrotingswijziging 2025. De gemeenteraden van Schouwen-Duiveland en Middelburg hebben geen zienswijze ingediend. De volgende 8 gemeenteraden en Provinciale Staten hebben een positieve zienswijze ingediend, al dan niet met voorwaarden: ▪ Borsele, Hulst, Noord-Beveland, Reimerswaal, Veere, Vlissingen, Terneuzen, Sluis en Provincie Zeeland (7 stemmen). Daarnaast hebben de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland en Middelburg geen zienswijze ingediend, maar zijn zij beide positief over de 1e begrotingswijziging 2025. De volgende 3 gemeenten hebben geheel of deels een negatieve zienswijze ingediend over de 1° begrotingswijziging 2025: ▪ Goes (positieve zienswijze over cao-effect en negatieve zienswijze m.b.t. de aanvullende middelen m.b.t. plan van aanpak Robuuste RUD), Kapelle, Tholen.

Algemene reactie op de ingediende zienswijzen Volgens de GR is er een 2/3° meerderheid nodig in het AB om in te stemmen met een begrotingswijziging. Op basis van bovenstaande verdeling is er een 2/3° meerderheid voor de 1° begrotingswijziging 2025 (17 stemmen voor ; 3 stemmen tegen). In een aantal zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor het volgen van de procedure met betrekking tot het (tijdig) informeren van de Zeeuwsbrede “samenstellingscommissie”. Wat hierbij speelt is dat samenstellingscommissie een rol speelt in het interne proces bij de gemeenten en zich richt op de advisering richting de gemeenteraad. In het te doorlopen proces van advisering richting DB/AB binnen het proces van de RUD dus niet. Aangezien dit een intern proces is binnen de gemeenten is het logisch dat de samenstellingscommissie ook vanuit gemeenten wordt ingeschakeld en niet vanuit de RUD.

Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland Gemeente Borsele Zienswijze: Een positieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: De oproep tot het alsnog realiseren van structurele, solide financiering voor de volledige uitvoering van het plan van aanpak “Robuuste RUD” wordt onderschreven. Dit is immers noodzakelijk om de transitie te maken naar de Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland. Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”.

Gemeente Goes Zienswijze: Een positieve zienswijze m.b.t. tot de cao-effecten en een negatieve zienswijze m.b.t. voor wat betreft de gedeeltelijke invoering van het plan van aanpak Robuuste RUD en de daarbij gevraagde financiële middelen.

Reactie RUD Zeeland: Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. Het niet beschikbaar stellen van de gevraagde middelen betekent dat de transitie om te komen tot een Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in dit transitieproces te zetten. Daadwerkelijk robuust zijn per 1 april 2026 is niet mogelijk zonder de middelen die met deze te nemen stappen zijn gemoeid.

Gemeente Hulst Zienswijze: Een positieve zienswijze. Het AB heeft in de vergadering van 9 september 2024 in meerderheid ingestemd met het Plan van aanpak en de 3e begrotingswijziging 2024 onder voorbehoud dat de begroting voor de komende jaren vooralsnog wordt vastgesteld op € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). Dit houdt in dat de RUD per 1 april 2026 robuust moet zijn. De route om daar te komen is een enorme opgave. Het voorstel dat nu voorligt, lijkt in overeenstemming met de eerdere besluitvorming. Om die reden heeft de gemeenteraad op 13 februari 2025 besloten een positieve zienswijze in te dienen op de 1e begrotingswijziging 2025. Maar wel met een aantal kanttekeningen. Kanttekening 1 Het eerdergenoemde AB-besluit van 9 september 2024 spreekt over een maximumbedrag van € 16,5 miljoen in 2025 voor het Plan van aanpak robuuste RUD. In de begrotingswijziging die nu voorligt gaat het om een bedrag van € 17,2 miljoen. Het verschil van € 0,7 miljoen is niet concreet onderbouwd. We verwachten een concrete berekening voor het verschil van € 0,7 miljoen in het AB voorstel voor besluitvorming op 12 mei 2025. Ook wensen wij inzicht aan de hand van het implementatieplan wat de RUD in 2025 uit het plan van aanpak zal realiseren.

