2025-06-12 Samenleving - bijlage bij vraag 6
Tekst van het document
Beantwoording vragen meneer Hessing door GGD Zeeland AB Notitie 31 maart 2025. Blz. 4 Financiële impact en haalbaarheid. Er kan gekozen worden voor direct harmonisatie van de CAO ‘s (variant 1 ) of voor stapsgewijze harmonisatie. Vraag: Is van beide CAO ’s het functiehuis beschikbaar waarin aangegeven de functie schalen en het minimum en maximum. Bij gelijkluidende functies bij de GGD en VRZ kan dan worden aangegeven wat het verschil is in beloning. Antwoord: Beide organisaties kennen een functiehuis met functieschalen. In de volgende fase dienen nog bestuurlijke keuzes te worden gemaakt over de mate van harmoniseren van Cao’s en functiehuizen. Hierbij is onder andere aandacht voor de voorwaarden van het personeel van samenvoegde organisatieonderdelen (bv. bedrijfsvoering), gelijke functies en de financiële effecten van deze keuzes. Samen, Sterker en Beter. Blz. 10 3.d. Neem raden goed mee, een GR kan hun grip verbeteren. Een gemeenschappelijke regeling met een algemeen bestuur vermindert de bestuurlijke drukte en versterkt de grip van de gemeenteraden op de gemeenschappelijke regeling. Zo is bijvoorbeeld sprake van een begroting en een jaarrekening.
In de huidige situatie worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen, echter in de praktijk moet geconstateerd worden dat hier nauwelijks gebruik van wordt gemaakt, daar de gemeenteraden hiervan niet de meerwaarde zien daar de Algemeen Besturen zijn samengesteld uit burgemeester c.q. wethouders. Vraag: Op welke wijze denkt u dat de raden hun grip kunnen verbeteren, behoudens het instellen van een klankbordgroep. Antwoord: De gemeenteraden behouden de instrumenten die ze nu hebben (o.a. zienswijzen, controlerende instrumenten en het kunnen stellen van kaders). Eén GR draagt bij aan heldere lijnen in de verantwoording naar de raden en minder bestuurlijke drukte. Zo is bijvoorbeeld sprake van één P&Ccyclus (één begroting, één jaarrekening en één bestuursrapportage) voor raden om zich in te verdiepen en zienswijzen op te geven. Daarnaast vermindert het samenvoegen van de organisaties de kwetsbaarheid van bepaalde functies, verbeteren de processen binnen de organisatie en richting de raden. De stukken die aan
raden worden voorgelegd worden kwalitatief beter en er ontstaat meer voorspelbaarheid en gelijkvormigheid van werkwijze. Een gezamenlijke raadsklankbordgroep kan ook bijdragen aan meer grip vanuit de raden. VRZ heeft al een raadsklankbordgroep en de GGD is bezig een klankbordgroep te vormen. Bij de raadsklankbordgroep van VRZ wordt onder andere getoetst op welke wijze de gemeenteraden het beste kunnen worden meegenomen in nieuwe ontwikkelingen en om de gemeenteraden via de afgevaardigde leden nauwer te betrekken. Deze raadsklankbordgroepen zouden uiteindelijk samengevoegd kunnen worden. Blz. 12 Financiële impact en haalbaarheid. “Daarnaast zal de samenvoeging leiden tot een stijging van de structurele kosten, enz”. Vraag: Dat er een stijging zal komen van de structurele kosten, indien er wordt uitgegaan van een CAO is dat begrijpelijk, maar samenvoeging behoeft nog niet te betekenen dat er ook een formatieve versterking noodzakelijk is. Bij herschikking van functies moet dit toch ook mogelijk zijn. Of ontbreekt op dit moment de juiste persoon op de juiste plaats. Antwoord: Beide organisaties starten vanuit een smalle en kwetsbare basis. Om het gewenste dienstverleningsniveau minimaal te kunnen handhaven in de toekomst en te blijven voldoen aan nieuwe wettelijke richtlijnen, is versterking op een aantal onderdelen noodzakelijk.
