2025-06-05 IC12 - Brononderzoek fijnstof, stikstofoxiden en metalen in Sluiskil (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Fijnstof stikstofoxiden en metalen in Sluiskil ,
Waar komt het vandaan?
UN DCMR milieudienst
Rijnmond
Fijnstof,
stikstofoxiden
en
metalen
in
Sluiskil komt het vandaan”?
Waar
Auteur(s)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Afdeling
:Reguleren
_
Documentnummer Datum
Naam
en
Advies
:DCMR-1569094258-1526 :05-03-2025
Functie
Uitgevoerd
(geanonimiseerd)
Autorisatie
(geanonimiseerd)
DCMR
Milieudienst
Parallelweg
Rijnmond
1
Postbus
843
3100
AV
Schiedam
T
010
F
010
E
info@demr.nl
Ww
www.demr.nl
-
-
246
80
00
246
82
83
(geanonimiseerd)
Inhoud 1
Inleiding
4
2
Metingen en data-analyse
5
3
Resultaten
6
3. 1 3. 2 3. 3 3. 4
6 7 8 9
4
Fijnstof Stikstofdioxide Metalen Immissietoets
Conclusie en aanbevelingen
11
Referenties
12
Bijlage
13
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
Blad 3 van 14
1
Inleiding
In 2020 is onderzoek gedaan naar de beleving van de omgevingskwaliteit door inwoners in de Kanaalzone Gent-Terneuzen [1]. Aanleiding hiervoor was het toegenomen aantal meldingen over overlast van bedrijven. Het onderzoek bevestigt dat inwoners hinder ervaren onder andere als gevolg van industrie bedrijven en scheepvaart. Deze hinder is niet een gevolg van overtredingen van wet- en regelgeving maar vooral een gevolg van de nabijheid van functies. Daarbij is geadviseerd om de effecten van bedrijfsactiviteiten in de Kanaalzone op de luchtkwaliteit beter in beeld te krijgen [2]. Dit heeft geresulteerd in het meetpunt Sluiskil om de trend van concentraties van luchtverontreinigende stoffen (fijnstof totaal stof ultrafijnstof en stikstofoxiden) inzichtelijk te krijgen. In de Kanaalzone vinden activiteiten plaats waarbij ook metalen worden uitgestoten. In het kader van het Uitvoeringsprogramma Omgevingskwaliteit Kanaalzone is daarom aanvullend een metalenonderzoek uitgevoerd. Door te kijken naar zowel fijnstof- als metalenconcentraties in verschillende windrichtingen kan mogelijk met meer waarschijnlijkheid een bepaalde bron aangewezen worden. ,
,
,
,
,
In dit onderzoek hebben we meetdata van fijnstof stikstofoxiden en metalen vanaf 1 januari 2021 t/m 30 april 2024 geanalyseerd bij verschillende windrichtingen en windsnelheden. Het doel van deze fijnstof- en metalenanalyses is om (1) inzicht in de herkomst van de emissies te krijgen en (2) te toetsen of immissiegrenswaarden worden overschreden. ,
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft aan hoe de metingen zijn uitgevoerd en hoe de data zijn geanalyseerd. In Hoofdstuk 3 zijn bronnen aangewezen en is een immissietoets uitgevoerd. Hoofdstuk 4 geeft de conclusie en aanbevelingen.