Door de beperking van 16,5 miljoen kan het plan van aanpak niet volledig worden uitgevoerd en zal niet meer gehandeld kunnen worden volgens het eerder voorgelegde ingroeimodel. Kanttekening 2 Tijdens de laatste AB-vergadering op 9 december 2024 heeft de interim-directeur aangegeven dat er nog extra middelen nodig zijn voor: ▪ De back-office (systemen + ondersteunende staf); ▪ Overname van PIOFACH-taken; ▪ Nieuwe huisvesting (incidentele verhuiskosten + structurele lasten). We wensen inzicht in de meerkosten voor deze drie onderdelen. De robuustheid van de RUD hangt namelijk niet alleen af van het behalen van de gestelde KPI’s door de staatssecretaris. Het is minstens zo belangrijk dat de RUD in control is over organisatieprocessen alsook de uitvoering van de bij de RUD belegde basistaken. Kanttekening 3 Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gemeenten voor de meeste milieubelastende activiteiten, waaronder bodem, het bevoegd gezag. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vielen de meeste "bodemtaken" onder de Wet bodembescherming (Wbb), waarbij de provincies meestal het bevoegd gezag waren. De deelnemersbijdragen zullen door de wijziging van het bevoegd gezag voor “bodemtaken” wijzigen. Het lijkt ons goed om deze wijziging direct door te voeren in de voorliggende begrotingswijziging, zodat dit een realistisch beeld geeft.

Kanttekening 4 Tot slot constateren wij dat het advies van de Zeeuwse samenstellingscommissie ontbreekt. Volgens het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) had dit in onze beleving wel gemoeten. Wij stellen voor in de zienswijze hier ook een opmerking over te maken. Reactie RUD Zeeland: De indexering van het prijspeil 2023 naar 2025 is gebaseerd op de VZG-richtlijn voor 2024 en 2025. De € 16,5 mln. was gebaseerd op het prijspeil 2023. Het nu voorgestelde bedrag is aangepast naar het prijspeil 2025 waarbij de indexatie over 2024 en 2025 is gebaseerd op de vastgestelde indexatie conform de VZG-richtlijn. In de VZG-richtlijn is sprake van de volgende indexatiepercentages: ▪ Het oorspronkelijke inflatiepercentage over 2024 bedraagt 3,4% (gebaseerd op de verhouding van 2/3 loongevoelige kosten en 1/3 prijsgevoelige kosten) en is tussentijds verhoogd naar 4,7%. Bij deze verhoging is wel de voorwaarde gesteld dat deze hogere bijdrage ook echt noodzakelijk is. Dit betekent dat hier ook reële uitgaven tegenover staan. ▪ Het inflatiepercentage over 2025 bedraagt 4,2% (gebaseerd op de verhouding van 3/4 loongevoelige kosten en 1/4 prijsgevoelige kosten).

In de begroting van de RUD wordt de VZGrichtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG-index van 3,9%. Deze mogelijkheid is binnen de meest recente afspraken met de VZG mogelijk. In de tabel hieronder is dit verloop weergegeven: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD

*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.

Over de gevolgen en verdere motivering van de huisvesting en de PIOFAC-taken wordt verwezen naar de afzonderlijk informatie die hierover beschikbaar is gesteld. In de 1e voortgangrapportage 2025 zal de wijziging van het bevoegd gezag worden verwerkt en via een afzonderlijke begrotingswijziging over 2025 ter zienswijze worden voorgelegd. Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”.