Bijvoorbeeld bij HRM (salarisadministratie voor de gehele organisatie) en DIV/archief (bij GGD geen capaciteit). De noodzakelijke versterking is bij samenvoeging van beide organisaties minder dan bij beide afzonderlijke organisaties nodig zou zijn. Hier zitten de genoemde minder meerkosten op lange termijn. Blz. 14 Gezamenlijke huisvesting. Zie ook blz. 88 Vraag: Voor de verkoop van bestaande accommodaties zijn taxatierapporten opgesteld. Zijn de daarin opgenomen waarde wel degelijk te realiseren gezien de staat waarin de accommodaties zich bevinden. Wordt er in de taxatierapporten gesproken over een minimum en een maximum opbrengst. Antwoord: Voor de locaties Segeerssingel (VRZ) en Westwal (GGD) zijn taxatierapporten opgesteld door een extern bureau. Bij de getaxeerde verkoopopbrengsten is rekening gehouden met de bestemming, staat van de panden en eventueel achterstallig onderhoud. In de taxaties is geen rekening gehouden met een bandbreedte in de verwachte verkoopopbrengst (minimaal-maximaal). Dit zal ook mede afhankelijk zijn van de verkoopstrategie.
Blz. 21 Sterkere positie op de arbeidsmarkt. “zich beter positioneren op de competitieve arbeidsmarkt en talent aantrekken en behouden. Vraag: Is het bij de vorming tot een organisatie niet van belang dat eerst getracht wordt om talenten te behouden. En indien noodzakelijk deze aan te trekken. De indruk wordt nu gewekt dat er intern geen talenten beschikbaar zijn. Antwoord: Het behouden van bestaande medewerkers is van grote waarde in de huidige arbeidsmarkt. Een grotere, gecombineerde organisatie is aantrekkelijker voor bestaande medewerkers en maakt het beter mogelijk om deze medewerkers te behouden. Het verbetert bijvoorbeeld de loopbaanmogelijkheden binnen de organisatie. Blz. 25 Bij de uitwerking voor gezamenlijke huisvesting wordt, voor zover mogelijk, rekening gehouden dat de RUD op termijn alsnog kan aanhaken. De RUD heeft het voornemen zich te vestigen in Middelburg voor een periode van 5 jaar. Vraag: Als de geplande nieuwbouw in 2028 gereed zou zijn en RUD alsnog wil aanhaken is het dan wel raadzaam dat de RUD een overeenkomst aangaat van 5 jaar. Antwoord: Antwoord niet door GGD/VRZ. RUD vragen om input voor de beantwoording. Vraag: Wat zouden de meerkosten zijn als nu bij het realiseren van de nieuwbouw rekening wordt gehouden dat de RUD ook zijn intrek zal nemen, zodat zij de locatie in Middelburg kunnen verlaten.
Antwoord: Wanneer door RUD wordt aangegeven dat ze willen aanhaken bij de huisvesting in Goes dient in de ontwikkelfase te worden gekeken naar de ruimtebehoefte van de RUD en wat hiervan het effect is op de nieuwbouw en de kosten. Blz. 69 6.9. Conclusie. Vraag: De overgangsfase naar één GR wordt dat gefaseerd ingevoerd door diverse diensten stap voor stap samen te voegen. Hoe ziet het tijdspad eruit.
Antwoord: Het oprichten van een gemeenschappelijke regeling GGD en VRZ – inclusief het samenvoegen van de bedrijfsvoering - en het realiseren van gezamenlijke huisvesting is Goes zijn getrapte processen. Hierbij is sprake van een plan-, ontwerp- en ontwikkelfase. In de planfase wordt een ontwerpgemeenschappelijke regeling VRZ en GGD opgesteld. In de ontwikkelfase wordt een voorlopig en definitief ontwerp voor de nieuwbouw opgesteld. In de ontwerpfase worden een inrichtingsplan, een Sociaal Plan, een formatierapport en transitieplannen voor het harmoniseren van systemen, de inrichting van de P&C cyclus en bedrijfsvoeringsprocessen opgesteld. Afronding van de ontwikkelfase wordt voorzien in Q3 2026. De fasering van de samenvoeging van de diverse diensten wordt nog concreter uitgewerkt in de transitie- en implementatieplannen. Blz. 131-132-134 Voorgesteld wordt de nieuwbouw af te schrijven in 40 jaar, de levensduur is echter 50 jaar. Vraag: Waarom wordt de afschrijving niet op 50 jaar gesteld, dat zal ook een verlichting geven voor de exploitatie voor de komende 50 jaar. Uiteindelijk zijn het de 13 gemeenten die de lasten dienen op te brengen. Bij de gemeenten gaan de lasten wel ophoog maar de inkomsten blijven gelijk. Antwoord: Regulier wordt vanuit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) gerekend met 40 jaar.
We zijn uit gegaan van de standaarden/wat gebruikelijk is. Met vriendelijke groeten Johan Hessing Raadslid gemeente Terneuzen. 5 april 2025.