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
Blad 4 van 14
2
Metingen en data-analyse
Op het meetstation Sluiskil gelegen pal ten westen van het kanaal Gent-Terneuzen wordt de concentratie van fijnstof (PM 10 PM 2. 5 ; PM staat voor Particulate Matter) stikstofoxiden en een aantal ,
,
,
ander componenten continu gemeten. Metalen worden niet continu gemeten. Voor het bepalen van de concentratie aan metalen zijn de filters van totaalstof (TSP) metingen gebruikt. Het automatisch monitoren van totaalstof op filters vindt plaats op 24-uurs basis met een debiet van 768 m 3 per dag. Uit deze totaalstoffilters zijn van oktober 2022 tot april 2024 in totaal 122 filters geselecteerd en geanalyseerd op zeven metalen: arseen cadmium lood molybdeen nikkel vanadium en ijzer. De filters zijn niet aselect gekozen en kennen een zwaardere weging in de windrichting waar bronnen werden verwacht. Vervolgens zijn op deze filters de concentraties van zeven metalen bepaald in het laboratorium. Indien de gemeten metaalconcentratie lager is dan de detectielimiet dan is een concentratie aangenomen van 50% van de detectielimiet van de betreffende stof. ,
,
,
,
,
,
De bijdrage en invloed van lokale bronnen zijn inzichtelijk gemaakt met pollutierozen in softwarepakket R (voor stof en stikstofoxiden) en in Microsoft Excel (voor metalen). Een pollutieroos laat per windrichting de gemiddelde gemeten concentratie zien en geeft daarmee een indicatie van de herkomst van luchtvervuiling. In de windrichting waar de concentraties het hoogst zijn liggen over het algemeen de sterkste bronnen. De windrichting- en windsnelheidgegevens zijn afkomstig van het KNMI-station Westdorpe. Dit station is hemelsbreed op zes km afstand gelegen van meetstation Sluiskil. Een vergelijking tussen de meteo op het meetpunt en die van het KNMI-station liet marginale verschillen zien en daarom is voor de officiële KNMI-meteo gekozen. In de pollutieroos van de metalenconcentraties is een windhoek met een interval van 20º gekozen want een interval van 10º geeft voor sommige windrichtinghoeken slechts één meetwaarde en een interval van 30º is minder geschikt voor bronaanduiding op relatief korte afstand. ,
,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 5 van 14
3
Resultaten
3. 1
Fijnstof
PM grof is de fractie van PM 10 min PM 25 ; nog steeds fijnstof maar het grovere deel. Met deze indicator worden de deeltjes die verwaaien bij hogere windsnelheden in kaart gebracht. Grovere stofdeeltjes deeltjes zoals PM grof hebben harde wind nodig om lang genoeg in de lucht te blijven en van de bron naar het meetpunt te waaien. De PM grof is het hoogst bij oostelijke wind waarbij de concentraties oplopen bij een toenemende windsnelheid (zie Figuur 1). Dit wijst duidelijk op een verwaaiend stofbron vanaf een groot recyclebedrijf. Verwaaiend stof vanaf dit bedrijf is te verklaren doordat bodemassen (het materiaal dat overblijft na verbranding van afval) worden verwerkt en opgeslagen in de buitenlucht. Ook in het zuidwesten zit een PM grof bron die bij hogere windsnelheid voor hogere concentraties zorgt. Dit kan afkomstig zijn van een wat verder weg gelegen bron bijvoorbeeld een granen- en zetmeelverwerker of een kunstmestbedrijf in Sas van Gent. ,
,
,
,
Met PM 2. 5 worden de deeltjes die vrijkomen vanaf verbrandingsprocessen in kaart gebracht. De PM 2. 5 concentraties nemen in het algemeen af bij een toenemende windsnelheid (Figuur 1). Dit komt doordat er meer verdunning plaatsvindt bij een toenemende windsnelheid. De PM 2. 5 concentraties zijn verhoogd bij een windhoek van circa 100°. Deze windhoek wijst naar proces- of verbrandingsemissies vanaf een grote kunstmestfabriek of de steiger voor verladingen van bodemassen van het
recyclebedrijf.
Figuur 1. Pollutieroos van PM grof (de fractie van PM 10 tot PM 2. 5 ; links) en PM 2. 5 (rechts) op meetstation Sluiskil over de periode 2021 t/m april 2024. De as geeft de windsnelheid (m/s) en de kleuren de 3 gemiddelde concentratie (µg/m). Buiten de dagperiode zijn regelmatig (sterk) verhoogde meetwaarden geregistreerd. Dit kan te maken hebben met hogere emissies en/of een lagere menglaag ’s nachts in de atmosfeer waardoor de uitstoot dan minder verdund wordt. Om meer inzicht te krijgen in de bron van PM 2.5 is de pollutieroos opgesplitst naar dag- en nachturen. Hieruit is duidelijk op te merken dat de PM 2. 5 -concentraties hoger zijn tijdens de nachturen (zie figuur 2). Een dergelijk patroon is niet gevonden voor PM grof (zie bijlage). Dit impliceert mogelijk een nachtelijke bron van PM 2. 5 door proces- of verbrandingsemissies vanaf de ,
kunstmestfabriek.