Gemeente Kapelle Zienswijze: Een negatieve zienswijze. Het voorstel van het dagelijks bestuur voor de eerste begrotingswijziging 2025 hebben wij ontvangen. Dit voorstel bespraken wij in onze vergadering van 25 februari 2025. Wij zijn tot het besluit gekomen een negatieve zienswijze in te dienen tegen het voorstel. De zienswijze is als volgt. Het algemeen bestuur heeft op 9 september 2024 het plan van aanpak robuuste RUD Zeeland vastgesteld en heeft besloten jaarlijks een afweging te maken over de financiering daarvan. Een incidentele extra bijdrage is voor ons te overwegen. De gevraagde extra uitgaven als gevolg van de begrotingswijziging zijn door ons als gemeente niet voorzien. Onze negatieve zienswijze wordt mede ingegeven door het feit dat de begeleidingscommissie om moverende redenen negatief heeft geadviseerd over de begrotingswijziging en dat het voorstel niet is voorgelegd aan de samenstellingscommissie. Tot slot spreken wij onze zorgen uit over de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid over het plan van aanpak. De uitvoeringscapaciteit zien wij hierbij als een groot risico. Overigens merken wij op dat de RUD Zeeland zeker niet de enige omgevingsdienst is waarbij het binnen enkele jaren robuust moeten worden een zeer grote opgave is en grote financiële injecties vraagt van gemeenten.

Reactie RUD Zeeland: Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. Het niet beschikbaar stellen van de gevraagde middelen betekent dat de transitie om te komen tot een Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in dit transitieproces te zetten. Daadwerkelijk robuust zijn per 1 april 2026 is niet mogelijk zonder de middelen die met deze te nemen stappen zijn gemoeid. Er wordt gesproken over het feit dat de begeleidingscommissie om moverende redenen negatief heeft geadviseerd. Dit is naar onze mening niet correct omdat in het advies van de begeleidingscommissie het volgende is aangegeven: “De begeleidingscommissie juicht het besluit van het AB toe dat het AB het plan van aanpak, om te komen tot een robuuste RUD Zeeland, heeft vastgesteld. Dat neemt niet weg dat de commissie, vanuit haar rol als adviesorgaan aan het DB, de logica niet ziet dat het plan is vastgesteld zonder de daarbij behorende financiële middelen.

Deze situatie kan ook richting de staatssecretaris een negatief signaal zijn over de realisatie van het plan van aanpak, met alle gevolgen van dien. De begeleidingscommissie adviseert het DB de noodzaak onder de aandacht te blijven brengen bij het AB over tijdige besluitvorming over de volledige financiering van het plan van aanpak.” Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”.

Gemeente Middelburg Een positieve zienswijze.

Gemeente Noord-Beveland Zienswijze: Een positieve zienswijze. Besluit: in te stemmen met de 1e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland en geen zienswijze in te dienen. Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Reimerswaal Zienswijze: Een positieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Schouwen-Duiveland Zienswijze: Een positieve zienswijze. Hierbij informeer ik u dat de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland op 27-2-2025 heeft besloten geen zienswijze in te dienen op de 1e Begrotingswijziging 2025. Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Tholen Zienswijze: Een negatieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde

randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. Het niet beschikbaar stellen van de gevraagde middelen betekent dat de transitie om te komen tot een Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland niet kan worden gerealiseerd. Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in dit transitieproces te zetten. Daadwerkelijk robuust zijn per 1 april 2026 is niet mogelijk zonder de middelen die met deze te nemen stappen zijn gemoeid.

Gemeente Veere Zienswijze: Een positieve zienswijze. ‘De gemeenteraad van Veere dringt aan op het opstellen van goede monitoringscriteria en het inbouwen van vaste evaluatiemomenten om het proces te kunnen volgen en desgewenst bij te stellen, alsmede om gelijktijdig met de implementatie van het genoemde Plan van Aanpak een grondige verkenning te doen naar alternatieve mogelijkheden om te waarborgen dat de Zeeuwse RUD-taken op een zo hoogwaardig mogelijke wijze uitgevoerd worden tegen een zo redelijk mogelijke kostprijs.’ Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid - van de deelnemers en de RUD - om tot een robuuste omgevingsdienst te komen. De gemeente Veere neemt daarin zijn verantwoordelijkheid; wij hebben de basistaken overgedragen naar de RUD en de hierbij behorende financiering op orde gebracht. Ook hebben wij ingestemd met de plannen voor de robuuste RUD en de hierbij behorende financiering op orde gebracht. Om vanuit onze verantwoordelijkheid als deelnemer het proces goed te kunnen volgen en desgewenst bij te sturen willen wij goed en tijdig op de hoogte worden gehouden over van de voortgang van het plan, alsmede over het standpunten van I&W hierin. Ook zien wij dat de RUD moeite heeft om de opgedragen VTH taken met de daarvoor beschikbaar gestelde middelen uit te voeren en hierbij adequaat in te spelen op de lopende ontwikkelingen.

We hebben onvoldoende zicht op de gevolgen hiervan op de kwaliteit van de dienstverlening. Van daaruit hebben wij zorgen over de continuïteit van de RUD en betwijfelen wij of het zelfstandig robuust worden van de dienst, op basis van het huidige plan, haalbaar is. Daarnaast ontbreek er nog steeds een Plan B. Dit maakt de RUD extra kwetsbaar in de zelfstandige vorming van een robuuste RUD. Dit inachtnemende dringen wij nogmaals aan op: ▪ ▪

Een gedetailleerdere uitwerking van een implementatieplan, met daarin goede monitoringscriteria die de voortgang van de kpi’s inzichtelijk maken; Een nadere verkenning van de mogelijkheden voor samenwerking en/of fusie met omliggende omgevingsdiensten, als onderdeel van een nadere uitwerking van een Plan B.

Reactie RUD Zeeland: Op dit moment is de RUD hard aan de slag om op basis van een implementatieplan de benodigde stappen in het transitieproces te zetten. In het plan van aanpak is vermeld dat RUD Zeeland in haar bestuurlijke voortgangsrapportages een aparte paragraaf opneemt voor het plan van aanpak en het robuuster worden van de RUD. Per KPI brengt RUD Zeeland in beeld wat de voortgang is. Daarnaast zullen de voortgangsrapportages die worden opgesteld ten behoeve van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de voortgang van het traject om robuust te worden gedeeld met de deelnemers en worden voorzien van een nadere duiding. Hiermee is er op meerdere momenten spraken van monitoring van de voortgang in het traject om robuust te worden.

De nadere verkenning van de mogelijkheden van samenwerking en/of fusie met omliggende omgevingsdiensten heeft reeds in een eerder stadium plaatsgevonden. In het Algemeen Bestuur van 9 september 2024 is een memo met de uitkomst hiervan gedeeld (agendapunt 3a. Memo terugkoppeling gesprekken omliggende omgevingsdiensten). Uitkomst hiervan was dat voor een fusie geen bestuurlijk draagvlak wordt verwacht bij de omliggende omgevingsdiensten, maar wel voor intensievere samenwerking die sowieso in de lijn ligt van de toekomstige ontwikkelingen.

Gemeente Vlissingen Zienswijze: Een positieve zienswijze. Op 13 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Vlissingen het volgende besluit genomen, gehoord de beraadslaging in de Commissie Ruimte op 13 februari 2025: een positieve zienswijze in te sturen op de 1 e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland, waarmee de financiële gevolgen voor o.a. de gemeente Vlissingen verwerkt worden van: ▪ De meerkosten die voorvloeien uit de provinciale cao 2024/2025 à € 2.667; ▪ De gedeeltelijke implementatie van het PvA Robuuste RUD à € 111.174. Reactie RUD Zeeland: Geen reactie.

Gemeente Terneuzen Zienswijze: Een positieve zienswijze.

Reactie RUD Zeeland: De indexering van het prijspeil 2023 naar 2025 is gebaseerd op de VZG-richtlijn voor 2024 en 2025 en dit is ook in het voorstel aangegeven. De € 16,5 mln. was gebaseerd op het prijspeil 2023. Het nu voorgestelde bedrag is aangepast naar het prijspeil 2025 waarbij de indexatie over 2024 en 2025 is gebaseerd op de vastgestelde indexatie conform de VZG-richtlijn. In de VZG-richtlijn is sprake van de volgende indexatiepercentages: ▪ Het oorspronkelijke inflatiepercentage over 2024 bedraagt 3,4% (gebaseerd op de verhouding van 2/3 loongevoelige kosten en 1/3 prijsgevoelige kosten) en is tussentijds verhoogd naar 4,7%. Bij deze verhoging is wel de voorwaarde gesteld dat deze hogere bijdrage ook echt noodzakelijk is. Dit betekent dat hier ook reële uitgaven tegenover staan. ▪ Het inflatiepercentage over 2025 bedraagt 4,2% (gebaseerd op de verhouding van 3/4 loongevoelige kosten en 1/4 prijsgevoelige kosten). In de begroting van de RUD wordt de VZGrichtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG-index van 3,9%. Deze mogelijkheid is binnen de meest recente afspraken met de VZG mogelijk.