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 6 van 14
Figuur 2. Pollutierozen van PM grof (de fractie van PM 10 tot PM) 2. 5 uitgesplitst naar dag en nachtelijke uren op meetstation Sluiskil over de periode 2021 t/m april 2024. De as geeft de windsnelheid (m/s) en 3 de kleuren de gemiddelde concentratie (µg/m). Een extra analyse van de fijnstofconcentraties als gemiddelde per uur dag en maand over de hele van periode 2021 t/m april 2024 laat pieken van PM 10 en PM 2. 5 zien rond 6 uur en 20 uur (zie bijlage). Dit heeft deels te maken met de menglaag maar zou ook kunnen wijzen op het starten en stoppen van installaties met stofemissies bij het recyclingbedrijf of de kunstmestfabriek. Ook zijn de PM 10 en PM 2. 5 hoger op woensdagen (en in mindere mate op dinsdagen). Dit geeft aan dat op die dagen mogelijk bepaalde activiteiten plaatsvinden die zorgen voor meer fijnstofemissies. Daarnaast laten de maandgemiddelden opvallende pieken van PM 10 (en in mindere mate PM) 2. 5 zien in maart juni en september. In hoeverre dit structurele emissiepatronen zijn en of het resultaat sterk beïnvloedt wordt door eenmalige uitschieters zou nader onderzocht kunnen worden. ,
,
,
3. 2
Stikstofdioxide
Ook de NO 2 concentraties dalen bij een toenemende windsnelheid (zie Figuur 3) en dit is bij stikstofoxiden beter te zien dan bij fijnstof (Figuur 1). Ook is duidelijk dat de luchtverontreiniging blijft hangen bij een lage windsnelheid. De NO 2 bijdrage door lokale bronnen (de NO 2 concentratie minus die van de achtergrondstation Philippine) laat een lichte verhoogde concentratie van noord naar zuid te zien. Dit betreft de scheepvaartemissies vanaf het kanaal. Net als voor PM 2. 5 zijn er hogere NO 2 concentraties bij een windhoek van 100º waarbij wordt gewezen naar proces- of verbrandingsemissies vanaf de kunstmestfabriek of schepen aan de steiger. Deze aanwijzingen zijn nog beter zichtbaar op de pollutieroos van NO x (zie bijlage).
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 7 van 14
Figuur 3. Pollutierozen van stikstofdioxide (NO)2 op meetstation Sluiskil over de periode 2021 t/m april 2024. De as geeft de windsnelheid (m/s) en de kleuren de gemiddelde concentratie (µg/m)3 per windrichting. Links de gemeten concentraties in Sluiskil rechts de concentraties na aftrek van de achtergrondconcentraties. Rechts geeft een beter beeld van de strikt lokale invloeden. ,
3. 3
Metalen
Vanaf ongeveer dezelfde windrichting waarbij verhoogde concentraties fijnstof zijn gemeten zijn ook hogere concentraties van lood en ijzer (en in mindere mate nikkel en vanadium) gemeten waarbij de pollutieroos meer wijst naar de opslag van bodemassen (windrichting van 40-60°). Emissie van metalen vanaf het recyclebedrijf zijn te verklaren doordat bodemassen metalen bevatten. Hetzelfde patroon aan lood- ijzer- en nikkelconcentraties is ook te zien uit windrichting van 100º. Hierbij wijst de pollutieroos naar de steiger van het recyclebedrijf waar scheepsverladingen van ruwe bodemassen plaatsvinden. Uit de windrichting van 100º wijst de pollutieroos ook naar de kunstmestfabriek. Echter metalenemissies van de kunstmestfabriek zijn niet direct te verwachten. Zo staan er geen metalenemissies in het elektronisch milieujaarverslag (e-MJV) van de kunstmestfabriek. De steiger van het recyclebedrijf is dan ook de meer waarschijnlijke bron. ,
,
,
,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 8 van 14
Figuur 4. Pollutieroos van arseen (rood) cadmium (paars) lood (oranje) molybdeen (grijs) nikkel (geel) vanadium (blauw) en ijzer (groen) voor meetstation Sluiskil. De as in de grafiek geeft de gemiddelde concentratie (ng/m)3 per windrichting van 20º. ,
,
,
,
,
Ook vanuit een windhoek van 160º is er sprake van het voorgenoemde patroon al zijn de concentraties een stuk lager dan die vanuit de richting van het recyclebedrijf. Ten zuidoosten van het ,