In de tabel hieronder is dit verloop weergegeven: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD

*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.

Op dit moment wordt op basis van een implementatieplan de transitie doorlopen. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. In afwachting van deze nadere prioritering zijn deze nog niet geprioriteerde functies in een ‘vergaarbak’ gezet en in totaliteit opgenomen onder het onderdeel generiek. Op basis van de nog plaats te vinden prioritering zullen deze functies uiteindelijk worden ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage.

De gevolgen van deze nadere uitwerking per deelnemer zullen uiteraard via een afzonderlijke begrotingswijzing inzichtelijk worden gemaakt en ter besluitvorming worden voorgelegd, waarbij de exacte impact duidelijk is. Het verwerken in de 1e begrotingswijziging 2025 is niet mogelijk omdat het huidige implementatietraject voor 2025 nog wordt doorlopen. Over de gevolgen en verdere motivering van de huisvesting en de PIOFAC-taken wordt verwezen naar de afzonderlijk informatie die hierover beschikbaar is gesteld.

Gemeente Sluis Zienswijze: Een positieve zienswijze. Nu het AB in meerderheid heeft ingestemd met het Plan van aanpak vinden we het noodzakelijk om het gehele plan van aanpak ten volle te omarmen. Dat houdt in dat per 1 april 2026 de RUD robuust moet zijn. De route om daar te komen is een enorme opgave. Om die reden heeft de gemeenteraad op 6 februari 2025 besloten in te stemmen met de 1e begrotingswijziging 2025, maar wel met een kritische zienswijze en een aantal kanttekeningen.

Kanttekening 1 Het AB-besluit van 9 september 2024 spreekt over een maximum bedrag van č 16,5 miljoen in 2025 voor het Plan van aanpak robuuste RUD. In de begrotingswijziging die nu voorligt gaat het om een bedrag van 6 17,2 miljoen. Het verschil van C 0,7 miljoen is niet concreet onderbouwd. Wij willen een concrete berekening voor het verschil van ê 0,7 miljoen in het AB-voorstel voor besluitvorming op 12 mei 2025. Ook wensen wij inzicht aan de hand van het implementatieplan wat de RUD in 2025 uit het plan van aanpak zal realiseren. Kanttekening 2 Tijdens de laatste AB-vergadering op 9 december 2024 heeft u aangegeven dat er nog extra middelen nodig zijn voor: ▪ De back-office (systemen + ondersteunende staf); ▪ Overname van PIOFACH-taken; ▪ Nieuwe huisvesting (incidentele verhuiskosten + structurele lasten). Wij willen inzicht in de meerkosten voor deze drie onderdelen. De robuustheid van de RUD hangt namelijk niet alleen af van het behalen van de gestelde KPľs door de staatssecretaris. Het is minstens zo belangrijk dat de RUD in control is over organisatieprocessen alsook de uitvoering van de bij de RUD belegde basistaken. Kanttekening 3 Tot slot constateren wij dat het advies van de Zeeuwse samenstellingscommissie ontbreekt.

Volgens het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) had dit in onze beleving wel gemoeten. Wij willen dat u bij volgende begrotingswijzingen het voorstel ook naar de samenstellingscommissie toe zendt. Wij verzoeken u onze zienswijze met de hiervoor genoemde kanttekeningen te betrekken in de besluitvorming in het algemeen bestuur. Reactie RUD Zeeland: De indexering van het prijspeil 2023 naar 2025 is gebaseerd op de VZG-richtlijn voor 2024 en 2025. De € 16,5 mln. was gebaseerd op het prijspeil 2023. Het nu voorgestelde bedrag is aangepast naar het prijspeil 2025 waarbij de indexatie over 2024 en 2025 is gebaseerd op de vastgestelde indexatie conform de VZG-richtlijn. In de VZG-richtlijn is sprake van de volgende indexatiepercentages: ▪ Het oorspronkelijke inflatiepercentage over 2024 bedraagt 3,4% (gebaseerd op de verhouding van 2/3 loongevoelige kosten en 1/3 prijsgevoelige kosten) en is tussentijds verhoogd naar 4,7%. Bij deze verhoging is wel de voorwaarde gesteld dat deze hogere bijdrage ook echt noodzakelijk is. Dit betekent dat hier ook reële uitgaven tegenover staan. ▪ Het inflatiepercentage over 2025 bedraagt 4,2% (gebaseerd op de verhouding van 3/4 loongevoelige kosten en 1/4 prijsgevoelige kosten).

In de begroting van de RUD wordt de VZGrichtlijn toegepast, maar dan gesplitst in de afzonderlijke indexen voor het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3:1/3 wijkt per saldo de toegepaste index af van de samengestelde VZG-index van 3,9%. Deze mogelijkheid is binnen de meest recente afspraken met de VZG mogelijk.

In de tabel hieronder is dit verloop weergegeven: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD

*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.

Over de gevolgen en verdere motivering van de huisvesting en de PIOFAC-taken wordt verwezen naar de afzonderlijk informatie die hierover beschikbaar is gesteld. Voor de oproep rond de samenstellingscommissie wordt verwezen naar de “Algemene reactie op de ingediende zienswijzen”. Provincie Zeeland Zienswijze: Een positieve zienswijze. Provinciale Staten van Zeeland hebben de volgende zienswijze ten aanzien van de 1ste begrotingswijziging RUD Zeeland 2025: ▪ Provinciale Staten zijn akkoord met de begrotingswijzing; ▪ Provinciale staten achten het van groot belang dat het plan van aanpak integraal wordt uitgevoerd en zijn van mening dat het AB van de RUD Zeeland in de 2e begrotingswijziging van 2025 de volledige financiële middelen beschikbaar moet stellen voor 2025 en verder. Veiligheid in Zeeland, het tweede risicogebied van Nederland, is van cruciaal belang. Provinciale Staten onderschrijven de opmerkingen van de begeleidingscommissie en voorzien dat er een onwerkbare situatie ontstaat als het plan van aanpak niet volledig wordt uitgevoerd. Het realiseren van een robuuste omgevingsdienst op 1 april 2026 mag niet in gevaar komen. ▪ Provinciale Staten benadrukken dat als er inhoudelijk andere keuzes gemaakt worden met betrekking tot de inhoud en wijze van invoering van het plan van aanpak dit opnieuw besluitvorming vraagt van de deelnemers (via het Algemeen Bestuur).

Ook zal inzichtelijk moeten worden gemaakt welke financiële gevolgen deze inhoudelijke wijzigingen hebben op de begroting van de RUD Zeeland voor 2025 en verder, inclusief de effecten voor de individuele deelnemersbijdragen; ▪ Provinciale Staten ontvangen graag bovenstaande uitwerking uiterlijk in het begin van het tweede kwartaal 2025. Reactie RUD Zeeland: De opmerking over het belang van het volledig beschikbaar stellen van de benodigde middelen voor 2025 wordt onderschreven. Dit is immers noodzakelijk om de transitie te maken naar de Omgevingsdienst voor een schoon, gezond en veilig Zeeland.

Op dit moment wordt op basis van een implementatieplan de transitie doorlopen. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. In afwachting van deze nadere prioritering zijn deze nog niet geprioriteerde functies in een ‘vergaarbak’ gezet en in totaliteit opgenomen onder het onderdeel generiek. Op basis van de nog plaats te vinden prioritering zullen deze functies uiteindelijk worden ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage.

De gevolgen van deze nadere uitwerking per deelnemer zullen uiteraard via een afzonderlijke begrotingswijzing inzichtelijk worden gemaakt en ter besluitvorming worden voorgelegd, waarbij de exacte impact duidelijk is. Het uitwerken aan het begin van het 2e kwartaal 2025 is niet mogelijk omdat het huidige implementatietraject voor 2025 nog wordt doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15617963/1