meetstation liggen echter enkele bedrijven die mogelijk een metalenemissie hebben: een scheepswerf opslag van bodemassen aan de Finlandweg een puinbreker en laswerkzaamheden bij een hijs- en transportbedrijf beide aan de Autrichehavenweg. ,
,
,
De pollutieroos laat iets hogere meetwaardes zien van vanadium en nikkel vanuit windhoek 320-340º en wijst naar een raffinaderij in Vlissingen en een groot chemie bedrijf in Terneuzen. Aangezien vanadium en nikkel indicatoren zijn voor stof afkomstig van sectoren waar met zware stookolie wordt gewerkt [3] lijkt de raffinaderij de meest waarschijnlijke bron. Gegevens uit het e-MJV bevestigen dit. Van de raffinaderij staan metalenemissies opgegeven hetzij beperkt (14 en 8 kg nikkel in resp. 2022 en 2023) terwijl in het e-MJV van het groot chemie bedrijf in Terneuzen geen metalenemissies staan. Zeescheepvaart gebruikt vaak stookolie als brandstof. Aangezien stookolie nikkel en vanadium bevat zal scheepvaart ook een bijdrage leveren aan de verhoogde metalenconcentraties. ,
,
,
3. 4
Immissietoets
De jaargemiddelde concentraties voor PM 10 PM 2. 5 en NO 2 voldoen aan de huidige EU-grenswaarden [5]. De gemiddelde metalenconcentraties zijn circa een factor 10 lager dan de immissiegrenswaarde ,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 9 van 14
,
van de
betreffende stof (Tabel 1). Ook de maximale concentraties zijn lager. Voor molybdeen
,
vanadium en ijzer zijn geen immissiegrenswaarden beschikbaar. De immissietoets moet als indicatief worden gezien want de immissiegrenswaarde betreft een jaargemiddelde concentratie op leefniveau. De metalen zijn niet heel het jaar gemeten en zijn daarom niet representatief voor het jaargemiddelde. Daarnaast is frequenter gemeten op dagen wanneer bronnen werden verwacht. Het feitelijke jaargemiddelde is dan waarschijnlijk lager dan hier gerapporteerd. ,
Tabel 1. Per metaal de gemiddelde en maximale concentratie (ng/m)3 de detectielimiet (ng/m)3 het aantal filters met een concentratie (ng/m)3 onder het detectielimiet (dl) < en de immissiegrenswaarde ,
,
(ng/m).3 arseen
cadmium
gemiddeld 08 02 maximaal 33 09 detectielimiet 07 004 aantal < dl 49 3 a immissiegrenswaarde 6 5a a maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR) b EU-grenswaarde. ,
,
,
,
,
,
lood
molybdeen
nikkel
vanadium
ijzer
79 456 04 1 500 b
11 232 03 23
22 139 09 39 20 a
29 181 03 0
4722 36719 326 0
-
-
,
,
,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
,
,
,
-
,
,
,
,
,
,
,
,
,
blad 10 van 14
4
Conclusie en aanbevelingen
De pollutierozen die een indicatie van de herkomst van luchtvervuiling geven wijzen duidelijk naar een groot recyclebedrijf van bodemassen als grootste bron van verwaaiend stof en metalen in de omgeving van Sluiskil. Daarnaast is er mogelijk sprake van een nachtelijke emissiebron van PM2. 5 door proces- of verbrandingsemissies vanaf de kunstmestfabriek. De scheepsemissies vanaf het kanaal zijn ook duidelijk terug te zien in de pollutierozen. ,
,
De jaargemiddelde concentraties voor fijnstof en stikstofoxide voldoen aan de huidige EUgrenswaarden. Een indicatie toets van de gemiddelde metalenconcentraties aan immissiegrenswaarden (indien beschikbaar) laat ook geen overschrijdingen zien. Vanaf 2030 gaan er strengere eisen gelden voor bijvoorbeeld fijnstof en stikstofdioxide. Uiterlijk in 2030 moeten de jaargemiddelde concentraties PM 25 en PM 10 gedaald zijn naar respectievelijk 10 en 20 μg/m.3 Dit is nu 25 en 40 μg/m.3 Voor NO 2 wordt de nieuwe waarde 20 μg/m.3 Dit is nu 40 μg/m.3 De jaargemiddelde concentratie van PM 10 PM 2. 5 en NO 2 over 2023 van respectievelijk 184 98 en 139 μg/m 3 voldoen aan de strengere eisen al voldoen PM 10 en PM 25 maar net [4]. Het verminderen van met name de fijnstofemissies verdient daarom de aandacht. ,
,
,
,
,
,
,
,
De pollutierozen laten duidelijk hogere fijnstofconcentraties zien bij hogere windsnelheden. Bij twee grote droge bulkterminals in het Rijnmondgebied waar ijzererts en kolen wordt op- en overgeslagen in de buitenlucht zijn recent voorschriften opgelegd waarbij stuifgevoelige handelingen niet uitgevoerd mogen worden boven een bepaalde windsnelheid. Dit is met name gericht op het verminderen van de kans op stofhinder. Bijvoorbeeld ‘het laden en lossen van schepen met stuifgevoelige goederen moet worden gestaakt bij een windrichting tussen de 230º en 240º in combinatie met een uurgemiddelde windsnelheid groter dan 90 m/s’. Er wordt aanbevolen om het effect van een dergelijk voorschrift voor op- en overslag van bodemassen in Sluiskil te onderzoeken. Hierbij kan worden gestreefd om dergelijke voorschriften te verankeren in een landelijke norm. ,
,
,
,
Een extra analyse van de fijnstofconcentraties als gemiddelde per uur dag en maand over de periode 2021 t/m april 2024 laat pieken van PM 10 en PM 2. 5 zien rond 6 uur en 20 uur (zie bijlage). Dit zou mogelijk kunnen wijzen op het starten en stoppen van installaties met stofemissies bij het recyclingbedrijf en de kunstmestfabriek. Ook zijn de PM 10 en PM 2. 5 hoger op woensdagen (en in mindere mate op dinsdagen). Dit geeft aan dat op die dagen bepaalde activiteiten plaatsvinden die zorgen voor meer fijnstofemissies. Daarnaast laten de maandgemiddelden opvallende pieken van PM 10 (en in mindere mate PM) 2. 5 zien in maart juni en september. Of dit om structurele patronen gaat of artefacten door toevallige emissiepieken is nog onduidelijk. Er wordt aanbevolen om samen met het recyclingbedrijf en de kunstmestfabrikant een verklaring voor deze pieken te vinden en mogelijk maatregelen te nemen om de fijnstofemissies te beperken. ,
,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 11 van 14
Referenties [1] RUD Zeeland (2022) Onderzoek beleving omgevingskwaliteit Kanaalzone 2020 – 2022. https://rudzeeland. nl/wp-content/uploads/2022/11/Adviesrapport-onderzoek-beleving-omgevingskwaliteitKanaalzone-1. pdf [2] Tauw (2020) Onderzoek naar nut en noodzaak van een provinciaal luchtmeetnetwerk. Kenmerk R001-1271708FTA-V04-los-NL. https://www. zeeland. nl/digitaalarchief/ib202a49716a [3] Mooibroek Schaap Weijers en Hoogerbrugge (2011) Source apportionment and spatial variability of PM 2. 5 using measurements at five sites in the Netherlands. Atmospheric Environment 45 (2011) 4180-4191. https://publications. tno. nl/publication/34633495/V7Y6S0/w11027. pdf [4] DCMR (2024) Monitoringsrapport luchtkwaliteit Sluiskil Jaarverslag 2023. Kenmerk: 22360656. https://www. zeeland. nl/sites/default/files/digitaalarchief/IB24_9fe1d2a0. pdf ,
,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 12 van 14
Bijlage
Figuur B1. Pollutierozen van PM grof (de fractie van PM 10 tot PM) 2. 5 uitgesplitst naar dag en nachtelijke uren op meetstation Sluiskil over de periode 2021 t/m april 2024. De as geeft de windsnelheid (m/s) en de kleuren de gemiddelde concentratie (µg/m)3 per windrichting.
Figuur B2. Fijnstofconcentraties als gemiddelde per uur dag en maand over de periode 2021 t/m april 2024. ,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 13 van 14
Figuur B3. Pollutierozen van stikstofdioxiden (NOx) op meetstation Sluiskil over de periode 2021 t/m april 2024. De as geeft de windsnelheid (m/s) en de kleuren de gemiddelde concentratie (µg/m)3 per windrichting. Links de gemeten concentraties in Sluiskil rechts de concentraties na aftrek van de achtergrondconcentraties. Rechts geeft een beter beeld van de strikt lokale invloeden. ,
Fijnstof , stikstofoxiden en metalen in Sluiskil: Waar komt het vandaan?
blad 14 van 14